Skip to main content

9789401496001_651ebf59cde472

Page 1

T E K ST

Walter De Raedt I L L U ST R AT I E S

Joris De Raedt

VOGELS De mooiste en machtigste dieren in de lucht


Inhoud Inleiding 4 Wat is een roofvogel?

6

Anatomie 8 Het ei

12

Europa

Afrika

Torenvalk 16

Secretarisvogel 44

Boomvalk 18

Vechtarend 46

Slechtvalk 20

Afrikaanse zeearend

47

Dwergarend 22

Zwarte wouw

48

Rode wouw

23

Grijze wouw

49

Bruine kiekendief

24

Grauwe kiekendief

25

Buizerd 26

Amerika

Wespendief 28

Smelleken 52

Havik

Kuifcaracara 54

30

Sperwer 31

Amerikaanse zeearend

56

Steenarend 58

Azië Roodpootvalk 34

Harpij

60

Apenarend 36

Oceanië

Zeearend 38

Visarend 64

Slangenarend 40

Wigstaartarend 66 Australische koekoekswouw

68

Terminologie 70 Over de illustraties

71

Over de makers

72

Dankwoord 73

Kosmopolieten zijn roofvogels die op meerdere continenten voorkomen en soms zelfs wereldwijd met uitzondering van de Noord- en de Zuidpool.


Falco columbarius 55–69 cm

Smelleken

Falco tinnunculus 68–82 cm

Torenvalk

Roodpootvalk

Sperwer

Havik

Australische koekoekswouw

Accipiter nisus 62–74 cm

Accipiter gentilis 89–117 cm

Falco vespertinus 66–78 cm

Aviceda subcristata 80–105 cm

Boomvalk

Slechtvalk

Falco subbuteo 70–84 cm

Falco peregrinus 89–113 cm

Buizerd

Wespendief

Buteo buteo 110–130 cm

Pernis apivorus 118–144 cm

Wat is een roofvogel? Een valkje dat muizen eet, noemen we een roofvogel. Maar buurman vink die het bakje zaden op de vensterbank leegrooft, is dat niet. En de bijeneter die massa’s insecten naar binnen slokt, ook niet. Bovendien is niet iedere roofvogel een uitgesproken vleeseter. Er zijn ook roofvogels die leven van vis, slakken of zelfs de pulp uit de vruchten van de wilde oliepalm. Wat maakt een vogel dan eigenlijk een roofvogel? Het Engelse woord voor roofvogel is raptor, afgeleid van het Latijnse woord rapere, dat ‘grijpen’ betekent. Om een vogel een roofvogel te noemen, moet hij een scherp zicht hebben, een haaksnavel en scherpe, gebogen klauwen waarmee hij tijdens de vlucht een prooi kan vastgrijpen of op de grond kan drukken. Hoewel veel vogels vlees eten en jagen, worden ze niet als roofvogel geclassificeerd als ze niet die drie lichaamskenmerken bezitten. Roofvogels hebben een van de scherpste gezichtsvermogens in de natuur. Ze kunnen heel snel focussen en enorm goed in de diepte zien, waardoor ze hun prooi van een grote afstand kunnen opsporen. Met hun klauwen kunnen ze prooien over grote afstanden dragen, terwijl hun scherpe snavels perfect zijn om hapklare stukjes van het vlees af te scheuren.

6

Wist je bijvoorbeeld dat de harpij, een Zuid-Amerikaanse roofvogel, een aap van zijn eigen gewicht kan grijpen en ermee kan wegvliegen? Roofvogels gebruiken ook speciale vliegtechnieken om te jagen. Ze glijden en zweven hoog boven de grond om prooien vanuit een onopvallende positie te observeren. Vervolgens weten ze met spectaculaire duikvluchten en behendige achtervolgingen hun maaltijd te bemachtigen. Op elk continent, behalve Antarctica, kun je roofvogels vinden. Ze bestaan al zo’n vijftig tot vijfenzeventig miljoen jaar in verschillende vormen. Over de hele wereld zijn er meer dan 560 soorten roofvogels, waarvan de meeste overdag actief zijn. In dit boek bespreken we enkele bijzondere soorten. Roofvogels spelen een belangrijke ecologische rol bij het in stand houden van hun natuurlijke leefgebied, hun habitat. Ze jagen op oude, zieke en zwakke dieren, en jonge, onervaren dieren, waardoor ze ervoor zorgen dat de populaties van hun prooisoorten gezond blijven. Daarnaast kun je door goed te kijken naar de populaties van roofvogels veel leren over klimaatverandering (denk bijvoorbeeld aan dwaalgasten) en de bedreigingen voor ons milieu. Om strijd om voedsel met soortgenoten te vermijden, leven roofvogels meestal in hun eentje (solitair). Als je ze in groepen ziet, is dat meestal tijdens de vogeltrek (migratie), als vogels van de ene naar de andere plaats vliegen, of bij voederplaatsen in de winter.


Blauwe kiekendief

Bruine kiekendief

Circus cyaneus 100–120 cm

Grijze wouw

Circus aeruginosus 115–130 cm

Grauwe kiekendief Circus pygargus 96–116 cm

Elanus caeruleus 76–88 cm

Zwarte wouw Milvus migrans 130–155 cm

Kuifcaracara Caracara plancus 120–132 cm

Dwergarend Aquila pennata 113–135 cm

Rode wouw Milvus milvus 154–170 cm

Secretarisvogel

Sagittarius serpentarius 190­–210 cm

Visarend

Apenarend

Pandion haliaetus 150–170 cm

Pithecophaga jefferyi 184–220 cm

Slangenarend

Steenarend

Circaetus gallicus 170–190 cm

Aquila chrysaetos 200–230 cm

Harpij

Harpia harpyja 175–224 cm

Afrikaanse zeearend Haliaeetus vocifer 200–240 cm

Vechtarend

Polemaetus bellicosus 188–240 cm

Amerikaanse zeearend Haliaeetus leucocephalus 180–230 cm

Zeearend

Haliaeetus albicilla 210–240 cm

cm

Wigstaartarend Aquila audax 180–250 cm

100

7


Harde oogrok Pecten Iris

Pupil

Keerteen

Hoornvlies Lens

Netvlies Oogzenuw

Anatomie Over het algemeen is het lichaam van roofvogels die overdag jagen, spoelvormig (rond en taps toelopend aan beide uiteinden). Die lichaamsvorm zorgt voor minder luchtweerstand tijdens het vliegen. Om te kunnen vliegen hebben vogels een bijzonder skelet. Het is licht en heeft veel holle botten, maar blijft door de ronde of ovale kokerconstructie toch sterk. De veren van een vogel wegen zelfs meer dan zijn botten! De snavel is van hoorn en weegt weinig, maar heeft wel dezelfde functie als kaken met een gebit. Het buitengewoon grote borstbeen met een borstbeenkam zorgt voor de aanhechting van vliegspieren, om hun vleugelslag veel kracht te geven. De meeste spieren van vogels bevinden zich in de romp. Een vijfde tot een derde van het lichaamsgewicht bestaat uit sterke borstspieren, die zijn verbonden met de bijzondere borstbeenkam. Deze spieren zorgen ervoor dat een vogel kan vliegen. De rugspieren zijn zwak ontwikkeld. Bij vogels zijn de voorpoten omgevormd tot vleugels. Roofvogels hebben een speciale vleugelbouw, die hen in staat stelt op verschillende manieren te jagen. Om te ademen hebben vogels negen luchtzakken in hun hals, borst- en buikholte, die tijdens het ademhalingsproces nauw samenwerken met de longen.

8

Die luchtzakken maken het mogelijk voor vogels om op grote hoogte te vliegen, waar de luchtdruk lager is, en om efficiënter gebruik te maken van zuurstof, wat essentieel is voor hun actieve levensstijl, met name voor soorten die langeafstandstrektochten maken. De snavel van roofvogels verschilt in grootte en vorm, aangepast aan het type prooi. Arenden hebben een grote en krachtige snavel voor het scheuren van hun prooien, terwijl sperwers een fijnere snavel hebben voor het plukken van kleine vogels. Valken hebben zelfs een extra uitstulping aan hun snavel, de valkentand, om prooien te doden door halswervels van elkaar te scheiden. De klauwen en nagels van roofvogels variëren ook naargelang van de soort prooi waarop ze jagen. Sommige hebben korte, krachtige klauwen voor het vangen van slangen, terwijl andere lange poten en nagels hebben om vogels in de vlucht te grijpen. Zo hebben deze toppredatoren zich ook afzonderlijk aangepast om hun prooien zo goed mogelijk te vangen.


skelet van de slechtvalk

Handwortelbeentjes Duim Harde oogrok

Schedel

Snavel

Vingers

Valkentand

Middenhandsbeentjes Onderkaak

Spaakbeen

Halswervels

Ellepijp

Opperarmbeen Vorkbeen

Schouderblad

Ravenbeksbeen

Ribben Bekken

Borstbeenkam

Borstbeen

Stuitbeen

Dijbeen

Zitbeenderen Kuitbeen Legbeenderen

Scheenbeen

Loopbeen

9


Circus

havikachtigen (Accipitridae), pl. 04.

Bruine kiekendief Circus aeruginosus

Stelen kiekendieven echt kippen? Als dat zo is, kunnen dat alleen maar jonge vogels en kuikens zijn, want een volwassen kip is voor deze roofvogel een maatje te groot. Een andere mogelijke verklaring is dat zijn naam is afgeleid van het woord ‘kieken’, dat ‘kijken’ betekent, vanwege de gewoonte van kiekendieven om naar beneden te kijken tijdens het jagen. De bruine kiekendief is de meest voorkomende in Europa. Hij is slanker dan een buizerd, heeft langere en smallere vleugels en lange, gele poten. Deze vogel is een echte moerasvogel en geeft de voorkeur aan rietlanden. Kiekendieven jagen op gehoor. Ze vliegen dus nooit hoog in de lucht, maar zweven zo’n 2 meter boven de grond.

Je kunt kiekendieven herkennen doordat ze tijdens het vliegen hun vleugels in een V-vorm omhoog houden en een licht schommelende beweging maken.

lengte 43–55 cm

spanwijdte 115–130 cm

gewicht gem. 535 g gem. 670 g

broedplek In riet en biezen, soms graanvelden.

leefgebied Open terrein, vooral moerassen en weilanden.

voedsel Vooral kleine zoogdieren, zoals veldmuizen, woelratten, mollen, maar ook weleens een jong konijn of haasje. Vogels variërend van leeuweriken tot meerkoeten en meeuwen, kikkers, vis (aas). In de voorzomer vooral jonge vogels (bodembroeders). Incidenteel eieren, slangen, insecten en hagedissen.

24


havikachtigen (Accipitridae), pl. 05.

Circus

Grauwe kiekendief Circus pygargus

De grauwe kiekendief is de kleinste en de slankste van de kiekendieven. Hij heeft slechts vier zichtbare slagpennen aan de uiteinden van zijn vleugels. In tegenstelling tot de andere kiekendieven die er vijf hebben. Bij kiekendieven is het opmerkelijk dat mannetjes en vrouwtjes sterk van elkaar verschillen. Vrouwtjes zijn over het algemeen lastig van elkaar te onderscheiden, aangezien hun verenkleed vooral bruintinten heeft. Om te weten met welke kiekendief je te maken hebt, moet je naar de mannetjes kijken. Het verschil tussen een bruine en een grauwe kiekendief is gemakkelijk te maken, maar er is ook een blauwe kiekendief. De blauwe kiekendief heeft een egale kleur en is wat compacter van formaat, terwijl de grauwe kiekendief slanker is en een dwarsstreep heeft.

lengte 39–50 cm

spanwijdte 96–116 cm

gewicht gem. 260 g gem. 370 g

broedplek Bouwt nest op de grond in wintergraan, koolzaad en luzerne.

leefgebied Open, vochtig laagland, laagveen maar ook drogere heidegebieden. Steeds vaker in landbouwgebieden.

voedsel Zangvogels, vooral (jonge) gele kwikstaarten en graspiepers, zoogdieren (99% veldmuizen), insecten (sprinkhanen, libellen, kevers), hagedissen, soms eieren.

25


Pithecophaga

36

havikachtigen (Accipitridae), pl. 10.


Apenarend Pithecophaga jefferyi

Dit ‘spook van het woud’ leeft verborgen in de boomkruinen en zweeft ertussendoor op zoek naar prooi. Hoewel hij behoort tot de grootste arenden ter wereld, kan hij in het dichte regenwoud ongemerkt toeslaan. Arendparen jagen soms samen op een troep apen, waarbij één vogel dichtbij neerstrijkt om de prooi af te leiden, zodat de andere ongemerkt kan komen aanvliegen en plotseling tevoorschijn komt als een spook. Vanwege zijn grootte en gewicht wordt hij in het Filipijns ook wel Haring Ibon oftewel ‘Koning Vogel’ genoemd.

samen met de trage voortplanting, speelt een rol bij het afnemen van hun aantal. Apenarenden zijn, net als de meeste andere arenden, monogaam. Een paar blijft zijn hele leven bij elkaar. Ze bouwen elke twee jaar een nest in een boomtop op zo’n 35 meter boven de grond, waar het vrouwtje slechts één ei uitbroedt. Dat schiet natuurlijk niet erg op in de uitbreiding van de soort. In een poging het voortbestaan van de soort te waarborgen, worden apenarenden opnieuw geïntroduceerd op verschillende eilanden.

De apenarend wordt helaas steeds zeldzamer vanwege zijn beperkte leefgebied en het inkrimpen van zijn territorium als gevolg van ontbossing van het regenwoud voor onder andere de aanplant van oliepalmplantages. Daarbij komt ook nog dat stropers de vogel bedreigen. Die druk van buitenaf,

De apenarend is de nationale vogel van de Filipijnen.

lengte 86–102 cm

spanwijdte 184–220 cm

gewicht 4,5 kg 6 kg (max. 8 kg)

broedplek Het nest lijkt op een enorm platform van ongeveer 1,5 m breed gemaakt van stokken en groene bladeren. Gebouwd op een hoge boom (30 m of hoger).

leefgebied Verborgen bosvogel van ongerept regenwoud met plankwortelbomen, in laagland en op steile hellingen tot 1800 m.

voedsel Hoofdzakelijk dieren als de Filipijnse vliegende maki of colugo, maar ook civetkatachtigen, eekhoorns en apen. Soms ook slangen, hagedissen of grote vogels zoals uilen, haviken, neushoornvogels en kraaien.

37


Zeearend Haliaeetus albicilla

Deze reusachtige arend heeft enorme, vierkante vleugels met een spanwijdte van wel 244 cm (!). Zijn bijnaam ‘vliegende deur’ is dan ook heel toepasselijk. De vrouwtjes zijn zwaarder en groter dan de mannetjes. Met een vliegsnelheid van 60 km/u doet de zeearend nog verrassend goede manoeuvreerkunsten. Soms steelt hij zelfs voedsel van andere roofvogels.

Zeearenden leven sociaal en hebben geen territorium. Het vrouwtje legt één tot drie eieren. Het nest van een zeearend kan uitgroeien tot een bouwsel met een gewicht van wel 600 kg! Dat komt omdat de vogels hetzelfde nest vaak jarenlang gebruiken en steeds weer uitbreiden en versterken. Het met gras en mos beklede nest kan wel 2 meter breed en 2 meter hoog worden.

In de vlucht kan de zeearend vissen van wel 5 kg uit het water ‘optillen’. Zwaardere prooidieren grijpt hij vlak bij de oever en houdt hij vast tot hij ze aan land kan trekken. Het dieet van de zeearend is heel afhankelijk van het gebied waar hij leeft. Hij jaagt onder andere op watervogels en grote vissen. Wanneer zo'n eend of meerkoet opmerkt dat er gevaar is, gaat die onderduiken en wachten tot de arend is weggevlogen, maar de arend heeft geduld en blijft in de buurt. Wanneer de watervogel uiteindelijk uitgeput raakt, en steeds minder lang onder water kan blijven, slaat deze topjager toe.

lengte 76–92 cm

spanwijdte ca. 210 cm ca. 230 cm (max. 244 cm)

gewicht gem. 4,5 kg gem. 5,9 kg (max. 6,9 kg)

broedplek In groot en hoog gebouwd nest.

leefgebied Kusten, meren, rivieren, eilanden en natte (moeras)gebieden.

voedsel Meerkoeten, eenden, ganzen, kraanvogels, karpers, brasems, palingen, dode dieren, muskusratten en hazen.

38

DNERAEEZ

—

allicibla suteeailaH

BALTSVLUCHT


Kleed van jong naar volwassen Het duurt wel vijf jaar voordat een zeearend zijn volwassen verenkleed krijgt en de snavel geel is. Jonge vogels zijn chocoladebruin, ook hun staart en snavel. In de loop van de jaren krijgen ze steeds meer wit in het verenkleed.

havikachtigen (Accipitridae), pl. 11.

juv

subad

ad

Haliaeetus


Tips voor het zien van roofvogels Roofvogels herkennen en observeren vergt geduld, kennis, de juiste aanpak, en wat geluk natuurlijk. Hier zijn enkele tips om je op weg te helpen: •

Een goede voorbereiding zal je zeker helpen. Lees in dit boek en je vogelgids welke soorten je kunt waarnemen in jouw omgeving en hoe ze te herkennen. Raadpleeg de observatiewebsites van het gebied dat je bezoekt.

•

Bestudeer de uiterlijke kenmerken van roofvogels in het gebied waar je woont om ze gemakkelijker te kunnen herkennen.

•

Zoek de specifieke habitat van de roofvogel die je wilt zien.

•

Investeer in een goede verrekijker om details van de vogels waar te nemen. Ook een telescoop kan de moeite waard zijn.

•

Bezoek speciale observatiepunten in natuurgebieden voor een beter zicht op roofvogels.

•

Neem de tijd om even te gaan zitten op een goed uitkijkpunt, wees alert en scan regelmatig de lucht en omgeving. Dat levert, zeker tijdens de trek, meer kansen op dan rond te wandelen.

•

Let op verstoringen in groepen vogels, zoals paniekerig gedrag of plotselinge vlucht, die kunnen duiden op de aanwezigheid van een roofvogel.

•

Tot slot: voor het waarnemen van roofvogels heb je een combinatie van geduld, observatie en kennis nodig. Hoe meer je leert over deze majestueuze vogels, des te beter je ze kunt vinden en van ze kunt genieten.


1.

2.

3.

Amerika 1. Amerikaanse zeearend 2. Smelleken 3. Kuifcaracara 4. Harpij

4.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401496001_651ebf59cde472 by Uitgeverij Lannoo - Issuu