Bijlage 2: Teambespreking ouderbeleid – leidraad voor beginsituatie Deze leidraad dient om het ouderbeleid – zoals het er vandaag uitziet – te bespreken met het team. Wat vinden jij en de begeleiders belangrijk in het ouderbeleid van jullie opvanginitiatief? Waar zijn jullie sterk in? Wat denken jullie dat het effect is op ouders? Waar kunnen jullie ouders nog op een andere manier tegemoet treden? Hoe voelt elke begeleider zich daarbij? Wat hebben begeleiders nodig om hierin te groeien? Naargelang de identiteit van jullie kinderdagverblijf, zul je met je team op sommige vragen dieper ingaan en zul je andere vragen allicht overslaan wegens ‘niet van toepassing’. Dit is geen volledig in te vullen lijst, géén checklist. Het is een leidraad met verschillende bedoelingen:
Zicht op de doelstellingen van het hele team: Als coördinator heb je waarschijnlijk een idee van de richting die je uit wil gaan met ouderbetrokkenheid. Maar wat zijn de verwachtingen en prioriteiten voor de begeleiders? Met deze leidraad breng je de beginsituatie en de doelstellingen voor het hele team in kaart. Aankaarten van het thema ouderbetrokkenheid: Met deze leidraad krijg je niet alleen een goed zicht op wat het team denkt en wenst over ouderbetrokkenheid, het is tegelijk een manier waarmee je het thema kunt beginnen introduceren. Met deze oefening wordt voor het team immers meteen duidelijk dat jullie daar de komende tijd intensief aan zullen werken. Informatie voor de focusgroepen met ouders: Hoe meer informatie vanuit team, hoe gerichter je de ouderbevraging kunt doen (zie hierboven 6.3 en hierna in bijlage 3). Daarom zet je de informatie die uit deze teambespreking het beste op papier.
Moeten alle vragen volledig behandeld worden? Neen. De vragen zijn opgedeeld in verschillende niveau’s van ouderbetrokkenheid: samen leven, samen doen, samen denken en beslissen, samen actie ondernemen in de wijk (zoals omschreven in het boek ‘Kinderopvang met sociale functie’, VBJK, 2009). Het kan zijn dat jouw opvang sommige niveau’s van ouderbetrokkenheid niet opneemt; of dat begeleiders dieper willen ingaan op specifieke aspecten van jullie ouderbeleid. Dat is geen probleem. Het is wél belangrijk dat je met de antwoorden van het team een volledig beeld krijgt van jullie ouderbeleid: waar zijn jullie sterk in en wat willen jullie verder verfijnen en verdiepen? Moeten de vragen precies aan bod komen zoals ze beschreven staan? Neen. De leidraad geeft enkel suggesties, je kunt de vragen op je eigen manier formuleren. Je kunt ook dieper ingaan op wat begeleiders vertellen: pols hoe ze zich bij bepaalde aspecten voelen, peil naar waar ze het moeilijk mee hebben. Blijf daar echter niet bij steken en vraag hen ook hoe ze ondersteund kunnen worden zodat begeleiders wél aan verschillende aspecten van ouderbeleid kunnen werken. Wat als verschillende begeleiders in het team verschillende antwoorden geven? Dat is geen probleem. De bedoeling is dat het voltallige team nadenkt over en plannen uitdenkt voor een goed ouderbeleid, tegelijk kunnen begeleiders aangeven hoe ze individueel tegen de dingen aankijken. Moeten de antwoorden op papier? Ja, want dat helpt je voor verdere ontwikkeling van je ouderbeleid. Waar mogelijk kun je ook materiaal bijvoegen, bijvoorbeeld van de schriftelijke communicatie voor ouders.
| feb 2015 | handleiding ‘Kinderopvang en ouders: partners in opvoeding’ | 64 |
0. Algemene informatie 0.1
0.2
Wie zijn de ouders van de kinderen in de opvang? Hoe is deze groep samengesteld? Welke ouders bereiken we gemakkelijk? Hoe is deze groep samengesteld? Welke ouders bereiken we moeilijk? Hoe is deze groep samengesteld? Welke activiteiten worden georganiseerd voor ouders? Geef een kort overzicht.
1. Samen leven – ouders als partner in de opvang van hun eigen kind 1.1
Hoe zorgen we dat ouders zich welkom voelen? Hoe merken we dat ouders zich welkom voelen?
1.2
Hoe verlopen de wenmomenten in onze opvang? Hoe en door wie gebeurt het wennen bij de komst van nieuwe kinderen en ouders? Omschrijf. Wat is in ons wenbeleid ondersteunend voor ouders? Wat leer ik van de ouders? Wat heb ik als begeleider nodig om deze wenmomenten voor ouders meer ondersteunend te maken?
1.3
Hoe en door wie gebeurt het wennen wanneer kinderen overgaan van de ene leeftijdsgroep naar de andere (de zogenaamde overgangsmomenten)? Omschrijf. Wat is hierin ondersteunen voor ouders? Wat leer ik van de ouders? Wat heb ik als begeleider nodig om deze wenmomenten voor ouders meer ondersteunend te maken?
1.4
Zijn er tevredenheidsgesprekken / opvolggesprekken met ouders? Hoe verlopen deze gesprekken? Wie voert deze gesprekken? Waarom vinden we dat belangrijk? Wat is in deze gesprekken ondersteunend voor ouders? Wat heb ik als begeleider nodig om deze gesprekken voor ouders meer ondersteunend te maken?
1.5
Hoe verlopen de dagelijkse contacten met moeders en met vaders? Hoe ervaren ouders de dagelijkse contacten met begeleiders? Hebben we hiervoor als begeleider in onze job genoeg tijd en ruimte (letterlijk en figuurlijk)?
1.6
Is er een heen- en weer schriftje, een kindvolgsysteem of andere communicatiemiddelen? Hoe werken we daarmee? Hoe gaan we om met geschreven communicatiemiddelen? Wat is de doelstelling daarvan en halen we dat ook? Op welke manier is dit eventueel belastend voor begeleiders? Wat appreciëren ouders aan deze vormen van communicatie?
| feb 2015 | handleiding ‘Kinderopvang en ouders: partners in opvoeding’ | 65 |
Wat vinden ouders moeilijk aan deze vormen van communicatie?
2. Samen doen – ouders als partner in de werking 2.1
2.2
Organiseren we in ons kinderdagverblijf momenten of activiteiten waarop ouders elkaar onderling kunnen ontmoeten? Welke momenten of activiteiten zijn dit? Omschrijf of geef voorbeelden. Wat is de meerwaarde van deze momenten? Waarom vinden we dat belangrijk als team? Welke ouders nemen hieraan deel? Welke ouders nemen niet deel? Hoe nodigen we vaders en moeders hiervoor uit? Wat vinden de deelnemende ouders van activiteiten waarop ze elkaar kunnen ontmoeten? Op welke manier is dit voor hen belangrijk / prettig / ondersteunend?
Zijn dit soort ontmoetingen voor ouders ondersteunend? Zo ja, hoe? En op welke manier merken we dat? Welke effecten zien we in het verder contact tussen ouders en begeleiders? Welke effecten zien we in het verder contact tussen ouders onderling?
2.1 & 2.2
Organiseren we in ons kinderdagverblijf momenten of activiteiten waarop ouders en begeleiders elkaar kunnen ontmoeten? Welke momenten of activiteiten zijn dit? Omschrijf of geef voorbeelden. Wat is de meerwaarde van deze momenten? Waarom vinden we dat belangrijk als team? Welke ouders nemen hieraan deel? Welke ouders nemen niet deel? Hoe nodigen we vaders en moeders hiervoor uit? Wat vinden de deelnemende ouders van activiteiten waar ze begeleiders kunnen ontmoeten? Op welke manier is dit voor hen belangrijk / prettig / ondersteunend?
3. Samen denken en beslissen – ouders als partner in het opvangbeleid 3.1
3.2
Hoe informeren we ouders over het pedagogisch beleid van ons kinderdagverblijf? Doen we dat op verschillende manieren? Hoe merken we dat ouders op de hoogte zijn van ons beleid? Wat vinden ouders daarvan? Op welke manier is dit voor hen belangrijk / prettig / ondersteunend? Hoe vragen we ouders om mee te denken over pedagogische thema’s? Lukt dit? Over welke thema’s denken ouders mee? Omschrijf met voorbeelden. Beslissen ouders mee? Waarover? Waarom vinden we dat belangrijk als team? Wat vinden ouders daarvan? Op welke manier is dit voor hen belangrijk / prettig / ondersteunend?
| feb 2015 | handleiding ‘Kinderopvang en ouders: partners in opvoeding’ | 66 |
4. Samen actie ondernemen in de wijk – ouders als partner in het sociale weefsel in de buurt 4.1
Ondernemen we samen met ouders acties of activiteiten in de buurt? Waarom vinden we dat belangrijk? Wat is de meerwaarde hiervan voor ons team? Wat vinden ouders daarvan? Op welke manier is dit voor hen belangrijk / prettig / ondersteunend?
5. Extra Zijn er aanvullingen, extra bedenkingen die naar boven komen in de bespreking van het ouderbeleid in team?
| feb 2015 | handleiding ‘Kinderopvang en ouders: partners in opvoeding’ | 67 |