A G E N D A 1
ISBN 978-90-306-7521-1
563673
9 789030 675211
vanin.be
A G E N D A
1
kleef hier een foto van jezelf of van je avatar. voornaam naam
mijn adres
telefoon ouders
e-mail ouders
wie verwittigen bij ongeval of ziekte?
huisarts
schooljaar klas leerkracht
1
agendawijzer schrijf hier de naam van de maand.
september maandag
19
ik maak mijn huiswerk.
p. 13
lukte je huiswerk goed of ging het moeilijk? kleur het vakje of zet een kruisje.
p. 22 er staat een taak klaar.
oefen zelf:
dinsdag
schrijf hier wat je thuis nog moet lezen.
20
schrijf hier wat je thuis nog moet schrijven. schrijf hier als je thuis nog moet rekenen.
er staat een taak klaar.
woensdag
21
oefen zelf:
hier vind je welke taken je op bingel moet maken.
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
donderdag
22
schrijf hier het nummer van de dag.
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
vrijdag
2
10
vlot moeilijk
X X
wat moet ik afgeven of meebrengen?
heen en weer
paraaf
X laat je agenda elke dag ondertekenen.
zet een kruisje als je thuis een brief moet afgeven.
X zet een kruisje als je morgen gaat zwemmen.
welke zaken mag je zeker niet vergeten? schrijf ze hier.
schort
als je leerkracht of je ouders iets willen vertellen, schrijven ze het hier.
hier ondertekent je leerkracht elke week.
handtekening 11
3
bingelwijzer Beste ouders Op het gratis online oefen- en takenplatform Bingel kan je kind oefenen op wat het in de klas heeft geleerd. Bingel is toegankelijk op elke computer of tablet via www.bingel.be. Hoe werkt Bingel? - Je kind logt in met de gegevens die het van de juf of meester kreeg. - De taken die de leerkracht heeft klaargezet staan op het startscherm, je kind kan ook zelfstandig oefenen op het Bingeleiland. - De oefeningen zijn automatisch op het niveau en tempo van je kind. - Bij een fout antwoord krijgt je kind feedback van zijn avatar en mag het nog een keer proberen. Soms is er ook een filmpje bij met meer uitleg. - Als je kind goed oefent, krijgt het pingping. Hiermee kan het een spelletje spelen of zijn avatar aanpassen. Oefenen op Bingel kan ook via de gratis app Bingel Raket leerling (downloadbaar in de App Store, Google Play Store of Windows Store). Via een scan van een pagina uit het werkschrift kom je automatisch bij de juiste oefeningen in Bingel.
inloggen op bingel als je school toegang heeft tot bingel, zijn dit je persoonlijke gegevens om in te loggen via www.bingel.be of om de bingel raket leerlingen-app te gebruiken. deze gegevens zijn net als een huissleutel, ze zijn er enkel voor jezelf en je geeft ze aan niemand anders.
schoolcode klas klasnummer wachtwoord
veel oefenplezier op bingel. 4
knoppen op bingel als je bingelt, zie je heel wat knoppen staan.
deze knop toont je waar je kunt oefenen op het bingeleiland.
met deze knop ga je terug naar het vorige scherm.
met deze knop sluit je een oefening af, ook al ben je nog niet klaar. je verdient dan geen ik maak mijn huiswerk. pingping.
als je op deze knop drukt, hoor je een geluid.
als je op deze knop drukt, krijg je info en filmpjes om bingel goed te kunnen gebruiken. vlot moeilijk
deze knop gebruik je om uit te loggen. je stopt dan met bingel.
wat moet ik afgeven of m
maandag
taken maken op bingel
dinsdag
staatklaar een taak staat er eenertaak op klaar. bingel? oefen zelf: dan zie je de taak op je startscherm.
X er staat een taak klaar. woensdag
oefen zelf:
je hebt nog ... dagen om de taak te maken. er staat een taak klaar.
donderdag
Post
oefen zelf:
voorbeeld uit leerjaar 1
mijn startscherm er staat een taak klaar.
oefen zelf:
naar het eiland
mijn taken 5
er staat een taak klaar.
oefen er staatzelf: een taak klaar.
oefen zelf:
dinsdag
oefenen op bingel er staat een taak klaar.
er staatzelf: een taak klaar. X oefen
oefen zelf:
woensdag staan er bingeloefeningen in je agenda? dan kun je ze heel gemakkelijk terugvinden op het bingeleiland.
er staat een taak klaar.
donderdag
er staat een taak klaar.
oefen er staatzelf: een taak klaar.
oefen zelf:
schrijf eerst de plaats op het eiland waar je moet oefenen, bv. berg (b).
oefen er staatzelf: een taak klaar.
oefen zelf:
vrijdag
er staat een taak klaar.
schrijf dan het nummer vantaak hetklaar. hoofdstuk. oefen er staatzelf: een oefen zelf:
10
schrijf als laatste de nummers van de oefeningen die je moet maken.
voorbeeld uit leerjaar 1
6
het eiland van het 1e leerjaar duid op het eiland de plaatsen aan waar je kunt oefenen. schrijf er een naam of afkorting bij. doe dit samen met je leerkracht.
7
schooljaarkalender september
oktober
december
januari
1
1
1
1
1 nieuwjaar
2
2
2
2
2
3
3
3
3
3
4
4 werelddierendag
4
4
4
5
5 dag van de leerkracht
5
5
5
6
6
6
6 sinterklaas
6
7
7
7
7
7
8
8
8
8
8
9
9
9
9
9
10
10
10
10
10
11
11
11 wapenstilstand
11
11
12
12
12
12
12
13
13
13
13
13
14
14
14
14
14
15
15
15
15
15
16
16
16
16
16
17
17
17
17
17
18
18
18
18
18
19
19
19
19
19
20
20
20 kinderrechtendag
20
20
21
21
21
21
21
22
22
22
22
22
23
23
23
23
23
24
24
24
24
24
25
25
25
25 kerstmis
25
26
26
26
26
26
27
27
27
27
27
28
28
28
28
28
29
29
29
29
29
30
30
30
30
30
31
31 dag van de directeur
31
8
november
vul de kalender aan: feestdagen, leeruitstappen, projecten, … of kleef een exemplaar ervan in. februari
maart
april
mei
juni
1
1 complimentendag
1
1 dag van de arbeid
1
2
2
2
2
2
3
3
3
3
3
4
4
4
4
4
5
5
5
5
5
6
6
6
6
6
7
7
7
7
7
8
8
8
8
8
9
9
9
9
9
10
10
10
10
10
11
11
11
11
11
12
12
12
12
12
13a
13
13
13
13
14
14
14
14
14
15
15
15
15
15
16
16
16
16
16
17
17
17
17
17
18
18
18
18
18
19
19
19
19
19
20
20
20
20
20
21
21
21
21
21
22
22
22
22
22
23
23
23
23
23
24
24
24
24
24
25
25
25
25
25
26
26
26
26
26
27
27
27
27
27
28
28
28
28
28
29
29
29
29
29
30
30
30
30
31
31
9
ik maak mijn huiswerk. maandag
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
dinsdag
woensdag
donderdag
vrijdag
10
vlot moeilijk
wat moet ik afgeven of meebrengen?
heen en weer
paraaf
handtekening 11
ik maak mijn huiswerk. maandag
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
dinsdag
woensdag
donderdag
vrijdag
12
alleen met hulp
wat moet ik afgeven of meebrengen?
heen en weer
paraaf
handtekening 13
ik maak mijn huiswerk. maandag
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
dinsdag
woensdag
donderdag
vrijdag
14
vlot moeilijk
wat moet ik afgeven of meebrengen?
heen en weer
paraaf
handtekening 15
ik maak mijn huiswerk. maandag
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
dinsdag
woensdag
donderdag
vrijdag
16
alleen met hulp
wat moet ik afgeven of meebrengen?
heen en weer
paraaf
handtekening 17
ik maak mijn huiswerk. maandag
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
dinsdag
woensdag
donderdag
vrijdag
18
vlot moeilijk
wat moet ik afgeven of meebrengen?
heen en weer
paraaf
handtekening 19
ik maak mijn huiswerk. maandag
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
dinsdag
woensdag
donderdag
vrijdag
20
alleen met hulp
wat moet ik afgeven of meebrengen?
heen en weer
paraaf
handtekening 21
ik maak mijn huiswerk. maandag
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
dinsdag
woensdag
donderdag
vrijdag
22
vlot moeilijk
wat moet ik afgeven of meebrengen?
heen en weer
paraaf
handtekening 23
ik maak mijn huiswerk. maandag
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
dinsdag
woensdag
donderdag
vrijdag
24
alleen met hulp
wat moet ik afgeven of meebrengen?
heen en weer
paraaf
handtekening 25
ik maak mijn huiswerk. maandag
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
dinsdag
woensdag
donderdag
vrijdag
26
vlot moeilijk
wat moet ik afgeven of meebrengen?
heen en weer
paraaf
handtekening 27
ik maak mijn huiswerk. maandag
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
dinsdag
woensdag
donderdag
vrijdag
28
alleen met hulp
wat moet ik afgeven of meebrengen?
heen en weer
paraaf
handtekening 29
ik maak mijn huiswerk. maandag
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
dinsdag
woensdag
donderdag
vrijdag
30
vlot moeilijk
wat moet ik afgeven of meebrengen?
heen en weer
paraaf
handtekening 31
ik maak mijn huiswerk. maandag
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
dinsdag
woensdag
donderdag
vrijdag
32
alleen met hulp
wat moet ik afgeven of meebrengen?
heen en weer
paraaf
handtekening 33
ik maak mijn huiswerk. maandag
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
dinsdag
woensdag
donderdag
vrijdag
34
vlot moeilijk
wat moet ik afgeven of meebrengen?
heen en weer
paraaf
handtekening 35
ik maak mijn huiswerk. maandag
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
dinsdag
woensdag
donderdag
vrijdag
36
alleen met hulp
wat moet ik afgeven of meebrengen?
heen en weer
paraaf
handtekening 37
ik maak mijn huiswerk. maandag
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
dinsdag
woensdag
donderdag
vrijdag
38
vlot moeilijk
wat moet ik afgeven of meebrengen?
heen en weer
paraaf
handtekening 39
ik maak mijn huiswerk. maandag
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
dinsdag
woensdag
donderdag
vrijdag
40
alleen met hulp
wat moet ik afgeven of meebrengen?
heen en weer
paraaf
handtekening 41
ik maak mijn huiswerk. maandag
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
dinsdag
woensdag
donderdag
vrijdag
42
vlot moeilijk
wat moet ik afgeven of meebrengen?
heen en weer
paraaf
handtekening 43
ik maak mijn huiswerk. maandag
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
dinsdag
woensdag
donderdag
vrijdag
44
alleen met hulp
wat moet ik afgeven of meebrengen?
heen en weer
paraaf
handtekening 45
ik maak mijn huiswerk. maandag
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
dinsdag
woensdag
donderdag
vrijdag
46
vlot moeilijk
wat moet ik afgeven of meebrengen?
heen en weer
paraaf
handtekening 47
ik maak mijn huiswerk. maandag
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
dinsdag
woensdag
donderdag
vrijdag
48
alleen met hulp
wat moet ik afgeven of meebrengen?
heen en weer
paraaf
handtekening 49
ik maak mijn huiswerk. maandag
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
dinsdag
woensdag
donderdag
vrijdag
50
vlot moeilijk
wat moet ik afgeven of meebrengen?
heen en weer
paraaf
handtekening 51
ik maak mijn huiswerk. maandag
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
dinsdag
woensdag
donderdag
vrijdag
52
alleen met hulp
wat moet ik afgeven of meebrengen?
heen en weer
paraaf
handtekening 53
ik maak mijn huiswerk. maandag
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
dinsdag
woensdag
donderdag
vrijdag
54
vlot moeilijk
wat moet ik afgeven of meebrengen?
heen en weer
paraaf
handtekening 55
ik maak mijn huiswerk. maandag
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
dinsdag
woensdag
donderdag
vrijdag
56
alleen met hulp
wat moet ik afgeven of meebrengen?
heen en weer
paraaf
handtekening 57
ik maak mijn huiswerk. maandag
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
dinsdag
woensdag
donderdag
vrijdag
58
vlot moeilijk
wat moet ik afgeven of meebrengen?
heen en weer
paraaf
handtekening 59
ik maak mijn huiswerk. maandag
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
dinsdag
woensdag
donderdag
vrijdag
60
alleen met hulp
wat moet ik afgeven of meebrengen?
heen en weer
paraaf
handtekening 61
ik maak mijn huiswerk. maandag
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
dinsdag
woensdag
donderdag
vrijdag
62
vlot moeilijk
wat moet ik afgeven of meebrengen?
heen en weer
paraaf
handtekening 63
ik maak mijn huiswerk. maandag
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
dinsdag
woensdag
donderdag
vrijdag
64
alleen met hulp
wat moet ik afgeven of meebrengen?
heen en weer
paraaf
handtekening 65
ik maak mijn huiswerk. maandag
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
dinsdag
woensdag
donderdag
vrijdag
66
vlot moeilijk
wat moet ik afgeven of meebrengen?
heen en weer
paraaf
handtekening 67
ik maak mijn huiswerk. maandag
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
dinsdag
woensdag
donderdag
vrijdag
68
alleen met hulp
wat moet ik afgeven of meebrengen?
heen en weer
paraaf
handtekening 69
ik maak mijn huiswerk. maandag
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
dinsdag
woensdag
donderdag
vrijdag
70
vlot moeilijk
wat moet ik afgeven of meebrengen?
heen en weer
paraaf
handtekening 71
ik maak mijn huiswerk. maandag
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
dinsdag
woensdag
donderdag
vrijdag
72
alleen met hulp
wat moet ik afgeven of meebrengen?
heen en weer
paraaf
handtekening 73
ik maak mijn huiswerk. maandag
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
dinsdag
woensdag
donderdag
vrijdag
74
vlot moeilijk
wat moet ik afgeven of meebrengen?
heen en weer
paraaf
handtekening 75
ik maak mijn huiswerk. maandag
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
dinsdag
woensdag
donderdag
vrijdag
76
alleen met hulp
wat moet ik afgeven of meebrengen?
heen en weer
paraaf
handtekening 77
ik maak mijn huiswerk. maandag
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
dinsdag
woensdag
donderdag
vrijdag
78
vlot moeilijk
wat moet ik afgeven of meebrengen?
heen en weer
paraaf
handtekening 79
ik maak mijn huiswerk. maandag
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
dinsdag
woensdag
donderdag
vrijdag
80
alleen met hulp
wat moet ik afgeven of meebrengen?
heen en weer
paraaf
handtekening 81
ik maak mijn huiswerk. maandag
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
dinsdag
woensdag
donderdag
vrijdag
82
vlot moeilijk
wat moet ik afgeven of meebrengen?
heen en weer
paraaf
handtekening 83
ik maak mijn huiswerk. maandag
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
er staat een taak klaar.
oefen zelf:
dinsdag
woensdag
donderdag
vrijdag
84
alleen met hulp
wat moet ik afgeven of meebrengen?
heen en weer
paraaf
handtekening 85
lessenrooster maandag
pauze
dinsdag
donderdag
vrijdag
vul het lessenrooster samen met de leerkracht in of kleef een exemplaar ervan in.
woensdag
pauze
middagpauze
pauze
86
Onderstaande strookjes mogen enkel gebruikt worden als je kind niet langer dan drie opeenvolgende kalenderdagen afwezig was wegens ziekte. Bezorg het strookje aan de leerkracht. In de volgende gevallen is een medisch attest van een arts noodzakelijk (zie schoolreglement): • Je kind is langer dan drie opeenvolgende kalenderdagen afwezig wegens ziekte. • Vanaf de vijfde keer dat je kind omwille van ziekte één tot en met drie opeenvolgende kalenderdagen afwezig is.
Afwezigheid wegens ziekte gedurende één tot en met drie opeenvolgende kalenderdagen Ondergetekende
4
verklaart dat afwezig was wegens ziekte van
klas -
-
Handtekening
tot en met
-
-
Datum
-
-
Afwezigheid wegens ziekte gedurende één tot en met drie opeenvolgende kalenderdagen Ondergetekende
3
verklaart dat afwezig was wegens ziekte van
klas -
-
Handtekening
tot en met
-
-
Datum
-
-
Afwezigheid wegens ziekte gedurende één tot en met drie opeenvolgende kalenderdagen Ondergetekende
2
verklaart dat afwezig was wegens ziekte van
klas -
-
Handtekening
tot en met
-
-
Datum
-
-
Afwezigheid wegens ziekte gedurende één tot en met drie opeenvolgende kalenderdagen Ondergetekende
1
verklaart dat afwezig was wegens ziekte van Handtekening
klas -
-
tot en met
-
-
Datum
-
87
Agenda 1e leerjaar Illustraties bingel 1e leerjaar: Coen Haemelinck Omslagontwerp: D’hondt-Ravijts Lay-out en zetwerk: D’hondt-Ravijts © Van In, Wommelgem, 2015 Alle rechten voorbehouden. Behoudens de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden vermenigvuldigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt, op welke wijze ook, zonder de voorafgaande en schriftelijke toestemming van de uitgever. Eerste druk, vijfde bijdruk 2020 ISBN 978-90-306-7521-1 D/2015/0078/91 Art. 563673/06 NUR 190 88