de Haanstra’s vier schilders schilders uit uit één één gezin gezin vier
de Haanstra’s vier schilders uit één gezin
Peggie Breitbarth
Dit boek is opgedragen aan Han Haanstra (1940 - 2018)
Inhoud
6 7 9 16 20 24 33 77 127 159
Voorwoord Inleiding
Het jonge gezin strijkt neer in Goor Jaren dertig, de jeugd vliegt uit Oorlog
De Nieuwe Groep Folkert sr.
(1884-1966)
Johan (1914-1991) Bert (1916-1997)
Folkert jr. (1920-1985)
203
Tenslotte
205
Verantwoording
206
Literatuur
206
Exposities
5
Voorwoord
In de zeventiger jaren van de vorige eeuw kwam ik in Twente wonen en raakte bevriend met de schilders Eef de Weerd en Theo Wolvecamp. Gaandeweg kwamen er meer schilders bij, waaronder twee van een oudere generatie, Jan Broeze en Riemko Holtrop. Als jonge schilder luisterde ik geboeid naar de verhalen van deze gepassioneerde en ervaren collega’s die betrokken waren bij elkaars werk. Ik leerde hoe belangrijk het is om kennis te nemen van de kunstgeschiedenis. Uit het werk van vorige generaties valt veel lering te trekken en het helpt je te zoeken naar een eigen weg. Er werd in onze ateliers veel gesproken over verf, techniek, tentoonstellingen die we bezocht hadden, kunsthistorie en collega’s die we bewonderden. Door deze gesprekken kreeg ik een goed beeld van de schilderkunst in Twente en Overijssel in het begin van de twintigste eeuw. Een generatie schilders waarvan sommigen, achteraf gezien, onvoldoende erkenning kregen. Een naam die regelmatig voorbij kwam was Haanstra. Bij mij was alleen Bert Haanstra bekend als maker van de film Fanfare welke zich afspeelde in het landschap van mijn jeugd. Dat Bert ooit begon als schilder was mij onbekend. Er werd door mijn collega’s veel gesproken over vader Folkert Haanstra, een schilder met een zeer vrije geest. Ook diens zonen Johan en Folkert jr. kwamen ter sprake. Folkert sr. stond aan de basis van de moderne schilderkunst in Overijssel als oprichter van De Nieuwe Groep. Jaren later, terwijl ik bezig was met een monografie over Jan Broeze, kwam ik in contact met Han Haanstra, de kleinzoon van Folkert Haanstra sr. Een gepassioneerd kunstliefhebber die zich onder meer bezig hield met het maken van educatieve kunsttentoonstellingen voor het onderwijs. Han vertelde me veel over zijn vader, opa en ooms. In die periode kreeg ik contact met zijn zus Marthe. Ook zij bleek actief in het maken van kunsttentoonstellingen in Drenthe. Gedrieën maakten we in 2016 een expositie van schilderijen van Johan Haanstra bij Kienhuis Hoving in Enschede. Daar ontstonden de eerste plannen om de schilderwerken van de vier Haanstra’s en hun geschiedenis te bundelen in een boek. Helaas overleed Han in 2018. Na een onderbreking gingen Marthe en ik verder met de plannen en het uitwerken daarvan. We werden daarbij geholpen door de familie Haanstra. Tevens ontvingen wij veel steun van verschillende musea, fondsen, gemeentes en particulieren. Hun namen staan achterin het boek vermeld. Marthe en ik zijn blij met het resultaat en verwelkomen dit prachtige boek als een boeiend stuk kunstgeschiedenis, geschreven door kunsthistorica Peggie Breitbarth. Henk Lassche
6
Inleiding
In Goor staat een beeld: Eerbetoon aan Bert Haanstra. De nietsvermoedende toerist zal denken: Haanstra, de bekende Nederlandse filmer, wat moet die nu hier? De ingezetene zal misschien denken, maar was er niet ook een schilder? Ja zeker, die was er. Meer dan één zelfs. In de naoorlogse jaren telde het gezin er zelfs vier! In september 1945 opende het Rijksmuseum in Amsterdam zijn poorten voor de tentoonstelling “Kunst in Vrijheid”, georganiseerd door de Federatie van Beeldende Kunstenaars Verenigingen. Een van de talrijke exposanten was de pas afgestudeerde Bert Haanstra. Het zal de familie thuis in Goor ongetwijfeld met trots vervuld hebben. En wellicht ook gestimuleerd hebben hun eigen plan door te zetten. In de maand december van datzelfde jaar ging in Hengelo de expositie van “De Nieuwe Groep” van start met daarin maar liefst drie schilders Haanstra: Folkert sr., Johan en Folkert jr. Vier schilders in één gezin. Dat is al redelijk opmerkelijk. Nog opmerkelijker is het wanneer men bedenkt dat dit alles speelt in het midden van de vorige eeuw in het toen toch tamelijk cultuurarme Twente. En dat deze schilders bovendien expliciet aandacht vroegen voor de moderne kunst.
7
v.l.n.r.: broers Wim, Johan, Folkert en Bert Haanstra 8
Het jonge gezin strijkt neer in Goor
Het verhaal van het onderwijzersgezin Haanstra neemt zijn aanvang in het Friese dorp Ee, in de buurt van Dokkum. Daar woont de jonge huisschilder Albert Jeppes Haanstra, die aangetrokken door de enorme opbloei van de bouwnijverheid in het Amsterdam van die dagen, besluit zijn geluk in de hoofdstad te zoeken. Het is 1874. Tien jaar later wordt zijn zoon Folkert er geboren. En hoewel het gezin vaste voet in Amsterdam heeft gevonden, zullen de Haanstra’s zich altijd Fries blijven noemen. De ouders komen uit grote gezinnen en in de vakanties is er voor de kinderen ruim plaats bij de familie in Friesland. Folkert kan goed leren. Hij gaat naar de kweekschool en staat vervolgens in en rond de sterk groeiende gemeente Amsterdam voor de klas. In Abcoude ontmoet hij zijn aanstaande vrouw Jansje Schuiveling. Zij is twintig jaar oud, hij loopt tegen de dertig. Hoog tijd om zich ergens vast te vestigen en een gezin te stichten. Dat lukt in een plaatsje diep in de provincie Overijssel. De raad van Holten besluit op 8 februari 1913 de heer Haanstra aan te stellen
Getuigschrift 9
Gezin Haanstra 1923. v.l.n.r. Johan, Folkert jr., Jansje, Folkert sr., Bert en Wim
als hoofd van de openbare school in de buurtschap Espelo onder genot van woning en tuin! Folkert wordt hoofd van een boerenschooltje. Folkert en Jansje trouwen en storten zich in het avontuur. Al snel scharrelen er drie peuters rond: Johan, Wim en Bert. En terwijl Europa de verschrikkingen van de eerste Wereldoorlog beleeft, weten zij zich veilig geborgen in de hechte boerengemeenschap. In 1920 wordt de kleine Folkert geboren. Het gezin is dan al verhuisd naar Goor. Vader Folkert heeft nu een schooltje in Kerspel Goor onder zijn hoede, zo’n 3 kilometer buiten het stadje. Hij loopt erheen, keert terug voor de warme maaltijd en wandelt dan voor de middaglessen nogmaals op en neer. Voor vader en moeder Haanstra, die vanuit hun jeugd in het Amsterdamse een toch wat bredere culturele en maatschappelijke belangstelling hadden meegebracht, moet het heerlijk geweest zijn. Een levendig stadje met textielindustrie, een wekelijkse markt, verschillende bevolkingsgroepen en bovendien een station waarlangs zelfs internationaal treinverkeer plaatsvond. Mogelijkheden te over voor sociale contacten buiten eigen deur en school. 10
Het Bosschooltje in Espelo
Een van die nieuwe contacten is de kennismaking met een jonge man die bezeten is van tekenen en schilderen. Waarschijnlijk heeft het Goorse onderwijzersechtpaar KrouwelBlaauboer hen samengebracht. Jan Broeze (1896-1983) was een boerenzoon uit Elsenerbroek. Mevrouw Krouwel had bij een bezoek aan de boerderij zijn tekeningen ontdekt en zette zich zeer voor hem in. Zij stimuleerde hem zijn talent te ontwikkelen, leende hem boeken en trachtte hem zelfs naar de Rijksacademie in Amsterdam te krijgen. Dat bleek toch een brug te ver. Jan richtte een schildersatelier in op de boerderij van zijn grootouders en combineerde zo het schilderen met het werk op het land. Zijn jongere broer zou later met zijn gezin het beheer over de boerderij overnemen, Jan kreeg alle ruimte zijn passie te beoefenen en bleef als “boerenknecht” zijn aandeel in het familiebedrijf leveren. Folkert en Jan gingen regelmatig samen het veld in om te tekenen en Jan die al veel geschilderd had wist zijn enthousiasme op Folkert, en zeker ook op de jonge Johan, over te dragen.
Akte van bekwaamheid als onderwijzer
En dan komt op een zomeravond, we schrijven 1923, de Brabantse schilder Jan Kruysen Goor binnenstappen. Deze geschiedenis is talloze malen verteld, maar mag toch in dit verhaal niet ontbreken. De schilder is op weg naar zijn schoonfamilie in Duitsland, maar moet door omstandigheden een aantal dagen in Goor blijven. Zoiets gaat als een lopend vuurtje en het duurt niet lang of Jan Broeze stapt met een map tekeningen onder zijn arm op de man af. Kennelijk bevalt de kennismaking van beide kanten goed. Resultaat is dat Jan de winter van 1923/24 met enkele andere jonge Brabantse schilders bij Kruysen doorbrengt in het dorp Nimptsch in de omgeving van Breslau. Hij leert veel, niet alleen over de technische kant van het vak, maar vooral ook over de kunstgeschiedenis en verschillende stijlen. Kruysens focus lag op de kunst van de zuidelijke Nederlanden: van Brueghel en Rubens (naar wiens voorbeeld hij zich ook kleedde) tot het Vlaams expressionisme toe. Deze reis inspireerde Broeze tot een strikt persoonlijke verwerking van de moderne stijlen van de 20ste eeuw en met deze houding heeft hij ongetwij-
feld ook de Haanstra’s beïnvloed. Johan, aan wiens archief veel van het hier opgetekende is ontleend, schrijft over die warme en gelukkige jeugdjaren midden jaren ’20. Moeder achter de piano, vader geconcentreerd werkend aan het tekenwerk dat hij voor zijn LO-akte tekenen moest maken, de jongens ook allemaal met tekenblok actief. Spelletjes rond de eettafel. De kinderboeken die ze lazen: de kinderHet jonge gezin strijkt neer in Goor
11
Straat, 1948, olieverf op karton, 20 x 27,5 cm, particuliere collectie
z.t., z.j., olieverf op paneel, 24.3 x 27 cm, particuliere collectie
50
Landschap,1948, olieverf op karton, 15 x 20 cm, particuliere collectie
Goor, z.j., olieverf op karton, 29 x 37 cm, particuliere collectie
Folkert sr.
51
Café terras, 1948, olieverf op paneel, 28 x 38 cm, particuliere collectie
52
z.t., ca. 1950, olieverf op doek, 36 x 46 cm, particuliere collectie
Folkert sr.
53
Treurwilg en huis in schemering, 1948, olieverf op karton, 24 x 30 cm, particuliere collectie
Huizen met bomen en figuurtje, z.j., gouache op papier, 27,5 x 18,5 cm, Rijksmuseum Twenthe, Enschede
54
Tuinhuisje, z.j., olieverf op karton, 27 x 34 cm, Rijksmuseum Twenthe, Enschede
Folkert sr.
55
z.t., z.j., olieverf op doek, 38,5 x 29,5 cm, particuliere collectie
z.t., z.j., olieverf op doek, 48 x 39 cm, particuliere collectie
56
Dorpsstraat met 2 figuren, ca. 1950, olieverf op linnen/op paneel, 34 x 49,5 cm, particuliere collectie
Folkert sr.
57
Tuin met huizen en bomen, gouache + vetkrijt op papier, 15 x 21,5 cm, Rijksmuseum Twenthe, Enschede
Dorpsgezicht, z.j., krijt op papier, 23 x 30 cm, particuliere collectie
58
z.t., z.j., olieverf op doek, 32 x 24 cm, particuliere collectie
Folkert sr.
59
Kleurstelling 12, 1972, olieverf op paneel, 62 x 49 cm, particuliere collectie
104
Kleurstelling 1, 1972, olieverf op doek/op board, 50 x 40 cm, Rijksmuseum Twenthe, Enschede
Suawoude, 1978, olieverf op doek, 90 x 100 cm, Museum Belvédère, Heerenveen
Johan
105
Driesum, 1978, 110 x 125 cm, olieverf op linnen, particuliere collectie
106
Roodewier, 1978, olieverf op linnen, 100 x 100 cm, particuliere collectie
Johan
107
Sondel, 1979, olieverf op linnen, 70 x 70 cm, particuliere collectie
108
Nijewoldpade, 1980, olieverf op paneel, 40 x 40 cm, particuliere collectie
Johan
109
Westergeest, 1982, olieverf op doek, 69,8 x 71,4 cm, Fries Museum, Leeuwarden
110
Deinum 2, 1984, olieverf op doek, 80 x 90 cm, Rijksmuseum Twenthe, Enschede
Johan
111
Phaesmatille 3, 1984, olieverf op linnen, 95 x 95 cm, particuliere collectie
112
Warga 2, 1984, olieverf op doek/op board, 49,5 x 49,5 cm, Museum Belvédère, Heerenveen
Nijehaske, 1983, olieverf op linnen, 80 x 80 cm, particuliere collectie Johan
113
Kop, 1958, gouache op papier, 51 x 64 cm, particuliere collectie
166
Zelfportret, 1957, Acryl op paneel, 50 x 63 cm, particuliere collectie
Folkert jr.
167
Kalkovens, 1962, gouache op papier, 51 x 64 cm, particuliere collectie
168
Slachthuis, 1959, gouache op papier, 51 x 64 cm, particuliere collectie
Folkert jr.
169
Zelfportret, 1963, gouache op papier, 49 x 64 cm, particuliere collectie
170
Kerkhof, 1960, gouache op papier, 64 x 51 cm, particuliere collectie
Folkert jr.
171
Landschap met gele lucht, 1968, Tempera op board, 47 x 29 cm, Museum Belvédère, Heerenveen
172
Huis en bomen, 1967, gouache op papier, 66 x 51 cm, Museum Belvédère, Heerenveen
Folkert jr.
173