Inhoud
INHOUDSTAFEL Deel I Fundamentele elementen van het economisch recht 25 Hoofdstuk 1 De bronnen van het economisch recht 1 Wetgeving
27 27
1.1 Nationale wetgeving
27
1.2 Het internationale recht
28
1.2.1 Rechtsregels uitgevaardigd door supranationale politieke instellingen
28
1.2.2 Het traditionele internationaal recht
30
2 Rechtspraak
31
3 Gewoonte
31
4 Rechtsleer
31
Hoofdstuk 2 De ondernemingsrechtbank
33
1 Samenstelling
33
2 Bevoegdheden
34
3 Procedures
34
Hoofdstuk 3 Het bewijs in ondernemingszaken
37
1 Algemene regels
37
2 Bijzondere bewijsmiddelen
38
2.1 De boekhouding
38
2.1.1 Algemeen
38
2.1.2 Bewijskracht van de boekhouding
38
2.1.2.1 Geschillen tussen ondernemingen onderling
38
2.1.2.2 Geschillen van een niet-ondernemer tegen een ondernemer
38
2.1.3 Procedureel gebruik van de boekhouding 2.2 De factuur
39 39
2.2.1 Algemeen
39
2.2.2 Inhoud van de factuur
40
2.2.3 Bewijskracht van de factuur
40
3 Het bewijs in ondernemingszaken: casussen
41 7
Inhoud
Deel II Ondernemingsrecht 43 Hoofdstuk 1 Vrijheid van ondernemen en algemene verplichtingen van de onderneming
45
1 De onderneming
45
2 De vrije en intellectuele beroepen
46
3 Het statuut van de ondernemer
47
3.1 De toegang tot ondernemingsactiviteiten
47
3.1.1 De vrijheid van ondernemen
47
3.1.2 De juridische bevoegdheid
48
3.1.2.1 Handelingsbekwaamheid
48
3.1.2.2 Onverenigbaarheden
48
3.1.2.3 Verbodsbepalingen
48
3.2 De formele verplichtingen van de onderneming
49
3.2.1 Inschrijven bij de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO)
49
3.2.2 Openen van een zakelijke financiële rekening
52
3.2.3 Bekendmaken van het huwelijkscontract
52
3.2.4 Een boekhouding voeren (art. III.82, § 1-III.95 WER)
52
3.2.5 Voldoen aan de vestigingswet
53
3.2.5.1 De vestigingswet en de bevoegdheden van de gewesten
53
3.2.5.2 De afschaffing van de vestigingswet voor gereglementeerde beroepen in Vlaanderen 53 3.2.5.3 De vestigingswet in het Brussels Gewest en Wallonië
54
3.2.5.4 Hoe het bewijs van basiskennis bedrijfsbeheer aantonen in het Brussels en Waals Gewest?
54
3.2.6 Vergunningen en toelatingen aanvragen en specifieke regels
55
3.2.7 Een btw-nummer aanvragen
55
3.2.8 Aansluiten bij een sociaal verzekeringsfonds
56
3.2.9 Registreren in het UBO-register (Ultimate Beneficial Owner)
56
3.2.10 Afsluiten van verzekeringen
57
3.3 Enkele algemene verplichtingen van ondernemingen
Hoofdstuk 2 De handelszaak
59
1 Het begrip
59
2 Het huurcontract
59
2.1 Situering
59
2.2 Het huurcontract op basis van de handelshuurwet van 30 april 1951
60
2.2.1 Toepassingsgebied (art. 1 en 2)
8
57
60
Inhoud
2.2.2 Duurtijd en opzegging (art. 3-5)
60
2.2.3 Huurprijs en herziening (art. 6)
61
2.2.4 Verbouwingswerken (art. 7-9)
61
2.2.5 Overdracht van huur (art. 10 e.v.)
62
2.2.6 Huurhernieuwing (art. 13–24)
62
2.3 Het kortetermijnhandelshuurcontract in Vlaanderen (Decreet van 17 juni 2016)
63
2.3.1 Toepassingsgebied (art. 2)
63
2.3.2 Duurtijd en beëindiging (art. 3-7)
63
2.3.3 Huurprijs (art. 8)
64
2.3.4 Verbouwingen (art. 9-12)
64
2.3.5 Overdracht van huur en onderverhuring (art. 13)
64
2.3.6 Vervreemding van het verhuurde goed (art. 14)
65
2.4 Het Waalse decreet over pop-ups en de Brusselse ordonnantie
65
3 Verkoop van een handelszaak
65
4 De inpandgeving van een handelszaak
66
5 De handelszaak: casussen
68
Hoofdstuk 3 Overeenkomsten met handelstussenpersonen 1 Inleiding
71 71
1.1 Definitie en situering
71
1.2 Toepasselijke bepalingen
71
2 De overeenkomst van handelsagentuur
72
2.1 Definitie en situering
72
2.2 Toepasselijke bepalingen
72
2.2.1 Toepassingsgebied en kenmerken
72
2.2.1.1 Geen gezagsrelatie
72
2.2.1.2 Permanente band
72
2.2.1.3 Tegen vergoeding
72
2.2.1.4 Handelen in naam en voor rekening van
72
2.2.1.5 Bemiddelen
73
2.2.2 Vergoeding van de handelsagent
73
2.2.2.1 Aard
73
2.2.2.2 Contractuele vrijheid
73
2.2.2.3 Ontstaan
73
2.2.2.4 Opeisbaarheid
74
2.2.3 Duur en einde van de overeenkomst
74
2.2.3.1 Bepaalde duur/onbepaalde duur (art. X.24 WER)
74
2.2.3.2 Beëindiging (art. X.16 en X.17 WER)
74
2.2.4 Het concurrentiebeding (art. X.22 WER)
76 9
Inhoud
3 De commissieovereenkomst 3.1 Definitie
77
3.2 Toepasselijke bepalingen
77
3.2.1 Kenmerken
77
3.2.1.1 In eigen naam
77
3.2.1.2 Voor rekening van
77
3.2.1.3 Commercieel karakter
77
3.2.1.4 Tegen vergoeding
77
3.2.2 Verplichtingen van de commissionair
77
3.2.2.1 Uitvoeren van een opdracht
77
3.2.2.2 Geheimhoudingsplicht
77
3.2.2.3 Verantwoordingsplicht
78
3.2.2.4 Informatieplicht
78
3.2.3 Verplichtingen van de committent
78
3.2.3.1 Voor zijn rekening nemen
78
3.2.3.2 Commissieloon betalen
78
3.2.3.3 Terugbetalen van kosten
78
4 De concessieovereenkomst
78
4.1 Definitie en situering
78
4.2 Toepasselijke bepalingen
79
4.2.1 Definitie en kenmerken
79
4.2.1.1 In eigen naam
79
4.2.1.2 Voor eigen rekening
79
4.2.2 Duur en beĂŤindiging van de overeenkomst
79
4.2.2.1 Bepaalde duur/onbepaalde duur
79
4.2.2.2 Bepaalde duur
79
4.2.2.3 Onbepaalde duur
80
4.2.3 Overige toepasselijke bepalingen
5 De franchiseovereenkomst
81
82
5.1 Definitie en situering
82
5.2 Toepasselijke bepalingen
82
5.2.1 Gemeen recht
82
5.2.2 Typeclausules
83
5.2.3 Duur en beĂŤindiging
83
5.2.4 Vergoedingen
83
6 De makelaarsovereenkomst
84
6.1 Definitie
84
6.2 Toepasselijke bepalingen
84
6.2.1 Verplichtingen van de makelaar
10
77
84
6.2.1.1 Tegenpartij zoeken
84
6.2.1.2 Informatieplicht
84
Inhoud
6.2.2 Verplichtingen van de opdrachtgever
85
6.2.2.1 Makelaarsloon betalen
85
6.2.2.2 Terugbetalen van de kosten
85
7 Precontractuele informatieverplichting bij commerciĂŤle samenwerkingsovereenkomsten
85
8 Overeenkomsten met handelstussenpersonen: casussen
86
Hoofdstuk 4 Waardepapieren, betalingstechnieken en betalingsdiensten 87 1 Inleiding
87
2 De wisselbrief (art. VII.216/2-216/76 WER)
87
2.1 Definitie en kenmerken
87
2.1.1 Waardepapier
88
2.1.2 Trekker
88
2.1.3 De betrokkene
88
2.1.4 De begunstigde
88
2.1.5 De houder/nemer
88
2.1.6 De endossant en de geĂŤndosseerde
89
2.1.7 Formeel karakter
89
2.2 Functies van de wisselbrief
89
2.2.1 De kredietfunctie
89
2.2.2 De wisselbrief als drukkingsmiddel
91
2.3 Toepasselijke bepalingen 2.3.1 Vorm en vermeldingen
91 91
2.3.1.1 De wisselclausule
91
2.3.1.2 De onvoorwaardelijke aanwijzing tot betaling van een bepaalde geldsom
92
2.3.1.3 De naam van diegene die moet betalen
92
2.3.1.4 De aanduiding van de nemer
92
2.3.1.5 De dagtekening
92
2.3.1.6 Handtekening van de trekker
92
2.3.1.7 De plaats van betaling
93
2.3.1.8 De vervaldag
93
2.3.2 Soorten wissels
93
2.3.2.1 De zichtwissel: de wisselbrief die betaalbaar is bij aanbieding
93
2.3.2.2 De nazichtwissel
93
2.3.2.3 De datowissel
93
2.3.2.4 De dagwissel
93
2.3.3 Acceptatie van de wissel
93
2.3.4 Betaling van de wisselbrief
94
2.3.5 Aval van de wisselbrief
94
2.3.6 Endossement van de wissel
94
2.3.7 Hoofdelijke aansprakelijkheid
95 11
Inhoud
3 De cheque (art. VII.216/101-216/169 WER) 3.1 Definitie en situering
95
3.2 Toepasselijke bepalingen
95
3.2.1 Vormvoorwaarden – Vermeldingen op de cheque
95
3.2.1.1 De benaming ‘cheque’
95
3.2.1.2 De onvoorwaardelijke opdracht tot betaling
95
3.2.1.3 De naam van diegene die moet betalen
96
3.2.1.4 De plaats van de betaling
96
3.2.1.5 Dagtekening en vermelding van de plaats waar de cheque is getrokken
96
3.2.1.6 De handtekening van de trekker van de cheque
96
3.2.2 Aard van het document 3.3 Betaling
96 96
3.3.1 Termijn
96
3.3.2 Herroeping
97
3.3.3 Geen acceptatie
97
3.3.4 Certificeren
97
3.3.5 Aan toonder/aan order
97
3.3.6 Kruisen
97
3.3.7 In rekening brengen van een cheque
98
3.4 Overdracht van de cheque
98
3.5 Strafbepalingen
98
4 De overschrijving
99
4.1 Definitie
99
4.2 Vorm
99
4.2.1 Overschrijvingsformulier 4.2.2 Elektronische behandeling van een overschrijving, meer bepaald door telebankieren (Phone Banking), overschrijving via computer (Isabel, home banking …) 4.3 Juridische kwalificatie
5 Betaalkaarten
99 100 101
102
5.1 Betaal- of debetkaarten
102
5.2 Kredietkaarten
103
5.2.1 Bepaling
103
5.2.2 Toepassingsgevallen
103
5.3 Mobiele betaalmiddelen
12
95
103
5.3.1 Een sector in beweging
103
5.3.2 De betaal-apps
104
5.3.3 Sms- of belkrediet
104
5.3.4 PingPing
104
6 Betalingsdiensten
105
6.1 Transparantie
105
6.2 Rechten en plichten
105
Inhoud
6.3 Betaalrekeningen en basisbankdienst
106
6.3.1 Vergelijkbaarheid van de vergoedingen voor betaalrekeningen (boek VII, titel 3, hoofdstuk 1/1)
107
6.3.2 De overstap naar een andere betaalrekening (bankrekening) (art. VII.62/2 WER)
107
6.3.3 De toegang tot betaalrekeningen met basisfuncties (boek VII, titel 3, hoofdstuk 8) 108
7 Waardepapieren, betalingstechnieken, en betalingsdiensten: casussen
109
Hoofdstuk 5 Betalingsachterstand bij handelstransacties
111
1 Toepassingsgebied
111
2 Betalingstermijn
112
2.1 Betalingstermijn afgesproken of niet
112
2.2 Laattijdige betaling
112
3 Rechtsplegingsvergoeding
113
4 Invordering onbetwiste schuldvorderingen
113
Hoofdstuk 6 Vennootschapsrecht 1 Inleiding
115 115
1.1 Krachtlijnen van het WVV
115
1.2 Overgangsmaatregelen voor de inwerkingtreding van het WVV
115
2 Definitie en soorten – uiteindelijke begunstigde
116
2.1 Het begrip vennootschap
117
2.2 Soorten vennootschappen
118
2.3 Uiteindelijke begunstigde
120
3 Het vermogen van de vennootschap – techniek van de rechtspersoonlijkheid
120
3.1 Het vermogen van de vennootschap
120
3.2 Rechtspersoonlijkheid
121
4 Algemene regels die gelden voor alle vennootschappen
122
4.1 Naam en zetel van de vennootschap
123
4.2 Oprichting – openbaarmakingsvereisten – website
123
4.3 Nietigheid
124
4.4 Algemene regels inzake bestuur
125
4.5 Uitsluiting – uittreding van een vennoot
127
4.6 Ontbinding en vereffening
128
4.6.1 Ontbinding
128
4.6.2 De vereffening
129
4.6.2.1 Vereffening – ‘eendagsvereffening’
129
4.6.2.2 Wie wordt vereffenaar?
129
13
Inhoud
4.6.2.3 Bevoegdheden
130
4.6.2.4 Verrichtingen van de vereffening
131
4.6.2.5 De sluiting van de vereffening
131
4.6.2.6 Aansprakelijkheid van de vereffenaars – strafsancties
132
4.7 Rechtsvorderingen – verjaring
133
4.8 Op welke vennootschappen is het Belgisch recht van toepassing?
133
5 Jaarrekening – controle – inzagerecht vennoten
133
5.1 Jaarrekening
133
5.2 Commissariaat
134
5.2.1 Beginselen
134
5.2.2 Benoeming – duur van het mandaat
134
5.2.3 Onafhankelijkheid en bezoldiging
135
5.2.4 Bevoegdheden
135
5.2.5 Aansprakelijkheid
136
5.3 Individuele onderzoeks- en controlebevoegdheden van vennoten en aandeelhouders
6 De maatschap – de vennootschap onder firma – de commanditaire vennootschap
136
136
6.1 Inleiding
136
6.2 Definitie – kenmerken
137
6.3 Het aandeel van de vennoten
138
6.4 Bestuur van de vennootschap – vergadering van vennoten
138
6.5 Het vennootschapsvermogen en de rechten van de schuldeisers
139
6.6 Ontbinding van de vennootschap, terugtrekking en uitsluiting van een vennoot
139
6.7 Bepalingen die bijkomend specifiek gelden voor de vennootschap onder firma en de commanditaire vennootschap 140
7 De besloten vennootschap (bv) 7.1 Algemeen
141
7.2 Oprichting
141
7.2.1 Aanvangsvermogen
141
7.2.2 Plaatsing van de aandelen
142
7.2.3 Storting van de inbrengen
143
7.2.4 Oprichtingsformaliteiten
143
7.2.5 Nietigheid
144
7.3 Effecten en hun overdracht
144
7.3.1 Algemeen
144
7.3.2 De verschillende soorten effecten
145
7.3.2.1 Aandelen
145
7.3.2.2 Obligaties
146
7.3.2.3 Inschrijvingsrechten
146
7.3.3 Overdracht en overgang van effecten 7.4 Vennootschapsorganen en algemene vergadering van aandeelhouders en obligatiehouders
14
141
146 148
Inhoud
7.4.1 Het bestuur
148
7.4.1.1 Samenstelling
148
7.4.1.2 Bezoldiging
149
7.4.1.3 Bevoegdheid en werkwijze
149
7.4.1.4 Dagelijks bestuur
151
7.4.2 Algemene vergadering van aandeelhouders
151
7.4.2.1 Bepalingen die gelden voor alle algemene vergaderingen van aandeelhouders
151
7.4.2.2 Gelijke behandeling
151
7.4.2.3 Bevoegdheden
151
7.4.2.4 Bijeenroeping van de algemene vergadering
151
7.4.2.5 Schriftelijke algemene vergadering
152
7.4.2.6 Deelneming aan de algemene vergadering
152
7.4.2.7 Verloop van de algemene vergadering – uitoefening van het stemrecht
152
7.4.2.8 Gewone algemene vergadering
153
7.4.2.9 Buitengewone algemene vergadering
153
7.4.3 Vennootschapsvordering en minderheidsvordering
154
7.4.4 Algemene vergadering van obligatiehouders
155
7.5 Het vermogen van de besloten vennootschap 7.5.1 Bijkomende inbrengen – uitgifte van nieuwe aandelen, van converteerbare obligaties en van inschrijvingsrechten
155 156
7.5.1.1 Algemene regels
156
7.5.1.2 Inbreng in geld
156
7.5.1.3 Inbreng in natura
156
7.5.1.4 Bevoegdheidsdelegatie aan het bestuursorgaan
157
7.5.2 De instandhouding van het vermogen van de vennootschap
157
7.5.2.1 Uitkeringen aan aandeelhouders – tantièmes
157
7.5.2.2 Verkrijging van eigen aandelen of certificaten
158
7.6 Uittreding en uitsluiting lastens het vennootschapsvermogen
160
7.7 Duur en ontbinding
161
8 Coöperatieve vennootschap (cv)
161
8.1 Algemeen
161
8.2 Oprichting
162
8.3 Effecten en hun overdracht en overgang
162
8.4 Vennootschapsorganen en algemene vergadering van obligatiehouders
162
8.5 Het vermogen van de vennootschap
163
9 Naamloze vennootschap (nv)
164
9.1 Algemeen
164
9.2 Oprichting
164
9.2.1 Bedrag van het kapitaal
164
9.2.2 Plaatsing van het kapitaal
165
9.2.3 Storting van het kapitaal
165 15
Inhoud
9.2.4 Oprichtingsformaliteiten
165
9.2.5 Nietigheid
166
9.3 Effecten en hun overdracht en overgang 9.3.1 Algemeen
166
9.3.2 De verschillende soorten effecten
166
9.3.2.1 Aandelen
166
9.3.2.2 Winstbewijzen
167
9.3.2.3 Obligaties
168
9.3.2.4 Inschrijvingsrechten
168
9.3.3 Overdracht en overgang van effecten
168
9.4 Vennootschapsorganen en algemene vergadering van obligatiehouders 9.4.1 Het bestuur
170 170
9.4.1.1 Het monistisch bestuur
170
9.4.1.2 De enige bestuurder
172
9.4.1.3 Duaal bestuur
172
9.4.1.4 Dagelijks bestuur
174
9.4.2 Algemene vergadering van aandeelhouders
175
9.4.2.1 Gemeenschappelijke bepalingen
175
9.4.2.2 Bevoegdheden
175
9.4.2.3 Bijeenroeping
175
9.4.2.4 Schriftelijke algemene vergadering
176
9.4.2.5 Deelneming aan de algemene vergadering
176
9.4.2.6 Verloop van de algemene vergadering – uitoefening van het stemrecht
176
9.4.2.7 Gewone algemene vergadering
177
9.4.2.8 Buitengewone algemene vergadering
177
9.4.3 Vennootschapsvordering – minderheidsvordering – deskundige
178
9.4.4 Algemene vergadering van obligatiehouders
179
9.4.4.1 Bevoegdheid
179
9.4.4.2 Bijeenroeping van de algemene vergadering van obligatiehouders
179
9.4.4.3 Deelneming aan de algemene vergadering van obligatiehouders
180
9.4.4.4 Verloop van de algemene vergadering van obligatiehouders
180
9.4.4.5 Wijze van uitoefening van het stemrecht
181
9.5 Kapitaal
181
9.5.1 Kapitaalsverhoging
181
9.5.1.1 Algemeen
181
9.5.1.2 Kapitaalverhoging bij wijze van inbreng in geld
182
9.5.1.3 Kapitaalverhoging bij wijze van inbreng in natura
183
9.5.1.4 Het toegestane kapitaal
183
9.5.1.5 Kapitaalverhoging ten gunste van het personeel
183
9.5.1.6 Garantie en aansprakelijkheid
184
9.5.2 Kapitaalvermindering
16
166
184
Inhoud
9.5.3 Instandhouding van het kapitaal
185
9.5.3.1 Winstverdeling
185
9.5.3.2 Verkrijging van eigen aandelen, winstbewijzen of certificaten.
185
9.5.3.3 Alarmbelprocedure
186
9.6 Duur en ontbinding
186
9.7 Strafbepalingen
186
10 Vereniging zonder winstoogmerk (vzw)
187
11 Verdere bepalingen
188
12 Vennootschapsrecht: casussen
192
Hoofdstuk 7 De onderneming in moeilijkheden: de insolventiewetgeving 195 1 Inleiding
195
2 Toepasselijke bepalingen
195
3 Toepassingsgebied boek XX WER
196
4 Insolventieregister
196
5 Opsporing van ondernemingen in moeilijkheden (art. XX.21 e.v. WER)
196
6 Voorlopige maatregelen
197
7 Ondernemingsbemiddelaar en minnelijk akkoord (art. XX.36 e.v. WER)
197
8 Gerechtelijke reorganisatie
198
8.1 Doelstellingen
198
8.2 Voorwaarden
198
8.3 Hoe aanvragen?
198
8.4 Gevolgen
199
8.5 Periode van opschorting
200
8.6 Minnelijk akkoord
200
8.7 Reorganisatieplan
200
8.8 Gerechtelijke reorganisatie
201
9 Het faillissement
201
9.1 Inleiding
201
9.2 Voorwaarden voor faillietverklaring
202
9.3 Inleiding van de procedure – faillietverklaring
202
9.3.1 Inleiding
202
9.3.1.1 De schuldenaar die heeft opgehouden te betalen
202
9.3.1.2 EĂŠn of meer schuldeisers
203
9.3.1.3 De Procureur des Konings
203
9.3.1.4 De voorlopige bewindvoerder
203
9.3.2 Vonnis van faillietverklaring
203 17
Inhoud
9.3.2.1 Beoordeling van de faillissementsvoorwaarden
203
9.3.2.2 Aanduiding van het personeel van het faillissement
203
9.3.2.3 Vaststelling van de datum van het ophouden van betalen (art. XX.105 WER)
204
9.3.2.4 Bij voorraad uitvoerbaarheid van het vonnis (art. XX.108 WER)
204
9.4 Gevolgen van het faillissement 9.4.1 Buitenbezitstelling en niet-tegenstelbaarheid van bepaalde handelingen
204 204
9.4.1.1 Verlies van het beheer (art. XX.110 WER)
204
9.4.1.2 Beschikkingsonbevoegdheid (art. XX.111 WER)
205
9.4.1.3 Verdachte periode
205
9.4.1.4 Niet-tegenwerpelijke handelingen tijdens de verdachte periode (art. XX.111 WER) 205 9.4.2 Opschorting van de tenuitvoerlegging (art. XX.118 WER)
206
9.4.3 Opeisbaarheid van de schulden (art. XX.116 WER)
206
9.4.4 Stuiting van de interesten (art. XX.117 WER)
206
9.5 Beheer en vereffening van het faillissement 9.5.1 Rol van de curator
206
9.5.2 Lopende contracten (art. XX.139 WER)
207
9.5.3 Aangifte en verificatie van de schuldvorderingen (art. XX.155 e.v. WER)
208
9.5.4 Eigendomsvoorbehoud en terugvordering
209
9.5.4.1 Begripsbepaling
209
9.5.4.2 Tegenstelbaarheid
209
9.5.4.3 Terugvordering
209
9.5.5 Vereffening van het faillissement
210
9.5.5.1 Vooraf: summiere rechtspleging tot sluiting van het faillissement (art. XX.135 WER)
210
9.5.5.2 Vereffening van het faillissement
210
9.6 Verdeling en sluiting
210
9.6.1 Verdeling 
210
9.6.2 Sluiting
210
9.7 Kwijtschelding
211
9.8 Aansprakelijkheid van bestuurders
211
10 De onderneming in moeilijkheden: casussen
18
206
212
Inhoud
Deel III Marktrecht 215 Hoofdstuk 1 Boek VI WER ‘Marktpraktijken en Consumentenbescherming’ 217 1 Inleiding
217
2 Toepassingsgebied
220
2.1 Vrije beroepen
220
2.2 Definities (boek I WER)
221
2.2.1 Onderneming
221
2.2.2 Consument
222
2.2.3 Producten, goederen en diensten
222
3 Informatie van de markt 3.1 Prijsaanduiding
222 224
3.1.1 Goederen (art. VI.3, § 1 WER)
224
3.1.2 Diensten (art. VI.3, § 2 WER)
225
3.1.2.1 Homogene diensten
225
3.1.2.2 Niet-homogene diensten
226
3.1.3 Aanduiding prijs per meeteenheid
226
3.1.4 Afronding van het totaalbedrag (art. VI.7/1)
227
3.2 Benaming, samenstelling en etikettering van producten (art. VI.8-10 WER)
228
3.3 Aanduiding van de hoeveelheid (art. VI.11-16 WER)
229
3.4 Geregistreerde benamingen (art. I.8, 4° WER en art. VI.124-127 WER)
229
3.5 Vergelijkende reclame (art. VI.17 WER)
230
3.6 Promoties inzake prijzen
231
3.6.1 Uitverkopen (art. VI.22-24 WER) 232 3.6.2 Opruiming of solden (art. VI.25-30 WER)
233
3.6.3 Titels die recht geven op terugbetaling of prijsvermindering (art. VI.31-33 WER)
234
3.7 Uitgeputte voorraad (art. VI.34 WER)
4 Overeenkomsten met consumenten
235
235
4.1 Algemene bepalingen
236
4.2 Overeenkomsten op afstand
237
4.2.1 Inleiding
237
4.2.2 Overeenkomsten op afstand met betrekking tot niet-financiële diensten (art. VI.45-53 WER)
238
4.2.2.1 Precontractuele informatie
238
4.2.2.2 Contractuele informatie
244
4.2.2.3 Het herroepingsrecht
244
4.2.3 Overeenkomsten op afstand met betrekking tot financiële diensten (art. VI.54-63 WER)
248
19
Inhoud
4.3 Buiten verkoopruimten gesloten overeenkomsten (art. VI.64-74 WER)
250
4.3.1 Uitzonderingen
251
4.3.2 Precontractuele informatie
251
4.3.3 Herroepingsrecht
252
4.3.3.1 Uitvoering van het herroepingsrecht
253
4.3.3.2 Uitzonderingen op het herroepingsrecht
253
4.4 Openbare verkoop (art. VI.75-79 WER)
254
4.5 Gezamenlijk aanbod (art. VI.80-81 WER)
255
4.6 Onrechtmatige bedingen
256
4.6.1 Onrechtmatige bedingen tussen ondernemingen en consumenten (art. VI.82-87 WER)
256
4.6.2 Onrechtmatige bedingen tussen ondernemingen (art. VI.91/2-91/6 WER)
257
4.7 Bestelbon (art. VI.88 WER)
258
4.8 Bewijsstukken (art. VI.89-90 WER)
258
4.9 Verlenging van dienstenovereenkomsten (art. VI.91 WER)
259
5 Verboden praktijken
259
5.1 Inleiding
259
5.2 Oneerlijke handelspraktijken t.a.v. consumenten (art. VI.92-103 WER)
260
5.2.1 Oneerlijke handelspraktijken
261
5.2.2 Misleidende handelspraktijken
261
5.2.2.1 Misleidende handelingen
261
5.2.2.2 Misleidende omissie
263
5.2.2.3 Zwarte lijst van misleidende handelspraktijken
264
5.2.3 Agressieve handelspraktijken
267
5.3 Oneerlijke marktpraktijken tussen ondernemingen (art. VI.103/1-109/3 WER) 268 5.3.1 Oneerlijke marktpraktijken (art. VI.104-104/1 WER)
269
5.3.2 Misleidende marktpraktijken (art. VI.105-109 WER)
269
5.3.3 Agressieve marktpraktijken (art. VI.109/1-109/3 WER)
271
5.4 Ongewenste communicaties (art. VI.110-115 WER)
272
5.5 Verkoop met verlies (art. VI.116-117 WER)
273
6 Vordering tot staking
274
7 Handhaving (art. boek XV WER)
275
8 Marktpraktijken en consumentenbescherming: casussen
276
Hoofdstuk 2 Wet betreffende de bescherming van de consumenten bij de verkoop van consumptiegoederen 279 1 Toepassingsgebied
20
279
1.1 Consument (art. 1649bis, § 1, 1° BW)
279
1.2 Verkoper (art. 1649bis, § 1, 2° BW)
279
1.3 Consumptiegoederen (art. 1649bis, § 1, 3° BW)
280
Inhoud
1.4 Producent (art. 1649bis, § 1, 4° BW)
280
1.5 Garantie (art. 1649bis, § 1, 5° BW)
280
1.6 Herstelling (art. 1649bis, § 1, 6° BW)
280
2 Conformiteit van consumptiegoederen (art. 1649 ter BW) 280 3 Termijnen van de wettelijke garantie (art. 1649quater BW) 281 3.1 Termijn van de wettelijke garantie
281
3.2 Meldingstermijn
281
3.3 Verstrijking
282
4 Rechten van de consument (art. 1649quinquies BW) 282 5 De commerciële garantie (art. 1649septies BW) 282 6 De vordering tot staking
282
7 Bescherming van de consument bij verkoop van consumptiegoederen : casussen
283
Hoofdstuk 3 Consumentenkrediet 285 1 Algemeen
285
2 Definities en toepassingsgebied
285
2.1 Definities (art. I.9 WER)
285
2.2 Toepassingsgebied (art. VII.2 WER)
289
3 De regels inzake kredietpromotie
290
3.1 De reglementering inzake reclame (art. VII.64 WER)
290
3.2 De regelgeving omtrent leuren, mailings en promotieaanbiedingen (art. VII.67 en VII.68 WER)
292
4 De kredietovereenkomst
293
4.1 Verplichting tot informatie en raadgevingsplicht (art. VII.69-75 WER)
293
4.2 De onderzoeksverplichtingen (art. VII.76 en VII.77 WER)
293
4.3 De kredietovereenkomst (art. VII.78 WER)
294
4.4 De mogelijkheid van de consument om af te zien van de overeenkomst (art. VII.83 WER)
295
4.5 Uitvoering van de kredietovereenkomst
296
4.5.1 Terbeschikkingstelling van het kredietbedrag (art. VII.90 WER)
296
4.5.2 Financiering van goederen en diensten (art. VII.91-93 WER)
296
4.5.3 Max jaarlijks kostenpercentage (art. VII.94 WER)
297
4.5.4 Terugbetalingstermijn en vervroegde terugbetaling (art. VII.95 WER)
297
4.5.5 Overdracht van de overeenkomst en van de vorderingen uit de kredietovereenkomst (art. VII.102-104 WER)
298
4.5.6 Gevolgen van de niet-uitvoering van de kredietovereenkomst door de consument (art. VII.105-108 WER)
298
5 Onrechtmatige bedingen (art. VII.84-86 WER)
299
6 Zekerheden (art. VII.109-111 WER)
300 21
7 Bijzondere regels voor bepaalde kredietovereenkomsten
300
8 Kredietbemiddelaars (art. VII.112-114)
301
9 Verwerking van persoonsgegevens betreffende het consumentenkrediet (art. VI.116-119 WER)
301
10 Controle en toezicht
301
11 Sancties
302
12 Consumentenkrediet: casussen
303