Skip to main content

We zijn allemaal geliefd (Talitha Muusse)

Page 1

WO O R D V O O R A F

We zijn allemaal geliefd Jaarlijks verlaten duizenden jongeren hun ouderlijk huis om op zichzelf te gaan wonen. Een bijzonder kwetsbaar moment, een rite de passage, waar we als samenleving meer aandacht aan zouden kunnen besteden. Je pakt je spullen in grote dozen en tassen, en laat de bekende muren van je ouderlijk huis achter je om de grote onbekende wereld in te stappen en je daartoe te verhouden, keuzes te maken en je leven vorm te geven. Vanaf dat moment gaat, zoals Henri Nouwen het noemt, ‘de wereld’ op je inwerken en dat kan volgens hem ook desastreuze gevolgen hebben. In Eindelijk thuis behandelt Nouwen dit universele thema van het ouderlijk huis verlaten en weer thuiskomen aan de hand van een schilderij van Rembrandt van Rijn en de parabel van de verloren zoon, zoals verteld door Jezus aan de discipelen in het Bijbelboek Lucas in het Nieuwe Testament. Het verhaal gaat over een opstandige zoon die breekt met zijn oudere broer en vader om op een avontuurlijke reis te gaan. Eenmaal op reis geeft hij zich over aan hoeren en alcohol, en verkwist hij de erfenis die hij heeft meegekregen van zijn vader. Hij belandt in een neerwaartse spiraal. Ik herinner mij nog het plaatje in de kinderbijbel waarop de zoon tussen de varkens in een modderpoel ligt en aardappelschillen naar

7


zich toe gegooid krijgt. Hoe is het mogelijk om zo laag te zinken, dacht ik als kind. Het leek mij onmogelijk. Als de zoon vol schaamte terugkeert naar zijn ouderlijk huis, vergeeft zijn vader hem meteen, want, zo zegt hij: ‘Mijn zoon was dood, maar nu leeft hij weer. Ik was hem kwijt, maar nu heb ik hem weer gevonden.’ Voor wie dit verhaal letterlijk neemt, zijn er allerlei lessen te trekken over hoe we als mensen moeten omgaan met anderen die in onze ogen ‘vallen’, zoals een misdaad begaan, ontrouw zijn, een losbandig leven leiden of andere soorten misstappen maken. In onze relaties, op de werkvloer, in het publieke debat en in de samenleving neigen wij er ook toe onszelf moreel boven de ander te plaatsen, kwaad gedrag aan te wijzen en te veroordelen. Nouwen behandelt in Eindelijk thuis het verhaal van de verloren zoon vooral ter introspectie. Hij daagt ons uit in te zien dat wij allemaal op een bepaald moment in ons leven de verloren zoon of dochter zijn. Nouwen schrijft: ‘Aanvankelijk kon ik in mijn eigen levensreis maar moeilijk iets van een dergelijke provocerende opstandigheid ontdekken. Het was verre van mij om de waarden die mij door vorige generaties werden aangereikt, te verwerpen. Maar als ik eerlijk ben, dan had ik zo mijn eigen subtiele manieren om het verre land te verkiezen boven het huis waarin ik was opgegroeid. Ik leek meer op de jongste zoon dan ik had gedacht of gewild.’

Henri Nouwen werd geboren in Nijdam in 1932, het jaar waarin ook het boek Brave New World van Aldous Huxley verscheen, de Grote Depressie in Amerika een hoogtepunt bereikte en Gandhi in hongerstaking ging. De Tweede Wereldoorlog bracht de christelijke wereld

8  v oorwoord

zowel eenheid vanwege het gezamenlijke verzet van gelovigen tegen het naziregime, als verdeeldheid in de jaren vijftig. De verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog en de stroomversnellingen in technologie en wetenschap deden theologische discussies oplaaien over de relevantie van de christelijke traditie voor de moderne samenleving. De jonge Henri wist in die oprukkende secularisatie toch vrij zeker dat hij priester wilde worden en ging op achttienjarige leeftijd uit huis om in opleiding te gaan, eerst in Apeldoorn, daarna in Driebergen en Rijsenburg. Daarnaast volgde Nouwen een studie psychologie, iets wat duidelijk merkbaar is in Eindelijk thuis. Wanneer hij schrijft: ‘Er gebeuren altijd wel dingen en er doen zich altijd wel situaties voor die ik kan aangrijpen als een zogenaamd bewijs dat mijn leven niet waard is geleefd te worden’, dan hoor ik de uitleg van mijn eigen psycholoog over de wijze waarop een negatief zelfbeeld ontstaat. Nouwen kreeg na zijn opleidingen het aanbod om zich in Rome verder te bekwamen in de theologie, maar hij sloeg dit af. Volgens Van Loenen (2021) voelt hij intuïtief aan dat de menselijke kant van geloven te veel ingekaderd geraakt is in kerkelijke structuren en rituelen, waardoor de menselijke ontwikkeling verstild kan raken. Henri besloot hierop naar Amerika te gaan, waar hij in 1965 deelnam aan de protestmars van Selma naar Montgomery, geleid door Martin Luther King. Doordat Nouwen al in de jaren zestig naar de Verenigde Staten vertrok, miste hij een deel van de debatten in Nederland over de toekomst van het christendom in een samenleving waarin het moderne rationele wereldbeeld steeds meer de norm werd. Voor de moderne seculiere mens was God geen absolute waarheid meer, maar een psychologische behoefte aan erkenning, veiligheid en liefde. Dit is de tijdgeest waarin ik opgroeide.

voorwoord  9


In de jaren negentig en nul was de seculiere samenleving een voldongen feit. Voor veel mensen was zingeving een hoofdzakelijk particuliere en psychologische aangelegenheid geworden, en zelfs onderdeel van de consumptiemaatschappij. Als je erover nadenkt een vrij onzekere fase van de mensheid: voor het eerst groeien generaties op zonder een stevige gronding in de geestelijke wijsheden en tradities die van generatie op generatie waren overgeleverd. Bij mijn schoolvriendjes en -vriendinnetjes thuis stonden stenen Boeddhabeelden en hingen er kalenders op de wc met teksten als ‘Ik ben, omdat jij bent’ of ‘Wees jezelf, er zijn al zoveel anderen’. Ik raakte erg in de war van dit soort boodschappen, omdat ze in niets leken op wat ik van huis uit had meegekregen. Niet veel mensen weten dat ik dochter ben van een dominee. Zo vaak komt dat ook niet meer voor; er zijn op dit moment nog maar zo’n 1550 geregistreerde predikanten, dus reken maar uit hoeveel domineedochters en -zonen… Het verschil tussen de vrij losse en luchtige levensopvattingen die ik op school en bij vriendjes en vriendinnetjes oppikte en het striktere morele kader en onbetwiste geloof in God thuis, leverde een spanningsveld op. Nu erop terugkijkend kan ik wel lachen om met hoeveel onnodige schuldgevoelens ik rondliep, omdat ik had meegelachen als iemand in de klas ‘godverdomme’ zei of het kruisje boven mijn deur verstopte als een vriendje of vriendinnetje op bezoek kwam. De meeste van die schuldgevoelens vloeiden snel weer weg, maar soms lukte het mij niet om in slaap te vallen, omdat ik mij schuldig voelde tegenover God vanwege mijn gedachten of gedrag. Het was alsof God altijd met mij meekeek en een moreel oordeel over mij velde: ik ben een goed of slecht kind. De wanhoop en zelfafwijzing die ik op dit soort momenten als kind alleen in mijn bed ’s nachts doormaakte, kan ik nog steeds herbeleven. Henri Nouwen

10  v oorwoord

zou mijn nachtelijke zorgen en schaamtegevoelens als kind vast hebben herkend. Zo weten we dat hij tot aan zijn dood ‘in de kast’ bleef als homoseksueel en hier al op jonge leeftijd mee worstelde. Nouwen schrijft zelf: ‘Mijn seksualiteit zal tot aan mijn dood een grote bron van lijden voor mij blijven. Ik denk dat er geen enkele “oplossing” is. De pijn is echt “van mij” en ik zal hem eigen moeten maken. Iedere oplossing in de relationele sfeer zal op een ramp uitlopen.’ Als eind jaren tachtig een goede vriend voor wie Nouwen romantische gevoelens koestert hun vriendschap verbreekt, ervaart hij een geestelijke inzinking. Ondanks het succes in zijn carrière voelt Nouwen zich verloren. Hij schrijft in het boek Binnen geroepen: ‘Juist toen ik geprezen werd om mijn geestelijke inzichten, voelde ik mij zonder geloof. Juist toen mensen mij bedankten omdat ik hen dichter bij God bracht, leek het mij dat God mij verlaten had. Alles was in duisternis gehuld.’ Voor mij schuilt hierin de grootste waarde van het werk van Nouwen. Door onverholen over zijn diepste geestelijke problemen te praten zorgt hij ervoor dat lezers zich met hem kunnen identificeren. De mate van openheid die Nouwen geeft, is voor zowel zijn generatie als zijn functie als priester uniek. Om dezelfde reden is Hillary Clinton een groot bewonderaar van Nouwen. Ze schrijft over Eindelijk thuis: ‘Ik wil iedereen aanraden dit boek te lezen, vooral diegenen die een moeilijke periode in hun leven doormaken.’

Toen ik zelf door zo’n moeilijke periode heen ging, kreeg ik van een dierbare vriend het boek Eindelijk thuis. Ik kampte dagelijks met paniekaanvallen, dwanggedachten en depressieve gevoelens. Er wa-

voorwoord  11


ren zelfs momenten waarop ik zo vervuld was van angst dat ik niet meer zag hoe mijn leven ooit weer beter zou kunnen worden. Ik wist niet meer hoe ik vooruit moest, maar ik verwierp ook net als de jongste zoon de manier van leven, denken en handelen die ik van huis uit had meekregen. Ik vond het hierdoor erg moeilijk om hulp te vragen te midden van deze duisternis en zag mijn geestelijke crisis vooral als mijn eigen falen. Mijn carrière verliep succesvol, ik had leuke vrienden en familie, waarom was ik dan niet gelukkig? Uiteindelijk klopte ik wel bij mijn ouders aan voor steun. Als een verloren dochter keerde ik terug en mijn ouders stonden met open armen op mij te wachten. Maar het was moeilijk hun positieve woorden tot mij door te laten dringen. Er was continu een stemmetje dat zei dat ik geen goed mens was en mijn bestaan zinloos was. Ik was, net zoals Nouwen dit omschrijft over zijn eigen geestestoestand in Eindelijk thuis, ‘doof voor de stem van de liefde’. Die individuele verantwoordelijkheid om je leven succesvol te maken of zelf je geestelijke problemen op te lossen drukt ook op mijn generatiegenoten. Vaak hoor ik om mij heen dat jongeren niet weten hoe ze hulp op dit soort momenten moeten vinden en niet de bekendheid hebben met oude geestelijke bronnen en wijsheden die hen verder zouden kunnen helpen. In plaats daarvan blijven ze luisteren naar wat Nouwen ‘de stemmen van de wereld’ noemt, die je vertellen dat je succesvol, populair en machtig moet worden. Nouwen schrijft in Eindelijk thuis: ‘Vanaf mijn prilste jeugd hoor ik deze stemmen al. Ze hebben mij nooit verlaten. Zij hebben mij toegesproken via mijn ouders, mijn vrienden, mijn leraren, mijn collega’s, maar vooral via de massamedia die zich voortdurend in mijn leven mengen. Je moet beter zijn dan je vriend! Welke cijfers heb je? Welke relaties heb je? Wil je wel met deze mensen bevriend zijn?

12  v oorwoord

Laat je zwakke kanten niet zien, mensen zullen er alleen maar gebruik van maken! Als je niet meer productief bent, dan verliezen de mensen hun belangstelling voor jou!’ Eigenlijk is wat Nouwen ‘de stemmen van de wereld’ noemt het meritocratische ideaal waar mijn generatie mee is grootgebracht: je waarde wordt bepaald door je prestaties. Generatiegenoot en columnist Tahrim Ramdjan omschrijft treffend in de Volkskrant (2021) dat jongeren geplet worden door de angst om niet te voldoen en ten gevolge daarvan mentale klachten ontwikkelen. De sociale media versterken deze angst doordat jongeren een ideaalbeeld wordt voorgehouden van hun lichamen, prestaties, relaties, het leven zelf. Een recent onderzoek in Cleveland liet zien dat tachtig procent van de meisjes al voor hun dertiende levensjaar gebruik heeft gemaakt van apps en filters om hun digitale uiterlijk te veranderen. De cijfers spreken voor zich: 1 op de 3 jonge mensen tussen de 16 en 24 is bang om een burn-out te krijgen. In de leeftijdscategorie 24 t/m 35 heeft zo’n 16 procent last van burn-outklachten, wat ongeveer 1 op de 5 is. De desastreuze gevolgen voor jongeren van het alsmaar luider klinken van het meritocratische ideaal of ‘de stemmen van de wereld’ smeken om een geestelijk tegenwicht. Henri Nouwen reikt dit ons aan.

In Eindelijk thuis beschrijft Nouwen hoe in de parabel van Jezus de verloren zoon op zijn dieptepunt, tussen de aardappelschillen, beseft dat hij ondanks alles een ‘zoon’ is. Nouwen schrijft: ‘Pas toen hij van alles was beroofd, stootte hij op de onverwoestbare kern van zijn zoonschap. Hij moest eerst alles verliezen om voeling te kunnen krijgen met de grond van zijn bestaan. Toen hij bij zichzelf

voorwoord  13


het verlangen ontdekte om als een van de varkens behandeld te worden, besefte hij dat hij geen varken maar een mens was; een zoon van zijn vader. Op grond van dit besef koos hij het leven, in plaats van de dood.’ Het opnemen van je zoonschap betekent er doordrongen van zijn dat je, ondanks alles, altijd iemands kind bent en hier aanspraak op mag maken. Deze boodschap is juist voor de huidige jonge generatie van belang vanwege het volgende. Het zoonschap of dochterschap is onvoorwaardelijk verbonden aan het feit dat je bestaat, het is een eigenschap van je bestaan. Je hoeft geen hoge cijfers te behalen, succesvol te zijn, rijk te worden of de meeste likes te krijgen om geliefd te zijn. De enige keuze die je hoeft te maken volgens Nouwen is dat je telkens wanneer je je gekwetst, afgewezen of beledigd voelt, durft te zeggen: ‘Al doet dit nog zoveel pijn, de waarheid omtrent mijzelf is anders. Ik ben de geliefde.’ In de geloofstraditie van Nouwen zijn wij geliefd omdat God van ons houdt, maar deze boodschap sluit naadloos aan bij de huidige populaire oosterse tradities, zoals het boeddhisme of humanisme: je bent kostbaar, wat je ook overkomt. Het is een keuze of je je aandacht richt op stemmen die jouw herinneren aan jouw kostbaarheid of je naar beneden halen en in schaduw hullen. Voor Nouwen zelf is zijn eigen besef dat er een onverwoestbare goede kern in hem zit het begin van de reis terug naar huis. De reden dat Nouwen deze waarheid zo recht voor zijn raap – en in mijn optiek hierdoor geloofwaardig – kan formuleren, is omdat hij zelf zo lang aan deze waarheid is voorbijgegaan.

14  v oorwoord

Henri Nouwen is in mijn leven een belangrijke stem van liefde geweest. Ondanks het generatieverschil, onze totaal verschillende levens in een andere tijd, waren het de woorden van Nouwen die mij uiteindelijk weer geestelijk thuisbrachten. Dit sterkt mij in het idee dat in een tijd waarin er een overvloed is aan psychologische ondersteuning, personal-developmentprogramma’s, online content, zelfhulpboeken, cursussen en trainingen, het juist de geestelijke leermeesters uit het verleden zijn die ons van relevant levensadvies kunnen voorzien. Een businesscoach kan je leren verder te komen in je ondernemerschap of managementstijl, maar wie leert je hoe te leven? Voor een generatie die alleen Kees van der Staaij van de SGP weleens over God hoort praten, kan de tekst van een priester als Nouwen afschrikken. Het woord ‘God’ alleen al associëren jongeren met onvrijheid en dingen waarover je je schuldig moet voelen. Ondanks mijn gelovige opvoeding deel ik dat met mijn generatie. Voor mij doorbreekt Nouwen met Eindelijk thuis dit spanningsveld, omdat het koesteren en beoefenen van onvoorwaardelijke liefde niet voorbehouden is aan God of het goddelijke, maar een bewuste, menselijke keuze kan zijn van eenieder van ons die zijn ‘zoonschap’ of ‘vaderschap’ op zich neemt. Nouwens wijze van schrijven past bovendien bij de behoefte van de jonge generatie om taboes over geestelijke gezondheid, depressies en burn-outs te doorbreken. Nouwen deelt in zijn oeuvre van een veertigtal boeken vooral zijn eigen gebrokenheid, in plaats van zogenaamd gemakkelijke stappen richting geluk of mindfulness. Geen psychologisch zelfhulpboek, vlog of instagrampost, of gesprek met vrienden of vriendinnen had vanwege deze rauwe en radicale eerlijkheid zo’n diepgaand effect op mij als Eindelijk thuis. Dit is ook de reden dat ik geloof dat het de moeite waard is om de

voorwoord  15


bekendheid van Nouwen onder de jonge generatie te vergroten, waar deze druk aan bijdraagt.

Het verhaal van de verloren zoon vertelde Jezus misschien ooit als parabel aan zijn discipelen. Het draagt echter ook een overduidelijk, universeel herkenbaar coming-of-agethema in zich, dat in allerlei Netflixseries als Breaking Bad, Emily in Paris of Sex Education ook aan bod komt. Het verhaal van de verloren zoon zou nu zomaar kunnen gaan over een jonge influencer die snel wil leven en besluit met school te stoppen om feestend en selfiemakend de wereld over te reizen, en zichzelf daarin verliest door likes, geld, drank, drugs en vluchtige relaties. Hiermee raakt Nouwen aan een van de grote psychologische opgaven van deze tijd: jezelf zien als onvoorwaardelijk geliefd is moeilijk in een wereld die je continu aanjaagt tot presteren en de vergelijking en competitie met anderen zoeken. In een wereld waarin absolute waarheden afwezig lijken te zijn, je individueel verantwoordelijk bent voor alles en de stemmen van de wereld je aanzetten tot concurrentie en voorwaardelijke liefde, daagt Nouwen ons uit om ten minste één fundamentele waarheid te omarmen en daarmee aan de slag te gaan: dat wij, ieder afzonderlijk, geliefd zijn. Ik wens dat al mijn generatiegenoten deze waarheid ter harte nemen. En ik raad iedere ouder aan de boeken van Henri Nouwen aan hun kinderen mee te geven wanneer zij het ouderlijk huis verlaten. Talitha Muusse Juli 2021

16  v oorwoord


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
We zijn allemaal geliefd (Talitha Muusse) by Uitgeverij Lannoo - Issuu