

GESTEL en DE SMET





GESTEL en DE SMET
Kleurrijke vriendschap
Kees van der Geer
Redactie
Marleen Blokhuis
Marjan van Heteren
Stedelijk Museum Alkmaar
Waanders Uitgevers, Zwolle

Voorwoord
Het expressionisme als kunststroming kreeg in Nederland voet aan de grond door kunstenaars van de Bergense School, waarvan Leo Gestel (1881–1941) een van de leidende figuren was. In België groeide Gustave De Smet (1877–1943) op zijn beurt uit tot een van de belangrijkste vertegenwoordigers van het Vlaams expressionisme. Het is opvallend dat de expressionistische stromingen in beide landen in de kunstgeschiedenis vaak gescheiden worden behandeld, aangezien Gestel en De Smet een innige en kunstzinnige vriendschap onderhielden, die een wederzijdse impact op hun werk had. Beide kunstenaars zochten naar een nieuwe vorm van expressie in hun werk. Hun gedeelde queeste zal eraan hebben bijgedragen dat Gestel en De Smet al snel na hun eerste ontmoeting bevriend raakten. Die vriendschap zou hun leven lang standhouden en voor beiden niet alleen op het persoonlijke vlak van grote waarde zijn, maar ook op het artistieke vlak. Misschien dat hun vriendschap juist zo hecht was, omdat Gestel en De Smet beiden roerige en bewogen levens leidden, zowel in de privésfeer als op professioneel gebied, en ze elkaar bleven steunen tijdens de hoogte én dieptepunten op beide vlakken. Dat was al zo vanaf hun eerste ontmoeting. Gustave De Smet ontvluchtte in 1914 zijn geboorteland vanwege de Eerste Wereldoorlog. Leo Gestel introduceerde hem in de Nederlandse moderne kunstwereld en niet lang hierna veranderde De Smet sterk van stijl. In de tweede helft van de jaren 1920 was het juist Gestel die na een huwelijkscrisis langere tijd in Vlaanderen verbleef en thema’s en stijlkenmerken van De Smet overnam. Nadat Gestel weer was teruggekeerd naar Nederland, diende zich in 1929 een volgende rampspoed aan. Toen ze ervan hoorden schreef het echtpaar De Smet aan Leo Gestel en diens vrouw: ‘Allerbeste vrienden, toevallig krijg ik een Belgische krant in handen waar het bericht in staat dat uw atelier zou zijn uitgebrand en al uw werk verwoest is. Is dat bericht waarheid? Zo ja, dan is het iets verschrikkelijk!!! […] Wat er ook van weze, beste, beste vrienden, laat u er niet door terneer drukken. Wij ook hebben harde klappen in het leven gekregen. Onze innige vriendschap voor je beiden van uw Gusta en Gust.’1
De vriendschap tussen Gestel en De Smet had een blijvende impact op hun leven en werk. Het werkte voor beiden als motor voor inspiratie, groei en vernieuwing. De kunstenaars inspireerden elkaar, daagden elkaar uit en brachten elkaar samen verder. Ze stuwden elkaar op in hun vernieuwingsdrang, waardoor ze bijzondere en kleurrijke meesterwerken wisten te creëren. De wederzijdse artistieke waardering staken ze niet onder stoelen of banken. Zo schreef Gestel over De Smet: ‘Hij is voor mij een kunstenaar van de bijzondere soort. Een groot verbeelder, droomer en een machtig colorist.’2
De artistieke vernieuwing in het werk van beide kunstenaars ontstond in jaren die werden gekenmerkt door een sterke maatschappelijke polarisatie. Het was een tijd van oorlogsdreiging, ballingschap, vluchtelingenstromen en ideologische tegenstellingen tussen nationalisme en internationalisme. Hun vriendschap en verbondenheid bood een tegenwicht aan de verdeelde wereld waarin zij leefden en de artistieke vernieuwing reikte verder dan de landsgrenzen en tegenstellingen. Ook vandaag bevinden we ons in een gepolariseerde maatschappij, waarin maatschappelijke spanningen, politieke verdeeldheid en oorlogsdreiging opnieuw aanwezig zijn. En ook nu zijn vriendschappen essentieel. Ze dragen nog steeds bij aan creativiteit, inspiratie en persoonlijke ontwikkeling. En door vriendschappen staan we meer open voor het perspectief van een ander; vriendschap zorgt voor meer begrip en nuance en kan oplossingen bieden voor uiteenlopende zienswijzen, in de kunst en daarbuiten. Laten we net als Gestel en De Smet voorbij grenzen kijken en ontdekken hoe vriendschap, kunst en dialoog kunnen bijdragen aan begrip en saamhorigheid. Juist nu is er behoefte aan zulke verbindende perspectieven.
Marrigje Rikken
Directeur Stedelijk Museum Alkmaar
Bergen (NH)
Blaricum Laren
NEDERLAND
Drongen Gent
SintMartensLatem Afsnee Deurle
Gestel De Smet
BELGIË
1 Kaart van belangrijke plaatsen waar Gestel en De Smet hebben gewoond.
Dankwoord
Over leven en werk van Leo Gestel en Gustave De Smet was al veel bekend, maar naar hun wederzijdse inspiratie, juist tijdens periodes van grote kwetsbaarheid en tegenstellingen, was nog niet eerder wetenschappelijk onderzoek gedaan. Deze publicatie en tentoonstelling zouden niet mogelijk zijn geweest zonder de grote inzet van gastconservator en auteur Kees van der Geer. Dankzij zijn grondig onderzoek zijn niet eerder gepubliceerde brieven gevonden en in combinatie met recent ontdekt archiefmateriaal zijn vele nieuwe inzichten verkregen en zijn visuele en thematische overeenkomsten zichtbaar gemaakt die tot nu toe onderbelicht bleven. Mede hierdoor vonden ook vele werken in particuliere collecties hun weg naar de tentoonstelling. Wij zijn deze particuliere verzamelaars veel dank verschuldigd voor het aan ons toevertrouwen van hun werk. Ook danken wij alle musea en kunsthandelaren die hun werk ter gelegenheid van de tentoonstelling in bruikleen hebben gegeven. Collectie Stichting Stigter | Aerden, Amsterdam, Stedelijk Museum Amsterdam, The Phoebus Foundation, Antwerpen, Museum Kranenburgh, Bergen, Kunsthandel Studio 2000, Blaricum, Huon & Kauri, Brussel, Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, Brussel, Museum van Elsene, Brussel, mudel, Deinze, Museum DhondtDhaenens, Deurle, Museum De Wieger, Deurne, Van Abbemuseum, Eindhoven, Rijksmuseum Twenthe, Enschede, Museum voor Schone Kunsten Gent, Frans Hals Museum, Haarlem, Singer Laren, KröllerMüller Museum, Otterlo, Galerie Oscar De Vos, SintMartensLatem, Museum de Fundatie, Zwolle en Heino/Wijhe, Collectie Kruidenberg en Collectie Renée Smithuis. Gemeente Alkmaar en de volgende fondsen die aan de tentoonstelling of aan de publicatie hebben bijgedragen, zijn wij eveneens zeer dankbaar: Het Cultuurfonds, Jaap Harten Fonds, Gravin van Bylandt Stichting, Vereniging Vrienden Nieuwe Kunst. Voor de publicatie gaat onze dank uit naar Marjan van Heteren en Marleen Blokhuis voor het kritisch meelezen van de tekst en naar uitgeverij Waanders Uitgevers en Studio Berry Slok voor de productie en vormgeving.
Inleiding
Op een prachtige dag in de zomer van 2013 sta ik in het Heilig Huizeken, het pension in het Belgische plaatsje Drongen waar Leo Gestel (1881–1941) in juni 1925 zijn intrek nam en twee en een half jaar verbleef [afb. 2]. 3 De kunstenaar was in een huwelijks en artistieke crisis beland en was afgereisd naar zijn vriend Gustave De Smet (1877–1943), die voor hem deze plek had gevonden om tot rust en bezinning te komen. In het Heilig Huizeken is een café restaurant gevestigd waar enkele foto’s aan de muren nog herinneren aan de tijd dat Gestel daar verbleef. Ik raak in gesprek met een bezoeker die familie blijkt te zijn van Ernest Lammens, de uitbater van destijds. Niet lang daarna zit ik aan een tafel in het huis van Ernests dochter Norbertine Lammens, die ‘oom’ Leo goed heeft gekend. Ze haalt een stapel brieven en briefkaarten van Gestel tevoorschijn, waarop onder meer de kaasmarkt in Alkmaar en de veemarkt in Woerden te zien zijn. Gestel schreef hartelijk, vol medeleven en met humor. Vader Willem Gestel was op bezoek geweest en uit brieven aan de familie Lammens blijkt dat deze huisschilder goed kon opschieten met de opa van Norbertine, volgens Leo Gestel een ‘gezelligen dikken baas, die decorateur is, maar zich konstschilder voelt en menig doekje heeft geverfd.’4
Norbertine wijst me op een schilderij van Gestel dat aan de muur in haar woonkamer hangt [afb. 3]. Op het schilderij is een man te zien die in een bootje naar de overkant van de Leie roeit. ‘Misschien is dat wel Van Blaaderen’, zegt ze. De kunstenaar Gerrit Willem van Blaaderen kwam zijn vriend in Drongen opzoeken en woonde enkele maanden in een huis aan de overkant van de Leie met zijn vrouw Sien en dochter Mab. Norbertine en Mab waren in die tijd vriendinnen geworden. Norbertine had De Smet ook gekend, die woonde aan de overkant in Afsnee en kwam regelmatig voor een partijtje bool (bolsport) of vogelpik (darten) naar het Heilig Huizeken.

Gestel had ondanks de problemen waarmee hij in die tijd worstelde de ‘meest aangenaamste herinneringen aan het land van de Leie’ en hij keerde er na 1927 vrijwel jaarlijks terug om zijn vrienden te bezoeken. Tot die vrienden behoorde De Smet. Zo schreef hij in 1934 aan zijn vriend Jan Slagter: ‘Het is mij daarom een vreugde bevoorrecht te zijn door enkele waaronder jezelf verstaan te worden en tot mijn vrienden te mogen rekenen, enkelen van die ware kunstenaars, die ik met Van Gogh durf samen te noemen, die voor hun werk het leven veil hebben in plaats van op de klok te letten of het bittertje of het biljart roept en uit te rekenen tevens hoeveel geld zij die dag bij hun vermogen mogen schrijven. Een van die vrienden is Kruyder, een ander Gustave De Smet.’5
Omgekeerd behoorde Gestel tot de innige vrienden van De Smet. Die vriendschap was ontstaan in de periode dat De Smet door de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog naar Nederland was gevlucht en zou levenslang duren. Gestel introduceerde De Smet in zijn vriendenkring en bij Piet Boendermaker, zijn belangrijkste mecenas. Bovendien zorgde hij ervoor dat De Smet zijn werk kon exposeren in het Stedelijk Museum Amsterdam.
De tentoonstelling Gestel en De Smet. Kleurrijke vriendschap en deze begeleidende publicatie belichten de vriendschap tussen Gestel en De Smet vanuit een kunsthistorisch perspectief. Beide kunstenaars waren altijd zoekende naar vernieuwing en verbetering. Ze stonden open voor nieuwe ontwikkelingen in de kunsten en waren oprecht geïnteresseerd in elkaars werk.
2 Heilig Huizeken, circa 1925
3 Leo Gestel, Oversteek aan de Leie bij ’t Heilig Huizeken, 1927, pastel op papier, 55 × 75 cm, particuliere collectie
Er is sprake van wederzijdse beïnvloeding, maar altijd met behoud van een eigen interpretatie en uitvoering. Terwijl de wortels van het latere werk van zowel Gestel als De Smet in het expressionisme van de Bergense School liggen, sloeg elk een eigen weg in met telkens nieuwe wendingen. Daarbij bleven ze steeds op de hoogte van elkaars ontwikkeling. Het is interessant om te zien hoe deze ontwikkelingen zowel tot eigenheid als tot gemeenschappelijke kenmerken hebben geleid. De tentoonstelling past naadloos in het tentoonstellingsbeleid van Stedelijk Museum Alkmaar, waar de Bergense School een van de speerpunten is. Eerder werd al de invloed getoond van het werk van Van Gogh, Cézanne en Le Fauconnier op de ontstaansgeschiedenis van de Bergense School. En nu worden de vriendschap en wederzijdse beïnvloeding belicht van een leidende figuur van de Bergense School en een voorman van het Vlaams expressionisme.
Over de relatie tussen Gestel en De Smet is eerder gepubliceerd, meestal in het kader van Vlaamse kunstenaars die in de Eerste Wereldoorlog naar Nederland uitweken. Of als onderdeel van een overzicht van kunstenaars die in de omgeving van SintMartensLatem werkten. 6 Tijdens de voorbereidingen van deze tentoonstelling gaf Stadsmuseum Woerden nog een kleine presentatie van het thema. Naar de diepe en kunstzinnige vriendschap tussen de kunstenaars is echter niet eerder uitgebreid onderzoek gedaan.

Voor het onderzoek voor deze publicatie en tentoonstelling over Gestel en De Smet was de ontmoeting met Norbertine Lammens bijzonder waardevol. De afgelopen jaren hebben ook andere mensen geholpen om stukjes van de puzzel in te kleuren, waarvoor ik hen uiteraard zeer dankbaar ben. Om er enkele te noemen: Jet Baruch, Piet Boyens, Lieven Deroose, Marijke Estourgie, Marjan van Heteren, Wim Kruidenberg, Arnold Ligthart, Mieke Rijnders, Caroline RoodenburgSchadd, Erik Schmitz, Renée Smithuis, Piet Spijk en Peter Thoben. Daarnaast kreeg ik veel hulp van kunsthandelaren en veilinghuizen om de verblijfplaatsen van kunstwerken te achterhalen.
Tijdens het onderzoek werd duidelijk dat van Leo Gestel veel meer egodocumenten bewaard zijn gebleven dan van Gustave De Smet. Gestel heeft tijdens zijn leven veel gecorrespondeerd en ook veel van zijn aantekeningen zijn goed bewaard gebleven. Dat was helaas niet het geval bij De Smet, van wie volgens overlevering na zijn overlijden veel correspondentie zou zijn vernietigd. Gelukkig zijn door tijdgenoten nog wel documenten van en over De Smet bewaard gebleven.
Nu, ruim tachtig jaar na het overlijden van beide kunstenaars, is het Heilig Huizeken in verval geraakt en zijn getuigen als Mab van Blaaderen en Norbertine Lammens overleden. Maar in de kunst van Gustave De Smet en Leo Gestel is hun innige vriendschap blijvend terug te vinden.



Zoektocht naar expressie 1914–1916
‹‹ 4 Gustave De Smet in zijn woning Spuistraat 36 Amsterdam, eind 1914–begin 1915
‹ 5 Gustave De Smet, Zittende vrouw (Gusta De Smet), 1913, olieverf op doek, 82 × 60 cm, particuliere collectie, O.C. 210. In de publicatie wordt met O.C.nummers verwezen naar de ouevrecatalogus van De Smet, zie Boyens 1989.
De Belgische kunstenaar Gustave De Smet woonde bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog met zijn vrouw Gusta en hun zestienjarige zoon Firmin in Gent.1 Op 4 augustus 1914 viel het Duitse leger België binnen. Door het oorlogsgeweld sloegen veel Belgische burgers op de vlucht naar het neutrale Nederland. In augustus en september waren dat al duizenden mensen, waaronder De Smet. Gustave De Smet kwam op 7 september 1914 aan in Zuiddorpe (Zeeland) en vertrok daar weer na enkele dagen op weg naar de Keizersgracht 687 in Amsterdam, het huis van uitgever Lambertus Jacobus Veen. 2 Later die maand verbleven De Smet en zijn collegakunstenaar Frits Van den Berghe tijdelijk in hotelpension Philadelphia aan de Leidsekade in Amsterdam. 3 De gevluchte kunstenaars betaalden hun pensiongeld met schilderijen en tekeningen. Op 13 oktober werd De Smet ingeschreven op het adres Spuistraat 36, samen met zijn vrouw Gusta en zoon Firmin die inmiddels ook uit België waren gevlucht [afb. 4 en 5]. 4
Toen De Smet naar Nederland vluchtte was hij 37 jaar oud en had hij een respectabele positie verworven in de Belgische kunstwereld. Hij genoot bekendheid als een van de Vlaamse kunstenaars die werkten in de omgeving van SintMartensLatem. De Smet was geboren in Gent en had al op jonge leeftijd zijn vader, die decoratieschilder was, geassisteerd. Later volgden zowel Gustave als zijn jongere broer Léon de opleiding aan de Gentse Koninklijke Academie voor Schone Kunsten. Eenmaal gevestigd als zelfstandig kunstenaar schilderde Gustave voornamelijk landschappen in impressionistische stijl [afb. 6]. Zijn werk werd met succes geëxposeerd in Antwerpen, Brussel en Luik [afb. 7]. In 1909 was De Smets werk voor het eerst in het buitenland te zien, op de Biënnale van Venetië. 5 In 1913 leverde hij een bijdrage aan de decoratie van het paviljoen van de Wereldtentoonstelling in Gent. De vier jaargetijden vormden het thema en De Smet zorgde voor het schilderij Zomer [afb. 8].
Vóór de oorlog was De Smet in Nederland vrijwel onbekend en werd zijn werk er niet geëxposeerd. Om de hedendaagse Belgische kunst te promoten organiseerde de Haagse kunsthandel Neuhuys in maart 1913 en in februari 1914 een ‘Belgische Salon’ met kunstenaars als Emile Claus, James Ensor en Gustave Van de Woestijne, maar De Smet was daar niet vertegenwoordigd. 6 Bij de opening van de salon in 1913 hield de Belgische schrijver en correspondent voor het Algemeen Handelsblad Herman Teirlinck een inleiding waarin hij betoogde dat er in Nederland geen modernisten van betekenis bestonden. 7 Want Nederlandse kunstenaars als Piet Mondriaan, Jan Sluijters en Leo Gestel waren op hun beurt in Brussel en het Vlaamse gewest vrijwel niet bekend.
Gestel, geboren in Woerden, was enkele jaren jonger dan De Smet en ook zoon van een decoratieschilder. Al vroeg werd zijn tekentalent ontdekt, ging hij naar de Rijksnormaalschool voor Teekenonderwijzers in Amsterdam en volgde hij avondlessen op de Rijksakademie van Beeldende Kunsten. Samen met Sluijters bezocht hij enkele keren Parijs en maakte daar kennis met de nieuwste kunstuitingen. In 1911 en 1912 exposeerde hij bij de Moderne Kunstkring, een initiatief van zeer vooruitstrevende kunstenaars als Conrad Kikkert, Jan Toorop, Piet Mondriaan en Jan Sluijters. In de

6 Gustave De Smet, Eenden aan de Leie, circa 1911, olieverf op doek, 80 × 100 cm, mudel (Museum van Deinze en de Leiestreek), Deinze, O.C. 190
7 Gustave De Smet, Vrouw bij rozelaar, 1912, olieverf op doek, 107,2 × 131,2 cm, The Phoebus Foundation, Antwerpen, O.C. 199


8 Gustave De Smet, Zomer, 1913, olieverf op doek, 145,5 × 150 cm, The Phoebus Foundation, Antwerpen, O.C. 212

jaren voor het uitbreken van de oorlog maakte Gestel naam met vernieuwende kunst en behoorde hij bij de voorhoede van de moderne hedendaagse kunst. 8 In 1913 had hij zelfs al twee grote overzichtstentoonstellingen: in maart bij Kunstzaal Schüller en Eisenloeffel in Den Haag en in augustus bij Kunsthandel Gerbrands in Arnhem, waar zijn werk van de jaren 1907 tot en met 1913 werd getoond.9 Gestel had volgens de recensent van het Algemeen Handelsblad met deze tentoonstelling aangetoond baanbrekend te zijn door eerst in luministische en divisionistische schilderijen de kleur te ontleden en een eigen expressiviteit te geven [afb. 9 en 10]. Om daarna, beïnvloed door het futurisme en kubisme, de onderdelen beweging en vorm in een heel eigen interpretatie van de werkelijkheid uit te drukken [afb. 11 en 13].10 In 1913 nam Gestel deel aan de door Herwarth Walden georganiseerde Erster Deutscher Herbstsalon in Berlijn, een van de belangrijkste internationale avant gardetentoonstellingen.
In datzelfde jaar werd Gestel door de Moderne Kunstkring geroyeerd toen hij, uit onvrede met het behoudende tentoonstellingsbeleid van de kunstenaarsvereniging St. Lucas, samen met enkele geestverwanten de met de Moderne Kunstkring concurrerende Hollandsche Kunstenaarskring oprichtte.11 De eerste tentoonstelling van deze kring kwam door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog pas in april 1915 tot stand. Op deze expositie toonde Gestel 25 schilderijen en 4 tekeningen die hij begin 1914 op het Spaanse eiland Mallorca had gemaakt [afb. 12].12 Het zijn ritmisch gefragmenteerde verbeeldingen van de natuur, veelal in tere, zachte kleuren. Hoewel deze werken nu gezien worden als een hoogtepunt in zijn oeuvre, werden deze destijds maar matig gewaardeerd.13 Gestel verkocht bij de eerste tentoonstelling van de Hollandsche Kunstenaarskring niet één van zijn Mallorcaschilderijen.14
9 Leo Gestel, Herfst, 1909, olieverf op doek, 51,7 × 58,9 cm, Museum Kranenburgh, deelcollectie gemeente Bergen NH
> 10 Leo Gestel, Herfst, 1911, olieverf op doek, 113,5 × 87,2 cm, Kunstmuseum Den Haag