
De meisjes tegen de jongens
Met tekeningen van Annet Schaap
![]()

Met tekeningen van Annet Schaap
Het is ochtend en Lotte en Roos zitten samen op de bank. Ze kijken naar buiten, naar de tuin. Er ligt sneeuw en er hangen vogeltjes aan het pindasnoer in de boom.

‘Ze hebben honger,’ zegt Roos.
Opeens vliegen alle vogels weg.
Lotte wijst. ‘Dat komt door Geintje.’
De rode kat heeft zich verstopt achter de regenton, maar de vogels hebben hem toch gezien.
Roos bonkt op het raam. ‘Ga weg, Geintje! Doe niet zo kinderachtig!’
Maar Geintje luistert niet. Hij schudt met zijn dikke billen en zwiept met zijn staart.
‘Zo kunnen de vogeltjes niet eten,’ zegt Lotte, ‘we moeten ze helpen!’
‘Misschien kunnen we een spoor maken,’ bedenkt Roos. ‘Een poezenspoor om Geintje weg te lokken.’
‘Hoe dan?’
‘We kunnen een heleboel kattenbrokjes achter elkaar leggen. In de kast ligt nog een pak. Daar zitten genoeg brokjes in.’
Lottes ogen beginnen te glinsteren. ‘Zullen we een speur maken van ons huis tot aan het huis van Estelle?’
Estelle is Roos’ beste vriendin en haar huis staat helemaal aan het einde van de straat. Zo’n lang spoor, dat is veel werk.
Roos zucht. ‘Een spoor, Lotte, geen speur, en jij mag van mama niet uit de tuin zonder het te vragen. Maar je mag mij wel helpen als je doet wat ik zeg.’