Inhoud
Inhoud Woord vooraf
5
Leeswijzer
6
Begrippenlijst
7
Inhoud
11
Inleiding
25
Hoofdstuk 1 De belastbare handelingen
29
1
De leveringen van goederen en diensten (art. 2 WBTW)
31
2
De invoer van goederen (art. 3 WBTW)
31
3
De intracommunautaire verwervingen van goederen (art. 3bis WBTW)
32
Hoofdstuk 2 Belastingplicht
33
1
35
Wie is btw-belastingplichtige? 1.1
Belang 35
1.2
Wettelijke bepaling 35
1.3
Kenmerken 35
1.4
1.3.1
De hoedanigheid van de persoon 35
1.3.2
De aard van de verrichte werkzaamheid 36
1.3.3
Geregelde werkzaamheid 36
1.3.4
Zelfstandige werkzaamheid 36
1.3.5
Met of zonder winstoogmerk 36
1.3.6
Hoofdzakelijk of aanvullend 36
Voorbeelden 37
2
Begin en einde van de belastingplicht
37
3
Soorten btw-belastingplichtigen
37
3.1
3.2
Btw-belastingplichtigen die geen periodieke btw-aangiften indienen 38 3.1.1
Kleine ondernemingen (art. 56bis WBTW) – (VR) 38
3.1.2
Forfaitaire landbouwondernemingen (art. 57 WBTW) – (LA) 38
3.1.3
Vrijgestelde btw-belastingplichtigen (art. 44 WBTW) 39
Btw-belastingplichtigen die periodieke btw-aangiften indienen 42 3.2.1
Maandindieners (AM) 42
11
Inhoud
3.2.2 Kwartaalindieners (AT) 42 3.2.3 Forfaitaire btw-belastingplichtigen (FT) 43
4
3.3
Gemengde btw-belastingplichtigen 44
3.4
Toevallige btw-belastingplichtigen 44
3.5
Niet-btw-belastingplichtigen 45
3.6
De btw-eenheid 45
Oefeningen 45
Hoofdstuk 3 Levering van goederen
47
1
Voorwaarden voor een belastbare levering van goederen
49
2
Definitie ‘goederen’
49
3
Definitie ‘levering’
49
4
Begrip ‘onder bezwarende titel’
50
5
Plaats van de levering
50
6
5.1
Levering van een goed dat niet wordt vervoerd of verzonden 51
5.2
Levering van een goed met vervoer door de leverancier, door de afnemer of door een derde 51
5.3
Levering van een goed met installatie of montage door de leverancier of voor zijn rekening 52
Tijdstip van de levering, belastbaar feit en tijdstip van opeisbaarheid 6.1
52
Tijdstip van de levering (TS) 53 6.1.1
Algemene Regel 53
6.1.2
Levering van een goed dat al in het bezit is van de verkrijger of de overnemer vóór het sluiten van het contract 54
6.1.3
Levering van een goed dat in het bezit blijft van de verkoper of overdrager nadat de overeenkomst is afgesloten 54
6.1.4
Levering van een goed met verzending of vervoer van de goederen door de leverancier of voor zijn rekening 55
6.1.5
Levering van een goed met vervoer of verzending van de goederen door of voor rekening van de leverancier met installatie of montage door of voor rekening van de leverancier 55
6.1.6
Levering van een goed met opeenvolgende afrekeningen of betalingen 55
6.2
Belastbaar feit van de levering (BF) 56
6.3
Tijdstip van opeisbaarheid (TO) 56 6.3.1
Algemene regel (art. 16, § 1 WBTW) 56
6.3.2 Leveringen waarvoor een factuur moet uitgereikt worden (art. 17, § 1 WBTW) 56 6.3.3 Leveringen waarvoor geen factuur moet uitgereikt worden (art. 17, § 3 WBTW) 60 6.3.4 Leveringen in een b2g-situatie (art. 17, § 4 WBTW) 61 6.3.5 Belang van het bepalen van tijdstip van opeisbaarheid 61
7
12
Begrip ‘belastingplichtige die handelt in de uitoefening van zijn economische activiteit’
62
8
Overdrachten van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling
62
9
Met een levering gelijkgestelde handelingen
63
Inhoud
10
9.1
Onttrekking voor privédoeleinden of andere doeleinden (art. 12, § 1, eerste lid, 1° WBTW) 63
9.2
Onttrekking om het om niet te verstrekken (art. 12, § 1, eerste lid, 2° WBTW) 64
9.3
Ingebruikneming van een goed als bedrijfsmiddel (art. 12, § 1, eerste lid, 3° WBTW) 65
9.4
Ingebruikneming van een zelf vervaardigd roerend goed, anders dan als bedrijfsmiddel, voor het verrichten van handelingen die geen of gedeeltelijk recht op aftrek verlenen (art. 12, § 1, eerste lid, 4° WBTW) 66
9.5
Het behouden van een goed bij het beëindigen van de economische activiteit (art. 12, § 1, eerste lid, 5° WBTW) 67
Schuldenaar van de btw
67
10.1 Schuldenaar is de btw-belastingplichtige die in België een belastbare levering van goederen verricht (art. 51, § 1, 1° WBTW) 67 10.2 Schuldenaar is de medecontractant (art. 51, § 2, 5° WBTW) 68
11
Verwerking van de leveringen in de btw-aangifte
68
11.1 Er is geen verlegging van de heffing 69 11.2 Er is veralgemeende verlegging van de heffing 69
12
Schema btw-vraagstuk
69
13
Oefeningen
70
Hoofdstuk 4 Intracommunautaire handelingen
73
1
Inleiding
75
2
Begrippen
76
2.1
Gemeenschap 76
2.2
Btw-belastingplichtige indiener 77
2.3
Groep van vier 77
2.4
Particulieren 77
2.5
Accijnsproducten 77
2.6
Nieuw vervoermiddel 78 2.6.1
Het begrip ‘vervoermiddelen’ 78
2.6.2 Het begrip ‘nieuwe vervoermiddelen’ 78
3
De intracommunautaire levering van goederen
78
3.1
Inleiding 78
3.2
Het begrip ‘intracommunautaire levering’ 79
3.3
Met een intracommunautaire levering gelijkgestelde handelingen 79 3.3.1
Overbrenging (art. 12bis, eerste lid WBTW) 79
3.3.2 Niet-overbrenging (art. 12bis, tweede lid WBTW) 80 3.3.2.1 De transmissie van goederen voor werkelijke leveringen met eigendomsoverdracht (art. 12bis, tweede lid, 1° tot 3° WBTW) 80 3.3.2.2 De transmissie van goederen zonder eigendomsoverdracht (art. 12bis, tweede lid, 4° tot 7° WBTW) 81 3.3.3 Bijzondere regeling voorraad op afroep (art. 12ter WBTW) 81 3.4
De vrijstelling voor een intracommunautaire levering 83
13
Inhoud
3.4.1
De vrijstelling voor een intracommunautaire levering bedoeld in art. 39bis, eerste lid, 1° WBTW 83 3.4.1.1
Algemeen 83
3.4.1.2 Hoedanigheid van de koper 84 3.4.1.3 Vervoer of verzending van de goederen 86 3.4.1.4 Opname van de levering in de btw-opgave van de intracommunautaire handelingen 86 3.4.2 De vrijstelling voor een intracommunautaire levering bedoeld in art. 39bis, eerste lid, 2° WBTW 86 3.4.3 De vrijstelling voor een intracommunautaire levering bedoeld in art. 39bis, eerste lid, 3° WBTW 88 3.4.4 De vrijstelling voor een intracommunautaire levering bedoeld in art. 39bis, eerste lid, 4° WBTW 89 3.5
Plaats van de intracommunautaire levering 90
3.6
Tijdstip van de intracommunautaire levering, belastbaar feit en tijdstip van opeisbaarheid 90 3.6.1
Tijdstip van de intracommunautaire levering en belastbaar feit 90 3.6.1.1
Verzending of vervoer door de leverancier of voor zijn rekening 90
3.6.1.2 Verzending of vervoer door de koper of voor zijn rekening 90 3.6.1.3 Doorlopende leveringen 91 3.6.2 Tijdstip van opeisbaarheid 91 3.6.2.1 Levering is niet vrijgesteld op grond van art. 39bis WBTW 91 3.6.2.2 Levering is vrijgesteld op grond van art. 39bis WBTW 93 3.7
Schuldenaar van de btw 94
3.8
Verwerking van de intracommunautaire levering in de btw-aangifte 94 3.8.1
Levering is niet vrijgesteld op grond van art. 39bis WBTW 95
3.8.2 Levering is vrijgesteld op grond van art. 39bis WBTW 95 3.9
Schema btw-vraagstuk 95
3.10 Oefeningen 96
4
De intracommunautaire verwerving van goederen
99
4.1
Inleiding 99
4.2
Het begrip ‘intracommunautaire verwerving’ 99
4.3
Met een intracommunautaire verwerving gelijkgestelde handelingen 100
4.4
Voorwaarden voor belastbaarheid van de intracommunautaire verwerving 102 4.4.1
Intracommunautaire verwerving van goederen, andere dan accijnsproducten en nieuwe vervoermiddelen 102
4.4.2 Intracommunautaire verwerving van accijnsproducten 106 4.4.3 Intracommunautaire verwerving van nieuwe vervoermiddelen 106 4.5
Plaats van de intracommunautaire verwerving 108 4.5.1
Algemene regel 108
4.5.2 Veiligheidsbepaling 108 4.6
Tijdstip van de intracommunautaire verwerving, belastbaar feit en tijdstip van opeisbaarheid 109 4.6.1
Tijdstip van de intracommunautaire verwerving en belastbaar feit 109 4.6.1.1
14
Verzending of vervoer door de leverancier of voor zijn rekening 109
Inhoud
4.6.1.2 Verzending of vervoer door de koper of voor zijn rekening 110 4.6.1.3 Doorlopende leveringen 110 4.6.2 Tijdstip van opeisbaarheid 110 4.7
Maatstaf van heffing en tarief 111 4.7.1
Maatstaf van heffing 111
4.7.2
Tarief 111
4.8
Schuldenaar van de btw 112
4.9
Verwerking van de intracommunautaire verwerving in de btw-aangifte 112 4.9.1
Verwerver is een btw-belastingplichtige indiener 112
4.9.2
Verwerver is een lid van de groep van vier 112
4.10 Schema btw-vraagstuk 113 4.11 Oefeningen 113
5
Verkopen op afstand
118
5.1
Microvennootschappen 118
5.2
Vennootschappen, andere dan microvennootschappen 120
Hoofdstuk 5 Diensten
121
1
Voorwaarden van een belastbare dienst
123
2
Definitie ‘dienst’
123
3
Voorbeelden van diensten
124
4
Plaats van de dienst
124
4.1
4.2
B2b-situatie 125 4.1.1
Hoofdregel (art. 21, § 2 WBTW) 125
4.1.2
Afwijkende criteria (art. 21, § 3 WBTW) 126
4.1.3
Use and enjoyment (art. 21, § 4 WBTW) 127
B2c-situatie 128 4.2.1
Hoofdregel (art. 21bis, § 1 WBTW) 128
4.2.2 Afwijkende criteria (art. 21bis, § 2 WBTW) 128 4.2.3 Use and enjoyment (art. 21bis, § 3 WBTW) 130
5
Tijdstip van de dienst, belastbaar feit en tijdstip van opeisbaarheid
130
5.1
Tijdstip van de dienst (TS) 131
5.2
Belastbaar feit van de dienst (BF) 132
5.3
Tijdstip van opeisbaarheid (TO) 132 5.3.1
Algemene regel (art. 22, § 1 WBTW) 133
5.3.2 Diensten waarvoor een factuur moet uitgereikt worden (art. 22bis, § 1 WBTW) 133 5.3.3 Intracommunautaire diensten (art. 22bis, § 2 WBTW) 134 5.3.4 Diensten waarvoor geen factuur moet uitgereikt worden (art. 22bis, § 3 WBTW) 135 5.3.5 Diensten in een b2g-situatie (art. 22bis, § 4 WBTW) 136 5.3.6 Belang van het bepalen van tijdstip van opeisbaarheid 136
15
Inhoud
6
Overdrachten van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling
137
7
Met een dienst gelijkgestelde handelingen
137
7.1
Diensten die men verricht buiten enige contractuele band (art. 18, § 2 WBTW) 137
7.2
Gebruik van goederen behorend tot het bedrijf (art. 19, § 1 WBTW) 137
7.3
Uitvoering van werk in onroerende staat (art. 19, § 2 WBTW) 138 7.3.1
Werken in onroerende staat voor de economische activiteit (art. 19, § 2, eerste lid, 1° WBTW) 139
7.3.2
Werken in onroerende staat voor andere doeleinden dan de economische activiteit (art. 19, § 2, eerste lid, 2° WBTW) 139 7.3.2.1
De btw-belastingplichtige is een natuurlijke persoon 139
7.3.2.2 De btw-belastingplichtige is een rechtspersoon 140 7.3.3
8
9
Onttrekking van goederen voor het verrichten van werk in onroerende staat 141
Schuldenaar van de btw
141
8.1
Schuldenaar is de dienstverrichter ingevolge art. 51, § 1, 1° WBTW 142
8.2
Schuldenaar is de dienstontvanger ingevolge art. 51, § 2, 1° WBTW 142
8.3
Schuldenaar is de dienstontvanger ingevolge art. 51, § 2, 5° WBTW 143
8.4
Schuldenaar is de dienstontvanger ingevolge art. 51, § 4 en KB 1 art. 20 WBTW 143
Verwerking van de diensten in de btw-aangifte
144
9.1
Dienst is niet in België gelokaliseerd 144
9.2
Dienst is in België gelokaliseerd 144 9.2.1
Er is geen verlegging van de heffing 144
9.2.2 Er is verlegging van de heffing 145 9.2.2.1 Verlegging ingevolge art. 51, § 2, 1° WBTW 145 9.2.2.2 Verlegging ingevolge art. 51, § 2, 5° WBTW 145 9.2.2.3 Verlegging ingevolge KB 1, art. 20 WBTW 145
10
Schema btw-vraagstuk
145
11
Oefeningen
146
Hoofdstuk 6 In- en uitvoer
149
1
151
2
16
Begrippen 1.1
Gemeenschap 151
1.2
Derde land 151
Invoer
151
2.1
Algemeen 151
2.2
Invoer met voldoening van de btw 152
2.3
Vrijstellingen bij invoer 152
2.4
Verwerking van de belaste invoer in de btw-aangifte 153
2.5
Schema btw-vraagstuk 154
2.6
Oefeningen 155
Inhoud
3
Uitvoer
155
3.1
Algemeen 155
3.2
Vrijstellingen bij uitvoer 155
3.3
Internationaal vervoer 156
3.4
Verwerking van de uitvoer in de btw-aangifte 157
3.5
Schema btw-vraagstuk 157
3.6
Oefeningen 157
Hoofdstuk 7 Maatstaf van heffing
159
1
Algemeen
161
2
Maatstaf van heffing bij leveringen en diensten
161
2.1
2.2
Bedragen die deel uitmaken van de maatstaf van heffing 161 2.1.1
Overeengekomen prijs 161
2.1.2
Vervoers-, commissie- en verzekeringskosten 162
2.1.3
Bijkomstige leveringen en/of diensten 162
2.1.4
Verloren verpakking 162
2.1.5
Lasten 162
2.1.6
Subsidies 163
2.1.7
Belastingen, rechten en heffingen 163
Bedragen die niet tot de maatstaf van heffing behoren 163 2.2.1
Commerciële korting 163
2.2.2 Financiële korting 163 2.2.3 Terugstuurbare verpakking 164 2.2.4 Schadevergoedingen 164 2.2.5 Interesten 164 2.3
Prijs inclusief btw 165
2.4
Goederen of diensten onderworpen aan verschillende tarieven 165 2.4.1
Principe 165
2.4.2 Globale prijs 165 2.5
Bijzondere situaties met betrekking tot de levering van bedrijfsmiddelen 166 2.5.1
Verkoop door een btw-belastingplichtige van een bedrijfsmiddel dat maar gedeeltelijk werd opgenomen in het bedrijfsvermogen 166
2.5.2 Verkoop door een btw-belastingplichtige van een voertuig als bedoeld in art. 45, § 2, eerste lid WBTW dat als bedrijfsmiddel werd gebruikt 166
3
Maatstaf van heffing bij een intracommunautaire verwerving
167
4
Maatstaf van heffing bij een invoer
167
5
Handelingen zonder tegenprestatie
168
6
5.1
Handelingen die betrekking hebben op goederen 168
5.2
Handelingen die betrekking hebben op diensten 169
Roosters btw-aangifte
170
17
Inhoud
7
Overzicht wetsartikels
172
8
Oefeningen
172
Hoofdstuk 8 Tarieven
175
1
Algemeen
177
2
Overzicht van de verlaagde tarieven
177
3
Goederen onderworpen aan het btw-tarief van 6 %
179
4
Diensten onderworpen aan het btw-tarief van 6 %
181
5
Goederen en diensten onderworpen aan het btw-tarief van 12 %
182
6
Goederen onderworpen aan het btw-tarief van 0 %
182
7
Leveringen van goederen en diensten die onderworpen zijn aan een bijzondere regeling (het ‘nultarief’)
183
8
Tijdelijke maatregelen ingevolge de coronacrisis
183
9
Oefeningen
184
Hoofdstuk 9 De verplichtingen van de btw-belastingplichtige
185
1
187
De informatieve aangiften 1.1
Aangifte van aanvang van activiteit (604A) 187
1.2
Aangifte van wijziging van activiteit (604B) 187
1.3
Aangifte van stopzetting van activiteit (604C) 187
1.4
Overschrijding van de drempel van intracommunautaire verwervingen 188
1.5
Keuzeverklaring voor de onderwerping aan de btw in België 188
1.6
2
1.5.1
Intracommunautaire verwervingen 188
1.5.2
Verkopen op afstand 188
Andere verklaringen 188
Het btw-identificatienummer 2.1
2.2
189
Toekenning 189 2.1.1
Algemeen 189
2.1.2
Leden van de groep van vier 189
Mededeling 189 2.2.1
Algemeen 189
2.2.2 Leden van de groep van vier 189
3
2.3
Vermelding 190
2.4
Geldigheid 190
De facturering
191
3.1 Belang van de factuur binnen het btw-stelsel 191
18
Inhoud
3.2
Verplichting tot het uitreiken van de factuur 191 3.2.1
Principe 191
3.2.2 Ontheffing van de factureringsplicht 191 3.2.2.1 Principe 191 3.2.2.2 Vrijwillige facturering 192 3.2.2.3 Tijdstip waarop de belasting opeisbaar wordt 192 3.2.2.4 Boekhoudverplichtingen 192 3.2.3 Uitzonderingen op de ontheffing van de factureringsplicht 192 3.2.4 Tijdstip 193 3.2.4.1 Diensten en leveringen van goederen andere dan vrijgestelde intracommunautaire leveringen en andere dan doorlopende leveringen en diensten 193 3.2.4.2 Vrijgestelde intracommunautaire leveringen 193 3.2.4.3 Doorlopende leveringen en diensten 194
4
5
6
3.3
Verplichte vermeldingen op de factuur 194
3.4
Model van een factuur 195
De periodieke btw-aangifte
196
4.1
Wat is een periodieke btw-aangifte? 196
4.2
Wie moet periodieke btw-aangiften indienen? 196
4.3
Maandaangifte of kwartaalaangifte 196
4.4
Indiening van de periodieke btw-aangifte 197
4.5
Inhoud van de periodieke btw-aangifte 198
4.6
Betaling van de btw aan de schatkist 198
De bijzondere btw-aangifte
198
5.1
Wat is een bijzondere btw-aangifte? 198
5.2
Wie moet bijzondere btw-aangiften indienen? 198
5.3
Indiening van de bijzondere btw-aangifte 199
5.4
Inhoud van de bijzondere btw-aangifte 199
De boekhouding
200
6.1
Algemeen 200
6.2
Boek voor inkomende facturen 200 6.2.1
In te schrijven stukken 200
6.2.2 Vermeldingen 201 6.3
Boek voor uitgaande facturen 201 6.3.1
In te schrijven stukken 201
6.3.2 Vermeldingen 201 6.4
7
Afwijkingen inzake boekhoudverplichtingen 202
Het btw-register van de motorvoertuigen
202
7.1
Wat is een btw-register van de motorvoertuigen? 202
7.2
Wie moet het register bijhouden? 202
7.3
Inschrijvingen in het register 203
19
Inhoud
8
7.4
Plaats van bewaring 203
7.5
In te vullen codes in het register 203
Het dagboek van ontvangsten
204
8.1
Wat is een dagboek van ontvangsten? 204
8.2
Wie moet een dagboek van ontvangsten bijhouden? 204
8.3
Inschrijvingen in het dagboek van ontvangsten 204
8.4
Bewaring 205
9
De btw-bonnetjes
205
10
Het geregistreerd kassasysteem (GKS)
205
11
De opgave van de btw-belastingplichtige afnemers (klantenlisting)
207
11.1 Wat is een klantenlisting? 207 11.2 Wie moet een klantenlisting indienen? 208 11.3 Indiening van de klantenlisting 208 11.4 Inhoud van de klantenlisting 208 11.5 Nihil-klantenlisting 209 11.6 Belang van de klantenlisting 209
12
De opgave van de intracommunautaire handelingen (ICO)
209
12.1 Wat is een ICO? 209 12.2 Wie moet een ICO indienen? 209 12.3 Indiening van de ICO 210 12.4 Inhoud van de ICO 210 12.5 Belang van de ICO 210
13
20
Oefeningen
211
Hoofdstuk 10 De aftrek van de voorbelasting
213
1
Wie heeft recht op aftrek?
215
1.1
Algemeen
215
1.2
Categorieën van btw-belastingplichtigen met betrekking tot het recht op aftrek
215
1.2.1
215
Volledige btw-belastingplichtige
1.2.2 Vrijgestelde btw-belastingplichtigen van artikel 44 WBTW
215
1.2.3 Vrijgestelde kleine ondernemingen van artikel 56bis WBTW
216
1.2.4 Forfaitaire landbouwondernemingen van artikel 57 WBTW
216
1.2.5 Gemengde btw-belastingplichtigen
216
1.2.6 Toevallige btw-belastingplichtigen
217
2
Tijdstip van het recht op aftrek
217
3
Uitoefening van het recht op aftrek
217
4
Aftrekuitsluitingen
218
4.1
218
Tabaksfabricaten (art. 45, § 3, 1° WBTW)
Inhoud
4.2
Geestrijke dranken (art. 45, § 3, 2° WBTW)
218
4.3
Kosten van logies, spijzen en dranken (art. 45, § 3, 3° WBTW)
218
4.4
Kosten van onthaal (art. 45, § 3, 4° WBTW)
219
4.5
Personeelsgeschenken
220
5
Aftrekbeperkingen voor voertuigen bedoeld in artikel 45, § 2 WBTW
221
6
Vaststelling beroepsgebruik
222
6.1
Vaststelling beroepsgebruik voor personenwagens
222
6.1.1
Methode 1: gedetailleerde rittenadministratie
223
6.1.2
Methode 2: semi-forfaitaire methode
223
6.1.3
Methode 3: 35 % forfait
224
6.2
Vaststelling beroepsgebruik voor lichte vrachtwagens
225
6.3
Vaststelling beroepsgebruik voor onroerende goederen
226
6.4
Vaststelling beroepsgebruik voor roerende goederen andere dan vervoermiddelen
226
6.4.1
Beroepsforfait van 75 %
226
6.4.2 Uitsluitingen uit het 75 %-forfait
226
Schematisch overzicht
227
6.5
7
Bijzondere bepalingen betreffende de aftrek door een gemengde btw-belastingplichtige
227
7.1
Algemeen verhoudingsgetal
228
7.1.1
Bepalen van het algemeen verhoudingsgetal
228
7.1.2
Berekenings- en afrondingsmodaliteiten van het algemeen verhoudingsgetal
228
7.1.3
Uitsluiting van sommige factoren voor de berekening van het algemeen verhoudingsgetal
228
7.1.4
Verhouding tussen het algemeen verhoudingsgetal en privégebruik
229
7.1.5
Voorlopig verhoudingsgetal en definitief verhoudingsgetal
229
7.1.6
Herziening van de belasting afgetrokken volgens het algemeen verhoudingsgetal
230
7.2
8
7.1.6.1
Herziening van de aftrek van andere belasting dan die geheven van bedrijfsmiddelen 230
7.1.6.2
Ontheffing van herziening
230
7.1.6.3
Herziening van de aftrek van belasting geheven van bedrijfsmiddelen
231
Werkelijk gebruik
Oefeningen
232 233
Hoofdstuk 11 De verwerking van de creditnota’s in de btw-aangifte
237
1
Inkomende creditnota’s
239
1.1
Creditnota’s voor een Belgische aankoop van goederen of diensten met btw
239
1.2
Creditnota’s voor een intracommunautaire verwerving
239
1.3
Creditnota’s voor een invoer zonder vergunning ET14000
240
1.4
Creditnota’s voor een invoer met vergunning ET14000
241
1.5
Creditnota’s voor een ontvangen intracommunautaire dienst
243
21
Inhoud
1.6
2
3
Creditnota’s voor een ontvangen dienst met verlegging van de heffing ingevolge art. 20 van KB 1 WBTW
243
Uitgaande creditnota’s
244
2.1
Creditnota’s voor een Belgische levering of dienst met btw
244
2.2
Creditnota’s voor een vrijgestelde intracommunautaire levering
245
2.3
Creditnota’s voor een uitvoer
245
2.4
Creditnota’s voor een verrichte intracommunautaire dienst
246
2.5
Creditnota’s voor een verrichte dienst met verlegging van de heffing ingevolge art. 20 KB 1 WBTW 246
Oefeningen
247
Hoofdstuk 12 De herziening van de aftrek
249
1
Herziening van de btw-aftrek op niet-bedrijfsmiddelen
251
1.1
Oorspronkelijke btw-aftrek te groot of te klein
251
1.2
Onjuiste schatting van het voorlopige beroepsgebruik
252
1.3
Inkomende creditnota’s
252
1.4
Wijzigingen in de basisfactoren voor de berekening van de oorspronkelijk afgetrokken btw
253
1.5
Verlies van ieder recht op aftrek
253
2
Herziening van de btw-aftrek op bedrijfsmiddelen
254
2.1
Begrip ‘bedrijfsmiddelen’
254
2.2
Gewone herziening van de oorspronkelijke btw-aftrek op bedrijfsmiddelen
256
2.2.1
Oorspronkelijke btw-aftrek te groot of te klein
256
2.2.2 Onjuiste schatting van het voorlopig beroepsgebruik
256
2.2.3 Inkomende creditnota’s
257
De vijf-, vijftien- of vijfentwintigjarige herziening voor de bedrijfsmiddelen
258
2.3.1
258
2.3
Geheel gebruik van een bedrijfsmiddel voor privé- of andere dan beroepsdoeleinden
2.3.2 Gedeeltelijk gebruik van een bedrijfsmiddel voor privé- of andere dan beroepsdoeleinden 259 2.3.3 Wijzigingen in de factoren die de basis vormen van de berekening van de btw-aftrek
260
2.3.4 Verkoop of onttrekking van een bedrijfsmiddel
261
2.3.5 Bedrijfsmiddelen die ophouden in de onderneming te bestaan
262
2.3.6 Herzieningen te verrichten in geval van een overdracht bij toepassing van de artikel 11 en 18, § 3 WBTW – overdracht van een algemeenheid van goederen of een bedrijfsafdeling 263 2.3.6.1 Herzieningen bij de overdrager
263
2.3.6.2 Herzieningen bij de overnemer
263
2.3.7 Verlies van ieder recht op aftrek
22
263
3
Overzicht herzieningen
264
4
Oefeningen
266
Inhoud
Hoofdstuk 13 De teruggaaf van de btw
267
1
De rekening-courant
269
1.1
Argument A: de periodieke btw-aangifte
269
1.2
Argument H: de betaling
270
1.3
Argument N: de teruggaaf
271
1.4
Argument L: de nalatigheidsinteresten
273
1.5
Argument P: de P-boetes
273
1.6
Argument W: de op nul zetting
274
2
3
4
De bijzondere rekening
275
2.1
Algemeen
275
2.2
Reden voor op nul zetting
276
2.2.1
276
De niet-indiening van periodieke btw-aangiften
2.2.2 De niet-betaling (of onvoldoende betaling) van de verschuldigde sommen
276
2.2.3 In geval van definitieve afsluiting van de rekening-courant
277
Teruggaaf van de btw
277
3.1
Automatische overdracht
277
3.2
Aanvraag om teruggaaf
278
3.3
Maandelijkse teruggaaf
278
3.4
Terugbetaling
278
Oefeningen
279
Hoofdstuk 14 Link tussen boekhouding en btw-aangifte
285
1
Oefening 1
287
2
Oefening 2
291
Hoofdstuk 15 Oefeningen op correcte verwerking in de btw-aangifte
293
1
Oefening 1
295
2
Oefening 2
296
3
Oefening 3
297
Niet-limitatieve literatuurlijst
299
Bijlage
301
23