BELGISCHE BELGISCHE MEESTERS MEESTERS ENSOR ENSOR DELVAUX DELVAUX MAGRITTE MAGRITTE
Singer Laren | Waanders Uitgevers, Zwolle
BELGISCHE MEESTERS ENSOR DELVAUX MAGRITTE
Singer Laren | Waanders Uitgevers, Zwolle
2
INHOUD 6
EEN PRACHTIG GESCHENK VAN EEN GOEDE BUUR Jan Rudolph de Lorm
10 DE BELGISCHE KUNST VAN IMPRESSIONISME TOT SURREALISME OP HET PAD VAN DE VRIJE KUNST Claire Leblanc 24
IMPRESSIONISME
46
SYMBOLISME
60
LUMINISME
70
FAUVISME
80
EXPRESSIONISME
92
SURREALISME
102 BIOGRAFIEËN 111
COLOFON
Georges De Geetere, Portret van de vrouw van de kunstenaar (Portrait de la femme de l’artiste), ca. 1890-1900, schenking van dhr. Albert Demuyter 1985 (detail) > James Ensor, Christus bedaart de storm (Le Christ apaisant la tempête), 1906, aankoop 2002 (detail)
4
5
6
EEN PRACHTIG GESCHENK VAN EEN GOEDE BUUR Jan Rudolph de Lorm
Eind 2019 bezocht ik het Musée Lodève waar ik de tentoonstelling ‘Ensor, Magritte, Alechinski… Chefsd’oeuvre du Musée d’Ixelles’ zag. Lopend door de Franse museumzalen kon ik het niet laten om de prachtige schilderijen te projecteren op de wanden van Singer Laren. Zo ontstond al snel het idee om de verzameling impressionisten en modernisten van het Museum van Elsene ook in Nederland te tonen. Dankzij de grote bereidwilligheid van collega-directeur Claire Leblanc kon deze uitzonderlijke collectie hier tijdens de renovatie van het Brusselse museum worden geëxposeerd. En nu ligt er een prachtig boek voor u, geschreven door Claire Leblanc, die tevens conservator is van het Museum van Elsene. Juist in deze moeilijke tijd is het lovenswaardig dat onze zuiderburen hun dierbare kunstschatten met ons willen delen. Wij zijn Claire en haar museumteam daarvoor oprecht dankbaar. Het museum van Elsene werd opgericht in 1892, nadat de omvangrijke kunstverzameling van de landschapsen dierenschilder Edmond de Pratere – overleden in 1888 – aan de gemeente Elsene was toevertrouwd. Tegenwoordig biedt de collectie van het Brusselse museum een overzicht van de Belgische kunst van circa 1870 tot heden. Daaruit hebben wij een keuze gemaakt die reikt van impressionisme tot modernisme, passend bij de habitat van Singer Laren. Tentoonstelling en boek sluiten af met het surrealisme. Deze stroming wordt beschouwd als specifiek kenmerk van de Belgische kunst en heeft onze zuiderburen op kunstgebied een wereldnaam bezorgd. Aldus betoogt Claire Leblanc in
haar inleidend essay. En het Belgisch surrealisme bevat karakteristieken, die verschillende hier behandelde kunststromingen met elkaar gemeen hebben. Veel van de kunstwerken, of ze nou behoren tot het symbolisme, expressionisme of surrealisme, zijn uitingen van de fantasie en het onderbewustzijn. Niet gespeend van humor, een zekere voorkeur voor het bizarre en vervreemding. Dat geldt in hoge mate voor kunstenaars als Gustave De Smet en Frits Van den Berghe, die zich tijdens de Eerste Wereldoorlog in Laren vestigden en hier hun expressionistisch idioom ontwikkelden. De Belgische meesters zullen zich hier dan ook zeker thuis voelen. Rik Wouters bijvoorbeeld trok in 1915 naar Amsterdam, waar hij zijn naam definitief vestigde. Verschillende Nederlandse kunstenaars waren eind 19de eeuw naar België gegaan om daar hun opleiding voort te zetten. Begin jaren 1880 had Jan Toorop Amsterdam verruild voor Brussel, waar hij zich aansloot bij de invloedrijke kunstenaarsvereniging Les XX en een nauwe vriendschap ontwikkelde met James Ensor. In diezelfde tijd reisde Gentenaar Théo van Rysselberghe meermalen naar Nederland om er het waterrijke landschap te schilderen. Zijn werk viel hier in zeer goede aarde en doet dat nog steeds. De volgende tentoonstelling in Singer Laren is geheel gewijd aan deze Belgische neo-impressionist. Maar eerst gaan we genieten van het brede panorama van de Belgische klassiek moderne kunst, die de zoektocht weerspiegelt naar vernieuwing en vrijheid van expressie.
Gustave De Smet, De Zeearend, 1926, aankoop 1962 (detail) | > Willy Finch, De hooioppers (Les Meules), 1889, schenking Madeleine Maus 1922 (detail)
7
8
9
DE BELGISCHE KUNST VAN IMPRESSIONISME TOT SURREALISME
OP HET PAD VAN DE VRIJE KUNST Claire Leblanc
Constructie van de natie België is in 1830 ontstaan nadat het land zich had onttrokken aan het Nederlandse bewind. Tijdens de eerste dertig jaar van zijn bestaan, vormt het land voornamelijk een vruchtbare voedingsbodem van een type kunst dat bijdraagt aan de ontwikkeling en erkenning van een nationale identiteit. In die tijd domineren twee stromingen de kunstwereld: enerzijds de romantiek, waarin lokale helden en welvarende perioden uit het verleden centraal staan die de nieuwe natie roemen en rechtvaardigen (Gustave Wappers en Louis Gallait), zowel voor de Belgen als voor de grote buurlanden; anderzijds het historisme, dat grotendeels is geïnspireerd en voortbouwt op de succesvolste lokale stijlen van de voorgaande eeuwen, zoals de gotiek en de Vlaamse renaissance (Henri Leys en Henri de Braekeleer). Het ontwikkelen van een nationale identiteit vormt een gemeenschappelijke ambitie van deze beide stromingen. Tegelijkertijd worden er officiële instanties en middelen opgezet die de kunstwereld op nationaal niveau structureren. Zo worden de driejaarlijkse Salons – officiële kunstbeurzen die sinds 1813 afwisselend in Brussel, Antwerpen en Gent plaatsvinden – gebaseerd op het Franse model om als het belangrijkste uithangbord van de Belgische kunst te fungeren. In deze periode worden de artistieke uitingen van het nieuwe land, net als die van de belangrijkste Europese artistieke centra, in wezen gekenmerkt door academisme: een kunst van ideeën en morele concepten die zijn onderworpen aan esthetische codes. De artistieke praktijk wordt dan ook grotendeels gedomineerd door ‘mimesis’. Gladde en nauwkeurige schildertechnieken, volmaakte anatomie, nauwgezet werk in ateliers en nabootsing van oude werken vormen hiervan de belangrijkste kenmerken. Het Museum van Elsene heeft slechts enkele zeldzame,
secundaire objecten in zijn bezit uit deze beginperiode van de eerste helft van de 19de eeuw. Omdat het museum is gesticht in 1892 bestaat de kern van de collectie voornamelijk uit werken die de rijke artistieke activiteiten van het fin de siècle weerspiegelen. Dankzij donaties en legaten is de basis van tijd tot tijd wel degelijk uitgebreid met werken die voor die periode zijn gemaakt, en zelfs nog oudere werken (uit de 16de, 17de en 18de eeuw). Het is echter onmogelijk om op basis hiervan een samenhangend beeld van die periode uit de kunstgeschiedenis te schetsen. Dankzij een aankoopbeleid dat al 130 jaar wordt voortgezet, biedt het Museum van Elsene in essentie een panorama van de Belgische kunst van de jaren 1870-1880 tot aan de huidige tijd. Hierin schuilt de kracht en de samenhang van de collectie van het museum. Een geschiedenis van de Belgische kunst – met een uitstapje naar enkele buitenlandse kunstenaars, waaronder Picasso, Miró en Toulouse-Lautrec – van bijna anderhalve eeuw die een hectische zoektocht weerspiegelt: de zoektocht naar vrije kunst, naar nieuwe en moderne kunst.
De omwenteling van het realisme Het jaar 1851 vormt een omslagpunt in de ontwikkeling van de Belgische kunst. In dat jaar exposeert Gustave Courbet tijdens de Salon van Brussel zijn Casseurs de pierre: een monumentaal schilderij van plattelandsarbeiders waarop het publiek en critici geschokt reageren. Er wordt gebroken met de traditie van ‘grootste schilderijen’: het gaat hier om een alledaagse scène waarin normale, hedendaagse personen de hoofdrol spelen. Niet de verfijnde verbeelding van glorieuze helden uit het verleden, maar het eenvoudige, ware leven staat hier in de schijnwerpers. Deze ongeïdealiseerde manier van verbeelden komt ook tot uiting in de keuze voor een losse en directe manier van schilderen, waarbij dikke
10
lagen verf over elkaar worden gebruikt en verftoetsen zichtbaar blijven, wat het begin aankondigt van een vrije schildertechniek. Hoewel Courbet opschudding veroorzaakt bij de critici en het publiek, wordt zijn werk in België met open armen ontvangen. Zijn kunst sluit immers aan bij de eeuwenoude lokale schildertraditie waaruit een duidelijke voorliefde blijkt voor de realiteit, voor ‘de concrete en hogere werkelijkheid eigen aan alle wezens en dingen’1 en voor een zeker ‘plezier om deze wezens en dingen uit te drukken in al hun gezondheid en overdaad’2. Courbet exposeert dus regelmatig in België en maakt de weg vrij voor de periode van het modernisme3. Camille Lemonnier – naturalistisch schrijver, kunstcriticus met een rijke staat van dienst en fervent verdediger van een Belgische culturele identiteit – is zich bewust van de belangrijke rol van Courbet. Hij is ervan overtuigd dat door zijn invloed ‘een nieuw tijdperk in de schilderkunst zijn intrede doet’4.
De landschapsschilderkunst: een frisse wind De opkomst van het realisme zorgt voor artistieke vrijheid, zowel in de keuze van onderwerpen als op het gebied van esthetische experimenten. Het ‘hier en nu’ wordt het uitgangspunt van een hele generatie kunstenaars die verlangen naar vernieuwing en vrijheid. Het moderne leven – op het platteland of in de stad – en lokale landschappen zijn in deze periode populair bij jonge kunstenaars. In deze tijd maakt de bloeiende landschapsstroming van de jaren 1860-1880 voor het nieuwe land de weg vrij voor vernieuwende en vrije kunst. De jonge landschapsschilders breken met de traditie van het pittoreske, narratieve en anekdotische landschap, en brengen de nieuwe stroming tot een bijzonder niveau van volwassenheid. Ze worden geprikkeld en geïnspireerd door Engelse schilders als John Constable en William Turner – wiens verfijnde wolkenluchten en subtiele zeegezichten blijk geven
Hippolyte Boulenger, Bewolkte hemel (Ciel nuageux), z.d., olieverf op karton op paneel, 29,5 x 42 cm, schenking Fritz Toussaint 1906
11
60
LUMINISME De Franse neo-impressionisten treden in de voetsporen van de impressionisten wat betreft hun keuze van onderwerpen en studies van de relatie tussen licht en kleur. Ze ontwikkelen hun visie echter op een meer wetenschappelijke en systematische manier. Uit hun zorgvuldig naast elkaar aangebrachte stippen in complementaire kleuren, ontstaat een unieke lichtinval en helderheid. Belgische kunstenaars zijn onder de indruk van dit nieuwe perspectief op de schilderkunst en volgen hun voorbeeld. In dit kader is ook de belangrijke rol van Emile Claus een vermelding waard. Zijn werken vormen een bloeiende synthese van de lessen van de impressionisten en het systeem van de neo-impressionisten. Dit levert een kenmerkend en typisch Belgisch oeuvre op dat als ‘luministisch’ wordt gekwalificeerd.
Dario de Regoyos, Regen in mei, Baskenland (Pluie de mai, pays basque), 1902, schenking Madeleine Maus 1922 (detail)
61
Emile Claus, Portret van Camille Lemonnier (Portrait de Camille Lemonnier), 1903, olieverf op doek, 130 x 108 cm, collectie Camille Lemonnier Museum, Brussel, schenking Marie Lemonnier 1903
62
Georges De Geetere, Portret van de vrouw van de kunstenaar (Portrait de la femme de l’artiste), z.d., olieverf op doek, 110,5 x 86,2 cm, schenking van dhr. Albert Demuyter 1985
63
Willy Finch, De hooioppers (Les Meules), 1889, olieverf op doek, 32,5 x 50 cm, schenking Madeleine Maus 1922
64
Dario de Regoyos, Regen in mei, Baskenland (Pluie de mai, pays basque), 1902, olieverf op doek, 55 x 65,5 cm, schenking Madeleine Maus 1922
65
Rodolphe Wytsman, De schoven (Les gerbes), olieverf op doek, 58,5 x 93 cm, schenking J. Vanden Banden 1928
66
Anna Boch, Duinen in de zon (Dunes au soleil), ca. 1903, olieverf op doek, 62 x 95 cm, schenking Octave Maus 1906 > Emile Claus, Het lichten van de fuiken (La levĂŠe des nasses), 1893, aankoop van de kunstenaar 1894 (detail)
67
68
69
70
FAUVISME Na de impressionistische en luministische beweging werd het begin van de 20ste eeuw, zowel in Frankrijk als in België, gekenmerkt door een nieuwe kijk op het gebruik van kleur. De ontdekking van de ‘fauves’ in Parijs in 1905 door de Belgische kunstcriticus Octave Maus biedt interessante ontwikkelingsmogelijkheden voor jonge Belgische kunstenaars die zich aangetrokken voelen tot schitterende kleuren met uitbundige diepte. De Belgische fauvisten zijn meer geïnteresseerd in een ongeïdealiseerde en authentieke manier van verbeelden dan in het effect van sfeer, gevoelens of indrukken. In hun spel van kleur en licht willen ze dus directer en radicaler zijn. Ze gebruiken zuivere kleuren, eenvoudige composities en zware en brede verftoetsen.
Willem Paerels, Portret van een vrouw – Winter (Portrait de femme – Hiver), 1912, aankoop van de kunstenaar 1914 (detail)
71