Skip to main content

Inhoudsopgave 40

Page 1

inhoudstafel

Opdracht

5

Auteurs

6

Woord vooraf

7

Inhoudstafel

9

Deel 1 Uitgangspunten voor het managen in de publieke sector HOOFDSTUK 1

1.1 1.2

1.3

1.4

1.5

ORGANISATIES, MAATSCHAPPELIJKE WAARDE, MANAGEMENT EN STRATEGISCH MANAGEMENT

Inleiding Organisaties 1.2.1 Wat is een organisatie? 1.2.2 De organisatie als een gesloten of een open systeem 1.2.3 Doelstellingen van organisaties Maatschappelijke of publieke waarde 1.3.1 Wat is “maatschappelijke waarde”? 1.3.2 Het creëren van maatschappelijke waarde 1.3.3 Maatschappelijke waarde en performantiemeting: het MAPEspectrum Management en strategisch management 1.4.1 De essentie van management 1.4.2 De essentie van strategisch management Theoretische grondslagen van management 1.5.1 De klassieke managementbenaderingen 1.5.2 Het Human Relations-model 1.5.3 Het Open systeemmodel

29

31 33 33 33 34 35 37 37 38 40 44 44 46 47 48 55 57


12

strategisch management

1.6 1.7 1.8

1.5.4 Het Concurrerende Waardenmodel van Robert E. Quinn en John Rohrbaugh Actuele managementuitdagingen in lokale besturen Besluit Referenties

Deel 2 Het strategisch managen van publieke organisaties HOOFDSTUK 2 2.1 2.2

2.3

2.4 2.5 2.6 2.7

3.1 3.2

65

HET ONDERSCHEID TUSSEN PUBLIEKE EN PRIVATE ORGANISATIES: FICTIE OF REALITEIT? 67

Inleiding Private waarden als katalysator voor efficiënt handelen 2.2.1 De integratie van private waarden in de (Belgische) publieke sector 2.2.2 New Public Management: competitie voor publieke organisaties 2.2.3 New Public Management: dominantie in de jaren ’90 en ‘00 2.2.4 New Public Management: een conflict met de traditionele publieke waarden? 2.2.5 Post-NPM als substituut voor New Public Management? Het onderscheid tussen publieke en private organisaties 2.3.1 De klassieke generieke managementtraditie 2.3.2 Een theoretische vadermoord 2.3.3 De “Moeder, waarom leven wij-vraag” voor publieke organisaties 2.3.4 Publieke en private organisaties: als kat en hond? 2.3.5 De illusie van het ideaaltype Implicaties van het onderscheid tussen publieke en private organisaties Empirische onderbouw van de publiek-private distinctie Besluit Referenties

HOOFDSTUK 3

58 61 62 62

STRATEGIE, DE DRIJVENDE KRACHT VAN DE ORGANISATIE

Inleiding Het begrip “strategie” 3.2.1 De bewuste en de opduikende strategie als de archetypes van strategie

69 70 70 72 75 77 82 87 88 90 91 93 95 102 108 111 112

115 117 117 119


inhoudstafel

3.3

3.4 3.5 3.6 3.7

3.2.2 De strategietypes van Mintzberg en Waters 3.2.3 De strategietypes van publieke organisaties volgens Wechsler en Backoff 3.2.4 De typologie van Miles en Snow “Scholen” in strategie en strategievorming 3.3.1 De tien scholen in strategie en strategievorming 3.3.2 De tien scholen in strategie en strategievorming samengevat 3.3.3 Contingenties bij het hanteren van de tien scholen in de praktijk 3.3.4 De strategiescholen in de publieke sector De strategische vragen en het strategisch spanningsveld Bevordert strategisch management de performantie van de publieke organisatie? Besluit Referenties

HOOFDSTUK 4 4.1 4.2 4.3

4.4

4.5

4.6 4.7 4.8

13

STRATEGISCH MANAGEMENT IN PUBLIEKE ORGANISATIES

Inleiding Het begrip “strategisch management” Benaderingswijzen van strategisch management 4.3.1 De inventarisatie van Nutt & Backoff 4.3.2 Het matrixmodel van Idenburg 4.3.3 De indeling volgens Johnson & Scholes Het resource-based denken in strategisch management 4.4.1 De essentie van het resource-based denken 4.4.2 Resource-based denken in de publieke sector Het competentiedenken in strategisch management 4.5.1 De conceptuele onderbouw van het competentiedenken 4.5.2 Het competentiebegrip in strategisch management 4.5.3 De bouwstenen van ‘competentie’: de publieke organisatie als open systeem Strategisch management in een publieke context Besluit Referenties

123 125 127 131 131 136 136 139 140 143 144 145

147 149 149 151 151 154 155 156 157 158 162 162 164 165 170 171 172


14

strategisch management

HOOFDSTUK 5

STRATEGISCHE PLANNING ALS DOMINANTE BENADERING VAN STRATEGISCH MANAGEMENT

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6

Inleiding Het strategisch spanningsveld als uitgangspunt voor strategische planning Het begrip “strategische planning” Strategische planning is geen synoniem voor strategisch management De evolutie van strategische planning naar strategisch management Processen van strategisch planning 5.6.1 Het stappenplan voor strategische planning van Cohen & Eimicke 5.6.2 Het strategisch planningsmodel van Montanari & Bracker 5.6.3 Het strategisch planningsmodel van Bryson 5.6.4 Best Value-benadering voor lokale overheden in het VK 5.6.5 De beleids- en beheerscyclus voor lokale overheden in Vlaanderen 5.7 Nut en beperkingen van strategische planning 5.7.1 Nut en voordelen van strategische planning: de planlusten 5.7.2 Nadelen en beperkingen van strategische planning: de planlasten 5.7.3 Oogsten van de planlusten en vermijden van de planlasten 5.8 Planningssuccesfactoren: onderbouwde richtlijnen voor managers 5.8.1 Voorbereiden van het planningsproces 5.8.2 Succesfactoren tijdens de formulering van het plan 5.8.3 Implementatie van het gedefinieerde plan 5.8.4 Evaluatie van de vooruitgang 5.9 Heeft strategische planning nog een toekomst? 5.10 Besluit 5.11 Referenties

Deel 3 Strategieanalyse HOOFDSTUK 6 6.1 6.2

STURENDE ELEMENTEN IN DE ORGANISATIESTRATEGIE

Inleiding Het mandaat van de organisatie 6.2.1 Een principal-agentbenadering van het organisatorisch mandaat 6.2.2 Mandatenanalyse

175 177 177 178 179 180 182 183 185 190 195 200 204 204 204 206 208 209 212 215 216 217 218 219

223

225 227 228 228 231


inhoudstafel

6.3

6.4

6.5 6.6

De missie van de organisatie 6.3.1 Een theoretische kijk op mission statements 6.3.2 Een praktische kijk op mission statements 6.3.3 De toegevoegde waarde van mission statements 6.3.4 Het ontwikkelingsproces van mission statements De visie van de organisatie 6.4.1 Een theoretische kijk op vision statements 6.4.2 Een praktische kijk op vision statements 6.4.3 De toegevoegde waarde van vision statements Besluit Referenties

HOOFDSTUK 7 7.1 7.2

7.3

7.4

7.5 7.6

15

SWOT-ANALYSE, STAKEHOLDERS EN STRATEGISCHE ISSUES

Inleiding Analyse van sterkten, zwakten, opportuniteiten en bedreigingen (SWOT) 7.2.1 Sterkten en zwakten 7.2.2 Opportuniteiten en bedreigingen 7.2.3 Een praktijkgerichte analyse door middel van de SWOT-matrix 7.2.4 Is de SWOT-analyse altijd een sleutel tot succes? 7.2.5 “Gebiedsgerichte” en “ambtelijke organisatiegerichte” SWOTanalyses Stakeholdermanagement 7.3.1 Het stakeholdermodel 7.3.2 Stakeholders 7.3.3 Het identificeren en classificeren van stakeholders 7.3.4 Stakeholdermanagementmodellen voor de publieke sector 7.3.5 Betrekken van stakeholders: de participatieladder 7.3.6 Betrekken van stakeholders: stakeholder engagement 7.3.7 Stakeholdermanagement in de praktijk Issue management 7.4.1 Het begrip strategisch issue management (SIM) 7.4.2 Benaderingen voor het identificeren van een issue 7.4.3 Het classificeren en beoordelen van strategische issues Besluit Referenties

238 239 248 250 252 252 254 256 257 258 259

261 263 263 264 265 265 268 268 269 270 271 275 282 286 288 291 294 295 297 300 302 302


16

strategisch management

Deel 4 Strategiebepaling HOOFDSTUK 8 8.1 8.2 8.3

8.4 8.5

8.6 8.7

Inleiding Strategy-as-practice: gefocust op de praktijk van strategie Actoren in het strategisch managementproces 8.3.1 Senior management 8.3.2 Midden- en lager management 8.3.3 Consultants Tools en instrumenten voor strategisch management De fasering van het strategisch managementproces 8.5.1 Strategieworkshops 8.5.2 Strategieprojecten 8.5.3 Strategische plannen Besluit Referenties

HOOFDSTUK 9 9.1 9.2 9.3

9.4 9.5 9.6 9.7 9.8

KENMERKEN VAN HET STRATEGIEPROCES

TECHNIEKEN VOOR STRATEGIEBEPALING

Inleiding Strategiebepaling Technieken voor strategiebepaling 9.3.1 De vijfstappenmethode voor strategiebepaling 9.3.2 De SODA-methodiek 9.3.3 Scenarioplanning Formuleren van strategische doelen Het resultaat van de strategieformulering: het strategisch plan Belangrijkste valkuilen bij de formulering van strategie Besluit Referenties

305 307 309 310 313 313 317 319 323 327 327 328 330 330 331

333 335 335 341 343 344 350 363 367 373 374 374


inhoudstafel

17

Deel 5 Strategie-uitvoering

377

HOOFDSTUK 10 STRATEGIE-IMPLEMENTATIE: DE STRATEGIE OMZETTEN IN REALITEIT

379

10.1 Inleiding 10.2 Hinderpalen voor een succesvolle implementatie van een strategie 10.2.1 De sluipende moordenaars van strategie-implementatie 10.2.2 Organisatorische hindernissen bij de implementatie van strategie 10.2.3 Hinderpalen voor de implementatie van strategie volgens Hrebiniak 10.2.4 Voorwaarden voor een succesvolle implementatie van strategie volgens Beaudain 10.2.5 De belangrijkste problemen bij de implementatie van strategie: synthese 10.3 Instrumenten voor een succesvolle strategie-implementatie 10.3.1 Tactieken voor de implementatie van strategie 10.3.2 Veranderingsmanagement 10.3.3 Projectmanagement 10.3.4 Communicatie 10.4 Besluit 10.5 Referenties

Deel 6 Strategie-evaluatie en -bijsturing

381 382 382 385 387 389 391 392 392 394 398 403 407 407

409

HOOFDSTUK 11 DE EX ANTE EVALUATIE EN DE BIJSTURING VAN STRATEGIE

411

11.1 Inleiding 11.2 De ex ante evaluatie van de strategie 11.2.1 Procesmatige factoren bij de ex ante evaluatie van de strategie 11.2.2 Inhoudelijke factoren bij de ex ante evaluatie 11.3 Bijsturing van de strategie 11.3.1 Redenen voor laattijdige bijsturing van de strategie 11.3.2 Attributiemechanismen

413 413 414 415 417 417 418


18

strategisch management

11.3.3 Parameters voor de beoordeling van een gevolgde strategie 11.3.4 Dataverwerking bij het managen van de organisatie als een open systeem 11.4 Besluit 11.5 Referenties

HOOFDSTUK 12 PRESTATIEMANAGEMENT IN DE PUBLIEKE SECTOR 12.1 Inleiding 12.2 Prestatiemeting en prestatiemanagement in de publieke sector 12.2.1 Fundamenten van prestatiemeting en prestatiemanagement 12.2.2 Niveaus van prestatiemeting en prestatiemanagement 12.2.3 Gevolgen van prestatiemanagement 12.3 De Balanced Scorecard 12.3.1 Principes van de Balanced Scorecard 12.3.2 HiĂŤrarchische relaties tussen de perspectieven in de BSC 12.3.3 Voorwaarden voor en aandachtspunten bij de succesvolle implementatie van een BSC 12.4 Het Common Assessment Framework 12.4.1 Kwaliteit in de Publieke Sector 12.4.2 Het Common Assessment Framework: doelstellingen 12.4.3 Het model van het Common Assessment Framework 12.5 Employee performance management-systemen 12.5.1 Employee performance management als systeem 12.5.2 Employee performance management en strategische planning 12.6 Besluit 12.7 Referenties

Deel 7 Organiseren van publieke organisaties HOOFDSTUK 13 OPTIES OM PUBLIEKE DIENSTVERLENING TE ORGANISEREN. KEUZEMOGELIJKHEDEN, -CRITERIA EN IMPLICATIES 13.1 Inleiding 13.2 Invulling van haar taken door de publieke organisatie

418 418 422 422

423 425 425 425 427 429 430 430 434 435 439 439 439 442 445 445 448 450 450

453

455 457 457


inhoudstafel

13.3 13.4 13.5 13.6 13.7

19

13.2.1 Keuzemogelijkheden Criteria voor het kiezen van de vorm van taakinvulling Gevolgen van de keuze tussen de verschillende vormen van taakinvulling Politieke determinanten van de keuze tussen de vormen van taakinvulling Besluit Referenties

HOOFDSTUK 14 ORGANISATIE, ORGANISATIESTRUCTUUR EN ORGANISATIEONTWERP 14.1 Inleiding 14.2 Het begrip “organisatie” in de organisatiestructuurtheorie 14.3 Organisatiestructuur 14.3.1 De definitie van “organisatiestructuur” 14.3.2 De formele en de informele organisatiestructuur 14.3.3 De horizontale en de verticale organisatiestructuur 14.4 Organisatieontwerp: het proces van het structureren van de organisatie 14.4.1 Organisatieontwerp volgens Richard Daft 14.4.2 Organisatieontwerp volgens Henry Mintzberg 14.5 Dominante organisatiestructuren 14.5.1 De functionele structuur 14.5.2 De divisiestructuur 14.5.3 De matrixstructuur 14.5.4 De “horizontale structuur” of de processtructuur 14.5.5 De realiteit van organisatiestructuren: de hybride structuur 14.6 De organisatiestructuurtheorie van Mintzberg 14.6.1 De zes basisdelen van de organisatie 14.6.2 De zes coördinatiemechanismen 14.6.3 De verschillende vormen van decentralisatie 14.6.4 De zeven structuurconfiguraties van organisaties 14.7 De bureaucratie als typeconfiguratie voor publieke organisaties? 14.7.1 Weber, grondlegger van de bureaucratische organisatie 14.7.2 De relatie tussen de leeftijd en omvang van een organisatie en de mate van bureaucratisering 14.7.3 De tekortkomingen van de bureaucratische organisatie 14.7.4 De adaptieve organisatie als antwoord op het mechanistische karakter van de bureaucratische organisatie 14.8 De effecten van informatie- en communicatietechnologie op organisatievraagstukken

457 463 465 466 467 468

469 471 471 472 472 473 475 481 482 483 486 487 488 489 490 493 494 495 496 498 498 500 502 503 505 507 509


20

strategisch management

14.9 Besluit 14.10 Referenties 14.11 Appendix: De juridisch-bestuurskundige interpretatie van organisatiestructuur (Veny, 2002)

HOOFDSTUK 15 ORGANISATIECULTUUR, DE “ONTASTBARE KANT” VAN DE ORGANISATIE EN VAN HET ORGANISEREN 15.1 Inleiding 15.2 Het concept “organisatiecultuur” 15.3 Componenten van organisatiecultuur 15.3.1 Het Ui-model van Sanders & Neuijen 15.3.2 Het Cultural Web-model van Johnson & Scholes 15.3.3 De functies van organisatiecultuur 15.4 Types van organisatiecultuur 15.5 Subculturen binnen de organisatie 15.6 Het veranderen en verankeren van een organisatiecultuur 15.6.1 Voorwaarden voor cultuurverandering 15.6.2 Technieken voor het veranderen van een organisatiecultuur 15.6.3 De rol van leiderschap bij het veranderen van een organisatiecultuur 15.6.4 Socialisatie als techniek om organisatiecultuur te verankeren 15.7 Besluit 15.8 Referenties

HOOFDSTUK 16 ORGANISATIENETWERKEN 16.1 Inleiding 16.2 Soorten netwerken 16.2.1 Soorten netwerken op basis van het doel 16.2.2 Soorten netwerken op basis van bestuur 16.2.3 Soorten netwerken op basis van de aard van de partners 16.2.4 Soorten netwerken op basis van de aan- of afwezigheid van “ketenmanagement” 16.3 Typerende kenmerken van netwerken 16.4 Waarom worden netwerken gevormd? 16.5 Management van netwerken 16.5.1 De noodzaak aan netwerkmanagement 16.5.2 Besluitvorming en beslissingsbevoegdheid binnen netwerken

514 515 517

519 521 521 523 524 526 527 528 530 531 532 533 534 535 538 538

541 543 544 544 544 546 546 547 549 551 551 551


inhoudstafel

16.6 16.7

16.8 16.9 16.10

16.5.3 Coördinatie binnen netwerken 16.5.4 Leiderschap binnen netwerken 16.5.5 Contracten en controle binnen netwerken Effectiviteit van organisatienetwerken Succesfactoren en uitdagingen voor succesvol netwerkmanagement 16.7.1 Balanceren tussen interne en externe legitimiteit 16.7.2 Balanceren tussen flexibiliteit en stabiliteit 16.7.3 Spanningsvelden tussen waarden en doelstellingen van de partners beheersen 16.7.4 Oorzaken van falen en slagen van netwerken 16.7.5 Aandachtspunten voor netwerken in de publieke sector Besluit Referenties Bijlage

HOOFDSTUK 17 MACHT EN OVERLEVEN IN DE PUBLIEKE SECTOR 17.1 17.2

17.3 17.4 17.5 17.6

Inleiding Overleven van publieke organisaties 17.2.1 Omgeving en dynamiek 17.2.2 Doelbereiking en legitimiteit Overlevingstactieken van publieke organisaties De politieke dimensie in publieke organisaties Besluit Referenties

Auteurs van de gastbijdragen

21

552 552 553 554 555 556 556 557 557 558 559 560 561

563 565 565 565 567 569 569 573 574

575


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Inhoudsopgave 40 by Uitgeverij Lannoo - Issuu