Skip to main content

9789462960466

Page 1

INHOUDSOPGAVE 07

Inleiding

59 DRIE Waarom foutenmakenmoed

DEEL ÉÉN: DE BASIS 19 ÉÉN

vaak zo moeilijk is 62

Ik faal, zie je wel: ik ben een mislukkeling

De neurotische jacht naar

63

Het ontstaan van de denkfout

succes

65

Ego, het aangeleerde

21

Wat is een fout?

26

Leren van fouten, wat een

zelfbeeld als bescherming 69

Perfectionisme als bekend egopatroon

cliché 29

Ontkramping

74

Kortom

31

Falen en ons bestaan

74

Even denken...

32

Kortom

74

Doen!

32

Even denken...

33

Doen!

37 TWEE

DEEL TWEE: DE AANPAK 81 VIER Demp je innerlijke criticus

Mindsets 37

Liefde voor leren

83

Regels

38

Mindsets

83

Innerlijke criticus

41

Vaste mindset: je hebt ergens

87

De innerlijke criticus heeft gelijk

aanleg voor of niet Groeimindset: geloof in ont­

89

Wie luistert er eigenlijk?

wikkeling en veranderbaarheid

93

Compassievol luisteren

45

Workout voor je brein

94

Zelfcompassie als tegengif

47

Wat een stom boek is dit,

100 Kortom

43

ik wil geen fouten maken!

100 Even denken...

51

Mindset disclaimers

101 Doen!

54

Kortom

54

Even denken...

55

Doen!

4

Fouten maken moet moed


107 VIJF Faal jezelf slim 108 Zelfrechtvaardiging 110 Zelfbeschuldiging 112 Worden is beter dan zijn 114 Wees blij met kritiek 118 Praat over je gevoelens van schuld en schaamte

164 Kortom 164 Even denken... 164 Doen!

169 ACHT Faal door, faal beter 170 Beter falen 172 Kinderen zijn die hards

122 Kortom

174 Laat je niet ontmoedigen

122 Even denken...

178 Dit is toch niets voor mij?!

122 Doen!

180 Kortom

129 ZES Dump je bewijsdrang 130 Bewijs voor je binnenwereld of je buitenwereld?

180 Even denken... 180 Doen!

185 NEGEN Geef elkaar faalruimte

133 Eigenwaarde beschermen

186 Doe het zelf!

136 Nog niet!

188 Neem speelsheid serieus

137 Het succes van anderen

190 Ontschuldig de ander

inspireert 142 Kortom

194 Zet je omgeving in een groeimindset

142 Even denken...

195 Denk aan je complimenten

142 Doen!

202 Kortom

147 ZEVEN Jaag uitdagingen na 148 Ik heb geen uitdagingen nodig, ik ben intellectueel 150 Verslaafd aan succes

202 Even denken... 202 Doen!

207 UITSMIJTER in 40 dagen naar meer faalmoed

151 Doelgericht oefenen

209 Na­denk

155 Stap in je stretch zone

210 Bedankt

159 Angst voor afwijzing

211 Literatuur

provoceren 161 Risico’s durven nemen

214 Over de auteur 217 Toegift

Inhoudsopgave

5


‘Ever tried. Ever failed. No matter. Try again. Fail again. Fail better.’ – Samuel Beckett


INLEIDING ‘Als dat maar fout gaat…’ Remko van der Drift Ik wil succesvol zijn en presteren. Ik wil niet falen en mislukken. Ik wil een makkelijk leven leiden, fantastische relaties hebben en altijd toegejuicht worden op mijn werk. Maar zo werkt het helaas niet in het leven. De praktijk pakt vaak anders uit. Iedere dag zit vol met fouten. Zo heb ik zojuist per ongeluk een eerdere versie van deze inleiding weggegooid in plaats van opgeslagen, heb ik ruzie gemaakt met mijn beste vriend over iets heel stoms en liep ik, in al mijn haast (of boosheid), zonder te betalen mijn favoriete schrijfcafé uit, wat een redelijk gênant moment opleverde. Om nog maar te zwijgen over de afspraak met een belangrijke klant die ik verkeerd in mijn agenda genoteerd had, en waarvoor ik dus veel te laat kwam. Waarschijnlijk wel herkenbaar hè, of niet, heb jij een foutloos leven

?

In de praktijk voelen fouten vaak stom – die van mezelf nog het meest. Ik ben Remko, van beroep faalkundige. In theorie weet ik hoe je goed om kunt gaan met fouten. Maar in de praktijk voelen fouten vaak stom – die van mezelf nog het meest. Ik sla veel flaters en ze blijven helaas ook lang hangen. Zo weet ik bijvoorbeeld nog steeds heel goed dat ik als zestienjarige met een leuk meisje in de bioscoop zat. Ik was smoorverliefd en wilde graag mijn arm om haar heen slaan. Maar dat durfde ik niet, uit angst om afgewezen te worden. Na wat moed bij elkaar geraapt te hebben, hief ik mijn arm toch omhoog om hem om haar heen te slaan. In mijn stunteligheid raakte ik haar toen hard met mijn elleboog in haar gezicht. Ik kon wel door de grond zakken. Als ik nu nog denk aan dit voorval, dan voel ik me nog steeds een beetje beschaamd.

Inleiding

7


Vier jaar geleden schreef ik mijn eerste boek, het managementboek Fouten maken moet. Durf het beste uit jezelf en je team te halen. Ik schreef dit boek voor mensen die in of met een team werken; het bevatte veel handvaten om anders om te gaan met falen op het werk. De jaren daarna ben ik nog enthousiaster geworden over het thema ‘anders omgaan met fouten’. Ik ben van het leren van fouten gaan houden, ik vond het steeds leuker om mensen te inspireren op een andere manier met fouten om te gaan: de groeimindset. Wat dat is, leg ik uit in hoofdstuk 2. Maar ik ben het thema ook gaan haten. Dat kwam vooral door de steeds terugkerende fouten die ik maakte in mijn leven, waarvan ik niet wist hoe ik ze aan moest pakken. Hoe ervan te leren en ze te voorkomen? Bijvoorbeeld in de liefde. Ik weet natuurlijk niet hoe het bij jou zit maar De Liefde is voor mij een groot thema. En ik moet bekennen, ik ben ook daarin faalkundige . De fouten die ik maakte in de liefde, en het vastzitten daarin, vormde de aanleiding voor een verdieping van mijn eerste boek. Want ik faalde de laatste jaren vaak in relaties. Nu gaat dit boek niet over liefde en liefdesproblemen – ik zal je de details besparen. Maar mijn liefdesfalen was de inspiratiebron om dieper in het thema ‘anders omgaan met fouten’ te duiken. Want juist bij zo’n groot levensthema heb ik ontdekt dat ik heel veel moed nodig had om mijn fouten vol­ ledig onder ogen te durven zien en ze daadwerkelijk aan te pakken. Allereerst merkte ik dat ik in de liefde een patroon volg van steeds dezelfde fouten. Liefdesrelaties moeten bij mij altijd 100% goed gaan. Ik zoek naar perfectie: het ideale en het beste. Ik moet me verliefd voelen, zeker in het begin en de ander moet volmaakt zijn. Als ze dat niet is, dan krijg ik een grote neiging er meteen mee te kappen. Ik weet wel dat ik moet geloven in groei en dat liefde een werkwoord is, dat ik moet werken aan het verbeteren en ontwikkelen van een relatie. Maar op de een of andere hardnekkige wijze gaat

8

Fouten maken moet moed


dat er bij mij niet goed in. Relaties kwamen en gingen. Leerde ik van mijn fouten? Nou, niet echt. Dus ik ging mezelf steeds meer afvragen hoe ik sinds jaar en dag ingesleten denkfouten, met daaraan gekoppeld zich herhalende faalpatronen in relaties, kon veranderen. Hoe zorgde ik ervoor dat ik leerde in de liefde, en mezelf ontwikkelde? Ik raakte van deze vragen in de war: ‘Hoe kan ik nu faalkundige zijn en niet meer weten hoe ik de hardnekkige fouten in mijn eigen leven moet aanpakken?’ Dit betekende dat ik verder moest gaan graven en onderzoeken. Ik wilde weten wat nou precies die angel is: datgene waardoor je maar steeds dezelfde fouten blijft maken, in je patronen blijft hangen en het zo vreselijk lastig is om eruit te komen. De theorie begreep ik als geen ander, toch voelde ik dat er nog iets ontbrak. Iets wat misschien uit een andere hoek moest komen maar wat wel de essentie, de kern zou raken. Antwoorden vond ik onder andere bij mindfulness en bij het boeddhisme. Boeken van schrijvers als Jan Geurtz en Pema Chodron openden mijn ogen. Enthousiast heb ik een aantal reizen gemaakt door Azië, op zoek naar de bron en de kern van het boeddhisme. Boeddha was een groot denker. Hij ontdekte 2500 jaar geleden dat we lijden in het leven omdat we pijn vermijden en plezier willen ervaren. In onze zoektocht door het leven proberen we ons krampachtig vast te houden aan dingen die vergankelijk zijn. Daarbij piekeren we over het verleden, klagen we over het nu of maken we ons zorgen over de toekomst. We denken dat het leven pas beter wordt als er geen gedoe meer is. We willen ons als mens comfortabel voelen en ongemak vermijden. We zijn onkundig in het ‘erbij blijven’, in het kunnen verdragen van ongemak. We zijn er heel goed in onszelf weg te leiden van ongemak. Dan hoeven we er namelijk ook niet mee te dealen (denken we). We hebben onszelf geprogrammeerd om van ‘discomfort’ af te komen.

Inleiding

9


Daarom ook bijten we ons als een pitbull vast in plezier, succes en perfectie. In mijn geval bijvoorbeeld door falen in de liefde op te lossen met nieuwe liefdes. Zo hoopte ik gelukkig te worden. Misschien kun jij bijvoorbeeld heel blij worden van een nieuwe iPhone en denk je bij de aanschaf: ‘Nu ben ik gelukkig.’ Maar na twee dagen is je roes al weer weggeëbd en moet je op zoek naar nieuwe geluks­ en plezierveroorzakers. Dit zoeken naar plezier en volmaaktheid en het vermijden van ongemak, dat werkt natuurlijk niet. Het leven verandert constant. Er bestaan nu eenmaal ook moeilijke dingen, nare emoties, ziektes, dood, enzovoort. Het uitblijven van succes en het maken van fouten kun je aan dit rijtje toevoegen. En juist de onrust die we zelf in ons hoofd creëren, door te hunkeren naar plezier en geluk en door van alles te doen om het discomfort maar weg te poetsen met behulp van tijdelijke, externe dingen, veroorzaakt lijden. Omdat we neurotisch afhankelijk worden van comfort en succes, creëren we waanbeelden over hoe het leven moet zijn. Deze kramp kan overwonnen worden door ons hiervan bewust te worden en dit hunkeren te stoppen; de weerstand tegen falen op te geven en de waanbeelden van succes als illusies te ontmaskeren. Falen is geen straf en succes is geen beloning. Deze inzichten hielpen mij om een eerste stap uit de neerwaartse spiraal van mijn fouten in de liefde te zetten. In een vijf weken durende retraite in Noord­Thailand werd ik stevig geconfronteerd met mijn neiging om moeilijke gevoelens ‘extern’ op te lossen. Als ik me tijdens deze retraite oncomfortabel voelde, had ik opnieuw de neiging weg te gaan. Want op een strand in het zuiden van Thailand, daar lag het geluk, niet in deze moeilijke retraite. Ik leerde daar echter dat ik moeilijke omstandigheden moet leren omarmen als ‘normaal onderdeel’ van mijn leven. Ze te aanschouwen met de moed om ze in mezelf op te lossen. En datzelfde geldt voor fouten. We lijden onder fouten omdat we ze niet willen, maar dat werkt niet!

Inleiding

11


Om echt verder te komen in het leven, zul je de hunkering naar succes en het willen vermijden van falen moeten opgeven. En in plaats daarvan moed ontwikkelen om de weg naar binnen te bewandelen. Bijvoorbeeld door met nieuwsgierigheid aan te leunen tegen een rotgevoel dat je kunt krijgen als er iets mis gaat. En er dan naartoe te bewegen, in plaats van ervan weg te lopen. Mislukkingen kunnen pijn doen – maar je kunt ze aan. Dat is een overtuiging die je verder brengt. Ik ontdekte dat ik eigenlijk een ‘fout’ boek had geschreven. Fouten maken moet is iets te gemakkelijk gezegd. Het lijkt net alsof het maken van fouten het doel is. En dat klopt niet. Fouten maken is een middel. Het helpt je om je volledige potentieel te benutten. Daarom ben ik een nieuw boek gaan schrijven: het boek dat je nu in je handen hebt. Het is niet gericht op teams en samenwerken, zoals het eerste boek, maar op persoonlijke issues rondom falen en hoe je de moed krijgt om deze op te lossen. Want om echt het allerbeste uit jezelf te kunnen falen, heb je moed nodig. De ‘t’ van Fouten maken moet moest dus een ‘d’ worden: Fouten maken moed. Moed om een andere mindset aan te nemen, moed om jezelf te onderzoeken, moed om in het diepe te springen, moed om na falen weer op te staan.

Foutenmakenmoed is het verwelkomen van iets wat meestal niet welkom is. Moed is de bereidheid om echt in de spiegel te kijken en patronen bij jezelf te herkennen en te veranderen. Moed is imperfectie omarmen en het idee opgeven dat dingen per se op een bepaalde manier moeten gaan. Moed is niet meegaan met de verhalen in je hoofd. Moed is uitdagingen aangaan, jezelf laten zien, met het risico dat je faalt. Moed is weten dat je kunt falen en er toch helemaal voor gaan. Moed is tegenslag doorstaan en je hart openen voor onverwachte omstandigheden.

12

Fouten maken moet moed


In dit boek ga ik je helpen deze moed te ontwikkelen. Zodat je makke­ lijker met falen en lastige patronen om kunt gaan. Foutenmaken­ moed is het verwelkomen van iets wat meestal niet welkom is. En om dat te kunnen doen, is het nodig om anders te kijken naar onze meest fundamentele denkfout: dat we niet goed genoeg zijn zoals we zijn. Foutenmakenmoed is de moed die je nodig hebt om jezelf okay vinden, ook al ga je op je bek. Met deze moed kun je makkelijker kijken naar je daden, je patronen en je overtuigingen, in plaats van je te laten overrompelen door gedachten als: ‘Ik ben slecht als ik faal.’ We hebben vaak waardering voor mensen en organisaties die de moed hebben om mislukkingen te delen en ervan leren en te groeien. Bij onszelf kunnen we die moed niet altijd opbrengen, laat staan waarderen. Foutenmakenmoed is ook het lef hebben om openlijk te kunnen dealen met fouten, met minder angst voor afwijzing en meer kwetsbaarheid. De wereldberoemde hoogleraar psychologie Carol Dweck van Stan­ ford University heeft mij met haar jarenlange onderzoek naar leren en succes enorm geïnspireerd om anders tegen succes en falen aan te kijken. Haar onderzoek heeft veel ontspanning en groei in mijn leven gebracht. Een groot deel van dit boek is dan ook gewijd aan haar onderzoek. Misschien denk je nu: ‘O, kan ik dan niet beter haar boeken lezen?’ Natuurlijk is dat aan te raden. Maar wat mijn boek toevoegt aan haar werk, is dat ik het in verband breng met verschil­ lende andere stromingen en denkers over falen. Ik heb bovendien veel praktische voorbeelden toegevoegd: uit mijn zakelijk leven als faalkundige, opschudder, trainer, teamcoach en improvisator, maar ook uit mijn persoonlijke faalervaringen, gecombineerd met mijn liefde voor oosterse wijsheden. Ben je net zo’n structuurliefhebber als ik? Dan is het vast fijn om te weten hoe dit boek is opgebouwd . Globaal bestaat het boek uit twee delen.

Inleiding

13


Het eerste deel (hoofdstuk 1, 2 en 3), heet ‘De basis’. Dit deel geeft je inzicht in onze neurotische jacht naar succes, het werk van Carol Dweck en de oorsprong van onze faalangst. Dit is nodig om je te laten begrijpen waarom foutenmakenmoed vaak zo moeilijk en pijnlijk voor ons is. Het tweede deel, hoofdstuk 4 tot en met 9, heet ‘De aanpak’. Dit deel bevat tools die je kunt inzetten om foutenmakenmoed te ontwikkelen waarmee je het allerbeste uit jezelf kunt falen. Ik geef daarin aan welke gewoontes je kunt veranderen en hoe je dat kunt doen. Het gaat onder andere over het dempen van je innerlijke kritiek, het dumpen van je bewijsdrang, en over jezelf uitdagen en doorzetten. Aan het eind van ieder hoofdstuk staat een reflectievraag: ‘Even denken...’ Neem hiervoor even de tijd. Schrijf de antwoorden op en bespreek ze met anderen, bijvoorbeeld tijdens het eten of de afwas. Het helpt je de inhoud van het boek beter te laten beklijven.

Ik heb veel geleerd van mijn fouten, ik ga er snel nog een maken. Om echt anders om te kunnen gaan met falen heb je aan theorie en reflectie niet voldoende. Je moet ook zelf aan het werk, in de praktijk. Daarom bevat dit boek onder de titel ‘Doen!’ 51 tips/opdrachten. Achter aan elk hoofdstuk staan er vijf. Helemaal aan het eind staat er nog één uitgebreide. Met al deze tips en opdrachten kun je direct zelf actief aan de slag om meer faalmoed in je leven te krijgen. Ik heb veel geleerd van mijn fouten, ik ga er snel nog een maken. Niet omdat ik het leuk vind om te falen, maar omdat ik geloof dat het me helpt een completere versie van mezelf te worden. Veel plezier met het lezen van mijn boek.

14

Fouten maken moet moed


16

Fouten maken moet moed


DEEL ÉÉN

DE BASIS

Succes vereist falen

17


‘Echte vrijheid? Dat is het recht om je te vergissen. Je hebt het recht om fouten te maken, je hebt het recht om de mist in te gaan. Je hebt het recht om... om het te verkloten. Want dan, dan ben je vrij! Succes is nooit een blijk van vrijheid, terwijl mislukken dat altijd is.’ – Jacques Brel


ÉÉN

DE NEUROTISCHE JACHT NAAR SUCCES Waarschijnlijk antwoord jij, net als talloze anderen, op de vraag: ‘Wat wil je uit het leven halen?’ dat je succesvol, gezond en gelukkig wilt zijn. Succes is voor velen van ons wat we het liefst najagen. Er is op zich niets mis met het willen hebben van succes. Maar ons verlangen naar succes is zo groot geworden, dat het neurotische vormen heeft aangenomen. Er is veel te veel prestatiedruk in onze samenleving: goed moet en niks is goed genoeg. We moeten allemaal honderd procent bovengemiddeld scoren.

De neurotische jacht naar succes

19


Dit levert een prestatielat op die zo hoog ligt, dat we er nooit over­ heen kunnen springen. Deze hoge prestatielat vergroot onze angst om te falen en beperkt onze groei en leermogelijkheden. Weg met die hoge prestatielat! Het is veel effectiever en interessanter om je af te vragen: ‘Wat voor fouten durf ik te maken in het leven, waar ben ik bereid voor op mijn bek te gaan?’ Want deze vragen bepalen veel meer hoe je je ontwikkelt in je leven en je op een gezonde manier succesvol kunt zijn. Succes is vaak het topje van de ijsberg dat wij mensen graag aan elkaar laten zien. Maar onder water, onder de oppervlakte, buiten ons blikveld of bewustzijn, ligt vaak een enorme berg aan noodzakelijk falen, teleurstelling, mislukking, offers, hard werken, volhouden, discipline en toewijding. Laten we deze berg voor onszelf en elkaar zichtbaar maken en omarmen. Want succes vereist falen. En het zichtbaar maken en omarmen van falen vereist moed.

‘Wat voor fouten durf ik te maken in het leven, waar ben ik bereid voor op mijn bek te gaan?’ In een bericht van het NOS Journaal online van zaterdag 30 april 2016 wordt mooi verwoord hoe we in een maatschappij leven waarin we neurotisch bezig zijn ons succes te delen. Johannes Haushofer, een hoogleraar van de Amerikaanse Princeton University, durfde een tegengeluid te laten horen tegen al het neurotisch delen van successen. Hij zette een ‘cv van mislukkingen’ online. Met daarin afgewezen artikelen, mislukte sollicitaties en gemiste subsidie­aanvragen. Hij geeft openlijk toe dat hij nooit sollicitatiebrieven naar Harvard en Yale stuurde omdat hij dacht geen kans te maken bij die prestigieuze universiteiten.

20

Fouten maken moet moed


Hij kwam op het idee van zijn cv toen hij een artikel in het weten­ schappelijk tijdschrift Nature las. Melanie Stefan, neurobiologisch onderzoeker aan het California Institute of Technology in Pasadena, beschreef daarin dat veel van haar werk nooit op haar cv belandde. ‘De kans op een beurs is ongeveer 15 procent. Dus voor elk uur dat ik aan een succesvol voorstel besteed, werk ik er zeven aan mislukte aanvragen. Als wetenschappers schetsen we een succesverhaal waarin mislukkingen onzichtbaar zijn voor onszelf en anderen. De carrières van anderen lijken daarom een stroom van successen. Als we zelf mislukken, voelen we ons daarom alleen en verdrietig.’ Melanie vergeleek haar carrière met die van voetballer Ronaldinho, die op dezelfde dag dat haar beursaanvraag werd afgewezen, te horen kreeg dat hij niet voor het nationale elftal was geselecteerd. ‘Cool, ik ben net als Ronaldinho’, dacht Melanie eerst. Maar toen zag ze het verschil: elke gemiste penalty, elke blessure van de Braziliaanse voetballer is openbaar. En dat had voordelen, meende ze. ‘Het laat jonge spelers zien wat het betekent om een voetballer te zijn. Het helpt hen met hun eigen fouten.’ Laten we dus van onze fouten onze succesverhalen maken, waarmee we onszelf ruimte en lucht geven en tegelijkertijd een inspirerend voorbeeld kunnen zijn voor de wereld om ons heen.

Wat is een fout? Ik gaf onlangs een workshop op het ‘Ga op je bek festival’: een festival waar falen werd gevierd. Na afloop kwam er een jongen op mij afgelopen. Hij vroeg: ‘Meneer, u bent faalkundige. Ik zit met een ingewikkelde kwestie. Want als ik, zoals u suggereert, fouten moet maken om te groeien en dat lukt niet, wat dan? Dus als de fout die ik expres wil maken fout gaat, doe ik het dan goed of fout, maak ik een fout of niet?’

De neurotische jacht naar succes

21


Het is een mooi en grappig voorbeeld van hoe we onszelf vast kunnen denken in termen van goed of fout. Want wanneer is eigenlijk iets goed of fout? Zoals ik al schreef, zijn we overdreven gericht op succes. Alles moet lukken en goed gaan! Succes is hoe wij willen dat iets gebeurt. Falen gaat daartegenin. Dat gaat over iets wat niet werkt zoals we dat willen. Om meer zicht te krijgen op de vraag wat goed of fout is, gaan we ‘de fout’ eens helemaal uitkleden en in perspectief plaatsen. Eventjes vooraf: het is moeilijk om een eenduidige defi nitie te geven van het begrip ‘fout’. Wat een fout tot een fout maakt, hangt af van veel

22

Fouten maken moet moed


verschillende factoren, zoals cultuur, maatschappelijke invloed, socialisatie, tijdsgeest, plaats op de wereld, et cetera. Ik ga je toch mijn definitie van ‘fout’ geven, omdat dit je zal helpen om anders, ruimer en vanuit verschillende invalshoeken naar je eigen fouten te kijken. Ik geef je mijn definitie aan de hand van een voorbeeld. Een vriendin, Miranda, had per ongeluk LinkedIn toestemming gegeven om haar volledige adressenbestand uit te nodigen lid te worden van het sociale netwerk. Met een rood hoofd zat ze achter de computer; ze interpre­ teerde deze actie als ‘een fout’. Maar als je er objectief naar kijkt, dan is Miranda’s actie niets meer dan een feitelijke gebeurtenis. Ze klikte met haar muis op ‘ja’ in plaats van ‘nee’. In haar hoofd komt er een negatief oordeel over deze gebeurtenis: ‘Wat stom van mij, ik had beter op moeten letten. Wat zullen alle ontvangers nu wel niet van me denken!’, waardoor deze gebeurtenis voor haar het stempel ‘fout’ krijgt. Enkele uren later bleek dat haar negatieve oordeel niet terecht was. Haar ogenschijnlijke fout bleek juist als een hele positieve gebeurtenis uit te pakken. Ze schreef me: ‘Deze actie heeft geweldig uitgepakt, want ik heb er veel onbekende, min-of-meer bekende, in mijn ogen beroemde, belangrijke, interessante en/of geïnteresseerde contacten zomaar bij gekregen....’ Ons oordeel wordt vaak gevormd door wat we geleerd hebben over wat normaal, gepast of goed is. Dit oordeel kan zowel intern (dus van jezelf) als extern (van je omgeving) zijn. Zo kun je bijvoorbeeld een grap over je partner als ‘fout’ beschouwen als je partner, onverwacht, net komt binnenlopen als jij de grap maakt. En om iemand lachen vind je onbeschoft en kwetsend (intern negatief oordeel). Echter, op het moment dat jij jezelf ziet als de vriendelijke grappenmaker (intern positief oordeel) en jouw partner ook wel kan lachen om jouw grapje (extern positief oordeel), valt het negatieve oordeel over de grap weg en bestaat de fout niet meer.

De neurotische jacht naar succes

23


Miles snapt het! De jazzmuzikant Herbie Hancock vertelt in een interview over een fout die hij eens maakte in een improvisatie met Miles Davis. ‘We speelden ‘So What’ op een dampende avond waarbij de muziek helemaal klopte. Miles speelde een ongelooflijk prachtige solo en ik knalde er per ongeluk een fout akkoord doorheen. Het klonk als een grote blunder. Miles pauzeerde een seconde en speelde een paar noten die mijn akkoord weer goed deden klinken. Miles hoorde mijn noten niet als een fout, hij hoorde het als “een gebeurtenis”. Hij zag deze gebeurtenis als een onderdeel van de werkelijkheid van dat moment. En hij reageerde zonder negatief oordeel. Omdat hij mijn noten niet als “fout” hoorde, voelde hij de verantwoordelijkheid om iets te spelen wat paste.’ Deze reactie van Miles Davis leerde Herbie Hancock een grote les. Niet alleen over muziek, maar over het leven. Als je fouten zonder waardeoordeel ziet als een onderdeel van de werkelijkheid kun je meer ontdekken, meer onbekends ervaren en zelfs iets ongewilds benutten. Weet je bijvoorbeeld hoe Viagra, het medicijn dat onder andere de erectie bij mannen stimuleert, is ontstaan? De fabrikant ontwikkelde een medicijn om de hartkwaal angina pectoris, een pijnlijk gevoel op de borst bij inspanning of emotie, te behandelen. Tijdens de klinische tests bleek echter dat het een stimulerend effect had op de erectie. Dit effect zou je als ‘fout’ kunnen zien. Want het kwam niet overeen met wat verwacht was, en als de fabrikant er een negatief oordeel op had geplakt, was het medicijn nooit verder ontwikkeld. Doordat de fabrikant het onbedoelde effect echter positief beoordeelde, is de mogelijkheid ontstaan om het product toch op de markt te brengen. De ogenschijnlijke fout veranderde in een groot succes. Fouten zijn vaak ook een kwestie van perspectief. Ik ontving eens een foto van een spellingsopdracht, ingevuld door een jongetje van acht jaar. Bovenaan de opdracht stond: ‘Schrijf de volgende woorden in alfabetische volgorde.’ Met daaronder een rijtje woorden zoals: thans, thee, bibliotheek, apotheek. Het jongetje had de opdracht

24

Fouten maken moet moed


letterlijk genomen en de woorden zelf in alfabetische volgorde gezet: ahnst, eeth, bbeehiilkot, aeehkopt, enzovoort. De juf had achter elk woord een vet rood kruis gezet. Het jongetje had haar verwachtingen beschaamd en had naar haar oordeel de opdracht fout gemaakt. Want volgens haar kijk op de opdracht had het jongetje de woorden onder elkaar in alfabetische volgorde moeten zetten. Maar wie maakt hier eigenlijk een fout, de juf of het jongetje? Natuurlijk hebben ze het beide zowel goed als fout. Het jongetje had de opdracht niet goed opgevat en de juf had de nieuwe mogelijkheid voor de jongen om zich te ontwikkelen niet begrepen. Maar ik denk dat de juf in dit geval in de grootste kramp zat. De waarheid is meestal een subjectieve menselijke opvatting. Wat nu goed is, kan later heel fout blijken te zijn. Denk bijvoorbeeld aan de wetenschap. Die ontwikkelt zich door het ontdekken van fouten en deze te corrigeren. Zelfs de ogenschijnlijk meest waterdichte theorieën van vroeger bleken later vaak fout. Zo draaide de zon ooit om de aarde. De waarheid heeft een houdbaarheidsdatum. Dus je kunt wel aannemen dat alle theorieën van vandaag ook een keer fout zullen blijken te zijn. (Waarschijnlijk kun je ook dit boek dus over een tijdje door de papierversnipperaar halen .) Als de waarheid al een houdbaarheidsdatum heeft, waarom fouten dan niet? De betrekkelijkheid van fouten zie je goed terug in humor. Je vergissen kan grappig zijn en andere mensen die een flater slaan kunnen ontzettend op de lachspieren werken. Waarschijnlijk lachen we zo graag om ander­ mans fouten omdat we onszelf daar zo goed in herkennen. Kenmerkend is dat ons verwachtingspatroon in zulke gevallen niet uitkomt, dat we op het spreekwoordelijke verkeerde been worden gezet. Ik laat in mijn workshops, trainingen en lezingen vaak een journaaluitzending zien waarbij alles misgaat. Filmpjes worden niet gestart en teksten kloppen niet bij beelden. Mijn deelnemers aan de workshop moeten altijd heel erg lachen, ik zelf trouwens ook. De humor komt voort uit de disbalans tussen verwachting en werkelijkheid die ik hierboven al omschreef.

De neurotische jacht naar succes

25


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789462960466 by Uitgeverij Lannoo - Issuu