Skip to main content

Een leven lang dromen - Raymond - boekinkijk

Page 1

R AY MO ND

Een leven lang dromen

VAN HET GROENEWOUD

210x260-Raymond-dromen-Full H.indd 3

20/12/19 09:47


4

Een leven lang dromen

210x260-Raymond-dromen-Full H.indd 4

20/12/19 09:47


Voorwoord

210x260-Raymond-dromen-Full H.indd 5

5

20/12/19 09:47


6

Een leven lang dromen

210x260-Raymond-dromen-Full H.indd 6

20/12/19 09:47


Voorwoord

10

De jaren vijftig

12

De jaren zestig

38

De jaren zeventig

58

De jaren tachtig

120

De jaren negentig

144

De jaren nul

174

De jaren tien

200

Inhoud

210x260-Raymond-dromen-Full H.indd 7

7

20/12/19 09:47


8

Een leven lang dromen

210x260-Raymond-dromen-Full H.indd 8

20/12/19 09:47


Voorwoord

210x260-Raymond-dromen-Full H.indd 9

9

20/12/19 09:47


Een dromer ben ik altijd geweest. Tijdens mijn jeugd werd ik steevast geconfronteerd met zinnen als ‘Zie je je schoonmoeder fietsen?’, de uitdrukking die mijn oma hanteerde, de moeder van mijn moeder. Of ‘Hij zit weer te dromen’, de uitdrukking van mijn eigenste moeder. Van mijn latere leven herinner ik mij de zin die een vriendin van mij gebruikte: ‘Je bent er niet.’ Ik herinner me hoe ik, vijf of zes jaar oud, verdween in de voor mij fascinerende wereld van letters, zoals die weergegeven werden op de blokjes van mijn letterblokkendoos. Daarnaast was er mijn knuffelbeer, die ik absoluut leven toekende, omdat ik het immers duidelijk zag in zijn glazen oogjes. Hij was zeer grappig en beleefde avonturen waar ik me bij bescheurde. Die beer heeft tientallen jaren met mij doorstaan, eerst uiterst actief, in een later stadium als relikwie. En hij zou nu nog bestaan, als een jaloerse vriendin hem niet in stukken vaneen had gereten en verknipt, nadat ik een nacht lang weg was geweest, vermoedelijk op een adres waar ik van haar niet mocht zijn. Het voetbal werd een bron van een oneindig durende reeks heldenverhalen. Ik kwam daarin uit voor Beerschot en later voor Standard. Naast mijn gedagdroomde voetbalexploten schreef ik in een dik schrift ook nog volledige competities uit. Op die manier had ik vaak mijn bezigheid tijdens de mij niets zeggende lessen op het atheneum. Het betrof hier schoonschrift en het gebruik van een vulpen, kom daar nu nog eens om. Alleen een verdwaalde vriend of vriendin houdt die discipline nog vol. Het is geëindigd met muziek. The Beatles (1963-1969) konden niet onbeantwoord blijven, en dus startte ik The Sharks op. Die naam komt van een Porto Ricaanse bende uit de film West Side Story, waar ik mee sympathiseerde – ik nam het namelijk altijd op voor de underdog, zoals voor de indianen in westerns. The Sharks waren gehuisvest in New York, werden wereldberoemd, nog populairder dan The Beatles, maar dat was geen reden om hatelijk met elkaar om te gaan, integendeel. In één moeite door had ik een bloedmooie vriendin met een Zuid-­Amerikaans uiterlijk, Juanita genaamd. Ze diende niet om natte

10

dromen te bewerkstelligen, maar omdat ik een wereldberoemde zanger-componist zonder vriendin ongepast vond. Het was waarschijnlijk de mededeling van moeder en stiefvader dat ik geen krediet meer kreeg nadat ik er acht jaar lang een potje van had gemaakt op het atheneum, die me onbewust een streep deed trekken onder dat dagdromen. De akelige en uiterst oneerlijke realiteit was toen dat ik zonder diploma aan een inkomen moest zien te raken. Maar goed, een jaar of wat later kregen de dromen een geraamte: ik besloot zelf liedjes te maken, na een zeer leerrijke periode als begeleider van mijn liedjesschrijvende collega Johan Verminnen. Leerrijk, omdat ik in die periode Vlaanderen leerde kennen, in elk geval toch veel beter dan toen ik in de ouderlijke cocon zat. Jeugdclubs, bruine café’s, dat was toch al iets meer dan de route van en naar school, en dan de samenlevingscultuur van Hollandse ouders, familie en kennissen van hun generatie – met als populairste drank zwarte thee. Vanaf mijn afscheid van Verminnen werden dromen de wortel die voor mijn neus hingen. Ik kon in het begin, tijdens wakkere uren ’s nachts in bed, hele optredens van twee keer drie kwartier bij elkaar denken, vooral wat het tempo en de intensiteit van de liedjes betrof, soms ook de slogan. De kwestie was dan dat tastbaar te maken tijdens de droeve dag. De kwestie was ook om terug te vinden wat er zo opwindend aan was tijdens de nacht, met gesloten ogen. Van Delmore Schwartz, de goeroe van Lou Reed, vernam ik de kreet ‘In dreams begin responsibilities’, en dat kan ik volledig onderschrijven. Ofwel ga je ervoor, als een blinde kip, ofwel ben je uit ander hout gesneden, ook goed. Die droeve dag, die ik vermeldde, is wellicht vooral een verzonnen zaak. Ik herinner mij de periode van 1972 tot 1977 als een eindeloze rij grijsbewolkte dagen, met of zonder regen. (Ik ga dan maar voorbij aan de zomer van 1976, geboekstaafd als een van de heetste en droogste ooit). Dat past ook goed bij het feit dat mijn missie niet slaagde de eerste vijf jaren,

Een leven lang dromen

210x260-Raymond-dromen-Full H.indd 10

20/12/19 09:47


en het toont voor mij ook aan dat de klimaatopwarming niet in álle opzichten dramatisch genoemd mag worden, aangezien ik de blauwe lucht en een temperatuur boven de 21 graden Celsius broodnodig heb. Ik heb de laatste vijftig jaar van mijn leven op die manier doorgebracht, ik bedoel dus met mijn dromen of overpeinzingen tastbaar – of liever hoorbaar – te maken, met binnenwaaiende melodielijnen uit te werken. En terwijl ik dat nu noteer, besef ik dat het leven erger had gekund. Immers, ik kon van die bezigheden leven, had er na een vijftal jaar al een eerbaar bestaan mee. Ik las onlangs bij de grote hedendaagse schrijver Philippe Claudel dat een waar koninkrijk vaak past in de palm van een hand, en ja, ik zie een verband. Je moet natuurlijk kunnen leven met het gegeven dat de droom onbeschadigd en perfect is, en dat de soms ietwat moeizaam verworven invulling ervan, op weg naar de hoorbaarheid, onvermijdelijk schade oplevert, om te beginnen in het lied zelf, en dan ook nog vaak in de manier waarop het lied vastgelegd wordt. Om dan een verkoopsartikel te worden in dezelfde orde als een tube tandpasta, zoals mijn vader bitter opmerkte. De eerste persoon die voor mij dat fenomeen lang geleden al beschreef, was Woody Allen, die uitlegde dat hij al heel blij was als een door hem gemaakte film een acht op tien haalde, omdat het meestal eerder een zesje of minder betrof. In dit boek, dat vooral uit foto’s bestaat, foto’s die Karel Van Mileghem met eindeloos geduld bijeengesprokkeld heeft, vindt u de nog niet volledige weg (toch niet tijdens dit schrijven) van de wieg naar het graf van de schrijver dezes, met hier en daar commentaar of bespiegelingen van mijn kant. Het moge u bevallen!

Raymond van het Groenewoud 30 oktober 2019

Voorwoord

210x260-Raymond-dromen-Full H.indd 11

11

20/12/19 09:47


Een leven lang dromen 12 Raymond en Ali op de dijk.

210x260-Raymond-dromen-Full H.indd 12

20/12/19 09:47


de jaren

V IJF TIG

De jaren vijftig

210x260-Raymond-dromen-Full H.indd 13

13

20/12/19 09:47


Mijn eerste levensjaren bracht ik door in de Zonnebloemstraat, in Anderlecht.

Ik herinner mij het brede, schuin aflopende trottoir, wat een alternatieve manier van voetballen teweegbracht. Naast het appartement van mijn ouders, in een belendend huis, was er dat van mijn tante Yvonne, zus van mijn moeder, en oom Frans. Zij hadden een zoon van dik twee jaar ouder dan ik, Nikolai genaamd, die als grotere broer fungeerde, maar ook als mijn kwelgeest. Ik herinner mij helaas dat hij mij ooit in een bos brandnetels duwde en dat hij mij uitdaagde voor exploten die hij zelf niet aandurfde, waardoor ik ooit een kunststukje met mijn driewieler besloot met een gat in mijn hoofd. Verder betrof het onder meer in bomen klimmen, enfin, jongenspret, die eindigde in een loeiend gehuil – ofwel omdat ik zo stom was te durven wat hij niet durfde, met fatale gevolgen, ofwel omdat ik bespot en gejend werd omdat ik het zelf niet durfde. We lieten ook ooit te zijner huize de parkiet ontsnappen uit de vogelkooi, en dat kwam me op de enige, intimiderende reprimande te staan vanwege mijn geliefde oom Frans, die me, althans wat die tijd betreft, verder bijblijft voor zijn gezang van Ah! vous dirai-je, maman, de Franstalige versie van Altijd is Kortjakje ziek. Belangrijk was de passage van tram 63 door de Zonnebloemstraat, op weg naar de terminus. Het betekende heel wat voor mij, het zicht en de geur van die tram, en ik was dan ook dolgelukkig met een houten replica, eigenhandig gefabriceerd door mijn vader, de muzikant Nico Gomez (eigenlijk Jos van het Groenewoud). Er zijn foto’s van mijn gelukkige zelf met die houten tram, maar vanwege uitleenbeurten aan de geschreven pers ben ik ze kwijt. Ik had goudblonde krulletjes, waardoor de mensheid mij steevast versleet voor een mooi meisje, en ik heette tijdens die eerste jaren Kiki. Ik lustte vrijwel niets van wat de pot schafte en de door mij uitgesproken zin ‘Kiki lusje niet’ is een eigen leven gaan leiden in de familiekring.

14

Ik kon goed rekenen: wanneer ik voor gedrag en vlijt – want dat waren de enige duidingen in mijn wekelijks schoolrapport – minimaal een acht had, dan kreeg ik op het einde van de week een Dinky Toy cadeau, een klein metalen autootje, een keurige weergave van de werkelijkheid. Mijn ondertussen op het toneel verschenen stiefvader reageerde eens sceptisch, toen ik met een negen voor gedrag en slechts een zeven voor vlijt kwam aanzetten. Maar ik rekende hem voor dat de som van beide het vereiste minimum vertegenwoordigde. Een mens moet opkomen voor zijn rechten. In die tijd had je, wat de weergave van muziek betrof, de bakelieten 78-toeren plaat, een kleinood dat brak als je het op de grond liet vallen. Er bevond zich een hele stapel van in onze living en ik herinner mij hoe ik gretig het materiaal doorploegde, waarbij ik na een tijd kon lezen wat er op het etiket stond. Er ging vooral magie uit van de blauwe etiketten met gouden letters, waarop te lezen stond dat het lied werd uitgevoerd door het orkest van Vic Baeyens, met als speciale vermelding ‘Chant: Nico Gomez’, niemand minder dan mijn vader dus. Ergens in 1956 of begin 1957 verhuisden mijn ouders, dat wil zeggen mijn moeder en stiefvader, van Anderlecht naar Amsterdam-Zuid, om aldaar stiefvaders politiek geluk te beproeven. Hij was Nederlander en mocht zich slechts politiek roeren in zijn vaderland. Toen ze goed en wel gehuisvest waren, lieten ze mij overkomen. Ik werd tijdelijk geparkeerd in Ukkel, waar mijn ondertussen ook verhuisde tante en oom woonden. Daar bezocht ik enkele weken of maanden een Franstalige school, een zaak waar ik nog profijt van heb kunnen trekken, want tot op zekere hoogte kan ik mijn plan trekken in het Frans. De kennismaking met de leerlingen en de juf op een montessorischool in Amsterdam verliep uiterst gunstig, omdat ik terstond in de rol werd geduwd van vertederend sprekende Belg. Het naschoolse

Een leven lang dromen

210x260-Raymond-dromen-Full H.indd 14

20/12/19 09:47


leven was ook bijzonder prettig: meestal werd dat voetballen en ravotten op een naburig weiland, en wat eten en slapen betrof, kreeg ik vooral met mijn liefhebbende en grappige oma te maken. Mijn moeder had tijdelijk een job, wellicht omdat de materiële verdiensten van mijn stiefvader onvoldoende waren voor eten en huisvesting. Bij mijn oma (en opa, de tweede man van mijn grootmoeder) was het gezelligheid troef. Ik herinner mij geen spoor van stress en dat was wel even anders bij mijn ouders. Ik kreeg, qua opvang, verder nog te maken met oom Hans en tante Fenny. Zij waren de ouders van een zoon, Etienne, drie jaar jonger dan ik en ondertussen helaas in treurige omstandigheden overleden, en tweelingdochters, genoemd naar mijn moeder, Deborah, en tante Yvonne. Het betrof hier pseudofamilie. In de periode tussen 1945 en 1950 waren drie Hollandse mannen met hun vrouw naar België gevlucht, om geen politionele terreur te moeten uitoefenen in de toen opstandige kolonie Nederlands-Indië. Die drie mannen waren mijn vader, mijn oom Frans en de hierboven genoemde Hans Zeldenrust. Vanwege de intimiteit tussen de drie koppels – dat alles geestelijk – werden uiteindelijk Hans en Fenny tot oom en tante gebombardeerd, zij het dus zonder bloedband. Al waren de uren met mijn medeleerlingen enerzijds en mijn oma anderzijds een bron van warmte en medemenselijkheid, daarbuiten viel er ook nog tijd stuk te slaan. Ik ben, als enig kind, veel beginnen lezen en kon mezelf ook goed bezighouden met de imaginaire avonturen van mijn teddybeer Winnie, genaamd naar het boek Winnie de Poeh, dat meesterwerk van de Engelse schrijver A.A. Milne, met prachtige tekeningen van E.H. Shepard. Ik vermeld hier ijverig schrijver en tekenaar, om me des te harder te kunnen distantiëren van de waardeloze herneming door de fabriek van Walt Disney.

De jaren vijftig

210x260-Raymond-dromen-Full H.indd 15

15

20/12/19 09:47


Jos van het Groenewoud (Nico Gomez) en Debora Tak (‘Hashje’). Een leven lang dromen

16

210x260-Raymond-dromen-Full H.indd 16

20/12/19 09:47


14 februari 1950 / 23u / 3,4 kg / blauwe ogen / bruin haar. De jaren vijftig 17

210x260-Raymond-dromen-Full H.indd 17

20/12/19 09:47


Een leven lang dromen 18 Huwelijk Nico Gomez en Debora Tak, in Amsterdam.

210x260-Raymond-dromen-Full H.indd 18

20/12/19 09:47


De jaren vijftig

210x260-Raymond-dromen-Full H.indd 19

19

20/12/19 09:47


‘Mijn moeder vertelde me al vroeg over de dood, als fenomeen. Toen ik die eindigheid snapte, leidde dat tot een korte, maar serieuze huilbui. Het was zelfs interessant om al zo vroeg over de dood onderwezen te worden. Dan heb je de tijd om dat begrip te aanvaarden en op den duur zelfs te omarmen.’

Zonnebloemstraat, Anderlecht. Neef Nikolai en Raymond.

20

Een leven lang dromen

210x260-Raymond-dromen-Full H.indd 20

20/12/19 09:47


Mama Debora Tak en Raymond.

De jaren vijftig

210x260-Raymond-dromen-Full H.indd 21

21

20/12/19 09:47


22

Een leven lang dromen

210x260-Raymond-dromen-Full H.indd 22

20/12/19 09:47


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Een leven lang dromen - Raymond - boekinkijk by Uitgeverij Lannoo - Issuu