A N N E L I E S J AC O B S
WILDE PLANTEN De
van België
INHOUD VOORWOORD INLEIDING KAART VAN BELGIË WINTER
7 9 12
ALTIJD GROEN… (ST)OER! DAPPERE EERSTE BLOEIERS
15 17 39
LENTE
67
FEEST IN HET BOS BLOEMRIJKE GRASLANDEN EN BERMEN KALKGRASLANDEN: EEN ZONNIG STUKJE ZUIDEN AKKERFLORA: HET KLEURRIJKSTE CULTUURLANDSCHAP
69 103 135 165
ZOMER
197
LIVING ON THE EDGE: PLANTEN VAN RANDJES EN KANTJES DE HEIDE: ZOVEEL MEER DAN PURPER VENEN: SPONZEN VAN DE NATUUR HET ONDERWATERWOUD WAAR ZEE EN LAND ELKAAR ONTMOETEN
199 225 261 289 319
HERFST
347
PLANTEN IN DE STAD WILDE VRUCHTEN: SMULLEN VAN FRUIT, BESSEN EN NOTEN
349 379
MEER WETEN
DANKWOORD GERAADPLEEGDE LITERATUUR INDEX OP NEDERLANDSE NAAM INDEX OP LATIJNSE NAAM
INHOUD
406 407 408 412 414
5
VOORWOORD WONDERLIJKE WILDE PLANTEN
Wist je dat er in België zo’n 1300 wilde plantensoorten voorkomen? Een schitterende rijkdom aan vormen en kleuren. Er is zelfs een plantensoort die op de hele wereld alléén in België bestaat: de iconische Ardense dravik (Bromus bromoideus)! Ik had het geluk om tijdens mijn studententijd biologie aan de Universiteit Antwerpen samen met gelijkgezinden elk weekend het veld in te trekken, op zoek naar wilde planten en alles wat errond leeft. En wat blijkt? De Belgische flora brengt je op de meest onverwachte plaatsen: van bodems met ‘heavy metal’ tot onder prikkeldraden, rotskliffen, oude muurtjes, turfputten, motorcrossterreinen, akkerranden, kerkhoven… Planten zijn overal en vormen de basis voor een ecosysteem met allerlei levensvormen. Ik leerde dat de natuur begrijpen start bij de planten die er voorkomen. Zoals een thermometer de temperatuur meet, geven planten een indicatie van de omgeving: de bodemsamenstelling, de vochthuishouding, het gevoerde beheer, de historiek van een locatie… Daarom vind ik ze zo fascinerend. Ook vandaag is mijn favoriete bezigheid nog steeds wilde planten in kaart brengen. Samen met een vriendengroep bestuderen we al enkele jaren planten in België, en proberen we verloren gewaande soorten te zoeken en onder de aandacht te brengen. Daar gaat een hele speurtocht aan vooraf: oude excursieverslagen doorpluizen, herbariumexemplaren uit de Plantentuin Meise… Soms met succes, zo vonden we onder meer het verdwenen gewaande Knarkruid (Polycnemum majus) terug, dat na 152 jaar nog steeds op dezelfde plaats blijkt te groeien. Ik heb van mijn hobby mijn beroep kunnen maken bij Natuurpunt. Daar leer ik dankzij lieve collega’s en vrijwilligers nog elke dag bij over wilde planten en hoe ze te beschermen. Tegenwoordig gaat het immers niet goed met onze biodiversiteit en plantenrijkdom. Ongeveer een derde van de wilde planten in België is bedreigd. En dat is ontzettend jammer!
VOORWOORD
#PLANTYEAR: EEN JAAR VOL WILDE PLANTEN
Tijdens de coronapandemie was reizen naar het buitenland onmogelijk. Een van mijn beste vrienden gaf de suggestie om op ontdekkingstocht te gaan in eigen land: een jaar lang zoveel mogelijk wilde planten in België zoeken. Net zoals vogelkijkers een ‘Big Year’ houden, of een orchideeënliefhebber alle orchideeën van het land probeert te vinden. Ik twijfelde, maar toen mijn omgeving me al feliciteerde en geluk wenste bij de queeste, was er geen weg meer terug. Een jaar lang reisde ik door België op zoek naar wilde flora. Ik zag prachtige gebieden en ging mee met plantenwerkgroepen, boswachters, natuurbeheerders, florakarteerders, gemotiveerde waarnemers… en hoorde hun soms ontroerende verhalen. Het zien van veel verschillende plantensoorten was indrukwekkend: er bestaat een ongelooflijke variatie aan levensstrategieën. Ik zag dat jaar maar liefst 1287 wilde plantensoorten: van bloeiende Gaspeldoorn (Ulex europaeus) in januari tot Zeealsem (Artemisia maritima) in december, maar dat aantal is eigenlijk absoluut bijzaak. Het bijleren over al die planten, hun onderlinge samenhang en hun ecologie, was het belangrijkste.
VAN KENNIS NAAR LIEFDE EN BESCHERMING
Ik schrok dat veel plantensoorten vandaag de dag alleen nog voorkomen in kleine, geïsoleerde populaties. Verschillende daarvan zelfs nog maar op één plaats in België! Een aantal staan op de rand van verdwijnen, en vragen specifieke maatregelen voor herstel. Ik denk dat een voorwaarde voor natuurbescherming schuilt in ‘onbekend is onbemind’. Pas wanneer we iets kennen, er een naam aan kunnen geven en begrijpen wat de betekenis ervan is in onze omgeving, geven we er een waarde aan en kunnen we het beschermen. Dat geldt voor iedereen: van beginnende plantenliefhebber tot doorgewinterde natuurbeheerder. Onze kennis over wilde planten laten doorwerken naar een betere bescherming, daarop hoop ik dat we allemaal samen kunnen inzetten.
7
Elke plant heeft een verhaal, dat je niet meteen vindt in de klassieke determinatiewerken. Dit boek wil je daarom mee op reis nemen in een jaar lang planten kijken in België. Waarom zijn wilde planten in België zo ontzettend boeiend? Deze uitgave is géén determinatiesleutel of compleet naslagwerk, maar een ontdekkingsboek dat je doet kennismaken met de schitterende wilde flora in België. Je zult proeven van de onvoorstelbare vormenrijkdom en levensstrategieën. Welke verscheidenheid aan biotopen is er, welke planten kun je zien in een bepaald seizoen? Wat is hun
8
VOORWOORD
historiek, samenhang met insecten, relatie met de mens, of waarom komen ze nét op die bepaalde plek voor? En welke impact van klimaatverandering zien we nu al op bepaalde soorten? Hopelijk inspireert dit boek jou om zelf ook op zoek te gaan naar wilde planten, en ze beter te beschermen voor de toekomst. Veel leesplezier! Annelies
INLEIDING ONZE WILDE FLORA: INTIEM SAMENSPEL MET DE MENS
Wilde planten komen overal in België voor, van op de meest afgelegen plaats in de Hoge Venen tot tussen de stoepstenen in de stad. Tal van soorten profiteren van natuurlijke processen en dynamieken zoals getijdenwerking, oude riviermeanders die verlanden, een bosbrand die open plekken creëert, ‘wandelende’ duinen die verplaatsen met de wind, een wroetend wild zwijn, grazende reeën… Doorheen een geschiedenis van duizenden jaren sinds de laatste ijstijd vonden wilde planten meer gelijkaardige omstandigheden om zich te vestigen dankzij het traditionele menselijke landgebruik. Denk aan open heides met schapenbegrazing, wat zorgde voor mest voor de potstal. Of kleurrijke akkers met korenbloemen en zingende leeuweriken, waar voedselgewassen werden geteeld.
INLEIDING
Lichtrijke hakhoutbossen met vlinders en orchideeën. Veengebieden waar turf werd gewonnen als brandstof en waar tijdelijke putten en plassen ontstonden. Bloemrijke graslanden die werden gemaaid of beweid. Enzovoort. Zo ontwikkelden zich op de kleine oppervlakte van ons land zeer diverse cultuurlandschappen met een schitterende rijkdom aan wilde planten en vegetatiegemeenschappen. De biodiversiteit in deze ‘halfnatuurlijke landschappen’ functioneert op een natuurlijke manier, maar is tot stand gekomen dankzij een eeuwenlang intiem samenspel met de mens. Het idyllische beeld dat soms leeft van ongerepte natuur in onze streken zonder enige menselijke tussenkomst, moeten we daarom bijstellen. De Belgische flora zou er heel anders en een stuk ‘armer’ uitzien als die menselijke activiteit er niet was geweest. We staan niet apart van onze natuur, maar
9
maken er een essentieel deel van uit. Helaas is het met een groot deel van onze flora momenteel niet goed gesteld. Men schat dat minstens een derde van de inheemse planten in België achteruitgaat of wordt bedreigd. In dit boek wordt dieper ingegaan op de oorzaken die hieraan ten grondslag liggen. Om onze schitterende plantenrijkdom te behouden en te herstellen zijn gerichte maatregelen nodig. Dit boek hoopt een kiem te leggen om onze verbinding met de schitterende wilde flora in België weer aan te wakkeren, en aan te zetten om onze kennis te vertalen naar een betere bescherming.
WAARNEMEN VAN WILDE PLANTEN
Planten zijn ‘wild’ wanneer ze niet bewust door de mens worden ingezaaid of aangeplant. De planten die van nature in ons land voorkomen, noemen we ‘inheems’. Soorten die in onze streken door menselijke activiteit werden geïntroduceerd buiten hun natuurlijke verspreidingsgebied, worden als ‘uitheems’ beschouwd. Een aantal soorten werden al vóór 1500 (de Precolumbiaanse periode) door de mens naar hier gebracht en maken al eeuwenlang deel uit
10
INLEIDING
van onze vegetaties. Dit zijn zogenaamde ‘archeofyten’, die meestal mee worden opgenomen bij de inheemse soorten. In dit boek ligt de focus op het delen van kennis rond inheemse wilde planten, die doorheen de tijd complexe ecologische relaties hebben opgebouwd met andere organismen, en waarvan de bescherming van groot belang is. Wie interesse heeft in wilde flora, heeft wellicht een fraaie verzameling determinatiewerken en geïllustreerde veldgidsen op de boekenplank. Een plant tot op soortnaam brengen is dan ook niet altijd eenvoudig: in België komen ongeveer 1300 inheemse plantensoorten voor en meer dan 2000 uitheemse soorten. De natuurdatabank Waarnemingen.be (te raadplegen op de website waarnemingen.be of de Franstalige versie observations.be) maakt het mogelijk om voor alle wilde planten gedetailleerde verspreidingsgegevens, kaartjes en foto’s op te vragen. Er is een schat aan informatie ter beschikking en ook jij kunt daaraan bijdragen door je waarnemingen door te geven via de website of de mobiele applicaties ObsMapp en iObs. Tegenwoordig helpen ook apps met automatische beeldherkenning, zoals ObsIdentify, je om soorten te herkennen
naam gaat vergezeld met een afkorting die verwijst naar de wetenschapper of plantkundige die de plant heeft beschreven. Zo staat ‘L.’ bijvoorbeeld voor Carl Linnaeus (1707-1778), bekend als de vader van de moderne taxonomie die de basis legde voor de moderne naamgeving van planten. De familie waartoe de soort behoort, wordt meegegeven, alsook een aantal planteigenschappen: hoogte, bloemgrootte (diameter, tenzij anders aangegeven), bloemkleur, bloeiperiode, levenscyclus (eenjarig, tweejarig, overblijvend) en de status in België (algemeen tot zeer zeldzaam). Een aantal belangrijke abiotische parameters die de ecologische voorkeur van de soort duiden, worden voorgesteld met onderstaande symbolen: Licht van minst naar meest lichtrijke condities Vochtigheid van droge naar natte omstandigheden Zuurtegraad of pH van zuur naar basisch via een foto op je smartphone. Probeer om je waarnemingen zo goed mogelijk te documenteren met duidelijke foto’s, en voeg de nodige kenmerken of een beschrijving toe wanneer je een zeldzamere soort waarneemt. Zo maak je het mogelijk voor het team van plantenadmins om achter de schermen je gegevens te valideren. Sommige planten kun je alleen met een gespecialiseerde determinatiesleutel op naam brengen. Oefening baart zeker kunst.
LEESWIJZER
Dit boek neemt je mee in een verhaal over wilde planten in België doorheen het jaar. Je doorloopt de verschillende seizoenen van winter tot herfst. Per seizoen ontdek je een aantal thema’s die typisch zijn voor dat jaargetijde, van altijdgroene planten in de winter en voorjaarsbloeiers in het bos tot wilde bessen en vruchten in het najaar. Doorheen het boek worden 300 plantensoorten besproken die een bijzonder verhaal met zich meedragen en vaak typerend zijn voor de omgeving waarin ze voorkomen. De Nederlandse naam en de wetenschappelijke naam worden voorgesteld. De wetenschappelijke
INLEIDING
Productiviteit of voedselrijkdom van minst naar meest productief Voor elke soort ontdek je een verhaal: wat is er bijzonder aan deze plant? Welke belangrijke ecologische relaties heeft hij met andere organismen? Bestaan er menselijke gebruiken en rituelen die soms meer inzicht bieden in het voorkomen van de soort? De groeiplaatsen en de huidige verspreiding in België worden besproken. Via een QR-code die je scant, kun je een up-to-date verspreidingskaart op www.waarnemingen.be bekijken. Er wordt telkens een locatietip meegegeven, waar je de soort in zijn kenmerkende biotoop kunt waarnemen op een toegankelijke locatie. Het is de bedoeling om deze tip te gebruiken om een soort en de bijbehorende vegetaties en gebieden beter te leren kennen, nooit om hiervan misbruik te maken. Tal van wilde plantensoorten zijn immers kwetsbaar. Je leert de taalkundige betekenis achter de benamingen van de plantensoort. De belangrijkste uiterlijke kenmerken worden opgesomd, al is dit boek niet bedoeld als determinatiewerk. Ook worden gelijkende soorten vermeld waarvoor je kunt uitkijken.
11
KAART VAN BELGIË
11
13
12 10
11
8
12
11
4
4 10 10 13
3
8
3
WINTER 1 2
ALTIJD GROEN… (ST)OER! DAPPERE EERSTE BLOEIERS
LENTE 3 4 5 6
FEEST IN HET BOS BLOEMRIJKE GRASLANDEN EN BERMEN KALKGRASLANDEN: EEN ZONNIG STUKJE ZUIDEN AKKERFLORA: HET KLEURRIJKSTE CULTUURLANDSCHAP
ZOMER LIVING ON THE EDGE: PLANTEN VAN RANDJES EN KANTJES DE HEIDE: ZOVEEL MEER DAN PURPER 9 VENEN: SPONZEN VAN DE NATUUR 10 HET ONDERWATERWOUD 11 WAAR ZEE EN LAND ELKAAR ONTMOETEN 7
8
HERFST 12 13
12
PLANTEN IN DE STAD WILDE VRUCHTEN: SMULLEN VAN FRUIT, BESSEN EN NOTEN
K A A RT VA N B E LG I Ë
8 12
3
11
10
9 4
12 2
3
8
10 4
4
13
5 7
13
3
7
7 2
9 1
1
13
5
4 6
7 5
6
8
9
1
5
9 4 13 3
K A A RT VA N B E LG I Ë
6
13
3 2 1 1
WAAR VIND JE ZE? 1
Stenige, rotsachtige milieus vooral langs rivieren in de Maasvallei, zoals langs de Maas, Semois, Lesse Ourthe en Amblève. Deze rotsen kunnen zowel kalkrijk als zuur zijn. 2
Bodems met hoge zinkconcentratie vind je in voormalige zinkmijnen zoals Kelmis, Plombières en Le Rocheux (prov. Luik). 3
Overhoekjes op sommige plaatsen in de Leemstreek in Haspengouw en in de omgeving van de Sint-Pietersberg.
LIVING ON THE EDGE Planten van randjes en kantjes Vergeten overhoekjes, ruigten en stenige plaatsen in het landschap bevatten een rijkdom aan plantensoorten die niet op andere plaatsen voorkomen. Vaak gaat het over beperkte oppervlakten of lijnvormige elementen, die op het eerste gezicht weinig opvallen. Ze hebben echter een zeer grote behoudswaarde. In dit hoofdstuk staan we stil bij wilde planten die typisch voorkomen in verschillende types van deze ‘randjes en kantjes’.
EXTREME LEVENSVORMEN
Bepaalde biotopen hebben een extreme abiotiek die maakt dat slechts specifieke vegetaties zich er kunnen ontwikkelen. Stenige milieus zoals rotsrichels, kliffen, steenpuinhellingen en door de mens beïnvloede plaatsen zoals steengroeves en muurtjes, zijn hier een voorbeeld van. De groei van bomen en struiken is er beperkt. Je vindt er soorten zoals Wit vetkruid (Sedum album) of Smalle raai (Galeopsis angustifolia) die zijn aangepast aan zeer droge, warme omstandigheden en ondiepe bodems. In België komen rotsige vegetaties vooral voor op kleine, gefragmenteerde plaatsen en vormen geen aaneengesloten leefgebied. Er wordt geschat dat de oppervlakte aan typische rotsvegetaties in Wallonië nog iets minder dan 220 hectare bedraagt. Ook bodems die van nature een hoge concentratie aan zware metalen zoals zink bevatten, vormen een extreem milieu met een beperkte plantengroei. Onder meer het Zinkviooltje (Viola lutea) heeft zich hier specifiek aan aangepast.
LEVEN IN DE RUIGTE
In ruige vegetaties maken grassen plaats voor forse, meerjarige kruidachtige planten. Ze zijn vaak zeer bloemrijk en belangrijk voor insecten, en ook als schuilplaats en voedselbron voor vogels en kleine zoogdieren. Zo worden Koninginnekruid (Eupatorium cannabinum) en Moerasspirea (Filipendula ulmaria) druk bezocht
LIVING ON THE EDGE
door tal van dagvlinders, zweefvliegen, wilde bijen, hommels, kevers… Deze bloemrijke ruigten worden in stand gehouden door een extensief beheer van maaien of begrazen. Bepaalde ruigtekruiden van verstoorde milieus zijn zeldzaam geworden, zoals Dauwnetel (Galeopsis speciosa). Soorten zoals Grote brandnetel (Urtica dioica) of Kleefkruid (Galiam aparine) zijn stikstofindicatoren die wijzen op meer voedselrijke omstandigheden.
OVERHOEKJES EN VERGETEN KANTJES
Verschillende plantensoorten zijn gebonden aan ‘vuile’, voedselrijke, rommelige, verstoorde stukjes in het landschap. Soorten zoals Brave hendrik (Blitum bonus-henricus), Malrove (Marrubium vulgare) en Stinkende ganzenvoet (Chenopodium vulvaria) zijn tegenwoordig zeldzaamheden geworden onder een toegenomen hygiëne, opschoningen en netheid in het straatbeeld en boerenland. Ook op andere plaatsen komen ‘vergeten’ hoekjes voor met een bijzondere diversiteit, zoals de bodems onder oude prikkeldraden. Hier zijn vaak nog vrij voedselarme omstandigheden met korte vegetaties, waarin bijvoorbeeld Spits havikskruid (Pilosella lactucella) groeit. Ook al gaat het vaak om kleinschalige habitats en plaatsen die wat als ‘banaal’ worden ervaren, toch is de behoudswaarde van waar ze nog resten, zeer groot.
199
WOLFSKERS Atropa bella-donna L.
Familie Solanaceae (Nachtschadefamilie) Naam in FR/EN/DU Belladone Deadly nightshade Schwarze Tollkirsche Hoogte 50-150 cm Bloemgrootte 2-3 cm Bloemkleur paarsbruin Bloeitijd juni-augustus Levenscyclus overblijvend Status zeldzaam -
+
-
+
-
+
-
+
De glanzend zwarte bessen van Wolfskers lijken op smakelijke kersen, maar ze zijn zeer giftig tot dodelijk. Ze bevatten het alkaloïd ‘atropine’ dat zorgt voor huiduitslag, een troebel zicht, hoofdpijn, kortademigheid, stuiptrekkingen en kan leiden tot een hartstilstand. In de middeleeuwen werd een heksenzalf gemaakt van Wolfskers: de giftige stoffen werden opgenomen door de huid en veroorzaakten hallucinaties zoals heksenvluchten en erotische dromen. Hoewel de plant zeer giftig is voor de mens, vormt hij een voedselbron voor tal van andere soorten en werd hij in de volksgeneeskunde gebruikt voor zijn geneeskrachtige eigenschappen. Wolfskers werkt onder meer in op het zenuwstelsel en wordt nog steeds toegepast in de oogheelkunde. De plant werd als artsenijgewas geteeld aan kloosters, abdijen en in kruidtuinen van historische steden. Van hieruit verwilderde hij in de stad en wordt hij nog steeds in stedelijke omgevingen aangetroffen. Wolfskers is een lichtkiemer die in België in het wild voorkomt op kalkrijke, verstoorde plaatsen in bossen en bosranden. De bloemen worden bestoven door wilde bijen en hommels. Vogels zoals Merels (Turdus merula) en Zwartkoppen (Sylvia atricapilla) eten de bessen zonder problemen en zorgen voor de verspreiding van de zaden. Ook leven verschillende ongewervelden van de plant, zoals de Wolfskersaardvlo (Epitrix atropae), een keversoort die eet van de plantendelen. Daarnaast is het een waardplant voor de rupsen van nachtvlinders zoals de Roestuil (Mniotype satura), Vlekdaguil (Heliothis peltigera)… Zo is Wolfskers een voor de mens giftige, maar bijzondere schoonheid die zijn plaats heeft in onze natuur.
enkele groeiplaatsen in het Zoniënwoud. In Wallonië wijder verspreid op wilde groeiplaatsen, vooral in kalkrijke regio’s in het Maasdistrict en Belgisch-Lotharingen.
GROEIPLAATSEN Vrij open, voedselrijke plaatsen op kalkrijke, enigszins verstoorde bodems: bossen, bosranden, langs bospaden, kapvlakten, onder omgevallen bomen, ruderale plaatsen, braakliggende gronden, tegenwoordig ook verwilderd in stedelijke omgeving tussen stoepstenen, op muren…
UITERLIJK
LOCATIETIP Een wilde populatie met verschil-
lende planten bevindt zich in natuurgebied Gros Tienne in Lavaux-Saint-Anne (Rochefort, prov. Namen) of ook langs het wandelpad ‘sentier botanique’ van Mont des Pins in Bomal-surOurthe (prov. Luxemburg). In stedelijke context kun je Wolfskers bijvoorbeeld zien in Brussel in de Hoogstraat tussen het Justitiepaleis en de Hallepoort (Brussel), in Antwerpen op verschillende plaatsen verwilderd in de Zoo van Antwerpen (prov. Antwerpen), in de Plantentuin Meise (prov. Vlaams-Brabant) of in Kortrijk in het Begijnhofpark en de omgeving van de SintMichielskerk (prov. West-Vlaanderen). NAAM Atropa komt van het Oudgriekse ‘atro-
pos’, ‘onveranderlijk’. De Griekse mythologische figuur Atropos wordt ook ‘de onveranderlijke’ genoemd. Ze is de oudste van de schikgodinnen die het levenslot van de mensen bepalen en knipt de levensdraad van de stervelingen door. De verwijzing duidt op de giftige eigenschappen van de plant. De soortnaam bella-donna betekent in het Italiaans ‘mooie vrouw’. Het sap van de plant was bij dames een populair schoonheidsmiddel: het werd in de ogen gedruppeld om ze te doen glanzen en de pupillen te verwijden. De Nederlandse naam bevat ‘wolf’, wat verwijst naar de giftige eigenschappen. Wolfskers wordt ook wel ‘doodkruid’ genoemd.
+ Struikachtige plant + Stengel rechtopstaand, vertakt + Bladeren langwerpig-eirond, puntig, gaafrandig + Bloem klokvormig, paarsbruin, in de bladoksels + Glanzende zwarte bessen GELIJKENDE SOORTEN Weinig te verwarren
VOORKOMEN IN BELGIË In Vlaanderen en
Brussel op verschillende plaatsen in steden, daar vermoedelijk te beschouwen als adventief. Ook
200
LIVING ON THE EDGE
met andere soorten.
BRILKRUID Biscutella laevigata L.
Vanaf mei verschijnen de opvallende lichtgele bloemen van Brilkruid op zonnige, kalkrijke rotsen. De plant maakt tegen de zomer typische vruchtdozen die zijn ingesneden met 2 lobben: ze lijken sprekend op een paar brillenglazen. Van Brilkruid is bekend dat hij specifieke geurstoffen afscheidt wanneer hij wordt belaagd door plantenetende insecten. Ze trekken Krabspinnen (Thomsidae) aan, die met hun meesterlijke camouflage insecten vanuit een hinderlaag in de val lokken. Hoewel Krabspinnen zich vaak verschuilen in de bloemen van de plant, en ook bestuivers zoals wilde bijen kunnen wegvangen of verjagen, blijkt het voordeel van hun aanwezigheid voor Brilkruid toch van groot belang.
Familie Brassicaceae (Kruisbloemenfamilie) Naam in FR/EN/DU Biscutelle commune Buckler-mustard Glatt-Brillenschötchen Hoogte 20-40 cm Bloemgrootte 6-10 mm Bloemkleur geel Bloeitijd mei-augustus Levenscyclus overblijvend Status zeer zeldzaam
GROEIPLAATSEN Zonnige, open plaatsen op
-
+
kalkrotsen.
-
+
VOORKOMEN IN BELGIË Alleen in Wallonië in
NAAM Biscutella is afgeleid van het Latijn met
voorvoegsel ‘bi’, ‘twee’ en ‘scutella’, ‘schildje’, naar de bijzondere vorm van de vruchtdoos. De soortnaam laevigata betekent ‘glad’. De Nederlandse naam ‘Brilkruid’ verwijst eveneens naar de vruchtdoos met 2 lobben, die doet denken aan een bril. UITERLIJK
+ Onderste bladeren in een rozet, getandingesneden tot gaaf + Stengelbladeren kleiner, zittend + Stengel rechtopstaand, vertakt + Bloemen in losse, vertakte trossen + Bloem met 4 gele kroonbladen + Vruchtdoos een hauwtje dat is ingesneden met 2 afgeplatte lobben GELIJKENDE SOORTEN Weinig te verwarren
met andere soorten.
het Maasdistrict. -
+
-
+
LOCATIETIP Op de rotsen van het Parc de
Furfooz en ook aan de Rochers de Moniat in Dinant (prov. Namen).
LIVING ON THE EDGE
201
BRAVE HENDRIK Blitum bonus-henricus (L.) Rchb.
Familie Amaranthaceae (Amarantenfamilie) Naam in FR/EN/DU Chénopode bon-Henri Good-King-Henry Guter Heinrich Hoogte 20-60 cm Bloemgrootte 2-3 mm Bloemkleur groen Bloeitijd juni-september Levenscyclus overblijvend Status zeer zeldzaam -
+
-
+
-
+
-
+
Brave hendrik is een typische soort van ‘vuile’ hoekjes: mesthopen, stikstofrijke plaatsen in bermen en graasweiden, boerenerven… De laatste decennia is deze bijzondere plant helaas sterk achteruit gegaan. Rommelige hoekjes in het straatbeeld maakten plaats voor doorgedreven hygiëne en netheid. Wilde groeiplaatsen zijn in België zeer zeldzaam geworden en komen nog vooral in Wallonië voor. Ze verdienen aandacht en bescherming. Brave hendrik staat bekend als bladgroente. De bladeren bevatten veel ijzer en vitamine C en worden bereid zoals spinazie. Daarom kreeg de plant ook de volksnaam ‘veldspinazie’. De bloemscheuten worden gegeten als kleine asperges, vandaar ook de Engelse bijnaam ‘poor-man’s asparagus’. In de volksgeneeskunde wordt Brave hendrik onder meer toegepast als middel tegen bloedarmoede, als laxeermiddel en bij het helen van wonden. Tegenwoordig wordt hij veel aangeplant in tuinen, van waaruit hij soms verwildert. GROEIPLAATSEN Warme, stikstofrijke plaat-
sen langs boerenerven, mesthopen, beerputten, afvalplaatsen, bij huizen, muren, braakliggende gronden… VOORKOMEN IN BELGIË In Vlaanderen mogelijk nog één wilde groeiplaats in de provincie Limburg. In Wallonië nog enkele verspreide vindplaatsen. LOCATIETIP In het dorp Awagne, op de hoek
van de Chemin des Gragnes en Rue du Viviers (Dinant, prov. Namen) is een grote groeiplaats aan de rand van een paardenweide. Je kunt de planten mooi bekijken van op de straat. Ook aan de oude abdij van Villers-la-Ville (WaalsBrabant). NAAM Blitum komt van het Griekse ‘bliton’, ‘spi-
nazie’, naar de bladeren die zoals de bladgroente spinazie werden gegeten. De soortnaam bonushenricus zou verwijzen naar koning Hendrik IV van Navarra (1553-1610) die de plantkunde een warm hart toedroeg, en onder wiens koningschap de plant werd gegeten in tijden van hongersnood.
202
LIVING ON THE EDGE
De Duitse benaming ‘Heinrich’ en de Nederlandse naam ‘hendrik’ werd gegeven aan planten die in de buurt van menselijke bebouwing voorkwamen. Naast Brave hendrik was er ook een Kwade hendrik: het wat gelijkende maar giftige Bosbingelkruid (Mercurialis perennis) en een Rode hendrik, Schapenzuring (Rumex acetosella). UITERLIJK
+ Rechtopstaande stengel met roodachtige groeven + Bladeren dofgroen, groot, vlezig, driehoekig met spiesvormige voet, bladrand gegolfd + Talrijke groene bloemen, in kluwens bij elkaar in een eindstandige pluim GELIJKENDE SOORTEN Dankzij de grote, vle-
zige, driehoekige bladeren en de plant die meerjarig (overblijvend) is, weinig te verwarren met andere soorten.
ROOD HERDERSTASJE Capsella rubella Reut.
Rood herderstasje lijkt op zijn bekende grote broer Herderstasje (Capsella bursa-pastoris), maar de hartvormige doosvruchten zijn typisch rood aangelopen en hebben een holle, naar binnen gebogen rand. De soort komt vooral voor in het Middellandse Zeegebied en breidt tegenwoordig uit in het noorden van zijn verspreidingsgebied. In België komt Rood herderstasje van nature vooral voor op stenige plaatsen, zoals op rotsen langs de Maas. Van hieruit bereikt de plant de nabijgelegen bermen langs spoorwegen, en wordt zo verder verspreid. De laatste jaren duikt Rood herderstasje ook regelmatig op in steden, waar hij een gelijkaardig milieu vindt als op zijn meer natuurlijke standplaatsen.
Familie Brassicaceae (Kruisbloemenfamilie) Naam in FR/EN/DU Bourse-à-pasteur rougeâtre Pink shepherd’s-purse Rotliches Hirtentäschel Hoogte 5-30 cm Bloemgrootte 3-4 mm Bloemkleur wit Bloeitijd maart-september, vooral april-juni Levenscyclus eenjarig Status zeldzaam -
+
-
+
-
+
-
+
GROEIPLAATSEN Warme, open plaatsen, vaak op stenige bodems, op rotsen, in wegbermen, langs spoorwegen, in de stad tussen straatstenen, op campings, begraafplaatsen, in de duinen… VOORKOMEN IN BELGIË Verspreid over het land. In Vlaanderen vooral in de duinen, steden en op campings. In Brussel ook in de stad aanwezig. In Wallonië vooral in de Maasvallei.
LOCATIETIP Mooi te zien op een natuurlijke
groeiplaats langs het wandelpad op de Rochers du Néviau langs de Maas aan Dave (prov. Namen). Rood herderstasje komt ook voor in steden, zoals tussen de straatstenen en stoeptegels aan de Draakplaats in Antwerpen (prov. Antwerpen) of aan het treinstation van Vorst-Zuid en in de straten rond het station van Brussel-Noord (Brussel). NAAM Capsella betekent in het Latijn ‘klein
doosje’, naar de vorm van de vruchtdozen. Rubella betekent ‘roodachtig’, naar de rood aangelopen bloeistengel en vruchtdozen. Ook de Nederlandse naam is hier naar vernoemd. ‘Herderstasje’ verwijst naar de vorm van de vruchtddozen die lijken op de tas die herders droegen. UITERLIJK
+ Bladeren onderaan in een rozet, veerdelig ingesneden tot gaafrandig + Langwerpige stengelbladeren + Bloem 4-tallig + Kroonbladen wit, vaak met een roodachtige rand, even lang of langer dan de kelkbladen + Kelkbladen rood aangelopen + Doosvrucht of hauwtje hartvormig, rood aangelopen GELIJKENDE SOORTEN De bloemen van het
verwante Herderstasje (Capsella bursa-pastoris) zijn iets groter (4-6 mm diameter) en langer dan de kelkbladen, de vruchtdozen zijn niet rood aangelopen en hebben een ‘bolle’ rand. Ook genetisch is er een verschil tussen beide soorten: Rood herderstasje is diploïd, met een dubbelvoudigheid van elk chromosoom in de celkern, terwijl Herderstasje tetraploïd is: van elk chromosoom zijn er in de celkern 4 aanwezig.
LIVING ON THE EDGE
203
KONINGINNEKRUID Eupatorium cannabinum L.
Familie Asteraceae (Composietenfamilie) Naam in FR/EN/DU Eupatoire à feuilles de chanvre Hemp-agrimony Gewöhnlicher Wasserdost Hoogte 60-120 cm Bloemgrootte 3-5 mm Bloemkleur roze, zelden wit Bloeitijd juli-september Levenscyclus overblijvend Status algemeen -
+
-
+
-
+
-
+
Koninginnekruid is een echte zomerbloeier en produceert tot in de vroege herfst nectar en stuifmeel. Tal van insecten worden hierdoor aangetrokken: wilde bijen, hommels, wespen, kevers, zweefvliegen, dag- en nachtvlinders… Omdat de bloemen een korte kroonbuis hebben, is de nectar voor de meeste bestuivers goed bereikbaar. De bladeren van de plant doen denken aan Hennep (Cannabis sativa), maar zijn er niet mee verwant. In de volksgeneeskunde werden ze gebruikt voor wondheling. Ook werd Koninginnekruid toegepast als middel tegen leverziekten en geelzucht, vandaar de oude Nederlandse naam ‘Leverkruid’. Een andere volksnaam was ‘Hertsklaver’, omdat men geloofde dat gewonde herten de plant gebruikten voor het genezen van hun wonden. GROEIPLAATSEN Vochtige, vrij voedselrijke ruigten, bosranden, open bossen, struwelen, graslanden, wegbermen, oevers langs waterlopen en plassen, spoorwegbermen… VOORKOMEN IN BELGIË Algemeen verspreid over het hele land, het minst in de Ardennen.
208
LIVING ON THE EDGE
LOCATIETIP Neem in de zomer eens een
kijkje bij jou in de buurt in wat ruigere vegetaties langs waterlopen, de kans is groot dat je Koninginnekruid ziet. NAAM Eupatorium is afgeleid van het Griekse
‘eupatorion’, naar Mithridates Eupator, de koning van Pontus aan de Zwarte Zee (124-64 v.Chr.), die elke dag een kruidendrank dronk met planten die konden dienen als tegengif bij vergiftiging. Eén daarvan was Koninginekruid of ‘Leverkruid’, dat vergiftiging van de lever zou voorkomen. De benaming was oorspronkelijk voor Gewone agrimonie (Agrimonia eupatoria), maar werd verward met Koninginnekruid door de gelijkenis van de bladeren en de bittere smaak van beide planten. Cannabinum komt van ‘cannabis’, de Latijnse naam voor Hennep, naar de gelijkenis met de vorm van de bladeren van Koninginnekruid. De Nederlandse naam is een verbastering van de Duitse benaming ‘Kunigundekraut’, naar de heilige Kunigunde of Cunegonde van Luxemburg (9801033). De plant werd gebruikt voor het behandelen van kinderziekten, en Kunigunde was de patroonheilige voor kinderen die in gevaar zijn.
UITERLIJK
+ Stengel rechtopstaand, roodachtig + Bladeren tegenoverstaand, 3- tot 5-tallig, grof gezaagd + Dichte, schermvormige bloemtrossen met kleine bloemhoofdjes
+ Bloeiwijze met ‘wollig’ uiterlijk door de ver uitstekende stijlen + Buisvormige, roze bloemen + Bloem 5-tallig met korte kroonbuis GELIJKENDE SOORTEN Weinig te verwarren
met andere soorten.
Het is een echte zomerbloeier en produceert tot in de vroege herfst nectar en stuifmeel.
Ver uitstekende stijlen
Buisvormige, roze bloemen
Dichte, schermvormige bloemtrossen met kleine bloemhoofdjes
Stengel rechtopstaand, roodachtig
Bladeren tegenoverstaand, 3- tot 5-tallig, grof gezaagd
LIVING ON THE EDGE
209
INDEX OP NEDERLANDSE NAAM NEDERLANDS
LATIJN
PAG.
NEDERLANDS
Aalbes Aapjesorchis Aarvederkruid Akkerdistel Akkerviooltje Akkerwinde Ardense dravik Atlantische klimop Beemdkroon Beenbreek Beklierd huislook
Ribes rubrum Orchis simia Myriophyllum spicatum Cirsium arvense Viola arvensis Convolvulus arvensis Bromus bromoideus Hedera hibernica Knautia arvensis Narthecium ossifragum Sempervivum funckii var. Aqualiense Bromopsis erecta Meum athamanticum Betonica officinalis Fagus sylvatica Briza media Elymus farctus Ophrys apifera Artemisia vulgaris Sherardia arvensis Succisa pratensis Eryngium maritimum Sesleria caerulea Gnaphalium luteoalbum Viola riviniana
398 150 304 178 195 180 175 363 124 280 221
Lathraea squamaria Avenella flexuosa Tanacetum vulgare Himantoglossum hircinum Agrostemma githago Nardus stricta Fragaria vesca Anemone nemorosa Mercurialis perennis Gagea lutea Salix caprea Carex sylvatica Rubus sp. Blitum bonus-henricus Polypodium interjectum Epipactis helleborine
88 230 377 335
Cytisus scoparius Brem Biscutella laevigata Brilkruid Corynephorus canescens Buntgras Buxus sempervirens Buxus Allium ursinum Daslook Galeopsis speciosa Dauwnetel Cochlearia danica Deens lepelblad Oenanthe crocata Dodemansvingers Caltha palustris Dotterbloem Luronium natans Drijvende waterweegbree Struthiopteris spicant Dubbelloof Hippophae rhamnoides Duindoorn Filago germanica Duits viltkruid Achillea millefolium Duizendblad Mibora minima Dwerggras Centaurium erythraea Echt duizendguldenkruid Teucrium chamaedrys Echte gamander Echte koekoeksbloem Silene flos-cuculi Paris quadrifolia Eenbes Eenbloemig parelgras Melica uniflora Eenstijlige meidoorn Crataegus monogyna Fraxinus excelsior Es Anthriscus sylvestris Fluitenkruid Cladium mariscus Galigaan Ulex europaeus Gaspeldoorn Geel hongerbloempje Draba aizoides Helianthemum Geel zonneroosje nummularium Linum catharticum Geelhartje Viburnum opulus Gelderse roos Anemone ranunculoides Gele anemoon Glebionis segetum Gele ganzenbloem Glaucium flavum Gele hoornpapaver Cornus mas Gele kornoelje Iris pseudacorus Gele lis Nuphar lutea Gele plomp Brachypodium pinnatum Gevinde kortsteel Arum maculatum Gevlekte aronskelk Conium maculatum Gevlekte scheerling Erica tetralix Gewone dophei Gewone duivenkervel Fumaria officinalis Acer pseudoplatanus Gewone esdoorn Leucanthemum vulgare Gewone margriet
Bergdravik Bergvenkel Betonie Beuk Bevertjes Biestarwegras Bijenorchis Bijvoet Blauw walstro Blauwe knoop Blauwe zeedistel Blauwgras Bleekgele droogbloem Bleeksporig bosviooltje Bleke schubwortel Bochtige smele Boerenwormkruid Bokkenorchis Bolderik Borstelgras Bosaardbei Bosanemoon Bosbingelkruid Bosgeelster Boswilg Boszegge Braam Brave Hendrik Brede eikvaren Brede wespenorchis
412
139 249 231 386 113 329 370 353 194 130 331 159 362 101
169 251 388 74 90 83 60 77 400 202 31 358
LATIJN
INDEX OP NEDERLANDSE NAAM
PAG.
NEDERLANDS
238 201 236 23 73 211 119 308 266 300
Polygonatum Gewone multiflorum salomonszegel Sambucus nigra Gewone vlier Anthoxanthum odoratum Gewoon reukgras Gewoon sneeuwklokje Galanthus nivalis Gewoon speenkruid Ficaria verna Sphagnum palustre Gewoon veenmos Arrhenatherum elatius Glanshaver Campanula rotundifolia Grasklokje Ceratophyllum demersum Grof hoornblad Utricularia vulgaris Groot blaasjeskruid Syntrichia ruralis Groot duinsterretje var. Arenicola Petasites hybridus Groot hoefblad Malva sylvestris Groot kaasjeskruid Legousia Groot spiegelklokje speculum-veneris Urtica dioica Grote brandnetel Orobanche Grote bremraap rapum-genistae Centaurea scabiosa Grote centaurie Sparganium erectum Grote egelskop Angelica sylvestris Grote engelwortel Anthericum liliago Grote graslelie Lythrum salicaria Grote kattenstaart Papaver rhoeas Grote klaproos Grote leeuwenklauw Aphanes arvensis Typha latifolia Grote lisdodde Sanguisorba officinalis Grote pimpernel Rhinanthus angustifolius Grote ratelaar Thymus pulegioides Grote tijm Alopecurus pratensis Grote vossenstaart Grote waterranonkel Ranunculus peltatus Lycopodium clavatum L. Grote wolfsklauw Veronica triphyllos Handjesereprijs Anacamptis morio Harlekijn Corylus avellana Hazelaar Holosteum umbellatum Heelbeen Sanicula europaea Heelkruid Pedicularis sylvatica Heidekartelblad Calamagrostis arenaria Helm Melampyrum pratense Hengel Hertshoornweegbre Plantago coronopus Equisetum fluviatile Holpijp Ophrys holosericea Hommelorchis
33 338 182 352 56 326 162 129 91 89 383 390 111 269 63 49 144 146 405 75 184 333 45 298 305 138 76 205 242 183 382 125
LATIJN
PAG. 95 402 110 51 82 283 112 234 295 316 343 58 369 187 222 254 141 313 292 137 302 192 173 315 128 127 160 107 311 28 64 108 46 54 98 255 324 248 374 273 148
NEDERLANDS Hondsdraf Hondspeterselie Hondsroos Hop Hulst Hyacintorchis
LATIJN
Glechoma hederacea Aethusa cynapium Rosa canina s.s. Humulus lupulus Ilex aquifolium Himantoglossum robertianum Jacobaea vulgaris Jakobskruiskruid Juniperus communis Jeneverbes Galium aparine Kleefkruid Parietaria judaica Klein glaskruid Tussilago farfara Klein hoefblad Lemna minor Klein kroos Cuscuta epithymum Klein warkruid Kleine maagdenpalm Vinca minor Poterium sanguisorba Kleine pimpernel Thalictrum minus Kleine ruit Valeriana dioica Kleine valeriaan Vaccinium oxycoccos Kleine veenbes Cardamine hirsuta Kleine veldkers Euphorbia exigua L. Kleine wolfsmelk Drosera intermedia Kleine zonnedauw Gentiana pneumonanthe Klokjesgentiaan Polycnemum majus Knarkruid Centaurea jacea Knoopkruid Schoenus nigricans Knopbies Globularia bisnagarica Kogelbloem Eupatorium Koninginnekruid cannabinum Centaurea cyanus Korenbloem Arnoseris minima Korensla Stratiotes aloides Krabbenscheer Helosciadium repens Kruipend moerasscherm Ononis spinosa Kruipend stalkruid subsp. repens Hordeum murinum Kruipertje Salix repens Kruipwilg Limonium vulgare Lamsoor Andromeda polifolia Lavendelhei Convallaria majalis Lelietje-van-dalen Leucojum vernum Lenteklokje Lievevrouwebedstro Galium odoratum Veronica prostrata Liggende ereprijs Sagina procumbens Liggende vetmuur Polygala serpyllifolia Liggende vleugeltjesbloem Alliaria petiolata Look-zonder-look Viola odorata Maarts viooltje Bellis perennis Madeliefje Marrubium vulgare Malrove Viscum album Maretak Glaux maritima Melkkruid Filipendula ulmaria Moerasspirea Thelypteris palustris Moerasvaren Moeraswespenorchis Epipactis palustris Lycopodiella inundata Moeraswolfsklauw Triglochin palustris Moeraszoutgras Allium oleraceum Moeslook Pilosella officinarum Muizenoor Myosurus minimus Muizenstaart Adoxa moschatellina Muskuskruid Cymbalaria muralis Muurleeuwenbek Asplenium ruta-muraria Muurvaren Lathyrus aphaca Naakte lathyrus
PAG.
NEDERLANDS
122 168 396 213 25 53
Taraxacum officinale Paardenbloem Hippocrepis comosa Paardenhoefklaver Lamium purpureum Paarse dovenetel Marchantia polymorpha Parapluutjesmos Parnassia palustris Parnassia Daucus carota Peen Sagittaria sagittifolia Pijlkruid Molinia caerulea Pijpenstrootje Cardamine pratensis Pinksterbloem Juncus effusus Pitrus Carex paniculata Pluimzegge Orchis anthropophora Poppenorchis Vandenboschia speciosa Prachtvliesvaren Orchis purpurea Purperorchis Rankende helmbloem Ceratocapnos claviculata Campanula rapunculus Rapunzelklokje Phragmites australis Riet Saxifraga rosacea Rijnse steenbreek subsp. Sponhemica Potamogeton nodosus Rivierfonteinkruid Vaccinium vitis-idaea Rode bosbes Erica cinerea Rode dophei Trifolium pratense Rode klaver Lilium bulbiferum Roggelelie Drosera rotundifolia Ronde zonnedauw Anagallis arvensis Rood guichelheil Capsella rubella Rood herderstasje Rood peperboompje Daphne mezereum Roodachtige zeekraal Salicornia europaea Dianthus Rotsanjer gratianopolitanus Antennaria dioica Rozenkransje Carex hirta Ruige zegge Equisetum hyemale Schaafstro Rumex acetosella Schapenzuring Scherpe boterbloem Ranunculus acris Asplenium ceterach Schubvaren Echium vulgare Slangenkruid Calla palustris Slangenwortel Slanke sleutelbloem Primula elatior Prunus spinosa Sleedoorn Anthoxanthum Slofhak aristatum Galeopsis angustifolia Smalle raai Dioscorea communis Spekwortel Kickxia elatine Spiesleeuwenbek Pilosella lactucella Spits havikskruid Frangula alnus Sporkehout Asplenium trichomanes Steenbreekvaren Genista anglica Stekelbrem Polystichum aculeatum Stijve naaldvaren Helleborus foetidus Stinkend nieskruid Stinkende ganzevoet Chenopodium vulvaria Chelidonium majus Stinkende gouwe Callitriche obtusangula Stomphoekig sterrenkroos Calluna vulgaris Struikhei Taxus baccata Taxus Anagallis tenella Teer guichelheil Asplenium Tongvaren scolopendrium Potentilla erecta Tormentil Euphorbia peplus Tuinwolfsmelk Arnica montana Valkruid Anthemis arvensis Valse kamille
366 26 212 372 62 297 237 100 156 344 287 286 44 181 240 244 218 118 282 143 208 176 174 314 364 339 365 342 336 264 79 56 84 163 376 256 106 65 354 214 36 334 207 284 330 246 285 136 373 191 72 356 20 186
LATIJN
INDEX OP NEDERLANDSE NAAM
PAG.
NEDERLANDS
LATIJN
PAG.
132 145 55 30 279 357 312 250 115 123 267 147 35 149 235 114 309 217
Valse salie Veenorchis Veenpluis
Teucrium scorodonia Dactylorhiza sphagnicola Eriophorum angustifolium Juncus acutiflorus Salvia pratensis Chrysosplenium alternifolium Corydalis solida Linaria vulgaris Carex pulicaris Stellaria media Neottia nidus-avis Potentilla verna Scilla bifolia Draba verna Comarum palustre Menyanthes trifoliata Lobelia dortmanna Mentha aquatica Cicuta virosa Hottonia palustris Platanthera bifolia
259 271 274 276
310 404 239 131 188 272 170 203 81 340 206 228 116 24 258 126 19 360 265 96 391 172 210 384 185 216 389 22 243 32 52 204 365 294 232 34 282 21 257 361 229 171
Veldrus Veldsalie Verspreidbladig goudveil Vingerhelmbloem Vlasbekje Vlozegge Vogelmuur Vogelnestje Voorjaarsganzerik Vroege sterhyacint Vroegeling Wateraardbei Waterdrieblad Waterlobelia Watermunt Waterscheerling Waterviolier Welriekende nachtorchis Malus sylvestris Wilde appel Cotoneaster integerrimus Wilde dwergmispel Myrica gale Wilde gagel Hyacinthoides nonscripta Wilde hyacint Wilde kardinaalsmuts Euonymus europaeus Fritillaria meleagris Wilde kievitsbloem Sorbus aucuparia Wilde lijsterbes Origanum vulgare Wilde marjolein Narcissus Wilde narcis pseudonarcissus Pyrus pyraster Wilde peer Consolida regalis Wilde ridderspoor Melampyrum arvense Wilde weit Pulsatilla vulgaris Wildemanskruid Sedum album Wit vetkruid Nymphaea alba Witte waterlelie Atropa bella-donna Wolfskers Lycopus europaeus Wolfspoot Wolffia arrhiza Wortelloos kroos Helleborus viridis Wrangwortel Arabidopsis thaliana Zandraket Carex arenaria Zandzegge Carex flacca Zeegroene zegge Crambe maritima Zeekool Cakile maritima Zeeraket Convolvulus soldanella Zeewinde Euphorbia paralias Zeewolfsmelk Lysimachia europaea Zevenster Potentilla anserina Zilverschoon Viola lutea Zinkviooltje Quercus robur Zomereik Tripolium pannonicum Zulte Butomus umbellatus Zwanenbloem Zwart peperboompje Daphne laureola Zwartblauwe rapunzel Phyteuma nigrum Alnus glutinosa Zwarte els Asplenium adiantumZwartsteel nigrum L.
158 78 80 368 117 59 215 153 99 50 270 278 245 303 268 296 154 392 142 252 86 385 120 399 152 92 394 179 190 157 220 306 200 301 317 85 43 325 140 328 323 327 332 277 375 223 395 345 293 48 94 42 18
413
WWW.LANNOO.COM Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen.
Annelies Jacobs Annelies Jacobs Tobias Ceulemans: coverfoto hoofdstuk Zomer - De heide, zoveel meer dan purper Dirk Bogaert: Krabbenscheer (Stratiotes aloides) Yannick Coeckelberghs: Aalbes (Ribes rubrum) Danny De Clercq: Spekwortel bessen (Dioscorea communis) Eddy Devrieze: Welriekende nachtorchis (Platanthera bifolia) Guy Emsens: Gewoon veenmos (Spagnum palustre) Willem-Jan Emsens: Hondspeterselie (Aethusa cynapium), Gevinde kortsteel (Brachypodium pinnatum) Kevin Feytons: Drijvende waterweegbree (Luronium natans), Liggende vleugeltjesbloem (Polygala serpyllifolia) Frederic Gabrys: Schubvaren (Asplenium ceterach) Paul en Mariane Horemans: Deens lepelblad (Cochlearia danica) Stefaan Horemans: Geelhartje (Linum catharticum) Indra Jacobs: Rotsanjer (Dianthus gratianopolitanus) Kevin Lambeets - Zeis en Bijl: coverfoto hoofdstuk Herfst - Smullen van bessen en noten, Hondsroos (Rosa canina) Jules Robijns: Lavendelhei (Andromeda polifolia), Valse kamille (Anthemis arvensis), Grote leeuwenklauw (Aphanes arvensis), overzichtsbeeld Struikhei (Calluna vulgaris), Akkerwinde (Convolvulus arvensis), Duits viltkruid (Filago germanica), Spiesleeuwenbek (Kickia elatine), Waterlobelia (Lobelia dortmanna) Akkerviooltje (Viola arvensis) Lode Rubberecht: Bosaardbei (Fragaria vesca) Elly Vaes: Kruipend moerasscherm (Helosciadium repens) Jan Van Uytvanck: Wilde peer (Pyrus pyraster) Tim Vochten: Moeslook (Allium oleraceum) Tom Vermeire: Echte gamander (Teucrium chamaedrys) Eric Walravens: Welriekende nachtorchis (Platanthera bifolia) Grafische vormgeving Studio Lannoo Opmaak Keppie & Keppie - keppie-keppie.be Tekst Fotografie
Als u opmerkingen of vragen heeft, kunt u contact opnemen met onze redactie: redactielifestyle@lannoo.com © Annelies Jacobs & Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2023 D/2023/45/500 – NUR 428 ISBN: 978-94-014-9620-9 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.