POLITIEK IN TIJDEN VAN WANTROUWEN een nieuwe aanpak voor een falend beleid bram verschuere
INHOUD
Inleiding I
—7
Boze burgers
— 13
Het bedrog van Gijón — 13 (Bijna) iedereen is boos — 16 Bedenkelijke beelden van bestuurders — 19 Een paradox
II
— 26
Boosheid begrijpen
— 29
Waarom bent u (on)tevreden? — 29 Bestaat goed bestuur wel? — 31 Als inspraak, transparantie en resultaten botsen … — 38
III
De perfecte overheid is een utopie
— 43
De overheid: enkele eigenschappen — 43 Waarom presteert de overheid niet altijd goed? — 55
IV
Zand is het democratisch raderwerk
— 69
De representatieve democratie onder druk — 69 Zes ‘niet-zo-demo’-cratieën
— 73
Hoe ‘cratieën’ tot ontevredenheid kunnen leiden — 98
V
De toestand is ernstig, maar niet hopeloos Verder kijken dan quick wins
— 113
Money time in Sint-Petersburg — 117 Goed bestuur zien en uitdragen — 118 Kritisch en realistisch burgerschap — 125 De best mogelijke overheid — 132 De best mogelijke democratie — 154
Nawoord
— 173
Verantwoording en dank Eindnoten
— 179
6
— 177
— 113
INLEIDING
Leg uw oor te luisteren op straat, op de markt, op café of op sociale media, en al gauw zal duidelijk worden dat veel mensen wantrouwig staan tegenover ‘de politiek’. Politici worden met de vinger gewezen voor alles wat er misgaat in ons land. Die tendens is al langere tijd aan de gang. Het vertrouwen staat op een laag pitje, en er heerst een ongemakkelijke sfeer. Velen hebben het gevoel dat ze geregeerd worden door amateurs, zakkenvullers en ruziemakers. Die sfeer wordt ook voor een stuk gecreëerd. Niet alleen door populisten die als handige rattenvangers van Hamelen de ontevredenheid aanvuren met frontale aanvallen op de ‘traditionele politiek’, in de hoop ontevreden kiezers te lokken. Maar ook door politici uit het zogenaamde centrum die in de bikkelharde strijd om de gunst van de kiezer soms zelf de populistische toer durven op te gaan. Aan de zijlijn staat bovendien een legertje opiniemakers dat geen kans onbenut laat om ons in columns, televisieoptredens en tweets te wijzen op het failliet van de politiek. De symptomen van de malaise worden steeds scherper zichtbaar. Alle tekenen wijzen op een verdere afstraffing van de traditionele partijen. De kiezer lijkt massaal in de armen van extreme en populistische alternatieven te vluchten, of gewoon zijn kat naar het stemhokje te sturen. Die inschatting krijgt extra gewicht door zowat elke opiniepeiling die de laatste jaren werd afgenomen. Hoewel ‘peilingen maar peilingen zijn’ en ‘elke verkiezing zijn verrassing kent’, ontstaat een redelijk consistent beeld van het toekomstige partijpolitieke landschap in Vlaanderen. Partijen die in de buitenbanen van het politieke spec-
7
trum zweven, zoals het Vlaams Belang en de PVDA, winnen aan soortelijk gewicht. De onvrede gaat echter verder dan die in ‘de politiek’ alleen. Er is een probleem met het democratisch systeem zélf. De resultaten van een enquête uit september 2021 in opdracht van de RTBF zijn ronduit beangstigend: 25 procent van de bevraagde Belgen zou de parlementaire democratie liever afschaffen, en maar liefst 37 procent meent dat ons land beter bestuurd zal worden als de macht in handen van één sterke leider ligt.1 Er is meer. Volgens een enquête van het tijdschrift Knack in oktober 2023 voelt meer dan de helft van de burgers zich niet langer vertegenwoordigd door de overheid.2 Evenveel mensen vinden dat onze democratie in gevaar is en dat zijn of haar stem niet telt. Meer dan een derde van de Belgen zou niet meer stemmen als er geen stemplicht was. Extra zorgwekkend is dat vooral jongeren steeds meer lijken af te haken. Het zijn signalen van onvrede met een systeem waarin velen zich niet gehoord of erkend voelen. Het gevoel heerst dat we in een onrechtvaardig systeem leven waarin de overheid de ene burger beter bedient dan de andere. Dat het bijvoorbeeld beter is om aandeelhouder te zijn dan loontrekkende. Dat mensen van wie de overheid het inkomen kent, belastingen betalen, en dat diegene met een ongekend inkomen veel te weinig bijdragen. Dat de overheid er steeds minder in slaagt om basisdienstverlening op peil te houden voor wie dat echt nodig heeft. Mensen met een beperking worden niet geholpen en komen op de wachtlijst, betaalbare huisvesting is voor velen een probleem. En dat terwijl de overheid wel vlotjes met premies en tussenkomsten zwaait op maat van de gegoede middenklasse – voor zonnepanelen, voor dienstencheques, voor elektrische wagens. Als steeds meer mensen het gevoel hebben dat de politiek er niet in slaagt om een rechtvaardiger systeem uit te bouwen, dan is het
8
signaal in het stemhokje eigenlijk een perfect begrijpelijke democratische reflex. Voor veel mensen functioneert de overheid niet naar behoren, alle (correcte) claims dat we in een van de beste landen ter wereld leven ten spijt. Het is een signaal dat politici beter ernstig nemen: grote groepen in de samenleving voelen zich in de steek gelaten. Het zou een wake-upcall moeten zijn. Veel mensen vragen een ander en beter bestuur. Ze vragen andere beleidskeuzes die beter aan hun noden en zorgen tegemoetkomen. Het is ook een belangrijk deel van de analyse die de Nederlandse politicologe Sarah de Lange maakt naar aanleiding van de klinkende Nederlandse verkiezingsoverwinning van Geert Wilders’ Partij voor de Vrijheid (PVV) in november 2023.3 Ja, er heerst onvrede over het migratiebeleid, hét thema van de PVV. Maar Wilders slaagde erin om dat te koppelen aan nog andere thema’s waar veel Nederlanders van wakker liggen, zoals de woningcrisis, de toegang tot de zorg of de onzekerheid die met de klimaatmaatregelen gepaard gaat. Hij verwijt de huidige machthebbers ook een gebrek aan daadkracht en wijst op een land dat in verval raakt doordat bestuurders te veel met zichzelf bezig zijn, in plaats van met de problemen van ‘de mensen’. Diezelfde boodschap bracht ook Pieter Omtzigt met zijn nieuwe politieke beweging Nieuw Sociaal Contract (NSC). Ook hij was een van de winnaars van de verkiezingen. Zijn pleidooi was er een voor een betere bestuurscultuur en voor bestaanszekerheid: de beloften van een toegankelijke sociale zekerheid en zorg voor iedereen, betaalbare huisvesting en energie, en waardig werk.4 De verkiezingsuitslag in Nederland was een overduidelijke noodkreet van de burger. Nederland is niet België, maar ook bij ons smacht een steeds groter deel van de bevolking naar verandering in hoe het land wordt bestuurd.
9
In dit boek wil ik voorbij de clichés over onbekwame politici en onwetende burgers kijken. Ik behandel enkele fundamentele vragen die me beroepshalve al langer bezig houden. Hoe komt het dat zoveel mensen ontevreden zijn? Waar loopt het fout? En waar liggen er kansen om het tij te keren, zodat we het vertrouwen kunnen opkrikken? Het antwoord op die vragen vergt een analyse die verder kijkt dan politieke schandalen en ruzies die we in de huidige clickbaitcultuur al te vaak krijgen voorgeschoteld. Een analyse die dieper graaft en op zoek gaat naar de onderliggende bronnen van ontevredenheid. Die durft te wijzen op de systeemfouten in de organisatie van onze overheid en democratie. De hoofdrolspelers in dit boek zijn de democratisch verkozen politici en de ambtenaren. Politici maken beleidskeuzes en nemen de beslissingen. Ambtenaren helpen het beleid uitvoeren en leveren de diensten. Samen vormen politici en ambtenaren het bestuur van een gemeente, een regio, een land. Zij besturen vanuit de overheid de samenleving. In mijn verhaal is er nog een derde hoofdrolspeler: de burger. Ook voor elk van ons is er een belangrijke rol weggelegd. We stellen terecht verwachtingen in de overheid, maar dragen ook een eigen verantwoordelijkheid voor de samenleving waarin we leven. In het eerste hoofdstuk over boze burgers ga ik dieper in op het probleem. Veel mensen zijn ontevreden, vooral omdat ze geen al te hoge pet op hebben van politici. Het leidt tot een vervelende paradox. We hebben een goed functionerende overheid nodig om oplossingen te formuleren voor de vele samenlevingsvraagstukken, maar we hebben geen vertrouwen meer in hoe diezelfde overheid wordt geleid. In het tweede hoofdstuk bied ik een kader om die boosheid te begrijpen. ‘Slecht bestuur’ kan namelijk veel verschillende zaken
10
tegelijk betekenen. Mensen voelen zich niet gehoord, omdat ze geen of weinig inspraak hebben in het beleid. Ze hebben te weinig zicht op wat er beslist wordt en waarom. Of ze vinden dat er een slecht beleid wordt gevoerd, omdat het geen antwoord biedt op de maatschappelijke uitdagingen of omdat het te weinig rekening houdt met hun bekommernissen. In het derde hoofdstuk heb ik het over de context waarin politici en ambtenaren functioneren: de overheid. Ik hanteer een brede kijk op het concept ‘overheid’, namelijk het systeem waarin talloze organisaties op verschillende niveaus (de gemeente, Vlaanderen, België, …) een veelheid aan publieke diensten leveren die alle burgers samen consumeren. Die diensten staan onder andere in voor veiligheid, onderwijs, zorg, publieke infrastructuur, … In dit hoofdstuk leg ik uit dat de overheid enkele typische kenmerken vertoont: ze is groot, complex, soms onzichtbaar, onvermijdelijk en ongelijk. Ik vertel hoe die kenmerken tot (een perceptie van) slecht bestuur kunnen leiden. En hoe het risico op ‘falen’ soms in het concept ‘overheid’ zelf ingebakken zit. In het vierde hoofdstuk heb ik het over democratie. Dat is de manier waarop wij allemaal inspraak hebben (of niet hebben) in de beslissingen die de overheid neemt, en in de manier waarop de overheid richting geeft en maatschappelijke uitdagingen aanpakt, bijvoorbeeld inzake mobiliteit, criminaliteit, het energievraagstuk, de klimaatopwarming, een pandemie, onze welvaart en ons welzijn. Ik beschrijf hoe het ideaalbeeld van onze democratie – verkozen politici beslissen bij meerderheid, burgers hebben elk één stem – niet in overeenstemming is met hoe het in de realiteit werkt. Ik leg uit hoe allerlei andere machten, zoals lobby’s, experts, ambtenaren en partijvoorzitters dat ideaaltype steeds meer aantasten – en hoe ook dat een bron van ontevredenheid kan zijn. In het vijfde hoofdstuk ten slotte bied ik enkele richtingaanwijzers om de werking van onze democratie en onze overheid te verbete-
11
ren. Verwacht hier niet de absolute waarheid over de ideale overheid die perfect democratisch werkt en zeer goed bestuurt. Die waarheid heb ik niet in pacht. Er is helaas geen sluitende wetenschappelijke analyse die de richting naar absoluut ‘goed bestuur’ helder vastlegt, voor iedereen en in alle omstandigheden. Maar dat de ideale wereld onbereikbaar is, mag ons niet de ambitie ontnemen om te streven naar de best mogelijke overheid en democratie. Met dit boek nodig ik u uit om vooral ook zelf na te denken over onze democratie en over de overheid die veel van ons doen en laten bepaalt. Ik nodig u uit om kritisch te zijn. U hoeft het niet eens te zijn met alles wat ik schrijf. Want nogmaals: goed bestuur zit in the eye of the beholder. Ik wens u ook een gezonde dosis ergernis toe. Wie zich ergert, geeft eigenlijk toe dat het functioneren van de overheid en de democratie voor hem of haar wel degelijk nog belangrijk is. Liever dus frustratie dan onverschilligheid – want wie onverschillig is, is al afgehaakt.
12
I BOZE BURGERS
Veel burgers staan aan de kant en kijken machteloos naar de politiek en de overheid als naar een slechte sportwedstrijd: ze zijn toeschouwer van slecht bestuur. Ze vinden politici amateurs, ruziemakers en zakkenvullers – exponenten van een overheid die de maatschappelijke problemen niet langer meester is. Velen vinden dat politici geen beleid meer maken of dat slecht doen. Zo groeit er een vervelende paradox. We hebben de overheid nodig om de steeds complexere maatschappelijke problemen aan te pakken, maar we vertrouwen die overheid steeds minder.
Het bedrog van Gijón
We schrijven 25 juni 1982, in de Spaanse stad Gijón. In een volgepakt El Molinónstadion kijken West-Duitsland en Oostenrijk elkaar in de ogen in de eerste ronde van het WK voetbal. Horst Hrubesch, de Duitse spits die twee jaar voordien onze Rode Duivels had genekt in de finale van het EK in Italië, schiet al na tien minuten de 1-0 tegen de netten. Wat volgt, tart alle verbeelding. Tachtig minuten lang wordt de bal door beide ploegen rondgetikt in en rond de middencirkel. Geen enkele actie wordt nog opgezet. De wedstrijd verzandt in een compleet ambitieloze pot voetbal, een aanfluiting van sportiviteit, en dat op het hoogste niveau. Toeschouwers in de tribune zwaaien met bankbiljetten en verbranden vlaggen, als machteloze getuigen die zeer goed be-
13
grijpen wat er zich voor hun ogen afspeelt. Bij deze stand zijn immers zowel West-Duitsland als Oostenrijk verzekerd van de volgende ronde in het tornooi. Algerije en Chili, de twee andere landen in de poule, mogen hun koffers pakken. Als de Schotse scheidsrechter Bob Valentine met het laatste fluitsignaal een einde maakt aan deze wanvertoning, druipen de spelers gegeneerd af. Ze zijn dan wel gekwalificeerd, maar ze beseffen ook dat de manier waarop onverzoenbaar is met zowat alles waar zij als sportman voor staan. Toch worden nadien, compleet ongeloofwaardig, excuses gezocht: bepaalde spelers zouden geblesseerd zijn zodat men tot – zo heet dat dan – ‘resultaatsvoetbal’ gedwongen werd. Het maakt de woede van alle getuigen alleen maar groter. De wedstrijd zou uiteindelijk de geschiedenis ingaan als ‘het bedrog van Gijón’. Een aanfluiting van alles wat een rechtgeaarde voetbalsupporter belangrijk vindt en waarvoor hij of zij naar het stadion komt: een mooie wedstrijd met inzet, twee teams die ervoor gaan, en een verdiende winnaar. Het bedrog van Gijón vormt een prima metafoor voor de manier waarop steeds meer mensen naar de politiek en de overheid kijken. Ze voelen zich toeschouwer van een slechte voetbalwedstrijd. Ze zijn ontevreden over de manier waarop ons land bestuurd wordt en over de manier waarop er aan politiek gedaan wordt. Velen vinden dat die bestuurders de bal maar wat rondtikken op het middenveld. Dat ze niet doen wat ze moeten doen: een mooie pot voetbal op de mat toveren. Dat ze de uitdaging niet willen of kunnen aangaan om te scoren. Dat ze er niet in slagen om moedige beleidskeuzes te maken om de uitdagingen aan te pakken waar de samenleving voor staat. Of dat ze de verkeerde keuzes maken. Vanop de tribune jouwen heel wat burgers die bestuurders uit. Net zoals het publiek in Gijón merken zij dat de tactiek en de strategie de bovenhand nemen,
14
en dat de spelers openlijk bezig zijn met hun kwalificatie voor de volgende ronde: het behoud van macht, een mandaat, een herverkiezing. Voor velen voelt het aan als een vorm van bedrog. Het roept gevoelens van machteloosheid op, ook omdat slecht besturen geen strafbaar feit is in een democratie. Er worden immers geen formele regels overtreden. Meer zelfs, politici lijken vaak de regels aan te wenden in functie van het pure machtsverwervingsproces op zich. Het is niet verboden de bal maar wat rond te tikken, zolang we ons maar kwalificeren, dachten de spelers in Gijón. Het is niet verboden om met onze eigen positie bezig te zijn, zolang we maar opnieuw kunnen deelnemen aan de macht, lijken heel wat politici te denken. Er gaat veel politieke energie naar machtsverwerving, en dat ten koste van de energie om te besturen. Vele maanden op voorhand organiseren lokale politieke partijen zich om met gezamenlijke kieslijsten naar de kiezer te trekken. In maart 2023, bijna twintig maanden voor de gemeenteraadsverkiezingen, werd in Gent de stadslijst ‘Voor Gent’ aangekondigd: een gezamenlijke lijst van Vooruit en Open Vld. De burgemeester, Mathias De Clercq (Open Vld), zou de lijst trekken ‘in de hoop burgemeester te kunnen blijven’.1 De verkiezingsregels bepalen immers dat de grootste partij bij de verkiezingen het initiatiefrecht krijgt om een coalitie te vormen, en dat de stemmenkampioen van de grootste partij in de meerderheid automatisch burgemeester wordt. Dat er in Gent nog bijna twee jaar bestuurd moet worden samen met een derde partij, Groen (die door dit manoeuvre buiten spel werd geplaatst), deed even niet ter zake voor de twee andere partijen. Dat partijen nu plots beslissen een gezamenlijke kieslijst te vormen, heeft minder te maken met inhoudelijke overwegingen dan met pure strategie: het op voorhand vergroten van de kans dat men aan de macht kan blijven. In plaats van een versterking van de democratie (waarbij burgers bij de verkiezing bepalen wat de grootste partij wordt),
15
zien we een versterking van de particratie (waarbij partijen reeds voor de verkiezing proberen te bepalen wat achteraf de grootste lijst zal worden). Handige marketeers verdienen daarbij handenvol geld. Niet door politici uit te dagen om een mooi partijprogramma te schrijven, of door met politici te werken aan een beleidsvisie voor de stad of het land. Neen, ze bieden politici aan om een ‘sterk merk’ te worden, om likes en volgers op de sociale media te oogsten. De inhoudelijke boodschap is van ondergeschikt belang. Dat de boodschap breed verspreid wordt, is veel belangrijker. Verkiezingen draaien dan meer om de verpakking dan om de inhoud. Het politieke bedrijf zelf doet al niet veel moeite meer om die evolutie tegen te gaan. Politici doen er gretig aan mee. Jaarlijks betalen politieke partijen miljoenen aan bedrijven als Meta (Facebook) om makkelijke slogans te adverteren. Wie prominent aanwezig is op de sociale media wint nu eenmaal aanhang. Het is dus allerminst verwonderlijk dat heel wat burgers, net zoals de supporters in Gijón, uiteindelijk hun machteloosheid en kwaadheid willen ventileren. Sommigen tonen hun protest op straat of op sociale media. Anderen kweken sympathie voor de underdog: de ploegen die de kwalificatie misliepen, de partijen die geen kans krijgen om deel te nemen aan het beleid. Nog anderen besluiten om het stadion te verlaten en het voetbal de rug toe te keren: ze haken af en zien het nut niet meer om hun stem uit te brengen.
(Bijna) iedereen is boos
Het is wellicht een open deur intrappen: overal wordt gepraat over het vertrouwen – of wantrouwen – in de politici die ons besturen. In politieke middens, in de academische wereld, bij opiniemakers, en niet in het minst in het hart van de samenleving: aan de cafétoog, op sociale media, of in de sportclub. Wie het oor te luisteren legt, merkt al
16
snel veel ongenoegen. De boosheid is vooral gericht op het politiek systeem. Want tegelijkertijd zijn veel burgers ook best wel tevreden over heel veel zaken. Uit cijfers van de Vlaamse Gemeentemonitor blijkt dat 84 procent zich gelukkig voelt, en dat 80 procent tevreden is over de buurt waar men woont.2 Veel diensten die de overheid voor ons regelt of ondersteunt, kennen ook vertrouwen. Zo hebben 59 en 58 procent van de Vlaamse bevolking (heel) veel vertrouwen in respectievelijk het onderwijs en de politie. Omgekeerd heeft slechts 9 en 11 procent (heel) weinig vertrouwen in onderwijs en politie (de rest van de respondenten aan de bevraging is eerder neutraal: niet veel, niet weinig vertrouwen).3 Er ontstaat een paradoxaal beeld: er is best wel wat tevredenheid over veel zaken die de overheid voor ons regelt en doet, maar de politiek zelf ligt zwaar onder vuur. Dat mensen kwaad zijn, is uiteraard niet nieuw: politici zijn altijd al een beetje de voetveeg van gefrustreerde burgers geweest. Maar vandaag lijkt de frustratie van de burgers wel heel groot. Dat we in een tijd leven waarin er veel complexe problemen samenkomen – klimaat, migratie, energie, oorlog, ongelijkheid, … – zal daar wellicht mee te maken hebben: het is niet eenvoudig om met pasklare antwoorden te komen voor die problemen. In het meest extreme geval uit de frustratie zich in een beweging van boze burgers die openlijk ‘uit de staat’ willen stappen. Tijdens de covidpandemie kregen sommige burgemeesters plots brieven van burgers die hun woning uitriepen tot soevereine staat, en zich voortaan wilden onttrekken aan alle verantwoordelijkheden die het staatsburgerschap inhoudt.4 Het klinkt absurd, maar het is een – weliswaar kleine – beweging van ‘soevereine’ burgers die niks meer met de overheid te maken willen hebben, en enkel met rust gelaten willen worden. Daar zit geen grote ideologie achter: men is gewoon ‘anti’.5 Achter die beperkte maar extreme beweging zit een bredere groep van mensen, we zouden ze de gele hesjes kunnen noemen, die
17
www.lannoo.com Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. Omslagontwerp: Philip Stroomberg Auteursfoto: Fred Debrock Vormgeving: Studio Lannoo i.s.m. Keppie & Keppie © Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2024 en Bram Verschuere D/2024/45/134 – ISBN 978 94 014 9760 2 – NUR 740 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.