Frederik Backelandt | David Stockman
-
hors categorie
50 legendarische beklimmingen
INHOUD 1
Alpe d’Huez ..........................................................................................6 2 Alto de El Angliru ............................................................... 14 3 Col d’Aspin ........................................................................................ 24 4 Col d’Aubisque ....................................................................... 26 5 Col d’Azet ............................................................................................. 34 6 Col du Ballon d’Alsace ........................................ 36 7 Col de la Bonette .............................................................. 44 8 Monte Carpegna ............................................................... 56 9 Col de la Cayolle ................................................................ 58 10 Cormet de Roselend ............................................... 60 11 Col de la Croix de Fer ............................................ 68 12 Passo Falzarego .................................................................. 76 13 Colle Fauniera ........................................................................... 84 14 Passo Fedaia ............................................................................... 94 15 Col de la Forclaz ...........................................................102 16 Furkapass ...................................................................................... 104 17 Col du Galibier ................................................................... 112 18 Passo Gardena .................................................................120 19 Passo Gavia ..............................................................................122
Col d’Izoard ...............................................................................170 27 Col de Joux-Plane ................................................... 178 28 Luz-Ardiden ............................................................................. 180 29 Col de la Madeleine ............................................182 30 Les Lacets du Montvernier ...............188 31 Lagos de Covadonga ................................... 194 32 Col du Lautaret ............................................................... 196 33 Colle del Nivolet ............................................................198 34 Col du Petit Saint-Bernard ................... 206 35 Col de Peyresourde ............................................. 214 36 Pla d’Adet ........................................................................................ 216 37 Passo Pordoi ........................................................................... 218 38 Col du Portet ......................................................................... 226 39 Pra-Loup .......................................................................................... 228 40 Sa Calobra ................................................................................... 230 41 Passo dello Stelvio ................................................. 232 42 La Planche des Belles Filles .......... 242 43 Sustenpass ................................................................................ 250 44 Col du Télégraphe ................................................. 256
Passo Giau ...................................................................................132 21 Sankt Gotthard-Pass ..........................................140 22 Col du Granon .................................................................. 150 23 Grimselpass ..............................................................................152 24 Hourquette d’Ancizan ....................................158 25 Col de l’Iséran ....................................................................... 160
Timmelsjoch .......................................................................... 264 Col du Tourmalet ....................................................... 266 47 Tre Cime di Lavaredo ....................................... 274 48 Passo Valparola ............................................................. 282 49 Col de Vars ................................................................................. 284 50 Mont Ventoux ..................................................................... 286
26
20
45 46
Polen
Nederland Duitsland .. BelgiE .. TsjechiE
Oostenrijk Zwitserland Frankrijk .. SloveniE
..
BosniE en Herzegovina
2
31
.. ItaliE Spanje
40
Portugal 2
42
6
45
zwitserland
43 18
23 16 21
41
37
48 14 20
47
19 27
15 10 34 29 25 11 1
12
33
30 44 17 32
italiË
22 26
frankrijk
49 39 50
7
13
9
8
Frankrijk
4
3
46
24
28 38
Spanje
3
36
5
35
Col de la Croix de Fer
Kruisweg of triomftocht 70
Col de la Croix de Fer
Met meer dan 20 optredens in de naoorlogse Rondes van Frankrijk mag de Col de la Croix de Fer als een Tourhabitué worden beschouwd. Deze Alpenreus blijkt een dankbaar obstakel in elk Tourparcours. 71
Col de la Croix de Fer
“EEN GEMIDDELDE STIJGING VAN 5,2 PROCENT ZEGT DE FICHE VAN DE CROIX DE FER. DAN ZOU JE ALGAUW DENKEN: ‘PEANUTS!’”
73
74
Col de la Croix de Fer
I
n de twaalfde rit van de Tour 2022, tussen Briançon en Alpe d’Huez, bereikte de Italiaan Giulio Ciccone als eerste de top van deze col buiten categorie. Hij deed dat na een klauterpartij van maar liefst 29 kilometer langs de oostflank van de Croix de Fer, vanuit Saint-Jean-de-Maurienne. Dat is de langste zijde van deze oercol. Vanuit Saint-Etienne-de-Cuines fiets je 22,4 kilometer omhoog, vanuit Verney is dat 24 kilometer. Dat zijn forse cijfers die veelbetekenend zijn. Dit is werk voor mannen en vrouwen van de lange adem, die tegelijk voorzien zijn van de dankbare gave om te doseren.
DE MARMOTTEKLIM De kant vanuit Verney is de bekendste voor de granfondorijders onder ons. Dit is de westkant van de Col de la Croix de Fer, de kant die je tijdens de Marmotte – voor velen nog altijd dé cyclo’s onder de cyclo’s – beklimt. Een gemiddelde stijging van 5,2 procent zegt de fiche van de Croix de Fer. Dan zou je algauw denken: “Peanuts!” Think twice! Wegens de grilligheid van de beklimming en het feit dat je een paar keer, in volle klim, stevig naar beneden duikt en zo de gewonnen hoogtemeters alweer moet inleveren, heeft dat een vertekende impact op die gemiddelde stijgingscijfers. Elke Marmotterijder kent de rush vanuit Le Bourg-d’Oisans naar Allemond. Elke Marmotterijder kent ook de passage langs het stuwmeer en de bruuske overgang van buitennaar binnenplaat. Eerst fiets je lang beschut door de bomen op toch wel behoorlijk steile stroken. Pas wanneer je de eerste vijfhonderd hoogte meters van de Col de la Croix de Fer hebt overbrugd en het dorpje Rivier d’Allemond bereikt, vlakt de weg af. Meer nog, het gaat al snel in dalende lijn. Eerst nog gezapig, daarna gaat het steil naar beneden. Het is alsof je in een vergeetput wordt gegooid. Wat volgt, doet extra veel pijn. Een bijzonder steil stuk dat incontournable is, dat moet verteerd worden om weer in de meer aanvaardbare klimpercentages te belanden.
VAART MAKEN Na zeventien kilometer klimmen vlakt het voor een kilometer af, waarna je ook een kilometer daalt. Je lanceert
je voor de laatste vijf kilometer van de beklimming. Het is nog even doorbijten tot de splitsing die je naar de top van de Col du Glandon leidt. Daarna focus je alleen nog maar op het ijzeren kruis, dat, ginds in de verte, de top van de 2067 meter hoge Croix de Fer aankondigt. In die slotkilometers kan je vaart maken. Tenminste als je je beklimming enigszins op verstandige wijze hebt ingedeeld. Wanneer je de Croix de Fer vanuit een van de twee vertrekpunten in de vallei van de Maurienne beklimt, wacht je een gelijkaardige ervaring als die van de ‘Marmotteklim’. Ook hier, dat zeiden we al, is de beklimming lang en zo nu en dan grillig met enkele vlakke en dalende stroken die je plots voor de wielen krijgt geschoven. Enerzijds zorgen die stroken voor wat zuurstof voor de benen, anderzijds breken ze je ritme. De Croix de Fer is een col die je in schuifjes tackelt. Bij het buitenrijden van het dorpje Saint-Sorlin-d’Arves krijg je de mooiste kilometers van de Croix de Fer te zien. Die laatste vijf, zes kilometer zijn veruit het boeiendste deel van de klim die voor velen ongetwijfeld eeuwig lijkt te duren.
RONKENDE NAMEN Op de top wacht je de obligate foto met het ijzeren kruis of met het bord waarop prijkt ‘Col de la Croix de Fer’ – er zijn er nog die hetzelfde idee hebben – en een koffie met of zonder crêpe au sucre op het altijd druk gefrequenteerde terras. Het is er een va et viens van fietsers die elkaars bolide en benen nastaren. Het zijn fietsers van allerlei pluimage. Met haar op de benen en zonder. Met staal en in wol enerzijds of met carbon en in lycra anderzijds. Voor de ene is de route naar de top van de Col de la Croix de Fer een onvervalste kruisweg, voor de andere een onvergetelijke triomftocht. Zo gaat dat in de cols. Zo gaat dat ook in de Tour: op dit soort Alpencols sneuvelt het kaf en excelleert het koren. Met Bartali, Coppi, Hinault, Virenque, Rasmussen en onze Thomas De Gendt hebben ronkende namen als primus de top van deze Croix de Fer gerond. Nu is het aan jou. Eén zekerheid heb je al: er volgt sowieso een afdaling die al even eindeloos lijkt te duren als de beklimming.
75
“VOOR DE ENE IS DE ROUTE NAAR DE TOP VAN DE CROIX DE FER EEN ONVERVALSTE KRUISWEG, VOOR DE ANDERE EEN ONVERGETELIJKE TRIOMFTOCHT.”
PASSO DI FALZAREGO
Oorlogsfront 78
PASSO DI FALZAREGO
De Falzaregopas is een belangrijke ader van de Italiaanse Dolomieten. De bergpas verbindt, via de Grote Dolomietenweg of SS48, de stad Cortina d’Ampezzo met het gebied rond Agordo en de vallei van Badia. De pas was ook een oorlogsfront, zowel tijdens de Eerste Wereldoorlog als tijdens de Giro d’Italia. 79
80
PASSO DI FALZAREGO
D
e Grote Dolomietenweg is 142 kilometer lang en werd voltooid in september 1909. De Dolomieten werden toen eensklaps toegankelijk(er) dankzij deze prachtige verbindingsweg die Cardano (bij Bolzano) met Cortina d’Ampezzo verbindt. Handel werd aangezwengeld en ook toerisme werd heel geleidelijk een belangrijke inkomstenbron voor de regio. Pas in 1940, de laatste Ronde van Italië voor de start van de Tweede Wereldoorlog, zouden enkele grote Dolomietencols (waaronder ook de Falzaregopas) hun intrede doen in het Giroparcours. Voordien waren er geen beklimmingen boven de 2000 meter geweest. In 1933, bij de introductie van het bergklassement, had het Giropeloton de 1883 meter hoge Tonalepas aangedaan. Maar dat was het dan. Tot 1940 waren het vooral de Apennijnenbeklimmingen die de plak zwaaiden. In 1940 werd echter het drieluik Falzarego, Pordoi en Sella in het parcours o pgenomen en dat zorgde voor vuurwerk. De jonge rozetruidrager Fausto Coppi die in crisi geraakte door een hongerklop werd door Gino Bartali, bij de start van de Giro nog zijn kopman, door dat precaire moment heen geholpen. Coppi wist de trui te behouden en Bartali zou tot het einde van zijn dagen uitpakken met de bewering dat Coppi alleen maar dankzij hem die Giro had gewonnen. In 1946, na vijf Giroloze jaren en in de zogenaamde ‘Giro van de Wedergeboorte’, zaten Coppi en Bartali niet langer in dezelfde ploeg en werden ze elkaars rivalen. Hun bitse tweestrijd tekende zich in die eerste naoorlogse jaren wel vaker af in de Dolomieten. In de Giri van 1946 en 1947 was dat het geval. In de geschiedenis van de Giro werd de F alzaregopas overigens meestal vanuit Cortina d’Ampezzo beklommen. Vaak werd afgedaald tot de vallei die leidt naar Arabba, waarna het peloton dan de Pordoipas
“ZEKER HET MIDDENSTUK, TWEE KILOMETER NA DE SPLITSING MET DE GIAUPAS, GEEFT ZUURSTOF AAN DE BENEN. DAAR KAN JE WAT FREEWHEELEN.”
81
bedwong. In de Maratona dles Dolomites wordt ook de kant van Cortina genomen, weliswaar vanaf Pocol, het punt waar de Giau met de Falzarego kruist.
buitenblad vanuit cortina De beklimming vanuit Cortina d’Ampezzo is 16,4 kilometer lang en heeft een gemiddeld stijgingspercentage van 5,6 procent. Het is niet de meest onoverkomelijke beklimming. Dat heeft ook te maken met een aantal ‘rustpunten’ die je kan inbouwen. Ongeveer vijf kilometer, verspreid over de hele klim, zijn vlak tot vals plat. Zeker het middenstuk, twee kilometer na de splitsing met de G iaupas, geeft zuurstof aan de benen. Daar kan je wat freewheelen. Wie dat wil, kan de ketting a chteraan ook op een kleiner kransje leggen. Meer nog, schakelen naar het buitenblad is perfect haalbaar. Hier geef je gas. Opgepast evenwel dat je het niet bekoopt in de laatste vijf kilometer van de Falzaregopas. Je belandt immers op een weg die rechttoe rechtaan loopt en die klimt tot 7 à 8 procent. Als je dan te veel gegeven hebt in het vlakkere deel, dan kan de omschakeling naar het binnenblad wat abrupt binnen komen. Naar het slot van de beklimming volgen er een aantal haarspeld bochten. Je ziet de rotsflank van Lagazuoi voor je opdoemen. De bordjes die aangeven hoe ver het nog is tot de kabellift, zorgen voor een extra referentiepunt. Hier had Coppi zijn grote rivaal Bartali al achtergelaten in 1946. Het zou voor Coppi echter niet genoeg zijn om de Ronde van Italië voor een tweede keer te winnen. Daarvoor moest hij wachten tot 1947, een jaar waarin de Dolomieten opnieuw een belangrijke rol speelden. In de rit van Pieve di Cadore naar Trento sloeg Coppi zijn slag en nam de roze trui over van Bartali na een rit waarin naast
de Falzarego ook de Pordoi en de Costalunga werden beklommen. En vergis je niet: de renners kregen toen geen asfalt onder de wielen geschoven. Het wegdek, ook op de Falzaregopas, bestond uit grind.
MYTHE EN REALITEIT De etymologische oorsprong van Falzarego gaat terug tot het Italiaans falso ré, het Ladinisch fautzo rego of valse koning, wat dan weer verwijst naar de sage van het mythische bergvolk van de Fanes dat zou zijn bedrogen door zijn eigen koning. Een koning die verblind was door naam, faam en goud en het er zelfs voor overhad om een pact te sluiten tegen zijn eigen volk. De beeltenis van de verdoemde en versteende koning zou, aldus de legende, terug te vinden zijn in de steile rots wanden en flanken van de berg. Tot zover het verhaaltje. Als we de Falzarego dan weer moeten plaatsen in de geschiedenis, dat heeft de 2109 meter hoge bergpas
ook een bedenkelijke reputatie. Zo vormde de Falzaregopas de arena van heel wat zware (artillerie)gevechten tijdens de Eerste Wereldoorlog. Tussen 1915 en 1917 vormde de Falzaregopas de natuurlijke scheiding tussen de frontlinies van enerzijds het Oostenrijk-Hongaarse en anderzijds het Italiaanse leger. In die donkere periode was de F alzaregopas een niemandsland waar duizenden soldaten het leven lieten in een zinloze en drie jaar durende strijd, ook wel la Guerra Bianca of Witte Oorlog genoemd. Vandaag kan je de restanten en de stille getuigen van de eerste wereldbrand in de Dolomieten nog steeds bezichtigen. Zo kan je vanaf de top van de Falzaregopas de kabellift n emen naar Lagazuoi. Daar sta je 2752 meter boven de zeespiegel en word je getrakteerd op een zinderend panorama over de Dolomieten. Daarna kan je te voet en doorheen de intact gebleven 1,1 kilometer lange oorlogstunnel
de berg afdalen tot de kabellift. Als je weet dat hier gedurende drie oorlogsjaren h onderden soldaten gestationeerd waren bij temperaturen die tot veertig graden onder het vriespunt zakten, is het even slikken. Hier werd gevochten, afgezien, honger geleden en gestorven. De tocht naar beneden is een beklijvende ervaring. Die doe je best eens op een rustdag, als je de fiets even op stal laat staan. Voor de wandeltocht trek je best ruim een uur uit. Op vijfhonderd meter van de top van de Valparolapas, die Alta Badia verbindt met de top van de Falzaregopas, vind je overigens het Museo della Grande Guerra ‘Tre Sassi’ waar de oorlogsgeschiedenis van deze bergpassen wordt geschetst.
DRUKTE OP DE TOP Ook vanuit Caprile kan je de Falzaregopas beklimmen. Van die kant begint ‘mijn’ beklimming echter pas in Cernadoi. Vanuit dit
82
PASSO DI FALZAREGO
“IK FIETS DOOR DE BERG. DE DRUPPELS VALLEN VAN DE ROTSEN EN SPATTEN OPEN OP MIJN HELM. IK KOM NU IN DE MAGISCHE ZONE.”
dorpje waar een handvol mensen woont, klim je nog ruim zeshonderd hoogtemeters en is het nog een tiental kilometer tot de top. Zeventien genummerde haarspeldbochten krijg je op je traject, al heeft de Falzaregopas ook langs deze kant lange rechte stukken in de aanbieding. Zodra je de galerijen in het vizier krijgt, is de top niet zo ver weg meer. Ik fiets door de berg. De druppels vallen van de rotsen en spatten open op mijn helm. Je komt nu in de magische zone. Prachtige vergezichten, majestueuze Dolomietenrotsen. En ginds, linksboven, loopt de weg naar de Valparolapas, het
83
laatste échte obstakel tijdens de Dolomietenmarathon. Daar heeft al menig granfondorijder zwaar afgezien. Daar is de top! Het is er druk, wat een gedoe. E un casino! Corona is nog ver weg. Toeristenbussen rijden af en aan. De kabellift naar Lagazuoi is een hit. Ook de kleine witte kapel wordt druk bezocht. Een groepje fietsers houdt niet halt en duikt onmiddellijk naar Cortina. Misschien willen ze nog richting Giaupas? Een andere wielertoerist hijgt uit over zijn stuur. De Falzaregopas heeft er diep ingehakt. Hij weet dat hij die Valparolapas nog over moet. Corraggio!