Best of romance KERSTMAGAZINE
5
VRAGEN AAN
JACKIE VAN LAREN
Lees
het eerste hoofdstuk van
MIREILLE VERSTEEGS
RECEPT VOOR KERST FEELGOOD
Oosterlicht VOORPUBLICATIE VAN DE GLOEDNIEUWE ROMAN VAN CHANTAL VAN GASTEL
WIN!
een boekenpakket t.w.v. € 100 KERST 2025 BEST OF ROMANCE UITGEVERIJ BOEKERIJ
In deze editie 3 KEER LEZEN VOOR DE OPENHAARD
2
5 VRAGEN AAN JACKIE VAN LAREN
3
VOOR DE LIEFHEBBERS VAN...
5
MIREILLE VERSTEEGS ULTIEME RECEPT VOOR KERST FEELGOOD
6
VOORPUBLICATIE OOSTERLICHT
8
RECEPT VOOR MARILLENKUCHEN
12
CADEAUTIPS VOOR DE KERST
13
VERHALEN DIE JE BLIJFT LUISTEREN
14
VOORPUBLICATIE ACHT DAGEN
15
WIN EEN BOEKENPAKKET
22
@BESTOFROMANCE WWW.BOEKERIJ.NL
De verboden liefde van Sir Sebastian Grey
2
JULIA QUINN
Sebastian Grey is een duivels knappe rebel met een geheim. Annabel Winslow heeft volgens haar familie twee talenten: zeggen wat ze denkt en in slaap vallen in de kerk. Sebastians oom is de graaf van Newbury en als hij doodgaat zonder erfgenaam, erft Sebastian alles. Lord Newbury verafschuwt Sebastian en zal er alles aan doen om dit te voorkomen en heeft besloten dat Annabel het antwoord is op al zijn problemen. Ook al wil Annabel niet met lord Newbury trouwen.
Een waanzinnige kerst met Coco ROBERT BRYNDZA
Twee heerlijke kerstverhalen van Robert Bryndza Kerstmis met Coco De achttienjarige Coco brengt de kerstdagen door bij haar ouders in Londen. Ze is begonnen met schrijven en is hopeloos verliefd op Daniel Pinchard. Maar Coco’s zelfingenomen moeder heeft andere plannen. Kerstinkopen met Coco Alleen al het idee dat haar schoonouders langskomen, zorgt ervoor dat Coco het liefst het hele kerstfeest afzegt. Gelukkig is er shoptherapie.
De hoogste bieder
AUDREY CARLAN
Vier jonge vrouwen geven zich vrijwillig op voor een veiling om te worden uitgehuwelijkt. In ruil voor een miljoen dollar per jaar zullen Faith, Ruby, Dakota en Savannah drie jaar lang alles moeten doen wat de hoogste bieder wil. En met alles wordt ook echt álles bedoeld. Zo raakt elke vrouw langzaamaan verstrikt in een verbijsterend spel dat draait om lust, macht en geld. Heel veel geld. Wie blijft er overeind en bereikt haar doel? Liefde bindt een huwelijk, maar macht kan het breken..
3 keer lezen voor de openhaard De dagen worden korter, het licht zachter en de geur van dennen vult langzaam het huis. De hoogste tijd om weg te kruipen onder een dekentje met een mok warme chocolademelk binnen handbereik en bovendien een boek waar je het warm van krijgt. Wij zetten drie boeken in de spotlight die perfect passen bij knisperend haardvuur en winterse warmte. Laat je meevoeren door sprankelende liefdesverhalen die het hart sneller laten kloppen. Ook op de koudste dagen.
3
Best of Romance
5 vragen aan:
© HESTER DOOVE
Jackie van Laren
In jouw boeken zit altijd een portie romantiek. Hoe romantisch is je man en in hoeverre zorgt hij voor inspiratie bij het schrijven? Wat een grappige vraag! Mijn man is eigenlijk helemaal niet zo romantisch (hoewel hij af en toe toch ineens heel verrassend met een bos bloemen aan komt zetten); ik ben ook niet voor hem gevallen omdat hij zo romantisch is, ik ben voor hem gevallen omdat hij heel creatief, origineel en vooral ontzettend grappig is. Volgens mij heeft hij me daar veel meer inspiratie mee gegeven dan met “romantisch zijn”. Ik doe altijd mijn best om de hoofdpersonen in mijn boeken die voor elkaar vallen, ook met elkaar te laten lachen, of in ieder geval, om te zorgen dat humor een van de verbindende elementen is tussen de persoonlijkheden. Ik heb me daar bijvoorbeeld bij Freek uit de Onder de bomen-serie heerlijk op uitgeleefd: omdat hij een man is die in eerste instantie alles heel letterlijk neemt, kon ik hem heel goed onbedoeld-grappig maken en Sylvie, zijn romantische tegenspeelster, lekker om hem laten lachen.
Je vindt het belangrijk dat je karakters groei doormaken in je boeken. Zijn er personages geweest die tijdens het schrijfproces jou nieuwe inzichten hebben gegeven? Ik denk dat alle personages me wel iets hebben geleerd, alleen al doordat ik de moeite moest doen om me helemaal in ze in te leven. Volgens mij is schrijven eigenlijk een soort acteren in je brein: een personage wordt
pas levensecht als je je helemaal in iemand kan verplaatsen, en dan moet je dus ook de moeite doen om een rond karakter op te bouwen. In mijn hoofd zit bij ieder personage veel meer informatie (en veel meer research) dan uiteindelijk in de boeken terechtkomt, maar dat is wel nodig om te kunnen “voelen” hoe het personage gaat reageren op situatie x. Ik zie vaak terugkomen in lezersreacties dat ze de personages zo levensecht vinden, of zelfs dat ze het gevoel hebben nieuwe vrienden te hebben gemaakt, alsof ze echt bestaan, en dat gevoel heb ik zelf natuurlijk ook. Dat is waarschijnlijk ook de reden dat ik zo graag personages terug laat komen: ik ben van ze gaan houden en wil ze dan nog net even iets langer in leven houden…
Zelf ben je ook een liefhebber van boeken en lezen. Sinds je zelf boeken schrijft, merk je dat je boeken nu zelf op een andere manier leest? Kan je er nog steeds op dezelfde wijze van genieten als voordat je begon met schrijven? Ik merk wel dat ik wat kritischer ben geworden: ik ben voor mezelf bijvoorbeeld altijd scherp op tekstritme, en als ik dan een boek lees wat “niet lekker loopt”, of waarbij de vertaling hobbelig of onhandig overkomt, dan neig ik er nu wel eerder naar om het weg te leggen. Ik merk eigenlijk vooral meer verschil bij het kijken naar films en series: ik let daarbij veel meer op hoe het verhaal wordt verteld, hoe er met de spanningsboog
4
Best of Romance IK HEB WEL EENS EERDER GEZEGD: MIJN HOOFD IS NET EEN FRUITMACHINE, HET KLIKT DE HELE DAG DOOR. wordt omgegaan, hoe de dialoog wordt gebruikt… Ik vind dat wel leuk, ik merk dat ik films die ik heb gezien voordat ik zelf begon met schrijven, nu met nieuwe ogen bekijk en er ook nieuwe dingen van kan leren.
Je hebt inmiddels al 24 boeken geschreven en werkt daarnaast ook nog voltijd, hoe combineer je dit en zorg je dat je ook nog tijd overhoudt voor je familie en hobby’s? Met moeite! Maar ik vind het inspirerend om te schrijven, ik krijg er ook veel energie van; voor mij is het vaak ook een soort puzzel waar mijn hersenen lekker op kunnen knagen, hoe ik de personages zover kan krijgen dat ze doen wat ik wil, of dat er gebeurt wat ik grofweg voor ogen heb, en hoe alles dan moet blijven kloppen. Ik ben als de dood dat ik ineens ergens een woensdag vergeet, of zoiets; ik ga honderd keer over alle details heen in mijn hoofd en het is ontzettend bevredigend als ik dan op een gegeven moment de oplossing heb gevonden en het alleen nog een kwestie
Het kleine kasteeltje Jackie van Laren € 22,99
van opschrijven is. Volgens mij is er voor ieder uur schrijven zeker drie uur denkwerk gedaan,waar verder niemand iets van heeft gemerkt, want ik doe dat gewoon stiekem tijdens het autorijden, koken, boodschappen doen, was ophangen… Ik denk dus dat mijn familie niet zo veel last heeft van mijn geschrijf, hoewel ik af en toe wel eens aan mijn puberzoon vraag of GenZ iets op een bepaalde manier zou zeggen of niet. Ik schrijf ook vaak ‘s morgens vroeg op de rand van het bed, als man en kind nog slapen; mijn man wordt gelukkig niet wakker van het geluid van mijn toetsenbord, want ik hoor over het algemeen een heerlijk rustgevend gezaag achter me…
Het kleine kasteeltje is het 24ste boek dat je geschreven hebt. Hoe zorg je ervoor dat je na die verhalen nog steeds voldoende inspiratie hebt voor nieuwe boeken? O, geen probleem. Ik heb altijd meer ideeën dan dat ik tijd heb om ze op te schrijven; ik heb denk ik het omgekeerde van writer’s block. Ik hoef alleen maar even rustig te gaan zitten en mijn hersenen een tijdje te laten pruttelen en dan komt er vanzelf wel iets. Ik heb wel eens eerder gezegd: mijn hoofd is net een fruitmachine, het klikt de hele dag door. Ik heb een beetje gekke combinatie van eigenschappen: ik ben tegelijk creatief én geordend, én ik ben nogal een control freak (zie hierboven de angst om een woensdag te vergeten, ha!), dus ondanks de doorlopende drukte in mijn schedel raak ik de weg niet snel kwijt. Ik ben ook niet echt meer bang dat ik vast kom te zitten onderweg in een boek; ik heb intussen wel het vertrouwen dat ik mezelf de hoek weer uit kan verzinnen.
ALS BÉRÉNICE BIJ KASTEEL RAVENSTEYN KOMT WERKEN, WEET ZE NIET DAT DIE ZOMER HAAR LEVEN VOLLEDIG ZAL VERANDEREN…
5
Best of Romance
Voor de liefhebbers van... Heb jij genoten van Als de wolven huilen van Kristin Hannah en ben je op zoek naar een verhaal met dezelfde emotionele impact en meeslepende schrijfstijl? Zoek niet langer, lees Als we elkaar terugzien van Kristin Harmel
Als de wolven huilen KRISTIN HANNAH
Als we elkaar terugzien KRISTIN HARMEL
Bridgerton, wie heeft het niet gezien of gelezen? Kun je niet genoeg krijgen van regency romances die uiteindelijk altijd goed aflopen? Dan is Sesily's bevrijding van Sarah MacLean hét boek voor jou
Bridgerton JULIA QUIN
Sesily's bevrijding SARAH MACLEAN
Voor een goede historische roman met sterke vrouwen in de hoofdrol ben je bij zowel Corina Bomann als Katarina Widholm aan het juiste adres. En dan ook nog het prachtige Zweden als setting, wat wil een mens nog meer?
Agneta's erfenis CORINA BOMANN
Met hart en ziel KATARINA WIDHOLM
6
Best of Romance
Mireille Versteegs ultieme recept voor kerstfeelgood Wat betekent kerst voor jou persoonlijk? En hoe heb je dit verwerkt in Chris en Kiki haten kerst? Kerst is voor mij echt een familieding. Gek genoeg vier ik het al lang niet meer met mijn eigen ouders en broers en zus – omdat een deel dan op vakantie is – misschien dat ik daarom voor mijn eigen gezin een kersttraditie wil opbouwen. Dus ik probeer vaste dingen te doen elk jaar. We gaan bijna altijd wel naar een theatervoorstelling, eten veel en uitgebreid en doen spelletjes. Dit jaar gaan we ook cadeautjes onder de kerstboom doen op kerstochtend omdat de jongste Sinterklaas-‘af’ is. Het heeft me sowieso altijd gefascineerd hoe er kerst werd gevierd bij vriendinnetjes thuis of later bij mijn vriendjes. Elke familie heeft zijn eigen tradities en vaak zijn er ook vaste irritaties die in die tijd naar boven komen. Dat heb ik terug laten komen in Chris en Kiki haten kerst. Ze komen allebei uit hele andere gezinnen, met eigen kersttradities. Ik wilde laten zien hoe je plek in het gezin en gebeurtenissen uit het verleden tijdens het vacuüm van de kerstdagen extra uit worden vergroot.
IN EEN KERSTFEELGOOD IS GEEN PLEK VOOR SUBTILITEIT, HET MAG ER MET HOOFDLETTERS IN.
MIREILLES ULTIEME KERST FEELGOOD INGREDIËNTENLIJST kus onder de mistletoe kerstdiner familie ingesneeuwd raken/sneeuw kerstshow/-markt/tuincentrum kerstboom versieren schaatsen haardvuur dik ingepakt wandelen/sneeuwengel maken/sneeuwpop maken opwarmen met chocomel/gluhwein het ultieme persoonlijke cadeau geven/krijgen
Best of Romance Wat maakt een kerstfeelgood volgens jou anders dan een ‘gewone’ feelgood? En is het schrijfproces hierbij ook anders? Goeie vraag, want ik stuurde een eerste versie van het boek aan proeflezers en kreeg als feedback terug: er zit te weinig kerst in! Blijkbaar had ik een ‘gewone’ feelgood geschreven die zich tijdens elke andere tijd van het jaar had kunnen afspelen. Kerst was in die versie slechts een achtergrondbehangetje. Liftmuziek. Dus in een kerstfeelgood is geen plek voor subtiliteit, het mag er met hoofdletters in. Ik heb daarna twee hoofdstukken toegevoegd die zich op de kerstafdeling van het tuincentrum afspelen, verzon er een personage bij dat enorm dol is op kerst en gaf de familiescenes eigen hoofdstukken. Ze zouden eerst alleen als flashback in het boek zitten. Ik ben heel blij dat ik deze aanpassingen heb gedaan. Dus hoera voor mijn proeflezers!
Heb je Chris en Kiki haten kerst ook buiten de winter geschreven? En hoe kom je in de juiste kerststemming als buiten de zon schijnt? Jazeker. Ik heb een deel ook in de zomer geschreven. Met achtendertig graden op een Franse camping schrijven over een knisperend koude decemberavond vergt best wat inlevingsvermogen, haha. Maar ik had mijn kerstplaylist om naar te luisteren en mijn kerstmok om koffie uit te drinken, dus het ging aardig. Ik maak ook altijd moodboards op Pinterest en als ik écht uit de kerststemming was, ging ik daar lekker plaatjes voor zoeken.
Waarom denk je dat mensen juist rond kerst zo’n behoefte hebben aan feelgoodverhalen?
Chris de Wit houdt zijn leven graag overzichtelijk. Op zijn tweeëndertigste heeft hij een goedlopende wijnhandel op een mooie locatie in de stad. Zijn leven is geordend en rustig, heel anders dan zijn chaotische jeugd. En heel anders dan zijn nieuwe buurvrouw, Kiki. Kiki Koster houdt van kleding, muziek en de jaren tachtig. Er gaat dan ook een droom in vervulling als ze Blits! opent; een winkel gespecialiseerd in tweedehands kleding, vinyl en snuisterijen uit haar favoriete decennium. Ze is vastbesloten er een succes van te maken, al is het maar om haar ouders en zus te bewijzen dat ze niet zo’n mislukkeling is als ze denken. Haar klagende buurman Chris neemt ze op de koop toe. Dan dwingt het lot Chris en Kiki samen te werken aan een project waar ze geen van beiden op zitten te wachten – het organiseren van de kerstmarkt in hun winkelstraat. En de grap is: ze hebben alle twee een bloedhekel aan kerst. Daar zijn ze het tenminste wél over eens. Kunnen ze de kerstmarkt tot een goed einde brengen zonder dat ze elkaar in de haren vliegen? Of hebben ze toch meer gemeen dan alleen hun afkeer van kerst?
Ik denk dat de wereld in de winterperiode toch een beetje naar binnen keert. Het is vroeg donker en overwegend koud, dus krijg je de behoefte om het binnen cosy en warm te maken. Die sfeer wil je dan misschien ook terugvinden in het boek dat je leest.
Als jij één tip mocht geven aan iemand die zijn eigen kerstfeelgood wil schrijven, wat zou dat zijn? Schuw cliché’s niet - want zoals ik al zei: KERST moet er met hoofdletters in - maar geef er wel altijd je eigen twist aan. Zo hebben mijn hoofdpersonages bijvoorbeeld allebei een hekel aan kerst, terwijl je vaak ziet dat er één kersthater en één kerstlover is.
Chris en Kiki haten kerst Mireille Versteeg € 20,99
VOORPUBLICATIE
Liefhebbers van Lucinda Riley opgelet: deze meeslepende nieuwe serie van Lorna Cook wil je niet missen! Lees hier alvast een fijn voorproefje
Best of Romance HOOFDSTUK 1 Lamorna Cornwall, Engeland Heden Lamorna kon zich de laatste keer niet meer herinneren. Het was dan ook zo lang geleden dat ze het huis had gezien dat ooit haar thuis was geweest. Sommige details waren diep weggezakt in haar geheugen, andere zelfs vergeten. Destijds had ze niet kunnen wachten om het allemaal achter zich te laten, nu wilde ze wanhopig graag terug. Terug naar Trelenna. Gedreven door dat verlangen was ze de halve wereld over gereisd. Amper vierentwintig uur eerder was ze nog in Singapore geweest, nu reed ze over een bochtige landweg in het zuidwesten van Engeland. Ze ging naar huis, naar het landgoed waar haar familie al generaties lang woonde. Vogels zongen in de hagen aan weerskanten van de smalle, kronkelende lanen, tussen het groen woekerden wilde bloemen. Ooit had ze het allemaal als vanzelfsprekend beschouwd. Cornwall en alles wat het te bieden had. Nu bij terugkeer besefte ze pas dat het in niets te vergelijken was met de rest van Engeland. Vol verwachting keek ze uit naar die laatste bocht, naar het moment waarop ze het huis zou zien. Hoog aan de hemel vloog een zwerm meeuwen, zwenkend, duikend, met hun schelle, kenmerkende roep. Dat geluid¼ Het voerde haar terug naar een andere tijd, een andere plek. Of misschien ook niet. De plek was nog hetzelfde, maar dat gold niet voor haar. Ze was veranderd in de jaren van haar afwezigheid. De lange rit was bochtiger, hobbeliger dan in haar herinnering, het wegdek vol gaten, de dikke kiezellaag allang weggesleten. Aanvankelijk had ze het gaspedaal van de huurauto diep ingetrapt, maar bij het naderen van haar bestemming zag ze zich gedwongen af te remmen tot een slakkengang, uit angst de vering te beschadigen. Die slakkengang leek symbool te staan voor haar leven. Ze keerde terug naar huis, zonder te weten wat ze daar zocht, wat ze daar ging doen. Terug naar huis. Het voelde als achteruitgang. Tenminste, dat had ze zichzelf altijd voorgehouden. En dus was ze nooit teruggegaan, maar in het buitenland gebleven om een nieuw leven op te bouwen waarin ze met opmerkelijk gemak haar plaats had gevonden. Maar inmiddels waren al haar verwachtingen, al haar toekomstplannen op niets uitgelopen en kwam ze alsnog terug. Het avontuur was mislukt. Zij was mislukt. Na al die jaren was dat de uitkomst. Ooit was ze gelukkig geweest in Trelenna. Tot haar tienertijd. Toen was haar geluk verdrongen door het verlangen om te ontsnappen, om eropuit te trekken en de wereld te verkennen, om een baan te vinden, ergens ver van huis. Ze had zich in Trelenna een gevangene gevoeld, en dat gevoel was zo sterk geweest, zo claustrofobisch dat ze naar de andere kant van de wereld was gevlucht. En daarmee had ze iedereen teleurgesteld, besefte ze nu. Maar ze was volledig in de ban geweest van het verlangen om deze uithoek van Engeland – in haar jeugdige ogen destijds ver van de bewoonde wereld, ver van alles en iedereen verwijderd – de rug toe te keren. Blijven was geen optie. Inmiddels had ze de zee achter zich gelaten. Ze nam nog meer gas terug en bracht de auto uiteindelijk tot stilstand zodra het witte landhuis in zicht kwam. Toen stapte ze uit om het eens zo vertrouwde beeld in zich op te nemen dat haar nu zo vreemd, zo anders voorkwam. Zo zou het niet moeten zijn. De frisse wind die vanuit zee over de kliffen joeg, voerde een zilte geur aan en blies haar lange haren in haar ogen terwijl ze haar blik om zich heen liet gaan, over het uitgestrekte grasland, afgewisseld met bomen, en daarachter Trelenna House. Ze wist niet goed wat ze had verwacht te voelen bij het weerzien met het weidse landgoed dat ze in haar jeugd niet voldoende had gewaardeerd, maar waarmee ze door talloze herinneringen voor altijd verbonden zou blijven. Het bood een trieste, bijna verwaarloosde aanblik. Het ooit zo voorname achttiende-eeuwse landhuis, gebouwd door haar
9
Best of Romance voorouders, verkeerde in verval. Sommige zolderramen – van wat ooit de bediendevertrekken waren geweest – waren slordig, bijna onbeholpen dichtgetimmerd. Klimop kroop langs de muren en bedekte het grootste deel van de oostelijke vleugel met daarin de bibliotheek en de balzaal. Het grasland waar ooit een pachter zijn schapen liet grazen, oogde dof, onverzorgd, niet langer mals en sappig groen. Lamorna vroeg zich bezorgd af wat ze te zien zou krijgen wanneer ze bij het huis kwam; wat er nog meer in verval verkeerde en bezig was weg te rotten. Als ze er niet naar zocht, zou ze het misschien ook niet zien, probeerde ze zichzelf wijs te maken. Maar het was tevergeefs. De tekenen van verval waren overal en niet te negeren. Hoe had het zover kunnen komen? Hoelang was ze weggebleven? Tien jaar? Minder? Ze was rond haar eenentwintigste vertrokken en niet één keer terug geweest. Al die tijd had ze het huis niet gemist, had ze niet de behoefte gehad om terug te gaan naar Trelenna. Haar familie had ze af en toen wel gezien – haar zussen, haar broer, neven en nichten. En wanneer ze in Londen was, had ze bij haar ouders gelogeerd in hun huis in het hartje van de stad. Maar ze was altijd op doorreis geweest, op weg naar een volgende bestemming, want er was altijd een onbekend land dat lokte, een stad die wachtte om door haar te worden ontdekt, in de hoop daar een beter leven te vinden, een bestaan dat haar meer vervulling zou bieden. Het contact met haar familie had voornamelijk bestaan uit videobellen, wat vanwege het tijdsverschil soms niet meeviel. Toch hadden ze allemaal hun best gedaan om elkaar niet volledig uit het oog te verliezen. Om althans op de hoogte te blijven van wat er speelde in het leven van de anderen; van lief en leed, van voor- en tegenspoed. Tenminste, zo was het tot dusverre gegaan. Want over de tegenspoed die tot Lamorna’s terugkeer had geleid, had ze met niemand gesproken. En ze wist ook niet of ze dat zóú doen. Voorlopig in elk geval niet. Net als het huis had ook zij behoefte aan liefde, aan herstel. En ze hoopte dat het nog niet te laat was. Zowel voor haar als voor het huis. Bij het geluid van een auto haastte Zennor zich naar buiten. Vanaf het bordes zag ze verbijsterd hoe het portier openzwaaide en haar oudere zus uitstapte. ‘Lamorna?’ Het klonk alsof ze spoken zag. Alsof ze niet kon geloven dat het echt haar zus was. En voor Lamorna voelde het net zo onwezenlijk. Na haar lange afwezigheid was het verwarrend, desoriënterend om terug te zijn. ‘Waarom ben je naar huis gekomen?’ vroeg Zennor. ‘Waarom niet?’ antwoordde Lamorna, terwijl haar zusje haar hartstochtelijk om de hals viel. Zo was ze altijd geweest, een en al warmte en spontaniteit. Als klein meisje had ze haar grote zus geknuffeld wanneer ze maar kon. En blijkbaar was ze nog niets veranderd, ook al was Zennor inmiddels eenentwintig. Net zo oud als Lamorna toen ze naar het buitenland vertrok. ‘Je bent weer thuis! Na al die jaren!’ Zennor hield haar een eindje van zich af terwijl haar blik de hare zocht. ‘Ik kan het gewoon niet geloven!’ Lamorna schonk haar een warme glimlach, alsof haar terugkeer naar huis, na bijna tien jaar, de gewoonste zaak van de wereld was. ‘Het huis riep me.’ Ze klonk stelliger dan ze zich voelde. Want ze wist niet of het wel waar was wat ze zei. Misschien had zij, vanaf de andere kant van de wereld, het huis wel geroepen. Terwijl ze langs de gevel omhoogkeek, volgde haar blik de woekerende klimop die zich een weg naar binnen had gebaand en op de benedenverdieping een raam van de bibliotheek dusdanig had ontzet dat de ruit was gebarsten. Lamorna stelde zich voor dat de boeken waren blootgesteld aan wind en regen, vorst en kilte. Er kwam een herinnering bij haar op: ze stond in de bibliotheek, met haar rug naar het knapperende haardvuur, en draaide aan de grote, antieke globe. Terwijl ze de
10
Best of Romance wereld aan zich voorbij zag komen, een wereld waarin overal het avontuur lonkte, probeerde ze een keuze te maken waar ze naartoe zou gaan. Uiteindelijk was het Azië geworden. Waarom, dat wist ze eigenlijk zelf niet. Misschien omdat Azië op de ronddraaiende globe het verst weg lag van het ‒ in haar jeugdige ogen ‒ saaie Cornwall. Azië trok haar, voor haar gevoel had ze daar de meeste kans om een leven op te bouwen dat in niets leek op het leven dat ze tot op dat moment had geleid. De globe had haar hoop gegeven, haar vervuld met het vertrouwen dat de wereld voor haar openlag. En diezelfde globe stond ongetwijfeld nog op dezelfde plek als destijds. In de bibliotheek, waar het nu kil en koud was door het kapotte raam en waar de boeken en de schilderijen, de kunstvoorwerpen en de antieke meubels door vocht waren aangetast. Zou het daardoor allemaal niets meer waard zijn? Verrot? Beschimmeld? Ze begreep niet hoe dat had kunnen gebeuren. Het huis was stervende. Hun vader had altijd gezegd dat het aan hem zou zijn om te zorgen dat het behouden bleef. Maar al lang voordat die taak op zijn schouders kwam te rusten, had hij zich erdoor overweldigd gevoeld. En dat gold ook voor Lamorna, haar broer en haar zussen. De zorg voor het huis had hen afgeschrikt, lang voordat die zorg aan hen toeviel. Hun moeder was in de familie ingetrouwd en had zich aanvankelijk vol energie op het onderhoud van het huis gestort. Totdat het ook haar te veel werd. Een huis als Trelenna had iemand nodig die bereid was zich er volledig voor in te zetten. De zorg voor een huis als Trelenna was een roeping, geen deeltijdbaan. En niemand in de familie had die roeping gevoeld. De een na de ander had het erbij laten zitten, had elders zijn kansen beproefd of simpelweg de benen genomen toen het nog kon. Zennors ogen werden vochtig nu ze het huis zag door de ogen van Lamorna. ‘Goddank dat je er bent! Want ik kan het niet alleen.’ ‘Hoe bedoel je? Je kunt het niet alleen?’ ‘Ik kan niet in mijn eentje voorkomen dat het huis wordt verkocht.’ ‘Wat? Willen pap en mam het verkopen?’ Dat was wat er gebeurde wanneer je naar de andere kant van de wereld vluchtte. Dan werd je bij dit soort beslissingen niet langer betrokken. Maar dat haar ouders het huis kwijt wilden, verbaasde haar niet. Het hing als een molensteen om hun nek; een molensteen die elk jaar zwaarder werd. Lamorna zou het al veel eerder hebben verkocht, voordat het in verval raakte. Ze durfde zich nauwelijks voor te stellen hoe het er binnen uitzag. Maar bij die gedachte voelde ze iets schuren, iets wat haar uit haar evenwicht bracht. Het ging om het huis waarin ze was opgegroeid, het huis waarin haar voorouders al hadden gewoond sinds¼ sinds mensenheugenis. Althans, zo voelde het. Het huis maakte deel uit van haar geschiedenis, van de geschiedenis van haar familie. Hoe kon een mens afstand doen van zijn geschiedenis door die te verkopen? ‘Zijn pap en mam er?’ vroeg ze. ‘Nee, die zijn op vakantie. Op cruise. Geld aan het uitgeven dat ze nog niet hebben. Het plan kwam nogal plotseling op. Ineens waren ze vertrokken.’ Zennor wapperde schouderophalend met haar handen, terwijl Lamorna alles op zich liet inwerken; de omstandigheden rond haar thuiskomst en wat er stond te gebeuren. Trelenna werd geacht haar veilige haven te zijn, een plek om tot rust te komen en na te denken over haar volgende stap. Maar het huis leek net zo verloren en gebroken als zij zich voelde. ‘Zullen we naar binnen gaan? Dan maak ik thee,’ stelde Zennor voor, en er brak opnieuw een glimlach door op haar gezicht. Het verval dat haar binnen wachtte, vervulde Lamorna met angst, maar uitstel had geen zin. Bovendien keek Zennor haar zo hoopvol aan, alsof met de terugkeer van haar oudere zus alles zou worden opgelost. ‘Ik kan wel iets sterkers gebruiken dan thee,’ zei ze.
11
12
Best of Romance
Recept voor Marillenkuchen
(Abrikozencake voor elk seizoen) Bakken als De bakkersvrouw van Wenen INGREDIËNTEN
BEREIDING
2 blikken van 425 g, ongepelde gehalveerde abrikozen, uitgelekt (of 10 rijpe abrikozen, gehalveerd en ontpit)
Stap 1 Verwarm de oven voor op 190°C. Vet een bakvorm van 20 bij 30 cm in met boter of bakspray. Giet het vocht van het blik abrikozen af en zet de abrikozen apart. Als je verse abrikozen gebruikt halveer en ontpit ze.
4 grote eieren, gescheiden
Stap 2
120 g + 6 eetlepels (ca. 85 g) ongezouten boter, op kamertemperatuur
Scheid de eiwitten en eidooiers in aparte kommen. Voeg een snufje zout toe aan de eiwitten en klop ze stijf in een schone kom. Pas op dat je niet te lang klopt.
50 g suiker
Stap 3
3 el honing
Meng in een andere kom de boter, suiker en honing. Voeg de eidooiers toe en klop dit ongeveer vijf minuten tot het mengsel romig en lichtgeel is. Meng de zure room, vanille en citroenrasp door het boter-ei-suikermengsel en klop tot alles goed gemengd is.
120 g zure room 1 tl vanille-extract rasp van 1 citroen snufje koosjer zout 300 g bloem 1½ tl bakpoeder
GLAZUUR (OPTIONEEL) 60 ml abrikozenjam 1 tl abrikozenlikeur 1 tl warm water Poedersuiker (optioneel)
Stap 4 Meng het bakpoeder door de bloem. Voeg de bloem in delen toe aan het botermengsel. Niet te veel mengen. Spatel de stijfgeklopte eiwitten voorzichtig door het beslag tot er geen witte strepen meer zichtbaar zijn.
Stap 5 Giet het beslag in de bakvorm en strijk glad. Leg de abrikozen erbovenop met de snijkant naar boven. Tijdens het bakken rijst het cakebeslag om de abrikozen heen. Bak 30 tot 40 minuten. Controleer met een satéprikker of mes; deze moet er schoon uitkomen.
Glazuur (optioneel) Laat de cake afkoelen op een rooster. Meng ondertussen de jam, likeur en het water en verwarm dit 15 tot 20 seconden in de magnetron om het te verdunnen. Verdeel een dun laagje glazuur over de cake en abrikozen. Bestrooi met poedersuiker. Eet smakelijk!
North Carolina, 2018. Culinair journalist Zoe Rosenzweig stort in na het verlies van haar geliefde grootvader, een overlevende van de Holocaust en haar laatst overgebleven familielid. Ze raakt geobsedeerd door de vraag wat er na de oorlog met haar familie is gebeurd.
De bakkersvrouw van Wenen Sharon Kurtzman € 21,99
Wenen, 1946. Chana Rosenzweig heeft verschrikkingen moeten doorstaan en worstelt om te overleven in het naoorlogse Wenen. Het enige wat Chana wil, is haar belofte aan haar vader nakomen: ze zal voor haar moeder en broer zorgen én haar passie om bakker te worden najagen. In een wanhopige poging om haar leven op te bouwen, raakt ze verstrikt in een gevaarlijke driehoeksverhouding en moet ze kiezen tussen het volgen van haar ambities en het volgen van haar hart.
13
Best of Romance
Cadeaustress? Wij helpen je een handje
Het perfecte boek cadeau doen kan lastig zijn. Daarom helpen we jou aan het perfecte boek voor de kerst!
VOOR MOEDERS
RACHELS WENS ALINE VAN WIJNEN
Amsterdam, 1942. De twintigjarige Rachel van Dam werkt bij een diamantslijperij in de Joodse buurt. Als haar grootmoeder wordt opgepakt, duurt het niet lang voordat ook Rachel een oproep krijgt. Gelukkig schiet de jonge diamantslijper Gijs Zijlstra haar te hulp. Terwijl hun gevoelens voor elkaar groeien, wordt het schuilen gevaarlijker en moet Rachel de stad verlaten. Zal de oorlog de twee geliefden uit elkaar drijven? Amsterdam, 2013. Kyra is herstellende van een burn-out en moet binnenkort reintegreren op haar werk. Ze weet alleen niet of ze daar wel klaar voor is. Ze besluit een tijdje vrijwilligerswerk te gaan doen en wordt de buddy van meneer Zijlstra, een oude, alleenstaande man. Wat begint met samen een uurtje wandelen, ontvouwt zich tot een bijzondere reis terug in de tijd. Een reis die niet alleen haar eigen leven zal veranderen.
VOOR VRIENDINNEN
€ 21,99
VERBINDEN OF VERBREKEN WENDY BROKERS
Marly heeft het helemaal gehad met mannen. Haar hond Vlek is momenteel de enige man in haar leven en daar is ze volkomen tevreden mee. Op de eerste avond in haar nieuwe appartement slaan de stoppen door en ze belt voor hulp aan bij haar buren. Zelden heeft ze zo’n stijve hark gezien als haar buurman Floris. Maar als Vlek in een levensbedreigende situatie belandt, schiet Floris te hulp. Om hem te bedanken besluit Marly hem te helpen met zijn wens om een vriendin te vinden. Een datingapp, nieuwe kleding en flirtadvies. Die opdracht is simpel genoeg, en haar eigen hart is volkomen veilig in dit verhaal. Een man als Floris is tenslotte absoluut niet haar type, toch?
VOOR GELIEFDEN
€ 20,99
BLIJF BIJ ME
NICHOLAS SPARKS & M. NIGHT SHYAMALAN Wanneer de New Yorkse architect Tate Donovan aankomt in Cape Cod om het zomerhuis van zijn beste vriend te ontwerpen, hoopt hij een nieuwe start te maken. Tate is altijd een man geweest van de harde cijfers en controle, maar het verlies van zijn geliefde zus Sylvia heeft hem aan het wankelen gebracht. Als Tate zijn intrek neemt in een historische bed-and-breakfast ontmoet hij Wren, een prachtige jonge vrouw die hem sterk aan zijn vrijgevochten zus doet denken. Er ontstaat een intieme band tussen hen, en al snel ontdekt Tate dat er onder Wrens schijnbaar vriendelijke voorkomen iets duisters schuilgaat. Om haar te helpen zal Tate de waarheid over Wrens verleden moeten ontrafelen. Het is het startpunt van een zoektocht die hem laat twijfelen aan alles wat hij dacht te weten.
€ 22,99
14
Best of Romance
Verhalen die je blijft luisteren Kat heeft het goed voor elkaar met haar appartement in hartje Amsterdam en haar geweldige baan als assistent van een Amerikaanse bestsellerauteur. Als het leven van haar jeugdvriendin Sacha op zijn kop staat biedt Kat haar een woonplek bij haar thuis aan. Sacha vindt snel een nieuwe baan bij het eetcafé van de getalenteerde, maar getroebleerde chef Guido. Kat komt vaak een kopje koffie drinken op de nieuwe werkplek van Sacha en al snel groeien Kat en Guido naar elkaar toe. Maar dan komen er geheimen aan het licht. Zal de magie van kerst hen toch nog bij elkaar brengen?
De kraanvogels vliegen naar het zuiden Lisa Ridzén
Het eetcafé op de hoek
Aline van Wijnen
Bo, 89 jaar, was ooit een sterke man die zijn hele werkende leven in dienst was bij een houtzagerij. Nu laat zijn lichaam hem geleidelijk in de steek. In de leegte die zijn vrouw achterliet na haar opname in een verzorgingshuis heeft hij één troost en houvast: zijn trouwe hond Sixten. Maar Bo’s zoon Hans wil Sixten bij hem weghalen, omdat hij niet meer in staat is goed voor het dier te zorgen. Aarzelend proberen vader en zoon elkaar te bereiken, maar de koppige strijd van Bo om Sixten, zijn laatste bron van vreugde, te behouden, staat hun toenadering in de weg.
1974. Sinds Ernt Allbright is teruggekeerd uit Vietnam, waar hij krijgsgevangene was, heeft hij nachtmerries, woedeaanvallen en kost het hem moeite het normale leven weer op te pakken. Op een dag neemt hij een impulsieve beslissing: hij verhuist met zijn gezin naar Alaska om daar een zelfvoorzienend bestaan te gaan leiden. Zijn dertienjarige dochter Leni hoopt dat die drastische stap hun eindelijk rust zal brengen. Haar moeder is bereid alles te doen voor de man van wie ze houdt met een stormachtige, irrationele passie – zelfs als ze hem moet volgen naar het einde van de wereld.
van de wereld Aan het einde Kristin Hannah
VOORPUBLICATIE
Acht
DAGEN CHANTAL VAN GASTEL
VERSCHIJNT OP 10 FEBRUARI 2026 ‘Ik wilde dit al zodra ik je zag,’ zegt hij. Zijn stem klinkt een beetje stroef, schurend. Hij ademt snel. Ze ziet zijn adamsappel op- en neergaan en in een opwelling drukt ze haar neus tegen de onderkant van zijn kaak, haar lippen tegen zijn nek, terwijl ze zijn geur inademt. Dit is wat zij vanaf het begin al wilde. Misschien al sinds de metro. Hij is zo… zó… Ze raakt de draad van haar gedachten kwijt, want zijn hand gaat langs haar ruggengraat naar beneden en dan weer langzaam omhoog. Ze opent haar lippen en drukt haar tong tegen zijn huid. Hij maakt een laag, waanzinnig sexy geluid als ze zachtjes zuigt. Zijn vingers landen op haar bovenbeen, kruipen naar haar knieholte, en hij rukt haar tegen zich aan. Beheerst, maar toch dringend. Alsof het hem net niet helemaal lukt zich in te houden. Ze voelt hem overal. En hij láát haar hem voelen. Alles. ‘Er hoeft niets te gebeuren,’ fluistert hij. Zijn woorden strijken langs haar nek. Warm. Heet. Net als zijn lippen die ze tegen haar oor voelt terwijl hij zijn neus in haar haar begraaft. ‘Wil je stoppen?’ Er gaat een tel voorbij. En nog een. Ze zou moeten stoppen, dat weet ze. Als ze nú verder gaat, verandert alles. Toch kantelt ze haar heupen, zoekend naar meer frictie door twee lagen denim heen. Hij geeft meer tegendruk terwijl zij zich tegen hem aan wrijft. ‘Gemma?’ vraagt hij. ‘Wat wil je?’
16 ACHT DAGEN EERDER
EEN VOLLE METRO
Misschien ligt het eraan dat het nog geen tien uur is en ze nu al een rotdag heeft. Gemma had gehoopt dat ze opluchting zou voelen. Een gevoel van afsluiting. Maar ze voelt zich allesbehalve bevrijd. In het gedrang van de overvolle metro neemt ze zich eens en voor altijd voor dat dit de laatste keer is dat ze erin stapt. Ze haat het. Alleen de geur al… Het is gewoon niet te doen! En ja, het helpt niet dat ze een pesthumeur heeft, en dat het de afgelopen twee uur keihard geregend heeft. Maar wat wél zou kunnen helpen is deodorant. Een douche. Tandpasta. Schone kleren aantrekken in plaats van denken dat die trui nog een extra dag kan. Waarom zijn mensen zo… laks? Ruiken ze zichzelf niet? En die jassen… walgelijk gewoon. Stinkt die van haar ook? Ze drukt haar neus in haar kraag maar ruikt niets bijzonders. Voor de zekerheid snuffelt ze ook nog even aan haar mouw. Nog steeds niets… Misschien bewijst dit alleen maar dat mensen immuun zijn voor hun eigen stank. Had ze maar aan Sara gevraagd of ze de auto kon lenen… Maar dan had ze haar moeten uitleggen wat ze ging doen vandaag en dat had ze nou juist willen voorkomen. Dus dit is de prijs die ze betaalt voor haar zelfstandigheid. Ze kan geen kant op. Ze staat klem in het gangpad, tussen een vijftiger in een smoezelige regenjas die naar natte hond ruikt en een vrouw met sliertig haar die onmiskenbaar de geur van frituurvet met zich meedraagt. Hoezeer Gemma ook haar best doet om haar adem in te houden, en elke spier in haar lichaam aanspant om haar evenwicht te bewaren, bij elke schok van de metro botst ze tegen de een óf de ander op. De rit duurt nog zo’n tien minuten, en ze heeft geen idee hoe ze die moet doorkomen. Ze heeft zuurstof nodig. En ruimte. ‘Pardon! Sorry, ik moet er echt even langs!’ Normaal gesproken is ze een stuk beleefder. Geduldiger. Maar hier en nu even niet. Met een por van haar elleboog wringt ze zich langs de man in de regenjas, een groepje studenten, een jongen met een legerrugzak. Zweet. Koffie- en sigarettenadem. Nog meer zweet. Aan het eind van het gangpad kan ze niet meer verder. Een muur van mensen blokkeert haar weg. De jongen met de rugzak draait zich om en het gewicht van de zware tas drukt haar tegen de mensenmuur. Voorbereid op weer zo’n stinkende jas, wendt ze haar gezicht net op tijd af, voor ze tegen een brede rug geplet wordt. Met ingehouden adem probeert ze het moment uit te stellen dat de stank tot haar doordringt, maar in het gedrang ontsnapt haar adem te snel en… Tot haar verbazing overvalt haar een moment van verlichting, waar ze onmiddellijk naar terugverlangt wanneer ze afstand neemt en haar evenwicht herpakt. Liep ze nou zojuist tegen de enige persoon in deze hele metro aan die lékker ruikt? Ze kijkt op, benieuwd naar de eigenaar van de jas én de brede rug. Hij is groot. Zijn haar is donker en zorgvuldig gestyled op een manier die achteloos moet lijken. Hij draait zich een beetje, en creëert daarmee wat ruimte voor haar waar dat net nog onmogelijk leek. Hij doet het zonder acht op haar te slaan, turend in een zwaar mishandelde paperback die hij in één hand houdt. De rug is geknakt, het boek dubbelgevouwen; de cover tegen de achterkant aan. Ze wil weten wat hij aan het lezen is, maar door de manier waarop hij het boek vasthoudt is het onmogelijk te zien.
17 Het fascineert haar; hoe het hem lukt om in deze omgeving op te gaan in een boek. Het lijkt alsof er voor hem geen andere mensen bestaan. Kon zij zich ook maar aan die vorm van ontsnapping overgeven. Als hij klaar is om de bladzijde om te slaan, houdt hij het boek even tegen zijn borst voor meer grip. Dan duwt hij de pagina met een vegende beweging van zijn duim weg en keert het boek om in zijn hand. Het is één geoefende, gestroomlijnde beweging, waarbij zijn blik loskomt van het boek en op haar landt. Ze beseft dat ze aan het staren is, en dat ze net hard tegen hem op botste en sorry zou moeten zeggen, maar in plaats daarvan zegt ze: ‘Hoi.’ Wat natuurlijk ontzettend raar is, maar hij lijkt er nauwelijks acht op te slaan. Hij heeft iets stoïcijns en onbenaderbaars. Als het geen reflex was geweest, zou ze hem echt nooit zomaar begroet hebben. Maar zijn rechtermondhoek gaat iets omhoog. Het is niet eens een echte lach. Een halflach hoogstens, die toch zijn ogen weet te bereiken. Het geeft hem iets zachts, waardoor ze teruglacht. Ook een reflex. Dan schokt de metro en valt ze bijna opnieuw tegen hem aan. Bijna. Ze kan zich net staande houden, met haar vingers die heel even contact maken met zijn onderarm. Een seconde maar, om zich te stabiliseren, net zoals hij dat met het boek doet, door het even tegen zich aan te houden om de bladzijde om te kunnen slaan. ‘Sorry…’ zegt ze, en dan beukt de rugzak van de jongen naast haar in haar rug en wordt ze met haar volle gewicht tegen hem aan gelanceerd. Jezus… ‘Bumpy ride,’ zegt ze ongemakkelijk. Hij heeft haar bovenarm vastgegrepen en stapt nog wat meer opzij. Het is zoveel makkelijker voor hem om mensen uit de weg te duwen. ‘Wil je hier staan?’ ‘Eh…’ Ze voelt de rugzak tegen haar schouder drukken. ‘Ja, misschien… als het mag.’ Haar vingers zoeken houvast aan de stof van zijn jas terwijl ze langs hem schuifelt. Veel te dicht langs hem. Ze is hem zó dankbaar dat hij doucht, en schone kleren draagt en naar iets houtachtigs ruikt. Warm. Met een licht bloemige ondertoon die de geur in balans brengt. Als ze aan de andere kant van hem staat, laat ze zijn mouw los en wankelt onmiddellijk. ‘Hou je maar aan mij vast.’ Zijn intonatie is neutraal en hij heeft zijn blik weer op het boek gericht. Meestal heeft ze wel een goed gevoel voor sarcasme, maar nu weet ze niet helemaal zeker of hij het behulpzaam bedoelt, of meer als: Welja, hou je gerust aan mij vast, wildvreemde vrouw met je evenwichtsstoornis en doordringende gestaar. Maar hij laat de arm met het boek iets zakken, duidelijk uitnodigend. Ze brengt haar hand behoedzaam naar zijn onderarm, en hij laat zijn blik even rusten op de plek waar ze hem vastheeft, vlak bij zijn elleboog. Zijn ogen flitsen van haar hand naar haar gezicht en weer terug naar het boek. Haar blik valt op een regel bovenaan de pagina. I am outliving myself. Ze leest iets verder. Een paar alinea’s. ‘I hated my mother passionately. And as for you,’ she says defiantly, ‘I loved you passionately.’ Ze kijkt op van het boek, naar hém. Ze had het natuurlijk al meteen gezien, hoe belachelijk knap deze man is. Maar ze laat de gedachte nu pas echt toe, nu ze hier staat, afgeschermd door zijn grote lijf, omringd door zijn geur. Die roept een beeld bij haar op van een bosachtige plek, met klaterend water… een waterval die zich uitstort in een helder meer. Een veld met bloemen. Hij ruikt naar iets groens, zoals basilicum, of gras. Een beetje kruidig, zoals lavendel. Hij leest drie bladzijdes. Aan het einde van elke pagina doet hij dat ene, waarbij hij het boek tegen zich aan houdt om met één hand de bladzijde om te slaan. Maar de derde keer kruist zijn blik die van haar en slaat hij het boek dicht. Ze weet dat ze nu zou moeten wegkijken. Een plek in de verte kiezen, of omlaag naar haar schoenen. Maar ze kijkt naar hem. Er komt niets in haar op om tegen hem te zeggen. Sterker nog, ze probeert niet eens iets te bedenken. Haar hoofd voelt leeg en volkomen rustig.
18 Als de metro stopt, komt alles in volle hevigheid binnen. Een overdaad aan impulsen. Geluid, beweging, te veel mensen in één ruimte… De zwaarte van die ene handtekening die ze vanochtend moest zetten, het uitblijven van de opluchting die ze had moeten voelen. Nu het allemaal bij haar terugkomt, beseft ze dat deze vreemdeling er heel even in slaagde om haar met zich mee te nemen toen hij ontsnapte. De deuren gaan open. De mensen stromen naar buiten. Er ontstaat ruimte. Ze trekt haar hand terug, want ze heeft geen reden om hem nog vast te houden. (Ze heeft hem te lang vastgehouden.) Hij laat haar voorgaan en op het perron kan ze haast niet anders dan meegaan met de mensenmassa. Onderaan de roltrap kijkt ze om. Hij is nog vlak achter haar. Hij heeft niemand tussen hen in gelaten. Ze stapt op de traptrede en draait zich naar hem toe. Doordat ze hoger staat, is ze bijna op ooghoogte met hem. Nog steeds praten ze niet, ze kijken alleen. Dit is raar, denkt ze. Ze zouden over het weer kunnen praten. Hopelijk is het inmiddels droog, alles ziet er beter uit als de zon schijnt… Of over hoe vervelend reizen met het openbaar vervoer is. En duur. Normaal gesproken ga ik niet zomaar tegen een vreemde aan hangen in de metro. Er zijn honderd-en-een dingen die ze tegen elkaar zouden kunnen zeggen. Die normale mensen tegen elkaar zouden zeggen als ze toevallig naast elkaar in een metro belandden. Gewoon twee vreemden die een praatje maken. Maar blijkbaar is hij net zomin geïnteresseerd in gewoon als zij. Of misschien wacht hij tot zij iets zegt, net zoals zij op hem wacht. Zijn blik heeft iets uitdagends. Alsof hij wil zien wat haar volgende zet is. Bijna moet ze lachen. Omdat het allemaal totaal absurd is, maar ze zich toch op haar gemak voelt. ‘Dank je wel dat je me hielp,’ zegt ze. Hij kijkt een beetje triomfantelijk. Alsof hij gewonnen heeft. ‘Geen probleem.’ ‘Het was veel te vol.’ ‘Of precies vol genoeg.’ ‘Moet je ook…?’ vraagt ze met een knikje naar de hoofdingang van het station. ‘Ja, die kant op.’ Ze stapt van de roltrap af. Hij komt naast haar lopen. Buiten is het gestopt met regenen. De lucht is blauw en het zonlicht weerkaatst in de regenplassen op het stationsplein. Het zou een scène uit een film kunnen zijn, denkt Gemma. Twee onbekenden op een idyllisch plein, voor een monumentaal gebouw. Het station is vanbinnen gemoderniseerd, maar de koepel, de oude stationsklok en de laatnegentiende-eeuwse gevel zijn intact gebleven. Net als de ouderwetse winkelpuien van de omringende panden. Gemma heeft het altijd een romantische plek gevonden. ‘Dus…’ zegt ze. Ze staan tegenover elkaar, voor het eerst op gepaste afstand. Ze houdt haar hand boven haar ogen tegen de felheid van het licht. Hij ziet er bij daglicht minstens zo goed uit als bij het kunstmatige licht van de metro. Beter, als ze eerlijk is. ‘Dus…’ herhaalt hij. ‘Fijne dag nog.’ Ze draait zich om en steekt het plein over. Dat komt ervan als je wacht tot zij aan zet is. Dan gebeurt er helemaal niets.
19 DE BOEKHANDEL
Hij kijkt haar na terwijl ze wegloopt en het plein schuin oversteekt naar de boekhandel. Het is niet zo dat hij haar vólgt. Dat klinkt iets te predatory naar zijn zin. Dus houdt hij zichzelf voor dat hij sowieso naar binnen zou zijn gegaan om een blik op het tijdschriftenschap te werpen en te zien of er exemplaren van Angle staan. Dat hij toch al van plan was er een te kopen. Hij is nergens op uit. Hij is gewoon… benieuwd. Geïnteresseerd. Daarom aarzelt hij niet om achter haar aan te gaan. Op een niet-bedreigende manier. Casual. Hij houdt bewust afstand als hij binnenkomt. Ze kent hem immers niet en het laatste wat hij wil is haar een ongemakkelijk gevoel bezorgen. Hij weet dat hij intimiderend kan zijn. Hij is groot. Hij is een man… Dat geeft haar reden genoeg om op haar hoede te blijven. Ze staat bij de tafel met bestsellers en heeft een boek opgepakt waarvan ze de achterkant vluchtig bekijkt voor ze het teruglegt. Haar blik gaat over de tafel. Ze reikt naar een ander boek, pakt het op en brengt haar mouw vlak bij haar neus. Ruikt ze aan haar jas? Even drukt ze haar neus in de stof bij haar schouder. Ja, ze ruikt dus absoluut aan haar jas. Maar waarom? Omdat haar kleren net zo lekker ruiken als haar haren? Zoetig. Naar bloemen en toetjes. Iets warms en vloeibaars wat je van een lepel wilt likken. Of wat je langzaam over een stapel pannenkoeken zou uitgieten. Het is nogal een intiem detail. Niet iets wat je normaal gesproken analyseert binnen tien minuten nadat je iemand voor het eerst hebt gezien. Maar dit is anders. Niet alleen omdat ze prachtig is, al is ze dat wel, op een lieve, onschuldige manier. (Veel te lief en onschuldig voor hem, dat weet hij nu al.) Maar vooral omdat ze, toen ze tegen hem aan leunde in de metro, een heel gesprek leken te voeren zonder iets te zeggen. Een gesprek dat nog lang niet af voelde toen ze uitstapten. Hij loopt langs een molen met wenskaarten naar de tijdschriftenkast. Hij kan het precieze moment duiden waarop ze zijn aanwezigheid opmerkt. Ze schrikt niet. Ze kijkt eerder verrast, met haar hoofd een beetje schuin. Ook zij is benieuwd, daarvan is hij zeker. Toch komt hij niet meteen dichterbij. Zijn oog valt op Angle en hij pakt er met gemengde gevoelens een van de stapel. Blij dat er een hele stapel is ingekocht. Teleurgesteld dat er nog een hele stapel ligt. ‘Laat je niet door die cover verleiden,’ zegt hij terwijl hij haar kant op kijkt. ‘Huh?’ doet ze. Ze zet een stapje dichterbij. Haar lichaamstaal lijkt ontspannen, dus draait hij zich verder naar haar toe. ‘Dat boek. Ik vond het tegenvallen. Ken je dat gevoel, als je naar de bioscoop gaat omdat je een héél goede trailer hebt gezien, maar dat alle goede scènes daar al in bleken te zitten?’ ‘Ik háát het als dat gebeurt…’ ‘Nou, dat had ik dus een beetje met dat boek. Iedereen roept maar hoe geweldig het is, maar…’ Hij haalt zijn schouders op. ‘Nogal mainstream en niet erg verrassend.’ ‘Oké…’ Ze draait het boek nog eens om in haar hand. ‘Hmm…’ ‘Deze daarentegen…’ zegt hij, terwijl hij naast haar komt staan en een andere roman van de tafel pakt. ‘Dit vond ik nou écht een aanrader.’ Ze werpt hem een kritische blik toe, voordat ze de thriller die ze aan het overwegen was neerlegt. Ze laat zich niet meteen ompraten; een pluspunt voor haar. Of eerder: nóg een pluspunt. ‘Of ben je specifiek op zoek naar spanning?’ ‘Niet per se,’ antwoordt ze terwijl ze het andere boek van hem aanneemt. ‘Werk je hier of zo?’
20 ‘Ik lees gewoon veel.’ Hij geeft haar even om de korte inhoud tot zich te nemen en zegt dan: ‘Alles klopt: sterke premisse, mooi geschreven, uitgediepte personages en een strak plot.’ ‘Geen spanning dus?’ vraagt ze. ‘Niet in de zin van misdaad. Maar zodra je begint met lezen, wil je niet stoppen tot je precies weet hoe het allemaal zit.’ ‘Oké…’ Ze slaat het boek open om een paar regels te lezen. ‘Ik denk dat je me overtuigd hebt.’ ‘Mooi. Je zal er geen spijt van krijgen.’ Hij loopt langzaam achteruit en houdt het tijdschrift dubbelgeslagen in de lucht. ‘Ik kwam alleen hiervoor.’ ‘Oké,’ zegt ze. ‘Oké. Fijne dag.’ Hij ziet dat hij haar van haar stuk brengt door precies te doen wat zij zojuist bij hem deed, en toevallig is dat exact wat hij hoopte te bereiken. Hij glimlacht en gaat naar de kassa om af te rekenen. Als je in dat soort dingen zou geloven – wat hij absoluut niet doet – dan zou je jezelf kunnen wijsmaken dat dit voorbestemd was. De kans dat hij vanochtend in deze metro zou stappen was klein. Nihil, eigenlijk. Als hij die afspraak met zijn vader niet had gehad, als zijn vader hem niet vergeten was, als hij was blijven wachten, als het niet had geregend, als hij een sprintje had getrokken om de vorige metro te halen… dan zou hij nu niet op een slakkengang over het plein lopen, hopend dat zij… ‘Wacht!’ Daarop, dus. Eindelijk. Nog langzamer, en hij was achteruit gaan lopen. Hij stopt en draait zich om. ‘Hé…’ Ze rent een stukje om hem in te halen. In haar hand heeft ze een papieren zak met een boek. ‘Dat was raar,’ zegt ze. ‘Ja?’ Hij zet een stap achteruit zodat ze de doorgang niet versperren en leunt met zijn schouder tegen de zijgevel van het stadhuis. ‘Waarom?’ ‘Ze zeiden dat ik niet hoefde te betalen. Omdat jij dat al had gedaan.’ ‘Klopt.’ Hij laat het zelfverzekerd klinken, alsof het de normaalste zaak van de wereld is om iemand op een boek te trakteren. Dat zou het moeten zijn. Nu hij erover nadenkt, staat het waarschijnlijk in de top tien van beste ideeën die hij ooit heeft gehad, zeker gezien het feit dat het een spontane ingeving was. Maar hij had er geen rekening mee gehouden dat zij wellicht zou denken dat hij gestoord is. Misschien heeft ze gelijk. Ze steekt het zakje naar hem uit. ‘Ik kan het niet aannemen.’ ‘Dat heb je al gedaan. Je bent ermee de winkel uit gelopen. Nu is het van jou.’ ‘Nee, dank je.’ Ze duwt het boek zo’n beetje tegen zijn borst, tot hij zijn hand ernaartoe brengt om het aan te nemen. Zijn vingers raken heel even de hare, voor ze haar hand terugtrekt. ‘Wat is het probleem? Als ik je in een kroeg was tegengekomen, had ik je een drankje aangeboden. Had je dat ook raar gevonden?’ ‘Dat is niet hetzelfde.’ ‘Inderdaad, dit is veel beter. Maar we kunnen ook iets gaan drinken als je dat liever wilt. Het boek neem ik alleen niet terug.’ ‘Je hebt het al teruggenomen.’ Ze houdt triomfantelijk haar handen op, en slaat vervolgens haar armen over elkaar. ‘Maar je bent nog niet weg, dus er is nog een kans.’ Ze rolt met haar ogen. Het is irritant, maar dan op een leuke manier. Hij snapt zelf niet goed hoe dat mogelijk is, maar hij denkt dat hij hetzelfde bij haar oproept. ‘Mag ik weten hoe je heet?’ vraagt hij. ‘Voor je ervandoor gaat en mij en dit arme boek achterlaat?’ ‘Gemma,’ antwoordt ze glimlachend. Oké, ze zitten dus absoluut op dezelfde golflengte. Dit gaat
21 goed. ‘Gemma…’ Hij laat haar naam even op zich inwerken. De naam die hoort bij blonde haren, blauwe ogen, volle lippen. Het voelt alsof hij nog een beetje meer voor haar valt nu hij haar naam weet. Dan zegt hij zijn eigen naam: ‘Boreas.’ Hij laat een korte stilte vallen, omdat hij gewend is zijn naam minstens nog een keer te moeten zeggen als hij zich voorstelt, maar ze knikt alleen. ‘Oké, Gemma,’ vervolgt hij, ‘ik ga geen pleidooi houden voor mezelf, maar dit boek verdient het niet om afgewezen te worden. Dus… als je je er nou echt zo ongemakkelijk bij voelt, dan moet je maar terug naar binnen gaan en ook een boek voor mij uitzoeken, dan staan we quitte en kunnen we allebei verder met onze dag.’ Ze lacht. ‘Hoe kan ik nou zomaar een boek voor jou uitkiezen? Ik ken je niet. En je had duidelijk de halve winkel al gelezen.’ ‘Doe een gok.’ Ergens hoopt hij dat ze het echt doet. Hij wil weten wat ze zou kiezen. ‘Ik… Ik kan niet, ik moet gaan. Ik heb werk te doen.’ ‘Hm. Jammer.’ Hij overhandigt haar het boek opnieuw. ‘Dan zit er niks anders op dan dit boek te accepteren. Ik heb het namelijk al.’ Ze zucht, alsof ze zich bijna gewonnen geeft. Bijna, maar nog net niet. Hij gaat iets wijder staan, zodat hij minder boven haar uittorent. ‘Wil je alsjeblieft dit boek aannemen, Gemma? Dan laat ik je verder met rust, beloofd.’ Ze perst haar lippen op elkaar, schijnbaar in conflict met zichzelf. Dan houdt ze haar hand op. ‘Alleen omdat het anders zielig is voor het boek.’ ‘Tuurlijk, we willen het boek niet kwetsen.’ Hij legt het in haar hand, houdt het een fractie van een seconde langer vast dan nodig is. ‘En omdat ik het heel graag wil lezen…’ ‘Je zal er geen spijt van krijgen.’ Ze neemt het boek aan en houdt het losjes tegen haar heup. ‘Dank je.’ ‘Jij ook,’ zegt hij terwijl ze wegloopt. Ze werpt hem een blik over haar schouder toe. Een klein rimpeltje verschijnt tussen haar wenkbrauwen en ze schudt subtiel haar hoofd terwijl ze haar weg vervolgt, alsof ze bewust een impuls negeert. O man… Hij wil het gesprek héél graag voortzetten. Maar dat is nu aan haar.
SYNOPSIS Gemma heeft een van de ergste dagen van haar leven. De nalatenschap van haar vader moet afgewikkeld worden, ze slaapt al weken op de bank bij haar beste vriendin, én het stinkt verschrikkelijk in de overvolle metro waar ze klem staat tussen de mensen. Dan ontmoet ze Boreas… Er is een onmiddellijke aantrekkingskracht, maar er zijn ook talloze redenen waarom Gemma niets met hem kan beginnen. Het lot denkt daar blijkbaar anders over, want ze blijft hem maar tegenkomen. Gemma en Boreas verliezen zichzelf compleet in de acht dagen die ze samen doorbrengen. Maar durven ze de sprong ook écht te wagen?
Acht dagen van Chantal van Gastel ligt vanaf 10 februari 2026 in de (online) de boekhandel!
22
Best of Romance
WIN!
een boekenpakket t.w.v. € 100,Schrijf je nu in voor de Best of Romance-nieuwsbrief en maak kans op dit prachtige boekenpakket met deze boeken: De weg naar huis - Kristin Hannah Schaduwen van de tijd - Santa Montefiore De verloren ringen - Nora Roberts Het Weense koffiehuis - Marie Lacrosse Dromen van een nieuw begin Corina Bomann
SCAN DE QR-CODE OF GA NAAR: boekerij.nl/bestofromance-nieuwsbrief
@BESTOFROMANCE
WWW.BOEKERIJ.NL