Skip to main content

Praktisch_burgerlijk_recht_uitgediept_2023_voorbeeldhoofdstuk

Page 1

Hoofdstuk 1 De wettelijke erfopvolging

Hoofdstuk 1 De wettelijke erfopvolging 1. In dit hoofdstuk gaan we dieper in op de wettelijke erfopvolging. Belangrijk is te vermelden dat deze regels enkel van toepassing zijn als er geen geldig testament werd opgemaakt of als het testament niet slaat op alle goederen van de nalatenschap (en dit dan voor de goederen waarop het testament niet slaat). Als er wel een (geldig) testament is, zal dit in beginsel moeten worden uitgevoerd indien de reserve van bepaalde erfgenamen hierdoor niet wordt aangetast. De wetgeving inzake de wettelijke erfopvolging omvat dus de regels die moeten worden toegepast als er geen testament is of als het testament voor bepaalde goederen geen regeling treft. VOORBEELD In het testament van Jos wordt bepaald dat de antieke vitrinekast toekomt aan Irene, zijn nicht. Over de rest van het vermogen wordt in het testament niets gezegd. In dat geval zal de rest van het vermogen vererven volgens de regels van de wettelijke erfopvolging. 2. Als de erflater (diegene die overlijdt) gehuwd is op het moment van het overlijden, moet eerst het huwelijksvermogensstelsel worden vereffend en verdeeld (zie eerder). Pas als dat gebeurd is, zullen de regels van het erfrecht worden toegepast op het deel dat de erflater na vereffening-verdeling van het huwelijksvermogensstelsel zou hebben gekregen. 3. In wat volgt, gaan we overigens enkel in op de burgerrechtelijke regels van het erfrecht. De problematiek van erfbelasting komt in deze uitgave niet aan bod. We merken overigens op dat het erfrecht grondig werd gewijzigd door de wet van 31 juli 2017. Deze wet werd sindsdien al aangepast door de wet van 22 juli 2018, waarbij ook het huwelijksvermogensrecht werd aangepast. Deze wetten traden wat de meeste bepalingen ervan betreft in werking op 1 september 2018. Bovendien werden de regels rond nalatenschappen, schenkingen en testamenten opgenomen in boek 4 BW. Dat boek trad in werking op 1 juli 2022.

1

Enkele inleidende begrippen en voorwaarden om te erven

4. De erflater of decujus is diegene die overlijdt, wiens nalatenschap openvalt. De erfgenaam is diegene die erft, diegene die het patrimonium verkrijgt. 5. Om te kunnen erven moet men op het ogenblik van het overlijden van de erflater bestaan. Dat betekent dan ook dat een kind dat nog niet verwekt is, niet erfgerechtigd is. Hetzelfde geldt voor een kind dat niet levensvatbaar geboren is (art. 4.4 BW). 6. Om te kunnen erven mag men niet onwaardig zijn. Evenwel volstaat het bijvoorbeeld niet dat een erflater ruzie had met een bepaalde erfgenaam (bv. een ouder had ruzie met een van zijn kinderen) opdat het kind in kwestie niet van de ouder zou kunnen erven. De gevallen van onwaardigheid worden in de wet aangegeven (art. 4.6 BW).

201


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Praktisch_burgerlijk_recht_uitgediept_2023_voorbeeldhoofdstuk by VAN IN - Issuu