Skip to main content

9789401494281

Page 1

Henri Nouwen Adam Een vriendschap


Het werk en gedachtegoed van Henri Nouwen wordt bevorderd door de Henri Nouwen Stichting, Buizenwerf 253, NL-3063 AG Rotterdam www.nouwen.org

www.lannoo.com

Oorspronkelijke titel Adam Uit het Engels vertaald door Maria ter Steeg Omslag Studio Lannoo Omslagillustratie © Imageselect © Erven Henri Nouwen en Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2023 D/2023/45/517 - ISBN 978 94 014 9428 1 - NUR 728 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.


Inhoud Woord vooraf  7 Over het ontstaan van dit boek  9 1. Adams verborgen leven  15 2. Adam en de woestijn  30 3. Adams openbaar leven  38 4. Adams voorbeeld  65 5. Adams lijden  83 6. Adams dood  91 7. Dodenwake en begrafenis van Adam  103 8. Adams verrijzenis  115 9. Adams geest  121 Besluit  125


Woord vooraf

Adam Arnett stierf in februari 1996. Niet lang daarna zei Henri tegen me, dat hij erover dacht om een boek over Adam te schrijven. Eigenlijk had hij het zich al voorgenomen, en hij wilde weten of ik hem aan verhalen over Adams leven kon helpen. Ik was geschokt, want ik vond Adams dood nog te kort geleden om er een boek over te schrijven. Ik zei tegen hem dat ik daar meer tijd voor nodig had. Dat was moeilijk voor Henri. En zo kwam het dat hij het boek zonder mij schreef. Dat was moeilijk voor mij! Hij sprak uitvoerig met Adams ouders, Jeanne en Rex Arnett, om alle feiten en verhalen uit Adams eerste levensjaren te weten te komen. Hij stuurde een eerste versie van het manuscript ter beoordeling naar de uitgever. En toen stierf Henri plotseling op 21 september 1996. In Henri’s testament stond dat ik zijn literaire nalatenschap zou beheren. Daar hoorde onder andere bij dat ik dit boek moest afmaken. Na overleg met de uitgever en een bezoek aan Adams ouders begon ik aan het manuscript te werken. Vanaf het begin was ik getroffen door het grote belang van deze relatie tussen Adam en Henri. Ze kwamen met elkaar in aanraking juist op het moment waarop Henri een

–7–


thuis zocht. De eenvoud en de aanwezigheid van Adam gaven hem dat thuis-gevoel. Het is een bijzonder verhaal. Maar ik zag ook wel dat de tekst hier en daar nog niet sterk genoeg was, met name in de passages over Adams eerste levensjaren, en daar concentreerde ik me op. Het was voor mij ook een manier om het verdriet te verwerken over het verlies van deze twee goede vrienden van me. Terwijl ik bezig was praatte ik tegen hen, zonder dat ik ooit een echt antwoord hoorde. Maar ik kreeg er wel een hoop energie door, en ik werkte met hartstocht en overtuiging. Dat gaf me het gevoel dat ze bij me waren en me de goede kant op stuurden. Ik ben ervan overtuigd dat ze me geholpen hebben. Wat er geschreven staat over hun relatie heeft mij, in al mijn eigen verdriet, inspiratie gegeven. Ik ben nu dankbaar dat Henri eraan begonnen is en dat ik de gelegenheid kreeg om iets bij te dragen tot het verhaal van Adam en Henri. Net als Henri heb ik het met liefde, met veel vreugde, en met een gevoel van vrijheid gedaan. Henri modelleert het leven van Adam op het leven van Jezus, en daarin slaagt hij wonderwel. Daarnaast beseft hij al schrijvende dat Adams levensverhaal ook het zijne is. En het onze. Dankzij Henri’s schrijverstalent vinden wij er ook onze eigen levensgeschiedenis.

Sue Mosteller CSJ, Henri Nouwen Literary Centre –8–


Over het ontstaan van dit boek

In september 1995 begon voor mij een sabbatjaar, dat de mensen in l’Arche Daybreak me cadeau gegeven hadden om te vieren dat ik tien jaar pastor bij hen was. Omdat ik het liefste wilde gaan schrijven besloot ik in dat jaar te werken aan een paar onderwerpen die me als pastor geïnspireerd hadden. Wat ik daarover dacht was grotendeels bepaald door het leven in de Daybreakgemeenschap waar ik een echt thuis heb gevonden. Er waren een paar vragen die me al langer bezighielden, zoals: ‘Wat geloof ik?’, ‘Wat betekent het als ik zeg dat ik geloof in God: Vader, Zoon en Heilige Geest?’, ‘Wat zeg ik eigenlijk als ik de geloofsbelijdenis uitspreek?’ Ik nam me voor om een boekje te schrijven over de apostolische geloofsbelijdenis. Ook al zou het een nieuwe verwoording moeten worden van het geloof dat ik al levenslang in praktijk probeerde te brengen, toch kon het naar mijn mening ook een steuntje zijn voor de vele mannen en vrouwen in onze wereld die met dezelfde vragen worstelen en voor wie de traditionele formuleringen aan betekenis hebben ingeboet. Toen ik ter voorbereiding wat artikelen over het Credo begon te lezen zat ik algauw tot over mijn oren in

–9–


ingewikkelde theologische discussies over de kern van het christelijk geloof en over het ontstaan en de verschillende verwoordingen ervan. Wat aanvankelijk zo’n eenvoudig plannetje leek zou best eens een te grootse onderneming kunnen worden. Ik wilde alleen maar in begrijpelijke woorden neerzetten hoe wij ons leven gestalte kunnen geven in de naam van de God die ons liefheeft. Hoe meer ik erover las, hoe minder makkelijk het me toescheen. Ik moest mezelf de vraag stellen hoe ik het aandurfde om een verantwoord boek te schrijven over het christelijk Credo, terwijl ik toch het universitaire milieu meer dan tien jaar achter me had liggen en niet de bedoeling had om diepgaand theologisch onderzoek te doen. Ik was nu toch allereerst pastor van een kleine gemeenschap waarin mensen met een geestelijke handicap leefden? Dat is toch niet de meest voor de hand liggende context voor een discussie over de twaalf artikelen van het geloof? De meeste mensen met wie ik het leven deel in Daybreak geven geen systematische uitdrukking aan hun geloof, en voor velen is het moeilijk, zo niet onmogelijk om over theologische artikelen na te denken. Net toen ik me afvroeg of ik niet verder wilde springen dan mijn stok lang was, stierf Adam Arnett. Adam was een vriend voor me, een leraar, en een begeleider. Hij was een ongewoon soort vriend, want hij kon geen uitdrukking geven aan zijn genegenheid op de manier waarop anderen dat

– 10 –


meestal doen. Hij was een ongewoon soort leraar, omdat hij niet reflexief kon denken en ideeën of begrippen onder woorden kon brengen. Hij was een ongewoon soort begeleider, omdat hij mij geen enkele concrete aanwijzing of raad kon geven. Adam woonde in de Arkgemeenschap van Daybreak in Toronto. Hij was een van mijn huisgenoten, en de eerste voor wie ik gevraagd werd te zorgen. Toen ik Adams dode lichaam in de kist zag liggen was ik getroffen door het mysterie van het leven en de dood van deze man. Ik voelde dat deze zeer gehandicapte mens al van eeuwigheid tot eeuwigheid door God geliefd was en in de wereld gezonden was met een speciale opdracht om anderen genezing te brengen. Die opdracht was nu vervuld. Ik zag veel parallellen tussen het leven van Adam en het leven van Jezus. En ik wist eigenlijk op een dieper niveau ook nog iets anders: ik wist dat Adam op mysterievolle wijze voor mij een beeld geworden was van de levende Christus, net zoals Jezus, die tijdens zijn leven op aarde een vriend, leraar en begeleider voor zijn leerlingen geweest was. Door Adam begreep ik nieuwe dingen over de manier waarop Jezus met mensen omging, niet alleen zoals Jezus dat lang geleden deed, maar ook zoals hij dat op dit ogenblik wil doen, met mij en met ons, door middel van personen die heel zwak en kwetsbaar zijn. Ik leerde niet alleen meer over God door voor Adam te zorgen, maar door zijn leven hielp

– 11 –


Adam me ook om zelf opnieuw Jezus’ Geest te voelen, die levend aanwezig is in mijn eigen geestelijke armoede. J­ ezus leefde lang geleden, maar Adam leefde in mijn eigen tijd. Jezus was lichamelijk aanwezig bij zijn leerlingen, maar Adam was lichamelijk aanwezig bij mij. Jezus was Emmanuel, God met ons. Adam werd voor mij een persoon die aangeraakt was door de Eeuwige, geheiligd, een beeld van de levende God. Was Adam dan zo buitengewoon? Een soort engel? Helemaal niet. Adam was iemand zoals er zoveel zijn. Maar met Adam had ik een relatie, en daardoor werd hij een speciaal iemand voor mij. Ik hield van hem, en mijn relatie met hem was een van de meest betekenisvolle in mijn leven. De dood van Adam raakte me diep, want hij was degene die me, meer dan welk boek of welke professor ook, in contact bracht met de persoon van Jezus. Zijn dood schudde me wakker. Het leek of hij tegen me zei: ‘Nu ik er niet meer ben, kun je over mij schrijven en tegen je vrienden en je lezers vertellen wat ik je geleerd heb over het mysterie van die bijzondere God van ons, die bij ons is komen wonen en die ons de Heilige Geest gezonden heeft.’ Toen ik na Adams begrafenis weer aan het schrijven ging stond ik opnieuw voor de vraag: ‘Wat geloof ik?’ En toen besefte ik dat Adam me kon helpen om op die vraag een

– 12 –


antwoord te geven. Ik hield op met het lezen van theologische en historische artikelen, en begon te peinzen over het leven en over de roeping van deze opmerkelijke man, die gestorven was op ongeveer dezelfde leeftijd als Jezus, hij werd vierendertig jaar. Toen ik zijn korte leven door mijn hoofd en mijn hart liet gaan wist ik dat Adams levensverhaal me woorden zou geven waarmee ik op een begrijpelijke manier zou kunnen spreken over mijn geloof en over de christelijke geloofsbelijdenis. Adam, die zelf nooit een woord had kunnen spreken, werd geleidelijk een bron voor me waarin ik woorden vond voor mijn diepste overtuiging als christen, levend tegen het eind van het tweede millennium. De zo kwetsbare Adam werd een machtige ondersteuning voor me om de rijkdom van Christus tot uitdrukking te brengen. En Adam, die mij zelf geen echt teken van herkenning kon geven, zou met mijn hulp anderen ertoe kunnen brengen God te herkennen in hun leven. De onverwachte dood van Adam en mijn verdriet daarover brachten me op de plek, diep in me, waar ik kon spreken over God en over Gods binnenkomen in de menselijke geschiedenis. Adams levensverhaal zou me helpen om dat van Jezus te vertellen, omdat Jezus’ levensverhaal me had geholpen om dat van Adam te vertellen. Hij zou, als wegwijzer naar Jezus, net zo goed Johannes of Petrus hebben kunnen heten. Dat hij Adam heette was

– 13 –


puur toeval, maar daarin ook een beetje teken van de Voorzienigheid. Net als de eerste mens Adam staat onze Adam symbool voor iedere mens en stelt hij ons de vraag: ‘Heb jij ook een Adam die jou iets over God te zeggen heeft?’ Ik ben gaan schrijven, en het verhaal dat hier volgt komt het dichtste bij wat ik ooit over de apostolische geloofsbelijdenis zou kunnen schrijven. Adam is de toegang tot de formulering van dit Credo, en daarom schrijf ik dit met liefde en met dankbaarheid voor de bijzondere relatie die we hadden. Ik schrijf ook met een diep verlangen dat vele anderen door het verhaal van Adam in staat zullen zijn Gods verhaal met ons te herkennen, en daardoor op een nieuwe manier zullen kunnen zeggen: ‘Ik geloof’.

– 14 –


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401494281 by Uitgeverij Lannoo - Issuu