Skip to main content

9789401495103

Page 1

Sociologie, een hedendaagse inleiding

Handboek_Sociologie_herdruk_2023.indb 1

01-09-2023 15:13


Handboek_Sociologie_herdruk_2023.indb 2

01-09-2023 15:13


III

SOCIOLOGIE, EEN HEDENDAAGSE INLEIDING Bart Van de Putte Piet Bracke Mieke Van Houtte Hans Vermeersch

Editie 2023

Handboek_Sociologie_herdruk_2023.indb 3

01-09-2023 15:13


w

ECAMPUS LEARN Surf naar www.ecampuslearn.com Geef de volgende unieke code in: Veel succes!

© Uitgeverij Academia Press Press © Uitgeverij Academia Ampla Ampla HouseHouse Coupure Rechts 88 Coupure Rechts 88 9000 Gent 9000 Gent België België

www.academiapress.be www.academiapress.be

Uitgeverij Academia Press maakt deel uit van Lannoo Uitgeverij, de boeken- en multimedia divisie van Uitgeverij Lannoo nv.

Uitgeverij Academia Press maakt deel uit van Lannoo Uitgeverij, de boeken- en multimediadivisie van Uitgeverij Lannoo nv.

Vormgeving en opmaak: Press Point.be

Opmaak en vormgeving: Twin Media bv, Culemborg Fotomateriaal: www.imageglobe.be, www.shutterstock.be, www.istockphoto.com, WikimediaManagement Commons Pascal Roskam, Personeel in goede handen, Basishandboek Human Resource We hebben ons uiterste best2015, gedaanp.om copyrighthouders te traceren. Indien we daar toch niet helemaal Gent, Academia Press, VIalle + 272 in geslaagd zouden zijn, kunt u contact met ons opnemen: Academia Press, Coupure Rechts 88, 9000 Gent

ISBN 978 90 382 2492 3 D/2015/4804/113 Bart Van de Putte, Piet Bracke, Mieke Van Houtte & Hans Vermeersch NUR 807 Sociologie

Een hedendaagse inleiding mag worden verveelvoudigd en/of vermenigvuldigd door middel van Niets uit deze uitgave druk, fotokopie, microfilm oppp.andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke Gent, Academia Press, 2023, XII +of352 toestemming van de uitgever. De auteurs en de uitgever hebben geprobeerd alle rechthebbenden op illustraties te contacEerste druk, 2018 teren. Personen die zich alsnog in hun rechten voelen geschaad gelieve contact op te nemen Vijfde, herwerkte editie 2023 met de uitgever. ISBN 978 94 014 9510 3 D/2023/45/234 NUR 756 Book-personeel in goede handen 2015.indb 4

22/03/16 08:50

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgeverij.

Handboek_Sociologie_herdruk_2023.indb 4

01-09-2023 15:13


VOORWOORD Waarom zijn sommige mensen rijk en andere mensen arm? Hoe komt het dat sommige mensen misdrijven plegen? Waarom geloofden mensen vroeger dat de wereld rondom hen ‘bezeten’ was door bovennatuurlijke krachten, en nu niet meer? Verandert de wereld zo snel door de overwinning van het kapitalisme? Dit zijn maar enkele van de vele vragen waarop de sociologie een antwoord tracht te geven. Het uitgangspunt van de sociologie hierbij is dat het menselijk gedrag – zoals het plegen van misdrijven – en menselijke kenmerken en levensomstandigheden – zoals rijk of arm zijn – tot op zekere hoogte bepaald worden door de samenleving. Hoe het ons vergaat, is het gevolg van individuele keuzes die we maken en wordt bepaald door erfelijke eigenschappen, maar ook door de wijze waarop wij samenleven met anderen. Deze anderen dat zijn onze dichte familieleden en vrienden, maar ook leden van sportverenigingen, werknemers, managers en eigenaars van bedrijven, overheden, … en de rest van de wereld. Met dit handboek stellen we ons daarom tot doel toe te lichten hoe de samenleving werkt. We bespreken theorieën en begrippen die ons kunnen helpen bij het begrijpen van deze maatschappelijke werkelijkheid. Het vertrekpunt is de studie van de structuur en de cultuur van de samenleving (hoofdstuk 1, 2 en 3). De structuur verwijst naar de verschillende posities die mensen innemen – zoals het onderscheid tussen bezitters en bezitslozen en het onderscheid tussen mannen en vrouwen. De cultuur verwijst naar de gedeelde ideeën en waarden van mensen. Een tweede stap (hoofdstuk 4) betreft de studie van twee processen die de maatschappelijke werking ondersteunen: institutionalisatie of de vorming van geijkte procedures in het menselijke handelen – zoals de regeling van de voortplanting via het instituut van het huwelijk – en socialisatie of het aanleren van die procedures aan elke nieuwe generatie. Deze inzichten worden toegepast op een aantal deeldomeinen van de sociologie, zoals de studie van afwijkend gedrag, sociale ongelijkheid en religie (hoofdstuk 5, 6 en 7). In hoofdstuk 8 gebruiken we deze inzichten om de grote maatschappelijke veranderingen doorheen de tijd te begrijpen, van het ontstaan van de landbouwsamenleving tot de hedendaagse globalisering. Ten slotte bespreken we de sociologische benaderingswijzen op een meer formele manier en staan we stil bij de bijdragen van de klassieke grondleggers van de sociologie (hoofdstuk 9 en 10). In dit handboek streven we ernaar om de abstracte wetenschappelijke begrippen die nodig zijn om het menselijk gedrag te duiden concreet te illustreren aan de hand van sprekende en vaak actuele voorbeelden. Dit is niet zonder reden. Dit handboek is namelijk in de eerste plaats gericht op iedereen die zonder schoolse voorkennis van de sociologie zin heeft in het ontwikkelen van meer inzicht in de samenleving rondom ons. We denken hierbij aan studenten sociologie, maar uitdrukkelijk ook aan studenten uit de andere mens- en maatschappijwetenschappen, aan mensen actief in het socio-cultureel

Handboek_Sociologie_herdruk_2023.indb 5

01-09-2023 15:13


vormingswerk én aan zij die gedreven door hun intellectuele nieuwsgierigheid op een meer diepgaande wijze de sociale werkelijkheid willen begrijpen. Dit boek is het gezamenlijke werk van lesgevers uit de vakgroep sociologie en is de vrucht van een jarenlange ervaring in het doceren van een inleidende cursus sociologie. Dit handboek is een herwerking en aanvulling van de handboeken die eerder door prof. John Vincke en prof. Herman Brutsaert werden uitgegeven. Van hun tijd, energie en visie zijn er nog talrijke sporen in dit handboek aanwezig. Piet Bracke, Bart Van de Putte, Mieke Van Houtte, augustus 2023

Opgedragen aan Hans Vermeersch, collega en vriend, overleden op 12 april 2023.

Handboek_Sociologie_herdruk_2023.indb 6

01-09-2023 15:13


INHOUD 1

1.1 1.2 1.3

1.4 1.5

1.6

1.7

1.8

2

SOCIOLOGIE, EEN EERSTE KENNISMAKING

1

Doelstelling Inleiding: niet iedereen leeft even lang De sociologische verbeelding Van gedrag tot samenleving 1.3.1 Gedrag 1.3.2 Sociaal handelen 1.3.3 Interactie 1.3.4 Vormen van interactie 1.3.5 De stolling van interactie in cultuur en structuur 1.3.6 De context De sociologie en haar aanverwante disciplines Basisregels bij de uitvoering van sociologisch onderzoek 1.5.1 Objectiviteit 1.5.2 Concepten 1.5.3 Generalisatie 1.5.4 Empirisch materiaal 1.5.5 Cumulativiteit 1.5.6 Verifieerbare rapportering Kwantitatief of kwalitatief? 1.6.1 De kwantitatieve benadering: het positivisme 1.6.2 De kwalitatieve benadering: nadruk op betekenis Sociologie voor wie en voor wat? 1.7.1 De sociologische arbeidsverdeling 1.7.2 Competenties in toegepaste sociologie 1.7.3 Waarden en wetenschap 1.7.4 Conclusie Slotbeschouwing Zelftoets

1 2 4 6 6 7 11 12 14 16 17 22 22 22 23 23 24 25 26 27 29 33 34 39 43 44 44 45

CULTUUR

47

Doelstelling 2.1 Inhoud van het georganiseerd samenleven: cultuur 2.1.1 Inleiding 2.1.2 Is cultuur een specifiek menselijke eigenschap? 2.1.3 Symbolen, tekens en taal 2.1.4 De componenten van cultuur 2.1.5 Kenmerken die culturen van elkaar onderscheiden 2.1.6 Ontstaan van cultuur 2.1.7 Cultuur als lens 2.1.8 Cultuur en etniciteit 2.2 Slotbeschouwing Zelftoets

Handboek_Sociologie_herdruk_2023.indb 7

47 48 48 50 52 54 56 58 61 61 64 65

01-09-2023 15:13


3

SOCIALE STRUCTUUR

67

Doelstelling 3.1 Groepen 3.1.1 Basiskenmerken van groepen 3.1.2 Soorten groepen 3.1.3 Het probleem van samenwerken binnen sociale groepen 3.2 Sociale relaties 3.2.1 Macht 3.2.2 Sociale status en rol 3.2.3 Rolproblemen 3.2.4 Statusproblemen 3.3 Formele organisaties 3.3.1 De bureaucratie 3.3.2 De organisatie in de praktijk 3.4 Structurele effecten 3.5 Slotbeschouwing Zelftoets

67 68 68 69 70 72 73 74 76 78 81 82 84 86 88 89

4

INSTITUTIONALISATIE EN SOCIALISATIE

91

Doelstelling 4.1 Institutionalisatie 4.1.1 Omschrijving 4.1.2 Ontstaan van instituties 4.1.3 De voortzetting in de tijd van instituties 4.2 Socialisatie 4.2.1 Omschrijving 4.2.2 De belangrijkste socialisatietheorieën 4.2.2.1 George Herbert Mead (1863-1931) 4.2.2.2 Jean Piaget (1896-1980) 4.2.2.3 Sigmund Freud (1856-1939) 4.2.2.4 Margaret Mead (1901-1978) 4.2.3 Identiteit en zelfbeeld 4.2.4 Emoties 4.2.5 Kinderculturen: ‘peergroups’ en socialisatie 4.2.6 Rolsocialisatie 4.2.7 Socialisatie en structuren 4.2.7.1 De structuur van het gezin 4.2.7.2 Het gezin binnen de sociale structuur 4.2.7.3 Referentiegroeptheorie 4.3 Slotbeschouwing Zelftoets

91 92 92 93 97 99 99 100 100 105 107 108 110 112 115 117 120 120 122 124 127 128

VIII

Handboek_Sociologie_herdruk_2023.indb 8

01-09-2023 15:13


IX

5

SOCIALE CONTROLE EN DEVIANTIE

129

Doelstelling 5.1 Sociale controle 5.1.1 De morele orde: het ontstaan en de internalisatie van normen en waarden 5.1.2 De politieke orde 5.2 Sociologische verklaringen voor deviantie 5.2.1 Het relatieve en normale karakter van deviantie 5.2.2 Ontregeling of anomie 5.2.2.1 Anomie volgens Durkheim 5.2.2.2 Anomie volgens Merton 5.2.2.3 Merton en Durkheim vergeleken 5.2.3  Vervreemding 5.2.4  Differentiële associatie 5.2.5  De delinquente subcultuur 5.2.6  De vraag op haar kop: waarom is iemand niet deviant? 5.2.7 Het etiketteerperspectie 5.3  Slotbeschouwing Zelftoets

129 130

6

SOCIALE STRATIFICATIE

153

Doelstelling Het ontstaan van sociale stratificatie Stratificatie in landbouwsamenlevingen 6.2.1 Slavernij 6.2.2 Kasten 6.2.3 Standen Stratificatie in industriële samenlevingen: klasse 6.3.1 Marx (1818-1883) 6.3.2 Weber (1864-1920) 6.3.3 Marx en Weber vergeleken 6.3.4 De uitbreiding van de marxistische en weberiaanse visie: Dahrendorf (1959) 6.3.5 Bourdieu (1930-2002) Sociale mobiliteit Hoe worden economische klassen sociale klassen? Is sociale stratificatie noodzakelijk? Sociale ongelijkheid op basis van geslacht Slotbeschouwing Zelftoets

153 154 155 156 157 160 163 163 165 167

6.1 6.2

6.3

6.4 6.5 6.6 6.7 6.8

Handboek_Sociologie_herdruk_2023.indb 9

130 134 135 135 136 136 138 142 142 145 146 148 149 150 151

168 171 173 175 177 179 184 186

01-09-2023 15:13


7

RELIGIE

187

Doelstelling 187 7.1 Inleiding 188 7.2 Omschrijving 189 7.2.1 Vroege pogingen tot afbakening 189 7.2.1.1 Het animisme 189 7.2.1.2 Durkheims omschrijving van godsdienst 190 7.2.2 Hedendaagse, functionalistische en substantiële definities van religie 195 7.2.2.1 Functionalistische omschrijvingen van godsdienst: Yinger 195 7.2.2.2 Substantiële omschrijvingen: geloofsideeën, geloofspraktijken en geloofsgemeenschappen 196 7.3 Het secularisatiedebat 199 7.3.1 De klassieke secularisatiethese 201 7.3.2 Economische theorieën van religieuze betrokkenheid 204 7.3.3 Economische ontwikkeling en secularisatie 208 7.4 Religieus fundamentalisme 210 7.5 Slotbeschouwing 211 Zelftoets 212

8

SOCIALE VERANDERING

213

Doelstelling 213 8.1 De classificatie van samenlevingen: inleiding 214 8.2 Niveaus van maatschappelijke organisatie 215 8.2.1 Horde 215 8.2.2 Stam 217 8.2.3 Stam met opperste gezag 219 8.2.4 Staat 221 8.2.5 Wereldrijken 222 8.2.6 Besluit 223 8.3 Sociale verandering 224 8.3.1 Inleiding 224 8.3.2 Theorieën van sociale verandering 226 8.3.2.1 Materialistische verklaringen: technologische theorieën 227 8.3.2.1.1 Drie fases van maatschappelijke transformatie volgens Rose (1967) 228 8.3.2.1.2 Technologische evolutie en ‘cultural lag’ 228 8.3.2.1.3 Voorbeelden van technologische theorieën van sociale verandering 230 8.3.2.2 Idealistische theorieën: cultuur als motor van sociale verandering 237 8.3.2.2.1 De cyclische theorie van Pitirim Sorokin 237 8.3.2.2.2 De postmodernisatietheorie van Ronald Inglehart 240 8.3.3 Culturele diffusietheorieën 243 8.3.4 De wereldsysteemtheorie van I. Wallerstein 248 8.3.5 Theorie van de sociale hervormingsbeweging 250 8.4 Slotbeschouwing 257 Zelftoets 258

X

Handboek_Sociologie_herdruk_2023.indb 10

01-09-2023 15:13


XI

9

SOCIOLOGISCHE BENADERINGSWIJZEN

259

Doelstelling 259 9.1 Inhoudelijke richtingen 260 9.1.1 Structuralisme 260 9.1.1.1 Oorsprong: Emile Durkheim (1858-1917) 260 9.1.1.2 Basisveronderstellingen 261 9.1.1.3 De analyse van de sociale structuur: integratie en differentiatie binnen een samenleving 263 9.1.2 Sociologie van het sociaal handelen 267 9.1.2.1 Grondlegger: Max Weber (1864-1920) 267 9.1.2.2 Algemene kenmerken 268 9.1.3 Symbolisch interactionisme 272 9.1.3.1 Oorsprong: Universiteit van Chicago 272 9.1.3.2 Basisveronderstellingen 273 9.1.4 Interactionele richting 276 9.1.4.1 Oorsprong: Georg Simmel (1858-1918) 276 9.1.4.2 Algemene kenmerken 276 9.1.4.2.1 Sociale ruiltheorie 277 9.1.4.2.2 Sociale netwerktheorie en sociale netwerkanalyse 279 9.2 Methodologische richtingen 282 9.2.1 Functionalisme 282 9.2.1.1 Oorsprong: Britse cultuurantropologie 282 9.2.1.2 Basisveronderstellingen 284 9.2.1.3 Kritieken op het functionalisme 286 9.3 Slotbeschouwing 288 Zelftoets 290

10

KORTE HISTORISCHE ACHTERGROND VAN DE SOCIOLOGIE 291

Doelstelling 10.1 De ontstaansvoorwaarden 10.2 De pioniers 10.2.1 Auguste Comte (1798-1857) 10.2.2 Adolphe Quetelet (1796-1874) 10.2.3 Herbert Spencer (1820-1903) 10.3 De klassieke sociologen 10.3.1 Inleiding 10.3.2 Karl Marx (1818-1883) 10.3.3 Emile Durkheim (1857-1917) 10.3.4 Max Weber (1864-1920) 10.3.5 Georg Simmel (1858-1918) 10.4 Ontstaan van de Amerikaanse (toegepaste) sociologie 10.5 Slotbeschouwing

291 292 295 295 296 297 299 299 299 301 302 304 305 306

KERNWOORDEN 309

BIBLIOGRAFIE 341

Handboek_Sociologie_herdruk_2023.indb 11

01-09-2023 15:13


Handboek_Sociologie_herdruk_2023.indb 12

01-09-2023 15:13


sociale psychologie sociobiologie biosociale verklaring concepten theories of the middle range empirisch secundairemateriaal gegevens kwantitatieve gegevens kwalitatieve gegevens literatuuronderzoek peer review causale adequaatheid zinof subjectiefadequaat covariantie theoretisch model causaliteitsbepaling statistische analyse Naturwissenschaften Geisteswissenschaften verstehende sociologie waarderingsvrij waardegebonden vrouwenstudies Frankfurter Schule radical sociology sociologische verbeelding sociale handelings typologie instrumenteel rationeel handelen waarde rationeel handelen affectief handelen traditioneel handelen refl exiefmotieven handelen ‘opdat’ ‘omdat’ motieven conformiteit samenwerking conflict

1 SOCIOLOGIE,

operationaliseren

EEN EERSTE KENNISMAKING ruil cultuur

structuur sociale orde sociale verandering geschiedschrijving culturele antropologie biologie psychologie sociale psychologie sociobiologie biosociale conceptenverklaring

theories of the middle range empirisch materiaal

secundaire gegevens kwantitatieve gegevens kwalitatieve gegevens literatuuronderzoek peer review causale adequaatheid zinof subjectiefadequaat covariantie DOELSTELLING theoretisch model operationaliseren causaliteitsbepaling statistische analyse Omschrijven van de sociologische zienswijze aan Naturwissenschaften de hand van een toelichting van de ‘sociologische Geisteswissenschaften verstehende sociologie verbeelding’ en een conceptuele analyse van waarderingsvrij waardegebonden gedrag, sociaal handelen, interactie en context. vrouwenstudies Frankfurter Schule Het voorstellen van de sociologie als wetenschapradical sociology sociologisch probleem pelijke werkwijze, met bijzondere aandacht voor sociaal probleem klinische sociologie het verschil tussen kwantitatief en kwalitatief sociologische verbeelding sociale handelings typologie onderzoek. Een eerste afbakening maken tussen instrumenteel rationeel handelen sociologie en andere wetenschappen, zoals de waarde rationeel handelen affectief handelen

traditioneel reflexief handelen handelen

psychologie en de biologie.

‘opdat’ motieven ‘omdat’ motieven conformiteit samenwerking confl ict ruil cultuur structuur sociale orde sociale verandering geschiedschrijving culturele antropologie biologie psychologie sociale psychologie sociobiologie biosociale verklaring concepten theories ofmateriaal the middle range empirisch secundaire gegevens kwantitatieve gegevens kwalitatieve gegevens literatuuronderzoek peer review causale adequaatheid zin- of subjectiefadequaat Handboek_Sociologie_herdruk_2023.indb 1

01-09-2023 15:13


1.1 INLEIDING: NIET IEDEREEN LEEFT EVEN LANG Meestal gaan we ervan uit dat ziekte, leven en dood gewone biologische fenomenen zijn. Niet alle mensen zijn even krachtig. Wat betekent dat laatste echter? Worden mensen geboren als krachtige of minder krachtige wezens of zijn er ook kenmerken uit de samenleving die ertoe leiden dat sommige mensen meer ziek worden dan anderen? Zijn er ook krachten in de samenleving die ervoor zorgen dat sommige mensen minder lang leven dan anderen? Levensverwachting naar opleidingsniveau, mannen en vrouwen van 25 jaar, 2001 (Deboosere et al., 2011).

65 mannen vrouwen

60

55

50

45

40

hoger onderwijs

hoger secundair

lager secundair

lager onderwijs

geen diploma

Kijken we even naar de bovenstaande grafiek. In die grafiek hebben we de levensverwachting op 25 jaar uitgezet volgens geslacht en diploma. Twee elementen vallen heel duidelijk op. Vrouwen hebben een hogere levensverwachting dan mannen. Maar we stellen ook vast dat zowel mannen als vrouwen met een diploma hoger onderwijs een hogere levensverwachting hebben dan zij met een lager onderwijsniveau. We kijken ook Gezonde levensverwachting naar opleidingsniveau, mannen en vrouwen van 25 jaar, 2004 (Van Oyen et al., 2011).

50 mannen vrouwen

45

40

35

30

25

2

hoger onderwijs

hoger secundair

lager secundair

lager onderwijs

geen diploma

HOOFDSTUK 1

Handboek_Sociologie_herdruk_2023.indb 2

01-09-2023 15:14


SOCIOLOGIE, EEN EERSTE KENNISMAKING

3

even naar de volgende grafiek. Die voorstelling geeft de gezonde levensverwachting weer. Dit kan je interpreteren als het aantal jaren dat een gemiddeld persoon mag verwachten te leven in goede gezondheid. We zien ook hier weer dat, naarmate mensen een hoger diploma behaald hebben, ze een betere gezondheid mogen verwachten. Die cijfers zijn uitermate interessant. De centrale vraag is echter hoe we die vaststellingen moeten verklaren. Dit is voer voor sociologen. DE VERKLARING … RELATIES TUSSEN MENSEN

Laat ons beginnen met een aantal eenvoudige redeneringen. We gaan uit van het idee dat opleidingsverschillen leiden tot sociale ongelijkheid, met andere woorden dat ze leiden tot verschillen in levenskansen. Ten eerste stimuleert een hoge opleiding het vermogen om ingewikkelde problemen in te schatten, bijvoorbeeld inzake de eigen medische problemen. De lange scholingstijd heeft ook een impact op de vorming van de persoonlijkheid. Met goed gevolg studeren betekent planmatig kunnen werken en met uitdagingen overweg kunnen. Ten tweede leidt in onze samenleving een diploma naar een job. Hoe hoger het diploma, hoe groter de kans dat een goede job gevonden wordt. Wat betekent dit laatste echter? Uiteraard is er het hogere loon. Dit hogere loon zorgt ervoor dat mensen met een goed betaalde job in betere buurten (kunnen) wonen. Die zijn doorgaans ver verwijderd van vervuilde en stresserende omgevingen. Dit draagt bij tot een betere gezondheid. Daarnaast biedt een hoog inkomen ook de mogelijkheid om uitgebreide medische verzorging te bekostigen. Maar er is veel meer. Bij een goede job is de kans ook zeer groot dat er meer variatie in het werk is en dat de arbeidsomstandigheden gezonder zijn. Met andere woorden, de kans op een hogere arbeidstevredenheid neemt toe naar gelang het opleidingsniveau. En als iemand tevreden is met de job, dan zal die persoon zich in het algemeen beter in zijn/haar vel voelen. Bovendien veronderstellen sociologen dat kenmerken van de ene leefsituatie kunnen worden overgedragen naar een andere. Zo kunnen kenmerken van de werkomstandigheden het doen en laten bepalen van mensen buiten het werk. Zijn mensen in staat om binnen de werkorganisatie zelf hun werk te bepalen en dus een zekere controle uit te oefenen? Of moeten ze misschien lijdzaam bevelen opvolgen en is hun eigen inbreng minimaal? Wie nooit initiatief moet nemen in de werksituatie, heeft minder kans om vaardigheden te ontwikkelen die helpen om situaties te controleren. We denken hierbij bijvoorbeeld aan stressbestendigheid, het maken van vergelijkende analyses, het synthetiseren van externe expertise, oog voor precisie en langetermijndenken. Er is dan ook een kans dat die vaardigheden, of het gebrek eraan, tot uiting komen in andere domeinen van het dagelijkse leven. Slagen mensen erin te kiezen tussen gezonde en minder gezonde voeding? Kijken ze naar de samenstelling van voedingsproducten die op de verpakking vermeld staat? Beseffen ze dat voldoende bewegen essentieel is voor een goede gezondheid? Samengevat, een hogere opleiding leidt tot materiële voordelen en bepaalt ook de persoonlijke vorming. Beide zorgen ervoor dat men het eigen leven beter in de hand heeft. Men heeft de mogelijkheden en vaardigheden ontwikkeld om gezonder te leven en om met bedreigingen om te gaan. Dit komt finaal duidelijk tot uiting in een hogere levensverwachting.1

1 Voor een bespreking van mogelijke verklaringen van socio-economische verschillen in gezondheid, naast Van Oyen et al. 2011, zie Willems, Sara (2005).

Handboek_Sociologie_herdruk_2023.indb 3

01-09-2023 15:14


De bovenstaande redenering is een typisch sociologische redenering. Centraal staat de idee dat de wijze waarop mensen samen iets doen – zoals het volgen van onderwijs, het concurreren voor jobs, de taken verdelen op de werkvloer – een invloed uitoefent op het leven van die mensen. Met ‘samen iets doen’ verwijzen we dus naar (alledaagse) interacties tussen mensen binnen ‘menselijke’ omgevingen zoals gezinnen, markten en staten. Hierbij gaan mensen ook in interactie met collectieve actoren zoals bedrijven, NGO’s en overheden. Anders gesteld, ondanks de aanwezigheid van een eigen lichaam en een eigen vrije wil, heeft de sociale omgeving waarin mensen verkeren, een grote invloed op wat die mensen in hun leven meemaken. Voor sociologen is dit een zeer logische stelling, maar niet iedereen denkt daar zo over. Vele mensen menen bijvoorbeeld dat iemand lang leeft omdat hij of zij nu eenmaal een sterk gestel heeft. Of dat iemand ‘slaagt in het leven’ omdat hij of zij daar zelf keihard voor werkte. Sociologen erkennen uiteraard het belang van de biologische en psychologische component van een individu, maar voegen eraan toe dat de sociale omgeving een cruciale factor is. Trouwens, om te weten te komen of de sociale omgeving al dan niet belangrijk is voor het verklaren van verschillen tussen mensen (bijvoorbeeld inzake kenmerken zoals levensverwachting, werkloosheid, mate van sportbeoefening, …), kunnen we een eenvoudig trucje toepassen. Vergelijk het voorkomen van dat kenmerk in tijd en ruimte, en voor verschillende deelgroepen van de samenleving. Zijn er verschillen observeerbaar tussen verschillende periodes, plaatsen en groepen, dan lijkt het plausibel dat de sociale omgeving – want die is natuurlijk vaak heel erg verschillend naar tijd, ruimte en groep – een belangrijke invloed heeft in het tot stand komen van dat kenmerk. Is werkloosheid een gevolg van individueel falen? Waarom schommelt de werkloosheid dan zo fel door de tijd heen, en waarom is die zo hoog in het ene land en zo laag in het andere land? Waarschijnlijk is hier meer aan het werk dan de louter individuele instelling van de werkloze…

1.2 DE SOCIOLOGISCHE VERBEELDING sociologische verbeelding

Het startpunt van een sociologische verklaring zou je de sociologische verbeelding kunnen noemen. Dit is een specifieke wijze van kijken naar wat met mensen in hun leven gebeurt. Alles wat mensen ervaren, maakt deel uit van hun levensloop of biografie. Mensen verliezen hun werk, ervaren discriminatie door een of ander kenmerk, verwerven een universitair diploma, beperken hun gezin tot twee kinderen, … Mensen verschillen hierin, en hiervoor zoeken we verklaringen. Hoe komt het dat een groep mensen zonder werk zit? Hoe komt het dat vandaag heel wat gezinnen het aantal kinderen beperkt tot twee? Hoe komt het dat in ons land ouderen op het einde van hun leven meestal in speciale tehuizen ondergebracht worden? Voor het beantwoorden van die vragen laat de socioloog haar/zijn sociologische verbeelding werken. Dit betekent dat gebeurtenissen die het leven van mensen typeren, gezien worden vanuit het ruimere geheel waarbinnen mensen met elkaar samenleven. Onze biografie kent een specifiek verloop omdat we samen leven met andere mensen. Met andere woorden, onze biografie ondergaat de invloed van het geheel van de sociale relaties waarvan we deel uitmaken. Voor de socioloog zijn de gebeurtenissen die deel uitmaken van een individuele biografie niet zo individueel. Het geheel van sociale relaties waarvan we deel uitmaken, noemen we onze samen­ leving. Voor ons komt dit neer op de maatschappelijke organisatie van België aan het begin van de 21ste eeuw. Dit geheel van sociale relaties is echter het resultaat van een

4

HOOFDSTUK 1

Handboek_Sociologie_herdruk_2023.indb 4

01-09-2023 15:14


SOCIOLOGIE, EEN EERSTE KENNISMAKING

5

historische ontwikkeling. De wijze waarop onze samenleving er nu uitziet, is mee bepaald door gebeurtenissen in de 19de en de 20ste eeuw, zoals de industrialisatie en de hieraan gekoppelde urbanisatie. Anders gesteld, het historische verloop bepaalt het uitzicht van een specifieke samenleving. Dit leidt tot de volgende fundamentele zienswijze, die men ‘de sociologische verbeelding’ noemt: sociale relaties bepalen de biografieën van mensen; die sociale relaties zijn echter zelf het resultaat van een historisch proces. Het gegeven dat een groot deel van de hedendaagse jongeren universitair onderwijs (een biografisch kenmerk) volgt, is niet louter het resultaat van de intelligentie van die jongeren

VOORBEELD

(zijnde een individueel biografisch kenmerk). De samenleving (en haar beroepenstructuur) beïnvloedt de aspiraties van jongeren om universitair onderwijs te volgen. Dit komt tot uiting in de vraag van bedrijven naar hooggeschoolde werknemers. De productie van en het omgaan met kennis staat centraal in de laatkapitalistische samenleving. Zonder het 19de-eeuwse industrialisatieproces zou die kennisbehoefte nooit ontstaan zijn.

Ook werkloosheid van hedendaagse 50-plussers wordt heel wat begrijpelijker indien we de sociologische verbeelding hanteren. Toen 50-plussers zovele jaren geleden afstudeerden met een diploma middelbaar onderwijs, was het niet vanzelfsprekend dat iedereen hoger onderwijs volgde. Met een diploma hoger secundair onderwijs waren de kansen op de arbeidsmarkt redelijk goed. Jongeren die toen stopten met studeren en voor tewerkstelling kozen, maakten een realistische keuze. Wanneer mensen uit die generatie nu zonder werk vallen, komen ze als 50-plussers op een arbeidsmarkt terecht waar de scholingseisen heel wat hoger liggen vergeleken met 20 tot 30 jaar geleden. Met een diploma hoger secundair onderwijs is het nu, bijvoorbeeld door de snelle technologische evolutie, moeilijker om aan de bak te komen. Het is niet zo verwonderlijk dat 50-plussers zonder gespecialiseerd hoger onderwijs, wanneer werkloos, het uitermate moeilijk hebben om opnieuw economisch actief te worden. Hoe moeten we dit interpreteren? Stoppen met studeren op 18 jaar was vroeger geen uitzondering. Als onderdeel van een geplande levensloop was die keuze begrijpbaar in het samenlevingsmodel van 20 tot 30 jaar geleden. Die samenleving is echter in die periode zo sterk veranderd, dat de keuzes van toen nu geen goede keuzes meer zijn. Anders gezegd, de levensloop van oudere werklozen met een niet-specialistische scholing kun je beter begrijpen door de sociologische verbeelding toe te passen.

‘Onaangepaste’ ouderen aan computer?

SOCIOLOGISCHE VERBEELDING: individuele gebeurtenissen plaatsen en verklaren vanuit het geheel van sociale relaties die zelf een specifieke historische oorsprong hebben (Mills, 1959). Biografie en sociale ontwikkeling 80 70 60 50 40 30 18 10 0

Leeftijd

Bi 1989

Handboek_Sociologie_herdruk_2023.indb 5

2007

r og

af

ie

Zijn de biografische keuzes gemaakt in 2007 nog relevant in 2029?

2029

01-09-2023 15:14


1.3 VAN GEDRAG TOT SAMENLEVING De socioloog bekijkt de biografie vanuit haar verband met de ‘historische’ maatschap­ pelijke omgeving waarin ze tot stand komt. In de volgende stap zoomen we dieper in op de bouwstenen van de biografie en de maatschappelijke omgeving. Hiervoor doen we een beroep op de begrippen gedrag, sociaal handelen, interactie, context, structuur en cultuur. Ook gaan we dieper in op de samenhang tussen die begrippen. We doen dit aan de hand van het onderstaande schema. Omgeving

Sociale interactie

Gedrag

Figuur 1.1: Gedrag, interactie en omgeving

1.3.1 GEDRAG

Onder gedrag verstaan we elke actie of reactie van een individu, zoals een lichamelijke beweging, een verbale uiting of een subjectieve gewaarwording. Gedrag bevat altijd zowel een objectief waarneembare als een subjectief waarneembare dimensie. De objectief waarneembare of externe componenten van gedrag zijn die aspecten die door ten minste twee individuen, ego en alter, kunnen worden waargenomen. Voorbeelden zijn het gesproken woord, gebaren en lichamelijke bewegingen in het algemeen. De subjectieve of interne component van het gedrag is maar door één waarnemer, ego, waarneembaar. Een belangrijk onderdeel van die subjectieve dimensie is de motivatio­ nele component. Hiermee wordt verwezen naar de ultieme drijfveren van het handelen die aanzetten, motiveren, tot gedrag. Belangrijke voorbeelden hiervan zijn: winstmaximalisatie, de zucht naar sociale erkenning (self-esteem), de zucht naar controle (mastery) en seksuele lust. Naast de motivationele component is er ook een emotionele component, zoals innerlijke gevoelens van angst en onrust, schaamte of schuld, een cognitieve component, zoals beelden die we ons vormen van de werkelijkheid, en een reflexieve component, zoals het beeld dat je van jezelf vormt. De verschillende dimensies van het gedrag kunnen doorgaans enkel analytisch van elkaar worden gescheiden. In de werkelijkheid doorkruisen ze elkaar. Zo impliceert het beeld dat je van jezelf vormt, jouw zelfbeeld of identiteit, altijd zowel reflexiviteit (je beschouwt jezelf als het ware vanuit een externe positie), cognitie (je identificeert jezelf met ‘een persoon’ als een abstracte categorie), als emotie (je schaamt je over jezelf of je bent trots op wie je bent). Een voorbeeld van de verwevenheid van de interne en externe dimensies van gedrag is het feit dat de meeste emoties samengaan met specifieke gelaatsuitdrukkingen.

6

HOOFDSTUK 1

Handboek_Sociologie_herdruk_2023.indb 6

01-09-2023 15:14


SOCIOLOGIE, EEN EERSTE KENNISMAKING

7

1.3.2 SOCIAAL HANDELEN

De definitie van gedrag zoals hier gegeven, is heel ruim. Binnen het hele gamma van gedragingen nemen handelingen en sociale handelingen een bijzondere plaats in. Handelen wordt gekenmerkt door een gerichtheid op een object. Met andere woorden: handelen heeft als finaliteit altijd de realisatie van een doel. Handelen is dus gedrag met een nadrukkelijke doelgerichtheid. Wanneer we kijken naar waar de uitgang van een lokaal zich bevindt, zijn we het verlaten van dat lokaal aan het voorbereiden.

VOORBEELD

Dit ‘kijken’ is dus een handeling met een bepaald doel, namelijk te weten komen hoe we de zaal kunnen verlaten. Wanneer dit zonder obstakels kan gebeuren, zullen we ons niet uitermate bewust zijn van die mentale voorbereiding. Wanneer de weg naar de uitgang bezaaid is met hindernissen, zullen we het verlaten van het lokaal veel bewuster mentaal voorbereiden. Door de doelgerichtheid krijgt het handelen een betekenis. De betekenis van een handeling is gelijk aan de mentale voorbereiding of projectie van de voltooide handeling. We gaan even terug naar het voorbeeld. Wanneer een observator me vraagt wat ik doe, zal ik antwoorden dat ik het lokaal verlaat. De stappen die ik zet, hebben als betekenis het verlaten van het lokaal. Anders gesteld, de betekenis van een handeling valt samen met de mentale projectie die aan de handeling voorafgaat. Wanneer we ons handelen richten op het vroegere, het huidige of het toekomstige handelen van anderen, dan kunnen we volgens Max Weber2 (1864-1920) spreken van sociaal handelen. Handelen is dus sociaal wanneer de actor bij het plannen van haar/zijn handelen rekening houdt met wat anderen deden, doen of kunnen doen. Er is vanuit de handelende actor een subjectieve betekenis aanwezig die in verband staat met een tweede actor. Weber ontwierp ook een typologie van sociaal handelen. Hij maakte een onderscheid tussen instrumenteel rationeel handelen (Zweckrational), waarderationeel handelen (Wertrational), affectief handelen en traditioneel handelen. Bij instrumenteel rationeel handelen willen actoren een bepaald doel bereiken binnen een specifieke handelingssituatie. Die handelingssituatie bestaat uit andere mensen en/of objecten. Sommige objecten/mensen zullen eerder de voorwaarden bepalen waaronder tot doelrealisatie overgegaan kan worden. Dit zijn de condities van het handelen. Condities kunnen dus niet vrij gemanipuleerd worden. Andere objecten/mensen zullen echter niet conditionerend, maar eerder faciliterend werken. Dit zijn de middelen waarover de actor kan beschikken om haar/zijn voorgestelde doel te realiseren. Elke handelingssituatie waarin actoren doelen wensen te realiseren, bevat volgens Weber dus zowel condities als middelen. Kenmerkend bij doel rationeel handelen is dat de actoren afwegen welke middelen het best geschikt zijn om een bepaald doel te bereiken. De optimalisatie van de efficiëntie is het meest kenmerkende criterium dat doel rationeel handelen afbakent van de andere vormen van handelen. Handelingssituatie:

niet te wijzigen elementen

… condities

te wijzigen elementen

… middelen

sociale handelings­ typologie

instrumenteel rationeel handelen

2 Zie hiervoor de hernieuwde uitgave (Weber & Winckelmann, 1992).

Handboek_Sociologie_herdruk_2023.indb 7

01-09-2023 15:14


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401495103 by Uitgeverij Lannoo - Issuu