Oud schrift voor beginners
2232-PaleografiePH-OK.indd 1
20/01/2023 14:24
2232-PaleografiePH-OK.indd 2
20/01/2023 14:24
Oud schrift voor beginners
Georges Declercq Hanne Roose
Een inleiding tot de paleografie
2232-PaleografiePH-OK.indd 3
20/01/2023 14:24
D/2023/45/77- ISBN 978 94 014 9129 7 – NUR 610 Vormgeving cover: Keppie & Keppie Vormgeving binnenwerk: puurprint ©
Georges Declercq, Hanne Roose en Uitgeverij Lannoo nv Tielt, 2023
Uitgeverij Academia Press maakt deel uit van Lannoo Uitgeverij, de boeken- en multimediadivisie van Uitgeverij Lannoo nv Alle rechten voorbehouden. Niets van deze uitgave mag verveelvoudigd worden en of openbaar gemaakt, door middel van druk, fotokopie, microfilm, of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Uitgeverij Academia Press Coupure Rechts 88 9000 Gent België www.academiapress.com
2232-PaleografiePH-OK.indd 4
20/01/2023 14:24
Inhoud
Woord vooraf 9 DEEL 1 BASISINFORMATIE OM TE STARTEN 13 HOOFDSTUK 1 Wat is paleografie? 15 HOOFDSTUK 2 Basisbegrippen 19 1. Majuskels en minuskels 2. Geposeerd en cursief schrift 3. Boekschrift en gebruiksschrift
19 20 22
HOOFDSTUK 3 Een korte schets van de schriftevolutie 25 HOOFDSTUK 4 Afkortingen 31 1.
Suspensie 1.1. Weggevallen letter ‘n’ (of ‘m’ of ‘en’) 1.2. Weggevallen letters ‘er’ of ‘re’ 1.3. Weggevallen letters ‘de’ (na ‘en’) 1.4. De reeds vermelde 1.5. Afgekorte aansprekingen en functies 1.6. Andere vaak voorkomende suspensies 2. Contractie 2.1. Weggevallen letter ‘n’ of ‘m’ (of ‘en’) 2.2. Weggevallen letters ‘er’ of ‘re’ 2.3. Afgekorte aansprekingen en functies 2.4. Andere vaak voorkomende contracties 3. Letters in bovenschrift 3.1. Eerste en laatste letters 3.2. Open ‘a’
2232-PaleografiePH-OK.indd 5
32 32 32 32 33 33 34 34 34 34 35 35 35 35 36
20/01/2023 14:24
4. Speciale tekens 4.1. Afkortingen met de letter ‘p’ 4.2. Het 7- of Z-vormige teken 4.3. Doorstreepte ‘v’ 4.4. Het 9-vormige teken 4.5. Het 2- of vogelvormige teken 5. Eigennamen 5.1. Persoonsnamen 5.2. Plaatsnamen 6. Naamvallen in het Middelnederlands
36 36 36 37 37 37 38 38 38 38
HOOFDSTUK 5 De vorm van de letters 41 1. Terminologie 2. Letter ‘e’ 3. Letters ‘g’, ‘h’ en ‘k’ 4. Letters ‘i’, ‘j’ en ‘y’ 5. Letter ‘n’ 6. Letter ‘r’ 7. Letters ‘s’ en ‘f’ 8. Letters ‘u’ en ‘v’ 9. Letter ‘w’ 10. Letter ‘z’
42 42 43 45 46 46 47 48 49 49
HOOFDSTUK 6 Cijfers en eenheden 51 1.
Romeinse cijfers 1.1. Werking Romeinse cijfers 1.2. Transcriptie van Romeinse cijfers 2. Arabische cijfers 3. Munten en munteenheden 4. Maten en gewichten
51 51 52 53 54 56
HOOFDSTUK 7 Transcriptieregels 59 DEEL 2 SCHRIFTVOORBEELDEN 14DE-18DE EEUW 63 HOOFDSTUK 1 Getuigenverklaringen in het Gentse Sint-Pietersdorp, 1331 67 HOOFDSTUK 2 Oorkonde van de Franse koning Filips VI, 1334 77
2232-PaleografiePH-OK.indd 6
20/01/2023 14:24
HOOFDSTUK 3 Renteboek van de heerlijkheid Moen, 1430 89 HOOFDSTUK 4 Denombrement van een leen in Wingene, 1436 99 HOOFDSTUK 5 Kerkrekening van Moorslede, 1483-1484 107 HOOFDSTUK 6 Wilsbeschikking van een vrouw bij kloosterintrede, 1501 117 HOOFDSTUK 7 Vertaling van de keure van Desteldonk, 1557 127 HOOFDSTUK 8 Oorkonde van het kapittel van Harelbeke, 1563 137 HOOFDSTUK 9 Brief van Margaretha van Parma aan Frans van Halewijn, 1567 145 HOOFDSTUK 10 Afschrift van de kroniek van Vlaanderen 153 van Filips Wielant, 16de-17de eeuw HOOFDSTUK 11 Brief van een kanunnik van Harelbeke aan Robert 163 van Maldegem, 1614 HOOFDSTUK 12 Vonnis van de Gentse schepenen, 1650 171 HOOFDSTUK 13 Attest van François Vilain, bisschop van Doornik, 1665 179 HOOFDSTUK 14 Voorletterboekje van een vrouw uit Lier, 1682 187 HOOFDSTUK 15 Akte verleden voor de pastoor-notaris van Overrepen, 1685 195 HOOFDSTUK 16 Staat van goed van een meisje van 15 uit Slijpe, 1739 203 HOOFDSTUK 17 Volmacht verleend door de Raad van Vlaanderen, 1756 209 DEEL 3 VOOR WIE MEER WIL WETEN 217 HOOFDSTUK 1 Literatuur 219 HOOFDSTUK 2 Digitale hulpmiddelen 223
2232-PaleografiePH-OK.indd 7
20/01/2023 14:24
2232-PaleografiePH-OK.indd 8
20/01/2023 14:24
woord vooraf
9
Woord vooraf
Paleografie is een vaardigheid waarin teksten in oud handschrift worden omgezet naar hedendaags schrift. Dat ontcijferingsproces heet ‘transcriberen’. Aangezien schrifttypes variëren door de tijd heen, zijn oudere handschriften vandaag moeilijk te ontcijferen. In de opleiding geschiedenis van iedere Vlaamse universiteit wordt daarom het vak paleografie aangeboden. Voor studenten die geschiedenis studeren is dat immers een basisvaardigheid die hen moet toelaten om in archieven oude documenten te lezen en te gebruiken. Daarnaast zijn er heel wat ‘amateurs’ die ook met oud schrift in aanraking komen: lokale heemkundigen die opzoekingen verrichten over het verleden van hun dorp, stad of streek, en mensen die hun stamboom willen opstellen. Vandaar dat archieven, erfgoedcellen, heemkundige kringen en verenigingen voor familiekunde soms ook cursussen paleografie organiseren. In die vakken en cursussen worden basisprincipes aangereikt om dergelijke geschriften te decoderen, maar de vaardigheden om de teksten te ontcijferen, kunnen enkel aangeleerd worden door veelvuldig te oefenen. De hier voorgestelde inleiding tot de paleografie wil beginnende onderzoekers (of dat nu studenten zijn, dan wel familiekundigen of lokale vorsers) een eerste kennismaking bieden met oud schrift en hen op weg zetten of ondersteunen bij hun pogingen om zich die vaardigheid eigen te maken. In die zin is ze complementair aan de hiervoor genoemde lessen en al bestaande oefenplatformen of websites. Deze inleiding is dus niet bedoeld als oefenboek, maar kan de beginnende onderzoeker wel begeleiden bij zijn of haar eerste stappen. Om die reden zullen enkel schriftvoorbeelden in het Nederlands en het Frans worden opgenomen. Het zich eigen maken van deze vaardigheid gebeurt immers het best met teksten gesteld in een taal die men kent. Er is ook naar gestreefd om het aantal voorbeelden beperkt te houden, zodat het geheel behapbaar blijft voor de lezer.
2232-PaleografiePH-OK.indd 9
20/01/2023 14:24
10
De structuur is tweeledig: het eerste deel bevat alle informatie die nodig is om paleografie aan te vatten: de basisbegrippen, een korte schets van de evolutie van het schrift, de afkortingssystemen, de lettervormen, het gebruik van cijfers, maten en munten, alsook de regels voor de transcriptie van oude teksten. Daarna volgen in het tweede deel zeventien schriftvoorbeelden van de veertiende tot de achttiende eeuw in het Nederlands en het Frans. Het geheel wordt afgerond met suggesties voor wie meer over het onderwerp wil weten. De auteurs wensen hun dank te betuigen aan Els De Paermentier, die paleografie doceert aan de Universiteit Gent, voor haar bereidwilligheid om de tekst van dit handboek na te lezen. Zij bezorgde ons tal van nuttige opmerkingen en suggesties. Dank zijn we ook verschuldigd aan Michael Serruys (VUB), die erin slaagde de persoon achter een moeilijk leesbare handtekening bovenaan op het laatste schriftvoorbeeld te identificeren.
2232-PaleografiePH-OK.indd 10
20/01/2023 14:24
woord vooraf
2232-PaleografiePH-OK.indd 11
11
20/01/2023 14:24
2232-PaleografiePH-OK.indd 12
20/01/2023 14:24
DEEL 1
Basisinformatie om te starten
2232-PaleografiePH-OK.indd 13
20/01/2023 14:24
2232-PaleografiePH-OK.indd 14
20/01/2023 14:24
wat is paleografie?
15
HOOFDSTUK 1
Wat is paleografie?
Paleografie (van het Grieks palaios = oud, en graphê = het schrijven) is letterlijk de wetenschap van het oude schrift. Het is een hulpwetenschap van de geschiedenis, die zich tot doel stelt: 1 oud schrift te ontcijferen en te lezen; 2 de evolutie van het schrift te bestuderen; 3 ongedateerde handgeschreven documenten en teksten uit het verleden op basis van het schrift te dateren; 4 valse documenten te ontmaskeren. Hier zal de nadruk vooral liggen op (1), de vaardigheid om originele handschriften en archiefstukken uit het verleden te lezen. De periode die in dit handboek voor beginners aan bod komt, loopt van de veertiende eeuw, waarin teksten in de volkstalen (Nederlands en Frans) in onze gewesten de norm worden, tot het veralgemenen van ons huidige schrift in de achttiende eeuw. Concreet reikt dit handboek een reeks schriftvoorbeelden aan, hoofdzakelijk van archiefstukken, uit de late middeleeuwen en de moderne tijd, telkens met transcriptie en commentaar. De doelstellingen (2), (3) en (4) zijn hier van minder belang. Toch zal in deze inleiding ook een korte schets van de ontwikkeling van het schrift in de middeleeuwen en de moderne tijd geboden worden om de schriftvoorbeelden in het bredere kader van de schriftevolutie te situeren. Het is juist deze evolutie die het mogelijk maakt om ongedateerde documenten toch te dateren, zij het bij benadering. Dat gebeurt door hun schrift (en de kenmerken ervan) aandachtig te vergelijken met wel gedateerde stukken. Het schrift, zelfs indien het van eenzelfde type is, evolueert immers langzaam maar zeker. Dat laat toe om ongedateerde teksten aan een bepaalde eeuw toe te wijzen, en vaak zelfs aan een bepaald segment binnen een eeuw (een kwarteeuw of een paar decennia).
2232-PaleografiePH-OK.indd 15
20/01/2023 14:24
16
deel 1
Deze evolutie van het schrift maakt het eveneens mogelijk om vervalsingen op te sporen. In de middeleeuwen zijn tal van valse documenten vervaardigd, en ook later zijn er nog gefabriceerd. Vervalsers waren zich dikwijls niet bewust van de evolutie van schrift, of van het feit dat er vroeger andere schrifttypes werden gebruikt. En als ze dat wel doorhadden, poogden ze meestal hooguit om hun schrift een in hun ogen archaïsche stempel te geven door het toevoegen van krullen aan de schachten van de letters. Een tekst geschreven in een schrift dat niet overeenstemt met de tijd waaruit het document beweert te stammen, valt op die manier door de mand. Dat maakt het eveneens mogelijk om de vervalsing in de tijd te situeren.
2232-PaleografiePH-OK.indd 16
20/01/2023 14:24
wat is paleografie?
2232-PaleografiePH-OK.indd 17
17
20/01/2023 14:24
2232-PaleografiePH-OK.indd 18
20/01/2023 14:24
basisbegrippen
19
HOOFDSTUK 2
Basisbegrippen
Zoals elke wetenschap hanteert ook de paleografie een reeks eigen begrippen. Enkele daarvan zijn basisbegrippen die ook voor beginners van belang zijn.
1. MAJUSKELS EN MINUSKELS Het onderscheid tussen hoofdletters (in de vakterminologie majuskels) en gewone of kleine letters (minuskels) zal op het eerste gezicht vanzelfsprekend overkomen en voor iedereen duidelijk zijn. Toch heeft dat onderscheid niet te maken met de grootte van de letters, maar veeleer met de basisstructuur van de letters.
Strubbe E., Grondbegrippen van de paleografie der middeleeuwen, tussen p. 18 en 19
2232-PaleografiePH-OK.indd 19
20/01/2023 14:24
20
deel 1
Majuskels worden tussen twee horizontale lijnen geschreven: de bovenste ervan is denkbeeldig, de onderste is de schrijflijn. Alle letters zijn in dit tweeregelige schema even groot of hoog. Om minuskels te schrijven zijn vier horizontale lijnen nodig: drie daarvan zijn denkbeeldig, de derde is de schrijflijn. Bij minuskels heeft men op basis van dit vierregelige schema vier soorten letters, die van ongelijke hoogte zijn: • korte letters (bv. ‘a’, ‘e’ of ‘n’); • lange letters (vandaag enkel nog de ‘f’, maar in het verleden ook de lange ‘s’); • opgaande letters (bv. ‘b’ of ‘d’); • dalende letters (bv. ‘p’ of ‘q’). Scribenten uit het verleden hebben die basisstructuur voor ogen wanneer ze letters schrijven, ook al schrijven ze snel en met tal van letterverbindingen, waardoor de letters vervormd worden. Het is goed om daar rekening mee te houden als men een tekst wil ontcijferen.
2. GEPOSEERD EN CURSIEF SCHRIFT Op basis van de snelheid waarmee geschreven wordt, onderscheidt men geposeerd schrift en cursief schrift. Geposeerd schrift wordt traag en zorgvuldig geschreven. De pen komt daarbij voortdurend omhoog van het perkament of papier omdat de scribent de hand veelvuldig opheft. De scribent schrijft op die manier letter na letter los van elkaar, dus onverbonden. Zo wordt elke letter zorgvuldig gevormd en netjes rechtop geschreven. Het resultaat is een goed leesbaar handschrift.
2232-PaleografiePH-OK.indd 20
20/01/2023 14:24