5
inhoud
INHOUD inhoud
5
voorwoord bij de vierde druk
19
meest gebruikte afkortingen
22
hoofdstuk 1. juridische waarborgen voor deskundige zorg 23 1.1.
De wet op de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen 1.1.1. De beoefenaars van de geneeskunde: artsen, tandartsen en vroedvrouwen 1.1.1.1. Artsen 1.1.1.2. Tandartsen 1.1.1.3. Vroedvrouwen 1.1.2. De beoefenaars van de kinesitherapie, de verpleegkunde, een paramedisch beroep en het beroep van vroedvrouw 1.1.2.1. De kinesitherapeuten 1.1.2.2. De verpleegkundigen 1.1.2.3. De paramedici 1.1.2.4. De vroedvrouwen 1.1.3. De beoefenaars van de artsenijbereidkunde (apothekers) 1.1.4. De ondersteunende beroepen 1.1.4.1. De zorgkundigen 1.1.4.2. De hulpverlener-ambulanciers 1.1.5. Andere beroepen in de gezondheidszorg 1.1.6. Wettelijke voorwaarden om een gezondheidszorgberoep uit te oefenen 1.1.6.1. Het visum 1.1.6.2. Inschrijving bij een beroepsorde
24 25 25 27 28 28 28 29 30 30 31 31 31 31 31 31 32 32
6
Recht en bio-ethiek
1.2.
1.3. 1.4. 1.5.
De wet betreffende de niet-conventionele praktijken 1.2.1. Algemene voorwaarden voor de uitoefening van een niet-conventionele praktijk 1.2.1.1. Een visum 1.2.1.2. Een beroepsverzekering 1.2.1.3. Een registratie 1.2.1.4. Regels naleven inzake bekendmaking aan het publiek 1.2.1.5. Vragen naar een recente diagnose 1.2.1.6. De patiënt geen conventionele behandeling ontzeggen 1.2.1.7. Het beroepsgeheim respecteren 1.2.1.8. Verboden handelingen voor niet-artsen 1.2.2. Bijzondere voorwaarden voor de uitoefening van de homeopathie 1.2.2.1. Registratie als homeopaat 1.2.2.2. Homeopathie als ‘bijberoep’ 1.2.2.3. Enkel ‘evidencebased medicine’ Het Vlaams decreet betreffende de zorg- en bijstandsverleners De wet op de ziekenhuizen Het Vlaams decreet betreffende de kwaliteit van de gezondheids- en welzijnsvoorzieningen
hoofdstuk 2. het begin van het leven 2.1.
De medisch begeleide voortplanting 2.1.1. Medisch begeleide voortplanting door middel van een embryotransfer 2.1.1.1. Maximumleeftijd van de wensmoeder 2.1.1.2. Bevruchting in een erkend fertiliteitscentrum 2.1.1.3. Geen ondoordachte medisch begeleide voortplanting 2.1.1.4. Schriftelijke overeenkomst 2.1.1.5. Duidelijke afspraken over de overtallige embryo’s 2.1.1.6. Vermijden dat embryo’s overblijven 2.1.2. Medisch begeleide voortplanting na embryodonatie 2.1.2.1. De embryodonatie 2.1.2.2. De embryodonor(en) 2.1.2.3. De ontvanger(s) van embryo’s 2.1.3. Kunstmatige inseminatie 2.1.3.1. Maximumleeftijd van de wensmoeder 2.1.3.2. (Beperkte) tussenkomst van een erkend fertiliteitscentrum 2.1.3.3. Transparante besluitvorming en beroep op de gewetensclausule
33 33 33 33 33 34 34 34 34 34 34 34 35 35 35 36 36
39 40 40 40 41 41 41 42 42 43 43 43 44 44 45 45 45
INHOUD
2.2.
7
2.1.3.4. Schriftelijke overeenkomst 2.1.3.5. Duidelijke afspraken over de ingevroren zaadcellen 2.1.3.6. Kunstmatige inseminatie na overlijden van de mannelijke partner 2.1.4. Kunstmatige inseminatie na donatie van zaadcellen Zwangerschapsafbreking 2.2.1. Zwangerschapsafbreking voor het einde van de twaalfde week na de bevruchting 2.2.1.1. Noodsituatie 2.2.1.2. Schriftelijk verzoek 2.2.1.3. Uitvoering door een arts 2.2.1.4. In medisch verantwoorde omstandigheden 2.2.1.5. Wachttijd van zes dagen respecteren 2.2.2. Zwangerschapsafbreking na het einde van de twaalfde week na de bevruchting 2.2.2.1. De gezondheid van de vrouw loopt ernstig gevaar of de foetus lijdt aan een uiterst zware en ongeneeslijke aandoening 2.2.2.2. Advies van een andere arts 2.2.2.3. Geen uiterste termijn 2.2.3. Aangifte van een zwangerschapsafbreking
hoofdstuk 3. de rechtspositie van de patiënt in de wet patiëntenrechten 3.1.
3.2.
3.3.
3.4.
Enkele definities 3.1.1. Iedereen patiënt! 3.1.2. Gezondheidszorg 3.1.3. Beroepsbeoefenaar Het recht op kwaliteitsvolle dienstverlening 3.2.1. De menselijke waardigheid 3.2.2. De zelfbeschikking 3.2.3. Zonder enig onderscheid 3.2.4. De kwaliteitsvolle dienstverstrekking 3.2.5. Beantwoordend aan de behoeften De vrije keuze van zorgverlener met kennis van zaken 3.3.1. De vrije keuze 3.3.2. De vrije keuze met kennis van zaken De informatie over de gezondheidstoestand 3.4.1. Het recht op informatie over de gezondheidstoestand
45 45 45 46 47 48 48 48 48 49 49 49 50 50 50 50
53 54 54 55 55 56 57 57 57 58 59 60 60 61 62 62
8
Recht en bio-ethiek
3.5.
3.6.
3.7. 3.8.
3.9. 3.10. 3.11. 3.12. 3.13.
3.14.
3.4.2. Het recht op bijstand door een vertrouwenspersoon 63 3.4.3. Het recht om niet te weten 64 3.4.4. Niet informeren om de patiënt te ontzien: ‘therapeutische exceptie’ 65 Het recht om toe te stemmen met kennis van zaken 66 3.5.1. De wijze(n) van toestemmen 67 3.5.2. Informatie die aan de toestemming voorafgaat 68 3.5.3. Wijze van informatieverstrekking 71 Weigeren en intrekken van een toestemming 72 3.6.1. De weigering met onmiddellijk gevolg (actuele weigering) 72 3.6.2. De weigering met uitgesteld gevolg (voorafgaande weigering) 74 De veronderstelde toestemming bij spoedhulp 78 Rechten van de patiënt en het patiëntendossier 79 3.8.1. Het recht op een patiëntendossier 79 3.8.2. Toevoeging van documenten 81 3.8.3. Inzage in het patiëntendossier 82 3.8.3.1. Geen inzage in persoonlijke notities en gegevens over derden 83 3.8.3.2. Inzage door bijstand van en via een vertrouwenspersoon 84 3.8.3.3. Inzage en therapeutische exceptie 85 3.8.4. Recht op afschrift van het patiëntendossier 86 3.8.4.1. Het afschrift is strikt persoonlijk en vertrouwelijk 87 3.8.4.2. De weigering van een afschrift 88 3.8.4.3. De prijs van een afschrift 88 3.8.5. Inzage door nabestaanden in het patiëntendossier 89 Recht op bescherming van privéleven en van intimiteit 90 Het klachtrecht 92 Het recht op behandeling van pijn 92 De rechten van minderjarige patiënten 92 De rechten van meerderjarige wilsonbekwame patiënten 96 3.13.1. De patiënt is een meerderjarige beschermde persoon 96 3.13.1.1. Het statuut van meerderjarige beschermde persoon in grote lijnen 96 3.13.1.2. De rechten van de patiënt van een meerderjarige beschermde persoon 99 3.13.2. De patiënt is geen meerderjarige beschermde persoon 103 3.13.3. Belangenbehartiging door de zorgverlener 103 3.13.4. Het betrekken van de wilsonbekwame patiënt 104 3.13.5. Afwijken van de beslissing van de vertegenwoordiger 104 De medewerkingsplichten van de patiënt 105
INHOUD
9
hoofdstuk 4. de rechtspositie van de patiënt in specifieke wetgeving 109 4.1.
4.2.
4.3.
4.4.
4.5.
De wet op de bescherming van de psychiatrische patiënt 4.1.1. De gedwongen opname voor observatie 4.1.1.1. Algemene voorwaarden voor een gedwongen opname 4.1.1.2. De gedwongen opname is niet dringend 4.1.1.3. De gedwongen opname is dringend 4.1.1.4. De duur en het einde van de gedwongen opname voor observatie 4.1.2. Het verder verblijf na de observatie 4.1.3. De rechten van de psychiatrische patiënt die onder dwang is opgenomen 4.1.3.1. Recht op behandeling 4.1.3.2. Respect voor de vrijheid van mening, godsdienstige en filosofische overtuiging 4.1.3.3. Klachtrecht 4.1.3.4. Recht op contact met een advocaat en een arts 4.1.3.5. Recht op informatie en inzage in het medisch dossier De wet betreffende de controlegeneeskunde 4.2.1. De uitoefening van de controlegeneeskunde 4.2.2. De rechten van de gecontroleerde persoon 4.2.2.1. De rechten van de patiënt 4.2.2.2. Andere rechten De wet betreffende het medisch onderzoek van werknemers of kandidaat-werknemers 4.3.1. Voorspellend genetisch onderzoek en de aidstest zijn verboden 4.3.2. Toegelaten vormen van medisch onderzoek 4.3.3. De rechten van de onderzochte persoon 4.3.3.1. De rechten van de patiënt 4.3.3.2. Andere rechten De wet op de esthetische genees- en heelkunde 4.4.1. De uitoefening van de niet-heelkundige esthetische geneeskunde en de esthetische heelkunde 4.4.2. De rechten van de patiënt bij niet-heelkundige esthetische geneeskunde en de esthetische heelkunde Het Vlaams decreet betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding
110 110 111 113 118 119 119 120 120 121 121 121 122 122 122 122 122 123 124 124 124 124 124 125 125 126 126 127
10
Recht en bio-ethiek
4.5.1.
De verplichting tot medewerking aan preventieve gezondheidszorg 4.5.2. De rechten van de leerlingen en hun ouders 4.5.2.1. De rechten van de patiënt 4.5.2.2. Andere rechten 4.6. Het Vlaams decreet betreffende het preventieve gezondheidsbeleid 4.6.1. Individuele verantwoordelijkheid voor de eigen gezondheid en die van de medemens 4.6.2. Recht op een aanbod van preventieve gezondheidszorg 4.7. Het Vlaams decreet betreffende de geestelijke gezondheidszorg 4.7.1. De rechten van de patiënt 4.7.1.1. Het recht op kwaliteitsvolle zorg 4.7.1.2. Het recht op toestemming met kennis van zaken 4.7.1.3. Het recht op een patiëntendossier 4.7.1.4. Klachtrecht 4.7.2. Andere rechten 4.7.2.1. De rechten van het kind 4.7.2.2. De rechten van de mens 4.7.2.3. Het recht op bescherming door het beroepsgeheim 4.8. Het Vlaams decreet betreffende de eerstelijnsgezondheidszorg en de samenwerking tussen de zorgaanbieders 4.8.1. De rechten van de gebruiker van eerstelijnsgezondheidszorg 4.8.1.1. Het recht op kwaliteitsvolle zorg 4.8.1.2. Het recht op vrije keuze 4.8.2. De medeverantwoordelijkheid van de patiënt 4.9. Het Vlaams decreet betreffende de organisatie van het netwerk voor de gegevensdeling tussen de actoren in de zorg 4.9.1. Recht op een individueel dossier 4.9.2. Recht om deel te nemen aan het netwerk voor gegevensdeling 4.9.3. Recht op een elektronisch deelbaar dossier 4.9.4. Recht om gegevens in te voeren in het elektronisch deelbaar dossier 4.9.5. Recht om toestemming te geven voor de toegang tot het elektronisch deelbaar dossier 4.9.6. Rechten op informatie 4.10. Andere plichten en verantwoordelijkheden van de patiënt 4.10.1. Het betalen van het honorarium 4.10.2. Respect voor het beroepsgeheim en het privéleven van de zorgverleners en andere patiënten 4.10.3. Niet belemmeren van de normale beroepsuitoefening
127 128 128 133 133 133 135 135 135 135 136 136 136 136 136 136 137 137 137 137 137 138 138 138 138 139 139 139 139 139 139 143 143
INHOUD
11
hoofdstuk 5. het einde van het leven 5.1.
5.2.
Palliatieve zorg bij het levenseinde 5.1.1. Definitie en doel van palliatieve zorg 5.1.2. Palliatieve zorg is een recht 5.1.3. Recht op informatie en toestemming Euthanasie 5.2.1. Euthanasie: wat is het (niet)? 5.2.2. Hulp bij zelfdoding en euthanasie 5.2.3. Euthanasie: een monopolie voor artsen 5.2.4. Geen recht op euthanasie en geen plicht euthanasie toe te passen of eraan mee te werken 5.2.5. Eerste scenario. Euthanasie toegepast op een ongeneeslijk zieke meerderjarige of ontvoogde minderjarige patiënt die ondraaglijk fysiek of psychisch lijdt en die binnen ‘afzienbare tijd’ zal overlijden 5.2.5.1. Meerderjarig of ontvoogd minderjarig 5.2.5.2. Handelingsbekwaam en bewust 5.2.5.3. Vrijwillig, overwogen en herhaald verzoek zonder externe druk (artikel 3 § 1, tweede streepje) 5.2.5.4. Schriftelijk verzoek 5.2.5.5. Medisch uitzichtloze toestand 5.2.5.6. Overleg met de patiënt 5.2.5.7. Overleg met de verpleegkundigen en de naasten van de patiënt 5.2.5.8. Extra voorwaarden 5.2.5.9. Aangifte aan de controlecommissie 5.2.6. Tweede scenario. Euthanasie toegepast op een ongeneeslijk zieke oordeelsbekwame minderjarige patiënt die ondraaglijk fysiek lijdt en die binnen ‘afzienbare tijd’ zal overlijden 5.2.6.1. Medisch uitzichtloze toestand van aanhoudend en ondraaglijk fysiek lijden 5.2.6.2. Een kinder- of jeugdpsychiater of een psycholoog raadplegen 5.2.6.3. Schriftelijke instemming van de ouders 5.2.7. Derde scenario. Euthanasie toegepast op een ongeneeslijk zieke meerderjarige of ontvoogde minderjarige patiënt die ondraaglijk fysiek of psychisch lijdt en die niet binnen ‘afzienbare tijd’ zal overlijden 5.2.7.1. Een tweede arts raadplegen 5.2.7.2. Minstens één maand laten verlopen
145 146 146 147 147 147 148 149 150 150
152 152 152 153 153 154 155 155 155 156
156 156 156 156
157 157 157
12
Recht en bio-ethiek
5.2.8.
5.3.
Vierde scenario. Euthanasie toegepast op een ongeneeslijk zieke meerderjarige of ontvoogde minderjarige patiĂŤnt die onomkeerbaar buiten bewustzijn is 5.2.8.1. Een wilsverklaring 5.2.8.2. Het opstellen van een wilsverklaring 5.2.8.3. Aanwijzen van een vertrouwenspersoon 5.2.8.4. De registratie van de wilsverklaring 5.2.8.5. De geldigheidsduur van de wilsverklaring 5.2.8.6. De gezondheidstoestand van de patiĂŤnt 5.2.8.7. Overleg voeren met de direct betrokkenen 5.2.8.8. Extra voorwaarden 5.2.8.9. Aangifte aan de controlecommissie 5.2.9. De federale controle- en evaluatiecommissie Autopsie bij een kind van minder dan achttien maanden
157 157 158 159 159 160 161 161 162 162 162 163
hoofdstuk 6. de donor van lichaamsmateriaal voor geneeskundig gebruik 165 6.1.
De donor van organen voor transplantatie 6.1.1. De bepalingen die zowel op donatie door levende als overleden donoren van toepassing zijn 6.1.1.1. Donatie voor transplantatie 6.1.1.2. Wegneming door een arts 6.1.1.3. Gratis donatie 6.1.1.4. Verbod de koop van een orgaan te vragen of aan te bieden 6.1.1.5. Anonimiteit van donor en receptor 6.1.2. De levende orgaandonor 6.1.2.1. Vergoeding voor onkosten en verlies van inkomsten 6.1.2.2. De donor moet meerderjarig zijn, in staat zijn om zijn wil te uiten en schriftelijk toestemmen 6.1.2.3. De receptor is in levensgevaar 6.1.2.4. Het orgaan van een overledene kan geen even goede resultaten bieden 6.1.2.5. De wegneming van een orgaan bij een meerderjarige die niet zelf kan toestemmen 6.1.2.6. Geen onaanvaardbaar gezondheidsrisico voor de donor 6.1.2.7. Wegneming en transplantatie door een arts van een transplantatiecentrum 6.1.2.8. Orgaandonatie door een minderjarige
166 166 166 166 167 167 167 167 167 168 169 170 170 171 171 171
INHOUD
13
6.1.3.
6.2.
6.3. 6.4.
De overleden orgaandonor 6.1.3.1. De overledene was in het Belgisch bevolkingsregister of sinds langer dan zes maanden in het vreemdelingenregister ingeschreven 6.1.3.2. De overledene was niet in het Belgisch bevolkingsregister of niet of minder dan zes maanden in het vreemdelingenregister ingeschreven De donor van weefsel voor geneeskundige toepassing op de mens 6.2.1. Algemene voorwaarden voor de donatie van weefsel 6.2.2. Toestemming voor de donatie en het primair gebruik van weefsel 6.2.2.1. Donatie door een levende donor 6.2.2.2. Donatie door een overleden donor 6.2.3. Toestemming voor het secundair gebruik van weefsel 6.2.3.1. De toestemming van de donor kan nog gevraagd worden 6.2.3.2. De toestemming van de donor kan niet meer gevraagd worden De bloeddonor De donor van gameten of embryo’s
hoofdstuk 7. medisch wetenschappelijk onderzoek 7.1.
7.2.
Wetenschappelijk onderzoek met mensen 7.1.1. Wat is een medisch experiment? 7.1.1.1. De menselijke persoon 7.1.1.2. Een proef, studie of onderzoek 7.1.1.3. De ontwikkeling van kennis 7.1.1.4. Kennis eigen aan de WUG-gezondheidszorgberoepen 7.1.2. De bescherming van de deelnemers (proefpersonen) van een medisch experiment 7.1.2.1. De proefpersoon is meerderjarig en wilsbekwaam 7.1.2.2. De proefpersoon is minderjarig 7.1.2.3. De proefpersoon is een meerderjarige beschermde persoon 7.1.2.4. Medische experimenten in hoogdringende omstandigheden Wetenschappelijk onderzoek met embryo’s in vitro en met gameten 7.2.1. Onderzoek met overtallige embryo’s 7.2.1.1. Overtallige embryo’s 7.2.1.2. Algemene voorwaarden voor wetenschappelijk onderzoek met overtallige embryo’s in vitro 7.2.1.3. Specifieke voorwaarden voor wetenschappelijk onderzoek met overtallige embryo’s in vitro
172
172
177 178 178 179 179 179 180 181 181 181 183
185 186 187 187 187 188 188 189 189 200 201 204 204 205 205 205 207
14
Recht en bio-ethiek
7.2.2.
7.3.
7.4.
Verboden onderzoek of handelingen met overtallige embryo’s in vitro 7.2.2.1. Inplanten bij dieren en creëren van chimaeren of hybride wezens 7.2.2.2. Na onderzoek inplanten bij mensen 7.2.2.3. Onderzoek of behandelingen met een eugenetisch oogmerk 7.2.2.4. Onderzoek of behandelingen gericht op geslachtsselectie 7.2.3. Onderzoek met aangemaakte embryo’s in vitro 7.2.3.1. Het aanmaken van embryo’s in vitro voor onderzoek 7.2.3.2. Het verrichten van onderzoek met aangemaakte embryo’s in vitro 7.2.4. Onderzoek met gameten Wetenschappelijk onderzoek met menselijk lichaamsmateriaal 7.3.1. Onderzoek met lichaamsmateriaal dat wordt afgenomen voor wetenschappelijk onderzoek 7.3.1.1. Bij een levende donor 7.3.1.2. Bij een overleden donor 7.3.2. Wetenschappelijk onderzoek met residuair lichaamsmateriaal 7.3.2.1. Geen verzet van de donor of zijn vertegenwoordiger 7.3.2.2. Gunstig advies van een volledig erkend ethisch comité Wetenschappelijk onderzoek met gegevens van patiënten
208 208 208 208 208 208 208 209 209 210 210 210 212 212 213 213 213
hoofdstuk 8. bescherming van het beroepsgeheim en het privéleven 215 8.1.
De bescherming van het beroepsgeheim 8.1.1. Wie heeft een beroepsgeheim? 8.1.1.1. Geneesheren, apothekers en vroedvrouwen 8.1.1.2. Andere personen die door hun beroep kennis dragen van geheimen 8.1.2. Toevertrouwde geheimen 8.1.3. Opzettelijke bekendmaking is strafbaar 8.1.4. Wettelijke uitzonderingen 8.1.4.1. Getuigen in rechte (spreekrecht en zwijgrecht) 8.1.4.2. Een wet verplicht geheimen bekend te maken 8.1.5. Andere uitzonderingen op het beroepsgeheim 8.1.5.1. Een wettelijke toelating 8.1.5.2. Een noodtoestand of een conflict van plichten
216 217 217 218 218 219 219 219 220 221 221 223
INHOUD
8.2.
8.3.
15
8.1.5.3. De toestemming of het verzoek van de patiënt De bescherming van het privéleven 8.2.1. De verwerking van persoonsgegevens over de gezondheid is verboden 8.2.2. Het verbod persoonsgegevens over de gezondheid te verwerken is niet van toepassing op de gezondheidszorg 8.2.2.1. Verwerking onder het toezicht van een beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg 8.2.2.2. Verwerking onder de verantwoordelijkheid van een beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg 8.2.2.3. Inzameling bij de betrokkene 8.2.3. De rechten van de betrokkene over zijn persoonsgegevens betreffende zijn gezondheid 8.2.3.1. Recht op kennisneming van verwerkte gegevens betreffende zijn gezondheid 8.2.3.2. Recht op verbetering van onjuiste gegevens 8.2.3.3. Recht op verwijdering van gegevens 8.2.4. Wetenschappelijk onderzoek met gegevens betreffende de gezondheid 8.2.4.1. Wetenschappelijk onderzoek met anonieme gegevens 8.2.4.2. Wetenschappelijk onderzoek met gecodeerde gegevens 8.2.4.3. Wetenschappelijk onderzoek met niet-gecodeerde persoonsgegevens Het eHealth-platform
hoofdstuk 9. het klachtrecht 9.1.
9.2.
Het klachtrecht in de wet patiëntenrechten 9.1.1. De bevoegde ombudsfunctie 9.1.2. Klachtrecht als de patiënt zijn rechten niet kan uitoefenen 9.1.3. De vorm van de klacht 9.1.4. Opdrachten van de ombudspersoon 9.1.5. De onafhankelijkheid en juridische bescherming van de ombudsfunctie Het klachtrecht bij de orde van artsen en van apothekers 9.2.1. De tuchtrechtelijke bevoegdheid in eerste aanleg 9.2.1.1. Beroepsfouten en zware fouten buiten het beroep 9.2.1.2. Het klachtrecht van de patiënt bij een provinciale raad van een orde 9.2.1.3. De tuchtsancties
224 233 234 234 235 235 236 236 236 237 237 238 239 239 239 240
241 242 242 243 244 244 245 245 246 246 247 248
16
Recht en bio-ethiek
9.3. 9.4. 9.5.
9.2.1.4. De samenstelling van de provinciale raden 9.2.2. De tuchtrechtelijke bevoegdheid in hoger beroep Klachtrecht bij de provinciale geneeskundige commissies Arbitrage bij discussies over honoraria Bemiddeling door of via het fonds voor medische ongevallen
248 249 249 250 250
hoofdstuk 10. vergoeding van schade geleden door patiënten 251 10.1. De vergoeding van schade als gevolg van gezondheidszorg door of met behulp van het fonds voor medische ongevallen 252 10.1.1. Schade als gevolg van gezondheidszorg 253 10.1.1.1. De oorzaak van de schade 253 10.1.1.2. De bron van de schade 255 10.1.2. Uitgesloten schade 258 10.1.2.1. Schade als gevolg van een experiment op de menselijke persoon 258 10.1.2.2. Schade als gevolg van een esthetische ingreep 258 10.1.3. Slechts één keer vergoeding van dezelfde schade 258 10.1.4. Voorwaarden voor de vergoeding door het fonds 259 10.1.4.1. Schade veroorzaakt door een medisch ongeval zonder aansprakelijkheid 259 10.1.4.2. Schade veroorzaakt door een feit dat aanleiding geeft tot de aansprakelijkheid van de zorgverlener 259 10.1.5. De vraag om advies aan het fonds 260 10.1.5.1. De vraag om advies over schade als gevolg van gezondheidszorg 260 10.1.5.2. De vraag om advies over een minnelijk voorstel tot schadevergoeding 261 10.1.6. Het inzamelen van de nodige documenten en informatie voor de behandeling van de aanvraag 261 10.1.6.1. Het opvragen van documenten en informatie bij alle betrokkenen 262 10.1.6.2. Toegang tot het patiëntendossier van de betrokken patiënt 263 10.1.6.3. Een beroep op gespecialiseerde beroepsbeoefenaars 263 10.1.6.4. Het organiseren van een tegensprekelijke expertise 264 10.1.6.5. Het horen van de betrokken partijen 264 10.1.7. Het advies van het fonds 264 10.1.7.1. Het advies over schade als gevolg van gezondheidszorg 264 10.1.7.2. Het advies over een minnelijk voorstel tot schadevergoeding 265 10.1.8. De beslissing van het fonds en het verdere verloop van procedure 266
INHOUD
10.1.8.1. Een voorstel tot schadevergoeding aan de aanvrager 10.1.8.2. Een verzoek tot schadevergoeding aan de verzekeraar van de zorgverlener 10.2. Vergoeding van andere schade geleden door patiĂŤnten 10.2.1. Schade als gevolg van het niet verlenen van gezondheidszorg 10.2.2. Schade als gevolg van het niet naleven van de wet patiĂŤntenrechten 10.2.3. Schade als gevolg van geneesmiddelen, gezondheidsproducten of medische hulpmiddelen (prothesen) 10.2.4. Schade aan de persoonlijke bezittingen van de patiĂŤnt
voor wie meer wil lezen
17
266 267 268 268 269 270 271
273