Skip to main content

9789401492492

Page 1

www.encyclopedievlaamsebeweging.be www.lannoo.com De derde en digitale Encyclopedie van de Vlaamse beweging kwam tot stand met financiële steun van de Vlaamse overheid. De redactie dankt iedereen die bijdroeg aan de realisatie van de website en dit boek.

Bezoek www.devb.be om de volledige Encyclopedie van de Vlaamse beweging digitaal te lezen, met meer dan 4000 verschillende lemma’s. Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. Omslag: Beeldzorg (Herman Houbrechts) Vormgeving: Studio Lannoo i.s.m. Keppie & Keppie © Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2024, de auteurs en ADVN | archief voor nationale bewegingen d/2024/45/135 – isbn 978 94 014 9249 2 – nur 688 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten volgens de wettelijke bepalingen te regelen. Zij die menen nog zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich tot de uitgever wenden.


Coördinatie

Aragorn Fuhrmann Sarah Menu

Beeldredactie Winne Gobyn

Kernredactie

Marnix Beyen Elke Brems Bruno De Wever Chantal Kesteloot Dave Sinardet Jo Tollebeek Jeffrey Tyssens Maarten Van Ginderachter Antoon Vrints Kaat Wils


Inhoud

Voorwoord Een derde Encyclopedie van de Vlaamse beweging Aragorn Fuhrmann en Sarah Menu

11

Inleiding Introductie tot de geschiedenis van de Vlaamse beweging Bruno De Wever

19

Beeldende Kunst 57 Vlaamse kunstenaars tussen afstand en engagement Kurt De Boodt, Aragorn Fuhrmann en Tom Verschaffel

België 78 Vervreemden van een vaderland Marnix Beyen en Chantal Kesteloot

Brussel 97 Het strijdpunt Brussel Rudi Janssens, Els Witte, Joost Vaesen, Machteld De Metsenaere, Dimokritos Kavadias en Ann Mares

Congo 119 Het koloniale verleden van de Vlaamse beweging Hidde Slotboom

Duitsland-Vlaanderen 131 Duitse perspectieven op de Vlaamse beweging Winfried Dolderer

Economie 142 Het idee van een Vlaamse economie Dirk Luyten en Olivier Boehme

6


Eerste Wereldoorlog 154 Breukmoment in de geschiedenis van de Vlaamse beweging Antoon Vrints

Film 168 Natievorming op en achter het witte doek Gertjan Willems, Daniël Biltereyst, Roel Vande Winkel en Guido Convents

Frankrijk-Vlaanderen 178 Affiniteit maar ook aversie Maria De Waele

Gender 195 Van retoriek tot realiteit Lith Lefranc

Hoger onderwijs 213 Verdubbelen en splitsen Jeffrey Tyssens, Alexia Coussement, Gita Deneckere, Ruben Mantels en Wilfried Weets

Internationaal-comparatief 224 Een kwestie van eens anders naar de Vlaamse beweging te kijken Kas Swerts

Jeugd 246 Impuls voor de Vlaamse beweging Louis Vos

Katholieke partij 258 (Communautaire) spanningen in een beleidspartij Emmanuel Gerard

Kerk 276 Tussen verstandhouding en conflict Lieve Gevers

Liberale partij 287 Van Klauwaert en Geus tot vrijheid voorop Peter Laroy

Links-radicalisme 299 De ambivalente relatie tussen de Vlaamse beweging en de radicale linkerzijde Stefaan Marteel

7


De Vlaamse beweging in beelden 312r Deel 1 Literatuur 313 Het spannende verbond tussen schrijvers en de Vlaamse beweging Kris Humbeeck, Geert Buelens, Matthijs de Ridder en Aragorn Fuhrmann

Monarchie 361 Het Belgische vorstenhuis op gespannen voet met de Vlaamse beweging Stefaan Marteel

Natuur, milieu en landschap 374 Historische dwarsverbanden tussen Vlaamse en groene bewustwording Andreas Stynen en Jos Gysels

Nederland-Vlaanderen 388 Territorium, taal en cultuurpolitiek Jan Rock

Pers 402 Van strijdgenoot tot kritisch commentator Sebastiaan Vandenbogaerde

Populaire muziek 421 Lied van mijn land, maar welk land? Geert Buelens

Rechts-radicalisme 435 Heimwee naar vroeger of blauwdruk voor morgen? Louis Vos

Socialistische partij 452 Afstandelijkheid of engagement? Harry Van Velthoven

Spanje 466 Waar vijanden vrienden werden Vincent Scheltiens

Sport 479 Demarrages, duels en donkere vlekken Stijn Knuts, Hans Vangrunderbeek en Pascal Delheye

8


De Vlaamse beweging in beelden 488r Deel 2 Taal 489 Van normenstrijd naar een eigen talige identiteit Wim Vandenbussche, Rik Vosters en Roland Willemyns

Televisie 519 Vlaamse natievorming op het kleine scherm Geert Buelens, Dave Sinardet en Aragorn Fuhrmann

Toneel 536 Van wederzijdse bevruchting naar spanning en complexiteit Karel Vanhaesebrouck

Tweede Wereldoorlog 547 Een lange schaduw over de Vlaamse beweging Nico Wouters

Vlaams-nationalistische partijen 561 Tegen België, tussen radicalisme en compromis Bruno De Wever en Dave Sinardet

Vlaanderen 577 De geschiedenis van een constructie Marnix Beyen, Marc Boone, Reginald de Schryver (†), Jelle Haemers en René Vermeir

Waalse beweging 608 De onbeminde vijand, het andere bijproduct van België Chantal Kesteloot

Epiloog Beweegt de Vlaamse beweging nog?

627

Ludo Simons

Bibliografie Register Auteursbiografieën

639 663 673

9


—Voorwoord

DERDE ENCY CLOPEDIE van de

VLAAMSE BEWEGING


Y E

E

Voorwoord Een derde Encyclopedie van de Vlaamse beweging

Aragorn Fuhrmann en Sarah Menu De Vlaamse beweging heeft een diepe afdruk nagelaten in de geschiedenis van België en Vlaanderen. In een kleine twee eeuwen tijd ontwikkelde ze zich van een overwegend culturele onderneming tot een politieke massabeweging die de Belgische samenleving ingrijpend veranderde. Van spellingregels tot de federale structuur van het land, van Nederlandstalige universiteiten en regionale politieke partijen, tot straatnamen, studentenliedjes en zwart-gele stoplichten: de publieke ruimte draagt vandaag in tal van opzichten de sporen van het historische project van de Vlaamse beweging. Hoe een initieel kleinschalig initiatief van letterheren en taalkundigen uiteindelijk zo’n impact kon hebben, is een even rijke als ingewikkelde geschiedenis, die zich niet op één manier laat vertellen. Politiek, kunst, economie, recht, onderwijs, sport… ze bestrijkt vrijwel alle domeinen van het maatschappelijke leven. Met duizenden kleinere en grotere artikelen wil de Encyclopedie van de Vlaamse beweging recht doen aan deze complexiteit en de lezer uitnodigen om de Vlaamse beweging, als door een caleidoscoop, steeds weer vanuit een ander perspectief te verkennen.

Over de Encyclopedie De Encyclopedie van de Vlaamse beweging beschríjft niet alleen een geschiedenis, ze hééft zelf ook een geschiedenis. In de eerste helft van de jaren 1970 rolde de eerste editie van de encyclopedie van de pers: het was een groots opgezet, 2000 pagina’s tellend naslagwerk met een geel-zwart omslag. De verantwoordelijke uitgever was Lannoo en de financiële steun voor het werk werd door de Vlaamsgezinde verzekeringsmaatschappij het Noordstarfonds verstrekt. De re-

11


dacteurs van deze eerste Encyclopedie van de Vlaamse Beweging (EVB) waren de journalist en initiatiefnemer Gaston Durnez, de dichter en tijdschriftredacteur Jozef Deleu, de historicus Reginald de Schryver en de literatuurwetenschapper Ludo Simons. Historicus en oud-VNV-leider Hendrik Elias en de Nederlandse historicus Arie W. Willemsen traden op als adviseur. Samen met 430 auteurs brachten zij een schat van kennis over de Vlaamse beweging samen in twee volumes, met in totaal circa 2600 lemma’s. De basis van het boek werd gevormd door een 60-tal overzichtsartikelen, die handelden over bredere thema’s als ‘Etymologie’ en ‘Literatuur’. Op inhoudelijk gebied reflecteerde de encyclopedie de transitieperiode waarin de geschiedschrijving van de Vlaamse beweging zich in de jaren 1970 bevond. Op maatschappelijk vlak woedden de debatten over de Vlaamse kwestie hevig, maar ook de erfenis van de Vlaamse beweging was de inzet van een strijd. Deze strijd werd eveneens gevoerd binnen de geschiedschrijving, die zich nog niet geheel had ontvoogd van verschillende nationalismes. Toch had zich in de jaren 1970 – met onder andere het kritische onderzoek van de Leuvense historicus Lode Wils – een verwetenschappelijking ingezet. Ook deze objectiverende houding vond, net als het engagement, haar weerslag in de eerste Encyclopedie van de Vlaamse Beweging. Op het moment dat een encyclopedie op papier verschijnt, blijft historische kennis in beweging. Zo ging het ook met de EVB. Al snel na de publicatie drongen de ideeën voor aanpassingen, aanvullingen en correcties zich op. Toch zou het nog vijfentwintig jaar duren voor er een tweede editie kwam: de Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging (NEVB) uit 1998, andermaal uitgegeven door Lannoo. Het boekwerk bestond nu uit drie delen, maar behield de structuur van de eerste Encyclopedie: het bevatte 3670 lemma’s, inclusief 81 thematische overzichtsteksten. De voorzitter van het redactiecomité was Reginald de Schryver; de Gentse historicus Bruno De Wever trad op als vicevoorzitter. De financiële middelen kwamen dit keer van de Vlaamse regering, die sinds 1981 – na een resem staatshervormingen – de uitvoerende macht droeg in Vlaanderen. Ook in de academische geschiedschrijving over de Vlaamse beweging had zich ondertussen een grote verschuiving voorgedaan. De verwetenschappelijking van het vakgebied had zich doorgezet. Fundamenteel onderzoek had historische mythes ontkracht, en er waren nieuwe subdisciplines aangeboord. Het was in deze specifieke context dat de Nieuwe Encyclopedie werd beschouwd als de definitieve breuk met de nationalistisch geïnspireerde historiografie. Het naslagwerk groeide uit tot het vlaggenschip van de kritisch-wetenschappelijke studie van de Vlaamse beweging – en was dat vele jaren later nog steeds. Er bestaat vandaag nog steeds weinig twijfel over dat de NEVB in grote mate in haar opzet geslaagd is om een kritisch en objectief naslagwerk over de geschiedenis van de Vlaamse beweging te zijn.

12


Ongeveer twintig jaar na de publicatie van de Nieuwe Encyclopedie werd vanuit de erfgoedsector en de academische wereld het idee gelanceerd om de encyclopedie een derde – en definitieve – update te geven. Sinds 1998 was er immers heel wat gebeurd. In de ADVN-Mededelingen schreef historicus Andreas Stynen dat ‘zowel binnen als buiten de partijpolitiek (…) het Vlaamse nationalisme diepgaand (was) veranderd, nieuwe figuren en initiatieven traden op de voorgrond en de Vlaamse beweging waagt zich aan een andere actievoering’. De maatschappelijke actualiteit noopte dus tot een aanvulling van het ondertussen een kwarteeuw oude naslagwerk. Maar ook de geschiedwetenschap had in die periode nieuwe wendingen genomen. Het onderzoek was internationaler geworden, en ook diverser: de geschiedschrijving had ruimte gemaakt voor de stemmen van sociale en culturele minderheden, en nieuwe bronnen waren aangeboord. Ten slotte veranderde er ook een en ander op technologisch vlak. In de 21ste eeuw is het vanzelfsprekend dat onderzoek digitaal raadpleegbaar is. De derde en digitale Encyclopedie van de Vlaamse beweging moest dus een onlineplatform zijn, dat kennis over de Vlaamse beweging toegankelijk maakt voor een breed publiek. In 2018 nam het ADVN | archief voor nationale bewegingen het voortouw om de uitbouw van een digitale Encyclopedie van de Vlaamse beweging te realiseren. De kernredactie van het project bestond uit Marnix Beyen, Elke Brems, Bruno De Wever, Chantal Kesteloot, Dave Sinardet, Jo Tollebeek, Jeffrey Tyssens, Maarten Van Ginderachter, Antoon Vrints en Kaat Wils. Onder hun wetenschappelijke leiding en met de medewerking van meer dan vierhonderd auteurs, reviewers en adviseurs werd de inmiddels meer dan twintig jaar oude Nieuwe Encyclopedie aan een inhoudelijke update onderworpen en online toegankelijk gemaakt. Naast meer dan 4000 lemma’s en afbeeldingen, bevat de encyclopedie op het moment van haar lancering meer dan 80 syntheseartikelen. Zowel op inhoudelijk als op vormelijk niveau is ze schatplichtig aan haar twee grote voorgangers, maar er gaat ook veel aandacht uit naar vernieuwende benaderingen en thema’s. Vele daarvan hebben hun weg gevonden naar dit boek, staalkaart van vijf jaar encyclopedische arbeid.

Over dit boek De digitale Encyclopedie van de Vlaamse beweging is een levend instrument dat zich in theorie eindeloos laat aanvullen en actualiseren. Tegenover die veelheid en rijkdom aan informatie dient dit boek als een ‘draagbare’ encyclopedie, waarin de lezer aan de hand van 34 syntheseartikelen kan kennismaken met

Voorwoord

13


cruciale domeinen en invalshoeken zoals Kerk, Vlaams-nationalisme en de wereldoorlogen. De website bevat, behalve lange versies van de hoofdstukken van dit boek, talloze lemma’s die specifiek gewijd zijn aan personen, verenigingen, publicaties en concepten die in dit boek de revue passeren (www.encyclopedievlaamsebeweging.be). Ook beeldmateriaal is online in overvloed aanwezig. Dit boek hanteert wat dat betreft een andere formule: in twee visuele hoofdstukken wordt de geschiedenis van de Vlaamse beweging gevat in 68 beklijvende en gelaagde beelden. De Vlaamse beweging was altijd meerduidig en in transformatie. Haar spoor door de 19de, 20ste en 21ste eeuw is er een met talloze kronkels en vertakkingen. Hoewel het primaire doel de erkenning van het Nederlands in Vlaanderen was, stond er vanaf het begin meer op het spel dan alleen taal. De Vlaamse kwestie ging ook over culturele en intellectuele ontplooiing, over sociale gelijkheid en economische ontwikkeling. Verweven met dat alles speelden vragen over nationaal bewustzijn en collectieve identiteit een belangrijke rol: hoe Vlaanderen en het Vlaming-zijn te definiëren? Wat was het recept voor de ideale Vlaamse gemeenschap en hoe moest de Vlaamse beweging zich verhouden tot België en de wereld? De antwoorden waren doorgaans even divers als de personen en groepen die ze formuleerden. De Encyclopedie benadert de Vlaamse beweging dan ook niet als een homogeen geheel van verenigingen en organisaties, maar eerder als een open en grillig debat, waarin meerstemmigheid de boventoon voert. De samenstelling van dit boek weerspiegelt die veelzijdigheid. Het bevat hoofdstukken over culturele disciplines (Literatuur, Toneel, Muziek, Beeldende kunsten, Film) en over de grote politieke families (Katholieke partij, Liberale partij, Socialistische partij, Vlaams-nationalistische partijen), over moderne massamedia (Pers, Televisie) en traditionele machtscentra (Kerk, Monarchie). Enkele ‘klassieke’ actiegebieden van de Vlaamse beweging mochten niet ontbreken (Taal, Brussel, Hoger onderwijs, Jeugd), maar ook nieuwere onderzoeksvelden zoals Economie en Sport komen aan bod. Terwijl de relatie tussen Links-radicalisme en de Vlaamse beweging zeker voor een wat breder publiek veel weg heeft van een verborgen geschiedenis, heeft de band met Radicaal-rechts in onderzoek en publieksgeschiedenis terecht al veel aandacht gekregen. Beide thema’s worden in dit boek tegen het licht gehouden. Ook de epiloog van dit werk, die werd verzorgd door de encyclopedist van het eerste uur Ludo Simons, geeft uitdrukking aan een van de vele mogelijke individuele perspectieven op de Vlaamse beweging. Als aanvulling op de 34 academisch-wetenschappelijke hoofdstukken, streeft deze persoonlijke beschouwing ernaar om lezers te doen nadenken over de vele facetten van een nationale beweging.

14


Bij alle contrasten tussen de verschillende deelgebieden vallen ook parallellen en overkoepelende tendensen op. Zo is er in vergelijking met de NEVB een sterk toegenomen belangstelling voor symboliek en beeldvorming, die zich niet beperkt tot cultuurhistorische hoofdstukken zoals ‘Literatuur’, ‘Taal’ en ‘Televisie’, maar ook blijkt uit de bijdragen over politieke geschiedenis. In de loop van haar culturele en politieke strijd ontwikkelde de Vlaamse beweging een complex aan mythes, metaforen, zelf- en vijandbeelden, sjablonen, symbolen, clichés en stereotyperingen, die een eigen leven gingen leiden en niet minder dan taalwetten of staatshervormingen invloed uitoefenden op de Belgische samenleving. Of het nu gaat over de mythe van het Vlaamse taalverval dan wel de topos van het eeuwige katholieke Vlaanderen: om de geschiedenis van de Vlaamse beweging te duiden, kunnen onderzoekers kennelijk niet langer om de kracht van taal, verbeelding en percepties heen. In samenhang daarmee is de voorbije decennia bovendien het inzicht gegroeid dat nationalisme niet altijd een sterk geprononceerd en bewust beleefd fenomeen is, maar ook een onbewuste, latente component heeft. De natie wordt immers evenzeer in stand gehouden door allerlei triviale verwijzingen naar nationale identiteit, die zo diep ingesleten zijn dat ze nauwelijks nog opgemerkt worden. In de Vlaamse natievorming losten een ‘verhitte’ en een ‘banale’ variant elkaar dan ook voortdurend af, als de Jekyll and Hyde van het Vlaamse natiegevoel. Vlaanderen werd niet alleen geconstrueerd met blauwvoeten en IJzerbedevaarten, maar ook met flandriens, Bekende Vlamingen en F.C De Kampioenen. Zeker naarmate de Vlaamse staatkundige autonomie haar beslag kreeg, haalde een latente natievorming steeds meer de bovenhand op het oude militant-nationalistische discours. In al haar diversiteit evolueerde de Vlaamse beweging steeds mee met een bredere maatschappelijke context. Zoals Bruno De Wever schrijft in het inleidende artikel van dit boek, vallen haar vele metamorfoses niet los te zien van een samenleving in permanente verandering. Ruimere, vaak internationale evoluties gaven vorm aan de Vlaamse kwestie en stuurden haar in nieuwe, onverwachte richtingen. Het belang van de Eerste en de Tweede Wereldoorlog kan in dit verband bezwaarlijk worden overschat: tweemaal koos een deel van de Vlaamse beweging voor collaboratie met een autoritair bezettingsregime, tweemaal werd het uitzicht van de hele beweging er ingrijpend door veranderd. Naast deze ‘klassieke’ scharnierfases kreeg ook de milieu- en klimaatproblematiek een hoofdstuk in dit boek: waren er historische raakvlakken tussen groene en Vlaamse bewustwording? En in hoeverre valt een sterk regionaal gerichte ideologie als het nationalisme te verzoenen met een bij uitstek mondiale uitdaging? Het is een nog vrijwel onontgonnen onderzoeksdomein. Duidelijk is wel

Voorwoord

15


dat de Vlaamse beweging zich ondanks haar nationalistische inzet niet tot een lokaal blikveld beperkte, maar in de loop van de geschiedenis ook voortdurend in interactie trad met andere nationale bewegingen en culturen. Om die reden schuift dit boek niet alleen België en het geografische gebied Vlaanderen naar voren als perspectief op het Vlaamse emancipatiestreven, maar ook de Waalse beweging, Duitsland, Nederland, Frankrijk en Spanje. In het hoofdstuk ‘Internationaal’ staat dan weer de vergelijking met diverse nationale bewegingen, zoals de Deense en de Ierse, centraal. Al deze internationaal georiënteerde bijdragen dienen in zekere zin als relativerende kanttekening bij de geschiedenis van de Vlaamse beweging. Ze laten immers zien dat die beweging au fond uniek noch autonoom was. Toch dreigt ook de internationale benadering een hardnekkige blinde vlek in het onderzoek intact te laten: ‘de natie’ blijft overeind als een vanzelfsprekend perspectief op de wereld. Het bevragen en problematiseren van dat nationale paradigma vormt vandaag een van de grootste uitdagingen van het nationalismeonderzoek (in Vlaanderen en elders). Doordat zelfs de meest kritische studies de geschiedenis steeds weer in het licht van naties en nationale bewegingen interpreteren, dreigen ze in een soort ‘methodologisch nationalisme’ te vervallen. Impliciet bevestigen ze namelijk de natie in haar macht. En niet alleen de natie: ook het beeld van de welgestelde westerse man als hoofdrolspeler van de geschiedenis kan in dit soort onderzoek doorgaans ongestoord blijven doorwerken. Inzoomen op een nationale beweging leidt er immers meestal toe dat alleen de toenmalige elites in beeld komen: de intellectuelen, schrijvers, kunstenaars en politici, kortom, al wie toegang had tot het maatschappelijke forum. Hoe bredere lagen van de bevolking en minderheden ingeschakeld werden in óf zelfstandig bijdroegen tot de vorming van de natie, blijft al te vaak onderbelicht, laat staan dat de vraag gesteld wordt of die natie überhaupt zo’n belangrijke factor in hun leven vormde. Met hoofdstukken over Gender en Congo wil dit boek aandacht besteden aan alternatieve geschiedenissen in de marge van de Vlaamse beweging. Voor toekomstige encyclopedisten én hun lezers blijft er in dit verband echter veel te ontdekken en te onderzoeken.

16


—Syntheseteksten

ENCYCLO PEDIE van de

VLAAMSE BEWEGING 56 i nleiding


O-

E

Beeldende kunst Vlaamse kunstenaars tussen afstand en engagement

Kurt De Boodt, Aragorn Fuhrmann en Tom Verschaffel Tijdens de Eerste Wereldoorlog engageerden beeldende kunstenaars zich voor het eerst ten volle in de Vlaamse beweging. Tot op dat moment was voor kunst hoogstens een bijrol weggelegd in de ‘Vlaamse strijd’: als bondgenoot van de zoveel sterker vertegenwoordigde Vlaamse literatuur of als reservoir van nationale roem in een voorvaderlijk verleden. Pas toen het flamingantisme radicaliseerde en uitgroeide tot een bredere politieke en maatschappelijke beweging, verschenen kunstenaars op de voorposten. Ze ontpopten zich als radicale nationalisten, deden aan ‘gemeenschapskunst’ en voorzagen de Vlaamse beweging van een eigen beeldtaal. Tot de staatshervormingen in de jaren 1970-1980 voor een nieuw omslagpunt zorgden: Vlaamse kunstenaars rouwden mee om België en verruilden engagement voor kritische distantie.

Voor de glorie van België Op het Salon van Brussel van 1835 exposeerde de Antwerpse schilder Gustaaf Wappers zijn Episode uit de Septemberdagen van 1830, een heroïsche impressie van de Belgische Revolutie. Het werk wordt als een symbolisch vertrekpunt gezien van de romantische historieschilderkunst in België. Dit kunstgenre vormde een prominent onderdeel van de nationale historische cultuur, waarmee de jonge natiestaat zijn bestaan wilde legitimeren. De kernelementen daarvan waren de mythe van de vreemde overheersingen, de onverdroten vrijheidsstrijd, de afwisseling van periodes van onderdrukking en van welvaart, en de glorierijke rol die de voorouders in de wereldgeschiedenis hebben gespeeld. Dit romantische narratief diende aan te tonen dat ‘de Belgen’ een natie vorm-

57


den, aangezien ze een lange geschiedenis hadden, die blijk gaf van een eigen wil en identiteit. Zoals het in die periode zowat overal in Europa gebeurde, werd de actuele natiestaat in het verre verleden geprojecteerd. Het graafschap Vlaanderen groeide daarbij uit tot de kern van het Belgische verhaal. In het overzicht van de twaalf historische episodes dat Hilaire Kreins als frontispice voor Théodore Justes Histoire de Belgique (1840) tekende, kwamen onder andere de ‘Communes de Flandre’ en de ‘Bataille des Eperons d’Or’ voor. In de grootste historische stoet, waarmee in 1856 het jubileum van het land werd gevierd, nam Jacob van Artevelde, aan wie de praalwagen van de provincie Oost-Vlaanderen was gewijd, een centrale plaats in. Er was daarbij geen contradictie tussen de cultus van het Vlaamse verleden en het Belgische patriottisme. Het ‘Vlaamse element’ van België garandeerde juist de eigenheid van het land, en onderscheidde het, in het bijzonder van Frankrijk. In de vorming van een nationale identiteit speelde het artistieke verleden zelf een belangrijke rol. Dat was bij uitstek het geval voor België en Vlaanderen, waarvan de inwoners als ‘een volk van schilders’ werden voorgesteld. Als de bijdragen van het land aan de wereldbeschaving in het licht werden gesteld, dan namen de beeldende kunstenaars daarbij een grote plaats in. Als de voornaamsten daarvan golden Peter Paul Rubens, Antoon van Dyck, de gebroeders Van Eyck, David Teniers, Hans Memlinc, Quinten Metsijs en Jacob Jordaens. Allen stonden zij in één traditie, die de nationale geschiedenis tot een eenheid maakte. Ook voor eigentijdse kunstenaars diende het artistieke verleden als een belangrijk argument van nationale eigenheid. In de 19de eeuw voltrok zich een ‘nationalisering’ van de eigentijdse cultuur en kunst. Onder meer het verschijnen van kunst in de nationale afdelingen van de wereldtentoonstellingen, vanaf Parijs 1855, was daar een uiting van. Het idee groeide daarbij dat kunst de expressie was van een collectieve (nationale) identiteit, en dat zij ook beter en waardevoller was naarmate zij nationaal-specifieker was. Een manier om tot die specificiteit te komen bestond erin aansluiting te zoeken bij historische voorgangers. In het Belgische kunstlandschap, dat verdeeld was tussen classicisme en romantiek, bleef het classicisme sterk in Brussel, terwijl in het Antwerpen van Wappers en Nicaise De Keyser de romantische traditie heerste. De cultus van Rubens, en bij uitbreiding de barok, speelde de romantische schilders in de kaart en legde de nadruk op kleur en beweging, veeleer dan op de ‘tekening’.

58


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401492492 by Uitgeverij Lannoo - Issuu