Skip to main content

Weg van Portugal - Sophie Siersack - boekinkijk

Page 1

sophie siersack


You know, mijo, it isn’t where you’re born that matters, it’s where you choose to die. That’s your country. RICHARD BLANCO


Vrijheid ‘Wees voorzichtig met wat je van het leven vraagt’, zegt de motard tegen me. Ik drink een koffie langs de A1 aan de afrit van Amiens, het eindpunt van mijn papiertje vol verkeersaanwijzingen dat ik voorzichtig van de motortank pruts. Opdat het vodje er niet ter hoogte van Rijsel zou afwaaien, had Davy het deze ochtend onder mijn toerenteller gekleefd. Toen ik daarnet mijn Triumph Bonneville met benzine vulde, kwamen er nog twee andere motorrijders aan die een gesprek wilden aanknopen. Een vrouw alleen met de motor, daar moet een verhaal achter schuilen. ‘Ik ben op weg naar een nieuw leven’, had ik de oudste motard opgebiecht. ‘Het moet allemaal simpeler.’ De landkaart die ik in het tankstationwinkeltje kocht, plooi ik zo dat de route bovenaan ligt en ik schuif hem onder het plastic van mijn tankzak. ‘Jij rijdt zonder gps?’ vraagt de oudste motard haast innemend. Hij is niet onknap, maar niet mijn type. Zijn jongere kompaan komt erbij staan met een croissant en een cola in zijn handen. ‘Yep. Met een landkaart weet ik altijd waar ik ben’, antwoord ik scherper dan ik bedoel. Ik heb geen zin in smalltalk, wil alleen zijn met mijn gedachten, de luchtledigheid van het onderweg zijn inademen en de zwaartekracht van mijn geboorteland uitademen. Vandaag neem ik formeel afscheid van mijn afkomst. Ik knik kort

7


naar de twee heren, pers er een lachje uit en zet het contact aan. Ze begrijpen het en wandelen terug naar hun met leder uitgeruste vintagemotoren. Mijn oog valt op een natuurpark ten oosten van Rouen, waar de Seine richting de zee meandert. Ik glimlach en kijk naar de wolken die langzaam voorbijdrijven. Vandaag wordt een mooie dag. Het is nog zo’n 200 kilometer rijden naar Honfleur. Vanaf daar volg ik de grillige kust naar het zuiden en hoef ik met niemand nog te praten. Ik kruip in de veiligheid van mijn helm, trek de motor in de eerste versnelling en neem de afrit richting een zee van tijd. Vorige week gaven Davy en ik een groot tuinfeest, zetten we alle meubels af in het magazijn van onze schoonbroer en knuffelde ik nog een laatste keer mijn vrienden. Het voelt bevrijdend om alles zo tot de essentie gereduceerd te zien; ons hele leven was nog nooit zo overzichtelijk, alsof het in deze ene kleine helm past, het verleden nooit plaatsvond en de toekomst onbestaande is. Tegen de tijd dat ik over de Pont de Normandie rijd, is mijn geest zo vrij en helder als de horizon die voor me ligt. Dit gevoel is de reden waarom we verhuizen! Dit is hoe ik wil leven, weg van de hectiek van alledag en zonder afleiding! Ik wil stilte! Drie dagen later rijd ik tussen honderden andere motoren in een jumpsuit over de overbevolkte Esplanade du Port Vieux van Biarritz, met achterop Daniel, een breedgeschouderde twintiger die ik naar onze hotelkamer breng. Het is niet wat het lijkt. Ik hou van mijn man en het is hier in Biarritz, vlak voor de Pyreneeën, dat we hebben afgesproken. Davy kennende zal hij (met de wagen vol kleren, bananendozen met boeken en Aziatische smaakmakers, twee honden in de kofferbak en een grote zak hondenkorrels op de passagierszetel) in één rechte lijn via de A10 naar het zuiden scheuren, de honden snel laten plassen terwijl de zijdeur zich alsmaar meer vult met lege blikjes Nalu.

8


Davy beleeft ‘het nu’ helemaal anders dan ik. Hij verklaarde op zijn zesde al boven zijn bord met worst en appelmoes plechtig dat hij ‘egoïst’ wou worden. Wat hij werkelijk bedoelde was dat hij veganist wou worden en het typeert Davy nog altijd dat een kind van zes in de jaren ’80 al van veganisme had gehoord en zich zes maanden lang koppig aan zijn woord hield, tot zijn ouders hem verplichtten om vlees te eten. En Daniel achter op mijn motor? Dat is het neefje van Jurgen, de oudere motard die ik in Amiens kort sprak. Twee dagen na onze ontmoeting kruisten onze wegen opnieuw op de parking van Royan, waar ik net mijn veerboot had gemist. Beide motards, Duitsers, waren net als ik op weg naar Wheels & Waves, een jaarlijks motorfestival in Biarritz met surfwedstrijden, drag races en een hele hoop vintagemotards gekleed in kalfsleer, met krulsnor en bretellen. Het is het laatste artikel voordat ik mijn journalistieke pen aan de wilgen hang. De schaarse beschikbare kamers in de omtrek waren ongelofelijk duur en Jurgen bood me een bed in hun hotelkamer aan met uitzicht op zee, vlak bij het festival. Zo trokken we voor enkele dagen met elkaar op. We kuierden langs de standjes, bekeken het haantjesgedrag van de deelnemende motards, aten samen in het centrum van de badplaats en reden heen en weer de grens over om races te bekijken. Op een gegeven moment verloor Daniel zijn evenwicht bij een scherpe bocht en kwam zijn Yamaha op het asfalt terecht. Een olievlek verspreidde zich al snel over het wegdek en hij moest uit de nood geholpen worden. Ik gaf hem een lift en bracht hem naar onze hotelkamer. Life on the road, je neemt het zoals het komt. Wanneer Davy twee dagen later aankomt, neem ik afscheid van de twee mannen die me de hele tijd uiterst hoffelijk en respectvol behandeld hebben, en boek ik een hondvriendelijke kamer in een surfhostel.

9


’s Ochtends laat ik Davy slapen en zoek ik met de honden het strand op. De laatste maanden waren hectisch voor Davy. Zijn studiebureau in Gent blijft op volle toeren draaien; het personeel moest extra opgeleid worden, er werd iemand aangenomen die hem kon vervangen en de klanten – architecten, aannemers en bouwheren – moesten gerust gesteld worden terwijl de openbare aanbestedingen binnengehaald werden. Het is ook de reden waarom ik een weekje eerder wou vertrekken. Ik had mijn opdrachten als journaliste opgezegd en wou met een schone lei herbeginnen. Ik heb tijd nodig om de dingen te overschouwen terwijl Davy zich strikt aan de orde van de dag houdt. Tijdens het ontbijt zegt Davy dat hij moe is en geen zin heeft in mensen en de geur van rubber die over het asfalt schuurt. Hij wil graag meteen vertrekken. We besluiten om rond de middag samen de Pyreneeën over te steken. Ik gooi mijn tankzak in de wagen en lach als ik de lege blikjes Nalu in de zijdeur zie. ‘Wat is er?’ vraagt hij. Ik haal mijn schouders op. ‘Ik ben blij dat je er bent.’ En ik meen het. Ik ben blij dat we op hetzelfde moment dezelfde afrit kunnen nemen en samen over de bergen cruisen. Een beetje zoals hand in hand naar de horizon dartelen, maar dan anders, want vanaf die horizon begint het pas voor ons. Dit is geen laatste beeld van een koppel met een lang en gelukkig leven in het verschiet, maar het begin van een pad dat we samen zullen ontdekken. En het hoeft niet allemaal rozengeur en maneschijn te zijn. We zijn nooit het koppel geweest dat zich aan elkaar vastklampt, maar we zijn eerder twee sterke persoonlijkheden die zich individueel ontplooien en ondertussen hetzelfde pad willen bewandelen. Al had niemand dat ooit gedacht. Niemand verwachtte zelfs dat we samen zouden blijven. We zijn zo anders, Davy en ik. Hij was de zwijgzame, in het zwart geklede

10


jongen en ik de bonte wildebras. Hij is gefocust en gaat in één rechte lijn op zijn doel af, waar ik me laat leiden door emoties die geleid worden door mijn hormonen die geleid worden door god weet welke scheet van een hemellichaam miljoenen lichtjaren hiervandaan. En toch zijn we hier. Een geoliede machine en een ongeleid projectiel. Ik bekijk hem in mijn achteruitkijkspiegel en word er een beetje opgewonden van. Misschien komt het wel door die dikke BMW waarin ik hem vanachter het stuur gewichtige gesprekken met architecten en aannemers zie voeren, of door die ronkende motor onder mijn billen. Maar eigenlijk ben ik gewoon trots. Hij ondervindt nog steeds de stresserende groeipijnen die iedere Belgische KMO doormaakt, maar moest niet lang nadenken over de sprong in het diepe. Gewoon, omdat hij iedere ochtend de zon op zijn snoet wil voelen. Welke zot doet dat nu? Die van mij. Hij mag dan nog Tool, gothic en new wave grijsdraaien, diep vanbinnen is hij een grotere romanticus dan hij ooit zal vermoeden. Maar zoals hij het zelf al aangaf: hij is moe. Enkele maanden geleden kwam hij verslagen thuis na een zware vergadering. Zijn duurzame studie voor een schooltje werd door de bouwheer afgekeurd. De ambtenarij kon niet volgen, met als voorspelbaar gevolg dat het schooltje op het moment dat het lint door een voldane burgemeester zal worden doorgeknipt, al op sterk verouderde technieken zal moeten functioneren die verre van duurzaam zijn. Zo gaat dat. ‘Er zullen wel zonnepanelen liggen, maar politici begrijpen nog steeds niet dat dit lapmiddelen zijn als je niet eerst duurzaam bouwt’, zei hij toen. ‘Dit hele land is volledig verkeerd gesubsidieerd.’ Diezelfde avond liet hij vallen dat hij ooit een firma in Portugal zou willen oprichten. En dat hij een huis zou willen bouwen dat helemaal zelfvoorzienend is, met zowel vaardigheden van duizend jaar oud als technieken die wettelijk nog niet haalbaar zijn.

11


Rond Burgos laten we de honden even los. Hier ligt Sad Hill Cemetery, waar The Good, the Bad and the Ugly werd opgenomen. Op deze stoffige plek liggen gerecycleerde Romeinse tombes, Visigotische koningen en zelfs een Noorse prinses, maar we zijn te veel met ons eigen verhaal bezig om het op te merken. We reizen op Davy’s manier: de bestemming is de reis. Er ligt 800 kilometer snelweg tussen Biarritz en Espinho en we willen er nog voor de nacht valt geraken. Davy rijdt de hele rit achter me aan of neemt het over bij op- en afritten. Ik moet me enkel focussen op de leegte van de Spaanse, stoffige wegen. Het is snikheet en na de derde tankbeurt met niets meer in mijn maag dan een muffe croissant en slappe frieten begin ik toch te overwegen om ergens aan de grens te overnachten. Davy wil echter zonder uitstel van punt A naar punt B vlammen, kan het niet opbrengen om nog langer onderweg te zijn, dus we rijden door. Tegenover mijn eeuwige twijfel staat steeds zijn doortastendheid. Vijftig kilometer over de grens in het meest noordelijke puntje van de Serra da Estrela rijd ik een verlaten en afgeleefd tankstation op. Ik was mijn gezicht in het smoezelige toilet en sla zachtjes op mijn kaken terwijl Davy mijn tank vult, de honden laat drinken en ten slotte krampachtig mijn helm probeert aan te doen. Hij ziet eruit als iemand die tegen zichzelf beschermd moet worden. Ik haal mijn kaart boven. Vanaf nu meandert de weg door de Portugese bergen, de Mondegorivier volgend, met trage, verlaten bochten. Saai met de wagen maar puur plezier met mijn ‘Bonnie’, dus ik adem diep in en uit, klap mijn helm dicht en schiet de slingerende weg op. We hebben nog 150 kilometer te gaan en de zon heeft haar daling al een tijdje geleden ingezet. In mijn spiegel zie ik het daglicht vervagen. De knoop is doorgehakt. Er is geen weg meer terug. 

12


Van pure vermoeidheid vallen we bij Catarina en Jonny haast letterlijk met de deur in huis. Jonny is er niet en Catarina verwelkomt ons blij. Op haar arm zit de zes maanden jonge Tiago. Hij is totaal niet geïnteresseerd in de twee verwaaide mensen in het deurgat. Het enige wat me nog staande houdt, is het opgepompte gevoel dat een Noord-Europeaan krijgt als hij met de Portugese rijkunsten geconfronteerd wordt. Wie zet nu zijn richtingaanwijzer naar links aan om rechts af te slaan? De Portugezen. Wie kleeft met ronkende motor aan je spatbord? De Portugezen. Wie parkeert er midden op een rotonde om een berichtje te lezen? De Portugezen. Maar wie is ook zo lief om voorrang te verlenen op diezelfde rotonde (of van links)? De Portugezen. Echt waar, het is moeilijk om boos op hen te zijn. Zelfs al ziet mijn gezicht zwart van het dieselroet, overleefde ik net drie hartverzakkingen, sneden ze me al bellend de pas af, of parkeerden ze op de rijweg vlak naast een lege parkeerplaats, ze excuseren zich steeds nadrukkelijk en met de glimlach of al wuivend. Dat is nog wat anders dan de Sleepstraat in Gent. Portugese chauffeurs zijn het levende bewijs dat je met zachtaardigheid alles opgelost krijgt. Want hoe kan je nu iemand op zijn kop geven die je langs de binnenbocht van een oprit voorbij racet, als hij met al zijn tanden bloot naar je zit te wuiven? Tijdens onze vakanties hier kreeg ik maar één keer te maken met een agressieve chauffeur die half uit zijn raam hing om me uit te schelden. Maar een middelvinger, dat nooit. We zijn nog aan het uitladen als Jonny en Aguincha eraan komen. Aguincha is een magere jongen die surflessen geeft bij Surfjah, de surfschool die Jonny beheert. Het is zaterdag en ze willen uitgaan, onze aankomst in Portugal vieren. Iedereen kijkt naar mij, het naar benzine ruikende hoopje miserie dat zich achter een waas van roet verschuilt. ‘Ik heb honger’, grom ik. Catarina vertaalt het, want Jonny spreekt geen Engels en wij spreken geen Portugees.

13


‘Er is een vegetarisch restaurant in Rua 27’, antwoordt hij. Alle straten in Espinho hebben een nummer in plaats van een straatnaam. Jonny is niet bepaald een vegetariër, integendeel: één bonk proteïnen met brede schouders die, zoals bij vele surfers, in een strakke V-vorm naar zijn kruis afdalen. Hij is een powersurfer. Waar de gewone aardbewoner de luwte van het kanaal (waar geen golven breken) moet opzoeken om bij de line-up (waar de golven opspringen) te geraken, peddelt hij in drie slagen door de branding om achteraan de eerstvolgende golf te nemen. Toen ik hem vorige zomer na een dag vol surflessen in winderige condities wou opvrolijken met spaghetti van courgette, kon hij zijn geluk niet op. Tot hij tot zijn afgrijzen ontdekte dat het werkelijk courgetteslierten waren die hij koud op zijn bord kreeg opgeschept. De pastasaus van zongedroogde tomaten met cashewnoten en citroenzeste maakte het er niet veel beter op. Zonder er nog een woord aan vuil te maken haalde hij een pizza uit de diepvries, stak die in de oven en hij bleef daar staan tot zijn ontgoocheling was afgekoeld. Catarina en Davy gierden het uit van het lachen. ‘Wat had je dan verwacht?’ vroeg ze me. ‘Maar dit is toch beter dan die proteïneshakes die hij als ontbijt neemt?’ ‘Dat kan wel zijn, maar heb je die spieren al eens bekeken? Op het einde van de dag heeft hij vlees nodig.’ We hebben er allebei van geleerd en ik ben hem dankbaar dat hij ons een vegetarisch restaurant voorstelt. Op zaterdagavond is het een klein wonder dat het open is. Voordat de vermoeidheid me opnieuw overvalt, diep ik wat schone kleren op. Catarina gaat niet mee, ze wil Tiago's routine niet onderbreken. Ik geef haar een warmhartige knuffel. Het restaurantje liet echter net zijn laatste klant afrekenen, de lichten zijn al gedempt en door het raam zien we de eigenaars genieten van hun avondmaal en de stilte. De deur is nog niet op slot

14


en Jonny stapt, manhaftig zoals hij is, het restaurant binnen. Hij legt uit dat we twee doodvermoeide Belgen zijn die alleen maar vegetarisch eten en of er eventueel nog iets over is om aan ons, twee gespierde penselen, mee te geven. Zonder aarzelen wijzen ze ons een tafel en krijgen we een glas wijn aangereikt. De zoon brengt een bord met restjes volkorenrijst, lasagne, broccoli en vegetarische francesinha (een typisch vleesgerecht uit Porto). Deze ontvangst bevestigt wat we al wisten: het was verstandig om niet naar de Franse Côte d’Azur te verhuizen waar we minstens 800.000 euro op onze rekening moesten hebben om op deze manier ontvangen te worden. Nog geen jaar ervoor had ik mijn hart verloren aan de shabby chic van Marseille, de mengelmoes tussen Europese en Maghrebijnse cultuur, de hamams en de Franse straatjes vol geurige specerijen. We hoopten er ten noorden van de stad een huis te vinden. Keer op keer werden we door makelaars beleefd de deur gewezen, met het excuus dat we toch nooit aan de mistral zouden wennen. Na drie weken hielden we het voor bekeken. Ergens op de Route de Soleil richting België keken we elkaar aan: ‘Wat dacht je van Portugal?’ Ook nu kijken we opnieuw naar elkaar, fonkelend van de rode wijn, en denken we: ‘Wat dacht je van nog een feestje?’  Daar had ik niet op gerekend, een finale stuiptrekking van een stervende die een laatste shot whisky vraagt. Om het af te leren. La ultima, zoals we het in Vlaanderen graag zeggen. Portugezen die het einde nog graag wat voor zich uit schuiven, zeggen a penúltima, wat ‘voorlaatste’ betekent. Davy is al net zo bekaf als ik. De groeven in zijn gezicht zijn diep en zijn ogen staren naar een punt achter mij. Maar we zijn verdorie in Portugal en gaan ervoor. Mijn feestkledij is een comfortabele zwarte legging, met daarop mijn motorlaarzen, ook omdat die het meest

15


comfortabel waren. Davy draagt zoals altijd zijn jeans en een zwart T-shirt. Ik ruik naar benzine, uitlaatgassen en zweet dat zich 800 km lang heeft opgehoopt en ik vind het héérlijk. António, de eigenaar van Surfjah Café, ons stamcafé vlak voor de surfspot, draait zijn YouTube-hitjes en de reggaeton knalt uit de boxen. We groeten en knuffelen al onze vakantievrienden, trakteren de hele avond en dansen mee op de opzwepende muziek die na iedere pint beter en beter wordt. Aan de toog krijg ik shotjes tequila toebedeeld en alhoewel ik liever uit de buurt blijf van sterkedrank, drink ik lekker mee met de jongens. Vandaag ben ik onoverwinnelijk. Davy laat me begaan. Tot rond vijf uur de muziek ophoudt, Davy en Aguincha al lang naar huis blijken te zijn en ik nog nazinder met Jonny die even geen zin heeft in het nachtelijke gehuil van een baby. Hij is mijn chaperon, zo blijkt. Mijn man vroeg hem om een oogje in het zeil te houden en hij neemt me mee op sleeptouw naar huis. Halverwege de lange, lange, heel lange winkelstraat schuift een rij feestvierders geduldig aan bij een gebouw. ‘Afterparty’, denk ik nog, maar het is een bakkerij die op dat ontiegelijk vroege uur de heerlijkste geur van de wereld verspreidt: die van verse croissants met koffie, brioches, cake en pastel de nata. Wat frietkoten voor de Belgen zijn, zijn bakkerijen voor de Portugezen. Eenmaal buiten met twee croissants en een halve liter water staar ik met lodderogen naar het volkje dat minstens vijftien jaar jonger is. Ze dragen voornamelijk zwart en staren stoer voor zich uit… met een gebakje in hun handen. Ook Jonny, die gespierde brok proteïne, speelt met gemak twee glimmende brioches naar binnen en plots houd ik het niet meer: ik begin onbedaarlijk te lachen. Ik lach om deze afterparty vol crème, cake en koekjes. Maar ook omdat ik moe ben, en gelukkig ben, en omdat ik Jonny niet begrijp en hij mij niet. En omdat ik door de sluier van mijn in alcohol gemarineerde frontale hersenkwab de zon vanachter de gebouwen zie verschijnen en besef dat dit de eerste dag is van ons nieuwe leven. 

16


De reden dat we gekozen hebben voor Espinho is Abel, een Portugese seizoenarbeider die al enkele decennia in Davy’s dorp, Vinkt, in een stukadoorsbedrijf werkt. Abel weet helemaal niks van surfen, maar zakt wel iedere zomer met zijn vrouw en kinderen naar het badplaatsje af. De eerste keer dat we in Espinho waren, sprak ik er op goed geluk een man aan die eruitzag als een surfer en het voor het zeggen leek te hebben. Hij heette Sherif en regelde op dat moment de public relations van de surfschool en het café. We begrepen later dat het erop neerkwam dat hij een Facebookpagina aanmaakte en veel stond te bellen. Hij stelde ons voor aan Jonny, die ons in een versleten bestelwagen een lift naar The Shelter gaf. De rest is geschiedenis: sindsdien logeerden we ieder jaar in The Shelter om er drie weken lang het hippie-surfleven te leiden. Voor wie Espinho niet kent, is het een onooglijk vissersstadje in de schaduw van een lelijk strandcasino. De hippe reisblaadjes en de buitenlandse toeristen slaan Espinho liever over, maar de golven zijn er goed. De pier zorgt voor een stevige rechtse golf en verderop liggen er zandbanken die mooie golven creëren. Je vindt in het noorden van Portugal geen krachtigere golfslag dan in Espinho en alhoewel de populaire, rechtse golf niet consistent is, is hij wel een van de leukste om het hele jaar door op te surfen. Als je heel goed kan surfen tenminste. Die point break is ook een van de redenen waarom Espinho ieder jaar topsurfers ontvangt tijdens Espinho Surf Destination. Een wedstrijd die de verouderde esplanade dan voor enkele weken transformeert in een surfersdorp met dj’s, foodtrucks en surfwinkels. Maar de rest van het jaar is Espinho een local spot, waardoor toeristen minder geneigd zijn om er te leren surfen. Het volkje op het water komt arrogant en onbehouwen over. Het is Luis, de lokale Kelly Slater en vader van twee kinderen, die ons uitlegt wat het betekent om een local te zijn. We zien hem vrijwel elke dag op het water, steeds met een andere plank. Net zoals je bij golfen voortdu-

17


Dank aan Mijn ouders, om me een vrije vogel te laten zijn. Moeke, voor die allereerste bibliotheekkast. Mijn man, om mij aan te kunnen. Lies Scheerlinck en Chris Verhecken, voor de onvoorwaardelijke steun. Toni De Coninck, om er te zijn op de kantelmomenten in mijn schrijversleven. Gaea Schoeters, om me met jouw mooie woorden en zin voor ironie gerust te stellen. Yanina, voor de lastminutelezing. De vrouwen in mijn leven, zonder jullie zou ik niet zijn wie ik nu ben. Mooie mensen zijn jullie. Os Portugueses, Catarina, Jonny, Vasco, Susana, Manuela, Vânia, Abel, Ana, Zé, Rui, Tiago, Fátima, Alexandre, Lina, Alexandre A., Sara om ons in jullie midden te aanvaarden. Obrigada por ser aceite entre vocês. Daniela Barros, in het bijzonder, voor de vergeten verhalen tijdens onverwachte autoritten door Noord-Portugal. Bloggers: @nirr.imi @rachaelstephen Uitgeverij Lannoo, om samen de sprong te wagen.


www.lannoo.com Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. Auteursportret: Koen Broos Omslagontwerp: bij Barbara Stramien: Studio Lannoo Zetwerk: Banananas.net Elke gelijkenis met bestaande gebeurtenissen en/of personen berust op louter toeval. Als u opmerkingen of vragen hebt, dan kunt u contact opnemen met onze redactie: fictie@lannoo.com Š Sophie Siersack en Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2020 D/2020/45/129 - NUR 300 ISBN: 978 94 014 6781 0 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Weg van Portugal - Sophie Siersack - boekinkijk by Uitgeverij Lannoo - Issuu