Skip to main content

Lesbrief 1

Page 1

Lesbrief door Elly Simoens Kleine Struis Kim Crabeels en Marije Tolman Lannoo, 2018 Doelgroep: Kleuterschool / groep 1 en 2

Over deze lesbrief Kleine Struis is niet zo stoer. Bang voor gevaar, stopt hij zijn kop in het zand. Maar is de savanne wel zo eng als hij denkt? Deze lesbrief focust op het thema ‘bang zijn’. Door creatieve verwerkingsactiviteiten denken kinderen na over de emoties van Kleine Struis in dit boek. Ze maken ook de verbinding met hun eigen bange gevoelens en hoe ze daarmee kunnen omgaan. Daarnaast bevat deze lesbrief enkele activiteiten rond de savanne-dieren in het boek.

Instap Maak het helemaal donker in de klas. Zeg dat alle kinderen héél stil moeten zijn. Blijf 1 minuut lang in stilte zitten. Doe dan het licht weer aan. Wat vonden de kinderen hiervan? Wie vond het leuk? Wie vond het een beetje eng? Wie was er misschien bang? Zeg dat je nu een verhaal zal voorlezen over Kleine Struis. Die is helemaal niet bang in het donker. Integendeel … Lees het prentenboek voor. Pauzeer na de prent met de oranje maan. Kunnen de kinderen voorspellen wat er nu zal gebeuren? Lees het verhaal tot het einde voor. Print de afbeeldingen van bijlage 1 op A3 en laat de kinderen ze op volgorde leggen. Vraag ze om aan de hand hiervan het verhaal opnieuw te vertellen. Als je zeker bent dat de kinderen het verhaal goed begrepen hebben, kun je met de verwerkingsactiviteiten beginnen.

uitgeverij lannoo nv : : Kasteelstraat 97 : : b-8700 Tielt : : t +32 (0)51 42 42 11 : : f +32 (0)51 40 11 52 : : www.lannoo.com


Ben je bang? Doelstellingen »» De kinderen begrijpen wat de emotie ‘bang zijn’ inhoudt en kunnen deze emotie toekennen aan het hoofdpersonage uit het boek. »» De kinderen tekenen waar ze zelf bang voor zijn. »» De kinderen hebben in een groepsgesprek aandacht voor de meningen en gevoelens van andere kinderen. Wie kan uitleggen waar Kleine Struis bang voor is? (Hij is bang om zijn kop boven de grond te houden.) Waarom is hij dan bang om boven de grond te zijn? (Hij is bang om vertrappeld te worden, is bang van het lawaai, is bang dat dieren hem uitlachen, …) Hang de prent met de dansende dieren (uit bijlage 1) aan het bord. Leg uit dat Kleine Struis hier bang voor is. Kunnen de kinderen tekenen waar zij bang voor zijn? Toon ter inspiratie enkele prenten uit het boek waar Kleine Struis niét bang voor is, maar de kinderen misschien wel: Kleine Struis in het ei onder de grond, de griezelige dieren die onder de grond kruipen, … Als de kinderen hiermee nog te weinig houvast hebben, lees dan eerst het inspiratieverhaal (bijlage 2) voor. Hang nadien alle tekeningen op (hang dezelfde onderwerpen bij elkaar) en bespreek met de hele groep. Vraag aan ieder kind wat het getekend heeft en waarom. Vraag aan de andere kinderen wie misschien ook bang is hiervoor en waarom. Vraag ook wie hier niet bang voor is en waarom. Geef eventueel zelf al redenen waarom iets engs niet eng hoeft te zijn (bijvoorbeeld: spinnen zijn heel klein en kunnen je geen kwaad doen, spoken bestaan niet, …)

Bang bewegen Doelstellingen »» De kinderen herkennen gevoelens van angst bij personages en andere mensen. »» De kinderen kunnen zich inleven in het gevoel ‘angst’ en dit uitbeelden op verschillende manieren. »» De kinderen weten wat ze kunnen doen om gevoelens van angst tegen te gaan. Neem het prentenboek er opnieuw bij. Herhaal dat Kleine Struis bang is om zijn kop boven de grond te houden. Hoe kun je zien dat Klein Struis bang is? (Hij ligt helemaal opgekruld, zijn ogen zijn groot). Vraag aan de kinderen om uit te beelden dat ze bang zijn. Zet hierbij eventueel enge muziek op of vertel een eng verhaal over savannedieren overdag en ’s nachts (bijlage 2). Stimuleer de kinderen alle mogelijkheden te gebruiken om te tonen dat ze bang zijn: zich verstoppen, handen boven hun hoofd houden, zich opkrullen tot een bolletje, bibberen, tanden klapperen of knarsen, huilen, … Roep de kinderen weer samen in de kring en vraag wat Kleine Struis doet om niet meer bang te zijn? (Hij steekt zijn kop onder de grond: hij zoekt een plekje waar hij zich veilig voelt.) Waar voelt Kleine Struis zich nog veilig? (Onder de grond, in het donker, in het ei, op het einde van het verhaal: bij het meisje).

uitgeverij lannoo nv : : Kasteelstraat 97 : : b-8700 Tielt : : t +32 (0)51 42 42 11 : : f +32 (0)51 40 11 52 : : www.lannoo.com


Zet nu opnieuw muziek op of lees het inspiratieverhaal opnieuw voor. Nu mogen de kinderen uitbeelden wat ze doen om niet meer bang te zijn. Ze kunnen een veilig plekje in de klas zoeken, met een zaklamp schijnen om licht te maken, schuilen bij andere kinderen, … Als de kinderen weinig inspiratie hebben, kun je de rode delen van het inspiratieverhaal voorlezen. Ze moeten dit dan enkel nog uitbeelden. Geef de kinderen ten slotte hun tekening terug van de opdracht ‘Ben je bang’. Vraag de kinderen om na te denken over waar zij zich veilig voelen? Wat doen ze om zich beter te voelen als ze bang zijn? Laat hen dit uitspreken of tekenen. De tekeningen kun je opnieuw aan het bord hangen (gelijkaardige bij elkaar) en samen bespreken.

Waarvoor zijn de savannedieren bang? Doelstellingen »» De kinderen leven zich in in een personage uit een verhaal. »» De kinderen bedenken een eenvoudig verhaal en vertellen dit aan elkaar. Kopieer de dieren van bijlage 3 en toon ze aan de kinderen. Vertel dat al deze dieren op de savanne bij Kleine Struis wonen. In het boek is alleen Kleine Struis heel bang voor iets. Maar waarvoor zouden deze dieren bang kunnen zijn? Laat elk kind een dier kiezen en daarvoor bedenken waar het bang voor kan zijn. Verdeel de klas in duo’s en laat elk kind aan zijn of haar maatje uitleggen waar het dier bang voor is, en wat het kan doen om niet meer bang te zijn. Laat de kinderen die dat willen, dit nadien vertellen aan de hele klas.

Dieren sorteren Doelstellingen »» De kinderen kunnen dieren ordenen en groeperen volgens verschillende eigenschappen. »» De kinderen vergelijken hoeveelheden en kunnen resultatief tellen. Gebruik de dierenprentjes van bijlage 3 voor sorteerspelletjes. Geef verschillende opdrachten: »» »» »» »»

De kinderen sorteren de dieren van klein naar groot. De kinderen sorteren de dieren van minste naar meeste poten. De kinderen leggen alle dieren met evenveel poten samen. De kinderen leggen de dieren die onder de grond leven op een zwart blad, en de dieren die boven de grond leven op een wit blad. Eventueel leggen ze de dieren die in de lucht leven op een blauw blad. »» De kinderen leggen alle dieren die zacht of hard aanvoelen samen. »» …

uitgeverij lannoo nv : : Kasteelstraat 97 : : b-8700 Tielt : : t +32 (0)51 42 42 11 : : f +32 (0)51 40 11 52 : : www.lannoo.com


Struisvogels maken Doelstellingen »» De kinderen zien verschillen en overeenkomsten tussen gelijkaardige dieren of diersoorten. »» De kinderen ontwerpen op een creatieve manier hun eigen figuur. »» De kinderen scheppen plezier in het uitwerken van hun persoonlijke creatie en genieten van het resultaat. Kleine Struis wordt verliefd op een struisvogelmeisje. Bekijk samen met de kinderen hoe je het verschil ziet tussen de twee dieren ziet. Bekijk ook de prenten van Nandee en Emoe en bespreek ook daar de fysieke verschillen. Laat de kinderen nu zelf hun eigen struisvogelfiguur bedenken. De basis is voor iedereen hetzelfde (zie instructie). Maar de afwerking zal in kleuren en vormen bij ieder kind anders zijn. Knip de struisvogels uit en hang ze op in de klas. Je kunt er een leuke slinger mee maken, met daartussen ook (struisvogel)veren. Kinderen die sneller klaar zijn, kunnen met hand- en vingerafdrukken ook andere savanne-dieren maken en erbij hangen. Instructie: Doop je linkerhand in vingerverf en maak een handafdruk met je duim naar boven en de vingers gespreid. De gespreide vingers zijn de staartveren. Je duimafdruk is de nek van de struisvogel. Doop je duim in verf en druk een bolletje boven de duimafdruk. Dat is de kop. Daar schilder je een oog in, en een bek aan. Schilder twee lange poten onderaan.

Dansende olifanten, vliegende gieren en kronkelende kevers Doelstellingen »» De kinderen ervaren en herkennen stemmingen in beluisterde muziek en bewegen hierop. »» De kinderen bootsen bewegingen van specifieke diersoorten na, en kunnen hier ook emoties aan toevoegen in hun expressie. In deze bewegingsactiviteit beelden de kinderen verschillende savannedieren uit. Begin met de dansende olifantendames waar Klein Struis bang voor is. Ga naar de sportzaal en kleed die in als savanne (bijvoorbeeld mat: waterplas, bank: berg, hoepel: boom). Zet instrumentale (oerwoud)muziek op en laat de kinderen dansen als olifanten op de muziek, in de savanne. Geef eventueel gerichte instructies om de creativiteit te stimuleren: de muziek is heel luid, de olifanten zijn enthousiast en kronkelen met hun slurf. De muziek wordt sneller, de olifanten dansen pirouettes. De muziek is hoog, de olifanten zijn vrolijk en doen huppelpasjes. De muziek wordt laag, de olifanten dansen in de regen en spetteren in de waterplassen. De muziek is heel stil nu, de olifanten zijn moe geworden van al dat dansen en vallen in slaap. Laat de kinderen nu ook de andere savannedieren uitbeelden. Hoe beweegt een gier, een hyena, een baviaan of een oehoe? En hoe bewegen ze als ze dansen op de muziek? Deel na deze oefening de dierenplaatjes van bijlage 3 uit aan drie tot vijf kinderen. Zij zijn de tikkers. Als ze een ander kind tikken, dan moet die bewegen als dat dier. Zo loopt het kind verder rond. Wordt het kind getikt door een andere tikker, dan beweegt het als het dier van die tikker. Als alle kinderen minstens één keer getikt zijn, kun je het spel stopzetten.

uitgeverij lannoo nv : : Kasteelstraat 97 : : b-8700 Tielt : : t +32 (0)51 42 42 11 : : f +32 (0)51 40 11 52 : : www.lannoo.com


Laat de kinderen ten slotte de dieren onder de grond uitbeelden: een kever, een lieveheersbeestje, een aardvarken. Deze dieren bewegen helemaal anders, omdat ze in smalle tunnels onder de grond leven. Laat de kinderen kronkelen en rollen op de grond, in speeltunnels, in ringen of hoepels, … Zet ook hierbij de (oerwoud)muziek op en geef enkele gerichte instructies: de muziek is heel luid, de dieren onder de grond zijn bang van iets boven hen. De muziek wordt sneller, ze hebben eten gevonden en graven er snel naartoe. De muziek is hoog, de dieren achtervolgen elkaar. De muziek wordt stiller nu, de dieren vallen in slaap in hun holletje onder de grond.

Schaduwen Doelstellingen »» De kinderen gebruiken ruimtelijke begrippen (boven, onder, naast, voor, achter, ver weg, dichtbij, omhoog en omlaag). »» De kinderen onderzoeken aspecten van een eenvoudig technisch systeem als een schimmenspel. »» De kinderen leven zich in in personages en beelden een verhaal uit (eventueel met creatief stemgebruik). Knip de dieren van bijlage 3 uit en verdeel de klas in kleine groepjes. Elk groepje krijgt een setje dieren, een zaklamp en een wit doek om mee te experimenteren. Laat ze onderzoeken wat er gebeurt als ze de lamp verder of dichter houden, hun dier laten bewegen (en er geluid bij maken), gekleurde doeken of bladeren papier gebruiken om op te projecteren, … Bied eventueel ook uitgeknipte abstracte vormen aan en laat ze experimenteren om die op, achter, voor, … elkaar te houden achter het scherm. Laat de kinderen daarna een schimmenspel met de dieren maken. Differentieer in de opdrachten: de ene groep kan het verhaal naspelen, de andere groep kan een nieuw verhaal uitwerken rond de angst van een ander dier, nog een andere groep kan een vervolg op bestaande verhaal bedenken, … Geef de kinderen voldoende tijd om het verhaal te ‘repeteren’ en hou dan een voorstelling met de hele klas.

uitgeverij lannoo nv : : Kasteelstraat 97 : : b-8700 Tielt : : t +32 (0)51 42 42 11 : : f +32 (0)51 40 11 52 : : www.lannoo.com


© Marije Tolman

Bijlage 1: prenten uit het boek

uitgeverij lannoo nv : : Kasteelstraat 97 : : b-8700 Tielt : : t +32 (0)51 42 42 11 : : f +32 (0)51 40 11 52 : : www.lannoo.com


© Marije Tolman

Bijlage 1: prenten uit het boek

uitgeverij lannoo nv : : Kasteelstraat 97 : : b-8700 Tielt : : t +32 (0)51 42 42 11 : : f +32 (0)51 40 11 52 : : www.lannoo.com


© Marije Tolman

Bijlage 1: prenten uit het boek

uitgeverij lannoo nv : : Kasteelstraat 97 : : b-8700 Tielt : : t +32 (0)51 42 42 11 : : f +32 (0)51 40 11 52 : : www.lannoo.com


© Marije Tolman

Bijlage 1: prenten uit het boek

uitgeverij lannoo nv : : Kasteelstraat 97 : : b-8700 Tielt : : t +32 (0)51 42 42 11 : : f +32 (0)51 40 11 52 : : www.lannoo.com


© Marije Tolman

Bijlage 1: prenten uit het boek

uitgeverij lannoo nv : : Kasteelstraat 97 : : b-8700 Tielt : : t +32 (0)51 42 42 11 : : f +32 (0)51 40 11 52 : : www.lannoo.com


Bijlage 2: inleefverhaal savanne Het is ochtend in de savanne. Alle dieren worden wakker. Kleine Olifant moet zich wassen, maar hij is bang voor water. Voorzichtig steekt hij zijn teen in het water. Oeoe, wat is dat koud! Hij gaat eerst een klein stukje in de poel, en dan pas helemaal. Als iedereen gewassen is, moeten de dieren naar de savanne-les. Kleine Baviaan wil eigenlijk niet vertrekken. Hij is bang om alleen op pad te gaan. Waar is zijn mama? Ze loopt eerst een eindje met hem mee, en geeft hem dan een grote zoen voor hij alleen verder gaat. Onderweg naar de les komen de dieren een grote kudde olifanten tegen. Ze stampen met veel lawaai door de savanne. Wat is dat griezelig, zo dichtbij. En zo luid! Het stof waait op. De dieren wandelen snel weer verder. Ze krullen zich eerst op in een bolletje en wachten tot de kudde voorbij is. Verderop zien ze een mestkever. Die ziet er eng uit, met zijn grote schild. Zou hij gevaarlijk zijn? Ze komen dichter en zien dat het dier maar klein is, en niet gevaarlijk. Een dier tilt hem op en zet hem een eindje verder neer. Plots begint het te onweren. Wat een kabaal. Een stevige regenbui daalt over de savanne neer. Het regent heel hard op de vachten en veren van de dieren. Dan begint het zelfs te bliksemen en te onweren. De dieren zien een felle lichtflits. Ze horen het luide gerommel van het onweer. Ze gaan schuilen in de grot, waar het warm en veilig is. Als de les gedaan is, moet Kleine Hyena naar de tandartsvogel. Dat wil hij eigenlijk niet, hij is bang! Het zal misschien wel pijn doen! Hij ligt in de stoel van de tandarts. Hij knijpt zijn ogen dicht. Maar de tandarts kijkt alleen maar in zijn mond, het doet helemaal geen pijn. De avond valt over de savanne. Het wordt snel donker. Dat vindt Klein Stekelvarken helemaal niet leuk. Hij is bang in het donker. Gelukkig vindt hij een vuurvliegje dat zorgt voor een beetje licht in de donkere nacht. Zo is het minder eng. En Kleine Gier? Die is bang dat er monsters onder zijn nest verborgen zitten. Hoort hij daar een geluid? Brr, wat is dat eng … Hij kijkt goed onder zijn nest en onder alle takken. Als hij zeker is dat er geen monsters zijn, gaat hij slapen. Als het nog niet lukt, leest zijn mama eerst een verhaaltje voor over een monster in het donker. Zo ontdekt hij dat monsters eigenlijk helemaal niet bestaan/ niet eng, maar grappig zijn.

uitgeverij lannoo nv : : Kasteelstraat 97 : : b-8700 Tielt : : t +32 (0)51 42 42 11 : : f +32 (0)51 40 11 52 : : www.lannoo.com


© Marije Tolman

Bijlage 3 – savannedieren

uitgeverij lannoo nv : : Kasteelstraat 97 : : b-8700 Tielt : : t +32 (0)51 42 42 11 : : f +32 (0)51 40 11 52 : : www.lannoo.com


© Marije Tolman

Bijlage 3 – savannedieren

uitgeverij lannoo nv : : Kasteelstraat 97 : : b-8700 Tielt : : t +32 (0)51 42 42 11 : : f +32 (0)51 40 11 52 : : www.lannoo.com


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Lesbrief 1 by Uitgeverij Lannoo - Issuu