Skip to main content

9789401499125

Page 1

DE MECHELSE BIJEENKOMST VAN DE RIDDERS VAN HET GULDEN VLIES EN HUN WAPENBORDEN Hannah Iterbeke Op 23 mei 1491 rijdt een uitverkoren groep edellieden te paard in processie over de Mechelse Grote Markt. Het is een indrukwekkend tafereel voor ogen en oren. De cavalcade wordt muzikaal vergezeld door een groep trompettisten. Elk van de edellieden draagt een dieprode fluwelen mantel, en om hun hals schittert een kostbare ketting. Ter hoogte van hun borst rust een gouden hanger in de vorm van een ramsvacht. Dit zijn de ridders van het Gulden Vlies op weg naar de SintRomboutskerk voor hun vijftiende kapittelbijeenkomst.

DOORTASTENDE ZET Het verhaal van dit riddergezelschap start zestig jaar eerder in de stad Brugge. In de winter van 1430 stapt de Bourgondische hertog Filips de Goede in het huwelijksbootje met Isabella van Portugal, de dochter van de Portugese koning. Dit is het derde huwelijk van de hertog, die uit zijn voorgaande twee huwelijken geen wettige erfgenaam heeft weten te verzekeren. Maar de ambities van deze hertog blijken grenzeloos. Filips de Goede is weliswaar niet geboren met een kroon op het hoofd, maar hij is er vanaf heden wel mee getrouwd en hij heeft alle intenties om zijn koninklijke ambities verder te verwezenlijken. Naar aanleiding van het koninklijk huwelijk proclameert Filips de Goede de oprichting van een exclusief riddergezelschap: de Orde van het Gulden Vlies. Andere monarchen, zoals de koningen van Engeland en Frankrijk, hadden al soortgelijke ridderordes opgericht (respectievelijk de Orde van de Kousenband en de Orde van de Ster). In tegenstelling tot wat sommige eigentijdse bronnen ons willen doen geloven, is de oprichting van het Gulden Vlies niet het resultaat van langdurige voorbereidingen en geheime beraadslagingen, maar eerder een snelle en doortastende zet van een ambitieuze hertog. Met de oprichting ervan voegt de hertog niet alleen de prestigieuze titel van stichter en soeverein van de Orde van het Gulden Vlies toe aan

31


Albrecht De Vriendt Het eerste kapittel van het Gulden Vlies ca. 1893-1900 Antwerpen, KMSKA


zijn lijst van verdiensten, maar verzekert hij deze kwalificatie ook voor zijn nakomelingen. Het eerste wat Filips de Goede immers laat vastleggen is deze regel: ‘Wij en onze opvolgers, hertogen van Bourgondië of graven van Vlaanderen, zullen altijd de leiders, meesters en soevereinen van deze genoemde orde zijn en blijven.’ Filips de Goede heeft verschillende beweegredenen voor de stichting van de ridderorde, zowel op religieus als politiek gebied. Als Bourgondische hertog presenteert hij zichzelf consequent als een diepgelovig persoon, wiens handelingen zijn gemotiveerd door zijn religieuze overtuigingen en ridderlijke idealen. Hij belast de ridderorde daarom met de verdediging van het katholieke geloof, wat onder andere tot uiting komt bij de intentie van de ridderorde om een kruistocht te ondernemen en het Heilige Land te gaan veroveren. Filips de Goedes verlangen om naar het Oosten te reizen wordt evenzeer ingegeven door een traumatische gebeurtenis uit zijn jeugd: zijn vader, Jan zonder Vrees, werd gevangengenomen tijdens het leiden van zo’n kruistocht en werd pas vrijgelaten na het betalen van een aanzienlijke losprijs. Die gebeurtenis beschouwt Filips de Goede als een blaam op de machtige uitstraling van zijn dynastie. Een nieuwe kruistocht, met een overwinning ten voordele van het huis Bourgondië, zou zowel een rehabilitatie van het verleden betekenen als een versterking van de positie van de hertogen in de toekomst. Bij de oprichting van de Orde van het Gulden Vlies benoemt Filips de Goede, naast zijn eigen aanstelling als soeverein, vierentwintig ridders tot leden van het gezelschap. Drie jaar later breidt hij dat aantal uit met zes ridders, waardoor het totale aantal leden vanaf 1433 op eenendertig komt te staan. Het selectieproces dat de hertog hanteert, onthult een tweede motivatie achter de oprichting van de ridderorde: politieke eenheid. Want wat de hertog in zijn uitgestrekte heerschappijgebied mist, is samenhang. De gebieden onder zijn gezag delen, behalve het christelijke geloof en hun vorst, weinig gemeenschappelijke kenmerken; ze spreken verschillende talen, vertonen aanzienlijke economische en culturele verscheidenheid en concurreren zelfs met elkaar. Door edellieden uit die diverse gebieden te verenigen in een ridderorde wordt niet alleen een onvoorwaardelijke toewijding aan de hertog zelf afgedwongen, maar ook de onderlinge loyaliteit wordt versterkt.

GOUDEN R ANDJE Die onderlinge loyaliteit en eenheid worden verder gesymboliseerd door een prachtige ketting, een uiterlijk symbool dat elk lid van de ridderorde met trots hoort te dragen. Op zich is dit juweel geen ongewoon attribuut voor dynastieke ridderordes, maar Filips de Goede begreep als geen ander het belang van imago en beeldvorming. Het ontwerp van deze ketting zit dan ook vol met verwijzingen naar de Bourgondische hertog en de ridderorde. De schakels van de ketting bestaan uit twee elementen die zich steeds herhalen. Enerzijds zijn er de vuurstenen, die vonken produceren wanneer er met staal op wordt geslagen. Anderzijds zijn er de vuurslagen, waarmee deze stenen worden geslagen. In 1419 nam Filips de Goede die symbolen op in zijn wapen als teken van zijn motto: ‘Eerst de slag, dan schittert de vlam.’ Iedere Vliesridder is in de schakels van de ketting vertegenwoordigd door een vuurslag, de soeverein van de orde door twee. De essentie van dit ontwerp is dat de losse elementen van de ketting alleen een eenheid vormen als ze met elkaar verbonden zijn, wat de idealen

34

Anoniem Ketting van een ridder van de Orde van het Gulden Vlies 1430-1500 Wenen, Kunsthistorisches Museum (Kaiserliche Schatzkammer)


35


van gelijkheid en broederschap weerspiegelt die de ridderorde haar leden voorhoudt. Maar het eigenlijke symbool van de orde is het gulden vlies van een ram dat als hangertje aan deze imposante ketting hangt. Als jongeman was Filips de Goede bijzonder gefascineerd door de verhalen van de antieke Griekse held Jason, die een groep avontuurlijke mannen, de Argonauten, naar het mysterieuze eiland Colchis leidde om er het Gulden Vlies, een gouden ramsvacht, te bemachtigen. De heldendaden van de krijgslustige Jason en zijn Argonauten passen volgens Filips de Goede perfect bij de idealen van zijn ridderorde. Daarom kiest hij het Gulden Vlies als symbool voor het gezelschap. De christelijke overtuiging van de ridderorde is echter moeilijk te rijmen met het verhaal van de antieke en heidense Jason. Daarom gaan de leden van de ridderorde al snel op zoek naar een christelijke verklaring voor het Gulden Vlies. Uiteindelijk vinden ze die bij Gideon, die in het Oude Testament een teken van God ontving via een ramshuid. Guillaume Fillastre, de kanselier van de ridderorde, besluit de verklaring voor het Gulden Vlies verder uit te schrijven in een zesdelig boek, waarbij elk deel gericht is op een van de zes ‘vliezen’, inclusief die uit de Griekse mythologie (het vlies van Jason en de Argonauten) en de vijf uit het Oude Testament (Richteren 6:34-38; Genesis 30:32; II Koningen 3:4; Job 31:20; Psalm 72:6). Uiteindelijk voltooit hij echter slechts drie delen. Niettemin toont deze inspanning aan hoe de leden op zoek zijn naar een mythe van oorsprong als verklaring voor de kernwaarden en idealen van de ridderorde, en bij extensie de macht van het huis Bourgondië.

GEORKESTREERD SPEK TAKEL

De Meester van het Missaal van Paul Beye Wapen en wapenspreuken van Filips de Goede, omgeven door Gideon en Jason, uit: Champion des dames, ms. fr. 12476 (folio 1v) 1451 Parijs, BnF

Naast de ridders worden ook vier officieren aangesteld, elk met een specifieke rol binnen de Orde van het Gulden Vlies. Die officieren omvatten een schatbewaarder (trésorier), een wapenkoning (roi d’armes), een kanselier (chancelier) en een griffier (greffier). De positie van kanselier geldt als de meest vooraanstaande functie. De kanselier bekleedt de functie van zegelbewaarder van de Orde. Het zegel bevat, naast zijn symbolische betekenis, ook de juridische macht om documenten rechtsgeldigheid te verlenen. Hoewel de kanselier enkel handelt in opdracht van de hertog en soeverein van de Orde, verleent deze zegelbewaring de kanselier de symbolische autoriteit over de ridderorde van het Gulden Vlies. Hij leidt bijgevolg ook de vergaderingen van de ridders en verzorgt preken tijdens de religieuze ceremonies van die bijeenkomsten. De schatbewaarder beheert de kostbaarheden en het archief van de ridderorde, terwijl de griffier notulen maakt en wapenfeiten van de ridders documenteert. De wapenkoning zorgt op zijn beurt dan weer voor de protocollen en fungeert vaak als boodschapper. Alle functies en regels zijn zorgvuldig vastgelegd in 94 artikelen, die gezamenlijk de statuten en ordonnanties van de Orde van het Gulden Vlies vormen. Die statuten specificeren onder andere dat de ridders jaarlijks bijeenkomen in een zogenaamd kapittel of chapitre. Al snel blijkt dat jaarlijkse bijeenkomsten logistiek niet helemaal haalbaar zijn. Filips de Goede besluit daarop om de frequentie te verlagen naar een

37


bijeenkomst om de drie jaar. De kapittelbijeenkomsten van de ridderorde bestaan uit grootschalige ceremoniële festiviteiten die altijd plaatsvinden in een kerk of kathedraal ergens op het Bourgondische grondgebied. Daarvoor wordt de kerk of kathedraal uitbundig gedecoreerd met speciaal ontworpen wapenschilden, altaarkleden, kunstwerken van edelsmeedkunst en wandtapijten. Het kapittel bestaat uit diverse religieuze ceremonies ter ere van patroonheiligen en overleden ridders. Maar tijdens de bijeenkomsten gaat het niet alleen om religie, er wordt ook intensief gedebatteerd over de ridderorde en haar leden. Voor elk van die activiteiten wordt van de ridders verwacht dat ze zich anders kleden. Zo verruilen ze hun kenmerkende rode fluwelen ordegewaden bijvoorbeeld voor zwarte rouwkleding tijdens de dodenmis ter ere van de overleden ridders. Maar wat ze steeds om de hals houden, is de kostbare ketting van de Orde van het Gulden Vlies. De middeleeuwse Vliesridders genieten immuniteit en kunnen alleen tijdens kapittelbijeenkomsten worden aangesproken op slecht gedrag. Ze hanteren daartoe strikte regels tegen onwaardig gedrag, zoals bijvoorbeeld veelvuldige buitenechtelijke verhoudingen, gokken of overmatig drankgebruik. Overtredingen worden bestraft met waarschuwingen of boetes, waarvan de opbrengsten ten goede komen aan religieuze vieringen en liefdadigheid voor armen en zieken. Wie zich schuldig maakt aan ernstige zaken, zoals verraad aan de soeverein, riskeert een volledige uitsluiting uit de orde. Tijdens de bijeenkomsten wordt eveneens besproken wie in aanmerking komt als nieuw lid om overleden of uitgesloten ridders op te volgen. Zoals het gebruikelijk is aan het Bourgondische hof, worden er tijdens de kapittelvergadering ook weelderige banketten voor de ridders en hun gevolg gehouden.

MOEILIJKE TIJDEN Flashforward naar 1477, wanneer de negentienjarige Maria van Bourgondië, de laatste erfgename van de Bourgondische hertogen, noodgedwongen het bewind over het Bourgondische Rijk moet opnemen. Haar vader, Karel de Stoute, is onverwacht overleden tijdens de Slag bij Nancy. De onverwachte dood van de hertog brengt het Bourgondische Rijk in een diepe crisis. Aan de grenzen woedt een voortdurende strijd tussen het huis Bourgondië en de Franse kroon. Maar ook binnen het Bourgondische Rijk heerst een diepe ontevredenheid, veroorzaakt door de hoge kosten van voortdurende oorlogen en de resulterende toenemende belastingdruk. Maria wordt door de lokale besturen onmiddellijk onderworpen aan verschillende compromissen om het Bourgondische Rijk in stand te kunnen houden. Zeven maanden later treedt ze in het huwelijk met aartshertog Maximiliaan van Oostenrijk, een jonge ambitieuze keizerszoon van het huis Habsburg. Na dat huwelijk lijkt de situatie zich te stabiliseren. Maximiliaan en Maria zetten twee erfgenamen op de wereld: Filips de Schone en Margareta van Oostenrijk. De rust keert helaas slechts voor een korte tijd terug in het nieuwe Bourgondisch-Habsburgse Rijk. Wanneer Maria in 1482 op valkenjacht vertrekt en er dramatisch ten val komt met de dood als gevolg, staat het Bourgondisch-Habsburgse Rijk opnieuw op de rand van onzekerheid en verandering.

38


Anoniem Filips de Goede in roodfluwelen ordegewaad ca. 1460-1480 Amsterdam, Rijksmuseum

Die overgang heeft niet alleen gevolgen voor de Bourgondisch-Habsburgse Nederlanden, maar ook voor de Orde van het Gulden Vlies. Volgens de statuten is Maximiliaan, nadat zijn huwelijk met Maria is ontbonden, niet langer de aangewezen soeverein. De nieuwe soeverein van de orde moet een erfgenaam zijn van Filips de Goede en Bourgondisch bloed door zijn aderen hebben stromen. Op slechts vierjarige leeftijd is Filips de Schone de enige geschikte kandidaat om de nieuwe voorzitter van de ridderorde te worden. Deze kleuter wordt tegen wil en dank een absolute spilfiguur in de machtsspelletjes die zich ontvouwen in het voormalige Bourgondische Rijk. Waar Maria van Bourgondië tijdens het hoogtepunt van de crisis van haar rijk meer autonomie had moeten verlenen aan de steden en lokale bestuursorganen, wenst Maximiliaan van Oostenrijk die macht na haar overlijden weer in te perken ten behoeve van zijn eigen expansiepolitiek en oorlogsagenda. Dat leidt tot een betwisting van de autoriteit van Maximiliaan over de Bourgondische Nederlanden, wat uiteindelijk uitloopt op twee Vlaamse opstanden (1483-1485 en 1487-1492). Gedurende deze turbulente tijden is de Orde van het Gulden Vlies een belangrijk diplomatiek instrument van de hoge adel en de hertog om zowel de macht van dit nieuwe Bourgondisch-Habsburgse koninkrijk te bevragen als om eenheid af te dwingen.

39


Florian Abel (toegeschreven aan) Het huwelijk van Maximiliaan van Oostenrijk en Maria van Bourgondië 1561-1565 Brussel, KBR


SCILDERS VAN SCILDEN Het is tegen die politieke achtergrond dat de ridders in 1491 opnieuw samenkomen in Mechelen om er deel te nemen aan een kapittelfeest. Hoewel er verschillende pogingen worden ondernomen om dit vijftiende kapittel te organiseren in 1484 en 1486, begint pas in de zomer van 1490 de voorbereiding voor de volgende officiële bijeenkomst vorm te krijgen. Tegen die tijd is het al tien jaar geleden sinds de laatste kapittelvergadering plaatsvond in ’s-Hertogenbosch. Bijna een derde van de ridders is in de tussentijd overleden, waardoor ten minste veertien zetels vacant zijn. Maar voor Maximiliaan van Oostenrijk is er mogelijk een extra motivatie om deze bijeenkomst te organiseren. Aangezien de leden van de Orde immuniteit genieten, lijkt hij erop gebrand om de ridders weer bijeen te brengen en alle leden te veroordelen die de afgelopen jaren tegen hem in opstand zijn gekomen, evenals nieuwe betrouwbare bondgenoten het lidmaatschap tot de ridderorde te verlenen. Na eerst Namen en Brussel te hebben overwogen als locatie voor de volgende kapittelbijeenkomst, wordt uiteindelijk besloten dat de ridders op 22 mei zullen samenkomen in Mechelen. Het is gebruikelijk dat de hele kerk wordt versierd voor een bijeenkomst van de Orde. Daarbij vormen het koor en de koorbanken het hoogtepunt van het decoratieve ontwerp. De meeste decoratie verlaat de kerk na het kapittelfeest weer en wordt opgeborgen in afwachting van de volgende kapittelbijeenkomst. Wel wordt voor iedere bijeenkomst een reeks wapenborden geschilderd. Die wapenborden vertonen de wapenschilden en titels van de ridders die op dat moment lid zijn van de Orde van het Gulden Vlies. Elk wapenbord is volgens een vast ontwerp gemaakt. Centraal op het paneel staat het wapenschild van de betreffende ridder, omringd door de beroemde ketting met de Gulden Vlieshanger op een zwarte achtergrond. Boven het wapenschild is een helm met een helmteken gemonteerd, omhuld door een elegant gedrapeerd dekkleed. Wanneer een ridder overleden is in de periode tussen twee kapittelvergaderingen, worden zijn helm en helmteken uit de compositie verwijderd en vervangen door een riem die het wapenschild vasthoudt. Rondom het wapenschild zijn de naam en titel van de ridder in gouden kalligrafie geschreven. Onbekend atelier Wapenbord van Adolf van Kleef, heer van Ravenstein 1491 Mechelen, Sint-Romboutskathedraal

In de tijd van de Bourgondische hertogen krijgen gespecialiseerde hofschilders de taak om versieringen te schilderen op allerhande objecten. De beeldende kunsten vormen immers een cruciaal publiciteitsmiddel voor de Bourgondische hertogen; ze maken met zorgvuldig uitgewerkte decoratieve programma’s indruk op zowel hun onderdanen als op andere machtige figuren. Het wapenschild speelt hierbij een bijzonder belangrijke rol. Dit symbool voor hun huis, afkomst en heerschappij wordt met groot vakmanschap afgebeeld door de hofschilders, die trots de titel ‘scilder’ dragen. Het is dus geen toeval dat het woord ‘schilder’ is afgeleid van het Nederlandse woord ‘scild’ of schild.

43


NA AMK A ARTJE EN MEMORIA AL De wapenborden vervullen zowel tijdens als na het kapittel verschillende functies. In eerste instantie worden ze opgehangen boven de zitplaatsen in het koor van de kerk of kathedraal om aan te geven waar elke ridder moet zitten tijdens de kapittelbijeenkomst. De statuten van de Orde beschrijven in detail het strikte protocol waaraan deze zitplaatsen onderworpen zijn. De soeverein van de Orde zit tegenover het altaar aan de rechterkant, terwijl de andere ridders in de koorbanken in twee rijen tegenover elkaar zitten. Als een ridder overlijdt, wordt tijdens het volgende kapittel een nieuwe ridder benoemd. Het wapenschild van de overleden ridder wordt dan verwijderd uit het zitplan, waarna de overgebleven leden opschuiven naar de beschikbare plaatsen, met ruimte achteraan voor de nieuwbenoemde ridders. Indien het nieuwe ordelid een koning of hertog is, worden zijn wapenschilden vlak achter die van andere vorsten of prinsen geplaatst die eerder tot de Orde zijn toegelaten. In deze verfijnde stoelendans is het onmogelijk om je van de rechterkant naar de linkerkant van het koor te verplaatsen, en omgekeerd. Deze positionering is van vitaal belang voor het ontwerp van de wapenschilden, omdat bepaalde elementen in de schilderijen verwijzen naar deze specifieke locatie. De hanger met de gouden ram en de helm moeten namelijk altijd naar het altaar gericht zijn. Afhankelijk van de positie van de ridder in het koor, kijken deze twee attributen dus naar links of naar rechts. De moeilijke politieke context van het vijftiende kapittel weerspiegelt zich ook in de wapenschilden die tijdens de bijeenkomst worden gebruikt. Voorafgaand aan de bijeenkomst is hevig gediscussieerd over de positie van Maximiliaan ten opzichte van de Orde. Na het overlijden van Maria van Bourgondië geniet Maximiliaan namelijk niet langer de positie van Soeverein van de Orde. Er is overeengekomen dat hij de rol van père et chef (vader en hoofd) zal vervullen, terwijl zijn zoon wordt benoemd tot fils chef et souverain (zoon van het hoofd en soeverein) van de Orde. Deze verhouding is ook af te leiden uit de wapenborden die boven de zetel van de soeverein zijn opgehangen. Tijdens de bijeenkomst in Mechelen worden niet één, maar twee wapenschilden tentoongesteld boven deze zetel: één met het wapen van Maximiliaan en het andere met dat van Filips, als een soort dubbelportret. Helaas hebben deze panelen de tand des tijds niet doorstaan. Een negentiende-eeuwse versie met het wapenschild van Maximiliaan vervangt momenteel het oorspronkelijke ‘dubbelportret’ (notitie 02). Naast het verdwenen wapenschild van Filips de Schone was er een tweede schilderij met zijn wapen, in de hoedanigheid van ‘graaf van Charolais’, een titel die de Bourgondische hertogen aan hun opvolger gaven (notitie 17). Dit tweede schilderij wordt tot op de dag van vandaag in Mechelen bewaard. Naast hun praktische functie is de belangrijkste betekenis van deze schilderijen hun herdenkingswaarde. Allereerst zorgt het wapenbord ervoor dat de betreffende ridder aanwezig is op de bijeenkomst, zelfs als hij fysiek afwezig is. Dat is met name het geval tijdens het kapittel in Mechelen, waar slechts zeven ridders daadwerkelijk aanwezig zijn. Alle andere ridders zijn overleden of verhinderd om zich bij het kapittel aan te sluiten. Ten tweede speelt de herdenkingswaarde van de reeks ook een rol bij het publiekelijk kenmerken van de uitsluiting van bepaalde ridders. Dat gebeurt op twee manieren: ofwel door de wapenschilden van de betreffende ridder te vervangen, ofwel door ze volledig te verwijderen.

44

Onbekend atelier Wapenschild van Edward IV, koning van Engeland 1491 Mechelen, Sint-Romboutskathedraal


Duidelijke bewijzen van deze uitsluitingen zijn te vinden op de zwarte tekstpanelen in de Mechelse serie, waarop in gouden letters de veroordeling van opstandige ridders wordt vastgelegd. Nadat een ridder uit de Orde is gezet, worden deze panelen vervaardigd om hun wapenschilden in het koor te vervangen. In Mechelen zouden oorspronkelijk drie van deze panelen aanwezig moeten zijn. Het eerste paneel heeft betrekking op Jacob van Savoye, die, ondanks zijn overlijden, veroordeeld wordt voor verraad (notitie 10). Het tweede paneel behandelt het geval van Philippe Pot, die al was uitgesloten tijdens de vorige kapittelbijeenkomst in 1481, maar opnieuw wordt beschuldigd van meineed omdat hij zijn ketting niet heeft ingeleverd (notitie 32). Er had ook een derde veroordelingspaneel moeten zijn voor Philippe de Crèvecoeur, die eveneens was uitgesloten tijdens de vorige kapittelbijeenkomst in 1481, maar dit paneel lijkt in de loop der tijd verloren te zijn gegaan. In tegenstelling tot het vervangen van wapenborden, worden soms ook panelen van ridders verwijderd uit eerdere reeksen als besloten is om een ridder uit de orde te weren. Een voorbeeld daarvan is het wapenschild van Wolfert VI van Borselen, dat niet langer te vinden is in de Mechelse reeks. Zijn wapenschild werd omstreeks 1500 verwijderd uit het koor nadat hij werd veroordeeld voor zijn steun aan de Vlaamse Opstand.

EEN REIS DOOR DE TIJD In de daaropvolgende periode lijkt de oorspronkelijke symbolische waarde van deze panelen geleidelijk te vervagen. De Mechelse wapenbordreeks wordt voornamelijk gezien als een van de vele decoratieve elementen in de kerk. De kathedraalarchieven tonen aan dat de wapenschilden zowel in 1680 als in 1775 zorgvuldig worden opgefrist en gerestaureerd als onderdeel van grootschalige inspanningen om het kerkinterieur te vernieuwen ter ere van Sint-Rombout van Mechelen, de beschermheilige van de kerk. Het blijft een mysterie wat er precies is gebeurd met de Mechelse serie tijdens de turbulente periode van de Franse Revolutie. In die tijd worden vaak tekens en afbeeldingen die herinneren aan de sociale hiërarchieën en de absolute macht van de monarchie verwijderd of vernietigd. Toch lijkt het erop dat de Mechelse wapenborden ook tijdens deze rumoerige periode gewoon nog in de kerk hangen. Inventarissen en briefwisselingen van de kathedraal uit 1810 vermelden dat de schilderijen uit het koor worden verwijderd vanwege de demontage van de gotische koorbanken. Zesentwintig jaar later, in 1836, doet de dertigjarige graaf Amédée de Beauffort een bijzondere ontdekking op de zolder van de Sint-Romboutskathedraal. Als hoofd van de pas opgerichte Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen doorkruist hij het land om kennis te maken met al het erfgoed dat in publieke gebouwen wordt bewaard. In een brief aan de kanunnik van de kathedraal schrijft zijn secretaris: ‘We hebben snel de zolders van Sint-Rombout doorgespit om een blik te werpen op deze overblijfselen uit de middeleeuwen. De heer de Beauffort vindt dat deze oude spullen nog enige aandacht verdienden. De wapenborden, ondanks aanzienlijke slijtage door de tand des tijds, bieden ons waardevolle historische inzichten in deze oude ridderorde die ons land groot maakte.’

46


Anoniem Memoriepaneel van de kapittelbijeenkomst in 1491 17de of 18de eeuw (?) Mechelen, Sint-Romboutskathedraal

In het kader van deze zoektocht naar een Belgische geschiedenis neemt de Beauffort het initiatief om de volledige reeks wapenborden te restaureren op zijn kosten. Als tegenprestatie stelt hij voor de overblijfselen van het praalgraf van Vrank van Halen en Maria van Ghistelles, dat hij eveneens op de zolder van de kathedraal ontdekt, onder zijn hoede te nemen. In 1838 keren de panelen terug naar de kathedraal, en iedereen is bijzonder tevreden met het resultaat van de restauratie. In een briefwisseling tussen de functionarissen van de Sint-Romboutskathedraal en de Beauffort komt echter de noodzaak naar voren om enkele ontbrekende panelen te reconstrueren. Dat benadrukt het belang dat wordt gehecht aan de ensemblewaarde van deze bijzondere reeks wapenborden. Dat is ook wat de Mechelse wapenbordreeks zo bijzonder maakt. Van de 23 kapittels die plaatsvonden, zijn tegenwoordig slechts zeven reeksen bewaard gebleven. Twee daarvan zijn te vinden in Gent, een uit 1445 en de andere uit 1559, beide in de Sint-Baafskathedraal. Brugge herbergt eveneens twee indrukwekkende reeksen, een uit 1468 in de Onze-Lieve-Vrouwekerk en de andere uit 1478 in de Sint-Salvatorskathedraal. Daarnaast is er in Barcelona een speciale reeks uit 1519 in de Kathedraal van het Heilig Kruis en Sint-Eulalia. Tot slot bevindt zich in de Grote Kerk in Den Haag een reeks uit 1545-1546 die de bijeenkomst van 1456 illustreert. Vandaag omvat de verzameling in Mechelen 29 wapenschilden, één datumbord en twee tekstborden. Waarschijnlijk is er tijdens een van de uitgebreide restauratiecampagnes in de zeventiende of achttiende eeuw een soort herdenkingspaneel aan de reeks toegevoegd. De inscriptie op dit paneel werpt licht op de aanwezigheid van de wapenborden in de Mechelse kathedraal. Op 24 mei 1491 kwamen hier onder het voorzitterschap van Filips de Schone de ridders van het Gulden Vlies bijeen. Met andere woorden, deze plek was het toneel voor de bijeenkomsten van de ridders van het Gulden Vlies.

47


IDENTITEIT EN VERBEELDING IN DE MECHELSE WAPENREEKS Steven Thiry ‘Wat voeren ze in hun schild?’ We denken daarbij aan heimelijke plannen, met name van het doortrapte soort. De oorsprong van de uitdrukking ligt echter bij de heraldiek, de historische praktijk om met kleurrijke figuren in schildvorm te verkondigen waar iemand of iets voor staat. Dat dit doorleeft in ons taalgebruik getuigt nog altijd van de grote culturele impact van de heraldiek. Wat in de twaalfde eeuw ontstaat ter identificatie van geharnaste strijders, groeit na verloop van tijd echt uit tot een systematische en erfelijke beeldentaal. Zowat alle lagen van de samenleving komen ermee in contact. Niet alleen adellijke heren en vrouwen van stand nemen wapens aan, maar ook burgers, geestelijken en allerhande instellingen en steden. Al wie een positie van belang nastreeft, voert iets in het (wapen)schild. Toch zijn het de aristocratische kringen die aanspraak blijven maken op een bevoorrecht wapengebruik. Ze willen zich visueel onderscheiden van de rest. In het ‘wapenbord’ vinden ze daarvoor een geschikt medium. Zulke heraldische panelen – meestal in hout en beschilderd met het adellijke familieblazoen – kunnen dienstdoen als rouw- en herdenkingsteken, maar laten zich in publieke ruimtes ook opmerken als teken van bezit of herinneren aan hoog bezoek, als een soort opzichtige visitekaart. Net die veelzijdigheid verklaart waarom wapenborden opduiken bij ridderordes, exclusieve clubjes van getrouwen die elke zichzelf respecterende vorst vanaf de late middeleeuwen in het leven roept. De wapenborden van de Bourgondische Orde van het Gulden Vlies markeren in dat opzicht een hoogtepunt in de adellijke heraldiek. Meerdere toepassingen komen erin samen. Wanneer hertog Filips de Goede in 1430 zijn Vliesorde opricht, heeft hij een onberispelijk gezelschap voor ogen. Alleen hoogadellijke mannen van ‘naam ende wapenen’ komen in aanmerking. Tijdens het ordekapittel, de plechtige bijeenkomst die om de zoveel jaar plaatsvindt in een openbare kerk, wordt hun status onderstreept door de adellijke en vorstelijke wapens van alle leden af te beelden boven hun zetels in het koor. De manier waarop dat gebeurt is uitzonderlijk in vergelijking met andere ridderordes. Zo valt het relatief grote formaat op, maar bovenal de prachtige uitwerking van de Vliesborden. Het zijn een voor een staaltjes van heraldisch vakmanschap. Na afloop van elk kapittel blijven ze in de kerk hangen als herinnering aan de plechtigheid.

51


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401499125 by Uitgeverij Lannoo - Issuu