•• een mogelijke opbouw van oefeningen We bieden hier een oefenpakket aan, bestaande uit oefeningen die onmiddellijk in de klas of thuis kunnen worden gemaakt. Het is absoluut niet de bedoeling om een volledige oefenreeks te geven, maar wel een aantal ideeën voor een oefenopbouw, met voorbeelden die zowel ouders en leerkrachten als hulpverleners aan het denken kunnen zetten om op dezelfde wijze naar nieuwe oefeningen te zoeken. We reiken een rode draad en bepaalde kapstokken aan, vanaf de vaardigheden in de kleuterklas tot het vloeiende, vlotte schrijven. Belangrijk is dat elke oefening op elk moment een kritische ervaring moet inhouden, dat wil zeggen: de oefening biedt een uitdaging door net iets moeilijker te zijn dan het voorgaande (je mag immers falen!), maar deze is tegelijkertijd gebaseerd op wat het kind daarvoor al heeft gedaan en dus al kan. Elk oefenblad heeft een titel waarop vermeld staat waar de oefening over gaat, samen met een beetje uitleg over wat er precies moet gebeuren op het oefenblad. Links bovenaan staat een kadertje voor een sticker met het pictogram van de schrijfspreuk die men eventueel wil oefenen. Rechts bovenaan staat een kadertje waarin de sticker met het speciale puntje kan worden geplakt. En rechts onderaan staat een kadertje waarin het beloningsstickertje kan komen nadat de oefening is afgewerkt. Dit is een stickertje van een van de drie beloningsfiguurtjes: Plootje, Meetje of Tasje. Deze beloningsstickertjes, maar ook de stickertjes met de pictogrammen en de speciale puntjes, bevinden zich achter in het boek. In de oefenopbouw onderscheiden we zowel oefeningen met potlood en papier als voorbereidende handvaardigheidoefeningen.
217 •• Een mogelijke opbouw van oefeningen
Oefenopbouw 1. Voorbereidende handvaardigheidoefeningen – Papierpropje maken: met één hand een propje van een stukje papier maken. Vooral duim en wijsvinger hierbij gebruiken. – Kaarten leggen en sorteren: de ene hand houdt een pak speelkaarten vast, de andere hand neemt telkens de bovenste kaart en legt deze op tafel. Sorteren op kleur (zwart en rood) of sorteren op soort (klaveren, harten, ruiten, schoppen). – Kaarten schuiven: één hand houdt een pak speelkaarten vast en met behulp van de duim worden de kaarten één voor één op tafel geschoven. – Wasknijpers op een strook karton plaatsen door met duim en wijsvinger de knijpers te openen. – Twee knikkers in één hand en door beweging van de vingers en duim dit tweetal voortdurend van plaats laten wisselen. – Confetti met een pincetgreep oprapen en ze één voor één in een doosje doen. – Een duimpotje maken met klei. – Kralen rijgen. – Een ketting maken met paperclips. – Vouwen van papier: hoed, boot, vliegtuig, figuren met origami. – Knippen: stroken papier doorknippen, knippen op dikke lijnen, figuren uitknippen. – Potlood beklimmen en afdalen: het potlood vastpakken alsof je gaat schrijven en dan met de vingers over het potlood heen en weer bewegen zonder dat het valt. – Potlood roteren: het potlood vastpakken alsof je gaat schrijven en het dan in je hand omdraaien alsof je met de achterkant iets wilt uitgummen. Daarna opnieuw omdraaien.
218 •• Mijn kind leert schrijven
2. Oefeningen met potlood en papier a. Oefeningen voor ruimtelijke oriëntatie en kritisch onderscheidingsvermogen * Herkennen van dezelfde figuur. * Vervolledigen van figuren. b. Puntfiguren c. Dit zijn oefeningen en oefenbladen die speciaal de schrijfspreuken oefenen. Er worden dus speciale oefeningen gedaan voor het aanleren en oefenen van de correcte potloodgreep en de juiste schrijfhouding en schrijfbeweging. d. Nauwkeurigheidsoefeningen * Oefeningen om het potlood te leren beheersen en met motorische precisie in verschillende richtingen te bewegen. Omtrekken kleiner maken. f. Voorbereidende schrijfmotorische krullen g. Oefenbladen met hellingslijnen * Blad met hellingslijnen om krullencombinaties te maken of woorden te schrijven voor een rechtshandige schrijver. * Blad met hellingslijnen om krullencombinaties te maken of woorden te schrijven voor een linkshandige schrijver. Na deze oefenbladen kunnen we ook nog de volgende oefeningen doen met letters en woorden. Hierbij is het wel belangrijk dat we de letters en letterverbindingen uit de schrijfmethode van de school van ons kind gebruiken: – Proberen een woord in één beweging te schrijven.
219 •• Een mogelijke opbouw van oefeningen
– Schrijven van een woord tussen lijnen. – Schrijven van een woord tussen lijnen en met hellingslijnen. – Bepaalde combinaties van letters aan elkaar schrijven om te oefenen op de ronde letters, bijvoorbeeld: agodagod… – Lettercombinaties zonder betekenis aan elkaar schrijven om het ophalen en vertalen van de letters te oefenen. – Bepaalde letterverbindingen aan elkaar schrijven om te oefenen op specifieke (moeilijke) letterverbindingen. – Oefenen op de drie deelvaardigheden: opslaan, ophalen en vertalen van de bewegingsinformatie, zoals uitgelegd in hoofdstuk 1. – Oefenen op traag schrijven. – Oefenen op vloeiend en snel schrijven, zonder kwaliteitsverlies. – Schrijven met gesloten ogen en heel goed proberen te voelen hoe je de letters vormt. Alle oefeningen die we hier aanbieden, zijn maar voorbeelden. Bij elk onderdeel kun je nog vele andere oefeningen zoeken. Ouders kunnen aan de leerkracht of de school dus eventueel meerdere en andere oefeningen vragen die op dezelfde principes berusten. Elke school, elke kleuterleidster of elke leerkracht beschikt waarschijnlijk ook over een heel arsenaal aan oefeningen of kan met de principes uit dit boek nog veel meer andere oefeningen uitdenken en uitvoeren. Leerkrachten en hulpverleners kunnen meerdere oefenbladen en oefeningen vinden in de volgende boeken: – L. Maex en I. Mariën, Schrijfstart. Uitgeverij Die Keure, Oude Gentweg 108, 8000 Brugge. – D. Van Peer, Schrijfspoor. Zwijsen, Tilburg 1984. Bij het starten van deze oefeningen letten we als ouders of leerkrachten op volgende aandachtspunten bij het kind: – voeten plat op de grond – stoel goed aangeschoven
220 •• Mijn kind leert schrijven
– lichaam niet tegen de tafelrand (met uitzondering van kleuters en eerste graad) – ellebogen vlak bij de tafelrand – papier in de juiste helling op tafel (bij de schrijfkrullen) – de niet-schrijvende hand houdt het blad vast en kan het opschuiven – goede potloodgreep – potloodgreep niet te laag – de pols beweegt heen en weer – rug, schouders en nek ontspannen – de onderarm draait rond het elleboogpunt – de onderarm glijdt over het papier Zo, jullie kunnen samen beginnen aan de oefeningen. Veel succes, veel oefenplezier en vooral veel ‘positiviteit’ toegewenst!
221 •• Een mogelijke opbouw van oefeningen
RUIMTELIJKE ORIËNTATIE + OOG-HAND-COÖRDINATIE Kleur de figuur links en de figuur die identiek is.
spreuk
aandachtspuntje
beloningssticker
222 •• Mijn kind leert schrijven
RUIMTELIJKE ORIËNTATIE + VORMONDERSCHEIDINGSVERMOGEN + MOTORISCHE PRECISIE
Vervolledig zodat alle figuren hetzelfde zijn als de linkerfiguur. spreuk
aandachtspuntje
beloningssticker
223 •• Een mogelijke opbouw van oefeningen
RUIMTELIJKE ORIËNTATIE + MOTORISCHE PRECISIE
spreuk
Teken een
Teken een
Teken een
Teken een
Teken een
in het vakje vóór de bal.
aandachtspuntje
in het vakje achter de bal.
in het voorlaatste vakje.
in het derde vakje.
in het eerste vakje .
beloningssticker
224 •• Mijn kind leert schrijven
RUIMTELIJKE ORIËNTATIE + KRITISCHE ONDERSCHEIDING + MOTORISCHE PRECISIE Maak de reeks af en kleur in elke reeks de tweede en de vierde. spreuk
aandachtspuntje
beloningssticker
225 •• Een mogelijke opbouw van oefeningen
RUIMTELIJKE ORIËNTATIE + MOTORISCHE PRECISIE Teken de figuren op dezelfde plaats in het lege rooster en kleur ze mooi. spreuk
aandachtspuntje
beloningssticker
226 •• Mijn kind leert schrijven
OOG-HAND-COÖRDINATIE + RUIMTELIJKE ORIËNTATIE + MOTORISCHE PRECISIE Kopieer telkens de bovenstaande figuur. Let op! Er worden telkens punten weggelaten. spreuk
aandachtspuntje
beloningssticker
227 •• Een mogelijke opbouw van oefeningen
RAAMFIGUREN: RUIMTELIJKE ORIËNTATIE + OOG-HANDCOÖRDINATIE + MOTORISCHE PRECISIE Kopieer de figuur. spreuk
aandachtspuntje
Voor linkshandigen, draai de bladzijde ondersteboven zodat het voorbeeld rechts staat.
beloningssticker
228 •• Mijn kind leert schrijven
RAAMFIGUREN: RUIMTELIJKE ORIËNTATIE + OOG-HANDCOÖRDINATIE + MOTORISCHE PRECISIE Kopieer de figuur. spreuk
aandachtspuntje
Voor linkshandigen, draai de bladzijde ondersteboven zodat het voorbeeld rechts staat.
beloningssticker
229 •• Een mogelijke opbouw van oefeningen
VOORBEREIDENDE SCHRIJFOEFENING + RUIMTELIJKE ORIËNTATIE + OMGAAN MET BEGRIPPEN EN RICHTING
spreuk
aandachtspuntje
Ga telkens tot aan het streepje en kom terug naar de basislijn. Stop in het punt.
Ga telkens tot aan het streepje en draai rond de cirkel. Stop in het punt.
Start in de pijl, spring over de heuvel, ga tot de basislijn, draai rond de cirkel, ga tot het streepje, ga terug tot de basislijn en begin opnieuw.
Start in de pijl, draai rond de cirkel, ga tot de basislijn, spring over de heuvel en doe verder.
beloningssticker
230 •• Mijn kind leert schrijven
OEFENING OP SCHRIJFSPREUK 1 EN 2 + MOTORISCHE PRECISIE + CONCENTRATIE Verander na elk streepje of figuur telkens van kleurpotlood en controleer uw potloodgreep. spreuk
aandachtspuntje
beloningssticker
231 •• Een mogelijke opbouw van oefeningen
OEFENING OP RUITENWISSERSBEWEGING + OPSCHUIVEN VAN HET BLAD + VINGERBEWEGING
spreuk
aandachtspuntje
beloningssticker
232 •• Mijn kind leert schrijven
OEFENING OP DEELVAARDIGHEDEN VAN HET SCHRIJVEN Oefenen op buigen en strekken van de vingers. Oefenen op beweging van de pols. spreuk
aandachtspuntje
beloningssticker
233 •• Een mogelijke opbouw van oefeningen
OEFENING OP HORIZONTALE VERPLAATSING EN OP TIJD STOPPEN Start in het punt, stop op de lijn. Hef het potlood op, vertrek opnieuw in het punt en eindig op de lijn. spreuk
aandachtspuntje
beloningssticker
234 •• Mijn kind leert schrijven
OEFENING OP POLSBEWEGING EN BUIGEN EN STREKKEN VAN DE VINGERS Versier de sjalen. Verbind de punten. spreuk
aandachtspuntje
beloningssticker
235 •• Een mogelijke opbouw van oefeningen
OOGHANDCOÖRDINATIE + MOTORISCHE PRECISIE Maak de omtrek telkens kleiner.
spreuk
aandachtspuntje
beloningssticker
236 •• Mijn kind leert schrijven
SCHRIJFBEWEGINGSPATRONEN Krullen naar boven. Volg de grijze weg. spreuk
aandachtspuntje
beloningssticker
237 •• Een mogelijke opbouw van oefeningen
SCHRIJFBEWEGINGSPATRONEN Krullen naar onderen. Volg de grijze weg. spreuk
aandachtspuntje
beloningssticker
238 •• Mijn kind leert schrijven
SCHRIJFBEWEGINGSPATRONEN Krullen naar boven vertrekkend van dikke lijnen en draaiend rond een punt. spreuk
aandachtspuntje
beloningssticker
239 •• Een mogelijke opbouw van oefeningen
SCHRIJFBEWEGINGSPATRONEN Krullen naar onderen vertrekkend van dikke lijnen en draaiend rond een punt. spreuk
aandachtspuntje
beloningssticker
240 •• Mijn kind leert schrijven
SCHRIJFBEWEGINGSPATRONEN Allerlei krullen rond punten.
spreuk
aandachtspuntje
beloningssticker
241 •• Een mogelijke opbouw van oefeningen
SCHRIJFBEWEGINGSPATRONEN Krulcombinaties tussen schuine lijnen.
spreuk
aandachtspuntje
beloningssticker
242 •• Mijn kind leert schrijven
SCHRIJFBEWEGINGSPATRONEN Krullen tussen twee lijnen waarbij één lijn plots stopt.
spreuk
aandachtspuntje
beloningssticker
243 •• Een mogelijke opbouw van oefeningen
SCHRIJFBEWEGINGSPATRONEN Moeilijke krulcombinaties.
spreuk
aandachtspuntje
beloningssticker
244 •• Mijn kind leert schrijven
SCHRIJFBEWEGINGSPATRONEN Hellingsblad voor rechtshandigen voor het maken van krullen of het schrijven van woorden. spreuk
aandachtspuntje
beloningssticker
245 •• Een mogelijke opbouw van oefeningen
SCHRIJFBEWEGINGSPATRONEN Hellingsblad voor linkshandigen voor het maken van krullen of het schrijven van woorden. spreuk
aandachtspuntje
beloningssticker
246 •• Mijn kind leert schrijven