Skip to main content

Voorbeeldpagina's - Tussen penseel en prehistorie

Page 1

Dicky van der Zalm

Tussen Penseel en Prehistorie Het ongewone leven van Marie Hubrecht (1865-1950)


Tussen Penseel en Prehistorie


Tussen Penseel en Prehistorie Het ongewone leven van Marie Hubrecht (1865-1950)

Dicky van der Zalm

WA A N DE R S U I TG E V E R S, Z WO L L E


INHOUD BR I E F 1 – Bij wijze van voorwoord

8

1 Kind van een Haags patriciërsgezin 2 Op zoek naar een levensvervulling 3 Leerschool in Parijs en Noorwegen

40

BR I E F 2

4 Sterk met en door vrouwen

5 6 7 8

12 66 86 90

BR I E F 3

100

Bohémienne in Taormina De eerste wandschilderingen in Oslo In de stroom van het beschavingsoffensief Paleontologisch schilderes

124

BR I E F 4

9 Het boek Verdwenen Werelden BR I E F 5

10 De laatste jaren BR I E F 6 – Bij wijze van nawoord

130 144 158 166 196 212 222 232

Dankwoord

235

Tijdlijn Marie Hubrecht

238

Lijst van werken – verblijfplaats onbekend

240

Noten

241

Literatuur en geraadpleegde archieven

248

Fotoverantwoording

250

Register

251


‘Mensen leren nadenken, [...] dan pas krijgt een talent betekenis.’ Marie aan haar zus Bramine, 6 februari 1911


B I J W I J Z E VA N V O O R W O O R D

BRIEF 1


Geachte Mejuffrouw Hubrecht, Het is december 2013. Timmerlui zijn bezig om de doeken van de wandbespanning in de hal van ons schoolgebouw achter grote houten platen weg te stoppen, als bescherming tijdens de verbouwing die zeker een jaar zal duren. Geheel tegen de verwachting in hadden we in de zomer groen licht gekregen om het gebouw uit 1926 te renoveren en geschikt te maken voor het onderwijs voor de komende jaren. We hadden opgelucht adem gehaald, bang als we waren dat dit schitterende monumentale gebouw, waar het Joke Smit College nu al bijna dertig jaar in huisde, verkocht zou worden om sjieke appartementen te kunnen herbergen, zoals ook met een deel van het Fons Vitae was gebeurd, de school even verderop op de hoek van de Reijnier Vinkeleskade met de Roelof Hartstraat in Amsterdam. Maar we mochten blijven. Een collega merkt fijntjes op, terwijl we door de hal lopen: ‘Wat doen we eigenlijk met de wandschildering?...’ We staan stil en kijken om ons heen. Alle muren in de hal zijn boven de lambrisering bedekt met beschilderde doeken, met voorstellingen van eindeloos veel groene vegetatie en prehistorische dieren. Ik had het werk altijd wel bijzonder, maar nooit echt mooi gevonden, het was donker en slecht belicht en het was zó gescheurd dat de flappen er op sommige plaatsen bij hingen. Ter bescherming was er aan de onderkant ergens in de tachtiger jaren een strook van plexiglas aangebracht. Maar het was wel een enorm ding, zo’n 65 vierkante meter en bovendien een uniek ensemble met het gebouw, want het dateerde al vanaf de opening in 1926. Het was ook nog eens met een educatief doel gemaakt. Geschilderd door ene ‘M. Hubrecht’. De schoolleiding besluit tot een restauratie-onderzoek. Wat moet er allemaal gebeuren om het werk te behouden en hoeveel gaat dat kosten? Daarmee is een proces begonnen dat uiteindelijk heeft geleid tot dit boek. Met de beschilderde doeken veilig weggestoken achter de houten platen hadden wij tijdens de verbouwing de tijd om uit te zoeken of het de moeite waard was om dit alles te laten restaureren en hoe we daar de middelen voor konden vinden. Op internet is dan nog vrijwel niks te vinden, maar in de officiële naslagwerken voor kunstenaars vind ik de naam van uw zus en u: Bramine en Marie Hubrecht. Het Rijksmuseum bezit een paar fraaie werken van Bramine, waaronder het portret dat zij met pastel van u maakte. Ze hebben er in de bibliotheek ook het bescheiden boekje uit 2004 van de Stichting Familie Hubrecht, een catalogus van de familiecollectie. Met dit boekje in de hand vond ik de naam van grafisch vormgever Eliane Beyer. Ik zocht contact met haar. Zij bleek een kleinkind te zijn van een van uw neven en werd mijn helper in de zoektocht naar u, Marie, die zij eigenlijk alleen kende uit de familieverhalen als ‘Tuttie’ of ‘Tante Tuttie’. Het werd het begin van een langdurig en soms taai proces. Het werd mij al snel duidelijk dat u een vrouw bent geweest die een zeer actief leven leidde en die zich met grote passie ergens aan kon wijden, zoals het organiseren van muziekopvoeringen, het inzamelen van geld voor een vluchtelingennoodfonds, een lezing over het vrouwenkiesrecht, of het maken van een beeldprogramma voor kinderen in een schoolgebouw. En die het in ieder geval verdiende dat haar wandschildering in het gebouw van het Joke

9


Smit ­College, gerestaureerd werd. Dat was stap één. De gemeente Amsterdam stelde een eerste subsidie beschikbaar waardoor een team van restauratoren aan de slag kon. De schotten werden eind november 2014 verwijderd en de verf van de verbouwing aan de school was nog nat toen in samenwerking met kunstenaars van stadsdeel Zuid een crowdfundingsactie werd opgestart. Ook andere subsidies kwamen op gang en we kregen steeds meer vertrouwen dat het zou lukken. Het leuke was dat de restauratie in eigen huis kon plaatsvinden omdat in de kelder een oude stookruimte was die als restauratieatelier kon dienen. Gedurende tweeëneenhalf jaar zagen collega’s en leerlingen steeds een nieuwe lege plek in de hal en wisten zij dat er binnenkort weer een gerestaureerd doek naar boven zou worden gedragen. Stap twee was het onderzoek naar de achtergrond van de wandschildering en van uw leven. Er is vrij weinig over u gepubliceerd, maar al snel vond ik wel wat krantenartikelen uit de twintiger en dertiger jaren over u en uw wandschildering. Een enorme hoeveelheid persoonlijke documentatie trof ik aan in het Hubrecht familiearchief in Erfgoed Leiden & Omstreken: honderden brieven, foto’s, schetsen, treinkaartjes, oude paspoorten. Een verborgen schat. André van Noort, hoofd van het archief, vertrouwde me toe dat veel dozen nog nooit geopend waren. Het werd mij al snel duidelijk dat ik op dat moment – ik had toen nog een fulltime baan op school en de handen vol aan de coördinatie van de crowdfunding – niet voldoende tijd had om al die documenten te bestuderen en te verwerken. Ik plukte er een paar dingen uit die relevant konden zijn bij de crowdfunding en dacht, de rest komt later wel een keer. In 2017 rondde het team van restauratoren het werk af en werd de vernieuwde wandbespanning, nu prachtig zichtbaar door de museale verlichting, geopend door Hedy d’Ancona, progessief politica en feministe. Mevrouw d’Ancona maakte deel uit van de tweede feministische golf in de jaren zeventig, waarmee de cirkel rond leek te zijn, want u behoorde honderd jaar geleden tot de eerste feministische golf. Toen ik me in 2023 realiseerde dat het gebouw en de wandschildering in 2026 het honderdjarig bestaan zouden vieren, besloot ik: het is nu of nooit. Er moet een boek over Marie Hubrecht komen. Anders wordt dit weer een vrouw die in de plooien van de geschiedenis dreigt te verdwijnen. Een nieuw perspectief doemde op, ik ging weer naar het Leidse archief en bouwde een netwerk van gesprekspartners op die mij hielpen om mijn weg te zoeken in plaatselijke of provinciale archieven. Ook stofte ik de contacten in de familie Hubrecht weer af en stapte ik in uw wereld, nu serieus. Hoogachtend, Dicky van der Zalm voormalig conrector van het Joke Smit College in Amsterdam

10


1


KIND VAN EEN HAAGS PATRICIËRSGEZIN

D

e net gepromoveerde meester in de rechten Paul François Hubrecht (1829-1902) is nog maar twintig jaar oud, als hij zich, afkomstig uit Leiden, als zelfstandig advocaat laat inschrijven in Rotterdam, waar zijn moeder vandaan kwam. Het bruisende zakenleven in de havenstad biedt hem meer emplooi dan zijn eigen geboortestad. Hoewel hij uit een welvarend patriciërsgeslacht stamt, is het belangrijk dat hij zich een goed inkomen kan verwerven, want hij is dan reeds verloofd met Maria Pruys van der Hoeven (1824-1901), ook afkomstig uit Leiden, met wie hij in 1852 in het huwelijk treedt. In Rotterdam krijgt het echtpaar zes kinderen, waarvan er uiteindelijk slechts drie in leven blijven, Ambrosius, Bramine en Maria, die geboren werd op 21 november in 1865. Tussen 1857 en 1860 worden er drie jongetjes geboren, die allen vroegtijdig overlijden.1 Rondom de geboorte van het kleine Marietje, door haar moeder haar ‘zwarte popje’ genoemd vanwege haar flinke dot zwart haar, heerst grote blijdschap. Moeder is al 41 jaar als Marietje geboren wordt en dit kind zal haar laatste zijn. Zij omgeeft haar met veel liefdevolle zorg, zeker ook omdat de gezondheid van het meisje broos is. Ze wordt door haar broer en zus ‘Tuttie’ genoemd, een naam die tot op de dag van vandaag voortleeft bij de nazaten Hubrecht. Ze scheelt meer dan tien jaar met haar broer en zuster, Ambrosius (1853-1915) en Bramine (1855-1913), een leeftijdsverschil dat mooi geïllustreerd wordt door de foto van het hele gezin uit circa 1873. In dit zorgvuldig gecomponeerde studioportret van de welgestelde familie zien we de vader als de pater familias in het midden staan met zijn vrouw gezeten naast hem en aan de piano

13


14


Marie, enkele maanden oud, op schoot bij haar moeder, 1866. Haar moeder is zwaar getekend door het verdriet om haar drie kinderen die in de jaren voor Marie’s geboorte overleden.

← Bramine Hubrecht, Portret van Marie Hubrecht in Noorse blouse, pasteltekening, 71 x 57 cm, 1905.

zijn kleine meisje. Bramine is een schuchter uitziende jongvolwassene, maar Ambrosius straalt al de zelfbewuste allure van een academicus uit. Het is een hecht gezin, dat na de benoeming van Paul François Hubrecht in 1869 tot secretaris-generaal bij het ministerie van Binnenlandse Zaken naar Den Haag is verhuisd. De positionering van vader Hubrecht als hoogste ambtenaar op dit ministerie waar de kunsten, het onderwijs en de wetenschap onder zijn supervisie vielen, is bepalend voor het klimaat waarin de kinderen Hubrecht opgroeien. Hij was een zeer belezen en betrokken ambtenaar die regelmatig van zich deed spreken door zijn felle geschriften.

15

K I N D VA N E E N H A A G S PAT R I C I Ë R S G E Z I N


Het gezin Hubrecht, ca. 1873. Van links naar rechts: Bramine, Marie, vader en moeder Hubrecht, Ambrosius.

16


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Voorbeeldpagina's - Tussen penseel en prehistorie by uitgeverijdekunst - Issuu