Hoofdstuk 7 Beginselen en kenmerken die voortvloeien uit de aard van de belastingen en uit het recht in het algemeen
Hoofdstuk 7 Beginselen en kenmerken die voortvloeien uit de aard van de belastingen en uit het recht in het algemeen Buiten de grondwettelijke beginselen zijn er een aantal (ongeschreven) basisregels en kenmerken die in het fiscaal recht toepasselijk zijn, maar die hun oorsprong vinden in het gemeen recht. Deze principes zijn van toepassing zolang er niet door een wettekst van afgeweken wordt.
1
Het fiscaal recht is geen volstrekt autonome rechtstak
In tegenstelling tot Nederland en Frankrijk, waar respectievelijk de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen en de Code général des impôts een stuk omkadering geven aan het fiscaal recht, hebben we in België geen algemeen fiscaal wetboek. Het belastingrecht vormt binnen het publiek recht een aparte rechtsdiscipline met eigen regels en eigen begrippen (bijvoorbeeld de termen ‘aanslag’ voor de toepassing van de inkomstenbelastingen, ‘levering’ voor de btw, ‘controleschatting’ voor de btw, ‘alcohol’ voor de accijnzen), maar dit is niet voldoende om het belastingrecht een volstrekt autonome rechtstak te noemen. Er wordt algemeen aangenomen dat het gemeen recht het fiscaal recht beheerst, zolang dit laatste er niet van afwijkt. Gebeurt die afwijking van het gemeen recht uitdrukkelijk in de wet zelf, dan stelt zich ter zake geen enkel probleem. De afwijking kan echter ook blijken uit de voorbereidende werkzaamheden of uit het doel en de aard van de fiscale regel. Onder gemeen recht verstaat men het burgerlijk recht, maar ook de andere takken van het privaatrecht: het handelsrecht en het gerechtelijk privaatrecht. Dit betekent onder meer dat alle begrippen en bepalingen uit het gemeen recht onverminderd blijven gelden in het fiscaal recht. De verhouding tussen het fiscaal recht en de andere rechtstakken is voor de bescherming van de belastingplichtige van het grootste belang. Zij beschermen hem tegen willekeur die uit de onvolkomenheid van de fiscale wetgeving zou kunnen voortvloeien. Hierdoor weet men op welke juridische regels men in het algemeen kan terugvallen, wanneer de fiscale wetgeving niet al de begrippen die zij hanteert, omschrijft. VOORBEELD
Bruto-inkomsten mogen verminderd worden met kosten zoals afschrijvingen op voor het beroep gebruikte activa. Hoe men moet afschrijven (bijvoorbeeld de afschrijvingsmethode) wordt bepaald in de boekhoudwetgeving. Het fiscaal recht wijkt daar echter soms van af. Dat is bijvoorbeeld het geval
53