Skip to main content

9789401490559

Page 1

www.lannoo.com Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. Tekst: Tine Bergen Cover: Koen Surmont, windwaait.be Zetwerk: KaaTigo BVBA Als u opmerkingen of vragen hebt, dan kunt u contact opnemen met onze redactie: redactiefictie@lannoo.com. © Tine Bergen, Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2023 D/2023/45/151 – NUR 300 – ISBN 978 94 014 9055 9 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.


HOE JE VADER TE VERLIEZEN Tine Bergen


Don ’t make me read your mind You should know me better than that It takes me too much time You should know me better than that You’re not that much like me You should know me better than that We have different enemies You should know me better than that I should leave it alone but you’re not right (I should live in salt – The National)


NU

Het is niet alleen het bonken in zijn hoofd. Het is het bonken op de deur. Dat maakt het ondraaglijk. Het moet stoppen. Hij moet het doen stoppen. Dat is iets dat hij kan. Dat is tenminste één ding dat hij kan. Luka strompelt overeind, struikelt over zijn eigen voeten op weg naar de voordeur, die heen en weer beweegt in haar hengsels. Hij friemelt met trillende vingers aan sleutels, laat de ketting erop zitten terwijl hij de deur toch eindelijk open krijgt. ‘Hallo?’ ‘Hallo zegt hij! Hallo!’ De onderbuurman snuift zo hard dat Luka’s haar heen en weer beweegt. ‘Ik dacht dat ze was vertrokken? Ze was terug naar huis, toch? Dat heb je tegen me gezegd! Waarom blijft ze terugkomen als jullie alleen maar ruziemaken?’ ‘Sorry. Dit is een heel slecht moment. Voor ons. Voor dit. Ik heb nu geen tijd. Sorry.’ Met de achterkant van zijn hand wrijft Luka over zijn rug. Koud zweet sijpelt daar langzaam naar beneden. Het was een dwaas idee om de deur open te doen. Maar dit kon hij in elk geval doen stoppen. Of heeft hij het nu juist erger gemaakt? De onderbuur blijft doorrazen. ‘Waarom moeten jullie altijd ’s nachts ruziemaken? Sommige mensen willen slapen als ze in hun bed liggen. De meeste mensen, eigenlijk. IK wil slapen als ik in mijn bed lig.’ ‘Sorry. We zullen stiller zijn vanaf nu.’ ‘En dat moet ik geloven! Zij gelooft duidelijk ook niet al te veel van wat je zegt!’ Luka leunt met zijn voorhoofd tegen de deur. Ik kan je niet ook verliezen. Ik mag je niet verliezen! Heeft de buurman het hem 6


horen schreeuwen? Zachtjes sluit de kier van tien centimeter zichzelf. Hij moet terug. Hij moet zich focussen op wat écht belangrijk is. En dat is niet de buurman, ook al denkt die van wel. De buurman wordt een waas. Alles wordt een waas. ‘Gaat het wel goed met je?’ De deur klapt tegen Luka’s gezicht. Hij wrijft over zijn pijnlijke neus. ‘Het gaat prima.’ ‘Echt? Gaat het wel goed daarbinnen?’ ‘Alles oké.’ Luka duwt tegen de deur. De buurman duwt tegen de deur. ‘Wacht eens even!’ De hand van de buurman grijpt door de kier naar Luka’s hand. Zijn schouder wringt de deur verder open, zo breed als de ketting dat toelaat. ‘Wat is er met je handen?’ ‘Er is niks met mijn handen.’ Terwijl Luka het zegt, kijkt hij samen met de buurman naar het bloed dat van zijn handen op de houten vloer van de gang drupt.

7


Ellis Hey broertje, heb je mijn berichtjes ontvangen? Het is dringend.

Ellis Kan je even antwoorden? Het is DRINGEND! Ellis Zei ik al dat het DRINGEND was? Ellis LUKA, KAN JE GVD ANTWOORDEN!!! NU, HEUTE, MAINTENANT??!!

8


Eerst zien, dan geloven. Luka keek naar het glooiende landschap dat aan zijn voeten lag. De bergtoppen, de bovenste nog altijd bedekt met sneeuw. Het golvende groen in zoveel tinten dat geen pen ze ooit echt allemaal zou kunnen beschrijven. Luka’s vingers gleden automatisch naar zijn camera terwijl zijn trein het station achter hem binnendenderde. Hij wist hoe hij moest focussen, waar hij op moest richten, hoe hij moest kadreren. Hij hoefde niet na te denken over hoe deze einder vastgelegd moest worden. Het ging vanzelf. Dit wel. Zuurstof in een beeld. Het besef dat er horizon was. Mogelijkheden. Mensen moesten het eerst zien voor ze het konden geloven. Klik. Klik. Klik. Elk geluid dat de camera maakte, voelde als een vuistslag in zijn maag. Je vader. Is. Dood. Klik. Klik. Klik. Na een maand van de radar te zijn geweest, een maand van berghutten en wassen in riviertjes en een week dezelfde kleren dragen – want wie was er om zich te storen aan zijn stank? - was de eenentwintigste eeuw daarnet genadeloos zijn telefoon binnengestroomd zodra hij in het bereik kwam van de eerste zendmast. Er waren herinneringen van rekeningen die betaald moesten worden. Zijn buurman in Barcelona die hem liet weten dat hij ondertussen tien pakjes voor hem had ontvangen. Zijn uitgever die wilde dat Luka de drukproef van zijn nieuwe fotoboek eergisteren al had goedgekeurd. 9


Inez die vroeg hoe zijn reis was geweest en dat ze hoopte hem snel vast te kunnen pakken. En dan was er het bericht van Gijs. Hoelang was het geleden dat Luka zijn beste vriend had gezien? Twee maanden? Drie? Hij had hem gebeld, voor hij de bergen in trok. Gijs was de laatste persoon met wie hij had gesproken de afgelopen maand. Ze hadden plannen gemaakt voor Luka’s terugkeer. Gijs had het gehad over een nieuwe kroeg met meer dan honderd bieren, en parachutespringen, zijn nieuwe hobby en dat Luka het ook een keer moest komen proberen. Gijs had voorgesteld dat hij naar Barcelona zou komen, maar Luka had geantwoord dat hij wel naar België zou afzakken. Hij had zich toch al voorgenomen daar snel na zijn verblijf in de bergen naartoe te gaan. Luka viste zijn sigaretten uit zijn kontzak. Hij nam zichzelf zoveel voor. Terwijl de warme rook zijn longen vulde, las hij nog eens het spaarzame bericht. Je vader is dood. Het spijt me. Gijs kon zich vergissen, natuurlijk. Iedereen vergiste zich wel eens. Luka stak een volgende sigaret aan met de vorige. Zijn handen trilden, de as brandde zijn vingertoppen. Hij vloekte en verslikte zich in de rook. Hoestend leunde hij voorover, maar zijn lijf wilde niet bedaren. Gijs, de CEO die de eigen bedrijven aan elkaar reeg en erom bekendstond elke onderhandeling te winnen door zijn onberispelijke feitenkennis, was er de man niet naar om zich te vergissen. En een mens kon niet een beetje dood zijn. Eerst zien, dan geloven. Er was maar één ding dat hij kon doen. Luka zwaaide met zijn gsm tot hij volledige ontvangst had en boekte een vlucht richting België. Hij wapperde naar de slierten rook die rond zijn hoofd bleven drijven. Zijn handen moesten iets doen en ze konden niet toevallig zijn wangen aanraken en voelen hoe nat die waren. Hij scrolde opnieuw naar het bericht van Inez. Zijn duim bleef zweven boven het schermpje van zijn telefoon. Hij zou Inez niks hoeven uit te leggen. Hun relatie was gebaseerd op het need to know-principe. Inez wist dat hij niet kon functioneren voor hij een espresso had gedronken 10


met twee suikerklontjes. Hij wist dat zij ’s ochtends in zee ging zwemmen, weer of geen weer. Inez kende zijn rusteloze woelen ’s nachts en dat dan alleen een sigaret op het terras een beetje kon helpen. Hij had geaccepteerd dat Inez nergens naartoe ging zonder wat hij haar ‘obesitas’ noemde, een uitpuilende totebag met alles wat ze nodig had – alleen kon ze het er nooit in terugvinden. Hij wist dat Inez ogen had die met haar humeur van kleur konden veranderen. Warm glanzend bruin als ze goedgezind was. Goud vonkend als ze opgewonden was. Donkere chocola als ze woest was. Zij wist dat zijn linkerduim merkelijk kleiner was dan zijn rechter. Dat het altijd die nagel was die het vooral moest ontgelden als hij zenuwachtig was. Maar Luka hoefde niet te weten hoe Inez’ moeder heette en of Inez nog andere mannen kuste. Net zoals het Inez niet aanging wat hij deed als hij in het buitenland zat voor een fotoshoot en ze zich erbij had moeten neerleggen dat hij op het laatste moment afspraken afzegde of veel te laat kwam opdagen. Er zat een houdbaarheidsdatum aan deze manier van samen zijn, dat wist Luka best. Maar ook die hoefde hij niet te weten. Zijn duim viel op het scherm. Hij hoorde de telefoon overgaan. Een keer. Twee keer. Zijn duim viel opnieuw op het scherm. Zijn trein kwam het station binnen. Hij zou Inez straks nog een keer bellen. Hij nam het zichzelf voor.

11


Zijn wekker ging om half vier ’s morgens. Luka kwam los van het raam, doofde zijn sigaret, dronk het laatste restje espresso, gooide water in zijn gezicht en porde zachtjes tegen de gestalte op het bed. ‘Wakker worden.’ Luka trok zijn gsm uit zijn oplader. Inez had hem teruggebeld. Ze had ook een berichtje gestuurd toen hij niet opnam, zag hij nu. Back in town? Fernandez? Luka hoefde zijn ogen niet te sluiten om Inez te zien zitten in hun favoriete strandbar. Haar blote voeten in het zand voor haar gegraven, heen en weer wiegend op de schommels die de strandbar vooraan had hangen. Genietend van het uitzicht en de cocktail in haar hand terwijl haar haren wapperden en haar tenen groeven, want Inez zat nooit stil, nooit. Luka voelde zijn keel samenknijpen terwijl hij in de hemelsblauwe ogen keek die hem vanuit zijn bed aanstaarden nu. Ogen als een einder. Ogen die ruimte beloofden en mogelijkheden. De ogen van een Belgische, bovendien. Elk ander moment was dat een reden geweest om ver weg te blijven. Nu was het de laatste reden geweest die hij nog nodig had om overstag te gaan. Waarom had Inez niet gewoon meteen opgenomen toen hij belde? Het meisje had haar ogen alweer gesloten. Luka pakte haar resoluut bij de schouder en schudde. ‘Wakker worden!’ Hij bukte en gooide de lange, smalle, zilvergrijze jurk op het bed. ‘Trek je kleren aan. Ik moet vertrekken. Ik heb een vlucht om te halen.’ Waarom wist hij niet meer hoe ze heette? Had hij het ooit geweten? 12


Het meisje gaapte, rekte zich uit. ‘Het is midden in de nacht. Dit is geen uur waarop je als vrouw alleen wil rondlopen.’ ‘Ik bel een taxi.’ ‘Ik heb het koud.’ Het meisje trok gedecideerd het dekbed tot aan haar schouders. Ze had haar ogen alweer gesloten voor haar hoofd zijn kussen raakte. Gefrustreerd gooide Luka een extra pakje sigaretten in zijn rugzak. ‘Oké. Blijf dan hier slapen. Maar let erop dat je morgen de deur goed achter je dichttrekt!’ Er kwam geen klank meer uit het bed. Even bleef Luka besluiteloos wankelen. Zijn vlucht wachtte niet. Dus deed Luka wat hij al jaren goed deed. Hij trok de deur achter zich dicht.

13


Luka Was een maand onbereikbaar. Ik land om 8.34. Ellis OK.

14


‘Ben je gewond?’ ‘Het is niks.’ ‘Dat is heel veel bloed. Dat is niet niks.’ De buurman steekt opnieuw zijn hand uit. Luka verbergt de zijne stevig achter zijn rug. ‘Je zal geen lawaai meer horen, Hugo. Ga nu maar slapen, dat wilde je toch.’ ‘Ik kan niet slapen als ik me zorgen maak.’ ‘Er is geen enkele reden om je zorgen te maken.’ ‘Je bloedt. Je bloedt heel erg.’ Hugo kijkt nu naar Luka’s blote voeten, die ook vol rode vegen zitten. Zijn broek, waarvan de knie doordrenkt is. ‘Zoveel bloed. Moet je niet gaan zitten? Gaan liggen? Ik zal een ambulance bellen.’ De hele gang draait om hem heen terwijl Luka zijn hoofd schudt. ‘Je hoeft niemand te bellen. Je hoeft je geen zorgen te maken. Alles in orde.’ Alleen bij rampen vraag je om hulp. En zelfs dan. Dit is geen ramp. Dit mag geen ramp zijn. ‘Doe de deur open, dan kan ik je helpen.’ ‘Je kan mij niet helpen, niemand kan mij helpen!’ ‘Natuurlijk kan ik je helpen. Je bent in shock. Je kan niet meer helder denken. Maar je hebt hulp nodig. Laat me je helpen.’ Hugo’s stem verandert. Hij klinkt nu alsof hij het tegen een bang dier heeft. Een dier dat in het nauw zit. Of een kleuter die de weg kwijt is. Hugo’s stem is van suiker, plots. Zijn gebaren groot en zacht. ‘Laat nu maar vallen. Laat het nu maar gewoon vallen. Op de grond. Zachtjes. Zo, ja.’ Het gekletter galmt door de gang terwijl het aardappelmesje op de vloer valt. Even rood als het bloed dat blijft druppelen. 15


‘Zus.’ ‘Broertje.’ Ellis maakte er geen woorden aan vuil. Ze opende haar armen en Luka stapte erin. Hij rook bloemen en iets zilts. Hij hoorde gejaagde ademhaling vertragen. De zijne? De hare? Ze hielden elkaar op armlengte in een houdgreep. Ellis’ frêle figuur zat in een grijze skinny jeans en een zachtroze sweater van kasjmier. In haar oren bungelden lange, zilveren hangers die Luka ooit voor haar had meegebracht van zijn eerste reis buiten Europa. Zou ze die bewust vandaag hebben aangedaan? Luka staarde in de ogen van zijn zus. Hij wist wat ze zag: afgetrapte grijze sneakers van Adidas, een jeans, Levis 501. Een zwart shirt. Zijn basisuitrusting. Hij tastte naar zijn hals. Hij miste de veiligheid van zijn camera die daar normaal altijd hing. Het geruststellende gewicht dat er iets tastbaars was waar hij onder gebukt ging. Ellis deed geen moeite om de teleurstelling in haar ogen te verbergen. Luka had ook niet anders verwacht. Er was een adertje gesprongen in haar rechteroog. Donkere wallen tekenden zich tot langs haar neus af. De huid boven haar lip was schraal en rood. Er zaten rimpels rond Ellis’ mond die Luka daar nog nooit had gezien. ‘Papa … Papa is …’ Luka tastte ongeduldig naar zijn sigaretten. ‘Papa is eergisteren gestorven.’ Ellis wees op het nietroken-bordje dat naast hen hing. Met de sigaret onaangestoken tussen zijn lippen geklemd, wandelde Luka naast zijn zus naar buiten. Ellis stopte bij een rode Mégane. Speelgoed vulde de achterbank. De auto rook naar rotte banaan. Ellis 16


deed niet de moeite om de koekkruimels van de passagiersstoel te vegen. Terwijl ze de parking uitreed en invoegde in de stroom auto’s, zette Ellis muziek op. Kleinkunst vulde de auto. Luka kon elk woord meezingen. Zwijgend reden ze de Brusselse ring op. Tussen zijn wimpers door staarde Luka naar zijn zus. Hij wilde weten of papa had afgezien. Of het lang had geduurd. Hij wilde haar vragen waarom hij van zijn beste vriend moest horen dat zijn vader was gestorven. Waarom zijn zus hem überhaupt was komen oppikken. In stilte reden ze verder.

17


De drie kinderen van Ellis denderden op hen af toen Luka achter hun moeder de keuken binnenkwam. ‘Mama! Ik heb honger!’ ‘Mama! Waar is mijn Action Man?’ ‘Oom Luka! Hallo!’ Luka tuimelde bijna achterover tegen het aanrecht terwijl Ellis’ jongste zich als een aapje rond zijn benen klemde. ‘Dag Karo. Ik ben ook blij jou weer te zien.’ Zijn zus fronste maar licht haar wenkbrauwen. Ellis maakte er een punt van altijd eerlijk te zijn tegen haar kinderen. Luka probeerde zich zachtjes los te maken uit de houdgreep van Karo. ‘Je kan fruit eten, Irina. Kijk onder je bed, Jules. Daar ligt je Action Man meestal. Kom hier, dan krijg je van mij ook een knuffel, Karo.’ Het stroomde allemaal vanzelf uit Ellis’ mond. Luka voelde hoofdpijn opkomen. Hoe konden ze elkaar ooit verstaan als ze allemaal tegelijk praatten? Dat moesten de kinderen toch ook wel begrijpen, dat dat niet werkte? Op hetzelfde moment verscheen Ellis’ echtgenoot in de keuken, een groen konijn onder zijn arm. ‘Wat is er in vredesnaam …’ Ellis stak haar hand op en stopte zichzelf. ‘Laat ook maar. Floris, kan jij Luka meenemen naar het terras? Ik maak nog even thee.’ Luka liet zich opgelucht de herrie uit voeren. Hij begreep niet hoe zijn zus ooit met haar volle verstand voor dit leven gekozen kon hebben. Dit was dezelfde persoon die op haar achttiende in haar eentje met een rugzak door Mexico trok. Als tieners hadden ze plannen gemaakt om samen de wereld 18


rond te zeilen. Nu vond Ellis het al een hele stap als ze met haar kroost tot in Zuid-Frankrijk raakte. Op het terras liet Floris het gekleurde konijn vrij. Het beest keek even suffig om zich heen, maar besloot dan toch van zijn herwonnen vrijheid te profiteren. ‘Gecondoleerd met het overlijden van je vader.’ Floris klopte Luka onhandig op de schouder. Luka klopte even onhandig terug. ‘Bedankt. Het is hier zeker druk geweest?’ Floris nam zijn bril af en wreef over zijn neus. ‘Ik hoop dat het nu rustiger wordt.’ De waarschuwing ging niet aan Luka voorbij. Of was het een dreigement? Alsof Floris met zijn buikje, de kalende plek op zijn achterhoofd en de horde kinderen aan zijn spreekwoordelijke rokken veel te dreigen had. Luka schudde de gedachte uit zijn hoofd en concentreerde zich op zijn zus, die nu ook het terras op kwam met grote glazen ijsthee. Eén blik tussen man en vrouw was genoeg om hen van plaats te doen wisselen. ‘Jongens! Kom, dan gaan we even fietsen!’ Met een joelende horde op zijn hielen verdween Floris naar de schuur. Zwijgend dronken ze van hun ijsthee terwijl het gejoel wegstierf. De zon scheen. De vogels kwetterden. De ijsblokjes tinkelden. De brok in zijn keel was plots zo groot dat Luka die niet meer weggeslikt kreeg. ‘Heb je ook iets sterkers?’ Zonder hem aan te kijken wandelde Ellis naar binnen. Ze kwam terug met een fles whisky en twee glazen. Luka herkende de fles Port Ellen uit zijn vaders bar. Ellis schonk twee vingers whisky in elk glas. ‘Wanneer is hij precies gestorven?’ ‘Donderdagnacht.’ ‘Was hij … Was jij erbij?’ ‘Ja. Samen met mama. Hij is thuis gestorven.’ Luka nam nog een slok. Zijn glas was al bijna leeg. Zijn keel brandde. ‘Ik wist het niet.’ ‘Wat wist je niet?’ Ellis nipte voorzichtig van haar glas. ‘Ik wist niet dat het zo erg was.’ ‘Je wilde niet weten dat het zo erg was.’ 19


‘Hoe had ik dat kunnen weten?’ ‘Je had je berichten kunnen lezen! Je had je telefoon kunnen opnemen als ik bel! Je had kunnen erkennen dat wij bestaan!’ ‘Ik heb meer te doen dan alleen maar jouw telefoontjes beantwoorden, Ellis. Dat wil niet zeggen dat …’ Plots brandden zijn ogen. Verbijsterd tastte Luka aan zijn druipende wenkbrauwen. Zijn zus had net haar glas dure whisky in zijn gezicht gegooid. ‘Mijn huis uit!’ ‘Ellis, werkelijk, ik denk niet …’ ‘Mijn huis uit! Nu!’

20


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401490559 by Uitgeverij Lannoo - Issuu