Skip to main content

Anne Marie Blaupot ten Cate - Een onstuimig leven

Page 1

Anne Marie Blaupot ten Cate

Een onstuimig leven

Hanneke Boonstra


Anne Marie Blaupot ten Cate Hanneke Boonstra

Waanders Uitgevers, Zwolle

Een onstuimig leven


Inhoud 7

105 Voorwoord

Annet

Twee vrouwen Han Steenbruggen

111

Zwitserland

11

Het begint

127

Zuid-Frankrijk

23

Parijs

143

Toet

39

Mannen

149

Erfenis

47

Walter Benjamin

157 Noten

59

Schilderen

162 Bronnen

69

Nederlands-Indië

165 Personenregister

81

1940

168 Colofon

85

Marokko

99

Vrouwen


Anne Marie Blaupot ten Cate, Twee vrouwen, 1927, olieverf op doek 55 × 45 cm, Museum Belvédère, Heerenveen, bruikleen Sita en Jan Keijzer

Anne Marie Blaupot ten Cate — Een onstuimig leven


7

Twee vrouwen Toen ik in het voorjaar van 2008 Thom Mercuur mocht opvolgen als directeur-conservator van Museum Belvédère, heb ik de eerste weken benut om in alle rust de collectie te verkennen. Omdat het toen nog een overzichtelijke verzameling schilderijen betrof, was dat geen ingewikkelde exercitie. Greep krijgen op de wonderlijke diversiteit aan stijlen binnen dat geheel, om vervolgens tot een heldere duiding en visie te komen, bleek minder eenvoudig. Er waren wel degelijk ankerpunten en coherente clusters, maar vooral ook schijnbaar toevallige aanwezigen, die zich moeilijk lieten rijmen met anderen. Toen we eenmaal de grondslagen wisten te formuleren voor inhoudelijk beleid, hebben we van vele daarvan afscheid genomen – bruiklenen van bevriende particu­ lieren en stichtingen. Tot de eenlingen die ik beslist niet wilde laten gaan, behoorde een schilderij van ene Anne Marie Blaupot ten Cate uit 1927. Ik wist niet meer van haar dan dat ze met een afbeelding van een van haar schilderijen was opgenomen in de beroemde bundel Palet van Paul Citroen uit 1931. Vluchtig onderzoek wees uit dat ze geboren was in het Friese Haskerland – waarschijnlijk een van de redenen dat een werk van haar in Museum Belvédère terecht was gekomen – maar opgroeide in Arnhem om vervolgens na haar academische opleiding naar Parijs te vertrekken en reizen te ondernemen naar onder meer Spanje, Marokko en NederlandsIndië. Veel verder kwam ik niet. Omdat lopende en komende projecten mijn volle aandacht opeisten, heb ik het laten rusten. Al was het moeilijk ons schilderij Twee vrouwen van Anne Marie Blaupot ten Cate in samenhang met andere werken uit onze collectie te tonen, toch heeft het met enige regelmaat op zaal gehangen, omdat ik het zo mooi vind. Het is geschilderd in haar Parijse jaren, waarin ze lessen volgde bij André Lothe. Vlakver­ deling en stilering lijken aan zijn werk en dat van kubistische geestverwanten ontleend, maar in haar schilderij is alles zoveel zachter en zo subtiel op elkaar afgestemd, die ritmische opeen­ volging van ogen, monden, schouders en armen, het versluierde coloriet, en de donkere accenten rond en boven de figuren. Het zijn die beeldende middelen waarmee ze de melancholie in de blik van de twee vrouwen diepere betekenis geeft.


8

Susan van den Berg wees me op een zelfportret van Anne Marie Blaupot ten Cate dat ze had gezien in het open depot van Museum Boijmans Van Beuningen – een kwetsbaar op toon geschilderd zelfbeeld met opvallend lome blik, het hoofd licht gebogen en afhangende schouders. Ze had het geschilderd in de periode dat haar werk opschoof in de richting van een poëtisch realisme. Na de tentoonstellingen van Jeanne Bieruma Oosting, de eerste tentoonstelling die Susan van den Berg als conservator in Museum Belvédère maakte, en Jochem Hamstra, beide in 2022, wilde ze zich verdiepen in leven en werk van Anne Marie Blaupot ten Cate. Ze vond werken bij musea en particulieren die een eerste inzicht gaven in de artistieke ontwikkeling van de kunstenares, maar de voorbereiding op een tentoonstelling werd wreed verstoord door haar plotselinge overlijden in 2023. De moed om wat háár project was een vervolg te geven, had ik niet, totdat Hanneke Boonstra, ongewis van onze aanvankelijke plannen, zich een jaar later meldde. Ze was bezig met onderzoek naar Blaupot ten Cate dat moest uitmonden in een biografische schets. Haar enthousiasme, haar inmiddels enorme kennis van het onderwerp en de cruciale werken die ze had weten te achter­ halen, gaven alle reden alsnog een tentoonstelling te program­ meren en samen op te trekken. Dat het zou gaan om een relatief kleine tentoonstelling, wisten we. Anne Marie Blaupot ten Cate exposeerde en verkocht haar werk in binnen- en buitenland. Een groot deel van haar werk raakte dan ook verspreid in onbereik­ bare en onbekende collecties. Wellicht dat de tentoonstelling in Museum Belvédère en deze publicatie Anne Marie Blaupot ten Cate – een onstuimig leven, reacties oplevert en verblijfplaatsen onthult. Hanneke Boonstra had geen betere titel voor haar boek kunnen bedenken. Tijdens het lezen van het uitgebreide levensverhaal, dat leest als een spannende roman, leerde ik een geheel andere persoon kennen dan ik op grond van de mij inmiddels bekende schilderijen van haar hand zou verwachten. Haar figuratieve zowel als haar latere abstracte werken zijn doorgaans verstild, ingetogen en melancholisch van aard, haar leven stond in het teken van voortdurende onrust, hang naar avontuur, kortstondige relaties met mannen die ze in

Anne Marie Blaupot ten Cate — Een onstuimig leven


9

vertwijfeling kon achterlaten en euforische momenten die wer­ den afgewisseld door depressies of omsloegen in psychoses. Ze reisde van Parijs naar Marokko, van Nederland naar NederlandsIndië, maar leek het uiteindelijk nergens te kunnen vinden. Tussen de bedrijven door probeerde ze de concentratie te vinden om te schilderen. In die momenten van creativiteit wist ze, te oordelen naar de overgeleverde schilderijen, uitdrukking te geven aan haar diepere wezen: haar kwetsbaarheden, melan­ cholische inslag en onbestemde verlangens. Vooral in de portret­ ten van Franse, Marokkaanse, Javaanse en Balinese vrouwen, aan wie ze zich ogenschijnlijk spiegelde – wekken die indruk. Dat ze in de periode waarin ze figuratief schilderde ook alleen maar vrouwen schilderde, is veelzeggend. Zelf moest ze zich als vrijgevochten vrouw staande houden in verschillende door mannen gedomineerde omgevingen, met leefregels die door mannen waren bedacht. Hanneke Boonstra beschrijft in haar boek hoe ze bewondering oogstte om haar levenslust, eigen­ zinnigheid en onafhankelijkheid, maar ook steeds weer werd geconfronteerd met de voor haar existentiële problemen die deze met zich meebrachten. Zo schreef ze in een brief over haar tweede huwelijk: ‘Zolang ik weinig of niet werkte, ging het allemaal goed maar dat kan ik op den duur toch niet verdragen en zodra ik begin te werken en mezelf door het werk terug te vinden en verder te ontwikkelen, word ik onverdraaglijk en weet ik mijn drang naar zelfstandigheid niet meer te beteugelen.’ Het is die voortdurende spanning tussen de sociaal-maat­ schappelijke mores en haar intense hang naar vrijheid die Hanneke Boonstra in alle hoofdstukken van haar boek Anne Marie Blaupot ten Cate – een onstuimig leven invoelbaar maakt. Han Steenbruggen, directeur-conservator Museum Belvédère


10 Op haar eerste verjaardag, fotograaf A.S. Schotel, particuliere collectie

Anne Marie Blaupot ten Cate — Een onstuimig leven


11

Het begint

Het is 14 augustus 1902 als Hendrik Willem Blaupot ten Cate bij de Burgerlijke Stand van Haskerland aangifte doet van de geboorte van Anna Maria, zijn eerste kind, dat een dag eerder ter wereld gekomen is. Haar hele leven zal in het teken komen te staan van beeldende kunst, van eindeloos veel reizen, van de onrust die haar te pakken krijgt en van tevredenheid, soms. En van het geluk dat ze anderen daarmee bezorgt.1 ‘Ik was gegrepen door uw zorgvuldige kleurovergangen, door de opbouw van kleur in de grote vlakken’, schrijft een bewonderaar. ‘Er is een kunstenaar in Marokko, een echte, en het maakt me helemaal gelukkig. Ik ben trots als ik een mooi werk van u zie: het komt mijn oog en mijn hart binnen en gaat daar niet meer vandaan.’ Het is zo’n 3.000 kilometer van Haskerland, een gehucht in de buurt van Heerenveen, naar Rabat in Marokko. Anne Marie overbrugt die afstanden met gemak en woont jarenlang in Casablanca en Rabat. Haar ouders, geboren in Groningen en Winschoten, blijven dichter bij huis. Van Haskerland naar Arnhem, dat is het wel. ‘Als ik werk denk ik steeds: waarom zo, waarom niet anders, waarom schilderen über­ haupt? Ik zie dan ook geen verschil meer tussen goed en slecht, mooi of lelijk. Het is alles zo betrekkelijk. Tot nu toe knoeide ik er echt op los en vernielde ik het meeste weer. Wat heus niet jammer is, er gaat niet meer aan verloren dan wat energie en illusies. En die komen weer terug.’2 Twijfels, altijd weer twijfels. Wordt het kind ermee geboren of sluipen ze in de loop van het leven naar binnen? Vader Blaupot luistert goed naar zijn oudste dochter als ze hem vertelt dat ze kunstenaar wil worden. Het is het enige dat ze wil, er is niets anders, alleen dat. Er zijn meer kunstenaars in de familie, en niet de minste. Dus mag het, van haar ouders. Hendrik – commies redacteur op de gemeentesecretarie – trouwt op z’n dertigste met Cato Viëtor (27). Zij is wees, haar beide ouders zijn vroeg overleden. Haar vader was eerst advo­ caat in Winschoten en later hoogleraar staatsrecht aan de Groninger universiteit. Hendrik is ook jurist. Doopsgezinde achtergrond, gegoede burgerij, zoals dat heet. In de familie van Cato is de rijkdom ingebakken, in die van Hendrik niet. Keurige salarissen, dat wel.


12

Anne Marie krijgt nog drie zusjes en een broertje, ze zijn dan inmiddels naar Arnhem verhuisd waar haar vader griffier van de Raad van Beroep wordt. Na haar komt Grietje, dan Sina, gevolgd door Annet en broertje Jacob. Allemaal geboren in Arnhem, behalve zij. In Friesland zeggen ze graag dat Anne Marie Blaupot ten Cate een rasechte Friezin is, vanwege die paar maanden dat ze als baby in Nijehaske in haar wiegje lag te trappelen. Zelf voelt ze zich veel meer kosmopoliet en Française, door haar eerste huwelijk met een Fransman.

Het hele gezin Blaupot in de tuin in Arnhem, v.l.n.r. moeder Cato, Anne Marie, Annet, vader Hendrik met de kleine Jaap, Sina en Ita particuliere collectie

Anne Marie Blaupot ten Cate — Een onstuimig leven


HET BEGINT

13

Anne Marie met haar zusjes en broertje, v.l.n.r. Ita, Sina, Annet en Jaap, particuliere collectie

De Blaupot ten Cates zijn sociaal bewogen en dragen het hart op de goede plaats. De over­­ grootvader van Anne Marie, Steven, was Tweede Kamerlid. Hij maakte zich sterk voor af­schaf­fing van de slavernij en voor de armenzorg, was pleitbezorger van onderwijs voor iedereen en schreef een stroom aan publicaties over geschiedenis en onderwijs. Zijn neef Samuel van Houten zat ook in de Kamer. Van Samuel is het beroemde Kinder­wetje van Van Houten, dat het verbod op kinderarbeid regelt. Kinderen onder de twaalf jaar mogen wel thuis of op het veld werken, maar niet in fabrieken. De wet moest overmatige arbeid en verwaarlozing van kinderen tegengaan en geldt als de eerste sociale wet. Later, als minister van Binnenlandse Zaken, voerde Samuel een nieuwe kieswet in. Kortom, de Blaupot ten Cates en de Van Houtens zijn niet alleen familie van elkaar, maar ook uit hetzelfde hout gesneden.


14

Anne Marie is niet zo’n familiemens. Ze heeft geen goede herinneringen aan haar jeugd, het is allemaal nogal koel en afstandelijk. Dat is voelbaar als ze eind jaren dertig haar ouders vanuit Nederlands-Indië een brief schrijft. Alles wat er in moet, staat erin, maar warm? Ho maar. Zo aardig als ze kan zijn in de brieven aan haar favoriete zusje Annet, zo lauw is het contact met haar vader en moeder. Later vertrouwt ze haar psychiater toe dat ze eigenlijk behoorlijk getrauma­ tiseerd is geraakt door haar verleden, de relatie met Annet daargelaten. Een uitzondering is ook oom Jaap, notaris in Middelburg en haar beschermheer. Hij probeert haar waar hij maar kan te behoeden voor de vreselijkste dingen, die ze in haar leven volop meemaakt. Hij is kunstliefhebber en kan bij zijn nichtje niet stuk.3

In haar schooltijd, particuliere collectie

Dinsdag 23 maart 1909. Onder enorme belangstelling wordt in Den Haag de befaamde kunstenaar Sientje Mesdagvan Houten begraven, oudtante van Anne Marie. Er zijn meer vrouwelijke kunstenaars in de familie, maar Sientje spant de kroon. Ze is niet alleen een aardige, ondernemende, talentvolle en onzelfzuchtige vrouw, maar ook een inspirator voor andere vrouwen. Ze leidt ze op en stimuleert ze. Zo’n oudtante wil iedereen wel hebben. Sientje is getrouwd met HW (Hendrik Willem) Mesdag, die in de effecten­ handel zit, maar gestimuleerd door Sientje ook schilder wordt. Dankzij erfenissen van beide ouders kunnen ze zich helemaal toeleggen op het schil­ deren. Dat doen ze goed. Sientje, impressionist, schildert landschappen, stillevens en portretten, en ontwikkelt een fabuleus kleurgebruik, net als haar achternichtje twintig jaar later. Bij Sientje en Hendrik Willem staat de deur altijd wijd open, iedere liefhebber is welkom. Ze kopen veel kunst en leggen een grote verzameling aan, wat tot een eigen museum leidt.

Anne Marie Blaupot ten Cate — Een onstuimig leven


HET BEGINT

15

Het hoogtepunt van Mesdags werk is Panorama Mesdag. HW, zoals hij wordt genoemd, schildert een cilindrisch doek met een omtrek van maar liefst 114,5 meter en 14,6 meter hoog, het grootste schilderij van Nederland. Het is een zicht op Scheveningen. Een enorme klus, waarbij hij hulp krijgt van collega’s van de Haagse School, onder wie zijn eigen vrouw. HW schakelt Breitner in om de paarden en de soldaten te schilderen, die kan dat veel beter.4 In vier maanden tijd, razendsnel, hebben ze de klus geklaard. Het is een fascinerend schilde­ rij geworden, waar nog steeds bezoekers op afkomen, nu al 145 jaar lang. Sinds kort is het een rijksmuseum. Er is nog niets veranderd. Eerst loop je door een donkere gang, trapje naar boven en dan sta je als het ware boven op een duin met de zee om je heen. Overal schuim­ koppen, enorme wolkenpartijen, vissersboten, je wordt er bijna duizelig van. Sientje staat er zelf ook op, terwijl ze schildert, aan het strand, onder een witte parasol. Je zou wel naar beneden willen rennen en met haar langs de branding willen lopen. ‘Zonder mijn man was ik nooit schilderes geworden en zonder mij was hij waarschijnlijk geen schilder geworden’, zegt ze. Kunstenaar Jozef Israëls brengt tijdens hun vijftigjarig huwelijksfeest een toost uit waarin hij Sientje een voorbeeld voor het feminisme noemt: ‘Mevrouw Mesdag is veel intelligenter dan de meeste mannen en weet veel meer van de belangrijkste vraagstukken af.’ Toen de Belgische eigenaar van het Panorama failliet ging, kocht HW het zelf. Dit is het milieu waarin Anne Marie Blaupot ten Cate opgroeit. En dan is daar Barbara van Houten, dochter van oudoom Samuel van het kinderwetje. Ze is ook kunstenaar, een parel, om zuinig op te zijn. Ze krijgt les van haar tante Sientje en oom Mesdag, zit op de kunstacademies van Den Haag en Amsterdam, net als Anne Marie jaren later. Zij is van de uitspraak ‘vriendinnen kun je niet hebben als je werken moet, dat legt teveel beslag op je tijd’. Ze maakt prachtige aquarellen en etsen, is lid van de Nederlandse Etsclub en ontwikkelt een bijzondere etstechniek. ‘Ze ‘bijt’ en ‘bijt’ een plaat opnieuw, knoeit, krast, schuurt, slijpt en poetst haar metaal zonder ooit leege plekken, doode kale vlakken te ontstaan. Altijd zijn haar lijnen zuiver, vast, mooi van diepte en gaafheid’, schrijft Philippe Zilcken, oprichter van de etsclub, in die tijd. Barbara krijgt net als tante Sientje een plaats in Women Painters of the World, een internatio­ naal overzicht van vooraanstaande vrouwelijke schilders tot 1905. Veel van haar werk is opgenomen in de collectie van het Rijksmuseum.5 De lijst van kunstenaars in de families is hiermee nog niet afgerond. Gerrit van Houten, neef van Anne Marie en Barbara, krijgt als heel jong jongetje al tekenles aan de Academie Minerva in Groningen. Op zijn zestiende maakt hij zijn eerste olieverfschilderij Bewogen zee met veel schepen. Een geweldig talent, daar is iedereen het over eens, behalve oom Mesdag die – om wat voor reden dan ook – behoorlijk vervelende opmerkingen maakt: ‘Je kijkt alles van mij af, je hebt geen eigen talent.’ Dat komt hard aan bij de psychisch wankele Gerrit. Zijn jonge leven wordt gedomineerd door zijn ziekte (schizofrenie) en zijn pogingen om als schilder aan de bak te komen. Dat lukt niet, ondanks goede reacties. Op z’n 26ste wordt hij voorgoed opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis, een omgeving die Anne Marie in haar leven ook niet vreemd is. De erkenning komt voor Gerrit pas na zijn overlijden. Anne Marie groeit anders op dan Gerrit. ’Jeugd en scholen in Arnhem’, noteert ze in haar curriculum vitae, haar levens­verhaal, dat ze eind jaren vijftig schrijft. ‘In 1920 eind­examen


16

Met tante Sina in Scheveningen, particuliere collectie

5-jarige H.B.S.’ Meer vindt ze niet de moeite waard om te vermelden, als het over haar jeugd gaat. In de Franse versie van haar cv is ze nog beperkter. ‘Jeunesse, école à Arnhem.’ Point. Punt.6 De hbs aan de Schoolstraat is alleen voor jongens bedoeld, een paar uitzonderingen daargelaten. Ze is een slimme meid, kan goed leren, dus waarom zou ze dan niet bij jongens in de klas kunnen zitten? En zo gebeurt het. Op diezelfde school in Arnhem zit de later wereldberoemde kunstenaar Maurits Cornelis Escher, ook een geboren Fries.7 Hij haat school, blijft twee keer zitten. ‘Ik griezel als ik eraan denk’, zegt hij later, het is ‘de Arnhemse hel.’ Anne Marie krijgt teken- en schilderles van Jacob Hendrik Geerlings, schilder, etser en lithograaf. Impressionist. Hij is bekend geworden door zijn landschappen, paarden en militaire figuren en dat is iets waar Anne Marie weinig mee op heeft. Dat geeft ook niet in dit stadium. Zij is 14 en maakt ook landschappen, bijvoorbeeld van het hooien op het land, in de buurt van het dorp Ten Boer in Groningen, waar familie van haar woont.

Anne Marie verlangt naar een echte kunstopleiding. Ze verlaat het ouderlijk huis aan de Rijnkade in Arnhem en begint aan een opleiding aan de Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag. Voortaan gaat het om schilderen, tekenen, etsen, om leren, om docenten, om vrienden en vriendinnen, een eigen sociale omgeving. Ze begint vol enthousiasme aan de oudste kunstacademie van Nederland. Dat het de oudste is wil niet zeggen dat het de beste is. Anne Marie beseft heel goed dat een klassieke opleiding noodzakelijk kan zijn om uiteindelijk een eigen stijl te ontwikkelen, dus doet ze haar best. Maar het onderwijs aan de Haagse academie is gebaseerd op de strenge classicistische regels van de achttiende eeuw en daar moet je bij

Anne Marie Blaupot ten Cate — Een onstuimig leven


HET BEGINT

17

jonge, creatieve en intelligente vrouwen als Anne Marie niet mee aankomen. Ze loopt al snel tegen de grenzen van het academisch onderwijs aan. Nog geen anderhalf jaar na het begin van haar opleiding houdt ze het in Den Haag voor gezien. Ze gaat door naar de Rijksakademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam. Daar leert ze andere studenten kennen en sluit ze hechte vriendschappen. Haar docent is kunstenaar Gerard Westermann, die zelf ook op de Amsterdamse academie zat en afstudeerde in het jaar dat Anne Marie geboren werd. Van huis uit impressionist, met een sterk kleurgebruik. Hij maakt twee tekeningen van Anne Marie – te zien in het prentenkabinet van het Rijks­ museum in Amsterdam – en laat ons over zijn schouder meekijken terwijl hij haar tekent. Daar zit ze, hoofd gebogen, tekenblok op schoot, ingespannen aan het werk, door niemand gestoord. Zaterdags is het feest. Dan gaat ze dansen, in de studio van Gertrud Leistikow, ’s mid­ dags van half vijf tot zes, het hoogtepunt van de week. Leistikow is nu een vergeten naam, maar in die tijd is de Duitse danseres een ster, die in Nederland de ‘Duitsche dans’ (Ausdruckstanz) introduceert. Het is ongehoord: ze danst in vrije bewegingen, op blote voeten, met blote benen. De klas­ sieke dans, op spitzen en in tutu, wordt beschouwd als het vertonen van kunstjes, van het bewegen in een keurslijf volgens vaste patronen, te star, te academisch. De nieuwe, moderne dans betekent vrijheid en daar vervult Leistikow een belangrijke rol in. Ze doet dat op het juiste moment, in de juiste omgeving en op de juiste manier. Met prachtige foto’s, gemaakt door de Duitse fotografe Hanna Elkan, die overal in de stad hangen. Ze krijgt een schare bewonderaars onder wie de dan nog jonge Duitse schrijver en theatermaker Bertolt Brecht, met wie Anne Marie jaren later bevriend raakt. Hij schrijft een gedicht voor Leistikow, dat zo eindigt: Aus Nachtsturm und das Morgenlicht schuf dich ein trunken Gott Vielleicht bist du das alles nicht Und ich ein Idi-alist 8


18

Als 14-jarige aan het schilderen bij haar familie in Ten Boer, particuliere collectie En daar zijn de koren­ schoven een schilderij geworden, particuliere collectie

Anne Marie Blaupot ten Cate — Een onstuimig leven


HET BEGINT

19

Gerard Westermann, docent aan de Rijks­ akademie van Beelden­ de kunsten in Amster­ dam, maakte regelmatig tekeningen van zijn leerlingen, zoals hier twee van Anne Marie.

Collectie mevr. Mauve-Westermann, prentenkabinet Rijksmuseum

De danslessen zijn Anne Marie en haar vriendinnen op het lijf geschreven. Als ze haar kunstopleiding aan de Rijksakademie begint, is Leistikow nog niet zo lang in Amsterdam. Anne Marie gaat meteen bij haar langs. Leistikow geeft vanaf oktober 1921 les aan het Amsterdams Muzieklyceum, in een herenhuis aan de De Lairessestraat. Met in haar clubje zo’n vijftien, vaak jonge vrouwen, die dansen op moderne muziek en met opdrachten waarin ze al hun creativiteit kwijt kunnen. Zo moeten ze bijvoorbeeld op grond van een gedicht of een eigen, gevonden zin een solo- of groepsdans maken. Dit is wat Anne Marie wil. Leistikow maakt gevoelens in haar wakker waarvan ze niet wist dat ze die had. Los, vrij. De rest van haar leven blijft Anne Marie dansen, waar ze ook is. Is het niet Nederlands-Indië, dan is het Parijs, Marokko, Zwitserland of Ibiza. Leistikow wordt aanbeden door haar leerlingen. Als ze aankondigt dat ze een tournee door Nederlands-Indië gaat maken, wordt voor haar een groots afscheid georganiseerd. Ze danst in een uitverkochte zaal in Het Concertgebouw op een speciaal voor haar getimmerd podium. Als Leistikow weer terugkeert in Nederland – ze vindt Nederlands-Indië prachtig maar heel afmattend – wachten haar leerlingen haar in IJmuiden op met bloemen. De Tele­


20

graaf besteedt er aandacht aan. ‘Woensdag is Gertrud Leistikow, onze gevierde danseres, na een verblijf in Indie van vijfeneenhalve maand, in ons land teruggekomen. We kiekten haar bij het verlaten van de boot.’ Anne Marie staat ook op de foto. Maar ja, er moet ook geschilderd worden. Dat doet Anne Marie, maar met steeds minder animo, want aan de Rijksakademie voelt ze die vrijheid niet, hoe veel Westermann haar ook leert. Ze is ongedurig, heeft weinig zitvlees en wil er na anderhalf jaar alweer vandoor. Bekende schilders als Tjerk en Tjeerd Bottema krijgen vier jaar les, haar studiegenoot Willem Hofker zes jaar, haar Arnhemse docent Geerlings zelfs zeven jaar. Dat wil Anne Marie onder geen beding. Ze kan zich spiegelen aan Lou Loeber, die in haar voorlaatste jaar de Rijksakademie verlaat. Zij vindt dat haar docent Nicolaas van der Waay ‘afschuwelijke salonkunst’ produceert en zijn cursisten niet vrijlaat. Ze kan er niet langer tegen, zegt ze. Anne Marie is het ermee eens, het is tijd om te vertrekken. Om wat te verdienen gaat ze werken bij galerie Van Meurs aan de Keizersgracht in Amsterdam, gespecialiseerd in oriëntaalse kunst en houdt ze zich bezig met het maken van batiks, in die tijd heel populair. Daar ontwaakt haar belangstelling voor het Verre Oosten. Het is 1924. Tijd voor Parijs.

Danseres Gertrud Leistikow (1885-1948) werd door haar leerlingen op handen gedragen. De foto werd in 1921 gemaakt in het atelier van J. Merkelbach, Stadsarchief Amsterdam

Anne Marie Blaupot ten Cate — Een onstuimig leven


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Anne Marie Blaupot ten Cate - Een onstuimig leven by uitgeverijdekunst - Issuu