Samenwerken Wat is de opdracht: Welk vak: Wie werken aan de opdracht: Wie doet wat: Opdracht: Start: Inleveren:
Waar en Wanneer werken aan de opdracht:
Welke hoofdstukken/ onderwerpen?
1
Bijlage: Samenwerken
Samenwerkopdracht Welke opdracht
Wat voor opdracht is het en voor welk vak?
Wanneer, waar en bij wie inleveren? Wat moeten wij inleveren? Hoe moet het eruit zien?
Pagina’s? Plaatjes? Hoofdstukken? Op stick inleveren? Lay-out?
Met wie wordt deze opdracht gemaakt? Waar maken wij de opdracht
Op school? Thuis?
Wanneer werken wij aan de opdracht?
Welke dagen? Welk tijdstip?
Wat doe ik?
Wat doe ik? Wanneer af? Vastleggen wanneer er iets af moet zijn.
Wat doet ……
Wat doet……? Wanneer af? Vastleggen wanneer er iets af moet zijn.
Wat doet ……
Wat doet …...? Wanneer af? Vastleggen wanneer er iets af moet zijn.
2