Skip to main content

Het 321 superslimme weetjesspel — Online boek

Page 1


Mathilda Masters

met illustraties van Louize Perdieus

SUPER SLIMME

INHOUD

1 ALLES EN NOG WAT

1 Zweet – Je kunt wel 8 liter zweten in 24 uur

2 Ogen – Je knippert ongeveer 14.500 keer per dag met je ogen

3 Darmen – Je spijsverteringskanaal is ongeveer 9 meter lang

4 Formule 1 – Formule 1-piloten zijn ontzettend fit

5 Voetbal – Het grootste voetbalstadion ter wereld ligt in Noord-Korea

6 Olympische medailles – Michael Phelps is gebouwd om te zwemmen

7 Basketbal – De kleinste baskbetbalspeler was 1,60 meter

8 Olympische Spelen – De olympische spelen werden al twee keer in de lage landen georganiseerd

9 Ruimtevaart – De eerste vrouw in de ruimte was een Russin

10 Roald Dahl – Roald Dahl was ooit een spion

11 Barbie – Barbie was ooit een echt meisje

12 De Honderdjarige Oorlog – Jeanne d’Arc was een tomboy (en dat deed haar op de brandstapel belanden)

13 Julius Caesar – Julius Caesar was een ijdeltuit

14 De Tweede Wereldoorlog – Anne Frank zag twee jaar geen straaltje zon

15 De Eerste Wereldoorlog – De meeste doden aan het einde van De Eerste Wereldoorlog vielen door... de griep

16 Dagen en hun naam – De goden gaven onze dagen hun naam

17 Continenten en werelddelen – Meer dan de helft van alle mensen woont in Azië

18 Mount Everest – De top van de hoogste berg op aarde zit bijna altijd in de wolken

19 Buideldieren – In Oceanië lopen een paar heel bijzondere dieren rond

20 De Masai – De favoriete kleur van de Masai is (bloed)rood

ALLES OVER GESCHIEDENIS

1 De oerknal – Het heelal begon met een knal

2 Het schrift – Neem allemaal je stilus en je kleitablet...

3 Egyptische goden – De Egyptenaren moesten altijd even nadenken om te weten welke god ze moesten aanroepen

4 De steen van Rosetta – De wonderlijke vertaalsteen

5 Hannibal – Hannibal en zijn olifanten

6 Het leger van de keizer – De keizer die een leger meenam in het graf

7 Ridders – Rond je zesde verjaardag kon je naar de ridderschool

8 Karel de Grote – Karel de Grote was de grondlegger van ons schrift

9 Koning Arthur – Koning arthur bestond (waarschijnlijk) niet

10 Ontdekkingsreizigers – Te voet de wereld over

11 Maffe middeleeuwse koningen – Richard Leeuwenhart

12 Ziekte en dood – De pestmeester zag eruit als een griezelige vogel

13 Boekdrukkunst – Hoe druk je snel honderden boeken?

14 Leonardo da Vinci – Da Vinci schreef alles in spiegelschrift

15 Het oude Rome – Alle wegen leidden ooit echt naar rome

16 De kolonisatie van Australië – In Australië bleef maar een derde van de oorspronkelijke bevolking over

17 Lodewijk xiv – Lodewijk xiv gaf de beste feesten

18 Napoleon – Napoleon Bonaparte, keizer van de wereld

19 De Eerste Wereldoorlog – Dikke Bertha en de Rode Baron –geheime wapens van de Duitsers

20 De Tweede Wereldoorlog – Duitsland begint een bliksemoorlog

ALLES OVER WETENSCHAP

1 Atomen – Alles (dus jij ook) bestaat uit atomen

2 Mars – Zo rood als... Mars

3 Jupiter – Jupiter heeft 79 manen (en misschien nog wel meer)

4 Ruimtevaart – Voetafdrukken blijven zichtbaar op de maan

5 E=mc2 – E=mc2

6 De aardbol – De meeste mensen wonen op het noordelijk halfrond

7 Aardbevingen – Voetbalsupporters kunnen de aarde laten trillen

8 Grote getallen – Een googol is geen griezelig monster

9 Ademen – Je ademt maar door één neusgat tegelijkertijd

10 PI of π – Lust jij ook een stukje pi(e)?

11 Priemgetallen – Zeef eens wat getallen

12 Botten – Een paar botte(n)weetjes...

13 Sociale wetenschappen – Sociale wetenschappen gaan altijd over de mens

14 Fobieën – Bang, banger… een fobie

15 Marie Curie – De naam Curie is goed voor meer dan vijf nobelprijzen

16 Ivan Pavlov – Ivan Pavlov en de kwijlende hond

17 Alfred Nobel – Alfred Nobel, de man van de nobelprijzen

18 Meten is weten – De glazen bollen van de weerman of -vrouw

19 Broeikasgas – De aarde is een enorme serre

20 Plastic – 160.000 plastic tasjes per seconde

4

ALLES WAT GROEIT EN BLOEIT

1 Coco de mer – Sommige zaden wegen wel 30 kilo

2 Zuurstof – Één op de tien ademteugen dank je aan een piepkleine bacterie

3 Bomen – Jaarringen tellen is een vak

4 Voortplanting bij planten – Meeldraden en stamper: de voortplantingsorganen van de plant

5 Dinosaurussen – Hoe weten onderzoekers welke kleuren dino’s hadden?

6 Vlinders – Vlinders en andere meesterlijke ‘transformers’

7 Madeliefjes – Madeliefjes zetten de verwarming aan

8 Paardenbloemen – De nederige maar fantastische paardenbloem

9 Sinaasappelen – Wilde sinaasappelen bestaan niet

10 Pratende planten – Planten hebben elkaar heel wat te vertellen

11 Glimwormen – Steek je licht maar aan als je wilt daten

12 Vogels op de versiertoer – Mannetjesvogels zetten hun beste pootje voor

13 Familiebeestjes – Familiebeestjes

14 Springen en vliegen in de natuur – Springen zonder trampoline

15 Bewegende planten – Planten bewegen meer dan je denkt

16 Cellen – Toon me één cel en ik zeg of je een plant of een dier bent

17 Amoeben – De woeste jager onder de eencelligen

18 Schimmels – Is een schimmel een plant of een dier?

19 Bacteriën – Al jouw bacteriën samen vormen een extra orgaan

20 Waterlelies – Mooi, maar oh zo agressief

5 ALLES WAT LOOPT, ZWEMT OF VLIEGT 103

1 Olifanten – Olifanten springen geen touwtje

2 Leeuwen – Het is geen wonder dat ‘leeuw’ rijmt op ‘geeuw’

3 Giraffen – Een giraf kan zijn oren uitlikken

4 Kolibries – Een kolibrie kan achteruit vliegen

5 Zebra’s – Geen twee zebra’s zijn hetzelfde

6 Zeekatten – De zeekat zorgt voor een onderwater-discoshow

7 Eekhoorns – Wie kan er in de schaduw van zijn eigen staart zitten?

8 Katten – Knappe kattenweetjes

9 Regenwormen – Mijn tien harten slaan alleen voor jou...

10 Uilen – Uilen horen hun maaltijd lopen

11 Vlinders – Vlinders proeven met hun pootjes

12 Vogelbekdieren – Het vogelbekdier is waarschijnlijk het bijzonderste dier op de planeet

13 Kogelvissen – Een vis met superkracht

14 Haringen – Zeg het met een knetterende scheet!

15 Lieveheersbeestjes – Hoe lief is een lieveheersbeestje?

16 Beermarters – De beermarter ruikt heerlijk naar popcorn

17 Lynxen – Lynxen hebben speciale poten om over sneeuw te lopen

18 Orang-oetans – De mens uit het bos heeft heel lange armen

19 Orka’s – Orka’s zijn geen walvissen maar dolfijnen

20 Luiaards – De luiaard doet zijn naam eer aan

6

ALLES OVER KUNST 125

1 De eerste beeldjes – Beeldjes van zwangere vrouwen

2 De Venus van Milo – De mooiste vrouw zat verborgen onder de grond

3 Het Lam Gods – De spannende avonturen van het Lam Gods

4 Portret van een groteske vrouw – De lelijke gravin

5 Mona Lisa – Het beroemdste schilderij ter wereld

6 De Nachtwacht – Het ongelofelijke verhaal van De Nachtwacht

7 Antoon van Dyck – Hoe Antoon Sir Anthony werd

8 Jan Steen – Je herkent de brouwer in de schilderijen van Jan Steen

9 Vincent van Gogh – Nu wereldberoemd, maar arm tijdens zijn leven

10 James Ensor – Ensor zette mensen een masker op

11 Salvador Dalí – Is hij een gek of een genie?

12 De vrouw van Diego Rivera –Een kleurrijk leven vol pijn

13 Yayoi Kusama – De stippen van Yayoi Kusama

14 Christo – Zal ik het voor je inpakken?

15 David – ‘Ik haal eruit wat erin zit’

16 Kleuren – Draai eens aan het kleurenwiel

17 Verf – Kies de juiste verf voor je schilderij

18 Symbolen – Er zit meer in een kunstwerk dan je denkt

19 De grot van Lascaux – Een prehistorisch museum

20 Het Louvre – Van fort tot wereldberoemd museum

4 FORMULE 1-PILOTEN ZIJN ONTZETTEND FIT

Formule 1-piloten zijn ontzettend getrainde sporters en autoracen is de sport met de allergrootste fysieke uitdaging.

De hartslag van een racepiloot loopt tijdens een wedstrijd op tot wel 200 slagen per minuut. Dat is hoger dan bij voetballers of hardlopers, die 150 tot 160 slagen per minuut halen. Die hoge hartslag komt vooral door de fysieke inspanning, maar ook omdat een coureur de hele tijd ontzettend geconcentreerd moet zijn en (bijna letterlijk) op het puntje van zijn stoel zit. Een plotselinge rembeweging of een inhaalmanoeuvre jaagt de hartslag pijlsnel de hoogte in.

De nekspieren van een formule 1-piloot worden heel zwaar belast. Tijdens het remmen in de bochten werkt de zwaartekracht vier tot vijf keer harder dan normaal. Voor de racepiloot voelt het of zijn hoofd wel vier of vijf keer zo zwaar is. Om zijn hoofd recht te houden, heeft hij heel sterke rug- en nekspieren nodig. Sommige coureurs dragen daarom tijdens hun trainingen een helm die wel 10 kilo weegt.

Coureurs wegen na een race 2 tot 3 kilo minder. Dat komt omdat ze zoveel vocht verliezen.

5 HET GROOTSTE VOETBALSTADION TER

WERELD LIGT IN NOORD-KOREA

Het 1 mei-stadion in Pyongyang, de hoofdstad van Noord-Korea, heeft plek voor ongeveer 150.000 toeschouwers. In het stadion, dat een magnoliabloem voorstelt, worden af en toe sportieve evenementen georganiseerd, zoals een partij voetbal of een atletiekwedstrijd. Maar meestal dient het enorme stadion om de Koreaanse leider te verheerlijken. Dat gebeurt in grote militaire parades of turn- en dansevenementen waaraan wel 100.000 mensen deelnemen.

Het grootste voetbalstadion in Europa is Camp Nou in het Spaanse Barcelona, waar 99.354 toeschouwers kunnen genieten van de wedstrijden van FC Barcelona.

Het Marina Bay-stadion in Singapore ligt in het water van de haven. Er is plaats voor 30.000 mensen en de omgeving ziet er waanzinnig futuristisch uit.

6

MICHAEL PHELPS IS GEBOUWD

OM TE ZWEMMEN

Michael Phelps is een Amerikaanse zwemmer. Hij haalde op de Olympische Spelen in Rio in 2016 zijn 23ste gouden medaille. Een deel van zijn succes heeft hij te danken aan de bijzondere bouw van zijn lichaam.

Michael Phelps heeft om te beginnen grote handen en grote voeten. Met zijn schoenmaat 48,5 zit hij duidelijk boven het gemiddelde.

Bovendien heeft hij ook een erg smalle taille en erg lange armen. Van wijsvinger tot wijsvinger zijn die armen 8 centimeter langer dan zijn lichaamslengte. Dat komt maar bij heel weinig mensen voor. Het heet ‘de aapfactor’. Met die lange armen kan hij gemakkelijker zijn lichaam door het water trekken.

De afstand tussen zijn ribben en heupen is bovendien 10 centimeter langer dan gemiddeld.

Omdat hij zijn gewrichten verder kan strekken dan andere mensen, kunnen zijn benen een grotere zwaai maken en ook dat levert hem voordeel op in het zwembad.

Naast zijn bouw heeft Michael Phelps ook het voordeel dat hij zijn voedsel ontzettend goed verbrandt. Hij kan enorm veel eten en het pijlsnel verteren.

7 DE KLEINSTE BASKBETBALSPELER

WAS 1,60 METER

Ben je zelf niet heel groot? En wil je toch een basketbalspeler worden?

Geen probleem! Kijk maar naar Muggsy Bogues, die met zijn 1,60 meter en 62 kilo een professionele basketbalspeler werd. Tyrone Curtis ‘Muggsy’ Bogues werd geboren in Baltimore in 1965. Hij speelde al basketbal op de middelbare school en later op de universiteit. Dat deed hij zo goed dat hij in 1987 werd aangenomen bij de Washington Bullets.

Op het basketbalveld zie je natuurlijk ook heel lange spelers rondlopen. De twee grootste professionele basketbalspelers waren de Roemeense Gheorghe Muresan en Manute Bol uit Soedan, allebei 2,31 meter.

Het gemiddelde ligt trouwens op net iets meer dan 2 meter, wat behoorlijk lang is.

Voor de echte basketfans:

LeBron James: 2,03 meter

Michael Jordan: 1,98 meter

Magic Johnson: 2,06 meter

8 DE OLYMPISCHE SPELEN WERDEN

AL TWEE KEER IN DE LAGE LANDEN

GEORGANISEERD

In 1920 was het de beurt aan België om de Olympische Zomerspelen te organiseren. Ze vonden plaats in Antwerpen. Duitsland en Oostenrijk werden niet uitgenodigd. Dat had te maken met de Eerste Wereldoorlog, die toen net was afgelopen. Omdat in Rusland een burgeroorlog plaatsvond, waren er ook geen Russische atleten aanwezig.

De Zweedse Oscar Gomer Swahn won een zilveren medaille bij het onderdeel schieten tijdens deze Olympische Spelen. Hij was toen 72 en is tot nu toe de oudste medaillewinnaar ooit.

Acht jaar later was Nederland aan de beurt om de Olympische Spelen te organiseren in Amsterdam. Er waren 46 landen aanwezig en ook Duitsland nam weer deel.

Fans weten misschien dat niemand minder dan Tarzan op deze Olympische Spelen twee gouden medailles won bij het onderdeel zwemmen. Of tenminste: Johnny Weissmüller won de medailles. Hij zou later zestien jaar lang de rol van Tarzan vertolken in de films.

9 DE EERSTE VROUW IN DE RUIMTE WAS

EEN RUSSIN

Valentina Vladimirovna Tereshkova ging mee als kosmonaut met de Vostok 6 op 16 juni 1963. Een kosmonaut is de Russische benaming voor een astronaut of ruimtevaarder.

Valentina werd geboren op 6 maart 1937 en ging na haar schooltijd in een textielfabriek werken. Maar ze wou meer bereiken in haar leven en studeerde ook techniek. Toen ze zag dat de regering naar kosmonauten op zoek was, schreef ze zich samen met vierhonderd anderen in als kandidaat om naar de ruimte te vliegen. Valentina’s droom werd werkelijkheid en in juni 1963 ging ze aan boord van het ruimteschip Vostok 6 de ruimte in. Ze vloog 48 keer rond de aarde en bleef drie dagen in de ruimte voor ze weer op aarde landde. De bevolking was zo trots op haar dat haar foto op een postzegel werd gezet.

Nadat ze was teruggekeerd uit de ruimte, ging Valentina studeren aan de luchtvaartacademie. Ze werd kosmonaut-ingenieur.

10 ROALD DAHL WAS OOIT EEN SPION

Jij kent Roald Dahl ongetwijfeld als de schrijver van prachtige boeken als Sjakie en de chocoladefabriek, Matilda en De GVR. Maar Roald Dahl was niet altijd een schrijver.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij een tijdje spion. Hij moest voor de Engelse geheime dienst de Verenigde Staten bespioneren. Ze stuurden hem naar de Engelse ambassade in Washington. Daar moest hij proberen uit te vissen of de Verenigde Staten zich al dan niet met de oorlog zouden bemoeien.

Roald Dahl was ook een tijdje gevechtspiloot bij de Engelse luchtmacht. Helaas stortte zijn vliegtuig neer en raakte hij ernstig gewond. Roald was zelfs een tijdje blind.

In 1943 schreef Roald zijn eerste kinderboek. Dat heette The Gremlins. De inspiratie haalde hij uit zijn tijd als piloot. Bij de luchtmacht waren ‘Gremlins’ de kleine monstertjes die een vliegtuig in de problemen brachten tijdens het vliegen.

Roald Dahl schreef zijn verhalen in een kleine hut die in zijn tuin stond.

11

BARBIE WAS OOIT EEN ECHT MEISJE

Meneer en mevrouw Handler uit de Verenigde Staten hadden een speelgoedfabriek. Thuis zag mevrouw Handler dat haar dochtertje

Barbara het liefst met kartonnen aankleedpoppetjes speelde. Ze maakte er jurken en hoedjes en broeken voor en was uren met de poppen bezig. In 1959 besloot mevrouw Handler om een kleine plastic pop te laten maken die er helemaal als een volwassen vrouw uitzag. De pop moest een heel uitgebreide garderobe krijgen. Ze noemde haar Barbie, het troetelnaampje dat ze ook voor haar dochter gebruikte.

Twee jaar later kreeg Barbie een vriend. Die werd Ken genoemd, naar mevrouw Handlers zoon Kenneth.

Extra Barbieweetjes:

De officiële geboortedag van Barbie is 9 maart 1959.

De allereerste barbiepop droeg een wit met zwart gestreept badpak en had een paardenstaart.

12 JEANNE D’ARC WAS EEN TOMBOY

(EN DAT DEED HAAR OP DE BRANDSTAPEL BELANDEN)

Tijdens de Honderdjarige Oorlog probeerde Engeland Frankrijk te veroveren. Op een dag kwam een Frans boerenmeisje, Jeanne d’Arc, bij de toekomstige Franse koning aankloppen. Zij vertelde Karel vii dat God haar had verteld dat zij de Engelsen zou verjagen. God zou er ook voor zorgen dat Karel koning werd.

Jeanne knipte haar lange haren af en trok een wit harnas aan. Ze verdreef de Engelsen uit Orléans en behaalde nog een paar andere overwinningen. Karel vii werd tot koning gekroond.

Helaas werd Jeanne gevangengenomen door Bourgondische troepen en verkocht aan de Engelsen. Die lieten haar berechten op verdenking van ketterij. De rechter veroordeelde Jeanne tot de brandstapel. Op haar negentiende werd ze verbrand in Rouen. Haar resten werden in de rivier de Seine gegooid om te voorkomen dat de mensen een gedenkplaat zouden oprichten voor het arme meisje.

Extra weetje:

De Honderdjarige Oorlog duurde eigenlijk 116 jaar, van 1337 tot 1453. Het ging om een reeks oorlogen, onderbroken door korte perioden van vrede. Inzet van de oorlog was de Franse troon.

13

JULIUS CAESAR WAS EEN IJDELTUIT

Julius Caesar wordt vaak afgebeeld met een lauwerkrans. Dat was eigenlijk een krans voor overwinnaars van de Olympische Spelen. De krans werd gemaakt van laurierblaadjes. Die hadden volgens de dokters uit die tijd een genezende werking.

Julius Caesar droeg graag een lauwerkrans. Hij vond het namelijk nogal erg dat hij bijna kaal was. Hij kamde de weinige haren die hij nog had naar voren om toch vooral niet kaal te lijken.

Cleopatra, met wie hij een verhouding had, zou zijn hoofd ingestreken hebben met een zalf die ze zelf bedacht had. Er zaten verbrande muizen, berenvet, paardentanden en ruggenmerg van een hert in. We weten niet of Cleopatra een grapje uithaalde met haar lief of niet.

14 ANNE FRANK ZAG TWEE JAAR

GEEN STRAALTJE ZON

In 1933 kwam Hitler met zijn partij de NSDAP aan de macht in Duitsland. Hitler had een hekel aan Joodse mensen. Hij vond dat ze allemaal uitgeroeid moesten worden.

De familie Frank voelde zich niet meer veilig in Duitsland. Vader Otto Frank verhuisde in 1933 met zijn vrouw Edith naar Nederland om een bedrijf op te richten. Maar toen Hitler in 1940 met de oorlog begon, was het ook in Amsterdam niet meer veilig. De familie Frank probeerde nog naar Amerika of een ander ver land te vluchten, maar dat lukte niet meer.

Vanaf 1942 moesten ze onderduiken. Ze verborgen zich in het achterhuis van een grachtenpand op de Prinsengracht 263. Voor de deur schoven ze een boekenkast die gedraaid kon worden. Zo zagen de Duitse soldaten niet waar de Joodse families verborgen waren. Meer dan twee jaar zaten de onderduikers opgesloten in het achterhuis zonder één keer buiten te komen. Anne hield heel die tijd een dagboek bij.

Toen werden ze verraden. Op 4 augustus 1944 werden Anne Frank en haar familie naar het concentratiekamp in Auschwitz gebracht. Uiteindelijk zou alleen vader Otto Frank de concentratiekampen overleven. Wie de families verraden heeft, werd nooit ontdekt.

15 DE MEESTE DODEN AAN HET EINDE

VAN DE EERSTE WERELDOORLOG

VIELEN DOOR... DE GRIEP

Van 1914 tot 1918 woedde de Eerste

Wereldoorlog, die aan meer dan zeventien miljoen mensen het leven kostte. Maar in het laatste jaar van die oorlog kwam er een griep bij die de catastrofe nog veel groter maakte. Meer dan vijftig miljoen mensen gingen dood aan de Spaanse griep. Bij de soldaten waren er zelfs meer die stierven aan de griep dan door bommen of kogels.

De Spaanse griep begon als een gewone griep met koorts, hoesten en keelpijn. Daarna kregen de zieken een longontsteking die haast niet te genezen was. Ademen was heel moeilijk. De mensen werden letterlijk blauw omdat ze geen zuurstof binnenkregen en stierven snel daarna.

Meestal sterven vooral oudere mensen en jonge kinderen aan de griep, maar bij de Spaanse griep werden vooral mensen tussen de twintig en veertig jaar het slachtoffer. Dat kwam omdat de ziekte heel veel soldaten trof. Zij verbleven in dichtbevolkte soldatenkampen, waar ze wachtten op de boten om terug naar huis te keren. Zo kon de griep heel snel om zich heen grijpen en veel slachtoffers maken. De ziekte verspreidde zich via de soldaten over de hele wereld. Daarom spreken we niet over een ‘epidemie’ maar een ‘pandemie’, een ziekte die over de hele wereld heerst.

16 DE GODEN GAVEN ONZE DAGEN HUN NAAM

Maandag werd in het Latijn dies Lunae genoemd, de dag van de maan.

Dinsdag heette in het Latijn dies Martis, de dag van Mars. Mars was de Romeinse god van de oorlog. In het Oudnoors werd hij Týr genoemd en in het Germaans Tiwaz. Daarin herken je het woord ‘dinsdag’, als je wat moeite doet.

Woensdag was dies Mercurii, de dag van Mercurius. De god Mercurius heette in het Germaans Wodan. De Germanen gebruikten de naam van hun eigen god om woensdag te benoemen.

Dat deden ze ook met donderdag. Jovis of Jupiter was een god en een planeet. In het Germaans noemden ze hem Donar.

Vrijdag werd naar Venus genoemd: dies Veneris. Venus was de godin van de schoonheid en van de liefde. In het Germaans heette ze Frija en daarin herken je nog het woord vrijdag.

Saturnus gaf zijn naam aan zaterdag. Hij was de Romeinse god van de natuur.

De zon bewaarden ze tot het laatst. Zondag is de letterlijke vertaling van dies solis of dag van de zon.

17

MEER DAN DE HELFT VAN ALLE MENSEN WOONT IN AZIË

Eurazië is het grootste continent op aarde. Een continent is een grote hoeveelheid land die grotendeels omringd wordt door water. Op aarde zijn er vijf continenten: Eurazië, Afrika, NoordAmerika, Zuid-Amerika, Antarctica en Australië.

Er zijn zeven werelddelen: Azië, Afrika, Europa, Noord-Amerika, Zuid-Amerika, Antarctica en Oceanië. Een werelddeel is een deel van de wereld met een eigen cultuur en geschiedenis. Werelddelen en continenten zijn dus niet helemaal hetzelfde.

Het werelddeel Azië bedekt ongeveer een derde van het gehele aardoppervlak. De totale oppervlakte van het Aziatische werelddeel bedraagt zo’n 44 miljoen km2. Ongeveer 60% van de wereldbevolking woont op dit werelddeel. Dat zijn meer dan vier miljard mensen, die verspreid zijn over een vijftigtal landen.

18 DE TOP VAN DE HOOGSTE BERG OP AARDE

ZIT BIJNA ALTIJD IN DE WOLKEN

De Mount Everest is de hoogste berg ter wereld. Hij ligt in het Himalayagebergte op de grens van Nepal en Tibet. Zijn top steekt maar liefst 8848 meter boven de zeespiegel uit. In Nepal kenden ze de berg natuurlijk al veel langer. Ze noemen hem de Sagarmatha of Chomolungma.

Al heel wat landen probeerden de hoogte van de berg te bepalen, maar het duurde tot 2010 voor iedereen akkoord ging met de toegepaste berekening. De hoogte stond vanaf dat moment officieel op 8848 meter.

Klimmers worden begeleid door sherpa’s. Dat zijn mensen uit Tibet die ten zuiden van de Grote Himalaya, het hoogste deel van de Himalaya, leven. Het zijn bijzonder goede klimmers, dragers en berggidsen.

19 IN OCEANI Ë LOPEN EEN PAAR HEEL

BIJZONDERE DIEREN ROND

De kangoeroe is het nationale symbool van Australië. Er leven ongeveer vijftig miljoen kangoeroes in Australië, die onderverdeeld zijn in meer dan zestig soorten. Het zijn buideldieren met hele lange achterpoten, waarmee ze enorme sprongen kunnen maken.

Tasmaanse duivels komen alleen in Tasmanië voor. Het zijn dieren met een zwarte en witte vacht die tussen de rotsen leven. Helaas heerst er een akelige ziekte onder de dieren, waardoor de Tasmaanse duivel bijna is uitgestorven. Gelukkig hebben de Australiërs inmiddels allerlei fokprogramma’s bedacht waarmee ze proberen om het aantal Tasmaanse duivels weer te laten toenemen.

De koala is een en al schattigheid. Met zijn grappige kopje ziet hij eruit als een pluizige teddybeer. Toch kun je maar beter uit zijn buurt blijven, want meneer en mevrouw koala hebben lange nagels en kunnen flink bijten. Gelukkig gebeurt dat alleen als ze wakker zijn en dat gebeurt niet zo vaak. Koala’s liggen namelijk zo’n 22 uur per dag lekker te slapen in een grote eucalyptusboom.

20 DE FAVORIETE KLEUR VAN DE MASAI

IS (BLOED)ROOD

De Masai zijn een Afrikaans volk uit Kenia en Tanzania. Hun geiten, koeien en schapen zijn hun belangrijkste bezit. Ze eten het vlees, drinken de melk, gebruiken de huid om hun hutten te bekleden en maken kammen en andere gebruiksvoorwerpen van de botten. In het droge seizoen, als de dieren weinig melk geven, drinken ze zelfs het bloed van de koeien. Gelukkig hoeft de koe daarvoor niet te sterven. Ze schieten met hun boog een kleine pijl in de nek van het dier en laten ongeveer een halve liter bloed in een kalebas lopen. Dat is een soort fles gemaakt van een uitgeholde pompoen. Daarna verzorgen ze de wond. De koe gaat weer naar de kudde en leeft rustig verder. Voor ze het opdrinken, lengen ze het bloed eventueel aan met melk.

Om te tonen dat ze fit en sterk zijn, springen de morani of jonge krijgers bij de Masai zo hoog ze kunnen. Hun lichaam blijft kaarsrecht en hun hielen mogen de grond niet raken tussen de sprongen. De morani die het hoogst en mooist springen, zijn de sterkste en meest mannelijke krijgers. De springdans wordt adamu of adumu genoemd.

ALLES OVER GESCHIEDENIS

1

HET HEELAL BEGON MET EEN KNAL

13,7 miljard jaar geleden gebeurde er iets waardoor het heelal ontstond. Op dat moment was het heelal nog piepklein, niet veel groter dan een knikkertje. Maar in dat knikkertje zat heel veel energie. Op een dag ontplofte het. Dat noemen we de oerknal of big bang. Vlak na de explosie was alles vloeibaar, maar heel snel ontstonden minuscuul kleine deeltjes die door de ruimte zweefden. Na een tijdje gingen die stofjes aan elkaar plakken.

Het heelal groeide pijlsnel en koelde intussen af. Dat afkoelen duurde behoorlijk lang. Pas 400.000 jaar later was alles koud genoeg om samen te klonteren tot grotere delen: atomen.

Die atomen gingen ook weer samenklitten. Zo ontstonden sterren.

De theorie van de oerknal werd in 1931 bedacht door de Belgische priester en sterrenonderzoeker George Lemaître. In het begin geloofden de mensen hem niet, maar inmiddels weten wetenschappers bijna voor honderd procent zeker dat de oerknal heeft plaatsgevonden. Wat er vóór die oerknal was, weten we niet.

Extra weetje:

De oerknal knalde niet. Een geluid bestaat uit trillingen en om die te kunnen horen, moeten die trillingen ergens tegenaan botsen. Omdat er nog niets was, kon het ook niet knallen. De naam ‘oerknal’ is dus een beetje fout gekozen.

2

NEEM ALLEMAAL JE STILUS

EN JE KLEITABLET...

Stel je voor dat je een veehandelaar bent in 3300 voor Christus. Je wilt opschrijven dat je zes koeien verkocht hebt, maar dat is moeilijk. Het schrift is nog niet uitgevonden! Je kunt zes streepjes zetten, maar hoe weet je over een paar maanden nog dat het over koeien ging en niet over geiten of schapen?

De Soemeriërs vonden er iets op. Ze drukten met een stokje tekens in zachte klei. Om het gemakkelijker te maken vormden ze tabletten van klei, als een soort pagina’s.

Ze zetten niet alleen streepjes voor het aantal koeien, maar tekenden er een koeienhoofd bij. De tabletten lieten ze drogen in de zon, zodat ze bewaard bleven. Het schrift was uitgevonden.

Natuurlijk is het niet handig om telkens een koeienhoofd te tekenen. Dat kost veel tijd. Bovendien is het moeilijk om uit te beelden dat het om ‘grote’ of ‘oude’ koeien gaat. Daarom vereenvoudigden de Soemeriërs de pictogrammen tot simpele tekens. Tegen 2800 voor Christus was het beeldschrift een klankschrift. Daarbij stond één teken voor één of meerdere lettergrepen. Van rietstengels werden stilussen of schrijfstokken gemaakt om gemakkelijk tekens te kunnen drukken in de zachte klei. Die tekens zagen eruit als spijkers. Daarom werden ze spijkerschrift genoemd.

3 DE EGYPTENAREN MOESTEN ALTIJD

EVEN

NADENKEN OM TE WETEN WELKE GOD

ZE MOESTEN AANROEPEN

De oude Egyptenaren hadden een bijzonder goed geheugen nodig. Ze moesten meer dan vijftienhonderd goden onthouden! Elke god had zijn eigen taken en verantwoordelijkheden. Als je een fout maakte bij het aanbidden van een godheid, kon je er zeker van zijn dat je problemen kreeg.

Horus was een van de belangrijkste goden. Meestal werd hij afgebeeld met de kop van een valk. Volgens de Egyptenaren kon geen andere vogel hoger vliegen.

De god Ra of Re was de zonnegod. Hij heerste over de hemel en de aarde en zorgde ervoor dat de aarde verwarmd werd. Daardoor kon alles groeien en bloeien.

Bijna elke god kreeg een tempel waar alleen de farao naar binnen mocht. De farao of Egyptische koning was de tussenpersoon tussen de mensen en de goden. Hij vertegenwoordigde de goden op aarde.

4 DE WONDERLIJKE VERTAALSTEEN

Het klinkt als iets uit Harry Potter, maar dat is het niet. De vertaalsteen is beter bekend als de Steen van Rosetta. Hij werd in 1799 gevonden in de Egyptische plaats Rosetta. Er stond een tekst op in drie verschillende schriften. Bovenaan stond de tekst in Egyptische hiërogliefen. Daarvan wisten de archeologen niet wat ze betekenden. Eronder stond de tekst in Egyptisch demotisch schrift dat was afgeleid van de hiërogliefen. Helemaal onderaan stond de tekst in het Grieks, een taal die de archeologen gelukkig wel konden lezen.

Het lukte Jean-François Champollion in 1822 om de volledige tekst op de Steen van Rosetta te ontcijferen. Hij schreef een soort woordenboek waardoor iedereen hiërogliefen kon leren lezen. Die ontdekking was heel belangrijk. Vanaf dat moment kwamen wetenschappers heel veel te weten over de Egyptische samenleving.

5 HANNIBAL EN

ZIJN OLIFANTEN

Hannibal was de meest geduchte tegenstander van de Romeinen in de Tweede Punische Oorlog. In 218 voor Christus trok hij naar Italië over de Pyreneeën en de Alpen.

De generaal had niet alleen veel manschappen bij zich, maar ook 37 olifanten. Dat was niet zo vreemd. In Azië werden wel vaker olifanten gebruikt om te vechten, maar in Europa was het nog iets heel bijzonders. Het was knap dat Hannibal met die olifanten over de hoge bergtoppen kwam, maar niet alle dieren redden het: slechts vijftien overleefden de tocht en streden tegen de Romeinen. Eén olifant overleefde de strijd. Dat was Surus, de lievelingsolifant van Hannibal.

Het blijft een wonder dat het Hannibal lukte om met zulke grote dieren over de bergen te trekken. Naar het schijnt liet hij zich goed informeren door lokale gidsen voor hij aan zijn avontuur begon. Kun jij je de gezichten van de lokale bewoners voorstellen toen er een enorm leger met olifanten de berg over kwam?

DE KEIZER DIE EEN LEGER MEENAM

IN HET GRAF

De Chinese keizer Qin gaf de opdracht om een enorm graf voor hem te bouwen. Het mausoleum was een paleis met daarop een grafheuvel van 115 meter hoog. Rondom de grafheuvel kwamen tempels en andere gebouwen. Er waren honderden grafkamers. De muur om het mausoleum was 10 meter hoog en 12 meter breed. Het werd het ‘paleis voor de eeuwigheid’ genoemd. Qin zou er eeuwig leven.

Meer dan zevenhonderdduizend mensen bouwden mee aan het mausoleum. Toen alles klaar was, werden de arbeiders levend begraven. Zo konden ze de geheimen van het mausoleum niet verder vertellen. In de buurt van het keizerlijke graf zijn een heleboel massagraven met botten ontdekt.

De keizer nam zelfs een leger mee dat hem moest vergezellen in het hiernamaals. Duizenden krijgers moesten hem beschermen. Ze zijn gemaakt van een soort klei (terracotta) en dragen allemaal echte wapens. Het terracottaleger werd in 1974 toevallig ontdekt door boeren die aan het graven waren. De ontdekking wordt de grootste archeologische vondst van de twintigste eeuw genoemd. Van de honderd kamers in het mausoleum zijn er nog heel veel niet opengemaakt – onder andere het graf van keizer Qin. Archeologen zijn bang om het te beschadigen. Ze vermoeden ook dat er automatische kruisbogen bij het graf staan die pijlen afschieten zodra het geopend wordt. Behoorlijk spannend!

7 ROND JE ZESDE VERJAARDAG KON

JE NAAR DE RIDDERSCHOOL

Ridder werd je niet van de ene dag op de andere. Je mocht de opleiding alleen volgen wanneer je een jongen was en uit een adellijke familie kwam.

Vanaf je zesde of zevende jaar werd je page in dienst van een ridder. Tot je dertiende ging je naar school en kreeg je extra les in paardrijden en gevechtstechnieken. Als je slaagde, kon je schildknaap worden. Je moest op het paard, de wapens, het harnas en alle persoonlijke spullen van de ridder passen en hem in zijn harnas helpen. Soms moest je mee ten strijde trekken en tonen dat je op het slagveld je mannetje kon staan.

Vanaf je twintigste kon je tot ridder geslagen worden. Dat was een grote ceremonie waarbij je trouw beloofde aan je heer. Je moest zelf een harnas, een paard en wapens kopen.

Een volledige uitrusting kostte tien keer het jaarloon van een boogschutter! Ridders kwamen dus meestal uit de allerhoogste klassen. Kon je het toch niet zelf betalen, dan moest je proberen alles te winnen op een toernooi.

8

KAREL DE GROTE WAS DE GRONDLEGGER VAN ONS SCHRIFT

Karel de Grote was de zoon van Pepijn de Korte en Bertha met de Grote Voeten. In 768 stierf zijn vader en kreeg hij de helft van diens land. Amper drie jaar later stierf ook zijn broer en kreeg hij de rest van het land erbij. Karel regeerde vanaf dat moment over het grootste deel van West-Europa.

Karel de Grote deed een aantal zaken waarvoor de Kerk hem erg dankbaar was. Ten eerste verdreef hij de Langobarden die naar Rome oprukten. Ten tweede sloeg hij een opstand tegen de paus neer. Daarom werd

Karel op 25 december 800 tot keizer van het Roomse Rijk gekroond. Dat was het hoogste wat je kon bereiken.

Karel was een groot voorstander van onderwijs. Hij nodigde een heleboel geleerden uit op het paleis die hem moesten onderwijzen in allerlei vakken. Door monniken liet hij nieuwe letters ontwerpen die veel gemakkelijker waren om te lezen en te schrijven. Ons schrift is daarop gebaseerd.

9 KONING ARTHUR BESTOND

(WAARSCHIJNLIJK) NIET

Waarschijnlijk heb je weleens van koning Arthur gehoord, de legendarische koning die in de middeleeuwen heerste over Engeland. Merlijn de tovenaar bracht hem als kind in veiligheid bij een edelman. Toen hij oud genoeg was, lukte het Arthur om een zwaard uit een steen te halen. Die steen had Merlijn op het kerkhof van Londen gezet. Alleen de echte koning van Engeland zou het zwaard kunnen verwijderen.

Arthur werd koning en liet het paleis Camelot bouwen. Het zwaard

van Merlijn brak, maar de koning kreeg een nieuw exemplaar van de Vrouwe van het Meer. Dat zwaard heette Excalibur. Toen hij met de mooie Guinevere trouwde, kreeg hij een ronde tafel cadeau waaraan plaats was voor twaalf ridders. Hun belangrijkste opdracht was het vinden van de heilige graal: een schaal of beker met het bloed van Christus.

Het zijn prachtige verhalen, maar ze zijn niet waar. Geschiedkundigen weten zelfs niet zeker of er ooit een koning Arthur heeft bestaan.

10 TE VOET DE WERELD OVER

In 1254 werd in Venetië Marco Polo geboren. De jongen wilde een stukje van de wereld zien. Rond zijn zestiende vertrok hij met zijn vader en oom naar het Oosten. Ze gebruikten een schip, paarden en kamelen om er te komen. Marco en co. trokken over bergen en door woestijnen. Ze gingen onder andere naar Perzië, Indië en China. Als we de verhalen mogen geloven, verbleef Marco zelfs zeventien jaar in China. Hij reisde ook naar het eiland Sumatra, waar hij apen zag ‘met het gezicht van een mens’. Dat waren orang-oetans, dieren waar ze in het Westen nog nooit van gehoord hadden.

Marco Polo bracht eigenlijk de zijderoute in kaart. Hij ontdekte heel wat boeiende zaken. Hij leerde ook bijzondere specerijen en kruiden kennen en bracht een heleboel edelstenen mee van zijn reizen.

11 MAFFE MIDDELEEUWSE KONINGEN:

RICHARD LEEUWENHART

Over Richard i van Engeland – beter bekend als Richard Leeuwenhart –valt veel te vertellen. Hij regeerde van 1189 tot 1199 over Engeland. Daarbij vocht hij niet alleen tegen zijn vader, maar nam hij het ook regelmatig op tegen zijn broers. De naam Leeuwenhart kreeg hij omdat hij een vechtersbaas was die met plezier ten strijde trok. Hij was hard, maar ook moedig en had naar het schijnt een goed gevoel voor humor.

Hij werd vooral bekend omdat hij persoonlijk deelnam aan de derde kruistocht. Richard boekte een paar overwinningen tijdens de kruistocht en kreeg de oosterse vorst Saladin zover dat christenen Jeruzalem weer binnen mochten.

Waarom vinden we hem toch een beetje maf? Richard Leeuwenhart was koning van Engeland, maar tijdens zijn regeerperiode verbleef hij amper zes maanden in dat land. Hij sprak nauwelijks Engels. Zijn moedertaal was Frans. Hij schreef zelfs liedjes in die taal.

In 1199 kreeg de koning tijdens een veldslag een pijl in zijn schouder, waardoor hij stierf. Zijn lichaam werd op drie plaatsen in Frankrijk begraven: zijn hart ging naar de kathedraal van Rouen, zijn ingewanden gingen naar Poitou en de rest van zijn lichaam ging naar Anjou. Er ging geen stukje naar Engeland...

12 DE PESTMEESTER ZAG ERUIT ALS

EEN GRIEZELIGE VOGEL

In 1347 brak de pest uit in Europa. De ziekte begon in Italië en verspreidde zich razendsnel over heel Europa. Eerst kreeg je hoge koorts. Er verschenen dikke bulten in je lies, oksels of hals en donkerpaarse vlekken op je lichaam. Vaak moest je bloed ophoesten.

Heel wat mensen dachten dat God hen strafte voor al hun zonden. Om boete te doen organiseerden ze grote processies. Ze liepen biddend door de straten van de stad en droegen kruisbeelden mee. Zo hoopten ze God wat gunstiger te stemmen. Ze beseften helaas niet dat ze de ziekte zo op elkaar overdroegen en nog verder verspreidden.

Dokters hadden geen flauw idee hoe ze de ziekte moesten behandelen. Ze zetten bloedzuigers op de pestlijders die de slechte stoffen uit het lichaam moesten zuigen. Soms maakten ze kleine sneetjes in de armen van de patiënt om bloed naar buiten te laten vloeien.

Om zichzelf te beschermen droegen de dokters of pestmeesters een dikke jas en een griezelig vogelmasker. Aan het masker zat een lange snavel, die ze volstopten met kruiden zodat ze de slechte lucht die rond pestlijders hing, niet hoefden in te ademen.

Wereldwijd stierven vijfenzeventig tot tweehonderd miljoen mensen. Het was een van de verschrikkelijkste rampen ooit.

13

HOE DRUK JE SNEL HONDERDEN BOEKEN?

Het oudste boek dat we kennen en waar een datum op staat, komt uit China en dateert van 868. Het is een boekrol van aan elkaar geplakte bladen van wel 5 meter lang. Om het te drukken werd de hele tekst uit een houtblok gesneden. Dat blok werd ingesmeerd met inkt en op een papier gedrukt. Waarschijnlijk brachten kooplieden dat idee in de veertiende eeuw mee vanuit China.

Het was natuurlijk een heel gedoe om elke pagina telkens volledig uit hout te snijden. Bovendien sleten de houtblokken snel, zodat je de gedrukte letters niet meer kon lezen. Johannes Gutenberg vond er iets op: hij gebruikte kleine, metalen blokjes met op elk blokje één letter. Je raadt al hoe het werkte: Gutenberg schoof de blokjes tegen elkaar tot woorden, zinnen en hele pagina’s om ze vervolgens te drukken. De blokjes konden telkens opnieuw gebruikt worden en sleten veel minder snel dan hout. Rond 1451 verscheen de eerste gedrukte Bijbel. De versieringen op de pagina’s werden nog wel uit hout gesneden, op de pagina’s gedrukt en dan met de hand ingekleurd.

14 DA VINCI SCHREEF ALLES

IN SPIEGELSCHRIFT

Kun jij je iemand voorstellen die tegelijkertijd schilder, beeldhouwer, ingenieur, wetenschapper én uitvinder is? Het zijn veel beroepen voor één mens, maar toch was er ooit zo iemand. Hij heette Leonardo da Vinci en leefde van 1452 tot 1519. Zijn bekendste werken zijn de Mona Lisa – een schilderij dat je in het Louvre in Parijs kunt bekijken – en Het Laatste Avondmaal – een muurschildering in het klooster van Santa Maria delle Grazie in Milaan.

Misschien zag je ooit de tekening van de Mens van Vitrivius. Het is een naakte man met gestrekte armen. De tekening laat perfect zien wat de ideale verhoudingen van het menselijk lichaam zijn.

In zijn aantekenboeken maakte Leonardo schetsen van wonderlijke machines: een fiets, een helikopter, een vliegtuig, een parachute, speciale oorlogswapens, een rekenmachine... Hij beschreef ook hoe al die zaken werkten.

De aantekenboeken zijn niet alleen bijzonder vanwege wat erin staat. Leonardo da Vinci schreef ook in spiegelschrift. Waarom hij dat deed, weten we niet. Gebruikte hij het spiegelschrift als een soort geheimtaal zodat je het niet gemakkelijk kon lezen? Of schreef hij zo omdat hij linkshandig was en geen vlekken wilde maken tijdens het schrijven? Het blijft voor eeuwig een raadsel.

15 ALLE WEGEN LEIDDEN OOIT ECHT

NAAR ROME

Ooit heersten de Romeinen over een groot deel van de wereld. Ze hadden een rijk van zo’n vijf miljoen vierkante kilometer met 85 miljoen inwoners. Rome was het centrum waar de keizer woonde.

Het was voor de Romeinen natuurlijk erg belangrijk om gemakkelijk op alle plaatsen waar ze heersten te komen. De zandwegen die er lagen, waren niet geschikt voor snel transport. Daarom legden de Romeinen een enorm netwerk van wegen aan dat door Afrika, Europa en Azië liep.

De Romeinse wegen werden bij ons ‘heirwegen’ genoemd. ‘Heir’ betekent leger. Dat kwam omdat vooral het leger de wegen gebruikte. Heirwegen waren rechte wegen die je gemakkelijk kon berijden met Romeinse wagens, die niet zo wendbaar waren. Op sommige van die wegen kun je nu nog altijd rijden.

Extra weetje:

Het spreekwoord ‘alle wegen leiden naar Rome’ betekent dat er meerdere manieren zijn om je doel te bereiken. Hoe je het doet maakt niet zoveel uit. De uitkomst is hetzelfde.

16 IN AUSTRALIË BLEEF MAAR EEN DERDE VAN DE

OORSPRONKELIJKE BEVOLKING OVER

De kolonisatie van Australië door de Britten in de achttiende eeuw was een regelrechte ramp voor de oorspronkelijke bevolking van Australië, die er al vijftigduizend jaar woonden. Ze waren jagers en verzamelaars. Ze gebruikten boemerangs om dieren te doden.

Volgens de Britten was Australië een land ‘zonder mensen’. Het behoorde aan niemand toe. De oorspronkelijke bewoners werden dus zelfs niet als mensen beschouwd. De Britten vermoordden een heleboel oorspronkelijke bewoners en pakten hun land af.

En alsof dat niet erg genoeg was, brachten de Britten ook nieuwe ziekten mee. De oorspronkelijke bewoners waren daar niet tegen bestand en duizenden van hen stierven. Van de driehonderdduizend (of meer) oorspronkelijke oorspronkelijke bewoners bleven er amper honderdduizend over.

Extra weetje:

De oorspronkelijke bewoners leefden in heel Australië. Er waren wel vijfhonderd bevolkingsgroepen met vaak een eigen taal, cultuur en godsdienst. Maar geen enkele bevolkingsgroep vond dat ze het land waarop ze woonden, ‘bezat’. Het land was van iedereen. Dat veranderde natuurlijk toen de kolonisten alles opeisten.

17 LODEWIJK XIV GAF DE BESTE FEESTEN

Lodewijk xiv ken jij misschien beter als de Zonnekoning. Die naam bleef plakken nadat hij had meegedaan aan een ballet waarin hij de zon speelde. De koning vond het wel toepasselijk. Hij zag zichzelf als de zon die met haar stralen heel Europa bereikte. Lodewijk was niet bepaald een bescheiden koning.

In zijn jeugd moest Lodewijk een paar keer vluchten voor opstandige edelen in Parijs. Daarom liet hij een prachtig kasteel bouwen buiten de hoofdstad. Het heette Versailles. Er woonden wel tienduizend mensen. Zesduizend mensen werkten voor de koning – dat waren koks, hulpkoks, lakeien, tuinmannen, dienstmeisjes... Vierduizend waren edelen. Zij wilden allemaal zo dicht mogelijk bij de koning wonen om in zijn gunst te komen. Lodewijk hield wel van dat gevlei en gebruikte het om de edelen in de pas te laten lopen.

In zijn paleis gaf de Zonnekoning fantastische feesten waar iedereen graag bij wilde zijn. Hij stak Bengaals vuurwerk af waarbij een grote letter L in de lucht verscheen. Er waren het lekkerste eten, de beste muziek en de meest fantastische acrobaten. Maar Lodewijk wilde ook een echte veldheer zijn, een krijgsman. Helaas was Lodewijk minder goed in oorlog voeren dan in feesten. Zijn veldslagen kostten handenvol geld en brachten weinig op. Vlak voor zijn dood zei hij tegen zijn achterkleinzoon: ‘Ik heb te veel van oorlog gehouden. Volg mij hierin niet na.’ Lodewijk xiv stierf op 1 september 1715. Hij liet Frankrijk verarmd en in chaos achter.

18 NAPOLEON BONAPARTE, KEIZER

VAN DE WERELD

Napoleon Bonaparte is waarschijnlijk een van de bekendste mensen uit de geschiedenis.

Hij werd in 1769 als Napoleone di Buonaparte geboren op Corsica. Napoleon was een kei in wiskunde en kon bijzonder goed kaartlezen. Die eigenschappen hielpen hem bij zijn latere veldtochten.

In 1799 heerste hij al over Frankrijk en in de jaren die volgden, kreeg hij bijna heel Europa onder zijn gezag. In 1804 kroonde hij zichzelf tot keizer in de Notre-Dame. Intussen zette hij zijn veldtochten voort. Hij probeerde Groot-Brittannië binnen te vallen, maar werd in 1805 verslagen door Nelson.

In 1812 trok Napoleon met een leger van vierhonderdduizend soldaten naar Rusland. Ze kwamen aan in Moskou, maar de stad was platgebrand en er was niemand meer. De soldaten hadden geen eten en de winter stond voor de deur. Napoleon kon niet anders dan teruggaan. Duizenden van zijn soldaten stierven van honger en kou.

Een jaar later werd Napoleon in Leipzig verslagen door een aantal Europese legers. Hij werd verbannen naar het eiland Elba, maar wist te ontsnappen. Hij voerde opnieuw een veldtocht tegen de Engelsen.

In 1815 werd hij in het Belgische Waterloo verslagen door een leger van Engelsen en Pruisen. Deze keer stuurden ze hem verder weg – naar St. Helena, een klein eiland in de Atlantische Oceaan. Napoleon stierf er in 1821.

19 DIKKE BERTHA EN DE RODE BARON –

GEHEIME WAPENS VAN DE DUITSERS

In de Eerste Wereldoorlog probeerden de Duitsers een paar nieuwe wapens uit. Ze gaven ze soms bijzondere namen, zoals Dikke Bertha. Dat was geen heel dikke Duitse mevrouw die de vijand probeerde te verpletteren, maar wel een enorm kanon. Dat kon granaten tot wel 1160 kilogram afschieten. Zo lukte het de Duitsers om heel veel forten aan flarden te bombarderen.

Beide partijen zetten ook vliegtuigen in. De piloot zat in een open cockpit met een warme jas en handschoenen aan om hem te beschermen tegen de kou. De bommen werden in het begin door de piloot uit het vliegtuig geworpen boven het doel. Later werden bommenwerpers op de vliegtuigen gemonteerd. De meest gevreesde piloot in de oorlog was de Duitser Manfred von Richthofen. Hij vloog met een knalrood vliegtuig. Daarom werd zijn bijnaam de Rode Baron. Iedereen was bang voor hem omdat hij zo’n goede gevechtspiloot was.

Ook de zeppelin werd ingezet, onder andere boven Londen. Vanuit die zeppelin werden bommen naar beneden gegooid.

20 DUITSLAND BEGINT EEN BLIKSEMOORLOG

De wereld was nog lang niet hersteld van de Eerste Wereldoorlog toen in 1939 een tweede grote oorlog begon. In Duitsland was Adolf Hitler aan de macht gekomen met zijn Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij – kort: de nazi’s. Hij had één doel: zo snel mogelijk Europa veroveren en een enorm rijk stichten. Daarvoor wilde hij een Blitzkrieg of bliksemoorlog voeren, waarbij hij snel en onverwacht landen zou binnenvallen.

Het eerste land dat Hitler met zijn leger binnenviel, was Polen in 1939. Groot-Brittannië en Frankrijk verklaarden korte tijd later de oorlog aan Duitsland. Al snel was de wereld in twee kampen verdeeld. De asmogendheden vochten mee met Duitsland; dat waren Italië en vanaf 1941 ook Japan. Aan de andere kant stonden de geallieerden; dat waren GrootBrittannië, Frankrijk, de Verenigde Staten, China, de Sovjet-Unie en een heleboel kleinere landen.

Driekwart van de wereldbevolking werd betrokken bij deze oorlog. Het ging om 1,7 miljard mensen uit 61 verschillende landen. In de Tweede Wereldoorlog vielen maar liefst 72 miljoen doden wereldwijd, van wie 40 miljoen burgers.

ALLES OVER WETENSCHAP

1

ALLES (DUS JIJ OOK) BESTAAT UIT ATOMEN

Een atoom is een bouwsteen, net zoals een legoblokje. Kijk maar even om je heen. Alles wat je ziet – de bloemen, de planten, jouw lichaam en zelfs de lucht – bestaat uit atomen. Die atomen zijn zo klein dat je ze met het blote oog onmogelijk kunt zien. Toch bestaat er een microscoop waarmee je atomen wél kunt zien.

In het midden van het atoom zit de atoomkern. Die bestaat uit protonen die een positieve elektrische lading hebben, en neutronen die niet geladen zijn. Rond dat puntje zweven allerlei kleinere stipjes die we elektronen noemen. Elektronen zijn negatief geladen. De positieve en de negatieve lading heffen elkaar op zodat een atoom geen lading heeft en dus neutraal is.

In kerncentrales worden minuscuul kleine atoomkernen gesplitst. Dat heet ‘kernsplijting’ en er komt een massa energie bij vrij. Die energie noemen we kernenergie.

2 ZO ROOD ALS... MARS

De planeet Mars kreeg haar naam van de Romeinse oorlogsgod Mars omdat ze bloedrood kleurt. Haar bijnaam is dan ook ‘de rode planeet’. Mars is de vierde planeet van de zon en staat dus verder van de zon dan planeet aarde. Het duurt ongeveer 687 dagen voor Mars een rondje om de zon heeft gedraaid. Dat is bijna twee keer zo lang als de aarde erover doet.

De rode kleur komt door de bovenste bodemlaag van stof die zorgt voor de roodbruine kleur van bijvoorbeeld verroest ijzer. Die bovenste stoflaag wordt ook regoliet genoemd. Het is heel fijn stof met rode, bruine en oranje tinten, dat gemakkelijk wordt meegenomen door de grote zandstormen die soms maandenlang op de planeet woeden.

Mars heeft twee heel kleine manen: Phobos en Deimos.

3 JUPITER HEEFT 79 MANEN

(EN MISSCHIEN NOG WEL MEER)

Jupiter is de grootste en zwaarste planeet uit ons zonnestelsel en heeft ook heel veel manen. Op dit moment kennen we er negenenzeventig, maar er worden nog altijd nieuwe manen van Jupiter ontdekt. Alleen Saturnus heeft op dit moment meer manen: 82.

De vier grootste manen van Jupiter zijn

Callisto, Europa, Ganymedes en Io. Ze worden weleens de Galileïsche manen genoemd, omdat ze al in 1610 door de beroemde wetenschapper Galileo Galilei (hij was natuurkundige, astronoom, wiskundige en filosoof!) werden opgemerkt. Het duurde tot 1892 voor er nog andere manen ontdekt werden. Dat kwam doordat er veel betere telescopen kwamen waarmee het mogelijk werd om ook veel kleinere objecten in de ruimte te zien. Van de 79 manen van Jupiter hebben er 63 namelijk een doorsnede van minder dan 10 kilometer.

4

VOETAFDRUKKEN BLIJVEN

ZICHTBAAR OP DE MAAN

De eerste man die op de maan stond, was Neil Armstrong. Dat gebeurde op 21 juli 1969 tijdens de Apollo 11-missie. Van hem zijn de beroemde woorden: ‘Een kleine stap voor de mens, een grote sprong voor de mensheid.’

Er zijn in totaal nog maar twaalf mensen op de maan geweest. Dat gebeurde tijdens de Apollo-missies tussen 1969 en 1972. Het is inmiddels alweer vijftig jaar geleden dat er voor het laatst een mens voet op de maan zette. Er staan nieuwe maanmissies gepland in 2027.

Na meer dan vijftig jaar zijn de voetafdrukken nog steeds zichtbaar. Dat blijft nog wel een tijdje zo, want op de maan is er geen wind of regen die de voetafdrukken kan wegblazen of wegspoelen. Het is natuurlijk niet helemaal zeker dat de voetafdrukken voor eeuwig en altijd zichtbaar zullen blijven. Er slaan regelmatig micrometeorieten in op het maanoppervlak en die kunnen ervoor zorgen dat de voetafdrukken beschadigd worden.

E= mc 2

E=mc2 is de bekendste formule uit de relativiteitstheorie. Het was de wetenschapper Albert Einstein die hem bedacht. De E staat voor energie, de m voor massa en de c voor de snelheid van het licht. Energie is dus de massa maal de snelheid van het licht in het kwadraat. Omdat de lichtsnelheid ontzettend hoog is, kun je met een klein beetje massa heel veel energie opwekken.

Je gebruikt de formule om de werking van een kernreactor te begrijpen waarin kernsplijting plaatsvindt.

De kern van een atoom bestaat uit protonen met een positieve lading en neutronen zonder lading. Om de kern heen zitten elektronen met een negatieve lading. In een atoom zijn evenveel protonen als elektronen aanwezig.

De neutronen verschillen van atoom tot atoom. Dat heet ‘isotoop’. De isotoop kan stabiel zijn, waardoor de kern goed bij elkaar blijft. Maar hij kan ook onstabiel zijn, waardoor je hem kunt splijten. Uranium is een stof met een zware instabiele kern. Die kun je splijten door er losse neutronen tegenaan te schieten. De kern valt uit elkaar in twee lichtere kernen en enkele losse neutronen.

Als je de kern opnieuw in elkaar zou proberen te zetten, zou je merken dat je een stukje mist. Dat stukje is omgezet in een hele grote hoeveelheid energie. Daar gaat de formule van Einstein over.

6 DE MEESTE MENSEN WONEN OP HET

NOORDELIJK HALFROND

De aardbol is verdeeld in twee halfronden. De grens tussen beide is de evenaar. Het noordelijk halfrond bevindt zich boven de evenaar, het zuidelijk eronder. Noord-Amerika en Europa liggen volledig op het noordelijk halfrond. Zuid-Amerika, Afrika en Azië liggen gedeeltelijk op het noordelijk halfrond en gedeeltelijk op het zuidelijk halfrond. Alleen Australië en Antarctica bevinden zich volledig op het zuidelijk halfrond.

Bijna 70 procent van al het land op onze planeet ligt ten noorden van de evenaar. Het grootste deel van het zuidelijk halfrond – maar liefst 80 procent – bestaat uit water.

Het zal je dus niet verbazen dat er veel meer mensen op het noordelijk halfrond wonen dan op het zuidelijk halfrond. Momenteel lopen er ongeveer 7,8 miljard mensen op onze aardbol rond. 90 procent daarvan – of ongeveer 6,5 miljard – leeft ten noorden van de evenaar.

Ten zuiden van de evenaar liggen vooral veel onbewoonbare eilanden, het continent Antarctica, tropische regenwouden en hoge bergkammen.

7

VOETBALSUPPORTERS KUNNEN

DE AARDE LATEN TRILLEN

Een aardbeving ontstaat door het trillen van de aardkorst. Dat gebeurt wanneer er erg veel energie in de aardkorst zit die vrijkomt. Die energie kan van natuurlijke bronnen komen, zoals bijvoorbeeld landverschuivingen, het bewegen van de aardplaten of vulkanen die actief worden. Ze kan ook door de mens veroorzaakt worden, zoals een nucleaire explosie of een ontploffing in een mijn.

De kracht van aardbevingen wordt meestal gemeten op de schaal van Richter. Het getal op die schaal geeft de sterkte van de trillingen aan. Je kunt de trillingen meten met een seismometer. Dat instrument zet de trillingen om in een grafiek, het seismogram. Hoe hoger het getal, hoe sterker de trillingen.

In 1960 werd in Chili in de provincie Valdivia de sterkste aardbeving ooit gemeten. Ze had 9,5 op de schaal van Richter. De enorm sterke beving veroorzaakte ook een tsunami of vloedgolf. Ze kostte aan ongeveer zesduizend mensen het leven.

Wist je dat zelfs voetbalsupporters voor een aardbeving kunnen zorgen? Tijdens het wereldkampioenschap voetbal in 2018 werden trillingen van het aardoppervlak gemeten door seismometers. Ze zouden veroorzaakt zijn door Mexicaanse voetbalsupporters toen ze vreugdesprongen maakten tijdens de 0-1 goal tegen Duitsland.

8 EEN GOOGOL IS GEEN GRIEZELIG MONSTER

Heb je weleens gehoord van een googol? Dat is 10 tot de 100ste macht of een 1 met 100 nullen: 10.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.

000.000.000.000.000.000.000.000. 000.000. 000.000.000.000.000.000.000.000. 000.000.000.

De googol kreeg zijn naam in 1920 van Milton Sirotta, een Amerikaanse jongen van negen. Zijn oom, de wiskundige Edward Kasner, gebruikte de naam voor het eerst. Een googol is een heel erg groot getal en als je goed luistert, hoor je er de naam in van de bekendste zoekmachine ter wereld: Google.

Hieronder vind je een overzicht van enkele machten van 10.

Macht Benaming

100 één 101 tien

102 honderd 103 duizend 106 miljoen

10100 googol

9 JE ADEMT MAAR DOOR ÉÉN NEUSGAT

TEGELIJKERTIJD

Je ademt ongeveer twaalf tot veertien keer per minuut. Je neus speelt daarbij een heel belangrijke rol. Hij zorgt ervoor dat de lucht die je inademt gefilterd, bevochtigd en verwarmd wordt. Maar wist je dat je – meestal – maar door één neusgat tegelijkertijd ademt?

Je gebruikt beide neusgaten om te ademen, maar die wisselen elkaar af. Dat wordt de neuscyclus of nasale cyclus genoemd. Het zorgt ervoor dat de neusvleugels om de beurt opzwellen. Aan de kant waar het neusslijmvlies opzwelt en uitzet, komt maar weinig lucht door. Je ademt dan vooral met je andere neusgat. De neuscyclus wordt aangestuurd door je hersenen, met name door de hypothalamus en het autonoom zenuwstelsel. Dat zenuwstelsel is betrokken bij een heleboel processen die je onbewust doet en die automatisch geregeld worden. Denk maar aan je hartslag, je spijsvertering en dus ook je ademhaling. Allemaal zaken waarover je – gelukkig maar! – niet hoeft na te denken.

10 LUST JIJ OOK EEN STUKJE PI (E) ?

Pi is de verhouding tussen de omtrek en de diameter van een cirkel. Als je de omtrek deelt door de diameter, is de uitkomst altijd π of ongeveer 3,14. Het maakt daarbij niet uit hoe groot de cirkel is. π is een wiskundige constante. Dat wil zeggen dat de waarde altijd dezelfde is. Pi is ook een irrationaal getal, wat betekent dat je het nooit helemaal exact kunt bepalen. Je kunt het alleen maar benaderen. Er staan dus oneindig veel getallen na de komma en in die getallen zit geen herhaling.

De berekening van getallen na de komma van het π-getal wordt gebruikt om de snelheid van computers te meten.

Op 14 maart is het overal ter wereld internationale π-dag. In Amerika schrijf je als datum namelijk eerst de maand en dan de dag: 3 14 dus of het getal pi. En omdat pi in het Engels hetzelfde wordt uitgesproken als pie ([pai], Engels voor taart), wordt er op die dag extra veel taart gegeten!

11 ZEEF EENS WAT GETALLEN

Een priemgetal is een getal groter dan 1 en enkel deelbaar door 1 en door zichzelf.

Eratosthenes van Cyrene, die leefde in Alexandrië rond 240 voor Christus, was een heel geleerd man. Hij stelde een simpele manier voor om priemgetallen te vinden: de zeef van Eratosthenes.

Je kunt er zelf mee aan de slag gaan:

Maak een lijst van alle getallen van 2 tot het maximum dat je zelf kiest (bijvoorbeeld 100).

Schrap alle veelvouden van 2 (4, 6, 8, 10...), maar laat de 2 zelf staan.

Ga naar het volgende getal in de lijst, 3.

Schrap alle veelvouden van 3.

De 3 zelf laat je staan.

Herhaal de stappen tot je geen veelvouden meer vindt. Als een getal al doorstreept is, ga je meteen naar het volgende.

Aan het einde zul je alle priemgetallen onder de 100 overhouden:

2 3 5 7 11 13 17 19 23 29 31 37 41 43 47 53 59 61 67 71 73 79 83 89 97

100 is de som van de eerste negen priemgetallen:

2 + 3 + 5 + 7 + 11 + 13 + 17 + 19 + 23 = 100

12 EEN PAAR BOTTE (N) WEETJES...

Als je geboren wordt, heb je ongeveer 270 tot 300 botten. Maar tegen de tijd dat je volwassen bent, zijn er gemiddeld nog 206 over. Dat komt omdat sommige van je botten nog aan elkaar moeten groeien. Er staat ‘gemiddeld 206’, want sommige mensen hebben meer of minder botten. Je kunt bijvoorbeeld meer botten hebben, omdat je een extra paar ribben hebt. Of juist minder botten omdat bepaalde ruggenwervels aan elkaar zijn gegroeid.

Je dijbeen – het bot tussen je heup en je knie – is het grootste bot in je lichaam. Het kleinste bot is de stijgbeugel. Dat is een van de gehoorbeentjes die geluidstrillingen doorgeven van het trommelvlies naar het binnenoor.

In je botten zit calcium. Door te meten hoeveel calcium er in je botten zit, kun je de minerale botdensiteit bepalen. Hoe meer calcium hoe sterker je botten. De minerale botdensiteit is het hoogst rond je 21ste levensjaar.

13

SOCIALE WETENSCHAPPEN GAAN

ALTIJD OVER DE MENS

Sociale wetenschappers bestuderen de mens en zijn gedrag. Daarom worden ze ook weleens gedragswetenschappers genoemd.

Psychologen bestuderen hoe mensen denken, hoe ze zich voelen en hoe ze zich gedragen. Ze proberen te begrijpen waarom iemand iets doet.

De mens is een heel sociale diersoort die graag in een groep leeft. Die groepen worden bestudeerd door sociologen. Ze kijken naar de regels die in verschillende groepen bestaan en hoe de mensen daarmee omgaan. Het gaat daarbij om de maatschappij in haar geheel, maar ook om kleinere groepen als scholen of families.

Antropologen kijken naar mensen en culturen van de prehistorie tot nu. Ze vergelijken verschillende gemeenschappen met elkaar en proberen te beschrijven welke verschillen en gelijkenissen er zijn.

Ten slotte zijn er nog economie en politieke wetenschappen. Economen willen weten hoe mensen rijkdom vergaren en verdelen. Politieke wetenschappers bestuderen alles wat te maken heeft met besturen en regeren.

14 BANG, BANGER… EEN FOBIE

Iedereen is weleens bang. Dat is heel normaal. Maar sommige mensen zijn zo bang dat ze niet meer normaal kunnen functioneren. Iemand met een fobie heeft een onverklaarbare en heel grote angst voor iets.

Mensen met arachnofobie hebben een vreselijke angst voor spinnen. Zelfs als ze een piepklein spinnetje zien, springen ze al tegen het plafond van schrik. Mensen met agorafobie – de angst om een plein over te steken –durven vaak helemaal niet meer buiten te komen.

We geven je nog de namen van een paar bijzondere fobieën mee: coulrofobie = angst voor clowns hippopotomonstrosesquippedaliofobie = angst voor lange woorden xanthofobie = angst voor de kleur geel eisoptrofobie = angst voor spiegels en je spiegelbeeld plutofobie = angst voor geld selachofobie = angst voor haaien

15 DE NAAM CURIE IS GOED VOOR

MEER DAN VIJF NOBELPRIJZEN

De appel valt niet ver van de boom. Kijk maar naar de Frans-Poolse familie Curie en hun loopbaan in de wetenschap. Het gezin Curie-Skłodowska kreeg maar liefst vijf Nobelprijzen in wetenschappelijke disciplines en zelfs een Nobelprijs voor de Vrede. Die laatste mocht de schoonzoon van Pierre en Marie Curie in ontvangst nemen toen hij algemeen directeur was van Unicef.

Marie en Pierre Curie kregen in 1903 samen de Nobelprijs voor Natuurkunde voor hun onderzoek naar straling. Ze deelden de prijs met de Franse natuurkundige Antoine Henri Becquerel. Acht jaar later, in 1911, kreeg Marie Curie een Nobelprijs voor Scheikunde voor haar ontdekking van de radioactieve elementen radium en polonium.

Marie Curie was niet alleen de eerste vrouw die een Nobelprijs ontving, maar ook de eerste persoon die twee keer de prijs kreeg. Ze werd bovendien de eerste vrouwelijke hoogleraar aan de prestigieuze Sorbonne-universiteit in Parijs.

De schriften met wetenschappelijke aantekeningen van Pierre en Marie Curie zijn nog altijd radioactief en worden bewaard in speciale loden dozen.

16 IVAN PAVLOV EN DE KWIJLENDE

HOND

De naam Ivan Pavlov laat misschien wel een belletje rinkelen. De Russische fysioloog deed onderzoek naar spijsvertering, waarvoor hij in 1904 een Nobelprijs voor Geneeskunde kreeg.

Tijdens een van zijn studies wilde de wetenschapper de speekselproductie van honden bij verschillende soorten voedsel meten. Hij merkte op dat het kwijlen al startte vóór de honden voedsel kregen. Zelfs wanneer de honden dachten dat ze voedsel zouden krijgen, begonnen ze al te kwijlen. Pavlov onderzocht dat eigenaardige verschijnsel verder en testte het door enkele tellen voor de honden eten kregen, een belletje te laten rinkelen. En ja hoor, na een tijdje kwijlden de honden al als ze het belletje hoorden. Dat fenomeen werd bekend als klassieke conditionering, de theorie waarmee Pavlov beroemd zou worden.

17 ALFRED NOBEL, DE MAN VAN

DE NOBELPRIJZEN

Alfred Nobel was een Zweedse scheikundige, ingenieur, ontdekker en zakenman. Zijn bekendste ontdekking is zonder twijfel dynamiet. Zijn vader bouwde bruggen en gebouwen en gebruikte soms explosieven bij de afbraak. Die explosieven waren niet altijd even betrouwbaar. Alfred Nobel ontwikkelde dynamiet door celiet, een soort van kleine steentjes, toe te voegen aan nitroglycerine. Nitroglycerine is een zeer explosieve stof, die vaak onbedoeld ontplofte. Eigenlijk was ze te gevaarlijk om te gebruiken. Door celiet toe te voegen, ontwikkelde Nobel een explosief dat stabiel, controleerbaar en erg krachtig was.

In 1896 overleed Alfred Nobel. In zijn testament stond dat zijn kapitaal gebruikt moest worden om elk jaar de meest verdienstelijke werken in scheikunde, natuurkunde, geneeskunde of fysiologie, literatuur en vrede te bekronen. De Nobelprijzen waren geboren. Ze werden voor het eerst uitgereikt in 1901.

18 DE GLAZEN BOLLEN VAN

DE WEERMAN OF -VROUW

Om het weer te voorspellen hebben weermannen en -vrouwen een heleboel instrumenten. Sommige daarvan bestaan al sinds de vijftiende eeuw!

De Italianen bedachten in 1452 al een soort hygrometer om te meten hoe vochtig de lucht is. Het eerste toestel was een weegschaal waaraan een sponsje hing. Een natte spons weegt zwaarder dan een droge. Je las de vochtigheid dus af aan het gewicht. Erg nauwkeurig waren de toestellen niet.

Galileo Galilei vond in de zestiende eeuw een soort thermometer uit om de temperatuur te meten. In een afgesloten buis gevuld met water zweefden glazen bollen waarin gekleurde vloeistof zat. Aan de hoogte van de bollen kon je min of meer aflezen hoe warm het was. Het was Gabriël Fahrenheit die in de zeventiende eeuw op het idee kwam om er kwik in te doen om nauwkeuriger te meten.

In de zeventiende eeuw maakten ze weerhuisjes om het weer te voorspellen. Die hadden twee deurtjes: achter het ene deurtje stond een mannetje met een paraplu en achter het andere een vrouwtje met een parasol. Ze waren vastgemaakt met een eindje schapendarm. De darm werd korter als het droog was en langer bij vochtigheid. Bij warm, droog weer kwam mevrouw naar buiten, bij nat weer het mannetje.

Het gewicht van de lucht oefent een bepaalde kracht uit op de aarde. Dat heet luchtdruk. Die wordt gemeten met een barometer. Als de luchtdruk snel verandert, zal het weer ook veranderen. Stijgende luchtdruk betekent meestal dat het mooier weer wordt; bij dalende luchtdruk kun je het best op zoek gaan naar je regenjas.

De snelheid van de wind meet je met een anemometer. Dat is een molentje dat op een hoge mast staat. Het molentje bestaat uit drie of vier halve bollen die vanbinnen hol zijn. Hoe sneller het molentje draait, hoe harder het waait.

19 DE AARDE IS EEN ENORME SERRE

Serres of broeikassen zijn grote glazen huizen waarin allerlei groenten, vruchten, bloemen of andere planten gekweekt worden. De zon schijnt door het glas van de serre en verwarmt alles. Die warmte wordt vastgehouden. Daardoor kunnen de plantjes groeien, ook als het buiten (te) koud is.

Onze planeet is ook een soort serre. Er zit geen glas omheen, maar wel een heleboel gassen. Dat heet de dampkring of atmosfeer. Het grootste deel van de gassen bestaat uit stikstof (78%) en zuurstof (21%). De rest (1%) is vooral argon, maar ook broeikasgassen als methaan en lachgas. Bovendien bestaat 2 tot 3% van de atmosfeer uit waterdamp, en dat is ook een broeikasgas. De broeikasgassen werken als het glas van een serre. Overdag verwarmt de zon de buitenkant van onze planeet. Als ’s nachts de aarde weer afkoelt, houden de broeikasgassen de warmte vast. Daardoor is het op veel plaatsen op aarde lekker warm en kunnen er allerlei dingen groeien en bloeien. Zonder broeikasgassen zou het op aarde veel kouder zijn: gemiddeld -18 °C in plaats van de gemiddelde globale temperatuur van 15 °C die we nu kennen. Dat is een verschil van maar liefst 33 °C. Het leven op onze planeet zou er heel anders uitzien!

20 160.000 PLASTIC TASJES PER SECONDE

Wereldwijd worden er 160.000 plastic tasjes per seconde uitgedeeld. Dat zijn net geen tien miljoen tasjes per minuut, een half miljard in een uur en dertien miljard in een etmaal! Amper 1 tot 3% van al die zakjes wordt gerecycled. Ze komen massaal in de oceanen terecht. Daar vormen ze met al het andere afval de plasticsoep. Het meeste plastic dat in de oceanen terechtkomt, is van het soort dat je maar één keer gebruikt.

In die oceanen zwemmen onder andere zeeschildpadden. Zij zien het verschil niet tussen een kwal en een plastic tasje. Ze eten het tasje op en komen in de problemen. Het plastic verteert niet, maar blijft vastzitten in hun maag en darmen. De zeeschildpad had misschien nog een lang leven voor zich, maar gaat helaas dood door het plastic in zijn buik. Op dit moment worden bijna vierhonderd diersoorten bedreigd met uitsterven doordat ze plastic binnenkrijgen of erin verstrikt raken.

ALLES WAT GROEIT EN BLOEIT

1 SOMMIGE ZADEN WEGEN WEL 30 KILO

De coco de mer of zeekokosnoot is een plant die leeft op de eilanden Praslin en Curieuse op de Seychellen. De zaden van de plant kunnen een diameter hebben van wel 50 centimeter en wel 30 kilo wegen. Het is het grootste zaad van alle bekende planten. Soms worden de vruchten ook ‘liefdesnoot’ genoemd. Het zaad lijkt namelijk heel erg op twee damesbillen, waardoor zeelieden hem weleens callipyge noemden. Dat is Oudgrieks voor mooi achterwerk.

Omdat de bomen op eilanden groeien, komen de zaden vaak in het water terecht. Ze spoelen aan op andere eilanden, maar daar ontkiemen ze niet. Nu weten we waarom dat zo is. De noten zakken door hun enorme gewicht naar de zeebodem en blijven daar een hele tijd liggen. Op een bepaald moment rot de noot en komt er een gas vrij, dat de noot weer naar de oppervlakte duwt en laat aanspoelen op een eiland. Op dat moment kan de noot niet meer ontkiemen.

2

ÉÉN OP DE TIEN ADEMTEUGEN DANK

JE AAN EEN PIEPKLEINE BACTERIE

Maar een heel klein deel van alle planten leeft onder water. Toch zijn de oceanen verantwoordelijk voor meer dan de helft (50 tot 70%) van alle zuurstof die we inademen. Die zuurstof ontstaat door fotosynthese.

Onder water doen vooral het fytoplankton, het zeewier en bepaalde bacteriën aan fotosynthese. Fytoplankton zijn algjes die je met het blote oog niet kunt zien. Ze dobberen in zout water rond, bevatten bladgroenkorrels en doen aan fotosynthese. Daarbij produceren ze enorme hoeveelheden zuurstof waar het leven op het land en onder water van profiteert.

De allerbelangrijkste zuurstofproducent is een piepkleine bacterie: Prochlorococcus. Alle Prochlorococcus­bacteriën samen zijn verantwoordelijk voor maar liefst een tiende (of zelfs meer) van alle zuurstof in de atmosfeer! Zeg bij elke tiende ademteug dus maar ‘dankjewel’ tegen die geweldige Prochlorococcus. Om zoveel zuurstof te kunnen produceren, zijn ze natuurlijk met heel veel. In één druppel zeewater zitten soms meer dan honderdduizend Prochlorococcus-bacteriën.

3 JAARRINGEN TELLEN IS EEN VAK

Andrew Ellicott Douglas (1867-1962) was een astronoom die de sterren bestudeerde. Maar hij bedacht ook de wetenschap van de jaarringen of dendrochronologie. Hij wilde graag weten hoe de activiteit van de zon de groei van bomen beïnvloedde. De beste manier om dat te doen was de jaarringen van bomen te bestuderen. In het midden van de boom zitten de oudste jaarringen. De nieuwste jaarring zit het dichtst bij de schors of bast van de boom. Tussen de schors en het nieuwe hout zit een heel dun laagje met cellen die altijd nieuwe cellen aanmaken. Dat heet het cambium. Het vormt nieuwe houtcellen en zet ze af tegen de buitenkant van de vorige laag houtcellen. Zo wordt de boom dikker en kan hij groeien.

Door boomringen te tellen, komen de wetenschappers veel meer te weten dan alleen maar de leeftijd van een boom. Door veel bomen uit een bepaald gebied met elkaar te vergelijken, kunnen ze heel precies aanwijzen wat een droog of een nat jaar is geweest. In droge jaren groeien bomen minder hard, wat een smalle jaarring oplevert. Jaren met veel regen laten bomen flink groeien en zorgen voor brede jaarringen. Dendrochronologen leggen op die manier onder andere klimaatveranderingen bloot.

4

MEELDRADEN EN STAMPER: DE VOORT -

PLANTINGSORGANEN VAN DE PLANT

Net als mensen en dieren hebben planten ook organen waarmee ze zich voortplanten. Omdat ze niet kunnen bewegen, gebeurt dat op een andere manier. De meeldraden zijn de mannelijke voortplantingsorganen. Zij produceren stuifmeel.

De stamper is het vrouwelijke voortplantingsorgaan. Het bestaat uit een vruchtbeginsel met een of meer zaadknoppen, een stijl en een stempel. Bij bestuiving komt er stuifmeel van een bloem op de stempel van dezelfde of een andere bloem terecht. Bevruchting gebeurt alleen als het om bloemen van dezelfde soort gaat. Pas wanneer de zaadcel van een stuifmeelkorrel van de stempel via de stijl in het vruchtbeginsel komt, kan ze versmelten met een eicel in het zaadbeginsel en ontstaat een zaadje.

Meeldraden en stampers zijn vaak mooi gekleurd. Insecten worden door die kleuren aangetrokken. Dat is nodig, want vaak zijn het insecten die voor de bestuiving moeten zorgen door stuifmeel mee te nemen van de ene bloem naar de andere.

5

HOE WETEN ONDERZOEKERS WELKE KLEUREN DINO’S HADDEN?

Paleontologen – dat zijn mensen die fossiele overblijfselen bestuderen – weten al lang hoe een dinosaurus er ongeveer eruitzag door het skelet in elkaar te puzzelen. Maar welke kleuren de dino’s precies hadden, bleef een raadsel. In een paar uitzonderlijke gevallen vonden ze stukjes donkere huid of een paar veren waaruit iets kon worden opgemaakt, maar vaak was zelfs dat niet voldoende om de exacte kleur te bepalen.

Tot in 2006 wetenschappers een speciaal soort celorganellen, de melanosomen, ontdekten die pigment of melanine bevatten. Ze zitten in zacht weefsel zoals huid, in haren, in schubben of in veren en helpen wetenschappers om de kleur van dinosaurussen en andere fossielen te bepalen.

De eerste dino die de wetenschappers helemaal op die manier konden inkleuren, was de Anchiornis in 2009. Het was een vogel met zwarte en witte veren met een prachtige rode kuif.

VLINDERS EN ANDERE MEESTERLIJKE ‘TRANSFORMERS’

Vlinders beginnen als eitje waaruit een rupsje kruipt. Veel vlinders gaan voor het leggen van hun eieren speciaal op zoek naar de beste planten die de rupsenkinderen graag lusten, de zogenaamde waardplanten. Zodra de rupsjes geboren worden, beginnen ze te eten. Ze vervellen een paar keer als ze te groot worden voor hun vel. Bij de laatste vervelling is de rups dan een pop geworden met een stevige, starre huid. Binnen in die pop wordt de rups omgebouwd tot vlinder. Hoe die grote verandering of metamorfose gebeurt, weten we nog altijd niet helemaal. Bijna alle lichaamsdelen van de rups worden afgebroken en uit die stoffen wordt een heel nieuw dier gemaakt dat totaal verschillend is van het oorspronkelijke dier. Wanneer de pop openbarst, komt de vlinder naar buiten met natte en opgevouwen vleugels. Er wordt bloedvloeistof naar de vleugels gepompt tot ze hun mooie vorm hebben. Zodra de vleugels klaar zijn, kan de vlinder op zoek gaan naar eten en naar een andere vlinder om mee te paren.

Niet alleen vlinders zijn meestertransformers. Verpopping zie je ook bij andere insecten zoals kevers, vliegen of vlooien.

7

MADELIEFJES ZETTEN

DE VERWARMING AAN

Een van de eerste bloemetjes die je ziet als het weer lente wordt, is het madeliefje. De kleine bloemetjes willen zo snel mogelijk in actie komen om zich te vermenigvuldigen. Ze moeten er dus voor zorgen dat zoveel mogelijk insecten hen bezoeken. Daar hebben ze een slimme strategie voor bedacht: madeliefjes zetten de verwarming aan.

Overdag gaan de bloempjes van het madeliefje wijd open staan. Ze richten hun gele hart naar de zon en volgen haar de hele dag. Het bloempje zuigt zoveel mogelijk warmte van de zonnestralen op. Dat heet heliotropisme. ’s Nachts sluiten de bloemen zich om zoveel mogelijk warmte vast te houden. Ze draaien ook weer naar hun ‘beginstand’, zodat ze de zon weer meteen kunnen volgen zodra die opkomt. Door zoveel mogelijk zonnewarmte te vangen, kan de temperatuur op het gele hart van het bloempje maar liefst 9 °C hoger zijn dan de temperatuur van de lucht. Dat trekt insecten aan. Die vinden het zo vroeg in het voorjaar nog prettig als de verwarming aanstaat. De bloem geeft hun niet alleen nectar, maar warmt hen ook lekker op. Omdat madeliefjes al heel vroeg in de lente bestuivende insecten aantrekken en dat de hele zomer blijven doen, bloeien ze erg lang.

8 DE NEDERIGE MAAR FANTASTISCHE

PAARDENBLOEM

Bekijk de pluisjes of pappus van de paardenbloem maar eens goed voor je ze wegblaast. Aan elk pluisje zit een steeltje met daaraan een zaadje. Door de vorm van het pluisje kan de wind het ver meenemen.

Wist je dat elk stukje van een paardenbloem eetbaar is? De jonge blaadjes worden molsla genoemd en zijn lekker in een salade of gestoofd zoals spinazie. Van de bloemen maken ze in Frankrijk jam: confiture de fleurs de pissenlits. Je kunt de bloemen ook in water doen om het een fris smaakje te geven. De wortels van de paardenbloem kun je geraspt, rauw of gestoofd eten.

Paardenbloemen zijn bovendien een uitstekend medicijn. Ze bevatten veel vitamine C en zuiveren het bloed. De wortels worden gebruikt om allerlei kwalen te behandelen.

De melk uit de stengel van de paardenbloem zou helpen bij puistjes en het sap uit de bloem werkt tegen wratten.

9

WILDE SINAASAPPELEN BESTAAN

NIET

Sinaasappelen werden lang geleden ‘uitgevonden’ door de mens. De vruchten worden voor het eerst vermeld in een Chinees boek uit 314 voor Christus. De wilde voorouders van de sinaasappel waren waarschijnlijk citroenen, mandarijnen en pompelmoezen of grapefruits.

Chinese tuinbouwers gebruikten een tak van een van deze citrusbomen en staken hem in de stomp van een andere citrusboom. Dat heet enten. Door verschillende vruchten met elkaar te kruisen, ontstond de zoete, oranje vrucht die we nu kennen als sinaasappel. Die naam verwijst trouwens nog altijd naar Sina, de oude benaming van China.

Extra weetje:

Sommige bomen kunnen verschillende soorten citrusvruchten dragen.

Mandarijnen, citroenen, limoenen, sinaasappelen én grapefruit groeien allemaal aan één boom. Handig om meteen een volledige fruitsalade van te maken!

10 PLANTEN HEBBEN ELKAAR

HEEL WAT TE VERTELLEN

Planten maken geen geluid en hebben ook geen lichaamstaal, maar ze wisselen wel informatie uit door middel van plantenhormonen.

In de plant communiceren de wortels onder de grond met de bladeren die soms vele meters hoger zitten. Zo krijgen de bladeren bijvoorbeeld een seintje van de wortels dat ze hun huidmondjes moeten sluiten omdat er te weinig water is. Bij een aanval van vraatzuchtige insecten wordt een signaal over de hele plant verspreid zodat er stoffen aangemaakt kunnen worden die het insect afstoten.

De belangrijkste communicatiekanalen van planten zijn de wortels. Zij wisselen niet alleen informatie over bijvoorbeeld gifstoffen in de bodem uit met de wortels van andere planten, maar ook met insecten, schimmels en micro-organismen die in de bodem leven.

De Franse plantkundige Francis Hallé merkte in 1938 al op dat onder andere beuken en dennen het niet prettig vinden wanneer hun kruinen elkaar raken. Dat verschijnsel heet crown shyness. Waarom ze dat doen, weten we niet, maar het lijkt een soort signaal om hun territorium te verdedigen. Kijk maar eens omhoog als je in een beukenbos bent. Misschien zie jij het ook!

11 STEEK JE LICHT MAAR AAN

ALS JE WILT DATEN

Zie je een knipperend lichtje zweven als je aan de rand van een donker bos loopt? Misschien is het wel een glimwormpje dat zijn lantaarntje aansteekt in de hoop dat iemand hem ziet. Laten we dan meteen maar even een misverstand uit de wereld helpen: glimwormen zijn geen wormen maar kevers. Ze steken hun lichtjes aan om een geschikte date te vinden.

In het bos leven twee soorten glimwormen. De kleine glimworm of het vuurvliegje (Lamprohiza splendidula) en de grote of gewone glimworm (Lampyris noctiluca). Bij beide soorten lijken de vrouwelijke glimwormen wat op larven. Hun vleugels zijn korte stompjes, waardoor ze niet kunnen vliegen. Ze zitten op de grond en wachten de komst van mannetjes af. Mannelijke vuurvliegen kunnen wel vliegen. Ze steken aan hun onderkant een lichtje aan zodat ze onzichtbaar zijn voor jagers die boven hen vliegen, maar opvallen voor de vrouwtjes op de grond. Eigenlijk willen ze zeggen: ‘Hé! Kijk naar mij! Ik ben een stoere bink en ik zoek een date!’ Zodra het vrouwtje de lichtjes van een mannetje ziet, steekt ze haar lampje ook aan. Het mannetje komt naar haar toe, ze paren, het vrouwtje legt eitjes en dan gaan ze allebei dood

12 MANNETJESVOGELS ZETTEN HUN

BESTE POOTJE VOOR

Mannelijke Clarks futen kunnen maar beter goede dansers zijn. Het vrouwtje vraagt het mannetje ten dans. Hij probeert haar zo goed mogelijk na te doen. Als het vrouwtje vindt dat het mannetje een goede danspartner is, geeft ze hem een vis om hem duidelijk te maken dat ze vanaf nu een koppel zijn. De futen blijven voor de rest van hun leven bij elkaar.

Waaierhoenders gebruiken dan weer hun verenkleed om op te vallen. Mevrouw waaierhoender is heel kieskeurig en de mannetjes moeten al hun trucs tevoorschijn halen om in de smaak te vallen. Ze waaieren niet alleen hun veren uit, maar maken ook bepaalde geluiden die het vrouwtje streng beoordeelt voor ze instemt met een date.

Het mannetje van de bruine tuiniervogel bouwt fantastische nesten waarbij hij allerlei zaken van dezelfde kleur verzamelt en in het nest legt. Van bloemen, paddenstoelen, stukjes hout en allerlei andere dingen maakt hij een fantastische tentoonstelling om indruk te maken op de vrouwtjes. Daarna gebruikt hij zijn tweede truc. Het tuiniervogeltje kan namelijk ontzettend goed de geluiden van andere vogels nadoen.

13 FAMILIEBEESTJES

Bij de zoogdieren zijn er de wolvenfamilies of roedels. Die bestaan in het wild vaak uit de ouders en een aantal van hun jongen. De ouders nemen over het algemeen de leiding zodat hun kinderen van hen kunnen leren. Bij het jagen gaat een van hen aan kop en loopt de andere achteraan om de roedel te beschermen. Wolven jagen soms in hun eentje op kleine prooien, maar een groter dier vangen ze samen.

Ook olifanten vormen een familiegroep met als leider een grootmoeder of matriarch. De groep bestaat uit vrouwtjes die verwant zijn met elkaar en hun nog niet volgroeide jongen. Wanneer ze tussen negen en achttien jaar oud zijn, worden de jongens uit de groep gezet. Ze gaan in hun eentje verder of vormen kleine groepen met andere mannetjes.

Herten, antilopen en paarden leven in kuddes om beter beschermd te zijn tegen roofdieren. In een grote kudde is er altijd iemand die de wacht houdt en andere dieren waarschuwt als er gevaar dreigt.

14

SPRINGEN ZONDER TRAMPOLINE

De kleine vlo kan tweehonderd keer zijn lichaamslengte springen. Het diertje springt tot 30 centimeter ver. Dat lijkt jou misschien niet zo veel, maar als het een mens van 1,70 meter was, zou dat dus 340 meter zijn. De vlo wordt geholpen door speciale kussentjes in zijn achterpoten. De kussentjes worden ingedrukt als hij zijn poten opvouwt en vergrendelt. Zodra de vlo de grendels loslaat, gaat alle energie naar zijn tenen en schiet hij weg.

Vliegende slangen doen het ook niet slecht. Ze kruipen in een boom en spreiden hun ribben, waardoor ze platter, breder en een klein beetje hol worden. Zo kunnen ze tot 25 meter door de lucht zweven. Niet echt een sprong misschien, maar wel indrukwekkend.

En wat dacht je van een vliegende kat, een klein zoogdier dat onder andere in de Filipijnen leeft en zweefvluchten van wel 100 meter kan maken? Het dier gebruikt de dunne huid die tussen zijn poten gespannen zit als parachute.

15 PLANTEN BEWEGEN MEER

DAN JE DENKT

Soms bewegen planten wanneer ze een uitwendige prikkel voelen. Die beweging wordt een nastie genoemd. Als de prikkel een chemische stof is, spreken we van chemonastie.

Wanneer wortels van planten op zoek gaan naar vocht, zie je hydronastie: de reactie op water. Helionastie zie je bij planten die meebewegen met de zon.

Het kruidje-roer-me-niet (Mimosa pudica) is een mooi voorbeeld van thigmonastie. De plant beweegt als reactie op een aanraking of contact. Wanneer je de bladeren van deze plant aanraakt, vouwen ze dicht. De bladeren sluiten zich en gaan slap hangen. De planten groeien laag bij de grond, waar ze gemakkelijk worden opgegeten. Door helemaal slap te worden en hun bladeren kleiner te maken, lijkt het alsof ze verwelkt zijn. Ze zien er niet meer zo lekker uit voor de koeien, paarden, geiten of schapen, waardoor die hen met rust laten.

16 TOON ME ÉÉN CEL EN IK ZEG OF JE

EEN PLANT OF EEN

DIER BENT

Rond dierlijke cellen zit een laagje dat we het celmembraan noemen. Via dat membraan wisselt de cel stofjes uit met de buitenwereld. In het membraan zit een wat stroperige vloeistof: het cytoplasma. Het bestaat vooral uit eiwitten. In dat cytoplasma zie je celorganellen die werken als de organen van de cel. Een van die organellen is de celkern waarin al het erfelijk materiaal of DNA zit – het brein van de cel dus.

Plantaardige cellen hebben ook een celmembraan, cytoplasma en celorganellen en een celkern, maar ze hebben nog een paar extra dingen.

In het cytoplasma zie je kleine, groene deeltjes. Dat zijn de bladgroenkorrels die zonlicht omzetten in suikers tijdens de fotosynthese. Je ziet er ook blaasjes die gevuld zijn met water en allerlei stofjes. Dat zijn de vacuolen. Rond de plantencel zit nog een stevige laag van cellulose: de celwand. De vacuole en de celwand zorgen onder andere voor de stevigheid van de plant.

17 DE WOESTE JAGER ONDER DE EENCELLIGEN

Om amoeben te bestuderen heb je een microscoop nodig. Ze bestaan uit een enkele cel die van vorm verandert wanneer ze hun schijnvoetjes uitsteken om zich voort te bewegen en te voeden. Ze strekken hun voetjes uit en trekken zo hun slijmerige lichaam mee. Als ze een bacterie, een plantencel of een protozoön (eencelligen zoals amoeben en een aantal schimmels) zien, grijpen ze hem beet, sluiten hem in en verteren hem. Ze hebben ook een celkern en zijn omgeven door een celmembraan waardoor ze ademen. Ze planten zich voort door celdeling.

Amoeben werden al in 1757 ontdekt door de Duitse wetenschapper August Johann Rosel von Rosendorf. De naam amoebe komt van het Griekse amoibe, wat verandering betekent. Dat komt omdat de schijnvoetjes de hele tijd bewegen, waardoor ook de vorm voortdurend verandert.

18 IS EEN SCHIMMEL EEN PLANT OF EEN

DIER?

Schimmels zijn geen planten of dieren. Daarom hebben ze een eigen rijk: het schimmelrijk.

Ze groeien onder de grond en doen niet aan fotosynthese om aan voedsel te komen. Om hun suikervoorraden aan te vullen, gebruiken ze andere wezens. Als dat dode materie is, zijn het saprotrofe schimmels. Wanneer schimmels zich op levende wezens voeden, zijn ze parasitair.

Sommige schimmels – zoals slijmzwammen – kunnen zich zelfs voortbewegen. Af en toe loopt het slecht af voor het wezen waarop de schimmel zijn oog heeft laten vallen. Als een boom wordt aangevallen door een honingzwam, gaat hij dood.

Maar meestal werken schimmels samen met bomen. Ze zorgen ervoor dat bomen informatie en voeding kunnen uitwisselen.

19 AL JOUW BACTERI Ë N SAMEN VORMEN

EEN EXTRA ORGAAN

Jouw lichaam is de thuisbasis van meer dan honderdduizend miljard (100.000.000.000.000) micro-organismen. Allemaal samen wegen ze ongeveer anderhalve kilogram. Ze worden het menselijk microbioom genoemd en vormen een ecosysteem op zich. Het overgrote deel bestaat uit bacteriën, maar er zitten ook schimmels, Archaea (eencellige organismen die in extreme omstandigheden leven) en virussen tussen. Ze leven op je huid, in je neus, in je longen, in je mond, in je slokdarm, in je maag, in je darmen, op en in je geslachtsorganen en onder je voeten. Ze zitten dus vooral op plaatsen die in aanraking komen met de buitenwereld, waar ze hun werk doen als grensbewakers. Ze leren je immuunsysteem aan welke stoffen schadelijk zijn en welke niet.

Het overgrote deel (99%) van je bacteriën woont in je darmen. Zonder die darmflora – of beter darmmicrobiota –zou je niet lang leven. Maar liefst twaalfhonderd soorten helpen bij het verteren van je voedsel, maken vitamines aan, helpen het immuunsysteem en maken zelfs hormonen. Mensen poepen gemiddeld zo’n 350 gram per dag en de helft daarvan bestaat uit bacteriën.

20 MOOI, MAAR OH ZO AGRESSIEF

Waterlelies zijn prachtige zoetwaterplanten. Hun grote bladeren drijven op het wateroppervlak en als ze bloemen krijgen, lijkt het wel een sprookje. Maar vergis je niet, waterlelies zijn behoorlijk agressief en gunnen anderen niets.

In het Pantanalbekken in Zuid-Amerika groeit de reuzenwaterlelie (Victoria amazonica). De knoppen houden zich schuil onder water. Als het tijd is om te bloeien, komen ze naar de oppervlakte. Ze lijken op grote knotsen die bedekt zijn met scherpe stekels. Zodra ze boven zijn, zwaaien de knotsen in het rond om ruimte te maken. De knop vouwt open en er verschijnt een groot blad met een opstaande rand. Aan de onderkant zitten stekels van 2 centimeter. Ze groeien razendsnel, tot wel 20 centimeter per dag. Een enkel blad kan een diameter hebben van meer dan 3 meter en tot 40 kilogram dragen. In de dikke nerven zitten luchtkanalen, waardoor het blad kan drijven. Kinderen kunnen erop staan en watervogels gebruiken ze om over het water te rennen. In het blad zitten kleine gaatjes die ervoor zorgen dat er na een regenbui geen water op blijft staan.

ALLES WAT LOOPT, ZWEMT OF VLIEGT

1

OLIFANTEN SPRINGEN GEEN TOUWTJE

Misschien denk jij nu: en dat is maar goed ook! Als alle olifanten op hetzelfde moment zouden springen, zou de aarde misschien uit zijn baan vliegen!

Maar wist je dat olifanten niet kunnen springen? Dat komt omdat ze te zwaar zijn en bij het neerkomen hun poten zouden breken. Olifanten kunnen ondanks hun gewicht erg goed rennen en halen over een korte afstand soms tot 40 kilometer per uur.

De enige vijand van de olifant is de mens. Een olifantenkudde heeft veel ruimte nodig om te leven, maar het leefgebied van olifanten wordt steeds meer door mensen ingeperkt. Bovendien zijn er stropers die op olifanten jagen omwille van het ivoor van hun slagtanden. In 1930 leefden er nog ongeveer vijf miljoen Afrikaanse olifanten, maar inmiddels zijn er nog maar 200.000 tot 300.000 over. Daarom worden op heel wat plaatsen in de wereld speciale maatregelen genomen om olifanten te beschermen.

De slurf is een onwaarschijnlijk handig instrument waarmee een olifant boomstammen – maar ook een klein muntstuk – kan oppakken, andere olifanten kan aaien, een mep kan uitdelen of kan douchen. De oude Indische benaming voor olifant is daarom hastin, wat dier met een hand betekent.

2

HET IS GEEN WONDER DAT ‘LEEUW’

RIJMT OP ‘GEEUW’

Een leeuw ziet er imposant uit, maar eigenlijk is hij een luiaard. Hij slaapt maar liefst twintig uur per dag, wat betekent dat hij maar vier uur per dag actief is.

De mannetjesleeuwen hebben een enorme bos haar rondom hun kop vormen. Daardoor zien ze er gevaarlijk uit, maar de haren beschermen hun kop en nek ook tijdens gevechten. Rond hun derde jaar beginnen de manen te groeien. Hoe langer de manen zijn, hoe mannelijker en sterker de leeuw is.

Leeuwen leven in een groep van ongeveer vijftien dieren met één volwassen mannetje en een paar vrouwtjes met hun jongen. Om een groep leeuwinnen voor zich te winnen, moet een mannetjesleeuw vechten. Dat kan er behoorlijk hard aan toegaan. Daarom worden mannetjesleeuwen in het wild vaak niet veel ouder dan tien jaar. Oudere mannetjes worden van hun troon gestoten door jongere en sterkere leeuwen.

Meneer leeuw moet er met zijn gebrul voor zorgen dat andere leeuwen niet op zijn domein of territorium komen. Dat gebrul is behoorlijk hard. Je kunt het soms tot op 8 kilometer afstand horen. Verder doet meneer leeuw niet veel. De vrouwen gaan op jacht en brengen het eten mee naar huis. En ook al doet meneer leeuw niet mee aan de jacht, toch mag hij als eerste eten.

3

EEN GIRAF KAN ZIJN OREN UITLIKKEN

Grote dieren moeten veel eten, dat is normaal. Maar eigenlijk zijn de schedel, de kaak en de snijtanden van een giraf te klein om genoeg voedsel binnen te krijgen. Gelukkig heeft hij grote lippen en vooral een enorme tong. Samen vormen die een soort verlengstuk van de mond.

De tong van een giraf kan tot een halve meter lang worden. Dat betekent dat meneer Langnek zonder problemen een vuiltje uit zijn oor kan halen. De giraf heeft zijn tong natuurlijk vooral nodig om bladeren en takken van bomen te trekken om op te eten. De giraffentong is erg hard en stug zodat het dier zich niet bezeert aan de doorns die op de takken van zijn favoriete hapje zitten, de acaciaboom. Als je de volgende keer in de dierentuin bent, moet je eens kijken naar de bijzondere kleur van een giraffentong. Die is blauw. Dat is om de tong te beschermen tegen zonnestralen. Giraffen laten graag hun tong uit hun bek hangen en het blauw doet dienst als een soort zonnebrandcrème.

Wanneer een giraf geboren wordt, is hij al 2 meter groot. Tegen de tijd dat hij volwassen is, kan hij een hoogte van wel 5 meter hebben.

Een giraf heeft evenveel nekwervels als een mens: zeven. Natuurlijk zijn de wervels van een giraf wel veel langer dan die van een mens. Mannetjesgiraffen gebruiken hun nek om te ‘nekworstelen’. Ze wrijven of slaan hun nekken tegen elkaar en degene die het langst rechtop kan blijven, wint. De winnaar heeft meer kans om een vrouwtje te vinden.

4 EEN KOLIBRIE KAN ACHTERUIT VLIEGEN

Een kolibrie is een kleine vogel die vooral in Zuid-Amerika leeft.

De kleinste kolibrie is de bijkolibrie. Hij is 5 tot 6 centimeter lang en weegt nog geen 2 gram. De reuzenkolibrie komt vooral in het Andesgebergte voor en is met zijn 20 gram en 22 centimeter de grootste kolibrie.

De vleugels van een kolibrie bewegen ontzettend snel, tot wel tachtig slagen per seconde. Daardoor kan hij doodstil in de lucht blijven hangen terwijl hij eet.

De kolibrie is zelfs de enige vogel die achteruit kan vliegen. Dat doet hij niet vaak, want het vraagt enorm veel energie.

Om nectar uit bloemen te halen, gebruikt de kolibrie zijn lange, puntige snavel. Om er nog beter bij te komen, rolt hij zijn tong uit.

Zo kan hij bij nectar waar zelfs insecten niet bij kunnen.

5 GEEN TWEE ZEBRA’S ZIJN HETZELFDE

Wist je dat elke zebra een volledig uniek strepenpatroon heeft? Geen twee zebra’s ter wereld zijn hetzelfde. Waarom een zebra strepen heeft, weten we eigenlijk niet zeker. Het is geen echte camouflage, want het gras op de steppe is niet wit of zwart. Wetenschappers denken dat het patroon misschien verwarrend is voor leeuwen, de grootste vijand van de zebra. Leeuwen zijn kleurenblind, waardoor de streepjes voor hun ogen dansen en hen in de war brengen. Nog andere wetenschappers denken dat de strepen bijtende vliegen weghouden of dat zebra’s het patroon gebruiken om elkaar te herkennen.

Aanvankelijk dacht men dat zebra’s wit waren met zwarte strepen. Dat komt omdat hun buik wit is. Onderzoek bewijst dat het omgekeerde waar is: een zebra is een zwart dier en heeft witte strepen.

Een groep zebra’s wordt een harem genoemd. Dat is één mannetje met een paar wijfjes en jongen.

Zebra’s slapen alleen als er andere zebra’s in de buurt zijn die hen kunnen waarschuwen voor gevaar. Ze gaan niet liggen, maar blijven gewoon staan zodat ze snel kunnen wegrennen als er gevaar dreigt.

6 DE ZEEKAT ZORGT VOOR EEN

ONDERWATER-DISCOSHOW

Zeekatten zijn inktvissen die in de Noordzee wonen. Ze hebben tien armen: acht gewone en twee extra lange om prooien mee te vangen. Wanneer zeekatten een lekkere krab of garnaal zien, steken ze een lange arm uit. De prooi blijft aan hun zuignappen plakken en de zeekatten brengen het hapje naar hun mond, waar ze het met hun scherpe snavel in stukken knippen. De twee lange tentakels zitten verborgen tussen de korte armen.

In het voorjaar zwemmen de mannetjes en vrouwtjes naar de plaats waar ze geboren werden en paren er. Vaak is dat de Oosterschelde. Terwijl de vrouwtjes zoeken naar een fijne plek, maken de mannetjes ruzie. Als een mannetje en een vrouwtje zeekat een oogje op elkaar krijgen, begint meneer aan een discoshow. Er verschijnen patronen op zijn rug en hij verandert snel en voortdurend van kleur. Het vrouwtje is onder de indruk en laat dat zien. Ten slotte nemen het mannetje en het vrouwtje elkaar teder in de armen en lijken ze te dansen.

7

WIE KAN ER IN DE SCHADUW VAN

ZIJN EIGEN STAART ZITTEN?

‘Gewone’ of ‘rode’ eekhoorns zijn prachtige diertjes met een roodbruine vacht die vliegensvlug in bomen kunnen klimmen. Ze eten graag zaden van dennenappels, beukennootjes, kastanjes en hazelnoten. In de lente lusten ze ook knoppen, scheuten en bloemen van bomen, allerlei bessen en paddenstoelen. Soms staat er een insect, rups of vogeleitje op het menu. En heel af en toe roven eekhoorns een jong vogeltje uit het nest.

Door hun naam denk je misschien dat eekhoorns graag eikels eten. Dat is niet zo. De gewone eekhoorns kunnen eikels namelijk niet goed verteren omdat er te veel looizuur in zit. De Latijnse naam Sciurus is correcter. Die komt van skia (schaduw) en oura (staart): een diertje dat in de schaduw van zijn eigen staart kan zitten.

Zijn nest is een bol met een diameter van ongeveer 30 centimeter gemaakt van takken en twijgen. De binnenkant is bezet met stukjes bast, mos en gras.

Vliegende eekhoorns hebben een speciaal vlies tussen hun voor- en achterpoten. Ze strekken hun poten ver uit wanneer ze van de ene naar de andere boom springen. Zo zweven ze tientallen meters ver, alsof ze aan een parachute hangen. De eekhoorns zijn zo behendig in het zweven van boom naar boom, dat ze zo goed als nooit op de grond hoeven te komen.

8

KNAPPE KATTENWEETJES

Katten zijn samen met honden de populairste huisdieren. Het aantal huiskatten wordt wereldwijd op 500 miljoen geschat, met meer dan vijftig verschillende rassen.

Wetenschappers schatten dat katten ongeveer rond 7000 voor Christus in onze huizen verschenen. Landbouwers zagen hen graag komen. Het waren immers gratis arbeidskrachten die ervoor zorgden dat er geen muizen en ander ongedierte aan hun graanvoorraden zaten.

De eerste huiskatten leefden in Zuidwest-Azië. Ze verspreidden zich over de wereld doordat zeevaarders ze meenamen naar onder andere Cyprus en Egypte om muizen en ratten aan boord te vangen.

Alleen huiskatten houden hun staart rechtop bij het lopen. Daarmee vertellen ze je dat ze blij zijn je te zien.

Gemiddeld wordt een kat veertien jaar. De oudst bekende kat werd maar liefst 38 jaar! Dat was Creme Puff, een kat uit het Amerikaanse Texas. Ze werd geboren op 3 augustus 1967 en stierf drie dagen na haar verjaardag in 2005.

9

MIJN TIEN HARTEN SLAAN ALLEEN

VOOR JOU...

Regenwormen bestaan uit verschillende segmenten of onderdeeltjes. Als ze aan de achterkant enkele (maximaal vier) segmenten verliezen, kunnen ze gewoon verder leven. Het stukje groeit na verloop van tijd weer aan. Op de segmenten zitten borsteltjes. Ze scheiden ook slijm uit en samen met die borstels zorgt dat ervoor dat ze zich onder de grond kunnen voortbewegen.

We weten niet of het hart van een regenworm harder gaat slaan als hij verliefd is. Of beter: zijn tien harten, want zoveel heeft hij er.

Er zijn ook geen mannetjes- en vrouwtjesregenwormen. Ze zijn het namelijk allebei. Dat heet hermafrodiet. Maar regenwormen hebben elkaar wel nodig om bevrucht te raken. Ze gaan naast elkaar liggen en wisselen sperma uit. Na een tijdje ontstaat er bij het zadel (dat is de lichter gekleurde band) een slijmband. De worm kruipt achteruit en schuift de band over zijn kop. Hij sluit de slijmband en maakt een cocon, waaruit na een paar weken kleine regenwormpjes komen.

10

UILEN HOREN HUN MAALTIJD LOPEN

Uilen zijn over het algemeen nachtdieren. Omdat ze jagen in het donker, hebben ze een sterk ontwikkeld gehoor.

Bij heel wat uilen staan de oren op een verschillende hoogte of asymmetrisch. Ze hebben ook een verschillende grootte. Dat maakt het mogelijk om heel nauwkeurig te bepalen waar dat sappige muisje zich bevindt. De kop van een uil is vooraan afgeplat, zodat het geluid de oren nog beter bereikt en zelfs versterkt wordt. Daardoor hoort de uil dingen die je als mens niet kunt horen. Bovendien kunnen uilen hun kop 270° draaien. Dat helpt om een geluid nog preciezer te lokaliseren.

Als ze weten waar de prooi zit, zweven ze er geruisloos naartoe. Dat kunnen ze omdat er heel fijne veertjes op hun pluimen zitten die het geluid dempen. Een uil is dus ook heel zacht om te aaien.

Uilen zijn dol op muizen. Ze slikken de muizen in hun geheel in en braken de stukjes bot, huid, tanden en veren weer uit in een braakbal. Zo’n braakbal kan je heel veel vertellen over de uil en zijn dieet.

11 VLINDERS PROEVEN MET HUN POOTJES

Wanneer mevrouw koninginnenpage voelt dat ze eieren moet leggen, gaat ze op zoek naar een fijn plekje. De larfjes die uit haar eitjes komen, zijn dol op sappige blaadjes en niet elke boom of struik is even lekker. Mama koninginnenpage gaat dus voorproeven. Maar in plaats van overal een hapje van te nemen, proeft ze met haar pootjes. Ze trappelt op de blaadjes en proeft met de zintuighaartjes of sensillen op haar pootjes wel zeven verschillende stoffen. Met die fijne zintuigen kan ze zelfs schatten hoe oud de plant is en of hij al dan niet gezond is. Dat is belangrijk, want als straks de larven uitkomen, moet de plant nog leven, zodat haar baby’s voldoende voedsel vinden. Als een plant doodgaat voor de larven kunnen eten, heeft ze alle moeite voor niets gedaan.

Proeven doen vlinders dus met hun pootjes, maar om te eten gebruiken ze een roltong of proboscis. Als de vlinder vliegt, zit die roltong als een spiraaltje voor zijn mond. Maar zodra hij een lekkere bloem ziet, landt de vlinder en rolt hij zijn lange tong uit tot een buisje. Daarmee kan hij nectar uit een bloem zuigen of het sap van rottend fruit opslurpen.

12 HET VOGELBEKDIER IS WAARSCHIJNLIJK

HET BIJZONDERSTE DIER OP DE PLANEET

Vogelbekdieren vind je alleen op het eiland Tasmanië en in een paar kleine delen van Australië. Ze hebben het lichaam van een otter, de platte staart van een bever, de poten van een eend en een grote, zwarte, platte bek.

Met die bijzondere bek schept het vogelbekdier allerlei diertjes van de bodem van de rivier waarin het leeft. Omdat het geen echte tanden heeft, zorgt het vogelbekdier ervoor dat er ook flink wat grind meekomt om zijn voedsel te vermalen.

Een vogelbekdier is ook een van de weinige eierleggende zoogdieren.

Is dat alles wat het dier zo bijzonder maakt? Nee hoor!

De mannetjes hebben sporen (een soort haken) op hun achterpoten die een giftige stof afscheiden. Ze dienen waarschijnlijk om andere mannetjes uit de buurt van hun lief te houden.

Het gif is niet dodelijk, maar het veroorzaakt wel helse pijnen.

13 EEN VIS MET SUPERKRACHT

Wist je dat kogelvissen superkrachten hebben? Echt waar! Als een aanvaller te dichtbij komt, slikt de kogelvis een gigantische hoeveelheid water in. Daardoor blaast hij zichzelf helemaal op en wordt hij kogelrond. Als hij nog niet groot genoeg is, hapt hij wat extra lucht. De aanvaller denkt nu wel twee keer na voor hij de kogelvis naar binnen hapt. Waarschijnlijk lukt het hem gewoon niet, omdat de vis te groot geworden is voor zijn bek.

Maar stel dat een aanvaller hem toch te pakken krijgt. Dat is dan jammer voor de kogelvis, maar ook voor zijn aanvaller. De huid en andere onderdelen van de kogelvis bevatten namelijk een dosis ontzettend sterk gif: tetrodotoxine. Daarmee kan hij wel dertig mensen in één keer doden. Er bestaat zelfs geen tegengif voor. Hoe kleurrijker de kogelvis, hoe giftiger hij is. Om het gif binnen te krijgen, moet je de kogelvis wel opeten natuurlijk en wie is er zo gek om dat te doen? Japanners dus! Het gerecht heet fugu en is ontzettend duur. Het mag alleen klaargemaakt worden door koks die een speciaal diploma hebben om de vis veilig te bereiden. Naar het schijnt is de vis zelfs niet eens zo heel lekker. Maar mensen zien het als een uitdaging. Zelfs als er nog maar een heel klein beetje van het gif in de vis is overgebleven, gaan ze al dood.

14 ZEG HET MET EEN KNETTERENDE SCHEET!

Haringen gaan dolgraag naar school. Sterker nog: ze léven in een school, samen met miljoenen soortgenoten. Zo’n school kan kilometers breed en lang zijn en tientallen meters diep. De haringen zwemmen perfect synchroon naast elkaar. Zo beweegt de school als één geheel en is het moeilijk voor roofdieren om een prooi te kiezen.

In een ordelijke school gebruiken de vissen hun ogen en oren, maar vooral hun zijlijn. Dat zijn kleine poriën die langs het lichaam en de kop lopen, die als een soort sensor werken en waarmee ze veranderingen in druk kunnen voelen. Die informatie wordt razendsnel verwerkt, waarna de vis van richting verandert.

Als de nacht valt, wordt het stikdonker onder water. De school valt wat uit elkaar, maar toch blijven de haringen in contact met elkaar. Hoe ze dat doen? Met knetterende scheetjes. Uit de anus van de haringen komen luchtbelletjes, die ritmisch knetteren. Daarmee communiceren de vissen met elkaar en voorkomen ze kettingbotsingen.

15 HOE LIEF IS EEN LIEVEHEERSBEESTJE?

Je hebt er vast weleens een over je vinger laten lopen: zo’n schattig rood of geel lieveheersbeestje met zwarte stipjes.

Maar is een lieveheersbeestje wel zo lief?

Niet als je het aan de bladluis vraagt!

De kleine kevertjes verorberen namelijk massaal bladluizen en hun larven. Eén volwassen kevertje eet er wel tachtig per dag. Dat zijn er 2400 in een maand. Een larve eet ongeveer 120 bladluizen op een dag.

De vrouwtjeslieveheersbeestjes leggen hun eitjes in de buurt van een bladluizenkolonie. Ze moeten ervoor zorgen dat de eieren niet te dicht bij een ander nest liggen. De larfjes die uitkomen zijn echte kannibalen, die het geen probleem vinden om de volledige familie van de buren op te schrokken. Ook de larven uit het eigen nest die niet snel genoeg uitkomen, worden vrolijk opgesmikkeld door de vroegbloeiers.

Die extra voeding zorgt ervoor dat de larven zich sneller kunnen ontwikkelen tot lieveheersbeestjes.

Wist je trouwens dat lieveheersbeestjes een vieze geur afgeven en smerig smaken? Heel wat dieren laten ze daarom links liggen.

16 DE BEERMARTER RUIKT HEERLIJK

NAAR POPCORN

Je wandelt door de jungle of het regenwoud en plots ruik je popcorn. Dat is vreemd, want je weet wel zeker dat er geen bioscoop in de buurt is.

Waarschijnlijk zit je in het territorium van de beermarter. Het dier leeft hoog in de boomtoppen van de jungles en regenwouden van Zuidoost-Azië. Onder de staart van de beermarter zit een klier waaruit een olieachtige vloeistof komt. Die ruikt naar verse popcorn met boter. De beermarter strijkt de geurstof overal uit om andere beermarters te laten weten dat dit zijn domein is. Of om wijfjes duidelijk te maken dat hij wel zin heeft in een vrijpartij.

Toch zul je niet snel een beermarter zien. Het liefst zit hij hoog in de bomen. Daar gaat hij op zoek naar fruit, kleine zoog- en knaagdieren, reptielen en insecten. Hij kan tot 90 centimeter groot worden (zonder staart) en 14 kilogram wegen. Zijn staart kan ook 90 centimeter lang worden. Dat maakt hem te zwaar om van boom naar boom te springen, maar hij is een uitstekende klimmer.

17 LYNXEN HEBBEN SPECIALE POTEN

OM OVER SNEEUW TE LOPEN

Lynxen zijn prachtige katten. Je herkent ze aan de zwarte pluimpjes op hun oren en de witte ‘slab’ op hun borst.

Een lynx is speciaal uitgerust voor sneeuw. In de zomer is zijn pels rossig of bruin met vlekken. Maar in de winter krijgt hij een prachtige zilvergrijze vacht, waardoor hij veel minder opvalt in de witte omgeving. Hij heeft korte en krachtige poten, die aan de onderkant uitgerust zijn met een speciale isolatielaag. Zijn poten zijn bovendien extra breed, zodat hij goed over de sneeuw kan lopen.

Een lynx is een heel stil dier. Je hoort hem haast niet aankomen als hij zijn prooi besluipt. Zelf maakt hij ook weinig geluid. Daarom kan het zijn dat een lynx jarenlang in een gebied woont zonder zelfs maar opgemerkt te worden.

Lynxen eten vooral herten, maar lusten ook hazen, vossen of konijnen. Af en toe vangen ze een vogel. Daarvoor kunnen ze tot 2 meter hoog springen.

18 DE MENS UIT HET BOS HEEFT

HEEL

LANGE ARMEN

In het Maleis betekent orang ‘mens’ en oetan ‘bos’. Een orang-oetan is voor de inwoners van Brunei, Maleisië en Indonesië dus letterlijk een mens uit het bos. Het is niet eens zo vreemd dat ze deze aap een ‘mens’ noemen. Orang-oetans delen bijna 97% van hun erfelijke materiaal met ons.

Orang-oetans zijn heel grote apen, maar toch leven ze in de boomtoppen. Met hun ontzettend sterke en lange onderarmen en grote handen met vingers als haken, slingeren ze van tak naar tak, op zoek naar fruit en bladeren. Omdat fruit snel verteert en redelijk weinig calorieën bevat, zoeken de apen bijna de hele dag naar voedsel.

Jonge orang-oetans blijven aan hun moeder hangen tot ze een jaar of vier zijn. Daarna volgen ze haar nog een hele tijd. Pas wanneer ze zes jaar zijn, vertrekken ze. Een vrouwtjesorang-oetan krijgt haar eerste jong pas als ze ongeveer twaalf à vijftien jaar oud is. Dat jong blijft een hele tijd bij haar en in die tijd krijgt ze geen nieuw jong. Van alle zoogdieren die op het land leven, planten orang-oetans zich het langzaamst voort. Ze krijgen maar één keer in de acht of negen jaar een jong. Er worden dus niet veel orang-oetans geboren.

19 ORKA’S ZIJN GEEN WALVISSEN

MAAR DOLFIJNEN

Een orka wordt ook weleens zwaardwalvis genoemd. Maar die naam is misleidend. Orka’s zijn namelijk geen walvissen. Het is de grootste dolfijnensoort. Een volwassen orka kan tot 9 meter lang worden en bijna 5500 kilogram wegen. Een babyorka meet al 2,4 meter bij de geboorte en weegt een flinke 181 kilogram.

Orka’s zijn echte carnivoren. Ze jagen op inktvissen, krabben, kreeften, haaien en roggen. Ook zeehonden, zeeleeuwen, zeevogels, pinguïns, zeeschildpadden en zelfs babywalvissen staan op het menu. Volgens sommige wetenschappers eten orka’s zelfs elanden of ijsberen.

20 DE LUIAARD DOET ZIJN NAAM EER AAN

Ga eens even goed rechtop staan en pak er een stopwatch bij. Leg nu in 1 minuut ongeveer 3 meter af. Je merkt meteen dat het niet zo eenvoudig is om zo ontzettend traag te lopen. Het is evengoed de snelheid waarmee een gehaaste(!) drievingerige luiaard zich door het oerwoud beweegt. Daarmee is hij waarschijnlijk het traagste zoogdier ter wereld.

Om een drie- of tweevingerige luiaard of aï te zien, moet je naar het noordelijke Amazoneregenwoud in Centraal- of Zuid-Amerika. Daar hangen de dieren het grootste deel van hun leven ondersteboven in de bomen. Ze houden zich vast met de twee of drie stevige klauwen aan elke poot. Een luiaard spotten is niet gemakkelijk. Door zich stil te houden of heel traag te bewegen, zijn ze zo goed als onzichtbaar voor roofdieren. Bovendien groeien er kleine algen op hun vochtige vacht, waardoor de luiaards een tikkeltje groen uitslaan. Zo vallen ze nog minder op tussen de bladeren.

Meestal hangt de luiaard gewoon te hangen, wel vijftien tot twintig uur per dag. Als hij wakker is, voedt hij zich met bladeren, twijgjes, knoppen en zachte vruchten. Omdat bladeren traag verteren, produceert de luiaard maar één keer per week een hoopje poep. Zelfs daarvoor wil hij duidelijk niet meer moeite doen dan strikt noodzakelijk...

ALLES OVER KUNST

1

BEELDJES

VAN ZWANGERE VROUWEN

Op heel wat plaatsen zijn kleine beeldjes van vrouwen teruggevonden die duizenden jaren geleden gemaakt werden. Ze zijn van ivoor, been, steen, klei of hout. Het zijn vaak stevige vrouwen met grote borsten, brede heupen en een dikke buik alsof ze zwanger zijn. Die beeldjes kregen halverwege de negentiende eeuw de naam venusbeeldjes, naar de Romeinse godin van de liefde, maar ze zijn veel ouder dan de Romeinen. Het oudste zou uit 40.000 voor Christus zijn. De beeldjes zijn vaak maar zo’n zeven tot tien centimeter groot, wellicht omdat jagers en verzamelaars ze dan gemakkelijk konden meenemen.

Archeologen vermoeden dat het een soort vruchtbaarheidsbeeldjes waren waarmee ze probeerden een goede zwangerschap, een gemakkelijke bevalling of veel kinderen af te dwingen – een beetje als gelukspoppetjes nu.

Mensen maakten niet alleen vrouwenfiguren, maar ook beeldjes van dieren. De leeuwmens is het oudste beeldje dat tot nu gevonden werd. Het werd 41.000 tot 39.000 jaar geleden gemaakt en beeldt een figuur uit die half leeuw, half mens is. De leeuwmens is ook groter dan de traditionele vrouwenbeeldjes, zo’n 31 centimeter.

2 DE MOOISTE VROUW ZAT VERBORGEN

ONDER DE GROND

Reis even mee naar het Griekse eiland Melos – ook wel Milos of Milo genoemd – in het jaar 1820. Boer Yorgos Kentrotas bouwt een muur en gebruikt daarvoor de stenen van de vele ruïnes uit de oudheid die op het eiland staan. Als hij met zijn houweel een steen uit de grond wil halen, ontstaat plots een groot gat. Yorgos ziet het hoofd van een witmarmeren standbeeld.

Toevallig is de Franse marineofficier Olivier Voutier ook op het eiland. Hij helpt Yorgos het standbeeld uit te graven. Het is in stukken en mist beide armen, maar het is meteen duidelijk wat een prachtig kunstwerk het is. Het beeld dateert uit 130 à 100 voor Christus en stelt waarschijnlijk Venus (Afrodite in het Grieks) voor, de Griekse godin en het eeuwige symbool van de schoonheid. De Venus van Milo krijgt een plaatsje in het Louvre.

3 DE SPANNENDE AVONTUREN VAN HET

LAM GODS

In 1424 krijgen de broers Hubert en Jan van Eyck de opdracht van Joos Vijd en zijn vrouw Elisabeth Borluut, belangrijke inwoners uit Gent, om een groot schilderij te maken dat ze boven het altaar van hun kapel in de Sint-Baafskathedraal willen hangen. Hubert begint er meteen aan, maar wanneer hij sterft, neemt zijn broer Jan het over. Als het Lam Gods in 1432 onthuld wordt, is iedereen sprakeloos van bewondering. Het werk bestaat uit twaalf panelen. De zijpanelen zijn aan beide kanten beschilderd en kunnen naar binnen geklapt worden. Het werk toont de aanbidding van Christus. Hij staat op het middelste paneel en wordt uitgebeeld als een lam. Alles samen staan er meer dan honderd figuren op het schilderij, die zo goed geschilderd zijn dat ze levensecht lijken.

Het werk blijft meer dan honderd jaar rustig in de Vijdkapel hangen, maar in 1566 breekt de Beeldenstorm uit. Gelukkig kunnen de bewakers van de kathedraal de panelen naar de klokkentoren takelen voor een menigte de deur inramt om het schilderij te vernietigen. Het Lam Gods wordt in het geheim naar het stadhuis gebracht, waar het verborgen blijft tot in 1584 de stad weer katholiek wordt.

4 DE LELIJKE GRAVIN

Een van de bekendste schilderijen uit de National Gallery is het Portret van een groteske vrouw (ca. 1514) van Quinten Massijs (1466-1530). Het is het gelaat van een vrouw, maar ze ziet er heel vreemd uit. Haar neus is opengesperd, ze heeft een vreemd, hoog voorhoofd en haar ogen liggen diep in haar gelaat. Ze draagt een bijzonder hoofddeksel en haar jurk is diep uitgesneden, waardoor je haar gerimpelde boezem ziet. Het portret wordt ook De lelijke gravin genoemd. Die naam kreeg het omdat Sir John Tenniel het gebruikte voor de oorspronkelijke tekeningen van de gravin uit het sprookje Alice in Wonderland van Lewis Carroll.

Quinten Massijs was een van de laatste Vlaamse primitieven. Hij schilderde normaal gezien religieuze taferelen, maar was ook gefascineerd door lelijke koppen.

5 HET BEROEMDSTE SCHILDERIJ

TER WERELD

De Mona Lisa van Leonardo da Vinci is waarschijnlijk het beroemdste schilderij ter wereld. Een vrouw kijkt je met een raadselachtige glimlach aan. Achter haar zie je een Italiaans landschap. Het schilderij werd in 1518 door koning Frans I van Frankrijk gekocht van Leonardo da Vinci en maakte deel uit van de koninklijke collectie. De vrouw is Lisa Gherardini, de vrouw van Francesco del Giocondo, een zijdehandelaar uit het Italiaanse Firenze. Daarom wordt ze in het Italiaans ook La Gioconda en in het Frans La Joconde genoemd.

Op 21 augustus 1911 was Frankrijk in rep en roer. De Mona Lisa was uit het Louvre gestolen! Niemand wist waar ze was. Heel veel mensen werden verdacht, onder wie zelfs de beroemde schilder Pablo Picasso. De schuldige bleek uiteindelijk Vincenzo Peruggia, een glazenmaker.

6

HET ONGELOFELIJKE VERHAAL VAN DE NACHTWACHT

In 1642 schilderde Rembrandt van Rijn een schilderij voor het Kolveniersgilde van Amsterdam. Centraal op het doek staan kapitein Frans Banninck Cocq en luitenant Willem van Ruytenburch. Om hen heen staan de andere leden van de schutterij. De schutters hadden een belangrijke taak. Zij moesten de stadsgrenzen bewaken en ervoor zorgen dat de openbare orde bewaard bleef. Rembrandt noemde het schilderij zelf De Compagnie van kapitein Frans Banninck Cocq en luitenant Willem van Ruytenburch maakt zich gereed om uit te marcheren, maar vanaf de achttiende eeuw kreeg het de wat eenvoudigere naam De Nachtwacht.

Sinds 2019 wordt het helemaal gerestaureerd. Je kunt de restauratie live meemaken in het Rijksmuseum in Amsterdam.

7

HOE ANTOON SIR ANTHONY WERD

Antoon van Dyck (1599-1641) werd geboren in een rijke Antwerpse familie.

Helaas stierf zijn moeder toen hij nog jong was en ging zijn vader failliet. Gelukkig had de jongen talent en kon hij aan de slag in het atelier van een meesterschilder. Op zijn zestiende opende hij al een eigen atelier. Dat trok de aandacht van zijn stadsgenoot Peter Paul Rubens, die hem een tijdje in huis nam om hem verder op te leiden.

In 1621 vertrok Antoon naar Italië om er de meesters van de vroege barok te bestuderen. Van de Italianen leerde hij de sprezzatura – zo schilderen dat het lijkt alsof het geen moeite kost en de figuren er volledig op hun gemak bijstaan. Ze leunen tegen een zuil met een glimlach om hun lippen en hun ogen op een punt in de verte gericht. Van Dyck werd zo bekend dat koning Charles I hem vroeg om aan het Engelse hof te komen schilderen.

In 1632 vertrok Van Dyck naar Londen, waar hij niet veel later geridderd werd tot principalle Paynter in ordinary to their Majesties (Belangrijkste schilder van het vorstenhuis). Vanaf toen was hij Sir Anthony van Dyck.

8

JE

HERKENT

DE BROUWER IN DE SCHILDERIJEN VAN JAN STEEN

Jan Steen (1626-1679) is vooral bekend van zijn schilderijen van rommelige huishoudens en kroegen vol dronken mensen. ‘Een huishouden van Jan Steen’ is een uitdrukking die weleens gebruikt wordt om een chaotisch gezin te bestempelen.

Het is niet zo vreemd dat Steen graag kroegtaferelen schilderde. Voor hij kunstenaar werd, was hij een bierbrouwer en had hij een herberg in Delft.

De Piskijker is een schilderij uit 1663. Je ziet een vrouw en een meisje naast een man staan die een soort glas tegen het licht houdt. De man is een piskijker die probeert te achterhalen aan welke kwalen het meisje lijdt door naar de kleur van haar plas te kijken. Tegelijkertijd voelt hij haar pols. Maar als je goed kijkt naar de man, zie je dat hij zijn schoenen aan de verkeerde voeten heeft. Dat is de manier van Jan Steen om je te vertellen dat het een dommerik en een kwakzalver is.

NU WERELDBEROEMD, MAAR ARM

TIJDENS ZIJN

LEVEN

Je hebt vast weleens gehoord van Vincent van Gogh (1853-1890).

Hij schilderde onder andere De aardappeleters, Zonnebloemen, De sterrennacht, Amandelbloesem en verschillende bekende zelfportretten.

Vincent werd geboren in 1853 in Zundert in Nederland en besloot op zijn zevenentwintigste om voltijds kunstenaar te worden. In tien jaar tijd maakte hij meer dan negenhonderd schilderijen, waarvan sommige nu tot de allergrootste kunstwerken ter wereld worden gerekend en voor miljoenen verkocht worden. Maar tijdens zijn leven kende de kunstenaar geen succes. Alleen zijn broer Theo en diens vrouw Johanna geloofden in hem. Zij kochten zijn verf en ander schildermateriaal en lieten de kunstenaar in hun huis in Parijs wonen zodat hij naar hartenlust kon schilderen. De eerste schilderijen van Van Gogh waren vrij donker, maar in de loop van de jaren ontwikkelde de kunstenaar een heel eigen stijl. Het liefst schilderde hij buiten in de openlucht. Hij gebruikte felle kleuren –geel was zijn lievelingskleur – en schilderde heel spontaan en snel.

Het portret waarbij hij zichzelf schilderde met een verband om zijn hoofd, is uit december 1889. Toen sneed hij na een ruzie met Gauguin in totale verwarring een stuk van zijn oor af.

Vincent van Gogh kreeg pas echt erkenning na zijn dood. In 1973 werd een Van Gogh Museum geopend in Amsterdam.

10

ENSOR ZETTE MENSEN EEN MASKER OP

James Ensor (1860-1949) was een bijzondere man. Hij woonde zijn hele leven in Oostende aan de Belgische kust, waar zijn moeder een winkeltje had in souvenirs. In het begin van zijn carrière maakte Ensor realistische schilderijen. Maar hij wilde vernieuwen, hij wilde experimenteren én hij wilde ook mensen choqueren.

Oostende was een chique badstad voor rijke mensen. Ze flaneerden graag over de dijk in hun deftige kleren met grote hoeden. Ensor schilderde die deftige burgers, maar gaf hen allemaal een masker – vaak met een verwrongen mond of een grote neus. De maskers waren niet om hen te verbergen, maar juist om de deftige burgerij voor gek te zetten en te tonen hoe ze echt waren. De rijke man met pak en hoge hoed droeg een duivelsmasker omdat hij eigenlijk een oplichter was; een ander was een gemene clown die mensen uitlachte.

Ensor kreeg tijdens zijn leven al de titel van baron. Zijn portret kwam in 1994 op de bankbiljetten van 100 frank en er werd een standbeeld voor hem opgericht in Oostende.

11 IS HIJ EEN GEK OF EEN GENIE?

Salvador Domingo Felipe Jacinto Dalí i Domènech, markies de Dalí de Pubol. Zo heet de man voluit, maar hij is bekend onder de naam Salvador Dalí (1904-1989). Hij is een van de bekendste kunstenaars van de twintigste eeuw. Zijn werken hangen in musea over de hele wereld. In Spanje zijn er zelfs drie musea volledig aan de kunstenaar gewijd (in Figueres, Pubol en Port Lligat) en er is ook een Salvador Dalí Museum in Florida in de Verenigde Staten.

Dalí was amper veertien jaar toen hij zijn werken al mocht tentoonstellen in het theater van zijn geboortestad Figueres. De jongen was dol op de aandacht die hij daardoor kreeg en besloot om de gekozen weg te blijven volgen. Hij maakte surrealistische schilderijen waarop hij zijn dromen uitbeeldde, maar werkte ook mee aan films.

Je herkent Dalí meteen aan de bijzondere snor waarvan de twee punten recht omhoog wijzen. Volgens hem was zijn snor geïnspireerd op die van Diego Velázquez. De puntige snorharen zouden inspiratie vanuit de kosmos opvangen.

12 EEN KLEURRIJK LEVEN VOL PIJN

Toen Frida Kahlo op 17 september 1925 de bus naar haar huis nam, wist ze niet hoe deze rit haar leven zou veranderen. Ze was op dat moment een vrolijk meisje van zeventien. De bus kreeg een verkeersongeval waar Frida zwaargewond uitkwam. Maandenlang moest ze in bed blijven, van top tot teen in het gips. Omdat ze graag schilderde, gaven haar ouders het meisje verf en penselen en lieten ze een speciale schildersezel maken waarmee ze liggend kon schilderen. Boven haar bed hingen ze een spiegel. Zo ontstonden Frida’s eerste zelfportretten. Ze werkte met vrolijke kleuren, maar toch voel je haar pijn. Tot ieders verbazing leerde ze weer lopen en ging ze verder met schilderen. Zelf was ze een opvallende verschijning met haar doorlopende wenkbrauw, haar donkere ogen, haar traditionele Mexicaanse kleren waar de kleuren van afspatten en de (bloemen)krans in haar haren.

Op haar tweeëntwintigste trouwde Frida met de twintig jaar oudere Diego Rivera, een bekende Mexicaanse kunstenaar voor wie ze altijd al bewondering had. Het werd een passioneel, maar moeilijk huwelijk dat ook weleens ‘de relatie van de duif (Frida) en de olifant’ (Diego) wordt genoemd. Frida werd met haar unieke uiterlijk zelf een bekende figuur en haar werken worden wereldwijd gewaardeerd.

13 DE STIPPEN VAN YAYOI KUSAMA

‘Mijn moeder zei dat ik niet mocht schilderen. Op een dag zou ik met een rijke man moeten trouwen en huisvrouw worden. Ik was nog een klein meisje toen ze me al mijn doeken en verf afnam.’ Het zijn woorden van Yayoi Kusama, die in 1929 in een rijke Japanse familie geboren werd. Ze had veel talent, maar in het Japan van die tijd werd van vrouwen verwacht dat ze netjes thuisbleven en voor hun man en gezin zorgden. Om dat niet te hoeven doen, vertrok Yayoi Kusama in de jaren vijftig naar New York. Daar huurde ze een kamertje en schilderde er de hele dag. Het beetje geld dat ze had, gaf ze liever uit aan schildermateriaal dan aan eten.

Yayoi Kusama had sinds haar jeugd al last van hallucinaties. Ze beschreef ze als lichtflitsen of velden vol stippen die tot leven kwamen en haar probeerden op te slokken. Door kunst te maken, kon ze de (angst)aanvallen onder controle houden. Haar kunstwerken bestaan zo goed als altijd uit stippen die ze vaak door middel van spiegels oneindig laat terugkomen. Het leverde haar de bijnaam ‘prinses van de stippen’ op. In 1973 keerde ze terug naar Japan. Daar liet ze zich in 1977 vrijwillig opnemen in een instelling voor mensen met mentale problemen. Ze bleef doorwerken. Elke dag van negen tot zes werkt ze, samen met haar assistenten, in haar studio, die aan de overkant van de instelling ligt.

ZAL IK HET VOOR JE INPAKKEN?

Je hebt waarschijnlijk weleens een cadeautje ingepakt, maar dat was vast geen auto. Of een brug. Of een enorm gebouw. Christo en zijn vrouw Jeanne-Claude deden het wel en werden er wereldberoemd mee.

Christo Vladimirov Jaracheff werd geboren in 1935 in Bulgarije. In 1958 werd hij verliefd op de exact tien jaar jongere Jeanne-Claude Denat de Guillebon. Ze trouwden en in 1964 verhuisde het koppel naar de Verenigde Staten van Amerika. De kunstenaar was op dat moment al bezig met inpakkunst. Hij verpakte onder andere een Volkswagen, een vrouw en etalagepoppen. Een paar jaar later verpakte hij stiekem een paar beroemde beeldhouwwerken in Rome en in Parijs. Maar Christo en Jeanne-Claude zagen het groter. Ze wilden grote, opvallende dingen zoals een brug of een gebouw inpakken om de mensen op een andere manier naar hun omgeving te laten kijken. Dat kon niet zomaar. Ze moesten vergunningen aanvragen, mensen vinden om hun kunstwerk te maken en vooral veel geld inzamelen om alles te betalen. Dat kostte heel veel tijd.

Ze pakten onder andere de Pont Neuf in, een beroemde brug in Parijs. De plannen bestonden al in 1975, maar werden pas tien jaar later uitgevoerd. Er waren driehonderd mensen nodig om het werk uit te voeren, meer dan 40.000 vierkante meter stof en 13.000 meter touw. De brug werd na veertien dagen weer uitgepakt.

Nog sterker was het met de Arc de Triomphe, de bekende triomfboog in Parijs. In 1961 kwam het koppel met het inpak-idee op de proppen, maar pas in 2021 lukte het. Christo en Jeanne-Claude waren toen al overleden. Het werd een soort eerbetoon aan dit bijzondere kunstenaarsduo.

15 ‘IK HAAL ERUIT WAT ERIN ZIT’

Michelangelo was naast begaafd kunstschilder ook architect en beeldhouwer. Zijn beroemdste standbeeld is de David. Michelangelo werkte drie jaar aan het beeld. Hij hakte het vijf meter hoge beeld volledig uit een enorm blok wit marmer. De krans op zijn hoofd, de slinger in zijn hand en de koffer achter zijn rechterbeen waren op dat moment nog verguld. Toen mensen de kunstenaar vroegen hoe hij zo’n prachtig beeld had kunnen maken, zou Michelangelo gezegd hebben: ‘Ik kijk naar het marmer en zie het standbeeld zitten. Ik laat er gewoon uitkomen wat er altijd al inzat.’

De David van Michelangelo maakte al heel wat mee. In 1527 waren er rellen in de stad en bekogelden politieke tegenstanders elkaar met allerlei projectielen. Een van die zaken – een bank of een steen – beschadigde Davids linkerarm. Gelukkig werden de brokstukken bewaard en kon de arm redelijk goed gerepareerd worden, maar David hield er wel een litteken aan over. Tijdens restauraties en poetsbeurten in de achttiende en negentiende eeuw ging het een paar keer flink mis, waardoor het marmer werd aangetast. In 1875, op zijn vierhonderdste verjaardag, verhuisde

David naar La Galleria dell’Academia, waar hij nu nog altijd staat. Daar kan hij onder de beste omstandigheden bewaard worden. Toch slaagde Piero Cannata erin om in 1991 Davids teen te beschadigen met een hamer.

16 DRAAI EENS AAN HET KLEURENWIEL

Het kleurenwiel of de kleurencirkel werd bedacht in de negentiende eeuw.

Het is een cirkel waarop je kunt zien hoe kleuren zijn opgebouwd. Hij bestaat uit drie primaire, drie secundaire en zes tertiaire kleuren.

Een primaire kleur is een kleur die je niet kunt maken door andere kleuren te mengen, maar waarvan alle andere kleuren zijn afgeleid. Rood, geel en blauw zijn de primaire kleuren. Die drie kleuren zijn gelijkmatig verspreid over het kleurenwiel. Secundaire kleuren krijg je door primaire kleuren te mengen. Rood en geel worden oranje; geel en blauw worden groen; blauw en rood worden paars. Daartussen zitten nog de tertiaire kleuren, die je krijgt door een primaire kleur te mengen met een secundaire kleur: oranjerood, oranjegeel, groengeel, blauwgroen, blauwpaars en roodpaars.

Als je een schilderij maakt, kun je de kleuren kiezen met hulp van het kleurenwiel. De kleuren die op het wiel tegenover elkaar liggen, noem je complementaire kleuren. Ze versterken elkaar. Drie naast elkaar liggende kleuren noem je analoge kleuren. Als je met analoge of harmonische kleuren werkt, breng je rust. Er zijn ook triadische kleuren, die je kunt vinden door een gelijkzijdige driehoek op de kleurencirkel te trekken. De combinatie van die drie kleuren maakt een schilderij heel levendig.

17 KIES DE JUISTE VERF VOOR JE SCHILDERIJ

Bij olieverf worden pigmenten in poedervorm gemengd met olie, meestal lijnzaadolie. Door de olie heeft de verf een heel eigen geur. Je gebruikt een canvas (een opgespannen doek) of een houten paneel waarop je meestal eerst een witte ondergrond met gesso (een soort krijtverf) zet. Het doek of paneel zet je op een schildersezel en je gebruikt lange kwasten om te schilderen. Olieverf droogt heel traag, waardoor je nog veel verbeteringen en aanpassingen kunt aanbrengen tijdens het werken. De verf ligt in meerdere lagen op het doek zodat je zelfs reliëf kunt aanbrengen.

Aquarel betekent letterlijk ‘een gewassen tekening’. Je gebruikt waterverf – ook wel aquarelverf genoemd – waarbij Arabische gom wordt opgelost in water. Daaraan worden heel fijn gewreven pigmenten toegevoegd. Met korte penselen schilder je op speciaal dik aquarelpapier. Dat papier kun je eerst nat maken of je kunt het droog laten. Beide geven een ander effect. Een aquarel moet gelijk goed zijn. Je hebt niet veel kans om een fout te herstellen. Het wit op een aquarel komt van het papier zelf, niet van de verf.

18 ER ZIT MEER IN EEN KUNSTWERK

DAN JE DENKT

Zeker als je naar de schilderijen van oude meesters kijkt, zie je symbolen. Een symbool staat voor iets anders, vaak iets wat moeilijk is om uit te drukken. Wij zijn er niet meer zo vertrouwd mee, maar vroeger waren mensen goed op de hoogte van hun betekenis.

Een zwarte vogel, een schedel, een al dan niet brandende kaars en een zandloper verwijzen allemaal naar de dood of naar de eindigheid van het leven. De kunstenaar wil je duidelijk maken dat de tijd verglijdt en dat je dagen op deze aardbol eindig zijn.

Heb je ooit weleens een granaatappel gezien? Als je die vrucht opendoet, zit hij bomvol vuurrode pitjes. Granaatappels zijn daarom meestal symbolen voor vruchtbaarheid en rijkdom of geluk.

Zelfs een bloem kan een diepere betekenis hebben. Witte lelies betekenen zuiverheid en maagdelijkheid. Rode bloemen hebben te maken met vurige passie. Blauwe bloemen duiden op hoop en verlangen.

Wedden dat je nooit meer op dezelfde manier naar een schilderij kijkt?

19 EEN PREHISTORISCH MUSEUM

Stel je voor: je speelt buiten met je vrienden en een hond. Plots verdwijnt de hond in het hol van een dier en keert niet meteen terug. Je besluit om hem te gaan zoeken. Maar in plaats van in een dierenhol, kom je terecht in een enorme grot waarvan de wanden bedekt zijn met afbeeldingen van bizons, paarden en andere indrukwekkende dieren.

Het is het verhaal van Georges, Simon, Jacques en Marcel toen ze in 1940 een heel bijzondere grot ontdekten. De vier jongens haalden hun schoolmeester Léon Laval erbij en daalden samen met hem af in de grot. Bij het licht van een lampje zagen ze voor het eerst de enorme Zaal met de Stieren waarin levensecht geschilderde dieren elkaar achterna leken te zitten. De dieren waren op een laag wit calciet geschilderd en leken langs de muur omhoog te klimmen. Dieper in de grot lag het Kabinet met de Katachtigen met beelden van holenleeuwen. Op andere plaatsen stonden ook nog wilde ezels, een steenbok, een wolharige neushoorn, een man met een vogelkop, een stervende bizon en zelfs een eenhoorn afgebeeld. Daartussen waren allerlei tekens aangebracht: rechthoeken, stippen, kruisen en haken.

Het prehistorisch museum van zo’n 19.000 jaar geleden is absoluut een bezoekje waard.

20 VAN FORT TOT WERELDBEROEMD MUSEUM

In 1190 liet de Franse koning Filips II net buiten Parijs een fort bouwen om de stad te verdedigen. Het kreeg als naam het Louvre. Bijna tweehonderd jaar later zou koning Karel V er een paleis van maken. Dat bleef het tot koning Lodewijk XIV besloot naar zijn nieuwe paleis in Versailles te verhuizen. De koning bewaarde zijn kunstcollectie in het Louvre, maar verder stond het meestal leeg. Na de Franse Revolutie in 1789 besloot men om van het Louvre een museum te maken. Het opende zijn deuren op 10 augustus 1793.

Vanaf 1804 breidde Napoleon Bonaparte het museum uit om plaats te maken voor de kunstschatten die zijn leger van hun veroveringstochten meebracht. Daardoor heeft het Louvre onder andere een grote collectie Egyptische kunst, waaronder de Grote Sfinx van Tanis. Het museum heette op dat moment ook Musée Napoléon.

In de jaren tachtig van de vorige eeuw besloot de Franse president Mitterrand om het Louvre uit te breiden en te restaureren. De Chinese architect I. M. Pei pakte tussen 1981 en 1998 niet alleen de binnenkant van het museum aan, maar liet ook de glazen piramide optrekken waardoor je sindsdien het museum binnengaat.

ONTDEK MEER

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Het 321 superslimme weetjesspel — Online boek by Uitgeverij Lannoo - Issuu