Lesbrief door Elly Simoens Lilly en Max in de wereld van oma Kathleen Aerts & Jeroen Ceulebrouck Lannoo, 2017 Doelgroep: derde kleuterklas en eerste leerjaar / groep 2 en 3
Over de lesbrief In het hoofd van oma is het soms een beetje donker. Dan lijkt het of oma alles vergeet en verdwaalt in haar eigen wereld. Wanneer Lilly en Max door een magisch toeval in oma’s wereld belanden, is die kleurrijker en vrolijker dan ze ooit hadden kunnen dromen. Dit is het begin van een groot avontuur. Lilly en Max in de wereld van oma is een hoopvol voorleesboek over omgaan met dementie. In deze lesbrief worden handvatten aangereikt om in de klas te werken rond grootouders en dementie. Je vindt er eenvoudige en creatieve situatie- en reflectie-oefeningen met concrete begeleidingstips.
Instap Houd een kringgesprek over grootouders. Welke kinderen zeggen ‘oma’ en ‘opa’ tegen hun grootouders? Welke kinderen zeggen misschien ‘mémé’ en ‘pépé’, ‘moeke’ en ‘vake’, ‘omoe’ en ‘opoe’, … Zijn er nog andere namen voor grootouders? Hoe zeggen kinderen met een andere thuistaal de woorden ‘oma’ en ‘opa’? Besteed tijdens dit gesprek zeker voldoende aandacht aan de inbreng van kinderen die geen grootouders meer hebben. Vraag daarna wat kinderen leuk vinden aan hun grootouders. Dat kan gaan om dingen die ze samen doen, iets dat de grootouder goed kan, … En wat vinden ze misschien minder leuk? Vertel dat je een speciaal verhaal gaat voorlezen. Het gaat over Lilly en Max. Zij hebben een oma, maar die vinden ze eigenlijk niet zo leuk … Lees nu met zo weinig mogelijk onderbrekingen Lilly en Max voor.
uitgeverij lannoo nv : : Kasteelstraat 97 : : b-8700 Tielt : : t +32 (0)51 42 42 11 : : f +32 (0)51 40 11 52 : : www.lannoo.com
Stamboom maken Doelstellingen: »» De leerlingen kennen de personages in het verhaal en kunnen hun onderlinge relaties uitleggen aan de hand van een stamboom. »» De leerlingen beheersen woordenschat uit het thema ‘familie’. »» De leerlingen denken na over de familierelaties binnen hun eigen familie en kunnen dit visualiseren in een stamboom. Vraag na het voorlezen van het verhaal of de kinderen alle personages kunnen opsommen. Hang hun afbeeldingen door elkaar aan het bord (zie bijlage 1 + maak eigen schetsen of namen voor papa, tante Mieke en opa). Hang nu een kopie van de stamboom (zie bijlage 2) aan het bord. Bevestig de tekening van Lilly in het lege kadertje onderaan links. Kunnen de kinderen nu ook de andere personages op de juiste plek hangen? Benoem tijdens het ophangen de relaties tussen de personages: »» »» »» »» »» »» »»
Lilly en Max zijn broer en zus Mama is hun moeder Tante Mieke is de zus van hun moeder Lilly is het nichtje van tante Mieke Tante Mieke is de dochter van oma Max is de kleinzoon van oma Op de stamboom staat de mama van oma niet, maar die bestaat natuurlijk ook. Wat is zij van mama, Lilly en Max? »» …. Leg uit dat jullie nu een stamboom gemaakt hebben. Op die stamboom kun je zien hoe iedereen bij elkaar hoort in de familie. De kinderen mogen nu een stamboom maken van hun eigen familie. Geef ieder kind hiervoor een kopie van bijlage 2. Daarin tekenen ze hun familieleden of plakken ze er foto’s van hen op. Laat hen zelf vakjes bijtekenen als dit nodig is, of doe dit voor hen als ze dit niet zelfstandig kunnen. Als verrijking kun je vragen dat de kinderen bij elk familielid ook één voorwerp tekenen. Dat voorwerp zegt iets over zijn of haar hobby’s, kenmerken, typische eigenschappen, waar hij of zij woont, … Hang vervolgens alle stambomen aan het bord en bekijk ze samen. Bespreek dingen die opvallen. Zijn er opvallend grote of kleine families? Zijn er kinderen met twee mama’s en papa’s, stiefouders en/of stiefbroers en -zussen? Bespreek zeker de betekenis van die woorden.
uitgeverij lannoo nv : : Kasteelstraat 97 : : b-8700 Tielt : : t +32 (0)51 42 42 11 : : f +32 (0)51 40 11 52 : : www.lannoo.com
Wat is dementie? »» De leerlingen kennen het woord dementie. »» De leerlingen formuleren hoe ze zich voelen en leggen uit wat ze wel of niet leuk vinden. »» De leerlingen leven zich in de gevoelens van een andere persoon. Weten de kinderen nog waarom Lilly en Max hun oma niet meer zo leuk vonden? Ze is erg stil en ze kijkt zo raar. Soms vindt Lilly het zelfs een beetje eng als ze naar haar staart. Dan lijkt ze niet meer op oma. Lees de passage voor waarin mama uitlegt wat er met oma aan de hand is: ‘Maar in haar hoofd is het soms een beetje donker. Zoals vandaag. Dan gaat het licht uit en verdwaalt ze in haar eigen wereld. Dan vindt ze geen woorden meer en is ze helemaal de weg kwijt. Dan vindt ze zelfs ons niet meer. Ook al zitten we vlak naast haar…’ Vertel dat oma dementie heeft. Zijn er kinderen die dit woord kennen? Misschien omdat hun oma of opa dementie heeft? Laat voldoende ruimte voor de kinderen die dit willen om hun eigen ervaringen te vertellen. Leg vervolgens uit dat mensen met dementie veel dingen vergeten. Soms zelfs wie hun eigen kinderen of kleinkinderen zijn. Dan wordt het dus erg donker in hun hoofd. Dan kun je sommige dingen nu eenmaal niet meer doen. Om dat wat duidelijker te maken voor de kinderen, speel je een kort spelletje. Laat kinderen in duo’s een memoryspel spelen. Dat kun je doen met de memory bij het boek (kopieer twee keer bijlage 3 en knip de kaartjes uit) of met een memory uit de speelhoek. Ongeveer halverwege het spel verduister je het klaslokaal volledig, zonder dat je dit aankondigt. Laat de kinderen vrij reageren. Als het licht weer aangaat, kunnen ze hun memoryspel uitspelen. Bespreek daarna in de kring wat er gebeurd is. Konden ze nog verder spelen toen het licht uitging? Hoe voelde dit? Koppel terug naar het verhaal. Leg uit dat het licht in de wereld van oma af en toe uit gaat. Dan kan ze bepaalde dingen niet meer doen. Hoe denken de kinderen dat dit voelt voor haar?
Op avontuur in het tentenkamp Doelstellingen: »» De leerlingen bewegen zich doorheen een hindernissenparcours. »» De leerlingen denken na over de moeilijkheidsgraad van bewegingshindernissen. »» De leerlingen denken zelf een hindernis uit en bouwen deze op. »» De leerlingen kunnen samenwerken in groep. Herhaal nog een keer dat Lilly en Max oma eigenlijk niet meer zo leuk vonden. Wat gebeurde er in het verhaal waardoor dit veranderde? Lilly en Max kwamen in het hoofd van oma terecht. Weten de kinderen nog hoe dit gebeurde? Vertel dat jullie nu zelf een tentenkamp gaan bouwen en daarin op avontuur gaan.
uitgeverij lannoo nv : : Kasteelstraat 97 : : b-8700 Tielt : : t +32 (0)51 42 42 11 : : f +32 (0)51 40 11 52 : : www.lannoo.com
Bouw een parcours van een viertal hindernissen in de speelzaal. Gebruik de rekken, banken, matten, hoepels en touwen, maar ook stoelen, dekens, … Zorg voor bewegingsuitdagingen op niveau van de kinderen. Zorg er ook voor dat de kinderen wel het begin van het parcours kunnen zien, maar niet weten wat er hen nog te wachten staat. Laat de kinderen na elkaar zelf over, op, onder en door alle hindernissen klimmen. Op het einde bekijk je samen het parcours. Herkennen de kinderen de hindernissen die ze genomen hebben? Welke vonden ze moeilijk, welke vonden ze gemakkelijk? Laat de kinderen nu groepjes van 4 vormen. Elk groepje voegt één hindernis toe aan het parcours. Daarna doorlopen de kinderen opnieuw het volledige parcours. Vinden ze het nu moeilijker of makkelijker? Laat indien mogelijk de kinderen ook een keer het parcours doorlopen terwijl het donker is. Voorzie indien nodig zaklampen. Vonden de kinderen het moeilijker om het parcours te doen in het donker? Koppel terug naar de betekenis van ‘donker zijn’ in het hoofd van oma.
Een hoofd met een pannenkoekenboom Doelstellingen: »» De leerlingen kunnen in een muzische activiteit hun fantasie gebruiken. »» De leerlingen denken na over wat ze voor zichzelf belangrijk of leuk vinden. »» De leerlingen beleven plezier aan het muzisch uitwerken van een eigen verzonnen droomwereld en kunnen hierover vertellen. Weten de kinderen nog wat er gebeurt met Lilly en Max in het tentenkamp? De wereld rondom hen begint te draaien, en plots komen ze met een smak in een nieuwe wereld terecht. Het is het hoofd van oma. Lees nog eens het fragment voor over hoe oma’s wereld eruitziet: Ze zitten op een bankje onder een pannenkoekenboom in het midden van een wollig, vers gebreid landschap. Verderop springt net een kleurrijk geitje de zachtroze weide in. De bomen hebben alle kleuren van de regenboog en aan elke boom hangt een prachtige kindertekening. Max herkent meteen het exemplaar dat hij vorige week voor oma maakte. Om hen heen vormen honderden kaartenhuisjes een eigen dorp. Overal weerklinken muziek en luid kindergelach. Vraag aan de kinderen of dit kan. Bestaat dat, een pannenkoekenboom? Leg uit dat deze wereld de fantasiewereld is van oma, die enkel in haar hoofd bestaat. Daar zijn er allemaal dingen die oma leuk en fijn vindt. Het doet haar denken aan gelukkige moment in haar leven en haar eigen kindertijd. Hoe zou zo’n droomwereld in de hoofden van de kinderen eruitzien? Geef elk kind een blad papier met vijf denkwolken. In elke denkwolk mogen ze iets tekenen dat in hun droomwereld terecht zou kunnen komen. In de eerste wolk tekenen ze iets dat ze mooi vinden. Dat kan een voorwerp zijn, maar ook een kleur, een geluid, … In de tweede wolk tekenen ze iets dat ze graag eten, bijvoorbeeld snoep, fruit, spaghetti … In de derde wolk tekenen ze hun lievelingsdier. In de vierde wolk tekenen dat ze graag doen, bijvoorbeeld fietsen, dansen, … In de laatste wolk tekenen ze een plek waar ze graag zijn, bijvoorbeeld de speeltuin, het zwembad, hun eigen huis, …
uitgeverij lannoo nv : : Kasteelstraat 97 : : b-8700 Tielt : : t +32 (0)51 42 42 11 : : f +32 (0)51 40 11 52 : : www.lannoo.com
Met deze vijf dingen mogen ze nu zelf hun fantasiewereld uitbouwen. Elk kind mag die wereld tekenen of knutselen. Bied een ruim aanbod aan materialen aan en laat de kinderen vrij kiezen: tekenen, schilderen, stempelen, knutselen met kosteloos materiaal, boetseren met klei, … Stimuleer de kinderen om hun fantasie de vrije loop te laten gaan. Oma houdt bijvoorbeeld van pannenkoeken, maar ze maakt er een pannenkoekenboom van in haar fantasie. Laat elk kind nadien kort iets vertellen over zijn of haar fantasiewereld aan de rest van de klas.
Luister maar Doelstellingen: »» De leerlingen beseffen dat geluid of muziek bepaalde emoties oproepen bij mensen. »» De leerlingen zingen samen oude kinderliedjes. In oma’s droomwereld was er heel veel te zien en te beleven. Maar het eerste dat Lilly en Max opmerken als ze in die wereld terechtkomen, zijn geluiden. Lees het betreffende fragment uit het verhaal nog eens voor: Hysterisch gehuil, uitbundig gelach, luid geschreeuw en mensen die allemaal door elkaar aan het praten zijn in een taal die niemand begrijpt. Het geroezemoes van een klas wanneer de leerkracht even het leslokaal verlaat, schuifelende stoelen, duizend tv-programma’s die tegelijkertijd spelen en toeterende auto’s. Maak twee kolommen aan het bord: leuke geluiden en niet-leuke geluiden. Lees elk geluid uit het bovenstaande fragment nog eens apart voor. Vinden de kinderen dit een leuk geluid of niet? Waarom wel of waarom niet? Sta daarna extra stil bij het geluid ‘geroezemoes van een klas wanneer de leerkracht even het leslokaal verlaat’. Kan dat een geluid zijn dat oma onlangs hoorde? Concludeer dat dit een geluid is uit de kindertijd van oma. Laat de kinderen vrij rondlopen in de klas. Leg een klassiek muziekstuk op, bijvoorbeeld Peter en de wolf. De kinderen mogen uitbeelden hoe de muziek hen doet voelen. Op sommige stukken zullen ze vrolijk rondhuppelen, op andere bang wegkruipen, … Observeer goed tijdens de activiteit. Leg op het einde bepaalde fragmenten van de muziek opnieuw op en duid twee kinderen aan die tegenovergestelde emoties uitbeeldden. Laat de rest van de klas commentaar geven. Concludeer dat dezelfde geluiden soms een verschillend gevoel kunnen geven bij andere mensen. Andere geluiden die belangrijk zijn in oma’s droomwereld, zijn liedjes. Het zijn oude liedjes, uit haar eigen kindertijd. Oma is misschien veel vergeten, maar die liedjes herinnert ze zich nog heel goed … Laat de kinderen thuis aan hun ouders of grootouders vragen of zij een liedje kennen uit hun eigen kindertijd. Laat hen dit opschrijven in een doorgeefboekje dat de hele klas doorgaat. Bekijk samen met de klas op het einde dit doorgeefboekje. Welke liedjes kennen de kinderen al en welke niet? Welke liedjes zijn vrolijke liedjes, en welke zijn misschien verdrietig? Zing samen de meest genoemde liedjes.
uitgeverij lannoo nv : : Kasteelstraat 97 : : b-8700 Tielt : : t +32 (0)51 42 42 11 : : f +32 (0)51 40 11 52 : : www.lannoo.com
Vrolijke vrienden, liedjes en rijmpjes Doelstellingen: »» De leerlingen herkennen en maken zelf eenvoudige rijmen (beginnende geletterdheid). »» De leerlingen onderscheiden lettertekens in geschreven woorden (beginnende geletterdheid). »» De leerlingen bedenken in duo’s een korte zin met een specifiek (rijm)woord. Een belangrijk liedje in het boek is ‘Vrolijke vrienden’. Zing dit samen met de kinderen. Sta even stil bij de volgende strofe: Als wij samen gaan kamperen in het bos of op de hei dan klinkt het wel duizend keren vrolijke vrienden dat zijn wij. Leg kort de betekenis van het woord ‘hei’ uit. Vraag of de kinderen weten wat er bijzonder is aan de woorden ‘hei’ en ‘wij’, ‘kamperen’ en ‘keren’. Inderdaad, ze rijmen. Schrijf ‘wij’ en ‘hei’ op het bord. Laat de kinderen ontdekken dat de woorden ‘hei’ en ‘wij’ wel hetzelfde klinken op het einde van het woord, maar niet hetzelfde geschreven worden. Deel nu woordkaartjes uit in de klas met woorden die rijmen op ‘ei’. Zorg dat elk woord twee keer in de stapel zit. De kinderen lopen vrij rond in de klas en gaan op zoek naar hun maatje dat hetzelfde woord heeft. »» Mogelijke woorden: rij, wij, zij, mei, mij, lei, kei, blij, prei, brei, glij, klei, gelei, gevlij … »» Een tip: selecteer voor de woordkaarten woorden die aansluiten bij het niveau van de kinderen. Kies voor kinderen in de kleuterklas eenlettergrepige woorden en benadruk bij de oefening dat de kinderen de woorden nog niet moeten kunnen lezen, maar wel hetzelfde woord bij hun maatje moeten zoeken. De duo’s proberen nu samen een nieuwe strofe te bedenken bij ‘Vrolijke vrienden’. De tweede regel eindigt op het woord dat op hun kaartje staat, en regel 2 en 4 moeten rijmen (voor taalsterke kinderen kun je ook vragen dat regel 1 en 3 rijmen). Bijvoorbeeld: Als wij elke dag naar school gaan op de speelplaats zij aan zij dan klinkt het wel duizend keren vrolijke vrienden dat zijn wij. Laat daarna elk duo om de beurt hun nieuwe strofe zingen. Zo hebben jullie samen een unieke versie van ‘Vrolijke vrienden’ gemaakt. Eventueel kun je de vaardigheden rond beginnende geletterdheid in deze activiteit verder uitbreiden. Ga dan dieper in op het feit dat de beginklanken van ‘vrolijke’ en ‘vrienden’ hetzelfde zijn. Kunnen de kinderen met dit beginrijm nog andere variaties op het liedje bedenken? Bijvoorbeeld: ‘grappige griezels, dat zijn wij’, ‘spannende speelvogels, dat zijn wij’, …
uitgeverij lannoo nv : : Kasteelstraat 97 : : b-8700 Tielt : : t +32 (0)51 42 42 11 : : f +32 (0)51 40 11 52 : : www.lannoo.com
Herinneringendoos vol zintuigen Doelstellingen: »» De leerlingen luisteren naar een verhaal en herkennen belangrijke verhaalelementen. »» De leerlingen kennen de zintuigen en koppelen er verhaalelementen aan. »» De leerlingen maken een herinneringendoos voor een personage en een bestaand persoon. Als mensen ouder worden, vergeten ze soms dingen. Dat gebeurt met de oma van Lilly en Max. Maar in haar fantasiewereld herinnert ze zich nog heel veel. Ze hoort, ziet en proeft er heel wat dingen uit haar eigen kindertijd. Maak daarom samen met de klas een herinneringendoos voor oma. In deze herinneringendoos verzamelen de kinderen alle fijne herinneringen die oma heeft, zodat ze die nooit meer kan vergeten. Laat de kinderen zelf aanreiken wat er in deze herinneringendoos kan passen. Doe dat aan de hand van de vijf zintuigen: Horen Wat hoort oma allemaal in haar fantasiewereld? Verwijs hiervoor naar activiteiten ‘Luister maar’ en ‘Vrolijke vrienden, liedjes en rijmpjes’. Lees zeker het verhaalfragment uit ‘Luister maar’ opnieuw voor. Wat in de herinneringendoos past: een boekje en/of cd met oude kinderliedjes. Proeven Wat proeft oma in haar wereld? Wat in de herinneringendoos past: een pannenkoek (of pannenkoekenmeel), appeltaart (een appel), chocolademelk (cacaopoeder) … Ruiken Wat ruikt oma in haar wereld? Verwijs naar de elementen bij ‘proeven’. Wat in de herinneringendoos past: een pannenkoek, appeltaart, vergeet-me-nietje … Zien Wat ziet oma in haar wereld? Dit is ruim te interpreteren. Wat in de herinneringendoos past: een foto van haarzelf en haar familie, een kindertekening, vallende ster, kaartenhuisje, klaprozen, vergeet-me-nietjes, … Voelen Wat voelt oma in haar wereld? Lees hiervoor pagina 22-25 en 29 van het boek opnieuw voor en laat de kinderen goed nadenken. Wat in de herinneringendoos past: wol, een (plastieken) geitje, gras, vlinders … Elk kind maakt daarna een herinneringendoos voor een oudere persoon uit zijn of haar eigen familie of kennissenkring: een (groot)ouder, een (groot)tante, een oudere buurvrouw of familievriend, … Ter voorbereiding houden de kinderen een gesprek met deze persoon. Ze kunnen hierbij ook de vijf zintuigen als leidraad gebruiken. Daarna vullen ze hun herinneringendoos met relevante voorwerpen, foto’s, tekeningen, …
uitgeverij lannoo nv : : Kasteelstraat 97 : : b-8700 Tielt : : t +32 (0)51 42 42 11 : : f +32 (0)51 40 11 52 : : www.lannoo.com
Vergeet-mij-nietje Doelstellingen: »» De leerlingen herkennen en benoemen verschillende bloemen. »» De leerlingen denken na over de betekenis van eenverhaalelement voor het (thema van) het verhaal. »» De leerlingen werken op een persoonlijke manier hun herinneringendoos af. Vat het verhaal van Lilly en Max nog eens kort samen. Vraag aan de kinderen om zelf te verwoorden wat er op het einde gebeurt. Willen Lilly en Max nu wel bij oma op bezoek gaan? Hoe komt dat? Wat doen ze om weer licht in de ogen van oma te krijgen? Lees de volgende passage opnieuw voor: Lilly geniet van de zon op haar rug en de wind door haren. Ze geniet van het dicht bij oma zijn, met haar hoofd in de wolken. En van het prachtige uitzicht. ‘Kijk wat een prachtige wei met bloemen daar’, wijst Lilly. De hele wei lijkt wel bezaaid met vergeet-mij-nietjes in het helderste hemelsblauw. Allemaal dragen ze een zongeel hart in hun bloemenhoofd. ‘Zullen we daar wat bloemen plukken, Lilly?’ vraagt oma. Zachtjes zweven ze naar beneden. Tot ze met hun voeten midden in die blauwe bloemenpracht staan. Genietend strelen ze de duizenden bloemenhoofdjes. En van de mooiste exemplaren maken ze een prachtig boeket. Toon foto’s van verschillende bloemen, waaronder een klaproos en een vergeet-me-nietje. Kennen de kinderen alle namen van deze bloemen? Herkennen ze het vergeet-me-nietje? Vinden ze dat deze bloem een mooie naam heeft? Wat betekent die naam? Waarom is die bloem zo belangrijk voor oma, denken ze? Laat de kinderen alle tekeningen van het vergeetme-nietje in het boek zoeken en aanwijzen. Ter afsluiting beschilderen (of vingerstempelen) ze hun herinneringendoos met vergeet-me-nietjes, of bekleven met foto’s van deze bloemen. Zo wordt hun herinneringendoos een vergeet-me-nietjedoos.
Afsluiting Doelstellingen: »» De leerlingen maken het materiaal voor een schimmenspel. »» De leerlingen spelen zelf een schimmenspel op basis van een bestaand verhaal. »» De leerlingen werken samen in groep. Het contrast tussen licht en donker speelt een belangrijke rol in dit verhaal. Laat de kinderen nog eens verwoorden wat er ‘mis’ is in het hoofd van oma. Alles kan er plots donker worden. Hoe maken Lilly en Max het weer licht in haar hoofd? Vertel dat jullie ook samen licht gaan maken. Jullie maken een licht-en-donker schimmenspel van het verhaal. Verdeel de klas in groepjes van 3. Elk groepje maakt schaduwpopjes van de verschillende personages uit het verhaal. Daarvoor knippen ze de silhouetten van Max, Lilly en oma (zie bijlage 4) uit, en plakken ze die op een satéstokje. Geef elk groepje een deel van het verhaal: »» Groep 1: Oma is verdwaald + Het is donker
uitgeverij lannoo nv : : Kasteelstraat 97 : : b-8700 Tielt : : t +32 (0)51 42 42 11 : : f +32 (0)51 40 11 52 : : www.lannoo.com
»» Groep 2: Wollige geitjes en pannenkoekenbomen »» Groep 3: Zwevend van geluk »» Groep 4: Terug in de tijd (dit kan eventueel een groepje van 4 zijn, met als extra figuurtje het silhouet van opa uit bijlage 4) »» Groep 5: Tijd om naar huis te gaan »» Groep 6: Pretlichtjes die schitteren Elk groepje bekijkt goed de tekeningen van hun fragment. De kinderen vertellen binnen hun groepje wat ze nog weten over dit deeltje. Ze beslissen samen welk decor en welke accessoires ze eventueel nog tekenen en uitknippen. Elk groepje speelt nu hun fragment na achter een doek waarop een felle lamp schijnt. Lees daarbij het verhaal voor en laat de kinderen uitbeelden met de schimmenfiguren wat er gebeurt. Bespreek de voorstelling kort na. Welk deel van het verhaal vonden de kinderen het mooiste? Vonden de kinderen het leuk om te doen? In dat geval kan het leuk zijn om de voorstelling nog eens te geven, voor familieleden of voor de oudere mensen voor wie de kinderen een vergeet-me-nietjedoos gemaakt hebben.
uitgeverij lannoo nv : : Kasteelstraat 97 : : b-8700 Tielt : : t +32 (0)51 42 42 11 : : f +32 (0)51 40 11 52 : : www.lannoo.com
Bijlage 1: Personages
Max
Lilly
Mama
Oma
uitgeverij lannoo nv : : Kasteelstraat 97 : : b-8700 Tielt : : t +32 (0)51 42 42 11 : : f +32 (0)51 40 11 52 : : www.lannoo.com
Bijlage 2: Stamboom
uitgeverij lannoo nv : : Kasteelstraat 97 : : b-8700 Tielt : : t +32 (0)51 42 42 11 : : f +32 (0)51 40 11 52 : : www.lannoo.com
Bijlage 3: memory
uitgeverij lannoo nv : : Kasteelstraat 97 : : b-8700 Tielt : : t +32 (0)51 42 42 11 : : f +32 (0)51 40 11 52 : : www.lannoo.com
Bijlage 4
uitgeverij lannoo nv : : Kasteelstraat 97 : : b-8700 Tielt : : t +32 (0)51 42 42 11 : : f +32 (0)51 40 11 52 : : www.lannoo.com