ECHO G eh u l d i n he r i n n e r i n g L o u i s e B o u rgeo i s S i m o n e R och a A n n e T e r e s a D e K ee r s m a eke r
Jean Paul Gaultiers teddybeer Nana, 1957
inhoud
7
V oorwoord kaat debo
9
hoofdstuk i
G ehuld in herinnering
L ouise B ourgeois S imone R ocha A nne T eresa D e K eersmaeker elisa de wyngaert
53
hoofdstuk ii
L ouise B ourgeois ’ bezielde omgang met kleding charlie porter
63
hoofdstuk iii
‘I k moet mezelf in mijn werk stoppen .’ simone rocha in gesprek met lou stoppard
85
hoofdstuk iv
K leding is cruciaal
E en gesprek met A nne T eresa D e K eersmaeker elisa de wyngaert
hoofdstuk iv — annex
111
D e K ostuumafdeling
123
D e spin / D e restaurator / D e conservator
S lijtage en herstel bij R osas hoofdstuk v
elisa de wyngaert
127
hoofdstuk vi
G eleefd , gescheurd , gedegradeerd H ersteld , verzorgd , geconserveerd D e M o M u C ollectie en S tudiecollectie
151
hoofdstuk vii
M ateriële tijd : S leet , geheugen en de kracht van imperfecties ellen sampson
155
hoofdstuk viii
K indertekeningen
Simone Rocha
Lente-Zomer 2022 6
V oo rwoo r d kaat debo
directeur momu — modemuseum antwerpen
ECHO. Gehuld in herinnering onderzoekt de band tussen kleding en herinnering, met het werk van Louise Bourgeois, Simone Rocha en Anne Teresa De Keersmaeker als leidraad. Kleding behoort tot de meest intieme zaken in ons leven. Het is wat we het dichtst op ons lichaam dragen. Weinig andere objecten laten we zo direct op onze huid toe. Ook onze herinneringen zijn intiem, persoonlijk en subjectief. Ze zijn gekleurd door positieve of negatieve emoties, soms ook door trauma, verlies of angst, en kunnen opgeroepen worden door geur, kleur of tactiliteit. Kledingstukken zijn daarom ideale dragers van en toegangspoorten tot onze herinneringen. Het dagelijks werken met een collectie van meer dan 38.000 objecten geeft de curatoren en onderzoekers van MoMu toegang tot de echo’s van talrijke persoonlijke geschiedenissen en gebeurtenissen. Geuren, vlekken en scheuren in kledij, of de manier waarop bepaalde kledingstukken in het verleden vermaakt of hersteld werden, zijn een onuitputtelijke bron van verhalen en tonen het verstrijken van de tijd. Contradictorisch genoeg verkiezen musea meestal om objecten van zogenaamde museumkwaliteit op te stellen. We verhullen daarbij vaak het meedogenloze proces van veroudering, het alledaagse gebruik van kleding, alsof het iets is wat angstvallig verborgen moet worden. ECHO toont een unieke selectie objecten uit de MoMu collectie, in verschillende stadia van degradatie, met hun imperfecties, verkleuringen en schadebeelden, maar met evenzoveel boeiende verhalen. De protagonisten in ECHO hebben sinds hun kinderjaren alle drie een diepe connectie met kleding, textiel of mode. Anne Teresa De Keersmaeker herinnert zich de rollen textiel in de woonkamer van haar ouderlijke huis en de jaarlijkse bezoekjes aan de kleermaakster met haar moeder en haar broers en zussen. Maar ook hoe kleding werd
doorgegeven en hergebruikt tussen de zussen van het gezin. Eén van Simone Rocha’s vroegste herinneringen speelt zich af in het stoffenarchief van haar vader, de ontwerper John Rocha. Het gevoel van huiselijkheid van handwerk zoals borduurwerk en breiwerk was heel aanwezig in haar Ierse jeugd, en kleurt nog steeds haar werk vandaag. Ook Louise Bourgeois groeide op in een textielfamilie. Haar ouders hadden een zaak in het restaureren en verkopen van tapijten. Ze herinnert zich hoe ze zich als kind verstopte in de opgerolde tapijten, een echo naar een verleden waarin reusachtige tapijten in oude kastelen en landhuizen als verschuifbare wanden functioneerden en wat door Bourgeois zo mooi omschreven wordt als flexibele architectuur. Dit concept vindt zijn vertaling in de prachtige scenografie die Janina Pedan ontwierp voor de tentoonstelling ECHO. De gordijnen en wanden in textiel in haar ontwerp, in combinatie met de belichting van Chris Pype en de grafische vormgeving van Paul Boudens, dompelen de bezoeker onder in een intiem en zintuiglijk parcours. Voor de realisatie van de tentoonstelling konden we rekenen op de loyale medewerking van de Easton Foundation, Xavier Hufkens en de archieven van Rosas en Simone Rocha. Mijn bijzondere dank aan hun respectievelijke teams. Dank aan Elisa De Wyngaert, curator van ECHO. Gehuld in herinnering, voor haar unieke onderzoek en gedreven werk voor deze expo en dit boek. Mijn oprechte dank ook aan de bruikleengevers, kunstenaars, ontwerpers, fotografen en auteurs die met hun werk een belangrijke bijdrage leverden aan dit ambitieuze project. Ik ben bijzonder erkentelijk voor de bijkomende steun van Naomi Milgrom van de Naomi Milgrom Foundation en Tanguy Van Quickenborne van de firma Van Den Weghe. Ik dank tenslotte graag het voltallige MoMu-team dat zoals steeds het beste van zichzelf gegeven heeft.
7
L o u i s e B o u rg e o i s Dawn (detail), 2006 8
hoofdstuk i
G eh u l d i n he r i n n e r i n g L o u i s e B o u rgeo i s S i m o n e R och a A n n e T e r e s a D e K ee r s m a eke r elisa de wyngaert
“[ . . . ] je kunt je leven navertellen en erop terugkijken aan de hand van de vorm, het gewicht, de kleur, de geur van de kleren in je kast. Mode is als het weer, of als de zee — ze verandert voortdurend.”1 louise bourgeois
Ik heb deze tentoonstelling en de bijbehorende publicatie weleens grappend het laatste hoofdstuk genoemd van een trilogie die in 2021 begon. De voorbije jaren zijn voor de meesten onder ons emotioneel woelig geweest, en dat komt tot uiting in het emotionele en psychologische hart van die reeks tentoonstellingen. Tijdens de covidpandemie cureerde ik E/MOTION. Mode in transitie, over hoe mode altijd in dialoog heeft gestaan met crisissen en transities, en daarop zelfs anticipeert. Mode kan als geen ander medium de rauwe emoties in een samenleving weerspiegelen en uitvergroten.2 In 2022 volgde MIRROR MIRROR. Mode & de psyche, waarin we de verbanden nagingen tussen mode, psychologie, zelfbeeld en identiteit.3 ECHO. Gehuld in herinnering sluit de trilogie af met een reflectie over de intieme connectie tussen kleding en herinnering. Voor mij is ECHO de gevoelige, associatieve, tactiele zus. Kunstenares Louise Bourgeois (1911–2010), modeontwerpster Simone Rocha (°1986) en choreografe en danseres Anne Teresa De Keersmaeker (°1960) leiden ons in dit verhaal. Drie vrouwen die, elk in hun eigen discipline, één bijzondere eigenschap met elkaar delen: de echo’s van hun verleden die ze in hun werk tot leven brengen. Op hun eigen manier verweven ze herinneringen aan kleding en textiel in hun artistieke taal. Hun creaties ontstaan uit een persoonlijke en emotionele impuls, maar overstijgen het persoonlijke en raken aan vele facetten van ons mens-zijn.
9
hoofdstuk i — gehuld in herinnering louise bourgeois
simone rocha
anne teresa de keersmaeker
Anne Teresa De Keersmaeker richtte haar dansgezelschap Rosas in 1983 op in Brussel, tijdens haar werk aan de productie Rosas danst Rosas. Dat De Keersmaeker muziek gebruikt als grondplan voor haar choreografie is welbekend, maar minder bekend is de essentiële rol van kleding, niet alleen tijdens de uitvoering maar ook voor de dansers en de choreografie. Enkele van haar choreografieën vonden zelfs hun oorsprong in een kledingstuk. Zo werd haar eerste solovoorstelling in 1982, Violin Phase, geïnspireerd door de bewegingen van een jurk die ze tijdens repetities in de studio droeg, en die wonderlijk volgde bij iedere draaiende beweging. Eerst kwam de dans, dan de choreografie. Ik ben ervan overtuigd dat ik (zoals ongetwijfeld vele anderen) een productie van Rosas zou kunnen herkennen uit een line-up van geklede dansers. Ze hebben een subtiele artistieke samenhang gemeen, ook al is het moeilijk er de vinger op te leggen. Zijn het de vloeiende, knielange rokken en jurken? Zijn het de niet-genderconforme silhouetten? De net-niet-zo-goed-passende jeans en gekleurde sneakers? Ligt het misschien in het kwetsbare maar verleidelijke spel van verbergen en onthullen? Het plots ontbloten van één schouder? De katoenen slipjes, de handeling van zich aan- en uitkleden? De Rosas-kostuums belichamen voor mij een gevoel van puurheid, realisme en ingetogen elegantie. Recente producties zijn ook een ode aan streetwear. Kleding, accessoires en schoenen worden in het archief van Rosas met uiterste zorg behandeld: stukken worden keer op keer hersteld en opnieuw gebruikt, tot ze echt niet meer op te lappen zijn. Dat archief bevat herinneringen aan De Keersmaekers persoonlijke kring van dansers en medewerkers. Door de jaren heen heeft ze kostuums gecreëerd in samenwerking met mensen die ze vertrouwt als Martine André, Aouatif Boulaich, Inge Büscher, An D’Huys, Nathalie Douxfils, Elizabeth Jenyon, Lila John, Anne-Catherine Kunz, Carine Lauwers, Ester Manas, Fauve Ryckebusch, Rudy Sabounghi, Dries Van Noten, Tim Van Steenbergen en Ann Weckx.4 Ondanks die bewuste keuze voor dialoog en samenwerking laat De Keersmaeker de controle over de artistieke vestimentaire beslissingen niet los. Ze erkent dat ze een heel eigen visie heeft op de kostuums en waardeert mensen die haar visie zonder veel woorden begrijpen, die haar gevoel delen voor de kwaliteit van de stoffen, de soepele manier waarop kleren vallen, het juiste evenwicht tussen ondoorschijnend en doorschijnend, tussen bedekken en onthullen. Daarom worden in haar voorstellingen ook vaak haar eigen kledingstukken gebruikt of nagemaakt. Haar diepe respect voor vakmanschap en vakmensen is voelbaar in haar veelvuldige gebruik van historische kleding en vintagestukken, die worden aangepast aan het lichaam van haar dansers of die de basis vormen voor replica’s.
“Kleding is ook een oefening in herinnering. Ze zet me ertoe aan het verleden te verkennen: hoe voelde ik me toen ik dat stuk droeg? Kleren zijn als wegwijzers in de zoektocht naar het verleden.”5 louise bourgeois
10
A n n e T e r e sa D e K e e r s m a e k e r /R o sa s
Fase, Four Movements to the Music of Steve Reich, 1982 Anne Teresa De Keersmaeker 11
L o u i s e B o u rg e o i s
Pink Days and Blue Days, 1997 12
hoofdstuk i — gehuld in herinnering louise bourgeois
simone rocha
anne teresa de keersmaeker
In de loop van tientallen jaren verzamelde Louise Bourgeois, uit angst om iets weg te gooien, niet enkel een indrukwekkende collectie van haar eigen kledingstukken, die terugging tot haar kindertijd, maar ook kleding van familieleden:
“Het schenkt me veel genoegen om mijn kleren, mijn jurken, mijn kousen bij te houden, in 20 jaar heb ik geen enkel paar schoenen weggegooid. [ . . . ] Ze zijn nog degelijk, zo luidt het excuus — maar het is mijn verleden, en hoe ellendig het ook was, ik wil het graag stevig in mijn armen kunnen houden.”6 louise bourgeois
Op een ochtend midden jaren 1990, toen ze al een eind in de tachtig was, vroeg Bourgeois aan Jerry Gorovoy, sinds jaren haar studioassistent, om de inhoud van haar kleerkasten op de bovenverdieping naar haar atelier in de kelder te brengen.7 Daar hing ze de kleren met kapstokken op aan de buizen aan het plafond, gesorteerd op kleur. Die oefening was het begin van een nieuwe, intieme dialoog met haar herinneringen. Uit de kledingstukken en stoffen groeide een uitgebreid corpus aan sculpturen, installaties, collages, boeken en prints. Kledingstukken waaraan een specifieke herinnering verbonden was, of die aan bepaalde mensen of plaatsen deden denken, werden intact gehouden en in sculpturale installaties gebruikt. Met meer hedendaagse kledingstukken, en met servetten, tafelkleden, zakdoeken, oude handdoeken en later ook fragmenten van tapijten, sprong Bourgeois minder delicaat om. Ze maakte er werken mee waarvoor de stoffen werden versneden, versteld, aangepast en opgevuld om allerlei expressieve figuratieve vormen te creëren, gedaantes in abjecte en gekwelde zijnstoestanden. Volgens Gorovoy ontstond Bourgeois’ diepe behoefte om dit nieuwe hoofdstuk in haar werk aan te vatten uit het feit dat ze ouder werd, en de vraag wat er zou gebeuren met alle objecten die ze haar leven lang had bewaard.8 Die werken in textiel werden een manier om haar herinneringen en ervaringen te verwerken, wat haar hielp om de bronnen van haar angsten en haar verlatingsvrees te doorgronden. Als de bladzijden van een dagboek stelden ze haar in staat om herinneringen aan dierbaren, plaatsen en gebeurtenissen levend te houden.
13
hoofdstuk i — gehuld in herinnering louise bourgeois
simone rocha
anne teresa de keersmaeker
Ik kan een kledingstuk van Simone Rocha al van veraf herkennen. Net als Bourgeois en De Keersmaeker beschikt Rocha over een krachtige maar delicate artistieke taal, met herkenbare terugkerende motieven: verwijzingen naar kinderkleding en historische kostuums, parels en kristallen, broderie anglaise, goudbrokaat, kanten linten, haarbanden, breiwerk uit de Araneilanden, stevige schoenen en ballerina’s. Haar werk spreekt tot de female gaze en doet dat met een speelse verleidelijkheid. Ze ontwerpt voor alle genders en leeftijden en omarmt daarbij alles wat traditioneel als ‘meisjesachtig’ zou worden bestempeld. Haar wereld is gevuld met franjes, tule, kant, pastelkleuren en ruches, maar al die zachtheid heeft ook een onverwacht duister randje; wie er oog voor heeft, ziet haar subversieve kant. Net in al die lagen en contrasten schuilt een verwantschap tussen Bourgeois, Rocha en De Keersmaeker. Rocha herinnert zich nog goed hoe ze op zestienjarige leeftijd voor het eerst kennismaakte met Bourgeois’ werk, in de tentoonstelling Stitches in Time in het Irish Museum of Modern Art (IMMA) in Dublin. Ook al was ze nog maar een tiener, ze werd op slag diep geraakt door Bourgeois’ werk. Haar motieven en haar gebruik van stoffen veranderden de blik van de jonge Rocha op kunst, mode én hoe ze zich haar eigen toekomst voorstelde. Toen ze begin de twintig was, verhuisde ze van Dublin naar Londen om haar master in modeontwerp te behalen aan Central Saint Martins, waar ze afstudeerde in 2010 — het jaar waarin Bourgeois overleed. Niet lang nadat ze haar eigen modehuis had opgericht, ging Rocha’s droom in vervulling: na jaren van bewondering op afstand ging ze een eerste samenwerking aan met Bourgeois’ stichting, The Easton Foundation, die haar nalatenschap beheert.9 In de jaren die volgden was werk van Bourgeois te zien in Rocha’s winkels, en al haar ontwerpen ademen de geest van de kunstenares. De meest uitgesproken verwijzingen zijn de fijne prints van spinnenwebben en het borduurwerk uit Bourgeois’ late werken in textiel in de collectie herfst-winter 2019-20, en een reeks Spiral Woman-oorringen in samenwerking met Hauser & Wirth. Maar Bourgeois is nooit niet-aanwezig in de collecties. Ze schuilt in subtiele details: een specifieke tint roze, de combinatie van natuurlijke en synthetische materialen, de tapijten uit haar kindertijd, de bloedrode garens. Wie Bourgeois’ werk kent, weet dat haar erfenis veilig thuiskomt bij Rocha. In hun echo’s van persoonlijke herinneringen blijven ze verfrissend. Ze vertrekken bijna vanuit een kinderlijk perspectief. Wat ze creëren, brengt ons terug naar onze vroege levenservaringen. Siri Hustvedt drukt het treffend uit: ‘Vrouwelijkheid en kind-zijn werden in de westerse cultuur altijd geassocieerd met een beperkt verstandelijk vermogen en afhankelijkheid. En toch leeft het kind verder in de volwassene, in iedere volwassene, in een herinnering die meer een gevoel is dan een autobiografisch beeld.’10
14
Simone Rocha
Herfst-Winter 2019–20 15
hoofdstuk i — gehuld in herinnering louise bourgeois
simone rocha
anne teresa de keersmaeker
L o u i s e B o u rg e o i s Untitled, 2003 16
Simone Rocha
Herfst-Winter 2019–20 17
hoofdstuk i — gehuld in herinnering louise bourgeois
simone rocha
anne teresa de keersmaeker
Anne Teresa De Keersmaeker werd in 1960 geboren in Wemmel, niet ver van Brussel, in een gezin met vijf kinderen. Haar ouders hadden een boerderij, waar ze in de jaren 1960 en 1970 opgroeide te midden van koeien, paarden, varkens, schapen, kippen, tarwe, bieten, aardappelen, melk en boter: ‘Als jong meisje was ik er in alle seizoenen. In de winter om bieten te helpen kappen en eten te geven aan de koeien in de stal. In de zomer om de oogst mee binnen te halen, met de tractor te ploegen, en op het veld illegaal met de camionette te leren rijden toen ik twaalf was.’11 Op haar tiende volgde ze haar eerste dansles aan de balletschool in het dorp, en dankzij haar inspirerende lerares werd ze meteen verliefd. Vandaag beweegt De Keersmaeker nog altijd met de ontwapenende energie, toewijding en aandacht van dat kleine meisje. Dankzij haar jeugd op de boerderij is haar werk op een authentieke manier in harmonie met de natuur. Haar danstaal is minimalistisch en pretentieloos, intrigerend alledaags. Al sinds haar eerste choreografieën, zoals Fase (1982), herken je iets kinderlijks in de korte en scherpe bewegingen, het draaien en springen, het zwaaien met de armen, het draaien van rokjes — bewegingen die een kind maakt als je het vraagt om te dansen:
“Het is een taal waarvan de toeschouwers kunnen geloven dat ze ze ook zouden kunnen — bewegingen die mensen zichzelf zien doen, als niet-dansers. Vaak zie je na een opvoering mensen stiekem de bewegingen uit Fase uitproberen aan de bushalte. Dat potentieel voor imitatie is belangrijk, het is een belangrijke manier waarop dansers een band kunnen opbouwen met hun publiek.”12 anne teresa de keersmaeker
Ook de kleren wekken nostalgie naar de kindertijd op, legt naaste medewerker An D’Huys uit: ‘Zo heb je de schooluniformen (Rosas danst Rosas, 1983), de plooirokken (Bartók/aantekeningen, 1986), de veterlaarzen met schone schoolmeisjessokken, maar ook de kleren uit De Keersmaekers eigen kindertijd en die van de volwassenen in haar omgeving, zoals de jurken uit de jaren 1950 en 1960 en de mannenpakken in stijve wol met rechte broekspijpen’.13 Soms zou je zweren een beetje romantiek te bespeuren in een onverwachte prinsessenjurk. Niemand zou De Keersmaekers werk ooit als sentimenteel beschrijven, maar net als bij Bourgeois en Rocha zit er iets teders in de manier waarop ze de herinneringen koestert die aan kledingstukken verbonden zijn. Ze streeft ook niet naar ‘nieuwheid’, maar vindt, in harmonie met de natuur, dat objecten en kledingstukken een lang leven beschoren moeten zijn. Dat wordt prachtig geïllustreerd, zegt D’Huys, door ‘de ribgebreide onderhemdjes uit haar jeugd, waarvan sommige vol gaten zitten maar steeds weer hersteld worden en nog altijd worden gebruikt in haar producties, zoals recent in Forêt in het Louvre’.14
18
Thierry De Mey & Anne Teresa De Keersmaeker Rosas danst Rosas, 1997, 35 mm, 57 min, kleur Samantha Van Wissen, Anne Mousselet, Cynthia Loemij, Sarah Ludi 19
Simone Rocha
Herfst-Winter 2018-19 Braiding hair series door Petra Collins 20
hoofdstuk i — gehuld in herinnering louise bourgeois
simone rocha
anne teresa de keersmaeker
L o u i s e B o u rg e o i s
Follow the Child within You, 1999 21
hoofdstuk i — gehuld in herinnering louise bourgeois
simone rocha
anne teresa de keersmaeker
“Mijn kindertijd is nooit zijn magie kwijtgeraakt, zijn mysterie, zijn dramatiek. Al mijn werken uit de voorbije 50 jaar zijn geïnspireerd door mijn kindertijd.”15 louise bourgeois
Bourgeois gebruikte haar kunst om de pijnlijke herinneringen aan haar kindertijd te verwerken, het gevolg van de complexe relaties en de dynamiek in het gezin. Ze werd in 1911 geboren in een familie van tapijtherstellers. Haar moeder, Joséphine Bourgeois, leidde het atelier in de Parijse rand, aan de oevers van de Bièvre, terwijl haar vader, Louis Bourgeois, de herstelde tapijten verkocht in een galerie in Saint-Germain-des-Prés. Als jong meisje hielp ze haar moeder door de ontbrekende voeten van figuren op beschadigde tapijten opnieuw te tekenen. De werken in textiel die ze aan het einde van haar carrière maakte, de technieken en stoffen, vormen haar meest directe terugkeer naar die kindertijd. Ook Rocha groeide op tussen de stoffen: haar vader is de in Hongkong geboren ontwerper John Rocha. Een van haar levendigste herinneringen is hoe ze in haar vaders atelier in Dublin door zijn opslagruimte voor stoffen liep: ‘Een grote, langwerpige kamer met deuren aan beide kanten — bijna een gang — met rijen en rijen materiaal ... Ik herinner het me allemaal als extreem fysiek en tactiel.’16 Rocha groeide op in Ierland, het land van haar moeder, Odette Rocha, waar ze in 1986 werd geboren. Elk jaar reist ze naar Hongkong om daar bij haar familie te zijn. Herinneringen aan rituelen en ceremonies uit haar kindertijd in beide landen vormen de kern van haar werk: ‘Ierland is mijn thuis, en daar ligt mijn hart. Hongkong staat voor mijn familie, ver weg maar altijd aan mijn zijde.’17 Als uitwijkelingen hadden Bourgeois en Rocha beiden heimwee naar hun thuisland. Tijdens de lockdown zat Rocha afgezonderd in Londen en hunkerde ze naar Ierland:
“Ik dacht er vaak aan terug, de mensen, de geuren — natte aarde, hopplanten — het gevoel voor humor, maar ook de verhalen rond het ambacht, de technieken en de geschiedenis. Mijn grootoom Barney is een paar dagen geleden gestorven, en de Ierse begrafenistraditie is zo wonderlijk. Het is een moment van samenzijn, van familie. Het is altijd verheffend en ceremonieel.”18 simone rocha
22