WAT IS SOCIAAL WERK? Waarom voelen sommige mensen zich vanzelfsprekend thuis in onze samenleving, terwijl anderen voortdurend moeten vechten om mee te zijn, mee te doen en mee te tellen? In dit boek ontdek je hoe onze sociale wereld echt werkt en hoe je daarin sterker kan bewegen. Steven Omblets laat zien dat mensen niet alleen fysieke adem nodig hebben, maar ook een sociale ademhaling: energie die ontstaat uit relaties, kansen en omgevingen waarin we leven. Wanneer die stokt, worden zowel individuen als hele groepen sociaal kortademig. Zo onthult dit boek de verborgen krachten van onze sociale omgeving: hoe die bepalen wat we kunnen, waar we terechtkomen en hoe we vooruit raken. En vooral: hoe sociaal werkers, professionals en elke betrokken burger dat mechanisme kunnen inzetten om anderen écht sterker te maken. Dit boek biedt een nieuwe mission statement voor het sociaal werk: hoopvol, praktisch en diepmenselijk. Het is een uitnodiging om te bouwen aan een samenleving waarin iedereen de ruimte krijgt om voluit mee te ademen.
MEE ZIJN, MEEDOEN, MEETELLEN STEVEN OMBLETS
MEE ZIJN MEEDOEN MEETELLEN
MEE ZIJN MEEDOEN MEETELLEN
WAT IS SOCIAAL WERK?
OVER DE AUTEUR Steven Omblets is sociaal werker en socioloog. Hij bundelt meer dan 30 jaar ervaring in praktijk, theorie en opleiding. Met dit boek maakt hij complexe sociale inzichten toegankelijk en bruikbaar voor iedereen die met en voor mensen werkt.
STEVEN OMBLETS
Mee zijn, meedoen, meetellen Wat is sociaal werk?
Voor die blauwe ogen. Alles altijd.
Mee zijn, meedoen, meetellen Wat is sociaal werk? Steven Omblets
Eerste editie: 2026 Gepubliceerd door Acco cv, Sluisstraat 10, 3000 Leuven, België E-mail: uitgeverij@acco.be – Website: www.acco.be Voor Nederland: Acco Uitgeverij, Westvlietweg 67 F, 2495 AA Den Haag, Nederland E-mail: info@uitgeverijacco.nl – Website: www.accouitgeverij.nl Omslagontwerp: Lien Geeroms Coverbeeld: Nadia Hoeterickx Zetwerk: Crius Group © 2026 by Acco (Academische Coöperatieve Vennootschap cv), Leuven (België) Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke t oestemming van de uitgever. De uitgever heeft geprobeerd alle rechthebbenden voor het copyright op te s poren. Mogelijk is dat niet overal gelukt. Wie toch denkt rechten te kunnen doen gelden, kan contact opnemen met de uitgever. D/2026/0543/202
NUR 752
ISBN 978-94-9351-061-6
INHOUD Belangrijk en bijzonder 13 Sociaal ademhalen: mee zijn, meedoen en meetellen 21
HOE MENSEN DINGEN LATEN WERKEN 31 1.
Belang van een grootheid 36 Welke grootheid gaat er samen met sociaal werk? 39
2.
Grootheid en waarheid 42 Ook in waarheid zit beweging 45
3.
Een geschiedenis van metaforen 50 Een continentendrift van waarheid en kennis 53 Wat wil je later worden? 60
4.
Een vocabulaire dat mee zijn, meedoen en meetellen laat werken 63 De vocabulaire van Pierre Bourdieu 64
HOE WERKT DAT: MEE ZIJN, MEEDOEN EN MEETELLEN? EEN VOCABULAIRE AAN HET WERK 67 5.
Een spannende relatie 70 Dé samenleving bestaat niet 71
6.
De sociale ruimte als een geheel van velden 76 Regels en regelmaat zorgen voor mee zijn 77 Sommige dingen gebeuren regelmatig zonder dat er regels zijn 82 Velden maken handelen redelijk zonder dat het rationeel moet zijn 84 Redelijkheid, weerstand en empathie 86 Rationeel handelen is een combinatie van soorten redelijkheid 88 Temporaliteit en sequentie: doe ik de dingen in het juiste tempo en in de juiste volgorde? 91
7.
Velden en hun monopolie op succes en waardering 99 Een violist in de metro 99 Een kort gesprek met jezelf over jouw succes en waardering 100
Inhoud
5
Het juiste doen: hoe doe je dat? 102 Kapitaal als toegangsticket tot velden 104 Economisch kapitaal 104 Belichaamd cultureel kapitaal 107 Mee zijn, meedoen en meetellen in een klas: een kwestie van stilzitten en zwijgen 111 Geobjectiveerde vorm van cultureel kapitaal 116 Geïnstitutionaliseerd cultureel kapitaal 118 Sociaal kapitaal 119 8.
Het fundament voor de grootheid: de dubbele dynamiek van veld en kapitaal 122 Verandering die ook vooruitgang is 123 Hoopvol vooruitkijken als een keten van dubbele dynamieken 127 Ieders sociale DNA is uniek 133
9.
Habitus, persoonlijkheid en identiteit 136 De habitus als de som van je disposities 141 Onze binnenkant is groter dan onze buitenkant 142 Is de habitus veranderlijk of hoe flexibel is onze persoonlijkheid? 144 De gespletenheid van de habitus of de barsten in onze persoonlijkheid 145
10. Zichtbaar verschillen via smaak en leefstijl 151 Een grotere wereld door meer beweging en meer relaties 153 Cultuur kan ons tempo niet meer volgen 156 11. Via habitus en veld naar een bruikbaar klassenbegrip 158 Wie mag er wie classificeren? 160 Klasse en klassenpositie: geen ontsnappen aan 161 Macht, mentaliteit, massa en media 164 Klasse en klassenposities onderzoeken 167 De sociale ongelijkheid vandaag is ongelijkheid in sociale beweeglijkheid 172
DOELGERICHT WERKEN AAN MEE ZIJN, MEEDOEN EN MEETELLEN. OVER GROOTHEID, MODEL EN METHODE 177 12. Wat iedereen graag wil 178 Er is genoeg voor iedereen 178 Maar niet iedereen heeft genoeg 181 13. De grootheid: duurzame dubbele dynamiek van veld en kapitaal 186
6
MEE ZIJN, MEEDOEN, MEETELLEN
14. Wat is sociaal werk – het korte antwoord 190 15. Een model 191 Model, waarheid en vocabulaire 191 De grootheid en zijn speelveld: het negenvlak 198 Het negenvlak: een vierkant vol circulariteit 205 Het negenvlak als metafoor voor een gezonde sociale ademhaling 210 16. Generalisten in de observatie maar specialisten in de actie 213 De kortste definitie van sociaal werk ooit 214 Waar er gewerkt wordt aan beweging in het negenvlak is er sociaal werk 215 Hoeveel beweging zit er eigenlijk in het negenvlak? 216 Het is makkelijker om bewegingen te zien tussen vlakken die naast elkaar liggen 218 Oog voor detail en een fundamentele waardering voor wat klein lijkt 219 Bouwen aan voldoende opgeladen sociale ruimtes 221 De sociaal werker als kapitaal 221 Sociaal werk is kennisgedreven meesterschap 222 Een onderzoekende houding 223
HET VELD VAN HET SOCIAAL WERK 227 17. De atmosfeer van het sociaal werk 228 Gewichtig sociaal werk 228 Sociaal werkers en hun dubbel perspectief 231 Het speelveld van het sociaal werk als de nexus van twee assen 232 Sociaal werk is als krijgskunst 233 18. Sociaal werk is bewegen in vier richtingen 236 De noordelijke positie 236 Het zuidelijke perspectief 237 Sociaal werkers bewegen tussen microscoop en verrekijker 238 De oostelijke flank: kijk in de spiegel en je ziet je eigen gereedschap 241 Het westelijke front 242 Bewust buiten het speelveld wandelen: de discretionaire ruimte 243 19. Een speelveld in vier kwadranten 245 Kwadrant één: de sociaal werker en de eigen sociale ruimte 246 Kwadrant twee: de plaats van het sociaal werk in de samenleving 247 Kwadrant drie: lukt het ons? 252 Kwadrant vier: het gesprek met jezelf 254
Inhoud
7
SOCIAAL WERK ALS EEN GRAND PRACTICE VOOR MEER MEE ZIJN, MEEDOEN EN MEETELLEN 257 20. Van vocabulaire naar handelingsvocabulaire 258 Alles is relatie, alles is beweging 258 Succes en waardering zijn de grondvormen van elke ervaring van mee zijn, meedoen en meetellen 259 Het negenvlak is een groeimodel 260 21. Van handelingsvocabulaire naar methode 262 Bij elk groeimodel past voorzichtigheid en bescheidenheid 262 Geloven in groei vraagt verbeelding 264 22. Sociaal werk als een grand practice 266 Grand theory versus grand practice 266 De bedrieglijke eenvoud van een laboratorium 266 Een status quaestionis over hoe het zit met mee zijn, meedoen en meetellen 269 Methode is geloven met de ogen open 270 Verontwaardiging is goed, methode is beter 271 Emoties imiteren is géén methode 272 Sociaal werk opschalen tot een grand practice 275
Dankwoord 279 Bibliografie 283 Lijst van figuren en tabellen 288 Noten 289
8
MEE ZIJN, MEEDOEN, MEETELLEN
Wat wil je écht van mij? En wat wil ik echt van jou? Er zijn weinig dingen die mensen meer van elkaar willen dan waardering. Waardering komt in veel vormen. Waardering wordt gegeven en ontvangen. Mijn gegeven waardering wordt jouw succes. Waardering wérkt. Het doet wat met je. Je blijft in de buurt ervan. Je komt ervoor terug. Je geeft het door. Het brengt je in beweging. We maken er graag meer van. Waardering en succes zijn ervaren reizigers. Ze bewegen over en weer tussen mensen en groepen, soms over verre afstanden. Daarbij kunnen ze lang onderweg zijn. Maar als ze er eenmaal zijn, dan doen ze hun werk. Je hoort er dan bij, je deed het juiste, je telt mee. Graag gedaan. En bedankt.
Wat is een bos? Een bos is een groep van bomen, dicht bij elkaar. Dat blijft zo tot iemand je leert dat er eiken, beuken en sparren bestaan. Dan zie je nooit nog een bos dat gewoon uit bomen bestaat. Het bestaat dan uit eiken, beuken, sparren en soorten die daarvan afwijken. Sommige bossen bestaan bijna alleen uit beuken. Of uit eiken. Of uit sparren. Toch blijven het allemaal bossen. En tegelijk weet je dat een bos ook anders kan zijn. We zien vanuit wat we al weten of geloven. We zien met ons verstand en niet met onze ogen. Onze ogen pakken alleen het licht. Eerst geloven en dan zien, niet andersom. Wil je een ander bos zien? Dan moet je meer weten over bomen.
Met elke ademhaling krijgen we een stukje bos mee naar binnen. Tot 30% procent van de zuurstof die we inademen komt van bomen en planten. Bossen doen nog veel meer. Ze nemen grote hoeveelheden CO2 op, ze brengen onmisbare verkoeling, houden water vast, herbergen ander leven en bieden een unieke plek om te wandelen. Bossen zijn van levensbelang voor de mens. We hebben ze nodig. We moeten er zorg voor dragen. We moeten daarom goed weten hoe dat werkt, een bos. Maar bossen alleen zijn niet voldoende. Mensen hebben meer nodig. We hebben al minstens op één manier elkaar nodig. Er zijn weinig dingen die mensen meer van elkaar willen dan waardering. En die komt niet van een boom. Waardering krijgen en succes ervaren zijn de zuurstof voor een ander soort ademhalen. Ze maken dat je ergens bij hoort, dat je de juiste dingen doet. Ze doen je meetellen. Ze bieden sociale zuurstof die even belangrijk is voor het leven. De mens is een sociaal dier. We leven tussen bomen en bossen, maar we leven evenzeer tussen andere mensen en vormen er groepen mee. Iedere mens is een boom in een bos vol andere mensen. Eén mens alleen kan weinig. Alleen waait hij om.
BELANGRIJK EN BIJZONDER Ik moet hier meteen iets kwijt. Ik denk van sociaal werk dat het niet zo bijzonder is. Vóór getrainde sociaal werkers dit boek nu al dichtklappen: gun me even de tijd om dat uit te leggen. Want ik vind sociaal werk tegelijk héél belangrijk, van het belangrijkste dat er is. Maar het is niet zo bijzonder. Daarvoor moet ik even uitleggen wat het verschil is tussen bijzonder en belangrijk. Dat verschil begrijpen is bijzonder belangrijk om dit boek te begrijpen. Iets is bijzonder omdat het zeldzaam is. Soms is iets zo zeldzaam dat het uniek is. Dat is meteen de hoogste graad van bijzonder. Cristiano Ronaldo is als voetballer nogal bijzonder. Maar niet zo belangrijk. Belangrijk gaat over de graad van onmisbaarheid. Soms is iets zo belangrijk dat het niet gemist kan worden. Afwezigheid van wat belangrijk is, zorgt ervoor dat de dingen minder goed werken of zelfs niet meer werken. Dat is de definitie van iets dat stuk is. Ook zonder Ronaldo blijft voetbal bestaan. Het is niet stuk. Iets is bijzonder én belangrijk als het tegelijk zeldzaam én onmisbaar is. Dat is op zichzelf een nogal, tja, zeldzame combinatie. Veel van wat voor de mens belangrijk is, is dat net omdat het niet zeldzaam is. Wat belangrijk is wordt vaak gedeeld. Het is belangrijk omdat het voor velen, voor iedereen soms, levensnoodzakelijk is om te kunnen leven, om te kunnen functioneren als mens. Er moet genoeg van zijn voor iedereen. Bomen en bossen zijn op deze manier belangrijk. Elke vrouw heeft ongeveer 2000 calorieën per dag nodig, een man 2500. Die energie verzamelen we op zeer uiteenlopende wijzen met gigantische verschillen in smaak en voorkeur. Je eetpatroon mag dan al bijzonder zijn, het aantal calorieën dat je nodig hebt is dat niet. Maar dat aantal is wel heel belangrijk. Het belangrijke komt voor het bijzondere. Te weinig calorieën blijkt nefast. Een eetpatroon of smaakvoorkeur, hoe bijzonder het voor jou ook kan zijn, is dat veel minder. Maar ook bomen en bossen zijn niet bijzonder. Ze zijn wel belangrijk. Ze zijn zo belangrijk dat ze levensnoodzakelijk zijn. Alle mensen delen dat belang met elkaar. Bomen en bossen zijn voor alle mensen even belangrijk, ook voor diegenen die dat niet weten. Ook voor mij, die niet zoveel van bomen en bossen kent.
Belangrijk en bijzonder
13
Anderen weten daar alleszins veel meer van. Bomen en bossen verbinden mensen door hun belangrijkheid, niet door hun bijzonderheid. Maar niet alleen bossen en bomen – en eigenlijk vooral oceanen – zorgen voor de levensnoodzakelijke zuurstof voor de mens. Er zijn nog uitzonderlijk belangrijke, zelfs levensnoodzakelijke, condities. Eén daarvan staat centraal in dit boek. De sociale zuurstof van alle menselijk leven is waardering en het succes dat je vervolgens ervaart. Het is de brandstof in de sociale motor van elke functionerende relatie tussen mensen. Waardering en succes zijn de basisingrediënten voor een voldoende calorierijk sociaal leven. Het zijn de sociale suikers die we met z’n allen nodig hebben om elke relatie brandende te houden. We moeten er voldoende van hebben.
Alles is relatie Daarmee zeggen we onmiddellijk dat relaties tussen mensen bijzonder belangrijk zijn. Daarmee hebben we meteen een eerste fundamenteel uitgangspunt van dit boek te pakken: Alles is relatie. De realiteit waarin we leven is relationeel. Relaties zijn het reële. Alles wat voor de mens echt is, komt door die relaties. Alles wat we leren, voelen en doen is op een of andere manier het product daarvan en tegelijk het gevolg. Die relaties hebben zich door de tijd vervlochten in netwerken van mensen, in groepen en organisaties. Die vervlechting geeft vorm aan de condition humaine en staat zo centraal dat ook het belang van bomen en bossen ondertussen afhankelijk is van menselijke relaties en verhoudingen tussen groepen van mensen. Die groepen kunnen ook naties zijn, belangengroepen of economieën. Ook dat zijn groepen van mensen. Het centrale belang van onderlinge relaties onderscheidt ons als soort. Er zijn nog zogenaamd sociale dieren, maar de mens is daarin – we wikken onze woorden – bijzonder. Elk wezen, ook de mens, heeft verschillende behoeften. Die 2000 calorieën bijvoorbeeld zijn een behoefte. Maar ook in de vormelijke elementen – brood, vlees, oesters, mes, vork, kerstdiner, drive-in – waarin we die tot ons willen nemen, hebben we wensen en voorkeuren. Het erg bekende behoeftemodel van Abraham Maslow verbeeldt voor velen een figuur die past bij ons denken over behoeften en
14
MEE ZIJN, MEEDOEN, MEETELLEN
de ordening daarin. Eerst komen de organische of lichamelijke behoeften en dan de hogere fundamentele behoeften. Als aan de ene behoefte voldaan is, klimmen we omhoog en komt de volgende aan de beurt. Je hebt de piramide vast al in je hoofd. Maslow heeft zijn ideeën trouwens zelf nooit als een piramide gepresenteerd. En gelijk had hij. Pas ergens op de derde of vierde trede gaat het over sociale relaties en waardering. Maar eerlijk, als de mens moet wachten op sociale relaties en waardering tot ergens halverwege de piramide, is hij al lang van honger gestorven. Hoe denk je dat we aan die levensnoodzakelijke calorieën raken? Hoe weet je dat je die paddenstoel beter niet in de mond stopt, ook al heb je een nogal fundamentele honger? Wie helpt er met de verdediging van je graanschuur? Wie helpt er met je graan? Wie leert je hoe een graanschuur gebouwd moet worden? Hoe zijn we eigenlijk aan dat graan gekomen? Wat is dat eigenlijk, graan? Het antwoord op die vragen komt altijd via een relatie en die antwoorden houden ons in leven. Het zijn relaties die onze honger stillen, elke honger. Relaties zijn geen behoefte in een gelaagde piramide, maar de conditie die het mogelijk maakt élke andere behoefte te bevredigen. Al de rest komt altijd daarna of het komt niet. Mensen kunnen niet zonder relaties, net zomin als ze zonder bomen en bossen kunnen. Althans, we kunnen niet zonder die relaties waarvan waardering en succes belangrijke kenmerken zijn. We hebben voldoende van die relaties nodig. Misschien vraag je je af wat ik met waardering en succes precies bedoel. Je hebt vast al voorbeelden in je hoofd, en die zijn allemaal juist. Het zijn die voorbeelden die we bedoelen, je kan je niet vergissen. Dat het zo makkelijk is om er een eigen invulling aan te geven, duidt aan hoe belangrijk ze voor ons allemaal zijn. Maar om je toch wat meer gerust te stellen, hier enkele voorbeelden uit de oneindige lijst. Soms zijn waardering en succes zeer uitgesproken: een schouderklopje krijgen, een diploma halen of een loon ontvangen. Vele tekenen wijzen op waardering: promotie maken, een uitnodiging voor een feestje, mensen die aan je verjaardag denken, de verkiezingen winnen, op het podium geroepen worden, vermeld worden in een bedanking. Maar er zijn ook minder uitgesproken vormen: verder mogen blijven doen met wat je bezig bent, ook een volgende keer weer worden uitgenodigd, niet tegengesproken worden, even onzichtbaar mogen zijn, de pauzeknop mogen indrukken zonder gestraft te worden, snel een antwoord krijgen op een mail, teruggebeld worden, met de juiste schoenen op de speelplaats komen. Succes en waardering komen in vele types. Het kan gaan om maatschappelijk succes als je waardering te maken heeft met een breed erkende prestatie. Die kan je dan bijvoorbeeld op je cv zetten. Het kan ook persoonlijker zijn als je ervaart dat je bent gegroeid of een persoonlijk doel hebt bereikt. Dat vertel je aan vrienden. Soms ontstaat succes onder druk, op andere momenten lijkt het zonder
Belangrijk en bijzonder
15
inspanning komen aanwaaien. Soms heeft succes iets kinderlijks: je wint een spelletje, je doet iets voor het eerst. Soms is het een resultaat van verbeelding en creativiteit, soms van planning en specialisme. Al deze types zijn, op hun manier, van levensbelang. Wat doen mensen vervolgens met dingen die ze zo belangrijk vinden? Omwille van het belang zijn we er van nature nogal op gefocust. Het doet ertoe. Veel van ons denken en handelen is daarrond georganiseerd. Wat belangrijk is, zoeken we op; we willen er meer van. We weten ook dat wat belangrijk is voor ons, dat ook voor anderen kan zijn. We zijn elke dag bezig met wat belangrijk is, ieder op zijn bijzondere manier.
Iedereen is een bijzondere combinatie Dat laatste brengt ons bij een paradoxale vaststelling. Enerzijds zijn relaties voor elk van ons erg belangrijk. Dat belang delen we met anderen. Anderzijds zijn er oneindig veel bijzondere vormen om daar concreet mee bezig te zijn. We zijn elke dag bezig met het belangrijke, maar we doen dat op een bijzondere manier. We delen met z’n allen een gemeenschappelijk doel of een fundamentele behoefte, namelijk waardering en succes ervaren vanuit relaties, maar de handelingen die we daarvoor stellen kennen een onwaarschijnlijke variatie. Dat is wat mensen zo bijzonder maakt. Sommigen zouden zelfs zeggen dat het elk van ons uniek maakt. Dat is dan meteen weer de hoogste graad van bijzonder. We zijn allemaal op een of andere manier een Ronaldo. Laat ons daar even van uitgaan. Elke mens is erg bijzonder. Jij en ik zijn bijzonder omdat er maar één exemplaar van is. Meer bijzonder kan je niet zijn. We verschillen van elkaar op ontelbare manieren. We lusten niet helemaal hetzelfde eten, we lachen om ander grappen, we hebben een ander diploma, onze ouders zijn niet dezelfde, onze vrienden delen we niet, ik wil andere dingen doen met mijn leven dan jij. Ik weet niet wat het is om in armoede te leven, jij misschien wel. Jij hebt nog nooit een ander continent bezocht, ik misschien wel. Al die verschillen opgeteld maken ons bijzonder. Met sommige mensen delen we natuurlijk wél het een en ander. Al wat ons bijzonder maakt, verbindt ons tegelijk met heel wat anderen omdat het ook voor die anderen onderdeel is van wat hen bijzonder maakt. Sommigen lachen om dezelfde grap als ik, ik zit niet alleen op dat vliegtuig naar dat andere continent, er leeft meer dan één mens in armoede. Of nog: je eet in gezelschap van een ander, je lacht om de grap van een ander, soms delen we onze ouders met een ander, net als
16
MEE ZIJN, MEEDOEN, MEETELLEN
onze vrienden. Sommige anderen hebben plannen voor de toekomst die we samen delen. Het kan hierboven zowaar zelfs om één en dezelfde andere mens gaan. En die andere kan ook nog eens zomaar samen met jou op dat vliegtuig zitten. Alles wat ons uniek en bijzonder maakt, alles wat ons dus van een ander doet verschillen, is exact hetzelfde als wat ons op nog iemand anders doet lijken. Het bijzondere aan elk van ons is net dat: elke mens is een unieke combinatie van kenmerken die ook anderen hebben. We zijn unieke samenstellingen van onderdelen die collectief beschikbaar zijn. We zijn alleen maar uniek omdat onze combinatie uniek is.
Alles is relatie én beweging Elk mens is daarom als een uniek venndiagram met een geheel eigen doorsnede van een enorme reeks deelverzamelingen. We delen ons lidmaatschap van die deelverzamelingen met anderen in gezinnen, vrienden, sportclub, buurten, inkomensklasse, gender, smaak, religie en nog een hoop van die groepen of netwerken. Maar het is de doorsnede die ons zo bijzonder maakt. Ieders venndiagram is uiteindelijk anders, maar zijn deelverzamelingen zijn dat hoegenaamd niet. Die zijn altijd ook van iemand anders. Die doorsnede is bovendien van levensbelang. Het is daar dat onze relaties hun sociale zuurstof afgeven en we de nodige sociale suikers opdoen. Bovendien wijzigt die doorsnede doorheen je leven. De deelverzamelingen hoeven daarbij niet altijd mee te wijzigen. Die kunnen vaak blijven bestaan zonder ons. Veel van wat ons uniek maakt is precies die beweging in en uit deelverzamelingen, in en uit relaties. En daarbij wijzigt ook altijd onze doorsnede. Wijzigingen in de doorsnede, dat unieke middelpunt van deelverzamelingen, zijn de sociale bewegingen in het leven van elk van ons. Die bewegingen in en uit de deelverzamelingen wijzigen wie we zijn, wat we doen en wat anderen voor ons betekenen. Die bewegingen zijn voor elk van ons even belangrijk, van levensbelang, zonder dat het voor iedereen over dezelfde bewegingen gaat. Belangrijk dus, én bijzonder. Dit boek gaat over het bestuderen en hanteren van die belangrijke en bijzondere bewegingen. Dat is meteen ons tweede uitgangspunt: Alles is beweging. Die beweging kent een gemeenschappelijke katalysator: waardering en succes. Die katalysator is de zuurstof die onze sociale motor doet draaien. Het is de
Belangrijk en bijzonder
17
brandstof die ons tot een sociaal wezen maakt. Het is niet alleen de brandstof in de sociale motor van elke functionerende relatie tussen mensen, het zorgt ook voor beweging in en uit die deelverzamelingen. Relatie én beweging dus. Wat doen mensen nog meer als ze vaststellen dat iets belangrijk, zelfs onmisbaar, is? Wanneer iets zo belangrijk is, vinden we het vaak de moeite om samen te onderzoeken hoe dat werkt. We willen begrijpen waarom iets belangrijk is en daar meer doelgericht aan werken. We zoeken naar acties en handelingen die ons dichter bij dat doel brengen. Dat doelgerichte zit op een bepaalde manier in elk van ons. We geven om relaties, we geven om onze doorsnede van deelverzamelingen en we willen die in- en uitbewegingen zien werken voor ons. Elk van ons is daar, in mindere of meerdere mate, bewust mee bezig. Vaak lijken die dingen wat vanzelf te bewegen zonder dat er een helder plan is, soms is er dan weer meer sturing. Alleszins vinden we het niet onnozel om actief bezig te zijn met die relaties en die bewegingen. Het is vervolgens ook niet zo vreemd dat je het begrijpen van die doelgerichtheid zelf tot een doel maakt. Sommigen willen zo beter begrijpen hoe dat werkt, die mens als een sociaal wezen. Bomen en bossen begrijpen werd omwille van de belangrijkheid een doel op zich. Je wil meer weten over bomen en bossen, anders kijken naar die hoop bomen bij elkaar. Als dat je doel is, dan moet je er meer over weten. Mensen gaan dan op onderzoek. Dat is wat onderzoek is: op zoek gaan naar de eiken, beuken en sparren die daarnet nog gewoon bomen waren. Relaties en sociale beweging zijn de bomen en de bossen in het sociale regenwoud van de mens. Ze zijn de bron van zuurstof voor die andere long. Als je de doelgerichtheid wil zien groeien, zal je beter moeten weten hoe dat werkt.
Twee soorten zuurstof Dat brengt ons bij een derde uitgangspunt van dit boek. Er bestaat bij sommigen misschien twijfel of je, net als bij bomen en bossen, wel kán begrijpen hoe die sociale long beter van zuurstof te voorzien. Of anders gezegd: kunnen we dat menselijke bos wel beter begrijpen? Dit boek is gebouwd op de aanname dat dit wel degelijk kan. Dingen beter begrijpen om ze daarna beter te laten werken, is een van de specialiteiten van de mens. Dat geldt voor de natuur, maar evengoed voor wat sociaal is. Met die aanname gaan we grondig aan de slag, want ze is meer gecontesteerd dan we vaak denken.
18
MEE ZIJN, MEEDOEN, MEETELLEN
We bouwen er bovendien een mission statement bovenop over een doelgericht ingrijpen in relaties tussen mensen en de bijhorende sociale beweging in en uit die deelverzamelingen. Net omdat relaties en beweging van levensbelang zijn voor ieder van ons, is beter begrijpen hoe dat werkt een fundamenteel humanistisch streven. De mens heeft om te ademen immers twee soorten zuurstof nodig: de zuurstof die van de bomen komt en de zuurstof die vanuit relaties komt. Beide longen zijn even belangrijk. Die dubbele ademhaling is van levensbelang. Ze doet ons bewegen. Bewegen is leven. Niet alleen voor elk apart individu, maar voor het hele bos. Dit boek gaat over werken aan een gezonde ademhaling via die sociale long. Iedereen doet het elke dag, net als dat andere ademhalen. Maar er is een verschil tussen beide. De tweede soort zuurstof is geen stabiele molecule die voor iedereen dezelfde is. Meer nog: ze is voor iedereen anders. We halen die sociale zuurstof immers uit die doorsnede van deelverzamelingen en die is voor iedereen bijzonder. En zo zijn we terug bij de paradox van zo-even. Al meer dan honderd jaar gaat een beroepsgroep hiermee doelgericht aan de slag: sociaal werkers werken aan het belangrijke voor iedereen via het bijzondere van iedereen. Dat bijzondere in elk van ons maken sociaal werkers tot hun gereedschap. Dat belangrijke is daarbij hun doel. Dit boek gaat over het beter begrijpen hoe je dat doet. Over hoe je die sociale zuurstof doet werken, hoe we met zijn allen dieper kunnen inademen en verder kunnen raken. Het gaat over gezamenlijk onze menselijke conditie verbeteren door hierop te trainen en daardoor samen een pak verder te raken. Weinig kan belangrijker zijn dat dat. Of het moest het redden van de bossen zijn.
Belangrijk en bijzonder
19
SOCIAAL ADEMHALEN: MEE ZIJN, MEEDOEN EN MEETELLEN
By the time you’re a social worker for 10 years, what you realize is that connection is why we’re here… Brené Brown, hoogleraar sociaal werk, uit haar voordracht voor TEDx: The power of vulnerability. Het is een van de meest bekeken TED-talks ooit.
Op welke manier zijn succes en waardering, in al die bijzondere varianten die we kunnen bedenken, zuurstof voor die tweede onmisbare vorm van ademhalen die elke mens, dé mens, kenmerkt? We hebben relaties nodig en die relaties doen ons bewegen in en uit onze deelverzamelingen. Ze definiëren onze unieke doorsnede. Die unieke doorsnede is voor iedereen van groot belang. We hebben die allemaal in een of andere vorm nodig. Dat belang is generiek. De doorsnede zelf is tegelijk bijzonder. Laat ons dat generieke en dat bijzondere in een kort gesprek met onszelf bij elkaar brengen. Het is de start van een innerlijke dialoog die, alhoewel uiteraard persoonlijk, misschien toch iets generieks onthult. Het is ook een eerste stap in het beter begrijpen van wat succes en waardering doen met ieder van ons. Het is een eerste vertaling van waardering en succes naar een wat meer conceptuele benadering. We zetten een eerste voetje vooruit om al iets meer dan alleen maar bomen te zien. Het zal de start blijken van een stevige boswandeling. Die eerste stap begint met dat korte gesprek met jezelf: “Wat ik voor mezelf graag zie gebeuren is dat ik word gewaardeerd voor wat ik doe, zeg of denk. Het geeft me een gevoel van succes, van goed bezig te zijn. Soms is dat een kleine waardering en een bijpassend succesje. Maar soms is die waardering zeer tastbaar en is de ervaring van succes ook groter. Ze zijn alle twee welkom, evenals alle schakeringen daartussenin. Soms zie ik helder vanwaar de waardering komt. Ik heb er iets voor moeten doen en heb geïnvesteerd. Soms is het troebel en komt het als vanzelf. Alleszins, iemand of iets heeft me geholpen om succes en waardering te ervaren. Die successen en die waardering geven energie en zetten me in beweging. Ze geven me vertrouwen om verder te gaan. Ik zie dat wat het bij mij doet, het ook bij anderen doet. Ik zie dat het niet voor iedereen even evident is om voldoende succes en waardering te ervaren.” Kan dit onze gedeelde innerlijke dialoog zijn? Wellicht wel. We praten nog even verder met onszelf: “Die waardering en dat succes zorgen ervoor dat ik er graag bij ben. Ik ervaar ze in een omgeving die ik als de mijne beschouw en die ik ook redelijk begrijp. Ik pas daar. Ik ben mee.
22
MEE ZIJN, MEEDOEN, MEETELLEN
Bovendien komen die waardering en dat succes vaak omdat ik iets doe. Ik handel. Ik heb een rol en vanuit die rol zijn er verwachtingen waaraan ik kan voldoen. Dat lukt heus niet altijd even goed. Op zich is dat niet erg. Maar opgeteld leiden mijn handelingen toch tot voldoende waardering. Ik doe op heel wat plaatsen mee. Door dat meedoen zie ik ook nog iets anders. Ik heb invloed op mijn omgeving en op de mensen rondom mij. Ik handel dus niet alleen. Er wordt ook rekening met me gehouden. Ik tel mee. En dat is exact wat ik wil: mee zijn, meedoen en meetellen. Dat is wat mijn leven kwaliteit geeft. Dat wil ik bij mezelf voldoende zien. Ik hoop ook dat anderen dat voldoende ervaren.” Spoort dit nog samen met je innerlijke dialoog? Voor velen wellicht nog steeds. Maar tegelijk ervaar je dit tweede gesprekje misschien als een ideaal waar je niet helemaal en altijd aan voldoet. Dat staat de wens dat je het wel graag zo zou willen, niet in de weg. Vanuit de inschatting dat succes en waardering door mee zijn, meedoen en meetellen een gedeelde behoefte zijn van heel veel mensen, ontstaat de aanname dat het legitiem is voor elk van ons om ernaar te verlangen. We zijn ervan overtuigd dat niemand slechter af is als je kan mee zijn, meedoen en meetellen. Relaties tussen individuen, die op hun beurt kleine of grote groepen vormen, zijn de voorwaarden voor mee zijn, meedoen en meetellen. Dat voelt als gezond, evenwichtig, hoopvol en voor herhaling vatbaar. Het is de zuurstof voor elke relatie die werkt. Misschien is voldoende sociale zuurstof wel iets wat iedereen graag wil zien en wil laten werken voor iedereen. Dat zien is hier niet onbelangrijk. Succes en waardering, via mee zijn, meedoen en meetellen zijn ook oppervlakkig. Het zit aan de buitenkant en is observeerbaar. Je kan het dus zien en laten zien. Oppervlakkig is hier niet pejoratief of als minderwaardig te interpreteren. Uiteraard doet het veel met je binnenkant. Maar het wordt dus ook belichaamd in een zichtbare en oppervlakkige vorm. We zijn sterk gefocust op het herkennen en erkennen daarvan én ook op het naar buiten brengen en het laten zien. Je hoeft er geen lange gesprekken voor te voeren. Het gaat zeer snel. Enkele voorbeelden om dit even te illustreren. Na de zomervakantie komt de succesvolle student terug in een ander academiejaar en in een andere fase van de opleiding. Dat is zichtbaar en belichaamt succes en waardering. Soms krijg je een schouderklopje. Anderen zien dat. Jij voelt het.
Sociaal ademhalen: mee zijn, meedoen en meetellen
23
Je wordt uitgenodigd voor een feestje, sollicitatiegesprek of reis. Alleen al mogen en kunnen aanwezig zijn op bepaalde plekken – een aula, vergaderzaal of luchthaven bijvoorbeeld – kunnen al belichaamde signalen van succes en waardering zijn. Fier draag je het uniform van je jeugdbeweging of van het Rode Kruis. Elke maand wordt je loon gestort. Je krijgt een compliment. Iemand verdedigt je in woord en daad. Je hoeft niet op een wachtlijst of niet in de wachtzaal, of toch niet te lang... Mijn persoonlijk lijstje van waardering en succes kan vandaag het volgende zijn: ik dank mijn postbode en krijg een glimlach terug, ik krijg een sympathieke opgestoken hand in het verkeer, ik praat hier en daar kritisch over elektrische wagens en hun batterijen en krijg daarvoor spreektijd en aandacht, iemand brengt taart mee naar een vergadering, mensen hebben mijn tekst gelezen en geven feedback. Ook mijn, en bij uitbreiding elk, dagboekfragment zit vol waardering en succes, vaak van de eerder bescheiden soort maar tegelijk zichtbaar en aan de oppervlakte. Sociale zuurstof komt in kleine en grote teugen tot ons. Het aan de oppervlakte brengen van succes en waardering in observeerbare handelingen laat zien dat je mee bent, meedoet en meetelt. Het kent duizenden varianten en we doen het veel meer dan we denken. Kijk even terug naar je dag of week en maak voor jezelf een lijstje van kleine en grote successen en momenten van waardering. Het zijn er, hopelijk voor jou, een hele hoop. Merk ook het oppervlakkige karakter ervan op zoals wij dat hier bedoelen: zichtbaar voor jezelf en voor anderen. De oppervlakkigheid van succes en waardering, die hier positief moet worden begrepen, is niet zomaar een kenmerk. Het is essentieel dat het zichtbaar is. Dat oppervlakkige succes en die waardering zijn waar net omdat het aan de oppervlakte komt als iets gedeeld. Of anders: je bent minstens met twee om succes en waardering te laten ontstaan en te laten bewegen. Er is relatie voor nodig. Als er geen belichaming is, geen zichtbaarheid en er dus niets aan de oppervlakte komt, is het geen succes en waardering. Succes en waardering zijn daarom geen persoonlijke emoties of uitsluitend iets dat ontstaat uit zelfinschatting. Het zijn in de eerste plaats observeerbare kenmerken die meekomen met bepaalde handelingen binnen een zekere relatie in een bepaalde omgeving. Het is een effect van een bepaald soort handeling. Om die handelingen gaat het.
Sociale kortademigheid Nog een laatste keer naar de innerlijke dialoog, want je vraagt je nog iets af: “Staat mijn succes en waardering, mijn mee zijn, meedoen en meetellen, dat van anderen in de weg? Als ik succes en waardering ervaar, gaat dat
24
MEE ZIJN, MEEDOEN, MEETELLEN
dan ten koste van iemand anders? Soms kan dat zo zijn, maar het hoeft niet. Het succes en de waardering die ik oogst, mijn mee zijn, meedoen en meetellen, is eigenlijk dikwijls ook dat van anderen. Het hoeft geen verhaal van winnaars en verliezers te zijn.” Loopt ons gesprek nog samen? Is dit ook jouw innerlijke dialoog? Misschien is de consensus wat minder groot dan bij het eerste en het tweede gesprekje. Dat is logisch. We hebben wel degelijk ervaring met winnen en verliezen en hebben allemaal al meegemaakt dat ons succes en waardering ten koste gaat van dat van een ander en omgekeerd. Af en toe moet je eens naar adem happen. Iedereen ervaart al eens sociale kortademigheid. Het kan ook geen kwaad om te ervaren dat niet alles goed loopt en dat je niet altijd en overal succes hebt. Als je succesvol solliciteert voor een job, is er wellicht aan de andere kant iemand die het tegenovergestelde ervaart. Het lijkt op een strijd en jij hebt deze keer gewonnen of verloren. Maar het gaat niet over die ene sollicitatie. Het gaat over het vinden van werk. Je kan best wel verdragen dat iemand anders beter geschikt is voor die specifieke job. Wat moeilijker ligt, is het idee dat jij niet geschikt bent voor die job. Er is een groot verschil tussen zien dat iemand op dat moment beter geacht wordt voor die job en ervaren dat jij dingen mist die je niet geschikt maken. Het eerste is denken vanuit verschillen, het tweede is hiërarchisch onderaan staan vanuit een tekort. Dat eerste kunnen we, ondanks de teleurstelling, vaak wel plaatsen. Het tweede is van een andere orde. Het eerste is het resultaat van een interactie tussen sollicitanten en een werkgever. Het tweede kent zijn bron elders: het gaat over wie jij bent en niet over wie de ander is. Je vreest sociale ademnood. Je voelt je niet in staat om voldoende op adem te komen en daardoor ook niet om mee te zijn, mee te doen en mee te tellen. Als je voldoende ervaring hebt met succes en waardering, kan je tegen die tijdelijke stoot. We raken sociaal buiten adem, maar recupereren. We zijn meestal robuust genoeg in die zin dat twijfel over wie jij bent niet afhangt van die ene ervaring. Maar een duurzaam tekort aan succes en waardering is nefast en leidt tot een sociale klaplong. Het organiseert ons idee over onszelf en de anderen op een even robuuste wijze, maar dan negatief. We gaan ons handelen en denken steeds meer rond die vermeende tekorten organiseren. De vrees voor kortademigheid gaat ons handelen sturen. Die handelingen zijn veelsoortig. Enkele daarvan zijn bijvoorbeeld de volgende. Het kan gaan over het herkennen van bepaalde contexten als te vermijden en dan vervolgens ook handelen om deze te vermijden (opgeven te solliciteren). Het kan gaan over weerstand als die contexten toch niet te vermijden zijn (de boel op stelten zetten op school en in de klas). Het kan gaan over het opzoeken van compenserende contexten waar wél succes en waardering op je wachten (alles op alles voor de boksclub). Succes is erg contextueel en lokaal, en dus gebonden aan omgevingen, aan de deelverzamelingen. Het is immers niet in dé samenleving dat je succesvol bent of niet, maar in de deelverzamelingen.
Sociaal ademhalen: mee zijn, meedoen en meetellen
25
Anderen, die daar ook aanwezig zijn, zien dat en gaan waarderen of niet – met een schouderklopje, met een nieuwe job, met een uitnodiging, met een diploma, met taart... Jij doet tegelijk hetzelfde bij anderen. Wat mensen ervaren als succes en waardering kent veel variatie en veranderlijkheid in tijd en ruimte. De een wil een schouderklopje van zijn bokscoach, de ander wil na jaren studie een diploma; de een wil een hoog loon, de ander wil de eer van de familie hooghouden, gastvrij gevonden worden, een medaille halen, een drillrap die scoort... In Sparta kreeg je waardering voor strijdlust en biseksualiteit, tijdens de Duitse romantiek omdat je een straf gedicht schreef over de onttovering van de wereld. Er zijn onuitputtelijk veel mogelijkheden om te waarderen en succes te ervaren. Maar ondanks de veranderlijkheid in tijd en ruimte komt elk succes en elke waardering met voorwaarden. Succes en waardering zijn voorwaardelijk, of ze nu in Sparta, op een sollicitatie of aan de voordeur met de postbode ontstaan. Het is er nooit zonder mee zijn, meedoen en meetellen. Als je mee bent, vind je van jezelf dat je erbij hoort, dat je er mag zijn. Je omgeving is geen vreemde plek. Ze is leesbaar voor jou, je begrijpt ze. Je kent de regels en de regelmaat van je boksclub, de klas, de stad. Je weet hoe een succesvolle sollicitatie, een kring van stoelen in de kleuterklas, een teamvergadering met taart... werkt. Er zijn omgevingen die je als de jouwe ervaart, het is er veilig. We kunnen er diep ademhalen. Als je meedoet, ben je actief in die omgevingen die van jou zijn. Je bent er niet alleen lijfelijk aanwezig, je neemt er een rol op en liefst meer dan één. Je ontmoet anderen en betekent door wat je doet ook iets voor hun, en zij iets voor jou. Er wordt wat van je verwacht en dat is prima voor jou. Je bent er geschikt voor. Je doet mee als je in die omgevingen een rol kan opnemen en zo een bijdrage kan leveren die als zinvol wordt ervaren. Je bent actief. Je hebt een plaats naast de anderen. We bewegen op het ritme van onze ademhaling. Meetellen wil zeggen dat er naar je wordt geluisterd. Je bent niet onzichtbaar. Je telt mee als je mee vorm kan geven aan die omgeving. Je ervaart impact op anderen en betekent iets voor hen. Je doet ook anderen ademen. Je zorgt mee voor de sociale zuurstof van een ander. Wie jij bent en wat jij wil, wordt door anderen opgemerkt. Daarom sta je op hun weg en niet in de weg. Het zorgt er bovendien voor dat je niet terechtkomt in een louter geërfde wereld, een wereld die je niet zelf mee-maakt, waar alleen de anderen de architecten van zijn. Die wereld voelt niet als van jezelf en veel van wat komen gaat daarom ook niet. In een louter geërfde wereld is de angst groter dan de verwondering van wat allemaal mogelijk kan zijn. Het is het omgekeerde van mee zijn.
26
MEE ZIJN, MEEDOEN, MEETELLEN
Kunnen mee zijn, meedoen en meetellen maken de geërfde wereld kleiner ten voordele van de veranderlijkheid en beweeglijkheid die ieder nodig heeft. De sociale drievuldigheid van mee zijn, meedoen en meetellen is de motor achter de unieke en veranderende doorsnede. Het zijn de eiken, beuken en sparren in het bos. Mee zijn, meedoen en meetellen beschouwen we als een onmisbaar en universeel menselijk triumviraat voor de tweede soort van ademhalen. Het kent ontelbare concrete invullingen maar verbindt ons allemaal met elkaar. Daarmee zetten we de vermeende hiërarchie van behoeften, het meest bekend in de vorm van de piramide van Maslow, definitief op zijn kop. In een complexe wereld van hoge vervlechting tussen mensen en groepen is er geen hiërarchie (meer) tussen behoeften. Het gaat immers over een netwerk van behoeften dat uitsluitend kan worden ingevuld door een gunstige dynamiek tussen relaties en deelverzamelingen. Om die gelaagde en complexe dynamiek goed te vatten, dien je al snel te leren rondkijken en luisteren naar wat er rondom je gebeurt. Al snel moet je goed luisteren naar drie stemmen tegelijk. Leer je dat niet vlug genoeg, dan raak je spoedig sociaal buiten adem. We maken gebruik van het volgende axioma om die driestemmige conversatie te vatten: Mensen praten en handelen met elkaar. Dat zijn vaak de eerste stemmen die ze horen. Daarbij kan het idee ontstaan dat het bij mee zijn, meedoen, meetellen vooral gaat over interactie met een individu of met meerdere individuen. Maar mee zijn, meedoen, meetellen veronderstelt ook steeds een conversatie met de omgeving of de samenleving. En daardoor ook een dialoog met jezelf.
Mee zijn, meedoen en meetellen in een kring van stoelen Het gesprek met jezelf onthulde, als een retorische spiegel, wat er in werkelijkheid te beluisteren viel. Het axioma drukt vervolgens uit wat er steeds gebeurt. De stukjes innerlijke dialoog zijn altijd veel meer dan louter een conversatie met jezelf. In elk gesprek met jezelf is ook die andere aanwezig. Tegelijk is elke conversatie een lokaal gesprek: het heeft een context of een omgeving nodig om
Sociaal ademhalen: mee zijn, meedoen en meetellen
27
betekenis te hebben. Soms is die omgeving heel groot en spreken we van een samenleving. Maar evengoed werkt het andersom. Ook elk gesprek met een ander is een conversatie met een context en met jezelf. Al heel snel merken we hoe dat werkt voor onszelf en voor anderen. We beginnen al gauw met de training om de tweede long te oefenen. We doen al van jongs af aan ervaring op met mee zijn, meedoen en meetellen. Misschien kan een herkenbaar verhaal over de meerstemmigheid van het axioma dat duidelijk maken. Het gaat over weinig bijzonders in die zin dat het véél gebeurt en toch zeer belangrijk is. Aan het begin van de schoolweek of schooldag wordt in veel kleuterklassen tijd gemaakt om naar elkaar te luisteren. Kleuters worden in een kring van stoelen geplaatst; juf of meester zit er, soms op een gênant kleine stoel, ook bij. Ze luisteren naar elkaars verhalen. Wat horen we als we naar de verhalen van de kinderen over het weekend luisteren? We horen natuurlijk het verhaal van het kind. Maar wat valt er nog te horen? Als je alleen maar het verhaal van het kind beluistert, dan mis je de meerstemmigheid van de conversatie. In die kring zitten niet alleen kinderen met een weekendverhaal, maar evenzeer gezinnen, deelverzamelingen dus, en relaties ertussen. Bovendien is die kring zélf een deelverzameling met bijzondere kenmerken. Heeft elk kind daar evenveel kans op succes en waardering? Dat zou zeker kunnen, maar in de realiteit is dat zelden zo. Zit elk kind daar met evenveel zin om te vertellen over de voorbije dagen? Is de sociale zuurstof voor iedereen gelijk beschikbaar of zijn er al snel enkele kleuters buiten adem? Hoe werkt zo’n kring van stoelen eigenlijk? Het vraagt kunde om die kring voor iedereen te laten werken. Veel juffen en meesters zijn er meesterlijk in, maar niet elke kring werkt evengoed. Laat ons er twee kinderen uitnemen. Ze verschillen heel erg in mee zijn, meedoen en meetellen. Het ene kind ervaart de kring als zijn omgeving. Ze zit er graag. Ze heeft er naar uitgekeken om te vertellen wat er in het weekend allemaal gebeurd is. Je ziet het ook aan haar: ze zit écht klaar om deel te nemen. Ook de juf ziet al dat ze, zoals altijd, graag meedoet. Ze ging met oma en haar broertje naar de dierentuin. Tijdens het bezoek aan de dierentuin wist Emma al dat dit haar maandagverhaal zou worden. Daar wilde ze over vertellen, als ze de kans kreeg. Ze weet hoe dat werkt: stil maar gretig op de stoel zitten, eerst zwijgen en dan mogen praten. Flink zijn dus. Misschien komt ze eerst aan het woord, misschien mag een ander kind eerst. Daar kan ze op wachten. Ze is mee. Daardoor weet ze wat de verwachtingen zijn en wat haar rol is. Flink zijn doe je door aandachtig te zijn voor wat de juf of meester zegt en vraagt, maar ook door te luisteren naar anderen en door te laten zien dat je zelf ook graag wil vertellen. Je wil meedoen. Maar ze merkt dat haar verhaal ook iets doet met de kring. Anderen reageren op wat ze zegt, misschien volgt er waardering. De juf merkt op dat ze flink meedoet.
28
MEE ZIJN, MEEDOEN, MEETELLEN
Emma is misschien dat kindje waarvan de juf zegt: “Heeft iemand ook zoiets fijns te vertellen als Emma?” Je telt mee in deze deelverzameling. Er zitten nog andere kinderen in de kring. Sommigen zijn even flink. Anderen zitten er wat minder flink bij: ze schuifelen op hun stoel, kijken wat weg en lijken zich minder voor de verhalen van de anderen te interesseren. Ze lijken minder goed te weten hoe dat werkt, zo’n groep kleuters op kleine stoelen in een kring op een maandag. Het is nochtans niet de eerste keer dat ze daar zitten. Maar ze lijken het dus niet te leren. We geven ze extra aandacht en spreken ze aan. We vragen naar hun verhalen. Het vraagt wel meer van de juf of meester. “Wie vindt naar de dierentuin gaan ook leuk? Axel, vind jij dat leuk?” Uiteindelijk doet Axel mee, maar toch op een wat andere manier. Om mee te doen moet Axel iets meer worden gecorrigeerd, iets meer worden gestuurd in een richting die niet vanzelf komt. Axel ondergaat doordoor eerder impact dan dat hij die zelf creëert. De kleuter ervaart dat anderen in deze kring meer meetellen dan hijzelf. Had je voor jezelf al beslist dat Axel misschien niet naar de dierentuin is geweest, dat zijn weekend er misschien heel anders uitzag dan dat van Emma? Misschien is dat zo. Maar daar gaat het in essentie niet over. Wat betekent deze kring voor Emma of Axel? Voor de ene is het een plek van mee zijn, meedoen en meetellen, voor de andere is ze dat veel minder of niet. Dat weet elke kleuter al zeer snel. Een kring, een klas, een school of alles wat enigszins lijkt op onderwijs: het is geen deelverzameling die voor iedereen evenveel succes en waardering voorspelt. Daar ga je anders van op je stoel zitten, als kleuter in die eerste kring, maar misschien wel in al die omgevingen die later op deze eerste kring lijken. Er gebeurt in zekere mate steeds hetzelfde: je wil er eigenlijk liever niet zijn. De dierentuin heeft er maar weinig mee te maken. Het gaat over buiten adem raken in deelverzamelingen waar je niet mee bent, meedoet en meetelt. Op adem komen wordt dan moeilijk, aan de conditie werken ook. Op een stoel zitten en zwijgen: sommigen raken daar erg van buiten adem. Elke goesting om in deze deelverzameling te verblijven, raakt voor sommigen al snel in de knop gebroken. Het gelaagde verhaal hierboven is als luisteren naar de meerstemmigheid uit het conversatie-axioma. Iedereen doet het op zijn manier: Emma, Axel, de juf of meester. Iedereen hoort meer dan één stem, op zijn of haar manier. Dat is voor een sociaal werker niet anders. Waar er in het axioma Mensen staat, kan je daarom evengoed Sociaal werkers lezen. Het axioma blijft ook dan gelden. Sociaal werkers luisteren erg goed naar de meerstemmigheid. Het is deel van hun meesterschap. De kring van stoelen, die hier nog een paar keer zal opduiken, is natuurlijk een metafoor. Maar tegelijk bestaan ze echt, dat soort kringen. Emma, Axel en alle anderen daar ergens tussenin bestaan ook. Ook de juf, de meester en de school bestaan, evenals de zichtbare en onzichtbare dynamiek tussen al die handelende mensen. Het vraagt meesterschap om die kring, elke kring, voor iedereen te doen
Sociaal ademhalen: mee zijn, meedoen en meetellen
29
werken. Het vraagt meesterschap om de meerstemmigheid uit het axioma om te zetten in dingen die werken, in handelingen die doelgericht mee zijn, meedoen en meetellen laten groeien. Over dat meesterschap en over al die kringen moet het gaan. Om dat meesterschap te bereiken, elk meesterschap overigens, moet je weten hoe de dingen werken. Eiken, beuken en sparren herkennen is één zaak, een bos gezond maken en houden is een andere. Je moet de complexe samenhang tussen mee zijn, meedoen en meetellen begrijpen. Die vraag houdt ons in dit boek bezig. Om daarop te antwoorden moeten we echter eerst een omtrekkende beweging maken vooraleer we er echt aan kunnen beginnen. We wijken bewust af van de rechte lijn naar het doel. Die omweg vraagt wat tijd en inspanning, maar is onmisbaar om aan te komen waar we moeten zijn. We moeten ons eerst afvragen hoe mensen dat in het algemeen doen: dingen laten werken.
30
MEE ZIJN, MEEDOEN, MEETELLEN