ZO E K C K OP F A J H IE TWITC D E EIERD N A AR
VERTAALD DOOR MARIA POSTEMA
Voor jullie, die van vogels houden.
‘Een ei is altijd een avontuur…’ - Oscar Wilde
‘Als ik met het mes op de keel ter plekke het meest volmaakte ding ter wereld zou moeten noemen, zou ik waarschijnlijk alles op het vogelei zetten.’ - Thomas Wentworth Higginson
HET it c h Huis van Tw
Kraaij
Park-
eren
Westingang
Dambrug
Dam
s Sijsjesslui
enbrug
Klaphekje
Poelbrug
Schommel Natuurreservaat het Avesbos
ten IJsvogelnes
Ringkanaal
AVESBOS lweg Poelda Vismeer en
Parker
Avessluis
Kanaal
Hut van Twi
Oostingang
tch
Meer
or Sp o
POEL H ei
Mordesteyn
Huis van de jachtopzichter
Roekenbos
Café tte De Za
Kerk
Stadhuis
T w it c h raat
Hoofdst
Speeltuin
P O E L DA L De oude fabriek
School
sweg
Station
Theo
O zu r u Kanaal
Tara
Station
Stallen
Dierenarts
DAL Schietplaats
aa n e Zw
Torteltop
Parkeren
n ij va Boerder ter P et
Dode boom
Poeldalweg Parkeren
Angela
Jack
1
Gepikt! Twitch’ gezicht vertrok toen een vlijmscherpe doorn
de rug van zijn hand openhaalde. De roze schram werd rood door het bloed dat zijn huid weer aan elkaar probeerde te naaien. Hij besteedde er geen aandacht aan. Hij móést weten wat er gebeurde. Waarom stonden er twee politieauto’s aan de voet van de Torteltop? ‘Als het maar niet de slechtvalken zijn’, fluisterde hij tegen zichzelf. Een sluipende angst dreef hem steeds verder de stekelige meidoorn in. ‘Alsjeblieft niet.’ Hij voelde een snik opwellen toen hij zaklampstralen over de heuveltop zag dwalen. Daar was het nest. Hij slikte de brok in zijn keel weg en dwong zichzelf om met een bang stuiterend hart nog hoger de kromme boom in te klimmen. Sinds zijn beste vriend Jack en hij eind februari de waaghalzige luchtcapriolen van de baltsende slecht valken hadden gezien, waren ze regelmatig de T orteltop op gegaan om naar de vogels te kijken. Twitch zag nog zo voor zich hoe het mannetje wentelend omhoog was geschoten tot hij nog maar een heel klein stipje was,
11
om vervolgens adembenemend snel naar beneden te storten. Op het allerlaatste moment had hij de duikvlucht afgebroken en rollend en stijgend een looping gemaakt. Het vrouwtje was naar hem toe gezeild en had haar klauwen door de zijne gehaakt. Ze leken onbeheerst te tuimelen, buitelend, vallend, draaiend, klimmend. Jack had gedacht dat de vogels aan het vechten waren. Lachend had Twitch uitgelegd dat ze een soort van aan het zoenen waren. De slechtvalken hadden een nest gebouwd, een horst, op een hoge richel van een van de oeroude rotsen die als de tanden van een reus uit de top van de heuvel staken. De hoogste tak van de meidoorn, midden in de heg die de grens vormde tussen openbaar terrein en landgoed Mordesteyn, was de enige plek vanwaar je in het nest kon kijken zonder de vogels te storen. Door hun verrekijker hadden Twitch en Jack een legsel van prachtige roestbruine, gespikkelde eieren gezien, dat ze met een geluidloze high five hadden gevierd. Twitch was misselijk van angst dat er misschien iets met de vogels was gebeurd. Hij greep een tak, leunde naar achteren en tilde zijn billen naar de hoogste vork van de meidoorn, zodat hij zich veilig in de armen van de boom kon nestelen. Meteen pakte hij zijn verrekijker en liet zijn vinger over het focuswieltje glijden. De wazige vlek werd een nest, maar hij zag
12
geen vogels. Hij had het gevoel alsof hij door Herman, de grootste jongen uit zijn klas, in zijn maag was gestompt. Het nest was leeg! Wanhopig zocht hij de loodgrijze lucht af naar de slechtvalken. Waar konden ze zijn? Hadden ze hun nest verlaten? Had iemand ze iets aangedaan? Hij keek weer door de verrekijker en zag drie agenten de grond rond de rotsen afspeuren, en eentje die met een klimgordel naar het nest klauterde. Hij ontdekte het vertrouwde, gladgeschoren gezicht van agent Groenhout, die fronsend en met zijn vingers om zijn kin naar een agente luisterde die Twitch nog nooit had gezien. Turend naar haar lippen probeerde Twitch te lezen wat de vrouw zei. Jack kon liplezen omdat zijn oudere broer David doof was. Hij had al zijn vrienden gebarentaal geleerd, maar Twitch had ook willen leren liplezen. Dat was een handige manier om tijdens het vogels kijken geluidloos met elkaar te praten of om op school een geheime boodschap over te brengen. Twitch concentreerde zich op de mond van de agente en zag niet alle woorden, maar eentje was heel duidelijk: eierdief. Het voelde alsof er een emmer ijswater werd omgekieperd in zijn buik. Hij begreep meteen wat er was gebeurd. Hij duwde zijn verrekijker in zijn jaszak en klauterde snel de boom uit, waarbij hij de doorns nauwelijks voelde.
13
Een eierdief! In Poeldal! Dat was een ramp voor alle vogels. Het was lente! Broedseizoen! Hij moest zo snel mogelijk naar Jack. Hij sprong onhandig op de grond, wankelde even en begon toen te rennen, de helling af. Zijn lange, vaalblonde pony werd uit zijn gezicht geblazen en de bijtende avondkou prikte in zijn keel. Hij sprintte de parkeerplaats op, een lege disco vol blauwe zwaai lichten, en kwam langs een zilverkleurige Volkswagen Golf. Hij ving een glimp op van een magere man met een kaalgeschoren hoofd die achter het stuur naar het ellendige tafereel op de heuvel zat te kijken. Aan het eind van het pad hoorde Twitch een meisje zijn naam roepen. Hij keek om en zag de negenjarige P ippa Bettens, de kleindochter van de kioskhouder van Poeldal, bij wie Twitch een bijbaantje had. Ze zwaaide. Hij stak zijn hand op maar rende door. Op het asfalt ging Twitch over op een regelmatiger ritme. Hij trok zijn knieën op, duwde zijn vuisten naar voren, ademde in door zijn neus en uit door zijn mond. Hij vloog langs kale bomen, knobbelig van de knoppen. Hij had nauwelijks door dat hij de boerderij van Petter passeerde. Bij de Poeldalweg minderde hij even vaart om over te steken, maar hij versnelde weer zodra hij het kanaal over was en het wandelpad op rende. Zijn voeten dreunden op de samengepakte aarde tot hij eindelijk bij het steegje was dat achter de huizen van de Tureluur straat langs slingerde. Voor een hoge tuinpoort bleef hij
14
staan om diepe teugen lucht naar binnen te zuigen. Zijn hoofd bonkte alsof er een specht in zijn slapen hamerde. Hij zocht steun bij het hek en kwam met zijn ogen dicht op adem. In gedachten zag hij het lege nest voor zich en hij keek met een ruk weer op. Hij draaide aan de ring van het slot om de grendel omhoog te duwen en stapte de keurig onderhouden tuin in. Het was inmiddels donker. Tijdens het rennen was de zon ondergegaan. Door de glazen deuren aan de achterkant van het huis zag hij de ouders van Jack aan de keukentafel. Ze zaten glimlachend te praten met een glas rode wijn in hun hand, tussen de nog niet afgeruimde borden van het avondeten. Ineens had Twitch het gevoel dat hij stoorde. Hij wilde net via het hekje aan de zijkant van de tuin naar de voordeur sluipen toen boven het licht in de badkamer aanging. Hij herkende meteen het silhouet van Jack. Het raam stond op een kier. Twitch pakte zijn telefoon, zette het geluid harder en ging onder het raam staan. Hij tikte op de opname die hij ‘spark bird’ had genoemd, en uit zijn telefoon schalde de spookachtige roep van de nachtzwaluw. Het was een hoog, gorgelend geluid, als een zangkoor vol stikkende kikkers. De nachtzwaluw was Twitch’ spark bird, de vogel waardoor bij hem de liefde voor het vogels kijken was ontstaan, en Jack wist dat. Het raam ging verder open en Jack stak zijn hoofd naar buiten. ‘Twitch?’
15
‘Pst, Jack!’ siste Twitch. Hij zwaaide. ‘Hierzo.’ ‘Wat doe jij hier?’ vroeg Jack verbaasd. ‘We hadden toch morgenochtend afgesproken, na je krantenwijk?’ ‘Er is iets heel ergs gebeurd…’ Twitch’ borst werd dichtgesnoerd en zijn stem stokte. Tijdens de razende sprint naar Jack had hij geprobeerd om niet aan de slechtvalken te denken. Jack had er zo naar uitgekeken om de pluizige kuikens uit het ei te zien kruipen en groot te zien worden. ‘Kom maar langs het latwerk naar boven’, zei Jack, die zag dat Twitch overstuur was. ‘Dat houdt ’t wel. Ik heb het al heel vaak gedaan.’ Twitch concentreerde zich op de plekken waar hij zijn handen en voeten kon neerzetten en klom langs de muur omhoog, tot Jack zijn schouders pakte en hem door het badkamerraam naar binnen sleurde. Samen vielen ze op de vloer en Jack ging lachend rechtop zitten. Maar zijn gezicht betrok toen hij Twitch zag. ‘Wat? Wat is er gebeurd?’ ‘O, Jack!’ riep Twitch. ‘Ze zijn weg!’ ‘Wie?’ ‘De slechtvalken.’ Twitch keek naar het fronsende gezicht van zijn beste vriend. ‘Het nest is leeg.’ ‘Leeg?’ vroeg Jack verbaasd. ‘Maar de eieren dan… hun kleintjes?’ ‘Die zijn meegenomen.’ Twitch schudde zijn hoofd. ‘Door een eierdief!’
16