A G E N D A 3/4
ISBN 978-90-306-7523-5
563675
9 789030 675235
vanin.be
A G E N D A
Voornaam
3/4
Kleef hier een foto van jezelf of van je avatar.
Naam Mijn adres Telefoon ouders E-mail ouders Wie verwittigen bij ongeval of ziekte? Huisarts
Schooljaar Klas Leerkracht Schoolwebsite
1
Agendawijzer september maandag
taken
19
lessen
Hier schrijf je de naam van de maand.
Ik maak mijn huiswerk. Schrijf hier welke taken je thuis nog moet maken en welke lessen je moet leren.
Er staat een taak klaar.
dinsdag
taken
20
lessen
taken
21
lessen
taken
22
lessen
X Oefen zelf:
Hier vind je welke taken je op Bingel moet maken.
WO: toets p. 16-28 Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
taken lessen
heen en weer 2
10
X
Oefen zelf:
spelling: dictee WP4
X vrijdag
Lukte je huiswerk goed of ging het moeilijk? Kleur het vakje of zet een kruisje.
Hier schrijf je de datum.
Er staat een taak klaar.
donderdag
Oefen zelf:
wiskunde: schrift p. 23 oef. 3-6
Er staat een taak klaar.
woensdag
vlot moeilijk
Als je leerkracht of je ouders iets willen vertellen, schrijven ze het hier.
Ik plan.
Wat moet ik afgeven of meebrengen?
paraaf
Hier kun je je taken en lessen plannen. Welke zaken mag je zeker niet vergeten? Schrijf ze hier.
spelling WP4 oefenen
X
X Laat je agenda elke dag ondertekenen.
X
Je moet thuis een brief afgeven. Je moet je zwemgerief meebrengen, want donderdag is er zwemles. Je hebt vrijdag een lunchpakket nodig. Vergeet het niet mee te brengen!
lunchpakket
We werken aan:
Handtekening
11
3
Bingelwijzer Beste ouders Op het gratis online oefen- en takenplatform Bingel kan je kind oefenen op wat het in de klas heeft geleerd. Bingel is toegankelijk op elke computer of tablet via www.bingel.be. Hoe werkt Bingel? - Je kind logt in met de gegevens die het van de juf of meester kreeg. - De taken die de leerkracht heeft klaargezet staan op het startscherm, je kind kan ook zelfstandig oefenen op het Bingeleiland. - De oefeningen zijn automatisch op het niveau en tempo van je kind. - Bij een fout antwoord krijgt je kind feedback van zijn avatar en mag het nog een keer proberen. Soms is er ook een filmpje bij met meer uitleg. - Als je kind goed oefent, krijgt het pingping. Hiermee kan het een spelletje spelen of zijn avatar aanpassen. Oefenen op Bingel kan ook via de gratis app Bingel Raket leerling (downloadbaar in de App Store, Google Play Store of Windows Store). Via een scan van een pagina uit het werkschrift kom je automatisch bij de juiste oefeningen in Bingel.
Inloggen op Bingel Als je school toegang heeft tot Bingel, zijn dit je persoonlijke gegevens om in te loggen via www.bingel.be of om de Bingel Raket leerlingen-app te gebruiken. Deze gegevens zijn net als een huissleutel, ze zijn er enkel voor jezelf en je geeft ze aan niemand anders.
Schoolcode Klas Klasnummer Wachtwoord
Veel oefenplezier op Bingel.
4
lessen Er staat een taak klaar.
dinsdag
Oefen zelf:
Post
Taken taken maken op Bingel Staat er een taak klaar op Bingel? lessen Dan zie je de taak op je startscherm.
X Er staat een taak klaar. woensdag
taken
Oefen zelf:
Je hebt nog ... dagen om de taak te maken.
lessen
Ik maak mijn huiswerk.Ik maak mijn Voorbeeld uit huiswerk. maandag donderdag
3 zelf: Er staat een taak klaar.leerjaarOefen
taken taken
Mijn startscherm
vlot moeilijk
Naar het eiland
vlot moeilijk
Ik plan.
Ik plan. Wat
Mijn taken
lessen lessen Er staat een taak klaar.
dinsdag vrijdag
Oefen Er staatzelf: een taak klaar. Oefen zelf: een taak klaar. Oefen zelf: Oefenen EropstaatBingel taken Staan takener Bingeloefeningen in je agenda? Dan
kun je ze heel gemakkelijk terugvinden op het lessen Bingeleiland. lessen
Er staat een taak klaar.
woensdag heen en weer
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf: Oefen zelf:
taken lessen
Er staat een taak klaar.
10
donderdag
Er staatzelf: een taak klaar. X Oefen
Oefen Er staatzelf: een taak klaar.
Oefen zelf:
Schrijf dan het nummer van het hoofdstuk.
taken lessen
Er staat een taak klaar.
vrijdag
Schrijf eerst de plaats op het eiland waar je moet oefenen, bv. school (s).
Oefen Er staatzelf: een taak klaar.
taken
Oefen zelf:
Schrijf als laatste de nummers van de oefeningen die je moet maken.
Voorbeeld uit leerjaar 3
lessen Er staat een taak klaar.
heen en weer 10
Oefen Er staatzelf: een taak klaar.
Oefen zelf:
We werken aan
Handtekening 5
Het eiland van het 3e leerjaar Duid op het eiland de plaatsen aan waar je kunt oefenen. Schrijf er een naam of afkorting bij. Doe dit samen met je leerkracht.
6
Het eiland van het 4e leerjaar Duid op het eiland de plaatsen aan waar je kunt oefenen. Schrijf er een naam of afkorting bij. Doe dit samen met je leerkracht.
7
Schooljaarkalender september
oktober
december
januari
1
1
1
1
1 Nieuwjaar
2
2
2
2
2
3
3
3
3
3
4
4 Werelddierendag
4
4
4
5
5 Dag van de leerkracht
5
5
5
6
6
6
6 Sinterklaas
6
7
7
7
7
7
8
8
8
8
8
9
9
9
9
9
10
10
10
10
10
11
11
11 Wapenstilstand
11
11
12
12
12
12
12
13
13
13
13
13
14
14
14
14
14
15
15
15
15
15
16
16
16
16
16
17
17
17
17
17
18
18
18
18
18
19
19
19
19
19
20
20
20 Kinderrechtendag
20
20
21
21
21
21
21
22
22
22
22
22
23
23
23
23
23
24
24
24
24
24
25
25
25
25 Kerstmis
25
26
26
26
26
26
27
27
27
27
27
28
28
28
28
28
29
29
29
29
29
30
30
30
30
30
31
31 Dag van de directeur
31
8
november
Vul de kalender aan: feestdagen, leeruitstappen, projecten, … of kleef een exemplaar ervan in.
februari
maart
april
mei
juni
1
1 Complimentendag
1
1 Dag van de arbeid
1
2
2
2
2
2
3
3
3
3
3
4
4
4
4
4
5
5
5
5
5
6
6
6
6
6
7
7
7
7
7
8
8
8
8
8
9
9
9
9
9
10
10
10
10
10
11
11
11
11
11
12
12
12
12
12
13a
13
13
13
13
14
14
14
14
14
15
15
15
15
15
16
16
16
16
16
17
17
17
17
17
18
18
18
18
18
19
19
19
19
19
20
20
20
20
20
21
21
21
21
21
22
22
22
22
22
23
23
23
23
23
24
24
24
24
24
25
25
25
25
25
26
26
26
26
26
27
27
27
27
27
28
28
28
28
28
29
29
29
29
29
30
30
30
30
31
31
9
Ik maak mijn huiswerk. maandag
taken lessen
dinsdag
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
taken lessen
woensdag
taken lessen
donderdag
taken lessen
vrijdag
taken lessen
heen en weer 10
vlot moeilijk
Ik plan.
Wat moet ik afgeven of meebrengen?
paraaf
We werken aan:
Handtekening 11
Ik maak mijn huiswerk. maandag
taken lessen
dinsdag
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
taken lessen
woensdag
taken lessen
donderdag
taken lessen
vrijdag
taken lessen
heen en weer 12
alleen met hulp
Ik plan.
Wat moet ik afgeven of meebrengen?
paraaf
We werken aan:
Handtekening 13
Ik maak mijn huiswerk. maandag
taken lessen
dinsdag
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
taken lessen
woensdag
taken lessen
donderdag
taken lessen
vrijdag
taken lessen
heen en weer 14
vlot moeilijk
Ik plan.
Wat moet ik afgeven of meebrengen?
paraaf
We werken aan:
Handtekening 15
Ik maak mijn huiswerk. maandag
taken lessen
dinsdag
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
taken lessen
woensdag
taken lessen
donderdag
taken lessen
vrijdag
taken lessen
heen en weer 16
alleen met hulp
Ik plan.
Wat moet ik afgeven of meebrengen?
paraaf
We werken aan:
Handtekening 17
Ik maak mijn huiswerk. maandag
taken lessen
dinsdag
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
taken lessen
woensdag
taken lessen
donderdag
taken lessen
vrijdag
taken lessen
heen en weer 18
vlot moeilijk
Ik plan.
Wat moet ik afgeven of meebrengen?
paraaf
We werken aan:
Handtekening 19
Ik maak mijn huiswerk. maandag
taken lessen
dinsdag
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
taken lessen
woensdag
taken lessen
donderdag
taken lessen
vrijdag
taken lessen
heen en weer 20
alleen met hulp
Ik plan.
Wat moet ik afgeven of meebrengen?
paraaf
We werken aan:
Handtekening 21
Ik maak mijn huiswerk. maandag
taken lessen
dinsdag
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
taken lessen
woensdag
taken lessen
donderdag
taken lessen
vrijdag
taken lessen
heen en weer 22
vlot moeilijk
Ik plan.
Wat moet ik afgeven of meebrengen?
paraaf
We werken aan:
Handtekening 23
Ik maak mijn huiswerk. maandag
taken lessen
dinsdag
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
taken lessen
woensdag
taken lessen
donderdag
taken lessen
vrijdag
taken lessen
heen en weer 24
alleen met hulp
Ik plan.
Wat moet ik afgeven of meebrengen?
paraaf
We werken aan:
Handtekening 25
Ik maak mijn huiswerk. maandag
taken lessen
dinsdag
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
taken lessen
woensdag
taken lessen
donderdag
taken lessen
vrijdag
taken lessen
heen en weer 26
vlot moeilijk
Ik plan.
Wat moet ik afgeven of meebrengen?
paraaf
We werken aan:
Handtekening 27
Ik maak mijn huiswerk. maandag
taken lessen
dinsdag
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
taken lessen
woensdag
taken lessen
donderdag
taken lessen
vrijdag
taken lessen
heen en weer 28
alleen met hulp
Ik plan.
Wat moet ik afgeven of meebrengen?
paraaf
We werken aan:
Handtekening 29
Ik maak mijn huiswerk. maandag
taken lessen
dinsdag
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
taken lessen
woensdag
taken lessen
donderdag
taken lessen
vrijdag
taken lessen
heen en weer 30
vlot moeilijk
Ik plan.
Wat moet ik afgeven of meebrengen?
paraaf
We werken aan:
Handtekening 31
Ik maak mijn huiswerk. maandag
taken lessen
dinsdag
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
taken lessen
woensdag
taken lessen
donderdag
taken lessen
vrijdag
taken lessen
heen en weer 32
alleen met hulp
Ik plan.
Wat moet ik afgeven of meebrengen?
paraaf
We werken aan:
Handtekening 33
Ik maak mijn huiswerk. maandag
taken lessen
dinsdag
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
taken lessen
woensdag
taken lessen
donderdag
taken lessen
vrijdag
taken lessen
heen en weer 34
vlot moeilijk
Ik plan.
Wat moet ik afgeven of meebrengen?
paraaf
We werken aan:
Handtekening 35
Ik maak mijn huiswerk. maandag
taken lessen
dinsdag
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
taken lessen
woensdag
taken lessen
donderdag
taken lessen
vrijdag
taken lessen
heen en weer 36
alleen met hulp
Ik plan.
Wat moet ik afgeven of meebrengen?
paraaf
We werken aan:
Handtekening 37
Ik maak mijn huiswerk. maandag
taken lessen
dinsdag
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
taken lessen
woensdag
taken lessen
donderdag
taken lessen
vrijdag
taken lessen
heen en weer 38
vlot moeilijk
Ik plan.
Wat moet ik afgeven of meebrengen?
paraaf
We werken aan:
Handtekening 39
Ik maak mijn huiswerk. maandag
taken lessen
dinsdag
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
taken lessen
woensdag
taken lessen
donderdag
taken lessen
vrijdag
taken lessen
heen en weer 40
alleen met hulp
Ik plan.
Wat moet ik afgeven of meebrengen?
paraaf
We werken aan:
Handtekening 41
Ik maak mijn huiswerk. maandag
taken lessen
dinsdag
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
taken lessen
woensdag
taken lessen
donderdag
taken lessen
vrijdag
taken lessen
heen en weer 42
vlot moeilijk
Ik plan.
Wat moet ik afgeven of meebrengen?
paraaf
We werken aan:
Handtekening 43
Ik maak mijn huiswerk. maandag
taken lessen
dinsdag
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
taken lessen
woensdag
taken lessen
donderdag
taken lessen
vrijdag
taken lessen
heen en weer 44
alleen met hulp
Ik plan.
Wat moet ik afgeven of meebrengen?
paraaf
We werken aan:
Handtekening 45
Ik maak mijn huiswerk. maandag
taken lessen
dinsdag
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
taken lessen
woensdag
taken lessen
donderdag
taken lessen
vrijdag
taken lessen
heen en weer 46
vlot moeilijk
Ik plan.
Wat moet ik afgeven of meebrengen?
paraaf
We werken aan:
Handtekening 47
Ik maak mijn huiswerk. maandag
taken lessen
dinsdag
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
taken lessen
woensdag
taken lessen
donderdag
taken lessen
vrijdag
taken lessen
heen en weer 48
alleen met hulp
Ik plan.
Wat moet ik afgeven of meebrengen?
paraaf
We werken aan:
Handtekening 49
Ik maak mijn huiswerk. maandag
taken lessen
dinsdag
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
taken lessen
woensdag
taken lessen
donderdag
taken lessen
vrijdag
taken lessen
heen en weer 50
vlot moeilijk
Ik plan.
Wat moet ik afgeven of meebrengen?
paraaf
We werken aan:
Handtekening 51
Ik maak mijn huiswerk. maandag
taken lessen
dinsdag
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
taken lessen
woensdag
taken lessen
donderdag
taken lessen
vrijdag
taken lessen
heen en weer 52
alleen met hulp
Ik plan.
Wat moet ik afgeven of meebrengen?
paraaf
We werken aan:
Handtekening 53
Ik maak mijn huiswerk. maandag
taken lessen
dinsdag
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
taken lessen
woensdag
taken lessen
donderdag
taken lessen
vrijdag
taken lessen
heen en weer 54
vlot moeilijk
Ik plan.
Wat moet ik afgeven of meebrengen?
paraaf
We werken aan:
Handtekening 55
Ik maak mijn huiswerk. maandag
taken lessen
dinsdag
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
taken lessen
woensdag
taken lessen
donderdag
taken lessen
vrijdag
taken lessen
heen en weer 56
alleen met hulp
Ik plan.
Wat moet ik afgeven of meebrengen?
paraaf
We werken aan:
Handtekening 57
Ik maak mijn huiswerk. maandag
taken lessen
dinsdag
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
taken lessen
woensdag
taken lessen
donderdag
taken lessen
vrijdag
taken lessen
heen en weer 58
vlot moeilijk
Ik plan.
Wat moet ik afgeven of meebrengen?
paraaf
We werken aan:
Handtekening 59
Ik maak mijn huiswerk. maandag
taken lessen
dinsdag
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
taken lessen
woensdag
taken lessen
donderdag
taken lessen
vrijdag
taken lessen
heen en weer 60
alleen met hulp
Ik plan.
Wat moet ik afgeven of meebrengen?
paraaf
We werken aan:
Handtekening 61
Ik maak mijn huiswerk. maandag
taken lessen
dinsdag
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
taken lessen
woensdag
taken lessen
donderdag
taken lessen
vrijdag
taken lessen
heen en weer 62
vlot moeilijk
Ik plan.
Wat moet ik afgeven of meebrengen?
paraaf
We werken aan:
Handtekening 63
Ik maak mijn huiswerk. maandag
taken lessen
dinsdag
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
taken lessen
woensdag
taken lessen
donderdag
taken lessen
vrijdag
taken lessen
heen en weer 64
alleen met hulp
Ik plan.
Wat moet ik afgeven of meebrengen?
paraaf
We werken aan:
Handtekening 65
Ik maak mijn huiswerk. maandag
taken lessen
dinsdag
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
taken lessen
woensdag
taken lessen
donderdag
taken lessen
vrijdag
taken lessen
heen en weer 66
vlot moeilijk
Ik plan.
Wat moet ik afgeven of meebrengen?
paraaf
We werken aan:
Handtekening 67
Ik maak mijn huiswerk. maandag
taken lessen
dinsdag
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
taken lessen
woensdag
taken lessen
donderdag
taken lessen
vrijdag
taken lessen
heen en weer 68
alleen met hulp
Ik plan.
Wat moet ik afgeven of meebrengen?
paraaf
We werken aan:
Handtekening 69
Ik maak mijn huiswerk. maandag
taken lessen
dinsdag
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
taken lessen
woensdag
taken lessen
donderdag
taken lessen
vrijdag
taken lessen
heen en weer 70
vlot moeilijk
Ik plan.
Wat moet ik afgeven of meebrengen?
paraaf
We werken aan:
Handtekening 71
Ik maak mijn huiswerk. maandag
taken lessen
dinsdag
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
taken lessen
woensdag
taken lessen
donderdag
taken lessen
vrijdag
taken lessen
heen en weer 72
alleen met hulp
Ik plan.
Wat moet ik afgeven of meebrengen?
paraaf
We werken aan:
Handtekening 73
Ik maak mijn huiswerk. maandag
taken lessen
dinsdag
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
taken lessen
woensdag
taken lessen
donderdag
taken lessen
vrijdag
taken lessen
heen en weer 74
vlot moeilijk
Ik plan.
Wat moet ik afgeven of meebrengen?
paraaf
We werken aan:
Handtekening 75
Ik maak mijn huiswerk. maandag
taken lessen
dinsdag
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
taken lessen
woensdag
taken lessen
donderdag
taken lessen
vrijdag
taken lessen
heen en weer 76
alleen met hulp
Ik plan.
Wat moet ik afgeven of meebrengen?
paraaf
We werken aan:
Handtekening 77
Ik maak mijn huiswerk. maandag
taken lessen
dinsdag
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
taken lessen
woensdag
taken lessen
donderdag
taken lessen
vrijdag
taken lessen
heen en weer 78
vlot moeilijk
Ik plan.
Wat moet ik afgeven of meebrengen?
paraaf
We werken aan:
Handtekening 79
Ik maak mijn huiswerk. maandag
taken lessen
dinsdag
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
taken lessen
woensdag
taken lessen
donderdag
taken lessen
vrijdag
taken lessen
heen en weer 80
alleen met hulp
Ik plan.
Wat moet ik afgeven of meebrengen?
paraaf
We werken aan:
Handtekening 81
Ik maak mijn huiswerk. maandag
taken lessen
dinsdag
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
taken lessen
woensdag
taken lessen
donderdag
taken lessen
vrijdag
taken lessen
heen en weer 82
vlot moeilijk
Ik plan.
Wat moet ik afgeven of meebrengen?
paraaf
We werken aan:
Handtekening 83
Ik maak mijn huiswerk. maandag
taken lessen
dinsdag
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
Er staat een taak klaar.
Oefen zelf:
taken lessen
woensdag
taken lessen
donderdag
taken lessen
vrijdag
taken lessen
heen en weer 84
alleen met hulp
Ik plan.
Wat moet ik afgeven of meebrengen?
paraaf
We werken aan:
Handtekening 85
maandag
dinsdag
Lessen- en activiteitenrooster van ... tot ... uur
pauze
donderdag
pauze
vrijdag
Vul het lessen- en activiteitenrooster samen met de leerkracht in of kleef een exemplaar ervan in.
woensdag
pauze
middagpauze
na schooltijd
86
Onderstaande strookjes mogen enkel gebruikt worden als je kind niet langer dan drie opeenvolgende kalenderdagen afwezig was wegens ziekte. Bezorg het strookje aan de leerkracht. In de volgende gevallen is een medisch attest van een arts noodzakelijk (zie schoolreglement): • Je kind is langer dan drie opeenvolgende kalenderdagen afwezig wegens ziekte. • Vanaf de vijfde keer dat je kind omwille van ziekte één tot en met drie opeenvolgende kalenderdagen afwezig is.
Afwezigheid wegens ziekte gedurende één tot en met drie opeenvolgende kalenderdagen Ondergetekende
4
verklaart dat afwezig was wegens ziekte van
klas -
-
Handtekening
tot en met
-
-
Datum
-
-
Afwezigheid wegens ziekte gedurende één tot en met drie opeenvolgende kalenderdagen Ondergetekende
3
verklaart dat afwezig was wegens ziekte van
klas -
-
Handtekening
tot en met
-
-
Datum
-
-
Afwezigheid wegens ziekte gedurende één tot en met drie opeenvolgende kalenderdagen Ondergetekende
2
verklaart dat afwezig was wegens ziekte van
klas -
-
Handtekening
tot en met
-
-
Datum
-
-
Afwezigheid wegens ziekte gedurende één tot en met drie opeenvolgende kalenderdagen Ondergetekende
1
verklaart dat afwezig was wegens ziekte van Handtekening
klas -
-
tot en met
-
-
Datum
-
87
Agenda 3e en 4e leerjaar Illustraties bingel 3e leerjaar: Freek Van Haagen Illustraties bingel 4e leerjaar: Brun Croes Omslagontwerp: D’hondt-Ravijts Lay-out en zetwerk: D’hondt-Ravijts © Van In, Wommelgem, 2015 Alle rechten voorbehouden. Behoudens de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden vermenigvuldigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt, op welke wijze ook, zonder de voorafgaande en schriftelijke toestemming van de uitgever. Eerste druk, zesde bijdruk 2020 ISBN 978-90-306-7523-5 D/2015/0078/93 Art. 563675/06 NUR 190