

Hoogte punten Frans Hals Museum



Frans Hals Museum, Haarlem
Waanders Uitgevers, Zwolle

Hoogtepunten uit het Frans Hals Museum
Dit boekje is bedoeld als kennismaking met het Frans Hals Museum en als herinnering voor wie het museum al bezocht. Met een selectie van veertig hoogtepunten laat het de rijkdom en diversiteit van de collectie zien. In het museum is kunst te vinden uit de afgelopen zes eeuwen, van oude tot moderne en hedendaagse kunstwerken, van schilderijen tot fotografie en videokunst. En van Haarlemse tot internationaal vermaarde kunstenaars.
Haarlem verzamelt kunst
Het begon allemaal bij het stadsbestuur van Haarlem dat in 1590 vier schilderijen bestelde bij Cornelis Cornelisz van Haarlem, een van de belangrijkste schilders van de stad. Ze waren bestemd voor het Stadhuis aan de Grote Markt, waar Haarlemmers en gasten ze konden bekijken.
Stedelijk Museum
In de loop der jaren groeide de kunstverzameling van Haarlem verder, onder andere met kunst uit opgeheven instellingen, zoals hofjes, weeshuizen en schutterijen. Zo kwamen de schuttersstukken van Frans Hals in de collectie. Vanaf 1862 konden bezoekers de kunstwerken bekijken in het Stedelijk Museum, in het Stadhuis.
Kunstenaars als Édouard Manet, Claude Monet, Max Liebermann en James McNeill Whistler kwamen speciaal naar het Haarlemse museum om de schilderijen van Frans Hals te zien.
Groot Heiligland
Een halve eeuw later verhuisde de kunst uit het Stadhuis naar het Oudemannenhuis. Dat was in de vroege 17de eeuw gebouwd om arme mannen van zestig jaar en ouder op te vangen. Vanaf 1810 was het gebouw aan het Groot Heiligland in gebruik als weeshuis. Begin 20ste eeuw liet de gemeente Haarlem het voormalige Oudemannenhuis verbouwen en werd het de nieuwe locatie van het Stedelijk Museum. Toen dat in 1913 werd geopend, kreeg het een nieuwe naam: het Frans Hals Museum, naar de belangrijkste kunstenaar uit de geschiedenis van de stad. Die naam betekent niet dat het museum alleen om de schilderijen van Hals draait. De veertig topstukken in dit boekje laten zien dat er veel meer te ontdekken valt in het Frans Hals Museum.







In het Frans Hals Museum zijn veel portretten te vinden. De oudste dateren uit de 16de eeuw, de jongste uit onze eigen tijd. Dankzij die portretten kun je in de ogen kijken van mensen uit een ver verleden of uit een ander deel van de wereld. Ondanks afstand in tijd en ruimte nodigen ze je uit om oogcontact te maken. Alsof ze zeggen: zie mij, leer me kennen.
Liefde
Veel portretten in het museum zijn van de hand van Frans Hals, die uitblonk in de levensechte weergave van mensen. Maar je vindt er ook portretten van Hals’ tijdgenoten en van de kunstenaars voor en na hen. De liefde voor het portret is van alle tijden, zoals ook de liefde tussen mensen van alle tijden is.
Waarom zou je eigenlijk een portret laten maken? In het verleden lieten mensen zich portretteren om een belangrijk moment te markeren, zoals een huwelijk of een nieuwe functie. Natuurlijk bestelden ze ook portretten van hun geliefden, om ze dicht bij hen te hebben en te houden. Daarnaast lieten ze portretten maken om te laten zien dat ze machtig en rijk waren – de schuttersportretten in het Frans Hals Museum zijn daar een voorbeeld van.
Fotografie
Voor veel mensen was het te prijzig om een portret te laten maken. Dat veranderde in de 19de eeuw met de komst van de fotografie, een goedkopere techniek. Daardoor kon niet alleen de elite zich laten portretteren, maar – na verloop van tijd – ook


mensen met een minder ruim budget. Sinds bijna iedereen een smartphone-metcamera heeft, is het hek van de dam en maken we het ene portret na het andere. Van anderen en van onszelf.
Zelfportretten
Kunstenaars maken niet alleen portretten in opdracht van anderen – ze maken ook zelfportretten. Daarbij hoeven ze geen rekening te houden met de wensen en verwachtingen van de opdrachtgever. In een zelfportret kun je veel vrijer werken en experimenteren. Bovendien: je spiegelbeeld is een goedkoop en geduldig model.
Met een boodschap
Oude en moderne kunstenaars laten vaak een zelfbewuste blik zien in hun zelfportretten. Hedendaagse kunstenaars gebruiken zichzelf ook vaak om sociale en maatschappelijke vraagstukken aan de orde te stellen. Een voorbeeld is het zelfportret van Sarah Lucas. Dat is meer dan een studie van haar eigen spiegelbeeld: het laat je nadenken over wat vrouwelijk en mannelijk is.
Groepsportretten
Van oudsher werden in Haarlem grote groepsportretten gemaakt. De vroegste zijn statig en ernstig, later werden ze opvallend levendig. Kijk maar naar de grote schuttersstukken die Frans Hals maakte. Dat groepsportretten van alle tijden zijn, laat Iriée Zamblé zien. Zij maakte in opdracht van het Frans Hals Museum een nieuw groepsportret, met Zwarte vrouwen in de hoofdrol.



Charley Toorop
Katwijk, 1891 – Bergen, 1955
Vrouw met zwarte hoed, waarschijnlijk Annie Oud-Dinaux, 1928 olieverf op doek
De portretten van Charley Toorop vallen op door hun heldere kleuren, stevige silhouetten en indringende ogen. Dat geldt ook voor dit portret van een vrouw, waarschijnlijk Annie Oud-Dinaux (1893-1990). Zij was getrouwd met de architect J.J.P. Oud, een van de voormannen van kunstbeweging De Stijl. Toorop
maakte het portret toen ze met hem aan een tentoonstelling in het Stedelijk Museum in Amsterdam werkte. Na de dood van haar echtgenoot beheerde Annie Oud-Dinaux zijn archief en nalatenschap. Mede dankzij haar is De Stijl nu wereldberoemd.


Leo Gestel
Woerden, 1881 – Hilversum, 1941
Dame met grote hoed in prieel, 1913 olieverf op doek
Waarschijnlijk is dit Else Berg, een collega en vriendin van Leo Gestel. De twee kenden elkaar uit Amsterdam en werkten later samen in de kunstenaarskolonie in Bergen in Noord-Holland. Tussen haar vingers houdt Berg een sigaret, een gebaar dat men ‘onvrouwelijk’ vond en daarom uitdagend. Dat uitdagende past goed bij Gestels experimentele schilderstijl – zijn schilderij in felle kleuren is meer een oefening in de nieuwe, hoekige stijl van het kubisme dan een realistisch portret.


Judith Leyster
Haarlem, 1609 – Heemstede, 1660
Portret van een onbekende vrouw, 1635 olieverf op paneel
Judith Leysters vlotte manier van schilderen doet denken aan die van Frans Hals. Net als de voorzichtige lach van de vrouw, met een kuiltje in haar wang. Daarom werd lang gedacht dat Hals dit portret maakte, totdat Judith Leysters signatuur werd ontdekt: JL met een ster.
Leyster werd in 1633 lid van het Haarlemse Sint-Lucasgilde, de beroepsvereniging voor schilders. Ze was een van de eerste vrouwen die lid werden van een schildersgilde in de Republiek der Nederlanden.
aankoop met steun van de Vereniging Rembrandt

Cornelis Cornelisz van Haarlem
Haarlem, 1562 – Haarlem, 1638
Feestmaal van een korporaalschap
van de Haarlemse Cluveniersschutterij, 1583 olieverf op paneel

Het is een levendige boel tijdens de feestmaaltijd van deze schutters. De mannen zijn met elkaar in gesprek en raken elkaar allemaal aan. De ongedwongen manier waarop Cornelis van Haarlem de schutters portretteerde was vernieuwend – meestal waren groepsportretten veel stijver en formeler. Ook het opgerolde banier dat diagonaal door de voorstelling steekt, was revolutionair. Cornelis van Haarlem was lid van deze schutterij en schilderde zichzelf. Hij is de man links achteraan die je aankijkt. Zijn groepsportret is het vroegst bekende Haarlemse schuttersstuk.

Else Berg Ratibor (Polen), 1877 – Auschwitz (Polen), 1942 Zelfportret met penselen, ca. 1929 olieverf op doek
Else Berg had veel succes met haar schilderijen. Dat was niet helemaal vanzelfsprekend, gezien de beperkte maatschappelijke kansen die vrouwen destijds hadden. Als vijftiger maakte ze dit zelfportret als zelfbewuste kunstenaar, met penselen en palet. Haar indringende blik doet denken aan het werk van Charley Toorop – de twee kunstenaars kenden elkaar en elkaars werk goed. Aan het leven en de loopbaan van de Joodse Else Berg kwam abrupt een einde: ze werd door de nazi’s vermoord in Auschwitz.
