Taalontwikkelings stoornissen in het basisonderwijs
en het speciaal basisonderwijs Signaleren, praktische handelingsadviezen en tips
SANDERS-Taalontwikkelingsstoornissen-Basisonderwijs-Binnenwerk-HR.indd 3
20-10-2023 09:12
Inhoudsopgave De stille wereld
8
Voorwoord door Constance Vissers
9
Inleiding
11
1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7 1.8
Wat is TOS? Inleiding Bestaat er een eenduidige definitie voor TOS? Geen ‘moderne’ problematiek, TOS is van alle tijden Mogelijke oorzaken TOS Taalproductieproblemen of taalproductie- én taalbegripsproblemen De invloed van TOS op de ontwikkeling van het kind Gevolgen van TOS op lange termijn De onschatbare waarde van logopedie
15 15 16 21 23 25 32 35 37
2 2.1 2.2 2.3
Het spraak-taalsysteem Inleiding De taalverwerving De taaldomeinen
46 46 47 48
3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6
TOS signaleren 61 Inleiding 61 Het belang van een vroege signalering 62 Kenmerken van een mogelijke TOS 68 Het ‘niet pluis’-gevoel in kaart brengen 71 Diagnostiek en onderzoek 77 Belang van het in kaart brengen van de communicatieve redzaamheid in de klas 82
4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5
TOS en de communicatieve redzaamheid Inleiding Een definitie: wat is communicatief redzaam zijn voor een kind met TOS? ‘In vertrouwen kwetsbaar durven te zijn’ Communicatief redzaam in sociale situaties Observeren van de communicatieve redzaamheid in de onderbouw (tot en met groep 4)
SANDERS-Taalontwikkelingsstoornissen-Basisonderwijs-Binnenwerk-HR.indd 4
84 84 85 89 90 92
20-10-2023 09:12
4.6 4.7 4.8 4.9
Signaleren van problemen in de communicatieve redzaamheid bij kinderen vanaf zes jaar 95 Woordvindingsproblemen 100 Ondersteuning in de klas in de communicatieve redzaamheid 104 Communicatieve redzaamheid in spel 107
5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9
De sociaal-emotionele ontwikkeling bij TOS Inleiding Belang van een adequate sociale interactie Verwoorden en benoemen van emoties Theory of Mind (ToM), de ontwikkeling van het sociale begrip De rol van innerlijke taal Emotionele competentie Sociaal onhandig en onbegrepen Interactie met leeftijdsgenoten Sociaal spel
111 111 111 114 120 123 125 128 130 132
6 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6 6.7
Belang van psycho-educatie Inleiding Accepteer het kind met zijn specifieke onderwijsbehoefte Methodieken psycho-educatie Bouwen aan zelfvertrouwen bij het kind met TOS De basisbehoeften autonomie, relatie en competentie In gesprek met het kind met TOS Het zelfbeeld van het kind versterken
135 135 136 137 138 140 142 146
7 7.1 7.2 7.3 7.4
TOS in relatie tot de executieve functies Inleiding Executieve functies en het ‘talige’ denken Belemmeringen in het leerproces bij TOS en zwakke executieve functies Samenhang tussen taal, taalbegrip en de executieve functies
149 149 152 153 155
8 8.1 8.2 8.3 8.4
TOS in relatie tot gedrag Inleiding Belang van visuele ondersteuning Gedrag als hulpvraag Taal stuurt ons handelen en denken aan
174 174 174 175 181
SANDERS-Taalontwikkelingsstoornissen-Basisonderwijs-Binnenwerk-HR.indd 5
20-10-2023 09:12
8.5 8.6 8.7
Motivatie Gevolgen van overvraging Observeren van het ‘ongewenste’ gedrag
183 187 189
9 9.1 9.2 9.3 9.4 9.5 9.6
Meertaligheid en TOS Inleiding Meertalige kinderen hebben een dubbele taak Signalering en testen bij meertalige kinderen Taalverwerving en de culturele achtergrond Partnerschap met de meertalige ouders Meertalige logopedie
192 192 193 194 199 203 205
10 Interactie met het kind, het taalaanbod 10.1 Inleiding 10.2 Het uitdagen van de interactie met het kind 10.3 Methodieken: Het VAT-principe 10.4 Methodiek: De DGM-methode, de Denkstimulerende Gespreks-Methodiek 10.5 Soorten vragen in de interactie met het kind 10.6 Een verhaal vertellen
207 207 207 210
11 11.1 11.2 11.3 11.4 11.5 11.6
Taalonderwijs, taalstimulering en woordenschatontwikkeling Inleiding ‘Taal is niet los te verkrijgen’ Woordenschatontwikkeling Taalactiviteiten in de klas Methodieken Aan de slag met taal in opstel, werkstuk en boekverslag
222 222 222 225 228 236 239
12 TOS en de relatie tot lezen, begrijpend lezen, rekenen en dyslexie 12.1 Inleiding 12.2 Instructie als gatenkaas 12.3 Schooltaal 12.4 Taal in rekenopdrachten 12.5 TOS en problemen met leren lezen en spelling 12.6 TOS en ondersteuning bij het aanvankelijk lezen 12.7 Samenhang tussen TOS en de leesontwikkeling 12.8 Leesproblemen en dyslexie bij TOS 12.9 Begrijpend lezen 12.10 Problemen met automatiseren
243 243 243 245 247 252 254 259 262 266 270
SANDERS-Taalontwikkelingsstoornissen-Basisonderwijs-Binnenwerk-HR.indd 6
212 214 217
20-10-2023 09:12
13 Onderwijs- en ondersteuningsbehoefte van het kind met TOS 13.1 Inleiding 13.2 Overzicht, structuur en regelmaat 13.3 Klassenmanagement 13.4 Overschrijven van het bord 13.5 Talige informatie en de communicatie moeten voor elk kind te volgen zijn 13.6 Instructie buiten het leslokaal
272 272 273 275 278 279 280
14 14.1 14.2 14.3
Een goede overdracht naar het vervolgonderwijs Inleiding Een goede oriëntatie is de eerste stap De inhoud van een goede overdracht
282 282 283 283
15
De gevolgen van TOS kort samengevat
285
Tips voor materialen
286
Voor de Vlaamse lezers
287
Belangrijke websites
290
Literatuur en artikelen
294
Dankwoord
301
SANDERS-Taalontwikkelingsstoornissen-Basisonderwijs-Binnenwerk-HR.indd 7
20-10-2023 09:12
De stille wereld Onwrikbaar, dik en solide als een oud gewelf Een sta in de weg, voor anderen, voor mezelf Zorgvuldig opgezet en in een vakkundige bouw Een muur die me beschermt, die ik volledig vertrouw Steen voor steen nauwkeurig gemetseld in mijn geest Bescherming voor een plek waar alleen ik ben geweest Een veilige haven voor momenten van serene rust Helemaal in mezelf verzonken, intens gefocust Soms kan er een steen, een deel worden gesloopt Een stukje verdediging afgebroken dat was opgehoopt Mijn vertrouwde stille wereld die zoekt naar de deur Maar het meestal moet doen met een kleine scheur Terloops een kort gesprek, onverwachts en spontaan Opeens in de open wereld, onbedoeld, ik voel me staan Niet wetend wat er wordt verwacht en hoe ik wat zeg Woorden die in puzzels verdwijnen die ik niet meer leg Broos vertrouwen in een moment van spanning voorbij Die woorden die ik sprak, waren die echt van mij? Laat maar, het echoot nog na achter die veilige muur De kleine scheur in mijn stille wereld was van korte duur Nu zit ik er weer, alleen in stilte tussen iedereen in de klas Zoveel weten, willen zeggen, kunnen zeggen, ik pas Ik bewaar het wel voor mezelf, voor later wellicht Wanneer ik mijn woorden kan schrijven in een gedicht M. Uit: Taalontwikkelingsstoornissen in de klas (Sanders, 2017)
SANDERS-Taalontwikkelingsstoornissen-Basisonderwijs-Binnenwerk-HR.indd 8
20-10-2023 09:12
Voorwoord Constance Vissers, bijzonder hoogleraar neuropsychologie en taalontwikkelingsstoornissen Taal hebben we heel hard nodig, om ons te verbinden met onze binnenwereld, met de ander en met de wereld om ons heen. Dankzij innerlijke taal kunnen we communiceren met onszelf en onszelf steeds beter begrijpen, en dankzij sociale taal kunnen we communiceren en ons verbinden met de wereld om ons heen. Onze wereld is snel en talig. Nieuwe kennis en vaardigheden, maar ook sociale contacten, verwerven we via woorden. Maar wat nu als je taalontwikkeling hapert? Kinderen, jongeren en volwassenen met TOS hebben minder woorden om te spreken en te denken. De woorden die ze hebben kunnen ze vaak minder goed inzetten. Dit maakt hun wereld klein; kleiner dan de wereld van hun leeftijdsgenoten. Veel opgroeiende kinderen met TOS lopen vast; ze zijn onzeker en voelen zich vaak buitengesloten. Dit plaatst niet alleen ouders, maar ook mensen in het onderwijs voor een belangrijke opdracht. Het is aan hen om kinderen met TOS te helpen bij het vergroten van hun wereld en ze beter toe te rusten voor participatie in een wereld die ook voor hen toegankelijk is. It takes a village to raise a child. Het grootbrengen van een kind met TOS vraagt meer dan een dorp. Het vraagt om intensieve uitwisseling en samenwerking tussen ouders en verzorgers, professionals uit zorg en onderwijs, wetenschappers uit binnen- en buitenland en ervaringsdeskundigen met TOS. De vraag waar zij gezamenlijk voor staan is: hoe kunnen we ‘het dorp’ voor kinderen met TOS toegankelijk maken? Ons inzicht in passende zorg en onderwijs voor kinderen en jongeren met TOS kan alleen groeien als in deze samenwerking theoretische modellen worden getoetst, verfijnd en bijgesteld op geleide van ervaringen in de praktijk van onderwijs, zorg en opvoeding. Bernadette Sanders levert in dit boek een inspirerende en onvervangbare bijdrage aan deze multidisciplinaire dialoog. Ze laat ervaringsdeskundigen met TOS, deskundigen uit zorg en onderwijs, en wetenschappers van vroeger en nu aan het woord. Ze integreert deze inzichten tot een empirisch en theoretische onderbouwde visie op het gehele spectrum van TOS.
Voorwoord | 9
SANDERS-Taalontwikkelingsstoornissen-Basisonderwijs-Binnenwerk-HR.indd 9
20-10-2023 09:12
De meeste kinderen met TOS volgen regulier onderwijs in het (speciaal) basisonderwijs. Het is belangrijk dat de mensen die dit onderwijs dragen, kennisnemen van Sanders’ boek zodat zij daadwerkelijk passend onderwijs kunnen bieden. Onderwijs dat bijdraagt aan het vergroten van de sociale en innerlijke wereld van kinderen met TOS.
September 2024
Voorwoord | 10
SANDERS-Taalontwikkelingsstoornissen-Basisonderwijs-Binnenwerk-HR.indd 10
20-10-2023 09:12
Inleiding ‘Wereldwijd wordt taal dé indicator genoemd van het welbevinden van kinderen. Een niet goed verlopende taalontwikkeling heeft dan ook grote impact op het emotioneel welbevinden van kinderen.’ (Law, Charlton en Asmussen, 2017)
Ongeveer zeven procent van de schoolgaande kinderen in Nederland kampt met een taal- en spraakontwikkelingsstoornis. En toch is dit, zeker in vergelijking met de meer bekende ontwikkelingsstoornissen zoals ADHD, autisme of dyslexie, een relatief onbekende aandoening. Terwijl een taalontwikkelingsstoornis (TOS) vaak samen met andere ontwikkelingsstoornissen voorkomt. Bij een deel van deze kinderen is de taalstoornis ernstig: zij ontwikkelen zich niet goed en worden, mede door hun specifieke ondersteuningsvragen, vaak naar het speciaal (basis)onderwijs doorverwezen. Kinderen met TOS vinden over het algemeen in Nederland een plek in het speciaal onderwijs (so cluster 21), het speciaal basisonderwijs (sbo) en het regulier basisonderwijs. Maar in de praktijk blijken deze kinderen vaker naar het speciaal basisonderwijs verwezen te worden, daarom richt ik mij in dit boek dus niet alleen op het regulier basisonderwijs, maar zeker ook op het speciaal basisonderwijs. De onderwijsbehoeften van het kind met TOS zijn in elke vorm van onderwijs hetzelfde, vraag is welke vorm van onderwijs het beste aansluit bij deze onderwijsbehoeften. In welke onderwijsvorm je ook lesgeeft, het is altijd belangrijk dat je je inleest over de problematieken die je in je klas tegenkomt. Handelen zonder de onderliggende oorzaak van opvallend gedrag te kennen, is namelijk onverstandig. Ga niet alleen uit van wat je meent te zien. Taalproblemen kun je niet zien, wat je wel kunt waarnemen, is het gedrag dat volgt op frustratie en onmacht. Wanneer je als leerkracht de mogelijke uitingsvormen en de gevolgen van TOS voor het onderwijs kent en beseft wat communicatienood is, kun je als professional beginnen te handelen. Pas wanneer je de problematiek van het kind met TOS echt leert kennen en weet waar deze kinderen dagelijks bij jou in de klas tegenaan lopen, kun je ontdekken wat ze echt nodig hebben van jou als professional in de klas. Als je dan de onderwijsbehoeften van een kind met TOS kent, kun je het beter ondersteunen met de juiste handvatten en ondersteunende strategieën. Neem dus vooral de tijd om de theorie achter TOS te ontdekken, want kennis daarvan is de manier om de hulpvraag van een kind te ‘zien’ en te ontdekken. In dit boek vind je inleiding | 11
SANDERS-Taalontwikkelingsstoornissen-Basisonderwijs-Binnenwerk-HR.indd 11
20-10-2023 09:12
dan ook niet alleen tips, maar ook genoeg theorie en informatie over de kenmerken van de TOS-problematiek. Ook een literatuurlijst mag dus niet ontbreken. Over ADHD, autisme, gedrag en dyslexie bestaat al veel literatuur, over TOS veel minder. Hoewel je al meer literatuur over TOS vindt dan toen ik in 2017 Taalontwikkelingsstoornissen in de klas schreef, mijn eerste boek over dit onderwerp dat ik nu deels herschrijf. In de afgelopen zes jaar is er veel onderzoek verricht naar TOS en de sociaal-emotionele ontwikkeling, de rol van innerlijke taal en de gevolgen van een zwak ontwikkelde Theory of Mind. Bijvoorbeeld ook naar de rol van innerlijke taal bij het uitvoeren van de executieve functies en naar de gevolgen van TOS voor school, leren en deelname aan de maatschappij. Uit alle onderzoeken blijkt nu steeds meer dat een kind met TOS complexere ondersteuningsvragen heeft, waarop we onze interventies meer zouden moeten richten. Met al die nieuwe inzichten en ontwikkelingen leek het een goed idee om het eerste boek opnieuw te schrijven. In hoofdstuk 1 leg ik beknopt uit wat TOS is. Kinderen met een taalontwikkelingsstoornis kunnen op verschillende taaldomeinen problemen ondervinden. We spreken van TOS als de spraakvaardigheid en/of taalvaardigheid van een kind zich niet voldoende ontwikkelt, zonder aantoonbare verklaring. Deze kennis is van belang om de juiste interventie te kunnen starten, iets wat ik in hoofdstuk 2 toelicht. Heb je mijn eerste boek Taalontwikkelingsstoornissen in de klas (Sanders, 2017) gelezen? Dan zul je merken dat enkele zaken in deze eerste twee hoofdstukken terugkomen, namelijk de theoretische onderbouwing zoals ‘Wat is TOS?’ en ‘Het spraaktaal-systeem’. In hoofdstuk 3 leg ik dan uit waarom het zo belangrijk is om ernstige problemen in de spraak-taalontwikkeling al vroeg te signaleren, bij jonge kinderen. Als de spraak-taalontwikkeling niet goed op gang komt, is dat namelijk van invloed op de algehele ontwikkeling van een kind. Nog te vaak worden kinderen met TOS pas op de basisschool ‘ontdekt’. Waarbij dan vooral het gedrag opvalt, niet zozeer de gebrekkige expressieve taal. Dus kijken we in hoofdstuk 3 naar de signalen. Wanneer kun je zeggen dat er gesproken kan worden van een ‘niet pluis’-gevoel op het gebied van de ontwikkeling van het taalbegrip en de expressieve taal? Wanneer verwijs je door naar de logopedist of het audiologisch centrum?
1
Per 1 augustus 2015 zijn de scholen en diensten ambulante begeleiding, voorheen aangeduid met
‘cluster 2’, opgegaan in de ‘instellingen voor auditief en/of communicatief beperkte leerlingen’. De instellingen verzorgen speciaal onderwijs en ondersteuning in het reguliere onderwijs of binnen het speciaal onderwijs in de samenwerkingsverbanden (PO, VO en MBO) aan leerlingen die doof, doofblind of slechthorend zijn en/of een taalontwikkelingsstoornis hebben. In de praktijk blijkt dat deze term ‘cluster 2’ nog altijd wordt gebruikt
inleiding | 12
SANDERS-Taalontwikkelingsstoornissen-Basisonderwijs-Binnenwerk-HR.indd 12
20-10-2023 09:12
‘De kern van TOS is voor iedereen verschillend.’ (De TOSfabriek) In dit boek worden praktische tips aangereikt voor de begeleiding. Die tips kun je echter niet algemeen inzetten, omdat niet elk kind met TOS dezelfde hulpvragen heeft en dezelfde problemen ervaart. Elk kind is uniek, ook het kind met TOS. Het is belangrijk dat je erachter komt wat de hulpvragen en de onderwijsbehoeften zijn van het kind met (een vermoeden van) TOS. Jonge kinderen met (een vermoeden van) TOS kennen grote individuele verschillen. Je moet dus maatwerk bieden als je hen ondersteunt. Wanneer je een interventie inzet die niet bij het kind past, zal die niet werken, geen succeservaring opleveren voor het kind en de leerkracht, terwijl je die nodig hebt voor groei. Groei op communicatief gebied, sociaal-emotioneel gebied en met betrekking tot het leren. De sociaal-emotionele ontwikkeling verdient sowieso grote aandacht bij kinderen met TOS. Hoe ervaren ze hun belemmeringen in de communicatie op school en in het contact met anderen? In hoofdstuk 4 ga ik dan ook dieper in op communicatieve redzaamheid, en op wat het betekent als het kind onvoldoende communicatief redzaam is. De gevolgen van TOS voor de sociaal-emotionele ontwikkeling bespreek ik dan in hoofdstuk 5. Waarna ik in hoofdstuk 6 de acceptatie van kinderen met TOS bespreek, maar ook aantoon hoe je hun meer inzicht geeft in hun TOS aan de hand van psycho-educatie met daarbij aandacht voor hun sterke kanten en mogelijkheden Bij de sociaal-emotionele ontwikkeling en aansturing van cognitieve processen speelt de innerlijke taal een belangrijke rol. Die innerlijke stem stuurt namelijk het gedrag en handelen aan dat volgt op ons denken. De executieve functies zijn cognitieve processen, wat ons handelen en ons talige denken aanstuurt. Beide aandachtspunten bespreken we dan ook in hoofdstuk 7 en 8. In hoofdstuk 9 lees je hoe TOS bij meertalige kinderen gesignaleerd kan worden alsook welke ondersteuning kan worden gegeven. Wanneer spreken wij van TOS bij meertalige kinderen? Hoe kunnen wij hun ouders bereiken, zodat zij meegaan in de noodzakelijke stappen? In hoofdstukken 10 en 11 ga ik uitgebreid in op de interactie met een kind met TOS en het ondersteunend taalonderwijs. Het zijn de meest praktische hoofdstukken in dit boek, waar je meteen mee aan de slag kan in de klas. Wanneer er sprake is van een onvoldoende expressieve taalontwikkeling en onvoldoende taalbegrip, is dat van invloed op alle vakken die het kind dagelijks aangeboden krijgt in de klas. Uit onderzoek blijkt een hoge relatie met dyslexie. Leesbegrip en woordenschat zijn ook enkele belangrijke voorwaarden om goed begrijpend te kunnen lezen. Ook het redactierekenen vraagt om taal, het kind met TOS heeft dan ook niet alleen moeite met talige vakken, maar ook met rekenen. In hoofdstuk 13 bespreek ik enkele belangrijke knelpunten gerelateerd aan de onderwijsbehoefte van het kind met TOS. De school, de klas en het klassenmanagement zijn inleiding | 13
SANDERS-Taalontwikkelingsstoornissen-Basisonderwijs-Binnenwerk-HR.indd 13
20-10-2023 09:12
zeker ook aandachtspunten wanneer wij het hebben over de onderwijsbehoeften van het kind met TOS. Bij de schoolkeuze is het van belang om eerst te kijken in welke setting een kind succeservaring ondervindt. Het speciaal basisonderwijs kan op een aantal punten meer tegemoetkomen aan de onderwijsbehoeften van het kind met TOS. Maar om ouders de juiste school te helpen kiezen, moet je hun een goede onderbouwing bieden. Hopelijk helpt dit boek daarbij. Een goede overdracht naar het vervolgonderwijs mag ook niet ontbreken. In groep 8 is dit de taak van de leerkracht en de interne begeleider. Betrek daarbij zeker ook het kind zelf, zodat het kind de overstap als veilig ervaart. Tenslotte treedt het kind daarbij een totaal nieuwe wereld binnen. Wanneer het vervolgonderwijs op de hoogte is van zijn hulpvragen en de gewenste ondersteuning kan bieden, is dit voor het kind een goed begin om met succes een start te maken in het vervolgonderwijs. Tot slot nog even dit. In dit boek schrijf ik over het algemeen over ‘hij’, ‘ouders’ en ‘het kind’, waar je ook ‘zij’, ‘verzorgers’ en ‘de leerling’ kunt lezen. Ik schrijf ook eerder over ‘kinderen’ dan over ‘leerlingen’. Iets waarover ik veel heb getwijfeld, omdat wij het in de bovenbouw minder vaak over kinderen hebben en eerder over leerlingen. Toch koos ik uiteindelijk voor deze termen, om de tekst niet nodeloos complex te maken. En dan nog iets over de voorbeelden in dit boek. Daarmee wil ik de problematiek ‘visualiseren’ en concreet maken. Hoewel gebaseerd op de praktijk, zijn de voorbeelden echter fictief (inclusief de namen). En de hoofdstukken bieden niet alleen handvatten om de kinderen uit deze voorbeelden te begeleiden, zeker niet.
.
inleiding | 14
SANDERS-Taalontwikkelingsstoornissen-Basisonderwijs-Binnenwerk-HR.indd 14
20-10-2023 09:12
1 Wat is TOS? ‘The child begins to perceive the world not only through his [or her] eyes but also through his [or her] speech.’ (Lev Vygotsky)
1.1 Inleiding Een taalontwikkelingsstoornis is geen ‘modern’ probleem. En toch blijkt een ‘taalontwikkelingsstoornis’ in de onderwijspraktijk, maar ook in de voorschoolse periode en zeker in het voortgezet onderwijs en het mbo nog altijd relatief onbekend bij de professionals. De term TOS ís vaak wel bekend, maar er is nog veel winst te behalen wanneer wij spreken over het herkennen van de signalen en het herkennen van de hulpvragen van het kind met TOS. Vaak wordt het kind met bepaald gedrag niet herkend als een kind met ernstige problemen in de communicatieve redzaamheid, waaruit blijkt dat de signalen en de problemen die TOS met zich meebrengt niet altijd bekend zijn in de praktijk. Dit zou het idee kunnen geven dat deze problematiek minder of niet voorkomt in de klas, maar niets is minder waar. Uit onderzoek is gebleken dat er gemiddeld één à twee kinderen in de klas ADHD hebben. Wij spreken van prevalentiecijfers wanneer de aanwezigheid van de problematiek na onderzoek wordt uitgedrukt in percentages. Hoe vaak komt TOS voor in de klas? Uitgaande van de prevalentiecijfers zoals hieronder weergegeven kunnen wij stellen dat er minstens zo veel kinderen zijn met TOS als met ADHD. Volgens deze onderzoekscijfers zijn er minder kinderen met autisme dan met TOS. In elke klas van dertig kinderen zijn er ongeveer twee kinderen met TOS. De prevalentiecijfers zijn als volgt (Gerrits, 2014):
Prevalentie TOS: 7% Prevalentie ADHD: 5% Prevalentie Autismespectrumstoornis: 1%
(Tomblin e.a., 1997, Leonard,2014) (Bishop, 2010) (Bishop, 2010)
Ongeveer 7% van de vijfjarigen en de schoolgaande kinderen heeft een aangeboren taalontwikkelingsstoornis (TOS). Het is dan ook de meest voorkomende stoornis bij jonge kinderen in de voorschoolse periode en bij aanvang van het basisonderwijs, maar tegelijk de minst bekende. Voor de taalontwikkelingsstoornis is ook niet direct een ver1. Wat is TOS? | 15
SANDERS-Taalontwikkelingsstoornissen-Basisonderwijs-Binnenwerk-HR.indd 15
20-10-2023 09:12
klaring te vinden. Dat alles maakt een vroege signalering extra moeilijk (Gerrits, 2018). Terwijl dus toch een grote groep kinderen ermee kampt in de periode voor de school, in het (speciaal) basisonderwijs en het vervolgonderwijs. Waarbij nog veel kinderen met een (vermoeden van) TOS ‘gemist’ worden in de voorschoolse periode, terwijl een vroege signalering net wenselijk is. Ook recenter onderzoek geeft hetzelfde hoge prevalentiecijfer van 7,5%: ‘At school entry, 7.58% of children have clinically significant language disorder of unknown cause associated with increased rates of social, emotional and behavioral difficulties, and academic underachievement.’ (Norbury e.a., 2016) Doordat de stoornis nog altijd relatief onbekend is, is er ook nog te weinig onderzoek verricht naar oorzaken, gevolgen, diagnostiek en behandeling. Wel vindt er wereldwijd steeds meer onderzoek plaats en leert men steeds meer over de belemmeringen en de hulpvragen van kinderen met TOS.
1.2 Bestaat er een eenduidige definitie voor TOS? Taalontwikkelingsstoornis of een taalontwikkelingsachterstand Bij een taalontwikkelingsstoornis spreken wij van een hardnekkige en onzichtbare handicap die veel gevolgen kan hebben voor de algehele ontwikkeling van het kind. Wanneer de taalontwikkeling op jonge leeftijd achterblijft ten opzichte van leeftijdsgenootjes, spreken wij in de eerste plaats van een taalontwikkelingsachterstand (TOA). Deze kan zich al op erg jonge leeftijd voordoen, bijvoorbeeld wanneer de eerste woordjes niet worden gesproken met twee jaar of als een baby te weinig brabbelt. Bij een taalontwikkelings-achterstand spreken wij van een onvoldoende taalaanbod. Een taalontwikkelingsachterstand kan door verschillende oorzaken ontstaan: - een stoornis bij het kind; - een trauma of ziekte; - een afwijking aan de spraakorganen; - (tijdelijke) slechthorendheid; - onvoldoende taalaanbod in de omgeving. Er wordt veelal gedacht dat TOS te maken heeft met onvoldoende aanbod van de Nederlandse taal in de omgeving van het kind. Dat het een ‘blootstellingsachterstand’ heeft, omdat het taalaanbod verwaarloosd wordt. Maar in dat geval spreken we van ‘verwaarlozing van het taalaanbod’ en dus over een taalontwikkelingsprobleem of taalontwikkelingsachterstand (TOA), niet over een taalstoornis. Dit komt bijvoorbeeld voor bij 1. Wat is TOS? | 16
SANDERS-Taalontwikkelingsstoornissen-Basisonderwijs-Binnenwerk-HR.indd 16
20-10-2023 09:12
meertalige kinderen of kinderen in achterstandswijken die in de eerste vier jaar thuisblijven en geen voorschoolse educatie volgen. Er wordt ook dikwijls aangenomen dat de TOS vanzelf over zal gaan, dat het kind ‘eroverheen groeit’. Hier ligt een belangrijk onderscheid. Een taalontwikkelingsachterstand kan ingelopen worden met extra hulp en aandacht, een taalontwikkelingsstoornis zal je altijd parten blijven spelen, in je hele leven. Zeker, een kind kan groeien in zijn ontwikkeling en met de juiste aandacht en een goede, gerichte interventie zal TOS mogelijk minder impact hebben op het dagelijks functioneren, maar een stoornis gaat niet over. De stoornis betreft in de eerste plaats de taalontwikkeling en zegt niets over de intelligentie van het kind. Een kind met TOS komt misschien minder goed uit zijn woorden, kan misschien niet de juiste woorden vinden, maar kan verder wel de situatie begrijpen, zoals ieder ander kind. Het is de taal die het kind in de weg staat en belemmert in het contact en het communicatief redzaam zijn. Kinderen met een taalontwikkelingsstoornis vertonen een zorgelijke taalontwikkelingsachterstand, maar niet alle kinderen met een taalontwikkelingsachterstand hebben een taalontwikkelingsstoornis.
Definities TOS Zoals al verteld, is TOS een hardnekkige en onzichtbare handicap die veel gevolgen kan hebben voor de algehele ontwikkeling van het kind. Het is dan ook belangrijk om het onderscheid tussen een taalontwikkelingsachterstand (TOA) en taalontwikkelingsstoornis (TOS) te maken, zodat de juiste interventies ingezet kunnen worden waarmee men de algehele ontwikkeling van het kind bewaakt en monitort. Een kind met TOS dat te weinig groeit in de taalontwikkeling ondervindt veel problemen in de communicatie. Daardoor loopt het op den duur tegen onmacht en frustratie aan, wat dan weer zijn sociaal-emotioneel welbevinden en gedrag beïnvloedt. Niet het gedrag van het kind dat wij zien vanuit frustratie en onmacht is dan voorliggend, maar vooral de hulpvraag die het kind niet kan verwoorden en wij niet horen. Taal heeft op veel manieren invloed op de ontwikkeling van elk kind, taal is zeker ook belangrijk voor het leren over gevoelens van anderen en jezelf, en voor het vormen van sociale relaties. Zie hierover ook hoofdstuk 5. ‘TOS wordt gedefinieerd als een beperking in taalbegrip en/of taalproductie waarbij de taalproblemen niet kunnen worden verklaard door aantoonbaar hersenletsel, intelligentieproblemen, gehoorverlies, lichamelijke problemen of sociaal-emotionele problemen.' (Kamphuis & Hermsen, 2015)
1. Wat is TOS? | 17
SANDERS-Taalontwikkelingsstoornissen-Basisonderwijs-Binnenwerk-HR.indd 17
20-10-2023 09:12
Daarnaast omschrijven Gerrits e.a. (2012) TOS als: - een neurobiologische ontwikkelingsstoornis; - van genetische oorsprong; - die zich kenmerkt door een taalontwikkeling die beduidend achterblijft bij die van leeftijdgenoten, met inbegrip van de interindividuele variaties daarin, binnen de regionale en sociale variëteit van taal die het kind heeft verworven. ‘De oorzaak van TOS ligt in een neurobiologisch defect, er is geen duidelijke verklaring vanuit een afwijkend verloop van de (zintuiglijke) ontwikkeling van het kind of vanuit onvoldoende taalaanbod.' (Gerrits, 2017) - TOS is een neurocognitieve stoornis en dit betekent dat taal in de hersenen minder goed wordt verwerkt. TOS kan bovendien zowel in het taalbegrip als in de taalproductie voorkomen, en in alle aspecten van de taal (fonologie, semantiek, (morfo)syntaxis en pragmatiek) en modaliteiten van taalvaardigheid (gesproken taal, geschreven taal en gebarentaal). ‘Kinderen met TOS zijn slimme kinderen die moeite hebben met praten en vertellen, en met het begrijpen van wat anderen zeggen.’ (Gerrits, 2017) Voorheen was er sprake van een basisindeling voor taalontwikkelingsstoornissen: een specifieke groep (S-TOS) en een niet-specifieke groep (TOS). De term ‘specifiek’ is niet meer wenselijk (NVLF, 2017), omdat inmiddels is aangetoond dat kinderen met TOS vaak ook op andere gebieden moeilijkheden ondervinden, zoals problemen met de executieve functies en/of het werkgeheugen, het gedrag en hun sociaal-emotionele ontwikkeling. Er kan ook sprake zijn van een comorbiditeit, dus van TOS in combinatie met een andere ontwikkelingsstoornis. In plaats van niet-specifieke of secundaire TOS spreken we nu over ‘TOS samenhangend met X’, als het kind naast taalproblemen een duidelijk aanwijsbare en/of vastgestelde ontwikkelings-of zintuiglijke stoornis heeft. In de andere gevallen hebben we het gewoon over ‘TOS’. Bij ‘taalontwikkelingsstoornissen samenhangend met X’ verloopt de taalontwikkeling vertraagd of afwijkend als gevolg van of in combinatie met een ander probleem, zoals: - een auditieve beperking; - moeite met de contactname; - een andere ontwikkelingsstoornis; - een verstandelijke beperking.
1. Wat is TOS? | 18
SANDERS-Taalontwikkelingsstoornissen-Basisonderwijs-Binnenwerk-HR.indd 18
20-10-2023 09:12
Taalverwerving is een proces dat bijna automatisch en onbewust verloopt. Een taalrijke omgeving en aandacht voor de interactie zijn daarbij onontbeerlijk en beïnvloeden zeker de taalontwikkeling. Maar ze zijn niet van invloed op het wel of niet ontstaan van een taalstoornis. De meeste kinderen leren taal grotendeels spelenderwijs, op een impliciete manier vanuit een aangeboren taalvermogen, maar alleen wanneer ze zich in een taalrijke omgeving bevinden met voldoende kwalitatief taalaanbod en interactie met het kind. Dit start vanaf dag één na de geboorte. Bij een aanzienlijk deel van de kinderen verloopt de taalontwikkeling namelijk helemaal niet voorspoedig. Zo heeft ongeveer 7% van de 5-jarigen TOS (Norbury e.a., 2016), bij hen is dit aangeboren taalvermogen onvoldoende aanwezig. Voor hen is ‘taalleren’, zonder dat daar een duidelijke aanwijsbare oorzaak voor is, extreem moeilijk en zijn deze kinderen aangewezen op expliciet taalaanbod. Het leren van taal gaat bij het kind met TOS niet vanzelf, zij leren taal niet ‘spelenderwijs’ of impliciet aan, ook niet in een taalrijke omgeving. ‘Ieder kind is uniek, ook een kind met TOS.’ De kern van een taalontwikkelingsachterstand is voor iedereen verschillend. Ook kinderen met TOS vormen een heterogene groep, omdat hun achterstand in de taalontwikkeling varieert qua aard en ernst. Daarnaast is de taalontwikkeling van een individueel kind vaak dynamisch, omdat hun taalvaardigheid verandert naarmate ze ouder worden. Over een classificatie in gradaties van de ernst van TOS bestaat geen consensus. Kinderen met TOS ervaren op het gebied van taal allemaal verschillende problemen. Deze kinderen moeten gevolgd en gemonitord worden op het gebied van de taalontwikkeling en hun communicatieve redzaamheid moet daarbij goed in kaart gebracht worden. Taal is dynamisch, kinderen ontwikkelen zich, daarom is het ook een ‘ontwikkelingsstoornis’. Ze gaan langzaam vooruit, maar als je ze goed volgt in hun ontwikkeling, kunnen ze met de juiste interventie en begeleiding vooruitgang boeken. De mate van de communicatieproblemen kan door de jaren heen ook wisselen. Zo kan een kind na een moeilijke start in de voorschoolse periode en bij aanvang in het (speciaal) basisonderwijs almaar meer vooruitgang laten zien, maar in de puberteit en bij de overstap naar het voortgezet onderwijs weer grote communicatieproblemen hebben, die schoolsucces in de weg staan. Annette Scheper en Ellen Burger geven in het boek Kinderen met specifieke taalstoornissen (2013) aan dat taal een directe communicatie tussen mensen mogelijk maakt. Daarin omschrijven zij vijf functies van taal: - het creëren van sociale verbondenheid; - het uiten en begrijpen van emoties, behoeften en ideeën; 1. Wat is TOS? | 19
SANDERS-Taalontwikkelingsstoornissen-Basisonderwijs-Binnenwerk-HR.indd 19
20-10-2023 09:12
- het sturen en het organiseren van het denken; - het verwerven van kennis en informatie die in de maatschappij aanwezig zijn. Daarvoor zijn een goede leesvaardigheid en leesbegrip noodzakelijk; - het markeren van culturele identiteit: via de moedertaal voelt iemand zich verbonden met zijn etnische groep of taalgroep. ‘Een taalontwikkelingsstoornis (TOS) kenmerkt zich door een achterblijvende én afwijkende taalontwikkeling.’ (Gerrits, 2017) Een taalontwikkelingsstoornis belemmert een kind al heel jong in zijn deelname aan zijn directe omgeving en in zijn (leer)ontwikkeling. Bovenstaande functies geven aan hoe deze ontwikkeling en participatie beïnvloed worden wanneer er sprake is van TOS. Het kind wordt niet alleen op de dagopvang, op school en thuis belemmerd in zijn algemene groei, maar ook in de participatie met anderen en op sociaal-emotioneel gebied. Later kan het ook minder makkelijk succesvol deelnemen aan de maatschappij en belemmeringen ondervinden in het verwerven van nieuwe kennis. Niet alleen het communiceren verloopt daarbij moeizamer, maar ook de denkontwikkeling en het handelen tijdens de dagelijkse activiteiten die wij als vanzelfsprekend ervaren. Het taal- denken, het leggen van verbanden, het begrijpen van situaties, problemen oplossen en het abstracte denken worden immers aangestuurd door innerlijke taal. TOS grijpt dus diep in op de ontwikkeling van een kind, wanneer deze stoornis niet vroegtijdig ontdekt wordt en er geen ondersteuning wordt geboden (Isarin e.a., 2017). Ook wanneer TOS wel vroegtijdig ontdekt is, heeft dit invloed op de ontwikkeling van een kind, maar dan is de prognose wel beter, ook voor de andere ontwikkelingsgebieden dan de taal. ‘Van een taalontwikkelingsstoornis kunnen we spreken als een kind in de schoolgaande leeftijd nog zoveel moeite heeft met het produceren of begrijpen van taal dat dit het dagelijks functioneren thuis en op school negatief beïnvloedt.’ (Vissers, Isarin, Hermans & Jekeli, 2021)
1. Wat is TOS? | 20
SANDERS-Taalontwikkelingsstoornissen-Basisonderwijs-Binnenwerk-HR.indd 20
20-10-2023 09:12
Deelkracht.nl2 belicht in het TOS-Spraaktaal-web zes aandachtspunten of gebieden waarin kinderen met TOS problemen ondervinden: Spraakklanken: klanken vervangen of weglaten, klanken en woorden vervormen, moeite met verwerken van klanken. Leren en onthouden: moeite met leren en onthouden van taal, moeite met (op)volgen van instructie, moeite met leren van patronen in taal. Interactie: moeite met communicatie in verschillende situaties, moeite met gesprekken, moeite met afstemmen op sociale signalen. Verhalen: moeite met het leggen van verbanden, moeite met onderscheiden van hoofd- en bijzaken, moeite met vertellen van een samenhangend verhaal. Zinnen: moeite met het maken van correcte zinnen, moeite met het vervoegen en verbuigen van woorden, moeite met complexe zinnen, moeite met volgorde van woorden in een zin. Woorden: moeite met het vinden van woorden, moeite met het begrijpen van woorden, gebruik van te algemene woorden, een te beperkte woordenschat.
Taalproblemen vallen niet altijd op, spraakmoeilijkheden wel. Het valt dan ook minder op wanneer je moeite hebt met het verwerken van taal of vinden van woorden in je hoofd. Je merkt het pas als iemand erg vaak naar woorden moet zoeken, woorden verkeerd uitspreekt of in zinnen spreekt die niet kloppen.
1.3 Geen ‘moderne’ problematiek, TOS is van alle tijden TOS: een hardnekkige en onzichtbare ‘handicap’ Een taalontwikkelingsstoornis is zeker geen ‘modern’ probleem, zoals dit ooit ook gezegd werd over dyslexie. Vroeger was er geen naam voor kinderen met ernstige spraaktaalproblemen. Halverwege de 18e eeuw sprak men van spraakgebrekkige kinderen en in 1862 ontstond in Amsterdam de ‘Inrichting voor Spraakgebrekkigen’. In 1932 werd in Den Haag de eerste school voor ‘horendstommen en spraakgebrekkigen’ geopend. Het rapport van de commissie-Rispens (1995) was de basis voor de veranderingen in het speciaal onderwijs. Er werd voor het eerst gesproken over leerlinggebonden financiering (LGF). Op basis van een indicatie kregen kinderen met een specifieke ondersteuningsbehoefte een zorgbudget mee (in een ‘rugzakje’). Het uitgangspunt hierbij was zeggenschap en het verruimen van de keuzemogelijkheid van onderwijs voor ouders.
2
https://www.deelkracht.nl/producten/leg-uit-wat-tos-is-met-spraaktaalweb/
1. Wat is TOS? | 21
SANDERS-Taalontwikkelingsstoornissen-Basisonderwijs-Binnenwerk-HR.indd 21
20-10-2023 09:12
Er werd eind jaren 90 overgegaan tot het instellen van regionale expertisecentra, de vier clusters, waaronder cluster 2. Omdat de TOS-problematiek onbekend was binnen het onderwijs kwamen kinderen met ernstige taalontwikkelingsproblemen voor het ontstaan van het cluster 2-onderwijs vaak op scholen voor moeilijk lerende kinderen (ZMLK) terecht, of op scholen voor moeilijk opvoedbare kinderen (ZMOK, tegenwoordig ‘cluster 4’), door het ongewenste gedrag dat deze kinderen vaak laten zien, uit onvermogen. Er was nog onvoldoende kennis over ernstige spraaktaal-problemen. De problematiek rond de taalontwikkeling en rond TOS kreeg meer aandacht toen er meer onderzoek werd verricht op het gebied van de taalontwikkeling en taalontwikkelingsstoornissen. In de loop der jaren waren er verschillende benamingen voor deze stoornis, zoals een taalachterstand of een ‘dysfatische ontwikkeling’. Uiteindelijk werd het ESM, of ernstige spraak- en taalmoeilijkheden. In de jaren negentig kregen kinderen met ernstige problemen in de spraak-taalontwikkeling een indicatie SH, ‘Slechthorend’, wanneer er sprake was van ESM. Met de SH-indicatie hadden deze kinderen een ‘rugzak’ oftewel een financiering voor cluster 2. Dit betekende dat zij ambulante hulp kregen van een cluster 2-instelling, of ze werden doorverwezen naar een school met onderwijs aan slechthorende en dove kinderen, kinderen met ESM en kinderen met autisme, waarbij de communicatieve problemen centraal stonden. Deze SH-indicatie betekende dat deze kinderen problemen ondervonden met de auditieve verwerking van taal, met de communicatieve redzaamheid en met spraak. Hun hulpvraag kwam op veel gebieden overeen met de hulpvragen van een slechthorend kind. In 2014 werd er gekozen voor de afkorting TOS, ‘taalontwikkelingsstoornis’. De letterlijke vertaling van de term waarmee de stoornis wereldwijd benoemd wordt, namelijk DLD of Developmental Language Disorder. Deze afkorting moet meer recht doen aan de problematiek van kinderen en (jong)volwassenen met een spraaktaalstoornis. Tegelijk maakt de term aan ouders duidelijk dat het niet aan hen ligt; TOS is een aandoening in het kind, het is een ontwikkelingsstoornis. Van TOS kun je niet genezen na behandeling, maar als we het serieus nemen, kunnen we er wel wat aan doen. Recent onderzoek besteedt ook aandacht aan de relatie tussen TOS en gedrag. Gedrag is wat volgt op zwakke executieve functies en onvoldoende innerlijke spraak. Ook is er veel onderzoek naar TOS en de gevolgen ervan voor de sociaal-emotionele ontwikkeling van een kind. Door alle onderzoeken in het veld groeit de kennis over taalontwikkeling en taalontwikkelingsstoornissen bij kinderen. Waar we evenwel voor moeten waken, is dat de term ‘stoornis’ niet tot uitsluiting of discriminatie leidt.
1. Wat is TOS? | 22
SANDERS-Taalontwikkelingsstoornissen-Basisonderwijs-Binnenwerk-HR.indd 22
20-10-2023 09:12