Skip to main content

Klasagenda 2 staand

Page 1

A G E N D A 2

ISBN 978-90-306-7522-8

563674

9 789030 675228

vanin.be


A G E N D A

2

Kleef hier een foto van jezelf of van je avatar.

Voornaam Naam Mijn adres

Telefoon ouders

E-mail ouders

Wie verwittigen bij ongeval of ziekte?

Huisarts

Schooljaar Klas Leerkracht

1


Agendawijzer Schrijf hier de naam van de maand.

september maandag

19

Ik maak mijn huiswerk.

p. 13

Lukte je huiswerk goed of ging het moeilijk? Kleur het vakje of zet een kruisje.

p. 22 Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

dinsdag

Schrijf hier wat je thuis nog moet lezen.

20

Schrijf hier wat je thuis nog moet schrijven. Schrijf hier als je thuis nog moet rekenen.

Er staat een taak klaar.

woensdag

21

Oefen zelf:

Hier vind je welke taken je op Bingel moet maken.

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

donderdag

22

Schrijf hier het nummer van de dag.

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

vrijdag

2

10

vlot moeilijk

X X


Wat moet ik afgeven of meebrengen?

heen en weer

paraaf

X Laat je agenda elke dag ondertekenen.

Zet een kruisje als je thuis een brief moet afgeven.

X Zet een kruisje als je morgen gaat zwemmen.

Welke zaken mag je zeker niet vergeten? Schrijf ze hier.

schort

Als je leerkracht of je ouders iets willen vertellen, schrijven ze het hier.

Hier ondertekent je leerkracht elke week.

handtekening 11

3


Bingelwijzer Beste ouders Op het gratis online oefen- en takenplatform Bingel kan je kind oefenen op wat het in de klas heeft geleerd. Bingel is toegankelijk op elke computer of tablet via www.bingel.be. Hoe werkt Bingel? - Je kind logt in met de gegevens die het van de juf of meester kreeg. - De taken die de leerkracht heeft klaargezet staan op het startscherm, je kind kan ook zelfstandig oefenen op het Bingeleiland. - De oefeningen zijn automatisch op het niveau en tempo van je kind. - Bij een fout antwoord krijgt je kind feedback van zijn avatar en mag het nog een keer proberen. Soms is er ook een filmpje bij met meer uitleg. - Als je kind goed oefent, krijgt het pingping. Hiermee kan het een spelletje spelen of zijn avatar aanpassen. Oefenen op Bingel kan ook via de gratis app Bingel Raket leerling (downloadbaar in de App Store, Google Play Store of Windows Store). Via een scan van een pagina uit het werkschrift kom je automatisch bij de juiste oefeningen in Bingel.

Inloggen op Bingel Als je school toegang heeft tot Bingel, zijn dit je persoonlijke gegevens om in te loggen via www.bingel.be of om de Bingel Raket leerlingen-app te gebruiken. Deze gegevens zijn net als een huissleutel, ze zijn er enkel voor jezelf en je geeft ze aan niemand anders.

Schoolcode Klas Klasnummer Wachtwoord

Veel oefenplezier op Bingel. 4


Knoppen op Bingel Als je bingelt, zie je heel wat knoppen staan.

Deze knop toont je waar je kunt oefenen op het Bingeleiland.

Met deze knop ga je terug naar het vorige scherm.

Met deze knop sluit je een oefening af, ook al ben je nog niet klaar. Je verdient dan geen ik maak mijn huiswerk. pingping.

Als je op deze knop drukt, hoor je een geluid.

Als je op deze knop drukt, krijg je info en filmpjes om Bingel goed te kunnen gebruiken. vlot moeilijk

Deze knop gebruik je om uit te loggen. Je stopt dan met Bingel.

wat moet ik afgeven of m

maandag

Taken maken op Bingel

dinsdag

staatklaar een taak Staat er eenertaak op klaar. Bingel? oefen zelf: Dan zie je de taak op je startscherm.

X er staat een taak klaar. woensdag

oefen zelf:

Je hebt nog ... dagen om de taak te maken. er staat een taak klaar.

donderdag

Post

oefen zelf:

voorbeeld uit leerjaar 2

Mijn startscherm er staat een taak klaar.

oefen zelf:

Naar het eiland

Mijn taken 5


er staat een taak klaar.

oefen er staatzelf: een taak klaar.

oefen zelf:

dinsdag

Oefenen op bingel er staat een taak klaar.

er staatzelf: een taak klaar. X oefen

oefen zelf:

woensdag Staan er Bingeloefeningen in je agenda? Dan kun je ze heel gemakkelijk terugvinden op het Bingeleiland.

er staat een taak klaar.

donderdag

er staat een taak klaar.

oefen er staatzelf: een taak klaar.

oefen zelf:

Schrijf eerst de plaats op het eiland waar je moet oefenen, bv. rots (r).

oefen er staatzelf: een taak klaar.

oefen zelf:

vrijdag Schrijf dan het nummer van het hoofdstuk. er staat een taak klaar.

oefen er staatzelf: een taak klaar.

oefen zelf:

10

Schrijf als laatste de nummers van de oefeningen die je moet maken.

voorbeeld uit leerjaar 2

6


Het eiland van het 2e leerjaar Duid op het eiland de plaatsen aan waar je kunt oefenen. Schrijf er een naam of afkorting bij. Doe dit samen met je leerkracht.

7


Schooljaarkalender september

oktober

december

januari

1

1

1

1

1 Nieuwjaar

2

2

2

2

2

3

3

3

3

3

4

4 Werelddierendag

4

4

4

5

5 Dag van de leerkracht

5

5

5

6

6

6

6 Sinterklaas

6

7

7

7

7

7

8

8

8

8

8

9

9

9

9

9

10

10

10

10

10

11

11

11 Wapenstilstand

11

11

12

12

12

12

12

13

13

13

13

13

14

14

14

14

14

15

15

15

15

15

16

16

16

16

16

17

17

17

17

17

18

18

18

18

18

19

19

19

19

19

20

20

20 Kinderrechtendag

20

20

21

21

21

21

21

22

22

22

22

22

23

23

23

23

23

24

24

24

24

24

25

25

25

25 Kerstmis

25

26

26

26

26

26

27

27

27

27

27

28

28

28

28

28

29

29

29

29

29

30

30

30

30

30

31

31 Dag van de directeur

31

8

november


Vul de kalender aan: feestdagen, leeruitstappen, projecten, … of kleef een exemplaar ervan in. februari

maart

april

mei

juni

1

1 Complimentendag

1

1 Dag van de arbeid

1

2

2

2

2

2

3

3

3

3

3

4

4

4

4

4

5

5

5

5

5

6

6

6

6

6

7

7

7

7

7

8

8

8

8

8

9

9

9

9

9

10

10

10

10

10

11

11

11

11

11

12

12

12

12

12

13a

13

13

13

13

14

14

14

14

14

15

15

15

15

15

16

16

16

16

16

17

17

17

17

17

18

18

18

18

18

19

19

19

19

19

20

20

20

20

20

21

21

21

21

21

22

22

22

22

22

23

23

23

23

23

24

24

24

24

24

25

25

25

25

25

26

26

26

26

26

27

27

27

27

27

28

28

28

28

28

29

29

29

29

29

30

30

30

30

31

31

9


Ik maak mijn huiswerk. maandag

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

dinsdag

woensdag

donderdag

vrijdag

10

vlot moeilijk


Wat moet ik afgeven of meebrengen?

heen en weer

paraaf

handtekening 11


Ik maak mijn huiswerk. maandag

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

dinsdag

woensdag

donderdag

vrijdag

12

alleen met hulp


Wat moet ik afgeven of meebrengen?

heen en weer

paraaf

handtekening 13


Ik maak mijn huiswerk. maandag

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

dinsdag

woensdag

donderdag

vrijdag

14

vlot moeilijk


Wat moet ik afgeven of meebrengen?

heen en weer

paraaf

handtekening 15


Ik maak mijn huiswerk. maandag

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

dinsdag

woensdag

donderdag

vrijdag

16

alleen met hulp


Wat moet ik afgeven of meebrengen?

heen en weer

paraaf

handtekening 17


Ik maak mijn huiswerk. maandag

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

dinsdag

woensdag

donderdag

vrijdag

18

vlot moeilijk


Wat moet ik afgeven of meebrengen?

heen en weer

paraaf

handtekening 19


Ik maak mijn huiswerk. maandag

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

dinsdag

woensdag

donderdag

vrijdag

20

alleen met hulp


Wat moet ik afgeven of meebrengen?

heen en weer

paraaf

handtekening 21


Ik maak mijn huiswerk. maandag

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

dinsdag

woensdag

donderdag

vrijdag

22

vlot moeilijk


Wat moet ik afgeven of meebrengen?

heen en weer

paraaf

handtekening 23


Ik maak mijn huiswerk. maandag

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

dinsdag

woensdag

donderdag

vrijdag

24

alleen met hulp


Wat moet ik afgeven of meebrengen?

heen en weer

paraaf

handtekening 25


Ik maak mijn huiswerk. maandag

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

dinsdag

woensdag

donderdag

vrijdag

26

vlot moeilijk


Wat moet ik afgeven of meebrengen?

heen en weer

paraaf

handtekening 27


Ik maak mijn huiswerk. maandag

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

dinsdag

woensdag

donderdag

vrijdag

28

alleen met hulp


Wat moet ik afgeven of meebrengen?

heen en weer

paraaf

handtekening 29


Ik maak mijn huiswerk. maandag

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

dinsdag

woensdag

donderdag

vrijdag

30

vlot moeilijk


Wat moet ik afgeven of meebrengen?

heen en weer

paraaf

handtekening 31


Ik maak mijn huiswerk. maandag

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

dinsdag

woensdag

donderdag

vrijdag

32

alleen met hulp


Wat moet ik afgeven of meebrengen?

heen en weer

paraaf

handtekening 33


Ik maak mijn huiswerk. maandag

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

dinsdag

woensdag

donderdag

vrijdag

34

vlot moeilijk


Wat moet ik afgeven of meebrengen?

heen en weer

paraaf

handtekening 35


Ik maak mijn huiswerk. maandag

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

dinsdag

woensdag

donderdag

vrijdag

36

alleen met hulp


Wat moet ik afgeven of meebrengen?

heen en weer

paraaf

handtekening 37


Ik maak mijn huiswerk. maandag

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

dinsdag

woensdag

donderdag

vrijdag

38

vlot moeilijk


Wat moet ik afgeven of meebrengen?

heen en weer

paraaf

handtekening 39


Ik maak mijn huiswerk. maandag

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

dinsdag

woensdag

donderdag

vrijdag

40

alleen met hulp


Wat moet ik afgeven of meebrengen?

heen en weer

paraaf

handtekening 41


Ik maak mijn huiswerk. maandag

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

dinsdag

woensdag

donderdag

vrijdag

42

vlot moeilijk


Wat moet ik afgeven of meebrengen?

heen en weer

paraaf

handtekening 43


Ik maak mijn huiswerk. maandag

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

dinsdag

woensdag

donderdag

vrijdag

44

alleen met hulp


Wat moet ik afgeven of meebrengen?

heen en weer

paraaf

handtekening 45


Ik maak mijn huiswerk. maandag

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

dinsdag

woensdag

donderdag

vrijdag

46

vlot moeilijk


Wat moet ik afgeven of meebrengen?

heen en weer

paraaf

handtekening 47


Ik maak mijn huiswerk. maandag

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

dinsdag

woensdag

donderdag

vrijdag

48

alleen met hulp


Wat moet ik afgeven of meebrengen?

heen en weer

paraaf

handtekening 49


Ik maak mijn huiswerk. maandag

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

dinsdag

woensdag

donderdag

vrijdag

50

vlot moeilijk


Wat moet ik afgeven of meebrengen?

heen en weer

paraaf

handtekening 51


Ik maak mijn huiswerk. maandag

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

dinsdag

woensdag

donderdag

vrijdag

52

alleen met hulp


Wat moet ik afgeven of meebrengen?

heen en weer

paraaf

handtekening 53


Ik maak mijn huiswerk. maandag

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

dinsdag

woensdag

donderdag

vrijdag

54

vlot moeilijk


Wat moet ik afgeven of meebrengen?

heen en weer

paraaf

handtekening 55


Ik maak mijn huiswerk. maandag

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

dinsdag

woensdag

donderdag

vrijdag

56

alleen met hulp


Wat moet ik afgeven of meebrengen?

heen en weer

paraaf

handtekening 57


Ik maak mijn huiswerk. maandag

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

dinsdag

woensdag

donderdag

vrijdag

58

vlot moeilijk


Wat moet ik afgeven of meebrengen?

heen en weer

paraaf

handtekening 59


Ik maak mijn huiswerk. maandag

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

dinsdag

woensdag

donderdag

vrijdag

60

alleen met hulp


Wat moet ik afgeven of meebrengen?

heen en weer

paraaf

handtekening 61


Ik maak mijn huiswerk. maandag

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

dinsdag

woensdag

donderdag

vrijdag

62

vlot moeilijk


Wat moet ik afgeven of meebrengen?

heen en weer

paraaf

handtekening 63


Ik maak mijn huiswerk. maandag

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

dinsdag

woensdag

donderdag

vrijdag

64

alleen met hulp


Wat moet ik afgeven of meebrengen?

heen en weer

paraaf

handtekening 65


Ik maak mijn huiswerk. maandag

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

dinsdag

woensdag

donderdag

vrijdag

66

vlot moeilijk


Wat moet ik afgeven of meebrengen?

heen en weer

paraaf

handtekening 67


Ik maak mijn huiswerk. maandag

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

dinsdag

woensdag

donderdag

vrijdag

68

alleen met hulp


Wat moet ik afgeven of meebrengen?

heen en weer

paraaf

handtekening 69


Ik maak mijn huiswerk. maandag

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

dinsdag

woensdag

donderdag

vrijdag

70

vlot moeilijk


Wat moet ik afgeven of meebrengen?

heen en weer

paraaf

handtekening 71


Ik maak mijn huiswerk. maandag

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

dinsdag

woensdag

donderdag

vrijdag

72

alleen met hulp


Wat moet ik afgeven of meebrengen?

heen en weer

paraaf

handtekening 73


Ik maak mijn huiswerk. maandag

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

dinsdag

woensdag

donderdag

vrijdag

74

vlot moeilijk


Wat moet ik afgeven of meebrengen?

heen en weer

paraaf

handtekening 75


Ik maak mijn huiswerk. maandag

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

dinsdag

woensdag

donderdag

vrijdag

76

alleen met hulp


Wat moet ik afgeven of meebrengen?

heen en weer

paraaf

handtekening 77


Ik maak mijn huiswerk. maandag

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

dinsdag

woensdag

donderdag

vrijdag

78

vlot moeilijk


Wat moet ik afgeven of meebrengen?

heen en weer

paraaf

handtekening 79


Ik maak mijn huiswerk. maandag

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

dinsdag

woensdag

donderdag

vrijdag

80

alleen met hulp


Wat moet ik afgeven of meebrengen?

heen en weer

paraaf

handtekening 81


Ik maak mijn huiswerk. maandag

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

dinsdag

woensdag

donderdag

vrijdag

82

vlot moeilijk


Wat moet ik afgeven of meebrengen?

heen en weer

paraaf

handtekening 83


Ik maak mijn huiswerk. maandag

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

Er staat een taak klaar.

Oefen zelf:

dinsdag

woensdag

donderdag

vrijdag

84

alleen met hulp


Wat moet ik afgeven of meebrengen?

heen en weer

paraaf

handtekening 85


Lessenrooster maandag

pauze

dinsdag

donderdag

vrijdag

Vul het lessenrooster samen met de leerkracht in of kleef een exemplaar ervan in.

woensdag

pauze

middagpauze

pauze

86


Onderstaande strookjes mogen enkel gebruikt worden als je kind niet langer dan drie opeenvolgende kalenderdagen afwezig was wegens ziekte. Bezorg het strookje aan de leerkracht. In de volgende gevallen is een medisch attest van een arts noodzakelijk (zie schoolreglement): • Je kind is langer dan drie opeenvolgende kalenderdagen afwezig wegens ziekte. • Vanaf de vijfde keer dat je kind omwille van ziekte één tot en met drie opeenvolgende kalenderdagen afwezig is.

Afwezigheid wegens ziekte gedurende één tot en met drie opeenvolgende kalenderdagen Ondergetekende

4

verklaart dat afwezig was wegens ziekte van

klas -

-

Handtekening

tot en met

-

-

Datum

-

-

Afwezigheid wegens ziekte gedurende één tot en met drie opeenvolgende kalenderdagen Ondergetekende

3

verklaart dat afwezig was wegens ziekte van

klas -

-

Handtekening

tot en met

-

-

Datum

-

-

Afwezigheid wegens ziekte gedurende één tot en met drie opeenvolgende kalenderdagen Ondergetekende

2

verklaart dat afwezig was wegens ziekte van

klas -

-

Handtekening

tot en met

-

-

Datum

-

-

Afwezigheid wegens ziekte gedurende één tot en met drie opeenvolgende kalenderdagen Ondergetekende

1

verklaart dat afwezig was wegens ziekte van Handtekening

klas -

-

tot en met

-

-

Datum

-

87


Agenda 2e leerjaar Illustraties bingel 2e leerjaar: Roy Corpel Omslagontwerp: D’hondt-Ravijts Lay-out en zetwerk: D’hondt-Ravijts © Van In, Wommelgem, 2015 Alle rechten voorbehouden. Behoudens de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden vermenigvuldigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt, op welke wijze ook, zonder de voorafgaande en schriftelijke toestemming van de uitgever. Eerste druk, vijfde bijdruk 2020 ISBN 978-90-306-7522-8 D/2015/0078/92 Art. 563674/06 NUR 190 88


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Klasagenda 2 staand by VAN IN - Issuu