Skip to main content

De grote trap - Paleis Het Loo

Page 1


als muren konden praten

De grote trap

Inhoud

Als muren konden praten 5 Een geschilderde wereld

Een trap met uitzicht 9 Het ontwerp van Daniël Marot

De wereld in huis 27 De grote trap in context

Een bordes tussen oost en west 47 Willem III en de sultan

Metamorfose

Restauraties en reconstructie

erfgoed

De grote trap leidt naar de grote zaal op de eerste verdieping.

Als muren konden praten

een geschilderde wereld

Wie Paleis Het Loo bezoekt, kan hem niet missen: de grote trap in het hart van het gebouw. De majestueuze trap telt 36 treden – ouderwetse, ‘luie’ treden, geschikt voor lange rokken en strakke kostuums. Op weg naar boven vertraagt als vanzelf je pas. Een geschilderde wereld ontvouwt zich op wanden en plafond. Deze trap vertelt een verhaal.

De schildering toont een zuilengalerij met doorkijkjes naar weidse vergezichten. Er is van alles te zien: een papegaai, vazen met bloemslingers, beelden van godinnen. Centraal staan zeven figuren – allemaal mannen –die nonchalant leunen op de geschilderde balustrades. Ze lijken met elkaar in gesprek en werpen nieuwsgierige blikken de ruimte in. De kleding van de mannen lijkt Ottomaans. Wie ze precies zijn en waarom ze hier zijn afgebeeld, bleef lang een mysterie.

De monumentale schildering kent een lange geschiedenis. Het oorspronkelijke werk op muren en plafond werd rond 1692 voltooid. Door restauraties en veranderende smaak heeft het trappenhuis er in de loop van de eeuwen totaal anders uitgezien. Wat bezoekers nu zien, is een reconstructie uit het begin van de 20e eeuw, gebaseerd op oude fragmenten en een 17e-eeuwse prent van de trap.

De grote trap van Paleis Het Loo.

Ruim een eeuw later is dankzij nieuw onderzoek duidelijk geworden hoe we dit kunstwerk kunnen interpreteren. De schildering vertelt een opmerkelijk verhaal, dat voert van de Veluwe naar het Franse Versailles en verder, naar Istanbul. Het toont de culturele en politieke verbondenheid van de Oranjes met andere vorstenhoven en hun betrokkenheid bij de actualiteit omstreeks 1700. Het kunstwerk past bovendien binnen de Noord-Europese traditie van monumentale muurschilderingen. Ontdek in dit boek het verrassende verhaal van de grote trap en maak kennis met uniek Nederlands erfgoed.

De mannen lijken met elkaar in gesprek.

Verspreid over de trap zijn vier vazen met bloemenslingers te zien.

Een trap met uitzicht

ontwerp

In 1684 kochten stadhouder Willem III (1650-1702) en zijn echtgenote prinses Mary II Stuart (1662-1695) het middeleeuwse jachtslot Het Oude Loo, samen met het omliggende terrein. Naast dit verouderde slot lieten ze een nieuw, moderner jachthuis bouwen. Mary legde op 7 mei 1685 de eerste steen. Ruim een jaar later was het gebouw al klaar. Dit corps de logis – Frans voor ‘woongebouw’ – vormt nu het hart van Paleis Het Loo.

Wie het oorspronkelijke ontwerp voor het paleis heeft gemaakt, is niet zeker. De architect Jacob Roman (1640-1716) was in elk geval nauw bij de bouw betrokken. De grote trap werd aangelegd direct achter de vestibule, op de centrale as van het gebouw. Ter inspiratie had Willem III via zijn ambassadeur in Parijs ontwerpen opgevraagd bij de prestigieuze Koninklijke Academie voor Architectuur. Op 5 april 1685, enkele weken voor de bouw begon, ontving hij de tekeningen. Hoewel Roman deze niet nauwkeurig volgde, laten ze zien dat Willem zijn voorbeelden in Frankrijk zocht. Daar werd gebouwd in de barokstijl. Gebouwen waren symmetrisch en groots van opzet. De interieurs werden weelderig gedecoreerd met kostbare stoffen, marmer en gouden details. In de Republiek vertaalde deze overdadige stijl zich naar een meer sobere variant, de Hollandse barok die ook Paleis Het Loo kenmerkt.

Vanaf de geschilderde balustrade ziet een papegaai bezoekers komen en gaan.

het
van Daniël Marot

Van jachthuis naar koninklijk paleis

In februari 1689 werden Willem en Mary koning en koningin van Engeland, Schotland en Ierland. Dit gebeurde na de vreedzame afzetting van de Engelse koning Jacobus II (1633–1701), de vader van Mary. Op uitnodiging van invloedrijke edelen namen Willem en Mary zijn plaats op de troon in.

Om hun nieuwe, koninklijke status kracht bij te zetten, lieten ze vanaf de zomer van 1689 grootse uitbreidingen uitvoeren aan hun paleizen. In Londen werden Hampton Court en Kensington Palace onder handen genomen. Ook Paleis Het Loo, dat voortaan dienst deed als koninklijk zomerpaleis, werd uitgebreid.

Mary II Stuart geportretteerd door Willem Wissing rond 1686 (detail).

Koning-stadhouder Willem III geportretteerd door hofschilder Jan Hendrik Brandon in 1698 (detail).

Het huidige Paleis Het Loo met in het midden het corps de logis, het oorspronkelijke gebouw.

Romeyn de Hooghe maakte deze vogelvluchtprent rond 1695, kort na de uitbreiding van het paleis.

Willem en Mary als koning en koningin van Engeland, Schotland en Ierland op een prent van Romeyn de Hooghe.

De Franse kunstenaar Daniël Marot (1661-1752) speelde een belangrijke rol bij de decoratie en inrichting van Paleis Het Loo. Als calvinist was hij in 1685 met zijn familie zijn land ontvlucht. Protestanten werden in Frankrijk vervolgd na de uitvaardiging van het Edict van Fontainebleau door koning Lodewijk XIV. Marot vond onderdak en bescherming aan het hof van Willem III, die zijn talent goed kon gebruiken. Hij maakte ontwerpen voor paleizen in de Republiek en in Engeland. Op Paleis Het Loo was Marot verantwoordelijk voor een groot deel van het interieur. Ook het meubilair en veel tuinornamenten waren naar ontwerp van zijn hand.

Daniël Marot, geportretteerd in een gravure door Jacob Gole.

Totaalontwerp

Tijdens de tweede bouwfase, tussen 1690 en 1694, ontstond het paleis zoals we het nu kennen. Paviljoens werden aan het corps de logis toegevoegd als verbinding met de zijvleugels en de tuinen werden vergroot. Tussen 1690 en 1693 werd de grote trap gedecoreerd met een doorlopende wand- en plafondschildering van ongeveer 550 vierkante meter, uitgevoerd in olieverf op stucwerk. Het ontwerp was van Daniël Marot.

Voor de oost- en westwanden van het trappenhuis ontwierp Marot een zuilengalerij, met een gebogen gewelf dat doorloopt op het plafond. Door de geschilderde architectuur lijkt de ruimte hoger dan deze daadwerkelijk is: een optische illusie. De zuilen en gewelven zijn direct met olieverf op de muren aangebracht. Tussen de zuilen leunen mannen nonchalant op balustrades. Op de oostwand zit een kleurrijke papegaai naast hen. Bij de ramen staat aan beide kanten een grote tuinvaas, versierd met een slinger van bloemen. Achter de balustrades openen zich doorkijkjes naar een landschap ver weg. Binnen en buiten gaan naadloos in elkaar over.

De schildering op de oostwand, gezien vanaf het tussenbordes.

Een geschilderde ‘oculus’, een ronde opening in het plafond, wekt de indruk dat je zo de hemel inkijkt. Daaromheen zijn in grijstinten reliëfs geschilderd.

Ze tonen naakte figuurtjes, putti genoemd, die bezig zijn met allerlei jachtactiviteiten en zo verwijzen naar de oorspronkelijke functie van het paleis. Koning-stadhouder Willem III was een groot liefhebber van jagen.

Nadat de muurschildering was voltooid, maakte Marot een ets om het resultaat vast te leggen. Waarschijnlijk gebruikte hij hierbij niet de schildering zelf als voorbeeld, maar een ontwerptekening die later verloren ging. Hieruit blijkt dat veel elementen van de trapdecoratie op Paleis Het Loo ook voorkomen in andere ontwerpen van zijn hand. Toch zijn er ook opmerkelijke verschillen, waardoor de grote trap binnen het oeuvre van Marot een bijzondere plaats inneemt. Opvallend zijn vooral de twee groepen mannen in Ottomaans aandoende kleding op de oost- en westwand van het trappenhuis. Ze wijken sterk af van de mythologische of allegorische figuren die Marot meestal afbeeldde in soortgelijke interieurs, zoals dat van Slot Zeist of Huis de Voorst. Rijk beschilderde trappenhuizen waren in het laatste kwart van de 17e eeuw populair, ze vormden het pronkstuk van veel statige huizen in Nederland.

Een geschilderd reliëf toont een scène met jagende putti.

Het beschilderde plafond van het trappenhuis.

maakte na voltooiing van de grote trap deze ets.

Marot

Het trappenhuis van Slot Zeist met mythologische voorstellingen op de wanden.

Marot was vooral werkzaam als ontwerper en liet geen schilderijen na. Zijn ontwerp voor de grote trap van Paleis Het Loo werd grotendeels uitgevoerd door Robbert Duval (1649-1732), hofschilder van Willem III sinds 1682. Vermoedelijk kreeg hij daarbij hulp van andere kunstenaars, zoals Johannes Lotyn (1618-1695), die verantwoordelijk was voor veel van de geschilderde bloemen op de plafonds en bovendeurstukken van het paleis.

Een royaal gebaar

Het trappenhuis vormt de belangrijkste verbinding tussen de vestibule – de entreehal van het paleis – en de grote zaal op de eerste verdieping, waar Willem en Mary prominente gasten ontvingen. Volgens de traditie in de Nederlandse hofarchitectuur woonden de stadhouder en zijn echtgenote op deze verdieping. Belangrijke adviseurs hadden hun domein op de begane grond. Het personeel woonde en werkte in het onderhuis. Op Paleis Het Loo was dat niet anders.

In 1750 etste Pieter Tanjé dit postume portret van Robbert Duval naar een tekening van Aert Schouman (detail).

Marots ontwerp voor de trap bij Huis de Voorst.

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
De grote trap - Paleis Het Loo by uitgeverijdekunst - Issuu