Skip to main content

Art Nouveau in Den Haag

Page 1

Architectuur met internationale allure rond 1900

Art Nouveau in Den Haag

ANDRÉA A. KROON & AUDREY WAGTBERG HANSEN


Architectuur met internationale allure rond 1900

Art Nouveau in Den Haag


Voorwoord

7

STIJL MET INTERNATIONALE ALLURE

11

EEN ORGANISCHE VORMENTAAL

19

CONSTRUCTIE ALS ORNAMENT

35

FRAAI EN HYGIËNISCH: BOUWKERAMIEK

49

SPELING VAN HET LICHT: GLAS-IN-LOOD

65

OVERGANGSARCHITECTUUR

79

ART NOUVEAU

97

JUGENDSTIL

123

UM 1800-BEWEGUNG

139

WIENER SECESSION

151

EEN NEDERLANDSE VARIANT: DE NIEUWE KUNST

175

NIEUWE INTERPRETATIES

195

Noten

200

Bronnen

203

Index

210

Colofon

216


Voorwoord

D

en Haag is een stad die zich steeds opnieuw uitvindt. Juist daarom is het belangrijk om ook aandacht te houden voor de gebouwen en plekken die herinneren aan de rijke geschiedenis van de stad. De architectuur van de art nouveau, of nieuwe kunst, behoort tot de meest bijzondere uitingen van die geschiedenis. Rond 1900 brachten architecten en ontwerpers een vernieuwende vormentaal tot leven, geïnspireerd door de natuur, het moderne leven en internationale ontwikkelingen. Ook Den Haag speelde daarin een belangrijke rol. Dit boek laat zien hoe rijk het art-nouveauerfgoed van Den Haag is. Achter karakteristieke gevels, elegante ornamenten en verrassende details gaan verhalen schuil over kunstenaars, opdrachtgevers en vernieuwing. Het internationale karakter van Den Haag komt hierin duidelijk naar voren, mede door invloeden uit andere Europese steden en voormalig Nederlands-Indië. Tegelijkertijd maakt deze publicatie duidelijk dat erfgoed niet vanzelfsprekend behouden blijft. Verschillende karakteristieke gebouwen zijn inmiddels verdwenen, maar gelukkig is ook veel bewaard gebleven. De auteurs hebben een fraaie selectie gemaakt van de mooiste en meest betekenisvolle voorbeelden, die samen laten zien dat Den Haag binnen de Nederlandse context in dialoog stond met internationale centra van de art nouveau, zoal Brussel, Parijs en Wenen. Ik hoop dat dit boek u inspireert om met nieuwe ogen naar de stad te kijken en zelf op ontdekkingstocht te gaan langs de vele sporen van de art nouveau. Ze vormen een blijvende herinnering aan een periode van artistieke vernieuwing die het gezicht van Den Haag mede heeft gevormd.

Lotte van Basten Batenburg Wethouder Financiën, Cultuur en Scheveningen

VOORWOORD

7


Motieven uit het Stalenboek van tegelpatronen voor lambrizeringen […], van de Haagsche Plateelbakkerij Rozenburg, ca. 1900. Foto’s: Haags Gemeentearchief.


10

ART NOUVEAU IN DEN HAAG


Stijl met internationale allure

O

p 13 december 1895 melden meerdere Nederlandse kranten een bericht uit Parijs: de bekende kunsthandelaar Samuel Bing opent zijn Salon de l’Art Nouveau. Het Algemeen Handelsblad legt uit wat Bing hiermee hoopt te bereiken: De nieuwe kunst heeft tot doel aI die kunstuitingen te vereenigen, welke geene herleving van het verleden beoogen, en zonder speciale soorten uit te sluiten, en zonder aan eenige school de voorkeur te geven, een verzamelplaats open te stellen voor alle kunstwerken die eene krachtig sprekende persoonlijkheid toonen. Het zal strijden om het leelijke en de pretentieuse weelde uit alle zaken van dagelijksch gebruik te verwijderen en om den verfijnden smaak en de bekoring van eenvoudige schoonheid tot in de minste voorwerpen van gewoon nut te doen doordringen.1 Onder de deelnemers worden ook Nederlandse kunstenaars genoemd, zoals Johan Thorn Prikker, Floris Verster, Jan Veth, Theo van Hoytema en Joseph Mendes da Costa. Een inzending van de eveneens uitgenodigde Jan Toorop ontbreekt echter. In Den Haag is men dan al bekend met Bing, die in 1893 een tentoonstelling van Japanse kunst in de Haagse Kunstkring had georganiseerd.2 De term ‘art nouveau’ wordt al in de jaren 1880 gebruikt, zoals we nu spreken van hedendaagse kunst. Bing vat in zijn statement de artistieke tijdgeest goed samen: een streven om eclectisch gebruik van historiserende stijlen te verruilen voor een krachtige nieuwe stroming waarin alle kunstdisciplines zijn verenigd. Dat wegvallen van grenzen geeft kunstenaars een onbegrensde uitingsvrijheid, terwijl vakmanschap en ambachtelijke productie met respect en enthousiasme worden omarmd. Veel kunstenaars zetten zich af tegen de toenemende massaproductie en commercialiteit, of zoeken naar manieren om het ambacht in het productieproces te herstellen. De daaropvolgende jaren ontwikkelt de art nouveau zich in architectuur, kunst, vormgeving en mode tot een ware

Wassenaarseweg 13, woonhuis van architect J. Mutters jr., 1896 (gesloopt). Foto, 1900: Henk Nijenhuis. VORIGE PAGINA Nieuwe of Littéraire Sociëteit De Witte, Plein 24, leeszaal naar ontwerp van architect J. Mutters jr. met sgrafitto van de Belgische decoratieschilder H. Baes, 1899. Foto: Haags Gemeentearchief.

STIJL MET INTERNATIONALE ALLURE

11


Hoofdgebouw van de Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid te ’s-Gravenhage, 1898. Foto: Anna C. Leijer/Atria.

Feestversiering voor de inhuldiging van koningin Wilhelmina bij Hotel

Nederlands paviljoen op de Exposition Universelle in Parijs, 1900, ontwerp

de la Promenade, Oude Scheveningseweg, sept. 1898. Foto: Haags

van architect J. Mutters jr. en kunstenaar K. Sluyterman, uitgevoerd door

Gemeentearchief.

J. Lorrie. Foto: architectuur.nl.

12

ART NOUVEAU IN DEN HAAG


Wandelhoofd koningin Wilhelmina (Scheveningse Pier), winkeltje van Maison Krul, 1910. Foto: Haags Gemeentearchief.

rage. Architecten gebruiken deze vernieuwende stijl om de hele leefomgeving in te richten met een eenduidige visie, van gevel en bovenlicht tot meubilair en deurknopjes: een Gesamtkunstwerk. Het bekendst en geliefdst is de zwierige Frans-Belgische art nouveau. Kenmerkend is het gebruik van een sierlijke vormentaal, inspiratie uit de natuur en de toepassing van constructieve elementen als decoratie. Al gauw ontwikkelen andere Europese landen ieder een eigen variant: de Duitse jugendstil, de Oostenrijkse secession, de Schotse Glasgow Style, het Spaanse modernismo, enzovoort. Vandaag de dag roept de art nouveau naast bewondering ook een gevoel van nostalgie op. Het is moeilijk om je voor te stellen dat het destijds ging om een nieuw fenomeen. Een stijl die zo modern, hip en baanbrekend was, dat ze oudere generaties soms pijn deed aan de ogen – en dus ook op weerstand stuitte. Het is misschien nog het beste te vergelijken met de introductie van rock-‘n-roll of punk, eveneens keerpunten in de cultuurgeschiedenis en mode die door de jeugd van hun tijd zijn omarmd. Bings missie om authentieke schoonheid te produceren lijkt geslaagd, gezien de vele vormgevers die nog steeds op deze stijl teruggrijpen en de wereldwijde belangstelling voor het bewaard gebleven erfgoed, sinds 2013 gevierd op World Art Nouveau Day (10 juni). DEN HAAG ROND 1900 Waarom slaat art nouveau rond 1900 juist in Den Haag aan? Nederland maakt in die periode een economische bloeiperiode door, mede dankzij de groei van de kolen- en

staalindustrie, en de openstelling van Nederlands-Indië voor exploitatie door particuliere bedrijven.3 De stedelijke bevolking groeit snel en een nieuwe generatie welgestelde burgers, waaronder repatrianten, kan investeren in bouwprojecten. Juist de bruisende Hofstad, die met koninklijke paleizen, ministeries en hoofdkantoren van handelsmaatschappijen een voortdurend internationaal verkeer kent, is aantrekkelijk. Onder de vele reizigers zijn ook architecten en kunstenaars, die nieuwe trends doorgeven aan hun Haagse collega’s. Daarnaast spelen internationale kunsttijdschriften een belangrijke rol in de verspreiding van ideeën. Elektrische verlichting wordt betaalbaar, zodat donkere negentiende-eeuwse interieurs worden ingeruild voor moderne, rijk verlichte ruimtes. Verlichting betekent ook dat uitgaan en het nachtleven een prominentere rol in het stadsleven gaan spelen. Er komen prachtige theaters en restaurants, die zich kunnen meten met Brussel en Parijs. De stad groeit met nieuwe wijken, zoals ‘Nieuw Scheveningen’ (later Statenkwartier), Belgisch Park en Duinoord. Meubelfabrieken als Pander en Mutters, en kunstenaarscollectieven als Binnenhuis Die Haghe en Arts and Crafts spelen in op de groeiende wooncultuur, en bieden ruimte aan makers van nieuwe kunst.4 Tegelijkertijd ontwikkelt Scheveningen zich tot een drukbezochte toeristische badplaats en verrijzen stijlvol ingerichte hotels. Theesalons, melkinrichtingen en andere ‘verversingssalons’ schieten als paddenstoelen uit de grond. Kunstverenigingen maken een bloeiperiode door. Schilderkundig Genootschap Pulchri Studio (1847) heeft on-

STIJL MET INTERNATIONALE ALLURE

13


Gevers Deynootplein, Circus Albert Schumann, naar ontwerp van architect W. van Liefland met tegeltableau boven de ingang, prentbriefkaart, 1904 (later verbouwd tot Circustheater). Foto: Haags Gemeentearchief/ C.J. de Gilde.

Palace Hotel met Oranjegalerij aan de Zeezijde, naar ontwerp van architect W. van Liefland met kenmerken van de Wiener Secession, 1903-1904 (gesloopt). Foto ca. 1920: Haags Gemeentearchief/J. van der Markt.

14

ART NOUVEAU IN DEN HAAG


der de leden schilders van de Haagse School, die onder meer duin- en zeelandschappen belichten. De Nederlandsche Vereeniging tot Bevordering van Kunstnijverheid Arti et Industriae (1884) richt zich op ontwerpers, en de Haagse Kunstkring (1891) trekt leden die interdisciplinaire stromingen als symbolisme en expressionisme verkennen.5 Den Haag is rond 1900 bovendien een gewilde locatie voor beurzen, wedstrijden, congressen en andere tijdelijke evenementen. Hierin wordt veel geïnvesteerd, terwijl arbeidskracht relatief goedkoop is. Het resultaat is een reeks prachtige ontwerpen, die na enkele weken of zelfs dagen alweer worden afgebroken maar het verdienen om herinnerd te worden. Haagse architecten en kunstenaars zijn op hun beurt betrokken bij Nederlandse inzendingen aan buitenlandse exposities, zoals de Wereldtentoonstellingen. Zo wordt Den Haag een stad van internationale allure, waar diverse Europese varianten van de art nouveau terug te vinden zijn. Ontwerpen van onder meer Jan Willem Bosboom, Wilhelmus Bernardus van Liefland, J.P.J. Lorrie, Johan Mutters jr., Jan Olthuis en Louis de Wolf getuigen daar nog altijd van. De Hofstad staat internationaal in de schijnwerpers bij de opening van het Vredespaleis in 1913, een project dat al bijna een decennium eerder was geïnitieerd. Het rijke interieur is een mengeling van conservatieve stijlen en nieuwe kunst. Tegen de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) is de art-nouveauhype echter weer over zijn hoogtepunt heen. In oorlogstijd worden materialen schaarser en als gevolg daarvan wordt de vormgeving weer soberder. Hoewel de stijl door kunsthistorici formeel wordt begrensd als de periode 1895-1914, zijn er ook diverse uitschieters en overgangsvormen. Net zoals tegenwoordig werden in interieurs vaak oude en nieuwe stijlen naast elkaar toegepast of met elkaar vermengd. Zo zijn nieuwe kunstelementen vaak te vinden in overgangsarchitectuur, of panden waarin art-nouveau-, neorenaissance- en/of Um 1800-stijlelementen eveneens aanwezig zijn. HERWAARDERING Het is opmerkelijk hoeveel herwaardering er is voor art nouveau onder jongere generaties Hagenaars. Die waardering kent pieken en dalen, die elkaar om de twintig jaar lijken af te wisselen. Het proefschrift van Louis Gans, Nieuwe Kunst: de Nederlandse bijdrage aan de Art Nouveau, markeert in 1960 een eerste golf van hernieuwde interesse in het onderwerp – en tevens de inburgering van de term ‘nieuwe kunst’ voor de unieke Nederlandse variant.6 Datzelfde jaar wordt een expositie in het Haags Gemeentemuseum (nu: Kunstmuseum) gewijd aan De Nederlandse Art Nouveau. En zoals iedere generatie met nostalgie terugkijkt op de tijd van zijn grootouders, is de vormgeving rond 1900 een belangrijke inspiratie voor de hippiegeneratie. In de jaren zestig-zeventig begint het hergebruik van ‘vintage’ meubels en kleding, terwijl de zweepslagstijl op

alle mogelijke manieren opnieuw wordt geïnterpreteerd en zelfs een felgekleurd psychedelisch tintje krijgt. Hierna vormen de jaren zeventig-tachtig een periode van intensieve stadsvernieuwing, waarin helaas veel historische panden moeten wijken, zelfs kenmerkende voorbeelden als het Palace Hotel met Oranjegalerij in Scheveningen, en panden met een monumentenstatus in het Haagse Statenkwartier. In 1981, juist als de meningen over behouden en vernieuwen bij publiek en professionals ernstig zijn verdeeld, publiceert de Dr. H.P. Berlagestichting een eerste architectuurwandeling langs Haagse art nouveau. In 1983 organiseert het Gemeentemuseum zelfs een busexcursie

BOVEN Eerstesteenlegging van het Vredespaleis aan het Carnegieplein, waarbij een wit-gouden ‘Muziektempel’ van gewapend beton is opgericht, 30-7-1907. Foto: Haags Gemeentearchief/A.J.M. Steinmetz. ONDER Dagelijkse Groenmarkt 29, Café-Restaurant Hollandais naar ontwerp van architect L. de Wolf en aannemer J. Lorrie, met interieur in secessionstijl, 1910. Foto: Haags Gemeentearchief.

STIJL MET INTERNATIONALE ALLURE

15


Loopbrug van het Wandelhoofd koningin Wilhelmina door architect W.B. van Liefland met siersmeedwerk van L.I. Enthoven & Co naar ontwerp van de Belgische ir. E. Wybowski uit 1901 (gesloopt 1943), prentbriefkaart 1914. Foto: Haags Gemeentearchief. ONDER Lange Poten 6-10, cafézaal van Hotel Central, ontwerp van architect J. Mutters jr. i.s.m. architect H. Dammerman jr. in opdracht van de Zuid-Hollandsche Bierbrouwerij, 1913. Foto: Mutters 1916, plaat 37.

langs hoogtepunten in de stad.7 De rest van de jaren tachtig staat echter meer in het teken van de opleving van de art deco en haar strakke belijning. Het zal tot de viering van ‘750 jaar Den Haag’ in 1998 duren, voordat er weer belangrijke publicaties en exposities aan Haagse uitingen van art nouveau worden gewijd. Het fotografenechtpaar Hesmerg legt de mooiste voorbeelden vast en nieuwe kunst wordt belicht in de expositie Den Haag rond 1900 in Paleis Lange Voorhout. De Haagse Open Monumentendag van 2007 staat in het kader van Art Nouveau in de Binnenstad, waarbij een nieuwe stadswandeling verschijnt, pas in 2015 gevolgd door een Engelstalige versie voor buitenlandse toeristen. Als het beroemde Lorriehuis (Smidswater 26) in 2017 op de markt komt, wordt opgeroepen om het te behouden als museum, echter zonder resultaat. Wel komt uit de betrokken actiegroep in 2019 het Art Nouveau Festijn voort, dat sindsdien jaarlijks in de zomer wordt gehouden op of rond World Art Nouveau Day.8 Het Gemeentemuseum maakt de cirkel rond door in 2018 opnieuw een expositie te wijden aan Art Nouveau in Nederland. INVENTARISATIE Hoewel een aantal Haagse panden als overbekende voorbeelden van art nouveau geldt (Smidswater 26, Laan van Meerdervoort 215, Noordeinde 164, enzovoort), is minder

16

ART NOUVEAU IN DEN HAAG

bekend dat de Hofstad zich best kan meten met Parijs en Brussel. Niet alleen vanwege behouden voorbeelden van de geliefde zweepslaglijn, maar juist vanwege de diversiteit aan Europese varianten die hier zijn toegepast. Typerend voor het internationale karakter van de stad is dat weinig panden volledig zijn uitgevoerd in één variant. In veel Haagse herenhuizen zijn glas-in-loodramen met Frans-Belgische zweepslagbelijning en een balkon met secessionsiersmeedwerk moeiteloos gecombineerd met nieuwe kunst tegelwanden. Bijna 125 jaar na de introductie van Bings visie zijn echter veel gebouwen gesloopt, vervangen of vergeten, en


ontbreekt een actueel overzicht van het resterende Haagse erfgoed.9 Daarom worden de resultaten van het huidige gemeentelijke project Art Nouveau / Nieuwe Kunst: Architectuur met internationale allure gedeeld in lezingen, exposities en publicaties, om wijkbewoners en stadsbezoekers kennis te laten maken met de mooiste en markantste voorbeelden. Daarmee draagt het project ook bij aan de waardering voor, en het bewustzijn van, het karakterbepalende internationale verleden van de stad. Den Haag telt anno 2026 meer dan 125 beschermde panden die de art nouveau en zijn varianten vertegenwoordigen – veel meer dan in één boekband past.10 Deze publicatie is dan ook niet uitputtend, maar biedt een brede kennismaking. Een groot aantal van deze Rijks- en gemeentelijke monumenten, en beschermde stadsgezichten zijn te vinden in en om het centrum (Museumkwartier), of in woonwijken uit 1900 zoals Scheveningen en Statenkwartier; andere bevinden zich op onverwachte plekken. Bovendien zijn allerlei geveldetails verstopt in portieken, bovenlichten of balkons van (nog) onbeschermde panden. Zulke details bevinden zich soms aan de tuin- of balkonzijde, alleen zichtbaar voor de bewoners zelf. Gelukkig zijn er enthousiaste stadsfotografen en andere liefhebbers die deze rijkdom aan bewaard gebleven juweeltjes belichten op social media, zodat iedereen daarvan kan genieten. Dat helpt mee aan het draagvlak voor het behoud van dit prachtige erfgoed.

BOVEN Paviljoen op de Nationale en Internationale Landbouwtentoonstelling (in latere Westbroekpark), 29-8-1913. Foto: Haags Gemeentearchief. ONDER Waldeck Pyrmontkade 90, Depot Coöperatieve Winkelvereeniging Eigen Hulp, gevel met jugendstildecoraties, 1910. Foto: Haags Gemeentearchief.

STIJL MET INTERNATIONALE ALLURE

17


18

ART NOUVEAU IN DEN HAAG


Een organische vormentaal

O

nderdeel van het aanbod van de Salon de l’Art Nouveau bij kunsthandelaar Bing is Aziatische kunst en vormgeving. In 1854 markeert de openstelling van Japan voor het Westen een omslag in de Europese kunstgeschiedenis. Met name de vormgeving en techniek van de Ukiyo-e prentkunst wordt een belangrijke inspiratiebron. Kunstenaars nemen hieruit elementen over, zoals abstract kleurgebruik, duidelijke contouren, afwezigheid van schaduw, en opvallende, asymmetrische composities. De nadruk ligt op de natuur en de wisselende seizoenen. Het japonisme wordt zo een van de hoofdinvloeden op de typerende vormentaal van de art nouveau. In Nederland wordt de art nouveau ook wel de ‘zweepslagstijl’ genoemd, naar de typische S- of Z-vorm van het koord van een klakkende zweep. Ook de term ‘slaoliestijl’ wordt gebruikt. Die naam heeft ze te danken aan de affiche uit 1894 van kunstenaar Jan Toorop voor de Nederlandsche Oliefabriek in Delft. Eigenlijk is het ontwerp niet geslaagd, want de prachtig golvende haren en kleding van de afgebeelde dames leiden af van de feitelijke boodschap over de saladedressing die zij maken. De term slaoliestijl of ook wel ‘vermicellistijl’ werd een beetje spottend gebruikt, omdat niet iedereen de nieuwe vormentaal kon waarderen. FLORA EN FAUNA In de negentiende eeuw wordt in architectuur en vormgeving teruggegrepen naar het verleden in een reeks neostijlen. Rond 1900 wordt dat verleden losgelaten en bewust gezocht naar nieuwe, natuurlijke vormen. De zwierige belijning van de Belgisch-Franse art nouveau doet bijvoorbeeld denken aan groeiende planten. Veel planten,

Parkweg 2, tegeltableau van de Haagsche Plateelbakkerij Rozenburg in de serre van villa Maryango, woning van uitgever J.G. Robbers van Elsevier, 1898. Foto: Koos Havelaar (SHIE). VORIGE PAGINA Theo van Hoytema, affiche voor de Biologische Tentoonstelling in de dierentuin, 1910. Foto: Rijksmuseum.

EEN ORGANISCHE VORMENTAAL

19


LINKSBOVEN Zoutmanstraat 86-88, reliëf van vogels bij een opgaande zon in de schopplaat van de winkeldeur van Sigaren-Magazijn N.D. Buijs, 1891. Foto: Roel Wijnants Fotografie, Den Haag. RECHTSBOVEN Molenstraat 50-50a, gevelsculptuur in de winkel van ‘coiffeurposticheur’ (kapper- en pruikenmaker) J.P. Humel, 1900. Foto: DSO/Patrick Bosman. LINKSONDER Scheveningseweg 46, tegeltableaus in villa Johanna Hendrika, geleverd door Plateelbakkerij Holland in Utrecht, 1900. Foto: Rob van Kan/Art Nouveau Festijn. RECHTSONDER Gedempte Burgwal 59-61, art-nouveauvrouwfiguur in het geëtste glas van de winkeldeur, 1901. Foto: Dick Valentijn.

20

ART NOUVEAU IN DEN HAAG


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Art Nouveau in Den Haag by uitgeverijdekunst - Issuu