Skip to main content

9789401499323

Page 1

BW.indd 1

5/02/2024 12:17


BW.indd 2

5/02/2024 12:17


BW.indd 3

5/02/2024 12:17


Met dank aan al onze (ex-)collega’s voor hun bijdragen, suggesties en aanmoedigingen: Lieve De Wachter, Margot D’Hertefelt, Kirsten Fivez, Elke Gilin, Jordi Heeren en Geert Peeters Dit boek is mede tot stand gekomen dankzij een financiering van de KU Leuven in het kader van een IDL-project (Innovatief Digitaal Leren).

D/2024/45/31 – ISBN 978 94 014 9932 3 – NUR 633 Vormgeving omslag: Gert Degrande | De Witlofcompagnie Vormgeving binnenwerk: Keppie & Keppie © Serge Verlinde, Lorie Vandooren, Rosanne Ceuppens & Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2024. Uitgeverij LannooCampus maakt deel uit van Lannoo Uitgeverij, de boeken- en multimediadivisie van Uitgeverij Lannoo nv. Alle rechten voorbehouden. Niets van deze uitgave mag verveelvoudigd worden en/of openbaar gemaakt, door middel van druk, fotokopie, microfilm, of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Uitgeverij LannooCampus Vaartkom 41 bus 01.02 Postbus 23202 3000 Leuven 1100 DS Amsterdam België Nederland www.lannoocampus.be

BW.indd 4

5/02/2024 12:17


STRUIKELWOORDEN

INHOUD Voorwoord

7

Struikelwoorden online

8

Gebruiksaanwijzing en conventies

11

Struikelwoorden

13

5

BW.indd 5

5/02/2024 12:17


BW.indd 6

5/02/2024 12:17


STRUIKELWOORDEN

VOORWOORD Struikelwoorden?

Instromende studenten in het hoger onderwijs worden vanaf dag één geconfronteerd met een taalregister waar ze niet vertrouwd mee zijn: het academisch Nederlands. Het academisch Nederlands kent eigen stijlkenmerken (zie o.m. Van den Branden, 2010), maar omvat ook een eigen woordenschat. Die bestaat zowel uit domeinspecifieke termen (vakjargon als inflatie, frictionele tewerkstelling, alveolus, intravasculaire hemolyse, isotoop, elektromagnetische inductie …), als uit algemenere academische woorden die minder voorkomen in het alledaagse Nederlands (assertief, deductie, empirisch, recurrent, paradigma, de facto …). Instromende studenten beheersen die academische woorden vaak minder goed, maar ze worden er wel regelmatig mee geconfronteerd: in handboeken gaat het om gemiddeld één op de twintig woorden. Onvoldoende kennis van die woorden, die we kunnen bestempelen als ‘struikelwoorden’, kan een goed tekstbegrip dus verhinderen.

Welke struikelwoorden?

Dit boek beschrijft niet alle struikelwoorden, maar wel de woorden die het vaakst voorkomen in didactisch materiaal. Het corpus dat we hebben samengesteld omvat meer dan 10 miljoen woorden, omgerekend ongeveer 20 000 pagina’s tekst. Uit die teksten zijn meer dan 1600 woorden geselecteerd en uitvoerig beschreven door middel van: • begrijpbare definities; • duidelijke voorbeeldzinnen; • verwante woorden; • woorden waarmee ze vaak samen voorkomen in teksten; • uitdrukkingen; • woordfamilies.

Een boek en heel veel meer

Verder vind je in dit boek een unieke code die toegang biedt tot verschillende online toepassingen: • de leeshulp verrijkt elke tekst met de gegevens uit het boek; • het persoonlijk woordenboek verzamelt een selectie van breinbrekers; • de omzettingstool geeft preciezere, academische alternatieven voor woorden uit het algemeen Nederlands; • de taalprikkels bieden een dagelijkse oefening over de academische woordenschat; • de zoekfunctie helpt om het volledige boek te doorzoeken. Meer details over die toepassingen vind je op pagina 8 en 9. De auteurs

Branden, K. Van den (2010). Taalbeleid in het hoger onderwijs. In E. Peters & T. Van Houtven (red.), Taalbeleid in het hoger onderwijs: de hype voorbij? Leuven/Den Haag: Acco. 213-223. 7

BW.indd 7

5/02/2024 12:17


STRUIKELWOORDEN

STRUIKELWOORDEN ONLINE Leeshulp

De leeshulp verrijkt elke tekst met de gegevens uit het boek. De gebruiker kan een bestand (docx, pdf, txt, pptx) opladen of een tekst plakken in een formulier. De toepassing voegt een link toe aan alle struikelwoorden uit de tekst. Wanneer de gebruiker met de cursor over de link beweegt, verschijnt de definitie van het woord, samen met de voorbeeldzin en de verwante woorden.

Persoonlijk woordenboek

Naast elk verrijkt woord in de leeshulp staat een icoon ( ). Als de gebruiker erop klikt, wordt het woord samen met de bijbehorende informatie – definitie, voorbeeldzin, verwante woorden, woordcombinaties en woordfamilie – opgeslagen in zijn persoonlijk woordenboek. De gebruiker kan zo een lijst opstellen van woorden die hij niet (goed) beheerst, zijn breinbrekers. Hij kan de lijst op elk moment aanpassen.

Taalprikkels

De taalprikkels zijn korte oefeningen die dagelijks via mail verstuurd worden. Met de code op de volgende bladzijde kan de gebruiker daarop een abonnement nemen. Hij kan de taalprikkels ook opslaan in zijn persoonlijk woordenboek. Er zijn verschillende types taalprikkels: • Zoek het woord dat niet in de reeks past. aanname – axioma – [prognose] – premisse – hypothese • Vervolledig de woordfamilie. bijvoeglijk naamwoord: abstract, zelfstandig naamwoord: de abstractie, werkwoord? [abstraheren] • Vul aan bij welk woord de informatie hoort. definitie wat (zeer) nauwkeurig, precies is voorbeeldzin Zonder de oorspronkelijke data kunnen we de kwaliteit en waarde van de resultaten niet […] inschatten. verwante woorden adequaat | betrouwbaar | correct | nauwkeurig | punctueel woordcombinaties […] beschrijving | gegevens | informatie | resultaten | weergave […] optreden | uitvoeren | verwerken | werken antwoord: [accuraat] • Vul aan wat je weet over het volgende woord. accuraat: betekenis? verwante woorden? woordcombinaties? • Vervolledig de zin en vergelijk je antwoord met de modelantwoorden. Ze voeren al jaren ………………….. onderzoek naar de ziekte van Alzheimer. [baanbrekend, grensverleggend, innovatief, toonaangevend, revolutionair, hoogstaand]

8

BW.indd 8

5/02/2024 12:17


STRUIKELWOORDEN

Omzettingstool

Studenten gebruiken soms algemene woorden waar ze beter een specifieker, academisch alternatief kunnen gebruiken. De omzettingstool helpt gebruikers die academische alternatieven te vinden. Zo levert de zoekopdracht ‘betrouwbaar’ alternatieven als ‘consistent’, ‘integer’ of ‘loyaal’ op. De gebruiker kan die woorden ook opslaan in zijn persoonlijk woordenboek.

Zoekfunctie

Met de zoekfunctie kunnen gebruikers informatie over een academisch woord opvragen. De functie is niet beperkt tot de lijst met struikelwoorden. Je kunt namelijk ook een woord opzoeken in de definities, de voorbeeldzinnen, de verwante woorden en de woorden waarmee het woord vaak voorkomt. De gebruiker kan de informatie opslaan in zijn persoonlijk woordenboek. Om toegang te krijgen tot de online toepassingen heb je deze code nodig: Surf naar https://ilt.kuleuven.be/struikelwoorden en gebruik onderstaande code:

9

BW.indd 9

5/02/2024 12:17


BW.indd 10

5/02/2024 12:17


STRUIKELWOORDEN

GEBRUIKSAANWIJZING EN CONVENTIES achtervoegsel cryptografie adj./adjectief bijvoeglijk naamwoord een positief antwoord bw./bijwoord hij antwoordt positief subst./substantief zelfstandig naamwoord de referentie voegwoord restaurant annex hotel voorvoegsel proactief voorzetsel circa 100 voor Christus ww./werkwoord reduceren ~ vervangt het hoofdwoord van het artikel ≍ woorden met een gelijkaardige betekenis ≭ woorden met een tegengestelde betekenis ∪ woorden die vaak voorkomen met het gegeven woord coherent > [adj. + subst.] beleid = een coherent beleid consensus > [subst. + ww.] groeien = een consensus groeit historiek > [ww. + subst.] weergeven = iets geeft de historiek weer reageren > [ww. + bw.] scherp = zij reageert scherp ⊳ specifiek gebruik, uitdrukking ⧉ woordfamilie (focussen op) woord dat gebruikt wordt met een vast voorzetsel Adjectieven kunnen ook als bijwoord gebruikt worden. Dat gebruik wordt soms geïllustreerd in de voorbeeldzinnen (modulair: Het interieur is modulair opgebouwd. – een modulaire opbouw). Gender disclaimer - Wanneer wij een geslachtsspecifiek woord hebben gebruikt, impliceert dat geen waardering. Het woord moet dan ook telkens genderneutraal worden opgevat.

11

BW.indd 11

5/02/2024 12:17


BW.indd 12

5/02/2024 12:17


STRUIKELWOORDEN | A

A a-, an- (voorvoegsel) niet, zonder. apolitiek, amoreel, anorganisch, asociaal, asymmetrie, atypisch aandragen (werkwoord) een idee, een voorstel, een plan aan iemand voorleggen. Tijdens de wekelijkse vergadering kunnen de werknemers persoonlijke suggesties aandragen. ≍ aanreiken | inbrengen | voorstellen ∪ [ww. + subst.] alternatief | argument | oplossing ⊳ ergens mee komen aandragen: iets aan iemand voorstellen aanname (de ~; substantief) iets waar je van uitgaat zonder het zeker te weten. Het plan is gebaseerd op de aanname dat het aantal studenten gelijk zal blijven. ≍ hypothese | opvatting | veronderstelling ∪ [adj. + subst.] gefundeerd | logisch | onjuist | statistisch [subst. + ww.] baseren op [ww. + subst.] afwijzen | onderbouwen | uitgaan van

aanschouwelijk (adjectief) wat duidelijk is voorgesteld en daardoor makkelijk te begrijpen is. De student maakt de evolutie aanschouwelijk door die op een tijdlijn voor te stellen. ≍ beeldend | inzichtelijk ∪ [adj. + subst.] onderwijs | voorstelling

⧉ aanschouwen

aansturen (werkwoord) 1 leidinggeven aan een groep mensen; de werking van iets mogelijk maken. De vergoeding van de verantwoordelijke is afhankelijk van het aantal mensen dat zij aanstuurt. ≍ begeleiden | coördineren | leiden | sturen ∪ [ww. + subst.] medewerkers | organisatie | team [ww. + bw.] centraal | direct | functioneel | operationeel 2 (aansturen op) volgens een bepaald plan handelen om een vooropgesteld doel te bereiken. Het personeel stuurt aan op een nieuwe ontmoeting met de directie om de werkomstandigheden verder te bespreken. ∪ [ww. + subst.] breuk | uitstel | vertrek

aannemelijk (adjectief) wat geloofwaardig, aanvaardbaar is. De onderzoekers geven een aannemelijke verklaring voor het fenomeen. ≍ acceptabel | logisch | overtuigend | plausibel | redelijk | waarschijnlijk ∪ [adj. + subst.] bod | hypothese | verklaring

aansturing (de ~; substantief) de verantwoordelijkheid hebben voor, de leiding hebben over een bepaald project, team of takenpakket. De teamleider is verantwoordelijk voor de aansturing van de technische dienst. ≍ coördinatie | leiding | verantwoordelijkheid ∪ [adj. + subst.] hiërarchisch | operationeel | procesmatig | resultaatgericht [ww. + subst.] coördineren | regelen | uitschakelen | verbeteren

aanscherpen (werkwoord) preciezer maken, formuleren. De docent adviseert de student om de onderzoeksvraag van zijn paper aan te scherpen. ≍ bijschaven | bijstellen | verbeteren ∪ [ww. + subst.] eis | hypothese | regelgeving | vraagstelling [ww. + bw.] stapsgewijs

aanwenden (werkwoord) iets gebruiken om een doel te bereiken. Een docent kan verschillende werkvormen aanwenden om de spreekvaardigheid van studenten te bevorderen. ≍ benutten | gebruiken | inzetten | toepassen ∪ [ww. + subst.] gezag | invloed | kracht | middelen

⧉ aannamebeleid | aannemelijkheid | aannemen

BW.indd 13

⧉ aanscherping

⧉ aanwending

13

5/02/2024 12:17


STRUIKELWOORDEN | A

abrupt (adjectief) wat plots en onverwacht gebeurt. Door het onweer kwam er een abrupt einde aan het concert. ≍ bruusk | opeens | plots ∪ [adj. + subst.] einde | onderbreking | overgang absorberen (werkwoord) 1 iets in zich opnemen. Een spons absorbeert meer water dan een handdoek. ≍ opvangen | opzuigen ∪ [ww. + subst.] schok | straling | vocht | zonlicht ⊳ een absorberend oppervlak, een absorberende ondergrond 2 iemands aandacht en/of energie opeisen; iemand bezighouden. De politicus is zo geabsorbeerd door zijn werk dat hij zijn gezinsleven verwaarloost. ≍ beïnvloeden | doordringen

⧉ absorptie | absorptievermogen

abstract (adjectief) wat losstaat van de werkelijkheid en daarom soms moeilijk te begrijpen is. Het abstracte schilderij bestaat uit grote vlakken in felle kleuren. ≍ conceptueel | figuratief ≭ concreet ∪ [adj. + subst.] begrip | concept | kunst | niveau | voorstelling | vorm [ww. + bw.] denken abstract (het ~; substantief) een korte samenvatting van een wetenschappelijk artikel. Onderzoekers die willen deelnemen aan de conferentie moeten voor de deadline een abstract indienen. ≍ beschrijving ∪ [ww. + subst.] indienen | schrijven

abstractie (de ~; substantief) wat afstand neemt van de dagelijkse werkelijkheid en er een algemene betekenis uit haalt. De schilderijen van Mondriaan worden gekenmerkt door verregaande abstractie. ≍ veralgemening | vereenvoudiging ∪ [adj. + subst.] expressief | intuïtief | subjectivistisch |

transcendentaal | verregaand [subst. + ww.] simplificeren | uitdrukken ⊳ abstractie maken van: iets buiten beschouwing laten; iets niet in aanmerking nemen (Belgisch-Nederlands) abstractieniveau (het ~; substantief) de mate waarin iets afstand neemt van de dagelijkse werkelijkheid en er algemene betekenis uit haalt. Eerstejaarsstudenten zijn vaak niet gewend aan het hoge abstractieniveau van sommige wetenschappelijke teksten. ≍ algemeenheid ∪ [adj. + subst.] hoog | laag abstraheren (werkwoord) (abstraheren van) concrete gevallen of kenmerken wegdenken, achterwege laten om iets op een algemeen, conceptueel niveau te analyseren of voor te stellen. Als je abstraheert van de concrete, tijdsgebonden omstandigheden, hebben de twee historische ontwikkelingen heel wat met elkaar gemeen. ≍ schematiseren | simplificeren | veralgemenen ⊳ een geabstraheerd landschap, een geabstraheerde figuur ⧉ abstractiegraad | abstractievermogen | abstractum

absurd (adjectief) wat niet logisch is; wat afwijkt van het redelijke. De comedian staat bekend om zijn absurde humor. ≍ bizar | komisch | onzinnig | vreemd ∪ [adj. + subst.] bewering | humor | sketch | wending

⧉ absurditeit

academicus (de ~; substantief) een persoon die verbonden is aan de universiteit om er onderzoek te doen of onderwijs te geven. Als academicus moet je kritisch ingesteld zijn. ≍ onderzoeker | professor | wetenschapper ∪ [adj. + subst.] startend | talentvol | vooraanstaand

14

BW.indd 14

5/02/2024 12:17


STRUIKELWOORDEN | A

academiejaar (het ~; substantief) een jaar in het hoger onderwijs. Op de eerste dag van het academiejaar vindt traditioneel een openingsviering plaats. ≍ studiejaar ∪ [subst. + ww.] starten [ww. + subst.] openen ⊳ Belgisch-Nederlands (Standaardnederlands: studiejaar) academisch (adjectief) wat verband houdt met een universiteit of een academie. De meeste eerstejaarsstudenten zijn nog niet vertrouwd met academisch taalgebruik. ≍ universitair | wetenschappelijk ∪ [adj. + subst.] opleiding | ziekenhuis | zitting

⧉ academie | academielid | academieopleiding | academiestad | academietijd

accentueren (werkwoord) door iets, een bepaald kenmerk, een bepaald aspect van een zaak te benadrukken, te laten opvallen. De auteur accentueert de belangrijkste woorden uit de tekst door ze te onderlijnen. ≍ benadrukken | onderstrepen | versterken ∪ [ww. + subst.] pluspunt

⧉ accent | accentuering | accentverlegging | accentverschil | accentverschuiving

acceptabel (adjectief) 1 wat aanvaardbaar is; wat geaccepteerd kan worden. Die winkel verkoopt degelijke fietsen tegen acceptabele prijzen. ≍ aanvaardbaar | billijk | redelijk | schappelijk ≭ onacceptabel ∪ [adj. + subst.] geluidsniveau | prijsniveau | reisafstand | reistijd 2 wat geloofwaardig is; wat plausibel is. De verdachte kon geen acceptabele verklaring geven voor zijn afwezigheid. ≍ aannemelijk | plausibel | realistisch ∪ [adj. + subst.] excuus | verklaring

⧉ onacceptabel

BW.indd 15

accessoire (het ~; substantief) een aanvullend element; een toegevoegd object dat niet noodzakelijk functioneel is, een nut heeft. Hij fleurt zijn outfits telkens op met een leuk accessoire, zoals een hoed of een sjaal. ≍ decoratie | toevoeging ∪ [adj. + subst.] bijbehorend | bijpassend | optioneel [ww. + subst.] aanschaffen | bestellen | verkopen | verkrijgen ⧉ accessoir

accommodatie (de ~; substantief) 1 de voorzieningen die het verblijf van personen mogelijk maken. Het gezin heeft online een ruime accommodatie met zwembad geboekt. ≍ faciliteit | onderkomen | vakantieverblijf ∪ [adj. + subst.] comfortabel | kindvriendelijk | sfeervol [subst. + ww.] beschikken over | voldoen aan | zich bevinden [ww. + subst.] boeken | huren | reserveren | verhuren 2 de aanpassing aan een situatie; het veranderen om beter aan te sluiten bij de omstandigheden. Onder het nieuwe regime streefden sommige burgers naar accommodatie, terwijl andere weigerden zich aan te passen. ≍ afstemming

⧉ accommodatievermogen | accommoderen

accumulatie (de ~; substantief) een proces waarbij er op een bepaalde plaats steeds meer van iets bijkomt. De accumulatie van melkzuur in de spieren kan krampen veroorzaken. ≍ opeenhoping | opeenstapeling ∪ [adj. + subst.] kapitalistisch | langzaam | overmatig [subst. + ww.] verminderen [ww. + subst.] verminderen accumuleren (werkwoord) een toenemende hoeveelheid van iets op een bepaalde plaats, op een bepaald moment verzamelen. Na het faillissement was hij maandenlang werkloos, waardoor hij schulden bleef accumuleren. ≍ cumuleren | opeenstapelen | ophopen | verzamelen ∪ [ww. + subst.] goud | kapitaal | schuld | warmte

15

5/02/2024 12:17


STRUIKELWOORDEN | A

⧉ accumulatief

accuraat (adjectief) wat (zeer) nauwkeurig, precies is. Zonder de oorspronkelijke data kunnen we de kwaliteit en waarde van de resultaten niet accuraat inschatten. ≍ adequaat | betrouwbaar | correct | nauwkeurig | punctueel ∪ [adj. + subst.] beschrijving | gegevens | informatie | resultaten | weergave [ww. + bw.] optreden | uitvoeren | verwerken | werken

⧉ accuratesse

achteloos (adjectief) wie geen aandacht schenkt aan iets. Hij zwaaide het autoportier achteloos open en hinderde zo enkele fietsers. ≍ slordig ≭ zorgvuldig ∪ [adj. + subst.] blik | gebaar | gebruik | houding | opmerking [ww. + bw.] achterlaten | omgaan met | weggooien

⧉ achteloosheid

achterban (de ~; substantief) een groep mensen die iemand of een beweging steunt. De achterban van de politieke partij reageerde verdeeld op het bestuursakkoord. ≍ aanhangers | draagvlak | partij | publiek ∪ [adj. + subst.] conservatief | fanatiek | trouw | verdeeld [subst. + ww.] groeien | morren | vertegenwoordigen [ww. + subst.] betrekken | creëren | informeren | overtuigen | raadplegen achterhaald (adjectief) wat niet meer actueel is; wat verouderd is. De informatie uit het persbericht van vorige week is achterhaald, omdat er vanaf vandaag nieuwe maatregelen gelden. ≍ irrelevant | overbodig ∪ [adj. + subst.] beeld | begrip | beleid | concept | idee | systeem

⧉ achterhaaldheid | achterhalen

actief (adjectief) wie iets onderneemt of veroorzaakt; waar iets gebeurt. De bewoners willen dat de stad een actieve rol speelt in de strijd tegen klimaatverandering. ≍ betrokken | werkzaam ≭ inactief | passief ∪ [adj. + subst.] beleid | bijdrage | deelname | discussie | gebruiker | lid | rol activeren (werkwoord) 1 het aansporen om iets te doen. De e-mailcampagne dient om de bestaande klanten te activeren. ≍ aanzetten tot | motiveren | stimuleren ∪ [ww. + subst.] klant 2 een proces, een zaak in gang zetten; zorgen dat iets werkt. Zodra je betaald hebt, wordt je account geactiveerd. ≍ inschakelen | opstarten ≭ desactiveren | uitschakelen ∪ [subst. + ww.] gebruiker [ww. + subst.] account activering (de ~; substantief) 1 het aanzetten van een persoon tot handelen. De maatregelen zorgen voor de activering van een grote groep werklozen. ≍ opwekking | stimulatie ∪ [adj. + subst.] sociaal 2 het in gang zetten van een proces, een zaak; ervoor zorgen dat iets werkt. De activering van het alarmsysteem verloopt volledig automatisch. ≭ desactivering ∪ [adj. + subst.] automatisch | handmatig

activisme (het ~; substantief) het ondernemen van (soms onwettige) acties om veranderingen te veroorzaken in de maatschappij, in de politiek. De politicus hield zich tijdens zijn studententijd al bezig met activisme en sociaal engagement. ≍ anarchisme | antifascisme | antikapitalisme | antiracisme ∪ [adj. + subst.] gewelddadig | politiek | vreedzaam

16

BW.indd 16

5/02/2024 12:17


STRUIKELWOORDEN | A

activist/activiste (de ~; substantief) iemand die (soms onwettige) acties onderneemt om veranderingen te veroorzaken in de maatschappij, in de politiek. Als politiek activist heeft hij zich altijd verzet tegen kinderslavernij en onmenselijke werkomstandigheden. ≍ actievoerder | anarchist | dissident | ideoloog ∪ [adj. + subst.] gewelddadig | links | politiek | radicaal | rechts | vreedzaam [subst. + ww.] bezetten | eisen | protesteren [ww. + subst.] oppakken activistisch (adjectief) wie (soms onwettige) zaken doet om veranderingen te veroorzaken in de maatschappij, in de politiek. De protestactie kwam er op initiatief van verschillende activistische bewegingen. ≍ anarchistisch | antifascistisch | antikapitalistisch | antiracistisch ∪ [adj. + subst.] beweging | kunst | pamflet

⧉ activiteit | activiteitencentrum | activiteitenniveau | inactief | inactiveren | inactiviteit | proactief

actor (de ~; substantief) een persoon of een instelling die een handeling uitvoert; een persoon of een instelling die betrokken is bij een activiteit. De organisatie zoekt naar een oplossing waarin alle betrokken actoren zich kunnen vinden. ≍ belanghebbende | betrokkene ∪ [adj. + subst.] betrokken | relevant [subst. + ww.] een rol spelen | sturen [ww. + subst.] betrekken | oproepen | stimuleren actualiseren (werkwoord) gegevens, teksten aanpassen aan de laatste beschikbare informatie. De huisarts volgt regelmatig een bijscholing om zijn kennis te actualiseren. ≍ aanpassen | aanvullen | bijstellen | herzien | vernieuwen ∪ [ww. + subst.] gegevens | lijst | plan | programma | versie | voorspellingen

⧉ actualiteit | actualiteitenmagazine | actualiteitenprogramma | actualiteitenrubriek | actualiteitswaarde acuut (adjectief) wat plots opduikt en dringend opgelost moet worden. Het virus vormt een acuut gevaar voor de volksgezondheid. ≍ ernstig | kortstondig | onmiddellijk | plotseling | urgent ≭ chronisch | langdurig ∪ [adj. + subst.] fase | gevaar | noodsituatie | ontsteking | pijn acuut (bijwoord) plots, ineens. Tijdens de bloedafname viel hij acuut flauw. ≍ onmiddellijk | plotseling | spontaan

adagium (het ~; substantief) een kernachtige zin, spreekwoord. ‘De klant is koning’, is het adagium van alle verkopers die de behoeften van hun klanten erg belangrijk vinden. ≍ credo | devies | motto ∪ [adj. + subst.] aloud | bekend [subst. + ww.] luiden

adaptief (adjectief) wat zich aanpast aan een specifieke situatie, aan de behoeftes in een concrete context. Op het adaptieve leerplatform kunnen studenten een gepersonaliseerd traject doorlopen. ≍ flexibel ∪ [adj. + subst.] leermateriaal | onderwijs | ontwerp

⧉ adaptatie | adapteren

adequaat (adjectief) wat gepast is; wat overeenkomt met de normen; wat past bij de situatie en het doel. In een crisissituatie moet de politie snel en adequaat kunnen optreden. ≍ accuraat | correct | doelmatig | doeltreffend | effectief | efficiënt ∪ [adj. + subst.] antwoord | hulp | wijze

⧉ adequaatheid

17

BW.indd 17

5/02/2024 12:17


STRUIKELWOORDEN | A

ad hoc (adjectief) voor een specifieke situatie, een speciaal geval. Om de crisis het hoofd te bieden werd een commissie ad hoc opgericht. ≍ daartoe

⧉ ad-hocbeslissing | ad-hoccommissie | ad-hocmaatregel | ad-hocoplossing | ad-hocwerkgroep ad interim (adjectief) wat tijdelijk, voorlopig is. Wanneer de Amerikaanse president ontslag neemt, wordt de vicepresident aangesteld als president ad interim. ≍ provisoir | tussentijds

⧉ ad-interimaanstelling | ad-interimvoorzitter

adolescent (de ~; substantief) een jongvolwassene; iemand tussen de 15 en de 20 jaar. Heel wat adolescenten vinden het moeilijk om een studierichting te kiezen. ≍ puber | tiener ∪ [adj. + subst.] meerderjarig | minderjarig [subst. + ww.] leren | zich ontwikkelen | zoeken

adolescentie (de ~; substantief) de periode tussen de 15 en 20 jaar, waarin jonge mensen zich tot volwassenen ontwikkelen. De adolescentie staat bekend als een periode waarin jongeren zich doorgaans tegen hun ouders afzetten. ≍ puberteit | tienerjaren ∪ [adj. + subst.] laat | turbulent | vroeg

⧉ adolescentengroep | adolescentiecrisis | adolescentiefase | adolescentiejaren

ad rem (adjectief) 1 wat ter zake is; wat erbij past. De studenten krijgen de opdracht een bondige, ad remme onderzoeksvraag te formuleren. 2 wat snel, slim en grappig is. De comedian geeft tijdens het interview ad remme antwoorden. ≍ gevat | snedig | spitsvondig

adviesbureau (het ~; substantief) een bedrijf dat gespecialiseerd is in een bepaald vakgebied en zijn klanten daarover raad, aanwijzingen geeft. Om zijn beleggingsstrategie te optimaliseren riep hij de hulp in van een financieel adviesbureau. ≍ consultancybureau | expertisecentrum ∪ [adj. + subst.] bouwkundig | financieel | juridisch [subst. + ww.] begeleiden | ondersteunen [ww. + subst.] inhuren | inschakelen adviesraad (de ~; substantief) een groep experts die raad geeft over een bepaalde kwestie, een bepaald onderwerp. De adviesraad benadrukt het belang van heldere crisiscommunicatie. ≍ adviescommissie | expertisecentrum | raadgever ∪ [adj. + subst.] strategisch | wetenschappelijk [subst. + ww.] pleiten voor ⧉ advies | adviesaanvraag | adviescollege | adviescommissie | adviesinstantie | adviesorgaan | adviseren affect (het ~; substantief) het gevoel dat iets oproept; de emotie die iets opwekt bij iemand. Klassieke muziek kan bij luisteraars verschillende affecten oproepen. ≍ emotie | gevoel ∪ [adj. + subst.] negatief | onaangenaam | positief

affectief (adjectief) wat te maken heeft met gevoelens; wat de emoties beïnvloedt. Ouders spelen een belangrijke rol in de affectieve ontwikkeling van hun kind. ≍ emotioneel | gevoelsmatig | intermenselijk | relationeel ∪ [adj. + subst.] aanraking | empathie | verwaarlozing

⧉ affectie | affectiviteit

18

BW.indd 18

5/02/2024 12:17


STRUIKELWOORDEN | A

affiniteit (de ~; substantief) een geestelijke verbondenheid; een toestand waarbij mensen elkaar begrijpen en sympathie hebben voor elkaar. De wijkagent heeft een sterke affiniteit met de buurtbewoners en zorgt zo voor een veilige leefomgeving. ≍ binding | connectie | voeling ∪ [adj. + subst.] aantoonbaar | sterk [ww. + subst.] bezitten | hebben | vertonen ⊳ {veel, grote} affiniteit hebben met: zeer verbonden zijn met; zeer vertrouwd zijn met afgewogen (adjectief) wat zorgvuldig is gekozen; waar lang over nagedacht is. Na een lang overleg kwam de jury tot een afgewogen oordeel. ≍ genuanceerd | weloverwogen ∪ [adj. + subst.] beslissing | mix | oordeel | termen

⧉ afwegen | afweging | afwegingsproces

afleider (de ~; substantief) een persoon of een zaak die er door zijn aanwezigheid of tussenkomst voor zorgt dat iemand zich niet langer volledig focust op de activiteit waarmee hij bezig was. Het lawaai vormde een storende afleider tijdens het examen. afleiding (de ~; substantief) wat de aandacht van iemand op iets anders doet richten. Moderne ziekenhuizen zorgen voor voldoende afleiding bij de patiënten. ≍ ontspanning | plezier ∪ [adj. + subst.] welkom [ww. + subst.] bezorgen | bieden

⧉ afleidbaar | afleiden | afleidingsmanoeuvre

afname (de ~; substantief) 1 een daling; het minder worden. De ontbossing leidt tot een afname van het aantal diersoorten in het gebied. ≍ daling | reductie | vermindering ≭ stijging | toename ∪ [adj. + subst.] aanzienlijk | fors | geleidelijk | significant 2 de aankoop van een product, een dienst. Bij afname van

30 tickets krijgt men een korting van 10%. ≍ aankoop ∪ [adj. + subst.] minimaal [ww. + subst.] garanderen

afnemer/afneemster (de ~; substantief) iemand die goederen koopt of gebruikmaakt van een dienst, van een bedrijf. Onze buurlanden zijn de grootste afnemers van onze appels. ≍ consument | klant | verbruiker ∪ [adj. + subst.] beschermd | gretig | potentieel | zakelijk ⧉ afnamegarantie | afnameprijs | afneembaar | afnemen

a fortiori (bijwoord) des te meer, met nog meer reden. Het is moeilijk grote hoeveelheden leerstof te verwerken en dat geldt a fortiori voor studenten met een leerstoornis. afremmen (werkwoord) 1 in snelheid (doen) afnemen. Voor de rode lichten remde de auto af. ≍ remmen | vertragen ≭ versnellen ∪ [subst. + ww.] auto [ww. + subst.] auto 2 minder krachtig, sterk maken; trager doen verlopen. Om de klimaatopwarming af te remmen zijn ingrijpende maatregelen nodig. ≍ inperken | temperen | verminderen ≭ versnellen ∪ [ww. + subst.] enthousiasme | groei | proces

⧉ afremming

afstammeling/afstammelinge (de ~; substantief) de aanduiding van een persoon bij wie de band met zijn ouders, grootouders wordt aangegeven, waarbij het feit dat hij tot die familie behoort wordt benadrukt. Hij is een afstammeling van de beroemde schilder Salvador Dalí en heeft nog brieven van hem in zijn bezit. ≍ nakomeling | familielid ∪ [adj. + subst.] direct | rechtstreeks 19

BW.indd 19

5/02/2024 12:17


STRUIKELWOORDEN | A

afstamming (de ~; substantief) de verwantschap van een persoon met zijn ouders, grootouders of voorouders. Op basis van DNA-materiaal kan iemands biologische afstamming onderzocht worden. ≍ afkomst ∪ [adj. + subst.] etnisch | moederlijk | vaderlijk [ww. + subst.] achterhalen | bewijzen ⧉ afstammen | afstammingsgegevens | afstammingsleer | afstammingslijn afwegen (werkwoord) 1 het gewicht van iets bepalen. Om het recept te doen slagen, moeten alle ingrediënten nauwkeurig afgewogen worden. ≍ meten | wegen ∪ [ww. + bw.] nauwkeurig | zorgvuldig 2 verschillende mogelijkheden met elkaar vergelijken; nadenken over welke keuze de beste is. Voor hij een keuze maakt, weegt hij de voor- en nadelen van elke optie af. ≍ beoordelen | inschatten | nadenken | overwegen ∪ [ww. + bw.] nauwkeurig | zorgvuldig ⊳ twee zaken tegen elkaar afwegen: twee zaken met elkaar vergelijken afweging (de ~; substantief) het bepalen wat het belangrijkste is. De leerling moet zelf de afweging maken aan welke opdracht hij de meeste tijd wil besteden. ≍ beslissing | inschatting | keuze ∪ [adj. + subst.] rationeel | zorgvuldig [ww. + subst.] maken | vergen ⧉ afgewogen | afwegingsproces

ageren (werkwoord) (ageren tegen, ageren voor) in actie komen; iets ondernemen. De betogers ageren tegen de nieuwe maatregelen van de regering. ≍ opkomen voor/tegen | strijden voor/tegen ∪ [subst. + ww.] partij ⊳ Met voorzetsel tegen heeft ageren de betekenis 20

BW.indd 20

‘zich verzetten tegen’, ‘zich kanten tegen’. Met voorzetsel voor heeft ageren de betekenis ‘vechten voor’, ‘ijveren voor’. ⧉ agens

agrarisch (adjectief) wat verband houdt met de landbouw. De landbouwers protesteren tegen het verdwijnen van agrarisch gebied. ≍ landbouw- | landbouwkundig | landelijk | ruraal ≭ industrieel ∪ [adj. + subst.] bedrijf | gebied | ondernemer | sector

air (de ~; substantief) de indruk die iemand met zijn gedragingen wil wekken; de houding die iemand bewust aanneemt. Hij kwam binnen met een air alsof hij de wedstrijd al gewonnen had. ≍ pose | uitstraling ⊳ vaak negatief: de houding van iemand die zichzelf boven anderen plaatst, die gewichtig doet akoestisch (adjectief) wat verband houdt met geluid. Het begin van de wedstrijd wordt aangegeven door een akoestisch signaal. ≍ auditief | muzikaal ≭ visueel ∪ [adj. + subst.] gitaar | isolatie | plafond

⧉ akoestiek

alert (adjectief) wie snel kan reageren omdat hij aandachtig en oplettend is. De voetballer is erg alert tijdens de wedstrijd en reageert meteen op elke pass die hij krijgt. ≍ bewust | geconcentreerd | proactief | reactief | waakzaam ∪ [adj. + subst.] houding | indruk | optreden [ww. + bw.] blijven | reageren

alertheid (de ~; substantief) de aandacht en oplettendheid van iemand. Hoe ouder hij wordt, hoe meer zijn mentale alertheid afneemt. ≍ aandacht | oplettendheid | waakzaamheid ∪ [adj. + subst.] blijvend | geestelijk | mentaal | scherp |

5/02/2024 12:17


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401499323 by Uitgeverij Lannoo - Issuu