Restauratie Oude Toren in Oostelbeers begint
weekJOURNAAL
Eind augustus begint aannemer Nico de Bont uit Vught, gespecialiseerd in restauratie van monumenten, met de restauratie van de Oude Toren in Oostelbeers. De aannemer bouwt in de week van 21 augustus een steiger en begint een week later met de verdere werkzaamheden. De Oude Toren is een Rijksmonument en in de toren verblijven diverse beschermde diersoorten
39 e jaargang
(o.a. vleermuizen en een kerkuil). Daarom zullen een ecoloog en archeoloog het proces begeleiden en toezicht houden op de uitvoering. Naar verwachting is de restauratie van de toren eind oktober gereed.
2023 Week 33 Woensdag 16 augustus
Fragment van het kadastrale minuutplan, waarschijnlijk opgemaakt tussen 1810 en 1830 (OudeToren OB). De Oude Toren in de huidige tijd.
RESTAURATIE OUDE TOREN IN OOSTELBEERS BEGINT
5
NEGENTIEN WERELD KAMPIOENSCHAPPEN IN OIRSCHOT
6
De historie van de Oude Toren Historisch panorama van de Oude Toren.
Regioarcheoloog en adviseur Erfgoed Ria Berkvens, van de Omgevingsdienst Zuidoost Brabant is nauw betrokken bij de restauratie en weet veel van de bijzondere locatie. “De Oude Toren, die gebouwd is op een hoge dekzandrug, stamt uit de 12e eeuw. Het gebied is al vanaf de vroege middeleeuwen, 600 na Christus, permanent bewoond. Ook uit oudere perioden zijn bewonings sporen gevon den: onder andere vanuit de prehistorie en de Romeinse tijd. De toren zoals we die nu nog ken nen, is gebouwd aan het einde van de 14e eeuw of begin 15e eeuw. Bij de toren stond een houten kerk, die in het midden van de 14e eeuw vervangen is door een stenen exemplaar dat in de 15e eeuw is vergroot.”
van kerktorens is een typisch verschijnsel van de Volle en Late Middeleeuwen. Hoewel er natuurlijk ook elders in laatmiddeleeuws christelijk Europa kerktorens werden gebouwd, was de schaal en verspreiding van kerken en de kerk torens in NoordBrabant voor die periode ongekend. Voor bezoekers uit het buitenland was een bezoek aan Brabant als het bezoek van een hedendaagse dorpeling aan een grote metropool met veel wolken krabbers. In de 19e eeuw kon men in Brabant vanaf één plek 12 impo sante kerktorens tegelijk zien!”
In de periode 14501550 bloei de de economie van de Kempen, dat deel uitmaakte van het Hertog dom Brabant. “In deze zogeheten Brabantse gouden eeuw uitte de toegenomen welvaart zich in de bouw van vele kerken die zijn uitge voerd in de stijl van de Kempische Gotiek. Het moet een groot offer voor de bevolking zijn geweest, om dergelijke kerken te bouwen. Dat offer bestond niet alleen uit geld, de bevolking droeg daad werkelijk meer dan een steentje bij.” Berkvens vult aan: “De bouw
Maar waarom verdween de kerk zodat alleen de toren overbleef? “In 1648, na de Tachtigjarige Oorlog, werden de kerken toe gewezen aan de lokale protes tantse gemeenten. De katholieken mochten hun geloof niet meer in het openbaar belijden. Na 1672 werd dit regime versoepeld en kon men in de gehuchten meer in het open een grotere schuurkerk bouwen. De katholieken namen hun toevlucht in een schuurkerk vlakbij de huidige locatie van de kerk van Oostelbeers; later werd daar een nieuwe kerk gebouwd. Voor de kleine protestantse gemeente was de oude kerk veel te groot. Dit leidde bij de Oude Toren tot gebrek aan onderhoud en uiteindelijk sloop van het kerk gebouw. De toren werd echter als dorpseigendom beschouwd en op kosten van het dorp onderhouden. Op de toren zijn de sporen van de kerken uit de verschillende bouw periodes nog duidelijk zichtbaar.”
ZUSTER VAN WIJNGAARDEN
LOUIS VAN OVERDIJK MET ZIJN BOEK BEERTJE OP HET DAK
8
9
MEDEWERKERS JORIS ZORG LICHTEN TOE OVER INZET VERWANTEN EN VRIJWILLIGERS Begin 2024 moet
“
”
“Inzet is en blijft vrijwillig: géén verplichting!” het werk gereed zijn
Wat gaat er verder nog gebeuren? Na de restauratie beginnen werk zaamheden om de exacte locatie van de fundering van de voormalige kerk muren in kaart te brengen. Bij de kerk worden proefsleufjes gegraven en er zal een grondradaronderzoek worden uitgevoerd om de diverse bouw periodes beter in beeld te krijgen. Deze informatie zal in de toekomst in beeld worden gebracht, bijvoorbeeld met een informatiepaneel. Niet alleen de toren, ook de directe omgeving is een archeologisch beschermd Rijksmonument. Het terrein binnen de kerkwal en greppel wordt om die reden opgeschoond:
De Oude Toren blijft na de sloop van de kerk eenzaam achter en wordt tenslotte in de jaren 60 van de 20e eeuw gerestaureerd (Brabant Collectie).
ontdaan van brandnetels, braam struiken en andere opgeschoten beplanting die er niet past. De kerkwal en greppel worden hersteld. Ze zijn aangelegd rondom de begraafplaats die eeuwenlang, tot circa 1850 in gebruik is gebleven. De kerkwal vormt de begrenzing van de (vroegere) gewijde grond. Om die reden zal zorgvuldig en met eerbied gewerkt worden op het terrein, want er liggen in en rond de verdwenen kerk honderden graven van voorouders van huidige inwoners van Oostelbeers. Op het terrein wordt samen met een archeoloog per meter bekeken wat de originele diepte is van de greppel op basis van grondsporen en struc turen. Tot precies die diepte wordt de humus weggehaald en daarmee is gelijk ook het volume van de kerkwal bekend. De diepte en breedte van de greppel bepaalt namelijk de hoogte van de kerkwal. Begin 2024 moet het werk gereed zijn.
De Oude Toren waarschijnlijk rond 1900, de sporen van de verschillende kerkgebouwen door de eeuwen heen zijn duidelijk zichtbaar (RCE 98667).
De oude kerk nog in volle glorie, getekend door Verhees in 1787 (Kerk-Verhees).
Daarmee is de vrijstaande ligging van de Oude Toren in het open veld niet verklaard. Berkvens: “Dat de dorpen Oost, West en Middelbeers zich elders ontwikkeld hebben, komt door de plaats van deze regio in het hertogdom Bra bant. En de opkomst van de steden en daarmee samenhangend de opkomst van een marktgerichte economie. Er was grote behoefte aan eten en door de stijging van de voedselproductie verschoof de bewoning naar de beekdalen, waardoor er meer ruimte kwam voor vruchtbare hoge akkers.”
ten zijn al erg druk en als ze dan toch eens komen, zijn we daar al blij mee. Het is echt geen moeten. Daarnaast krijgen we van anderen weer de vraag: kunnen wij ook iets betekenen? Het is niet de bedoeling om mensen te verplichten om hun verwant onder de douche te doen. Aan de andere kant zie je ook weleens iemand die dat juist graag doet met haar moeder.” Marlou vult aan: “In de praktijk zie je vaak dat mensen het liefste helpen met dingen die ze leuk vinden en dat is ook helemaal goed! Sommigen helpen liever met de tuin onderhouden dan met de bingo. Gelukkig maar, die verschillen in voorkeuren: we zijn met heel veel blij!”
Historische illustraties: Brabant-collectie, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en gemeente Oirschot.
Marlou Kremer, Joyce van Rooij en Astrid Beckers lichten graag toe hoe ze willen samenwerken met verwanten en vrijwilligers om de ouderenzorg zo fijn mogelijk te maken en te houden in de toekomst.
Geschrokken waren ze, toen ze het artikel lazen in dit weekblad over de zorgen die een verwant uitte over de inzet van verwanten bij de ouderenzorg. Dit weer naar aanleiding van een brief die alle verwanten in mei ontvingen. Wijkverpleegkundige Joyce van Rooij, intramuraal zorgmedewerker en OR-lid Astrid Beckers en Marlou Kremer van de Cliëntenraad van Joris Zorg willen graag uitleg geven over de bedoelingen van de zorginstelling. Volgens hen valt er nogal wat te nuanceren en zal de kwaliteit van de zorg altijd bovenaan blijven staan.
Op verschillende locaties van Joris Zorg is een duofiets beschikbaar voor cliënten en verwanten om samen gezellig een ritje te maken.
DOOR RENS VAN GINNEKEN Dat de personele bezetting onder druk staat de laatste jaren, dat mag duidelijk zijn stelt Joyce van Rooij. “Met name sinds corona zijn er meer medewerkers dan gemiddeld gestopt. We merkten dat de spoeling dunner werd, met name het aantal zorghanden aan het bed werd minder. Er komen nu ook simpelweg minder mensen van de opleidingen. Dat houdt dan in dat je het met minder mensen moet doen.” Haar intramurale collega (red: werkend binnen de instelling) Astrid Beckers vult aan: “Voor een deel wordt dat opgevangen met zzp-zorgprofessionals en flexwerkers. Desondanks zetten we ook hen zoveel mogelijk in op vaste plekken, bij vaste cliënten. Dat gebeurt ook wanneer er onder de vaste mensen langdurig zieken zijn, of werknemers met zwangerschapsverlof bijvoorbeeld.” Joyce: “Bij de thuiszorg werken we minder met zzp’ers en flexwerkers: dat hangt ook veel af van de zorgzwaarte van de cliënten trouwens.” Anticiperen op de toekomst Dat met de inzet van vrijwilligers en mantelzorgers de kwaliteit van de (medische) zorg wellicht in het geding zou komen en dat er een verplichting zou rusten op die inzet willen ze met klem ontkrachten. Marlou Kremer: “Er is absoluut géén verplichting. We zien dat er een grijze golf aankomt en dat het bij andere zorginstellin-
gen nog veel nijpender is dan bij ons. Daarom is het juist goed dat Joris op de toekomst anticipeert, door op tijd te gaan kijken: hoe kunnen we het anders inrichten, zodat het voor onze ouderen zo fijn mogelijk blijft? De voorliggende generaties waren niet meer echt gewend om te helpen bij hun ouders. We willen weer langzaam dat bewustzijn creëren, dat de hulp van verwanten en vrijwilligers bij tijd en wijle zeer welkom is. Sommigen komen al veel binnen om een handje te helpen trouwens, terwijl je andere verwanten – om diverse redenen – weer veel minder ziet. Dan is er ook nog een grote groep die twijfelt over hun inzet.” Een stukje wandelen Astrid legt uit: “Mensen weten vaak gewoon niet zo goed waarmee ze dan kunnen helpen. Maar iets eenvoudigs als een stukje gaan wandelen met een verwant kan al heel fijn zijn voor de oudere én de medewerkers. En misschien is er nog iemand meer die je al kent en kan die dan ook meewandelen. Ook kunnen verwanten eens meehelpen in de huiskamer. Dan gaat het niet over ingewikkelde dingen: gewoon een praatje, koffie inschenken. De huiskamer is tenslotte van de cliënten en hun verwanten. Het is het voortzetten van wat men thuis al gewend was met elkaar. Joris Zorg kan mooi de aanvullende professionele 24-uurs zorg geven, waardoor de mantelzorger zeer ontlast wordt.”
Goed afstemmen: wie doet wat “De brief die nu is verstuurd was overigens niet de eerste. We hebben al vaker aan verwanten gevraagd of ze misschien wat willen doen”, aldus Joyce. “Daarbij blijft het altijd maatwerk, ook bij ons in de thuiszorg. Altijd stem je goed af: wie doet wat. Als iemand al elke avond bij zijn moeder komt bijvoorbeeld, dan is het misschien niet nodig dat wij moeders tabletje klaarleggen. Ook is de brief trouwens bedoeld om de mensen die al erg veel doen, een beetje te kunnen ontlasten.” Astrid knikt: “Sommige verwan-
Niet tornen aan zorgkwaliteit Een ander ding dat Joyce stevig wil benadrukken: de waarborging van de zorgkwaliteit. “De kwaliteit en professionaliteit, daar gaan we niet aan tornen. We houden – ook met inzet van verwanten en vrijwilligers – altijd de vinger aan de pols, bijvoorbeeld met medicijnverstrekking. En een kwetsbaar persoon met dementie willen we toch altijd graag zelf als eerste zien bijvoorbeeld. In de huiskamer sta je er ook nooit alleen voor, er is altijd een professional in de buurt. En ook in de thuiszorg wordt er goed met verwanten overlegd, afgestemd en vastgelegd. Daarnaast plaatsen we vaste mensen op vaste routes. Maar ook bij onze zzp’ers geldt: het zijn allemaal mensen met professionaliteit en kwaliteit.” Bewust worden van sámen doen Marlou: “Als iemand nieuw bij ons in huis komt, proberen we altijd al snel een participatiegesprek te plannen met de verwanten. Dan leggen we genuanceerd uit hoe de situatie is, hoe we naar de toekomst kijken en stellen we natuurlijk ook de vraag of mensen wellicht iets willen doen. Het gaat om het sámen doen, daar steken we energie in, om dat bewustzijn te kweken.” Lees verder op pagina 3
Oirschot Bestseweg 53 | Elke zondag open!
Tuinplanten
30%
RTING
O KORTING KORTING K
Op alle winterharde planten van de buitenafdeling Aanbieding geldig van 16 t/m 27 augustus 2023 en zolang de voorraad strekt.