Skip to main content

9789401498678

Page 1

RE MC O FRANK VAN DE WINKEL

Evenepoel

ONGEREMD De jonge jaren van een lefgozer


‘Doch nu beginnen wij te detailleren. Het ­­ past nu e­ enmaal in een biografie, haarfijn uit te ­pluizen, hoe ­de “gevierde artiest” tot het ­beoefenen van de kunst, waarin hij zou excelleren, is gekomen.’ (Uit het boek Te midden der kampioenen, Joris van den Bergh, oorspronkelijk verschenen in 1929. Uitgeverij Erven Thomas Rap, 1981, zesde druk)


De pasgeboren Remco en zijn ouders in het Onze-Lieve-Vrouwziekenhuis in Aalst.


1

VERLIEFD, VERLOOFD, GETROUWD IN HET PAJOTTENLAND


‘We moeten rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan.’ (Uit het lied Opzij, Herman van Veen) Je bent jong, verliefd, en je wilt wat. Samenwonen bijvoorbeeld. Neem nu het jonge stel Agna Van Eeckhout en Patrick Evenepoel. Hij is van 1968, zij van 1971. Zij: een kapster, blond en energiek. Hij: een kleine, vinnige kerel met niet minder energie. Ze huren een ­appartement op de Lenniksebaan in Vlezenbeek, een landelijke deel­ gemeente van Sint-Pieters-Leeuw in Vlaams-Brabant. Vlezenbeek ligt net naast Anderlecht, de grens met Brussel. Het appartement van twaalf in een dozijn bevindt zich in een laagbouw van twee verdiepingen, zowat halfweg Patricks thuis in Anderlecht en die van Agna in Sint-Kwintens-Lennik, op een niet al te drukke verharde weg richting de lambiekbrouwerij Lindemans. Op een steenworp ook van het Erasmusziekenhuis en de Ring rond Brussel, Patricks snelle toegangspoort naar wedstrijden waaraan hij als wielrenner deelneemt. De oude bakker kneedt in de Domstraat in Vlezenbeek in een blauwe kiel zijn Breugelbroden. In een schijnbaar omgebouwde koeien­stal. In een kasseistraat met een beek en knotwilgen en veel weiden die soms onderlopen. Zo’n soort dorp. De schilder Pieter Bruegel zweeft er nog altijd boven de velden. Het beperkte aantal vierkante meter van Agna’s en Patricks appartement in Vlezenbeek staat hen toe om te sparen. De garage is groot genoeg om er Patricks fietsen te stallen, te poetsen en te onderhouden. Als er ooit gezinsuitbreiding komt, zullen ze naar woongelegenheid met meer plaats moeten uitkijken. Maar daar zijn ze niet aan toe. Nog lang niet. Ook in Vlezenbeek geven Agna en Patrick elkaar het kerkelijke jawoord. Op zaterdag 6 november 1993 zegent een pater het huwe­ lijk in de Onze-Lieve-Vrouwekerk in, op het middaguur zowaar, 12.30 uur. De beentjes gaan onder tafel en het Pajottenland feest! En daarna... vliegen de jaren met een rotvaart voorbij. Met wel. Met

18


wee. De woorden uit Herman van Veens liedje Opzij lijken op Agna en Patricks lijf geschreven: ‘We moeten rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan.’ Het woord ‘onthaasten’ staat niet in hun woordenboek. Of liever: ze hebben er een dikke streep door getrokken. Even terug in de tijd. Agna studeert in de tweede helft van de jaren tachtig in het Instituut Anneessens, in de buurt van het Brus­ selse Zuidstation, voor kapster. Ze volgt les in de klas van Patricks zus Nancy, die ze daar op school heeft leren kennen. Patrick studeert er voor fietshersteller, loopt er Agna op haar zestiende tegen het lijf en van het een komt het ander. Een eigen kapsalon is Agna’s grote droom, en die zal ze ook waarmaken, in hartje Sint-Kwintens-­ Lennik, waar ze is opgegroeid en ze zoveel mensen kent. Patrick wil beroepsrenner worden. Ook hij maakt zijn droom waar. Bij sportliefhebbers doet de naam Lennik, waar Agna is opge­ groeid, een belletje rinkelen. Volleybalclub Go Pass Lennik zet bij de mannen vanuit de lagere klassen een steile klim naar de top in. Het mondt in de jaren tachtig en begin jaren negentig uit in natio­ nale titels, bekerzeges en Europese uitschieters. Rots in de bran­ ding? Jo Baetens, de roodharige grote broer van Agna’s buurmeisje en jeugdvriendin Emmy Baetens. Een speler van Europese klasse, die aan zijn dorp verknocht is. Maar volleybalclub Lennik gaat in 1993 failliet. Het is gedaan met de legendarische thuiswedstrijden op zaterdagavond waarop het halve dorp op de tribunes zit. En in de zomer dat jaar overlijdt onverwacht de grote vriendelijke reus Jo, een paar maanden voordat Agna en Patrick dat najaar trouwen. Een trauma voor de familie, de club, het hele dorp. Want Lennik, dat is ‘de volleybal’, ‘de Jo’. Ook Agna is er niet goed van. Viphostess Haast iedereen heeft met de club te maken of kent er wel iemand. Agna Van Eeckhout bijvoorbeeld. Ze speelt als jongvolwassene ­volleybal en helpt een handje als viphostess bij de wedstrijden van Baetens en co.

19


Door haar passie voor het kappersvak, haar enthousiasme, werklust en niet in het minst haar vlotte omgang met mensen lukt het haar om haar eigen zaak te beginnen en er een succes van te maken. Ze vestigt zich op de Markt in Sint-Kwintens-Lennik, het plein dat bekend staat om zijn bronzen standbeeld van een Brabants trekpaard. Kunstenaar Koenraad Tinel gaf het vorm als symbool van het Pajottenland. Agna lijkt op onverslijtbare Duracell-batterijen te werken. Mensen uit Lennik vertellen dat, als ze ’s morgens vroeg naar Brus­ sel vertrekken, Agna zien haarknippen. En als ze ’s avonds na het avondmaal wandelen met de hond, waar brandt de lamp nog? Juist. Ook in 2024 blijft ze haar kapsalon leiden. Ook nadat zoon Remco in 2022 als broekje van 22 de wereldtitel op de weg en de Ronde van Spanje en nog meer veroverd had. En de wereldtitel tijdrijden in 2023. Stoppen? Toch niet om de-mama-van-de-wereldkampioen te spelen? Haar zaak ziet er piekfijn uit, net zoals zij er zelf op let dat ze eruitziet om door een ringetje te halen. En nee, ze heeft geen poets­ obsessie. Of toch? Elke vlek in het salon (en thuis) is er één te veel. Agna is geboren om te communiceren, om samen met anderen iets te doen. Ze praat al staande en werkend moeiteloos uren aan een stuk met de klanten over koetjes en kalfjes, maar evengoed over persoonlijke ervaringen van de klant en van haar gezin. Kappers zijn meester-psychologen. Daarbij blijft ze zichzelf: de klant weet hoe Agna denkt en wat hij aan haar heeft. Ze is breeddenkend, van het principe ‘leven en laten leven’. Ze is open, maar heeft haar grenzen, stippelt zelf haar leven uit en sluit de deur als je op haar ziel trapt. Wie bij Agna’s Hair Fashion de deur achter zich dichtslaat, heeft altijd een praatje gehad, ziet er beter uit en voelt zich mooier. Zegt men. Kind, man, vrouw: maakt niet uit. De zaakvoerster volgt de haarmode op de voet en schoolt zich bij. Haar drang om zich te bewijzen is een rode draad in haar leven. Ook als ze in de lente van 2020 het kapsalon in Lennik verlaat en een nieuwe zaak op het Marktplein in Schepdaal opent, tegenover brasserie De rare vos. Met een interieur in een strakke zwart-witstijl. Ze woont met haar Patrick en zoon Remco op dat ogenblik vijf jaar in de Dilbeekse

20


­ eelgemeente Schepdaal in een moderne ‘blokkendoos’ die ze zowat d een kilometer van het centrum in een steil hellende straat hebben laten bouwen. De ene kant van de straat behoort tot Schepdaal, de andere kant tot Lennik. Tot wanhoop van ambulanciers, maar dat is weer een ander verhaal. Hun allerzwaarste jaren hebben Agna en Patrick dan achter de rug. Agna vertelde in Het Laatste Nieuws dat haar moeder van haar bevallen is op haar zeventiende, en dat haar vader op dat ogenblik zijn legerdienst moest vervullen. ‘Ik ben grotendeels door mijn grootmoe­ der opgevoed,’ vertelt ze. Meter of Meterke Borremans, noemde Agna haar, de moeder van haar moeder, Ludovica ‘Wiske’ Van Nechel. Haar oma en haar man hadden in Sint-Kwintens-­Lennik een Renault-ga­ rage opgericht op de plaats waar sinds 2008 een vestiging van het warenhuis Okay is. Toen Agna bij haar oma ging wonen, was haar man Albert Borremans al tien jaar overleden. Uiteindelijk zou zijn vrouw hem 39 jaar overleven voor ze in 2017 op haar 97ste overleed. Haar man Albert Borremans was een wielerliefhebber en ook organisator van wielerwedstrijden in de gemeente. Agna is Meter Borremans eeuwig dankbaar. Waarom? Speciaal voor dit boek schreef ze haar herinnering neer. ‘Mijn meter, of meterke zoals ik haar noemde, die trouwens ook de meter was van Liesbeth die met mij in het kapsalon werkt, was een harde werker. Zonder luxe, altijd paraat, nooit moe, nooit was haar iets te veel. Meter was altijd ­rechtuit: je wist het onmiddellijk als ze het niet met je eens was.­ ­Meter leerde me dat je eerst moest werken voor je kon genieten. Luieren stond dan ook niet in haar woordenboek en die houding heeft iedereen die door haar is grootgebracht overgenomen. Ja, ze is hard met ons geweest maar we staan in het leven door wat zij ons heeft bij­­gedragen en ons heeft geleerd. Als het eens wat moeilijker ging, zei ze: “Allé komaan, recht je rug en je komt er wel!”’ ‘Liesje (Liesbeth) en ik kunnen uren over haar praten als we eens een moment in het kapsalon hebben. “Weet je nog dit? Weet je nog dat?” Of: “Wat zou ons meterke daarvan vinden?” Oh, wat mis ik haar, je zou voor minder. Voor mij is zij buiten mijn gezin de

21


­ elangrijkste persoon in mijn leven, een pracht van een vrouw en b een voorbeeld om te koesteren.’ Agna en Patrick lopen er niet mee te koop, maar als je hen wilt begrijpen, is het noodzakelijk deze levensfase even te schetsen. ‘Wij zijn op nul begonnen,’ vertelt Patrick op een herfstige namiddag met onuitgesproken emotie in de Remco Evenepoel-winkel aan de kerk in Schepdaal. Ook voor hem was het niet evident. ‘Door omstandig­ heden zijn Agna en ik op straat gestart. We hadden niks, echt niks. Geen meubelen. De eerste zetel hebben we, geloof ik, na een halfjaar kunnen kopen. We huurden eerst iets kleins in Anderlecht en hebben keihard gewerkt. Agna ging een halfjaar lang om halfzes naar de Midi in Brussel, het Zuidstation, waar ze de trein nam om in ­Antwerpen te werken als piepjonge gerante van een kapsalon van Kreatos. Om tien uur ’s avonds was ze weer thuis. Ikzelf heb een tijd ’s nachts voor het uitvaartbedrijf Lesage in Groot-Bijgaarden in Brussel overleden mensen opgehaald. (denkt na) Wij hebben heel ons leven gewerkt. Hard gewerkt. En Remco heeft dat altijd gezien. Hij heeft die mentaliteit overgenomen. Hij weet dat je niets voor niets krijgt en wat de waarde van geld is.’ Patrick en Poeleke, coureurs We maken weer een sprongetje in de tijd. Zo trots als een pauw is Patrick Evenepoel als hij het nieuws verneemt. In zijn laatste s­ eizoen als amateurrenner, in 1991, schopt hij het tot de Belgische selectie die in Stuttgart de wegrit van het wereldkampioenschap mag rijden. Zijn eerste WK-selectie ooit. Die uitverkiezing is zo goed als een ­diploma van topamateur en een toegangsticket om een profcontract als beroepsrenner te versieren. Zal het hem lukken? Ook Patrick wil iets van zijn leven maken. Niet alleen professio­ neel, ook relationeel. Twee zelfstandigen, hij en zijn vrouw. Twee sterke karakters. En ja, het kan eens kletteren. Maar altijd raken de scherven gelijmd. Als topsporter kun je het schudden als je partner niet honderd ­procent in je verhaal meegaat. Agna ziet hoezeer Patrick, net als zij,

22


alles doet om als renner te slagen. Ze is trots op zijn ambitie, inzet en prestaties. En hij op haar. Ze stimuleren elkaar. In die zin zijn ze voor elkaar geboren. Ze gunnen elkaar hun droom. Agna weet ­natuurlijk wat sporten is: ze speelt zelf volleybal, als uitlaatklep en om in conditie te blijven, en mag in 1995 in de tweede provinciale ­afdeling de kampioenstitel vieren als invalster bij Damesvolley ­Lennik. Agna doet ook aan hardlopen, meer dan eens op de onmo­ gelijkste uren van de dag. In alle vroegte, om vervolgens soms een hele dag klanten bij te knippen. Leer haar dus niet wat sporten of doorzettingsvermogen is. Agna weet ook al langer hoe het leven als wielrenner op het hoog­ ste niveau eruit kan zien. Haar grootvader Frans Van Eeckhout, bijgenaamd Poeleke, nam in de jaren rond de Tweede Wereldoorlog aan baanwedstrijden deel. Brusselaar Als inwoner van de Anderlechtse volkswijk Scheut mag je Patrick een typische Brusselaar noemen. Hij gaat naar school in het Konink­ lijk Atheneum van Sint-Jans-Molenbeek in de Toverfluitstraat, dicht bij de voetbalstadions van zowel RSC Anderlecht als RWD Molen­ beek en op wandelafstand van waar hij woont. Hij volgt de richting sportwetenschappen. Evenepoel kan met iedereen overweg, spreekt uitstekend Frans en is niet vies van een goede grap op z’n tijd, ­zonder daarom een farfelu te zijn, een geschift ventje. Integendeel. Hij heeft

‘Door omstandigheden zijn Agna en ik op straat gestart. We hadden niks, echt niks.’ 23


het hart op de tong, kan niet tegen onrechtvaardigheid, geeft zich helemaal. Hij is vlot, sociaal, goedlachs, een tikje impulsief en ­explosief, maar zonder rancuneus te zijn. En leergierig. Die houding levert hem in wielerkringen naast zijn talent en aanvallende koers­ stijl waardering op. Oud-toprenners Willy Teirlinck en Jean-Marie Wampers nemen de jonge beroepsrenner onder hun hoede en leren hem niet alleen de knepen van het vak, maar ook hoe je je de ongeschreven wieler­ wetten eigen maakt. Ze leren hem hoe je tactisch sluwer wordt, misschien wel het grootste aandachtspunt, want naar verluidt koerst Patrick soms te naïef, te doorzichtig. Hij moet leren doseren. Niet woekeren met zijn krachten als dat te weinig resultaat oplevert, wat in zijn amateurtijd nog weleens gebeurde. Topwielrennen gaat om winnen, geld verdienen en eer behalen. Netjes als het kan, maar soms eigent het doel de middelen en heb je geen keuze omdat de ploegorders alles bepalen. Soms biedt een compromis een uitweg, een afspraak met deze of gene. Het is geven en nemen, maar alleen als het echt moet, want Patrick houdt van het principe dat de beste moge winnen. Goede benen hebben is één, maar je moet ook slim zijn. En de zon schijnt voor iedereen: dat is het nadeel van een ploegsport. Hij maakt zich de wetten van de koers eigen zonder het gevoel te hebben dat hij zijn ziel hoeft te verkopen en is tijdens zijn drie profjaren een bescheiden kerel, maar zonder te onderdanig te zijn, hoewel jonge renners in die tijd werkelijk niets te zeggen hebben tegen hun almachtige ploegleiders, kopmannen en zelfs oudere collega-­ renners. Patrick kan best iemand helemaal vertrouwen en dan vaart hij ook blind op die persoon. Maar met zijn voeten laten rammelen? Nee, dat moet je niet proberen. Hoe ouder hij wordt, hoe meer hij zegt wat hij op zijn hart heeft. Toverdrank Wie het wielrennen volgt, weet dat er in de jaren negentig onver­ klaarbare dingen gebeuren. Alsof er een toverdrank is uitgevonden

24


die vooral in de Zuid-Europese landen uit de hemel valt. Super­ benzine. Al zijn er nog weinig of geen bewijzen en lijkt de wereld­ wielerbond UCI aanvankelijk de andere kant op te kijken. ‘Van een ezel maak je geen koerspaard’, is een gevleugelde uitdrukking. Wel, in die tijd veranderen ezels toch wel in koerspaarden, zeker als die ‘paarden’ op de fiets Italiaans of Spaans spreken of zelfs voor ama­ teurploegen uit die landen rijden. Later duiken bewijzen op dat in deze jaren een nieuw doping­ middel wonderen verricht: epo. Wie niet pakt, is gezien. Patrick wil liever niet pakken. Dat is zijn wereld niet meer, deze waanzin. Het klopt niet. Bovendien wil hij ooit vader worden, dus neem je geen risico. Want wat zijn de effecten op lange termijn, als je epo inspuit? Niemand die het weet. Patrick rijdt in 1994 zijn laatste maanden als profrenner, en dat is allesbehalve zijn droomscenario. Helemaal onverwacht is het einde van zijn carrière niet, want de beginjaren van zijn profloopbaan ver­­ lopen met horten en stoten. Hij beseft snel dat hij aan zijn amateur­ jaren als redelijk succesvolle specialist-aanvaller en liefhebber van heuvelachtige parcours geen verlengstuk zal breien. Hij zegt dat hij niet de allergrootste ‘motor’ heeft die nodig is om ook op het inter­ nationale niveau te slagen. Maar dat hij voorjaar 1994 opeens last krijgt van hartritmestoornissen, tijdens een wedstrijd in Frankrijk, dat is een donderslag bij heldere hemel. Hij, die zich zo goed verzorgt en voor zijn vak leeft. Als een halve pater. Die op geen inspanning kijkt. Die toch oplet als het over medische verzorging gaat? Verder onderzoekt dringt zich op, maar de aanvankelijke onrust, die aan paniek grenst, ebt stilaan weg als duidelijk wordt dat er van levensgevaar geen sprake is. Al is er de jaren voordien wel een opval­ lend aantal renners met een hartprobleem overleden. Maar een moker­ slag is het wel. Blijven topsporten kan geen optie meer zijn. Met een minimum­loon van twintigduizend frank per maand (vijfhonderd euro) en een bouwgrond die het paar net gekocht heeft, kan Patrick beter een ­andere richting op gaan. Einde verhaal. Hij heeft één schrale troost: hij heeft zijn droom om beroepsrenner te worden waargemaakt.

25


­ etaald worden om te koersen, een sportman zijn en ernaar leven. Het B avontuur, de kameraadschap, het leven van winnen en verliezen, de relatieve vrijheid, de erkenning, de buitenlucht, de landschappen. Patrick moet op zoek naar een andere job. Hij wil de handen uit de mouwen steken, daar niet van, maar wat zou hem het best liggen? Goede vraag. De psychologische klap is enorm: je droom opgeven, de klik maken om naar een negen-tot-vijfjob over te schakelen en dan nog liefst zo snel mogelijk. Plakker ‘Ik zei mijn vrouw dat ik direct werk zou zoeken,’ zegt Patrick in de podcast Vals plat. ‘Ik reed naar huis en hoorde op de radio dat ze bij De Lijn buschauffeurs zochten. Ik ben naar De Lijn in Anderlecht gereden en heb me daar ingeschreven. Ik heb het rijbewijs gehaald en heb zes maanden als buschauffeur gewerkt. Toen ging de mees­ tergast van mijn schoonvader, die plakker was, met pensioen. Mijn schoonvader vroeg om in zijn plaats bij hem te komen werken.’ ­Patrick neemt het aanbod met beide handen aan. ‘Ik heb nooit de kans of aanbieding gehad om in het wielrennen te blijven, maar ik beklaag me niks,’ legt hij uit. Patrick start als plekker, zoals men in het Pajottenland zegt. Een plekker brengt met een pleisterspaan een beschermende gipslaag aan op gevels, plafonds en muren. Die laag beschermt de muren van huizen en gebouwen binnen of buiten en biedt zo een mooi opper­ vlak om te beschilderen. Of om een muur te behangen of om bijvoor­ beeld crepi, in het Nederlands ‘sierpleister’, aan te brengen aan de binnen- of buitenkant. Het is een job die heel wat handigheid en nauwkeurigheid vergt. Oog voor detail ook, en materiaalkennis. Zijn schoonvader is gelukkig een oude rot in het vak en Patrick is leer­ gierig en handig. Stilaan, maar nog niet meteen, zal Patrick tot het besef komen dat een bestaan als zelfstandige hem het beste ligt. Waarom niet een eigen bedrijf starten? Een flink aantal jaar is het zoeken en tasten met blutsen en builen in verschillende bedrijfsformules met

26


­ erschillende mensen in verschillende gemeenten. Tot hij begin de v jaren 2000 zijn zaak Pleisterwerken Evenepoel opzet. In juni 2023 stopt Patrick Evenepoel als stukadoor. Net naast de kerk in Schepdaal gaat die maand een winkel annex koffiebar open waar je naast een kop koffie van de betere kwaliteit kleding kunt kopen uit de R.EV-kledinglijn van zoon Remco. Fietsers vinden er onder meer gels, voedingsrepen en fietsbenodigdheden. Patrick runt de zaak, die van dinsdag tot en met zaterdag geopend is. Het lijkt alsof hij nooit iets anders heeft gedaan. Een combinatie van jovia­ liteit, gevoel voor commerce, perfectionisme, Brusselse humor en zichzelf zijn en blijven in een dorp waar men hem kent als Patrick, die toevallig ook een zoon heeft. Op 6 november 2023 vierden Agna en Patrick hun dertigste huwe­ lijksverjaardag. Op foto’s van toen en nu verschillen ze op hun haar­ snit na niet eens zoveel. Ze staan er nog even messcherp en stijlvol gekleed bij, klaar voor de catwalk voor prille vijftigers. De knappe dame en haar guitige Kuifje met piekjeshaar. Bouwen in Galmaarden Tijdens een oefenritje rijdt Patrick in de jaren negentig voorbij ­Galmaarden, een schilderachtig dorp in de provincie Vlaams-­ Brabant op de grens met het Oost-Vlaamse Viane, een ­deelgemeente van Geraardsbergen. En bijna op de grens met de provincie ­Henegouwen aan de voet van de Vlaamse Ardennen. In Galmaarden ligt de top van de Bosberg, bekend van de Ronde van Vlaanderen. Patrick ziet er in een bocht een bordje ‘Bouwgrond te koop’. Hij krijgt een idee en bespreekt het met Agna. Ze nemen een kijkje. Ja, ­waarom ook niet? Oké, echt naast de deur van het kapsalon in Lennik is het niet en echt kennen doen ze Galmaarden evenmin. Maar de prijs valt mee en de steenweg lijkt buiten de spitsuren niet te druk. ­Bovendien is Galmaarden echt ‘op den buiten’, het platteland, ­wondermooi en rustig. Ze kopen de lap bouwgrond en bouwen er een paar jaar later een huis op dat ze zelf metselen, voegen en… plakken. Ze doen er tweeënhalf jaar over. Schoonvader Eduard helpt.

27


In de zomer van 1999 trekken Agna en Patrick in hun huis. Een hoog huis in een bocht, in de wijk Sint-Paulus, op de grote baan van ­Galmaarden naar Geraardsbergen. Laat de gezinsuitbreiding nu maar komen. Agna en Patrick weten wat ze aan elkaar hebben. Ze houden van elkaar, ook in de jaren na de prille verliefdheid. Ze hebben al wat meegemaakt in hun leven. Veel mensen vragen zich na een relatie van een aantal jaar af of het gras aan de overkant groener is. Zeker ook als je voor de vraag staat of je aan kinderen zult beginnen. Maar ze zijn goed gelanceerd in hun beroep, hebben een eigen woning en leiden het (sociale) leven waarvan ze houden. Kortom, hun leven is min of meer stabiel en ze weten wat ze willen.

28


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401498678 by Uitgeverij Lannoo - Issuu