INHOUD
EEN WOORD VAN DANK
15
INLEIDING
17
DEEL I: EEN ‘BIND-KRACHT’-VISIE OP ARMOEDE EN HULPVERLENING
21
1. Het individueel schuldmodel en de controlerende overheidstussenkomst 1.1 Eigen schuld, dikke bult 1.2 Op een disciplinerende manier werken aan eigen verantwoordelijkheid 1.3 Bind-Kracht heeft oog voor structurele processen en krachten van mensen 1.4 Bind-Kracht ziet rechten en plichten in een wederzijds engagement 2. Het individueel ongevalmodel en de caritatieve of corrigerende overheidstussenkomst 2.1 De arme sukkelaars 2.2 Corrigerend werken aan individuele verantwoordelijkheid 2.3 Bind-Kracht ziet armoede als een multidimensionele problematiek en mensen in armoede als actoren 2.4 Bind-Kracht staat voor integraal en participatief werken 3. Het maatschappelijk ongevalmodel en de verdeelde verantwoordelijkheid 3.1 De maatschappij in crisis 3.2 Tijdelijke hulp in een residuele benadering van welzijnszorg 3.3 Bind-Kracht erkent de maatschappelijke processen, die de leefwereld van mensen in armoede beïnvloeden 3.4 Bind-Kracht vereist preventie en opvang van welzijnsproblemen 4. Het maatschappelijk schuldmodel en de gedeelde verantwoordelijkheid 4.1 Structurele uitsluitingsprocessen 4.2 Recht op maatschappelijke dienstverlening 4.3 Bind-Kracht hanteert een interactionistische en positieve kijk 4.4 Bind-Kracht pleit voor structureel werken aan een sociaal rechtvaardige samenleving
24 24 24 24 25 26 26 26 26 27 28 28 28 28 29 29 29 29 29 30
6
INHOUD
5. Het institutioneel ongevalmodel en participatief werken als middel en doel 5.1 OverlevingsstrategieĂŤn en organisatieculturen 5.2 Participatief werken als middel en doel 5.3 Bind-Kracht erkent de invloed van de sociale interactie in de omgeving en in (professionele) organisaties voor het in stand houden of bestrijden van armoede 5.4 Bind-Kracht focust op de kracht van de hulpverleningsrelatie 6. Het institutioneel schuldmodel en participatief werken voor wederzijdse competentieontwikkeling 6.1 Armoedecultuur en structurele drempels 6.2 Effectuering van het recht op een menswaardig bestaan met diversiteit als meerwaarde 6.3 Bind-Kracht erkent de bestaande structurele drempels en de onbedoelde nefaste effecten van hulpverlening 6.4 Bind-Kracht wil verder bouwen op positieve, institutionele evoluties en ze in samenspraak met de betrokkenen helpen concretiseren 7. Maatschappelijke kwetsbaarheid en empowerment 7.1 Bind-Kracht hanteert de theorie van maatschappelijke kwetsbaarheid als synthese 7.2 Bind-Kracht verbindt armoedebestrijding met de krachtgerichte kijk van empowerment
31 31 31
32 32 33 33 33 34 34 35 35 37
DEEL II: OMGAAN MET UITSLUITING EN ISOLEMENT: EEN SOCIOLOGISCHE KIJK OP DE LEEFWERELD VAN GEZINNEN IN ARMOEDE
39
kristel driessens INLEIDING
DE FOCUS OP SOCIAAL ISOLEMENT
41
HOOFDSTUK 1
ERVARINGEN VAN UITSLUITING IN HET PUBLIEKE LEVEN
43
1. 2. 3. 4.
Geen aansluiting vinden op school Kapot gewerkt in de werkloosheid Een zwijgzame huurder De grote afwezige in het verenigingsleven
43 45 48 50
7
INHOUD
HOOFDSTUK 2
HET GEZIN ALS SCHUILPLAATS
51
1. De droom van een gelukkig gezinsleven 2. De man als kostwinner en communicator 2.1 De falende kostwinner 2.2 Erkenning zoeken als klusjesman en gezinsondersteuner 2.3 De rol van communicator 3. De vrouw in de verzorgende rol 4. De kinderen als een grote schat 4.1 De kinderen een mooie toekomst geven als belangrijkste levensproject 4.2 De zorgende moeder en de strenge vader 4.3 Falen in de moederrol 5. Het gezin: van veilig nest tot kooi 5.1 Uitsluiting leidt tot opsluiting 5.2 Het huis is niet altijd een thuis 5.3 Het veilige nest kan zelfs een kooi worden
51 52 52 53 54 54 55 55 56 56 57 57 58 59
HOOFDSTUK 3
61
HET GEMEENSCHAPSLEVEN EN WEDERZIJDSE INFORMELE HULP
1. Een sterke loyaliteit tegenover familieleden 1.1 Het belang van familie 1.2 Sterke banden en dwingende loyaliteit 1.3 Een belangrijke bron van financiële en emotionele steun 2. Intensieve ruilrelaties in de buurt 2.1 Sociale segregatie 2.2 De ‘zoete inval’ 2.3 Wederkerige, praktische hulp 3. Een kleine vriendenkring van lotgenoten 3.1 Lotgenoten en hulpverleners als vrienden 3.2 Een verschil tussen kennissen en vrienden
61 61 61 62 63 63 63 64 64 64 65
HOOFDSTUK 4
67
OMGAAN MET SOCIAAL ISOLEMENT
1. De afbraak en opbouw van netwerken 1.1 Talrijke ervaringen met sociale dumping 1.2 Beperktere kansen in netwerkvorming 1.3 Terugtrekgedrag 2. Zes types in het omgaan met sociaal isolement 2.1 Strategieën van zelfbehoud versus netwerkvorming 2.2 De afglijders
67 67 68 68 69 69 70
8
INHOUD
2.3 2.4 2.5 2.6 2.7
De aangepasten De statuszoeker De teruggetrokken wantrouwigen De wilde weldoener De gedumpten
70 71 72 73 74
WERKEN AAN BIND-KRACHT
75
1. Het doorbreken van de uitsluiting op het publieke forum 2. Ingrijpen op het microniveau van het gezin 2.1 Hulpverlening kan deklassering versterken 2.2 Werken aan een passende rolondersteuning 2.3 Roldoorbrekend werken op een aangepast ritme 2.4 Het belang van inzicht en inspraak 3. Werken aan netwerken 3.1 Ontmoeting en ontspanning 3.2 Engagement in een groepswerking 3.3 Ooit gedacht aan verruimende Bind-Kracht?
75 76 76 78 79 80 81 81 82 83
BESLUIT
85
DEEL III: EEN KRACHTGERICHTE PSYCHOLOGISCHE KIJK OP PERSONEN DIE IN ARMOEDE LEVEN
87
HOOFDSTUK 5
tine van regenmortel HOOFDSTUK 1
NIEUWE EVOLUTIES IN HET ARMOEDEDEBAT EN BINNEN DE PSYCHOLOGIE
1. 2. 3. 4. 5.
Een hernieuwde emancipatorische en ethische kijk op armoede Een vergeten psychologische dimensie? Positieve psychologie Psychologisch kapitaal Het insiders-perspectief
89 89 90 91 92 93
9
INHOUD
HOOFDSTUK 2
EMPOWERMENT ALS ETHISCH KADER VOOR ARMOEDEBESTRIJDING
95
1. Historiek en omschrijving van empowerment 1.1 Voorbode van empowerment 1.2 Waardeoriëntatie en theoretisch kader 1.3 Definitie van empowerment 1.4 Een aantrekkelijke ethische synthese en verbindend kader 2. Empowerment en armoede 2.1 Een antwoord op ‘distancing’ en ‘blaming the victim’ 2.2 Gemeenschappelijke kenmerken van personen die in armoede leven 2.3 Verbintenisproblematiek als het centrale kenmerk 2.4 Een krachtgerichte kijk op armoede
95 95 97 100 103 103 103 105 107 110
HOOFDSTUK 3
113
VEERKRACHT
1. Omschrijving van veerkracht 1.1 Oorsprong en definitie van veerkracht 1.2 Evoluties bij het concept van veerkracht 2. Beschermers en bouwstenen van veerkracht 2.1 Het huis van de veerkracht 2.2 Vijf beschermers of bouwstenen van veerkracht 3. Veerkracht en armoede 3.1 Het verhaal van Jimmy: kwetsbaar maar onoverwinnelijk 3.2 Opbouw van veerkracht in armoedesituaties 3.3 Valkuilen en keerzijde van veerkracht
HOOFDSTUK 4
113 113 117 119 120 121 127 127 130 139
GEHECHTHEID, INTERNE BEHEERSINGSORIËNTATIE EN HET CONTEXTUELE DENKKADER
1. De gehechtheidstheorie 1.1 Gehechtheid als basisbehoefte en intergenerationele overdracht 1.2 Gehechtheidsstoornis als fundamenteel gebrek aan aansluiting 1.3 Gehechtheid en communicatievalkuilen 1.4 Gehechtheid en armoede: een dubbel risico 1.5 Thuislozen: een extra risicogroep 1.6 Aansluitende aanbevelingen 1.7 Geen (al te) deterministische kijk of ‘blaming the victim’ 2. De theorie van beheersingsoriëntatie 2.1 Interne en externe beheersingsoriëntatie: het gevoel van al dan niet controle te hebben over de eigen situatie
141 141 142 143 143 143 145 147 149 149 149
10
INHOUD
2.2 Beheersingsoriëntatie: een interactioneel concept met meerdere dimensies 2.3 Armoede en externe beheersingsoriëntatie 2.4 Ervaringen die leiden tot een meer externe beheersing in armoedesituaties 2.5 De ‘psychologische kost’ van controle 2.6 Voordelen van een externe beheersingsoriëntatie 2.7 Atypische patronen en onaangepastheid 2.8 De ‘fundamentele attributiefout’ 2.9 Gevolgen voor de hulpverlening 2.10 Een concrete situatie 3. Het contextuele denkkader 3.1 Basisbegrippen 3.2 Contextuele hulpverlening 3.3 Armoede en de contextuele bril 4. Besluit
DEEL IV: DE RELATIE TUSSEN HULPVERLENERS EN MENSEN IN ARMOEDE DOORGELICHT OMGAAN MET UITSLUITING EN AFHANKELIJKHEID IN EEN ACTIEF ROLLENSPEL
150 151 151 154 154 155 155 156 157 160 160 163 166 167
169
kristel driessens HOOFDSTUK 1
LUISTEREN NAAR DE VERHALEN VAN DE BETROKKENEN
1. De relatie tussen hulpverlener en arme hulpvrager staat centraal 2. Vertrekkend van kwalitatief onderzoek
HOOFDSTUK 2
ARME HULPVRAGERS AAN HET WOORD: ‘HULPVERLENING BETEKENT AFHANKELIJK WORDEN’
1. Drempels in de hulpverlening: de stap naar afhankelijkheid 1.1 De strijd met gevoelens 1.2 De aard van de hulpvraag 1.3 De nood aan verantwoording 2. De verwachtingen van een hulpvrager 2.1 Een hulpverlener als gids 2.2 Een hulpverlener als vakman 2.3 Een hulpverlener als belangenbehartiger
171 171 172
175 175 176 177 178 179 180 180 181
11
INHOUD
2.4 Een hulpverlener als ondersteuner en sleutel tot verandering 3. Relationele ongelijkheid wekt gevoelens van afhankelijkheid 3.1 De afstandelijke relatie 3.2 De bureaucratische hulpverleningsrelatie 3.3 De paternalistische relatie 4. Naar een versterkende hulpverleningsrelatie 4.1 De nabije relatie 4.2 De gepersonaliseerde relatie 4.3 De emancipatorische relatie 5. Samengevat: zes kenmerken van hulpverleningsrelaties 6. De houding van de hulpvrager: omgaan met verafhankelijking 6.1 Mee-stappen of volgen in de hulpverleningsrelatie 6.2 Corrigerend gedrag 6.3 Agressief gedrag en afhaken 7. De hulpvrager speelt zijn rol 7.1 Plantrekkers 7.2 De tijdelijke hulpvragers 7.3 De passieve consumenten 7.4 De aanhankelijke blijvers 7.5 De sturende hulpzoekers 7.6 ‘Bereidwillige’ medewerkers
181 182 183 184 185 186 186 187 188 192 192 193 195 197 198 199 201 202 203 203 204
HOOFDSTUK 3
207
HULPVERLENERS OVER HET WERKEN MET GEZINNEN IN ARMOEDE
1. Tussen vertrouwen en controle 1.1 Werken aan een vertrouwensrelatie 1.2 De nood aan een normatieve functie 2 Tussen vervreemding en empowerment 2.1 Werken aan autonomie in verbondenheid 2.2 Het groeiproces alle kansen geven 2.3 Dilemma’s en grenzen van versterkend werken 3. Tussen deklasseren en (re)integratie 3.1 Een betekenisvolle rol geeft identiteit 3.2 Verbindend werken 4 De hulpverlener speelt zijn rol 4.1 De rituele zorgverstrekker en de controleur 4.2 De redder en de probleemoplosser 4.3 De begeleider en de bemiddelaar
207 208 210 213 213 214 216 218 218 221 223 224 225 227
12
INHOUD
HOOFDSTUK 4
OP ZOEK NAAR SUCCESVOLLE HULPVERLENINGSRELATIES
231
1. Wanneer klikt het in de hulpverlening? 2. Wanneer boeken we samen resultaten?
232 235
HOOFDSTUK 5
239
MOGELIJKHEDEN VOOR EEN STRUCTURELE INBEDDING?
DEEL V: EEN KRACHTGERICHTE HULPVERLENING
241
tine van regenmortel HOOFDSTUK 1 1. 2. 3. 4. 5. 6.
VIJF PIJLERS VAN EEN EMPOWERENDE HULPVERLENING
Het krachtenperspectief Relatie tussen hulpvrager en hulpverlener Attitude en technieken van de hulpverlener Organisatorische context Casemanagement Besluit
HOOFDSTUK 2
EEN POSITIEVE BASISHOUDING
1. Omschrijving 1.1 Presentie 1.2 Respect 1.3 Krachtenperspectief 1.4 Partnerschap 2. Functionaliteit van de positieve basishouding 3. Noodzakelijke voorwaarden 4. Besluit
HOOFDSTUK 3
243 243 246 249 251 253 254 257 258 259 262 265 266 270 273 276
INTEGRAAL, PARTICIPATIEF, GESTRUCTUREERD EN GECOÖRDINEERD WERKEN
1. Integrale hulpverlening 2. Participatie 3. Gestructureerde hulpverlening
279 279 281 282
13
INHOUD
4. Gecoördineerde hulpverlening 5. Besluit
283 285
HOOFDSTUK 4
287
HET LOKAAL CLIËNTOVERLEG
1. Een ‘overleg op maat’ 2. De partners van het cliëntoverleg 2.1 De cliënt 2.2 De spilfiguur van de cliënt 2.3 De coördinator van het cliëntoverleg 2.4 De betrokken diensten en hulpverleners 2.5 Vertrouwenspersonen van de cliënt 3. Voorwaarden vanuit de doelgroep 4. Besluit
287 289 289 290 292 294 295 296 299
HOOFDSTUK 5
301
1. 2. 3. 4. 5. 6.
EMPOWERMENT OP MESO- EN MACRONIVEAU
Krachtgericht groepswerk Kwartiermaken Krachtgericht participatorisch sociaal beleid Vrijwilligers en paraprofessionelen Structurele vormen van overleg en participatie Besluit
HOOFDSTUK 6 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11.
KRITISCHE KANTTEKENINGEN EN VALKUILEN
Empowerment: een wondermiddel en vaag containerbegrip Empowerment is ‘naïef’ Empowerment en macht Empowerment heeft geen ideologische, maar wel een politieke agenda De ‘paradox van empowerment’ ‘Nulsom’ en weerstand Empowerment: een ‘mannelijk’ iets? Empowerment: bemoeizorg of bemoeizucht en drang of dwang? Empowerment en individualisme Empowerment: enkel voor de ‘beteren’? Is empowerment wel iets nieuws?
302 304 305 306 308 309 311 311 311 312 313 313 314 314 314 315 316 317
14
BESLUIT TIEN KRACHTLIJNEN VAN BIND-KRACHT 1. Bind-Kracht stelt empowerment centraal in de strijd tegen armoede en sociale ongelijkheid 2. Bind-Kracht vertaalt empowerment in de hulpverlening als werken aan autonomie in verbondenheid 3. Bind-Kracht ziet relationele gelijkwaardigheid als basis van de kracht van de hulpverleningsrelatie 4. Bind-Kracht betekent zich verbinden met de leefwereld van mensen in armoede, wat ruimte schept voor de kracht van het verschil 5. Bind-Kracht heeft oog voor psychologische processen en hun invloed op structureel vlak 6. Bind-Kracht ontwikkelt zich via gepaste rolcombinaties tussen hulpvragers en hulpverleners 7. Bind-Kracht gaat uit van de kracht van dialoog en participatie 8. Bind-Kracht wil de spanningsvelden en machtsrelaties binnen de hulpverlening bespreekbaar en hanteerbaar maken 9. Bind-Kracht groeit in een stimulerende omgeving en empowerende organisatie 10. Bind-Kracht vereist overlegnetwerken en een krachtgericht beleid
INHOUD
319
322 323 323 325 326 328 329 330 331 332
BIJLAGEN
335
BIBLIOGRAFIE
347