Skip to main content

9789401489744

Page 1

BOUKE BILLIET

MARJOLEIN POTTIE


EEN ONBELEEFD SCHAAP ONY WAS een onbeleefd schaap. Hij begon zijn carrière als lief lammetje op een kinderboerderij. Lang duurde dat niet, want kinderen die in zijn oren schreeuwden of aan zijn vacht trokken, duwde hij gewoon omver. Toen hij groter werd, merkte hij dat omverduwen ook prima werkte bij grotere mensen, zoals autoverkopers en zaalwachters. Maar zo ver zijn we nog niet.

Het duurde niet lang voor Tony van de kinderboerderij naar een mensenloze wei werd overgeplaatst. ‘Dat ziet er veelbelovend uit’, zei Tony. Er waren geen kinderen, geen kinderachtige liedjes en geen overdreven enthousiaste ouders die van elke kip honderd foto’s maakten. In het midden van de wei stond een dikke boom waar Tony flink tegenaan kon schurken als hij jeuk had. Er stond een stal om te 9


schuilen voor zon en regen - hij had een hekel aan een natte vacht - en er waren andere schapen om mee te praten, maar die kenden alleen het leven in de wei en dachten dus allemaal hetzelfde. ‘Vervelende schapen’, zei Tony, en hij stampte naar de verste uithoek van de wei. De rand van de schapenwei was afgezet met prikkel­ draad en aan de andere kant daarvan stond een wereld­beroemd paard. Adinda had in een heel bekende film gespeeld waarin mensen lange tochten maakten en veldslagen uitvochten. Aan het einde van de film zoenden de helden elkaar. Zonder hun paarden zou dat allemaal nooit gelukt zijn. 10


‘Dus ja,’ zei Adinda vanuit de hoogte, ‘je kunt wel zeggen dat ik de ster van de film ben, ja. Coole oorring heb je daar.’ ‘Bedankt’, zei Tony. ‘Op de kinderboerderij hadden alle dieren er zo eentje, tenminste alle dieren die weleens weg durfden te lopen.’ Adinda was wat je noemt een cool paard: alles aan haar was blinkend zwart, haar ogen, haar vacht, haar manen en haar poten. ‘Benen’, verbeterde Adinda. ‘Paarden hebben geen poten maar benen.’ ‘Ook goed’, zei Tony. ‘Vertel eens: wat weet je van de rest van de wereld?’ Als filmster had Adinda heel wat gereisd. Ze was zelfs in Parijs en Milaan geweest, zei ze. ‘Wat zijn dat, Parijs en Milaan?’ vroeg Tony. ‘Zijn dat weiden?’ ‘Nee, dat zijn steden. Steden zijn enorme stallen waar de mensen wonen. Dicht bij elkaar, dat vinden ze leuk. Sommigen wonen op de grond, maar de meesten wonen in de lucht.’

11


‘Zoals kippen dus’, zei Tony, want in het kippenhok van de kinderboerderij sliepen de kippen ook boven en naast elkaar.

Adinda was er erg trots op dat ze een paard was. ‘Grote ontdekkingsreizigers, hoor, wij paarden. We hebben de wereld tot in de verste uithoeken verkend en overal waar we heen gingen, gingen mensen met ons mee. Dat is het probleem met mensen: als je ze eenmaal hebt, raak je ze maar moeilijk kwijt.’ Ze had niet zo’n hoge pet op van mensen: ‘Hun ogen zitten vooraan in hun kop in plaats van aan de zijkant. Ze zien alleen wat ze willen zien.’ Een andere uitspraak 12


van haar was: ‘Mensen staan op amper twee benen op deze wereld. Daarom zijn ze er bang voor. De wereld is te groot, te warm en te koud voor ze. En dus delen ze hem op in landen, dat maakt het overzichtelijk. Landen zijn stukken wereld met een grens eromheen.’ ‘Wat is dat, een grens?’ vroeg Tony. ‘Is dat prikkeldraad? Kun je eroverheen springen?’ Hij vond het erg interessant wat Adinda allemaal vertelde over de rest van de wereld. Tony vond er niks aan om een lam te zijn en groeide snel uit tot een stevig schaap. Hij at flink veel gras en liep elke ochtend rondjes in de wei. Dat had hij afgekeken van Adinda, die mooi in vorm wilde blijven voor haar volgende filmrol. De andere schapen liepen geen rondjes en dat vond Tony prima. ‘Meer plaats voor Tony,’ zei hij. Veel gras, een droge stal, een paard om mee te praten: een schaap kon het erger treffen, vond Tony. Soms stopte er een auto bij de wei en dan keken de mensen samen met hun kinderen naar het paard en de schapen. ‘Goed dat ze achter prikkeldraad zitten,’ zei Tony, ‘anders stonden ze hier aan onze oren te trekken en op onze rug te kruipen.’ ‘Zo had ik het nog niet bekeken’, zei Adinda. 13


Van Adinda leerde Tony dat het belangrijk was om beroemd en machtig te zijn, want als je niet machtig was, verloor je veldslagen of leed je dorst tijdens een lange tocht of liep het op een andere manier niet goed met je af. ‘Dat is het probleem met mensen’, zei Adinda. ‘Ze maken ruzie om alles en als ze iets hebben, zijn ze bang dat een ander het van ze afpakt. Delen kunnen ze niet, maar alleen zijn ook niet. En dus is er altijd wat. Als ze er niet zo gek uitzagen, zou je bijna medelijden met ze krijgen.’

14


ADINDA ANGS DE WEIDEN met de schapen en het paard liep een autoweg, en langs die weg stond een reclamebord. ‘Mensen kopen dingen van andere mensen’, legde Adinda uit. ‘Anders gaan ze zich vervelen.’

Af en toe stopte er een bestelwagen bij het bord. Daar stapte dan een meneer uit met een paar grote vellen papier en een pot lijm en een grote snor. (De snor gebruikte hij niet om te lijmen, die hing er gewoon.) Dan kwamen er nieuwe reclameboodschappen. Deze hingen er nu: Een zeer gelukkige man zat in zijn auto: ‘Je Karr is je vrijheid!’

15


Een andere zeer gelukkige jongeman hield een pakje kauwgom op: ‘Verover de wereld met MIXA!’ Een zeer gelukkige vrouw nam een lepel hoestsiroop: ‘Kofsrup: en weg zijn je problemen!’


Dankzij dat bord met regelmatig wisselende reclames leerde Tony lezen. Daar had hij tijd genoeg voor, want behalve een beetje liggen herkauwen, rondjes lopen, praten met Adinda en het tellen van de voorbijrijdende auto’s, viel er verder niet veel te beleven. ‘Dit is het leven’, zei Tony, terwijl hij een klavertje in zijn mond stak. ‘Is dit het leven?’ vroeg hij. ‘De andere schapen lijken er tevreden mee’, zei Adinda. ‘De andere schapen zijn domme geiten’, gromde Tony. Op een dag stopte een grote auto met een laadbak bij Adinda’s wei. ‘Zo, Tony, dat was het dan’, zei Adinda. ‘Nieuwe horizonten, nieuwe veldslagen en roemrijke avonturen wachten mij.’ ‘Kom je terug?’ ‘Dat denk ik niet. Maar ik weet wel zeker dat ook jij hier niet lang meer zult zijn. De wereld is veel groter dan de wei, en prikkeldraad werkt langs twee kanten. Tot ziens, Tony! Voor een schaap ben je geen ezel!’

17


Die nacht lag Tony vanonder de boom naar de maan te kijken. Toen hij net aankwam in de wei dacht hij dat hij het goed voor elkaar had: zoveel gras als hij maar wilde, een schuur, een boom en geen vervelende kinderen. Wat kon een schaap nog meer willen? ‘De wereld’, zei Tony tegen de maan. Hij stond op en liep traag naar de rand van de wei. Daar lag de wereld. Om de wereld te zien, moest hij voorbij de prikkeldraad zien te komen, weg van de wei waar mensen hem naartoe hadden gebracht. Mensen beslisten over hem. Mensen! Voor gras was hun maag te zwak, voor een lange tocht hadden ze niet genoeg benen, en schapen zagen ze als een pleziertje voor hun vermoeiende kinderen. Dat was verkeerd. Dat moest andersom. ‘Niemand vertelt Tony waar te gaan of wat te doen’, zei Tony. ‘En al zeker geen mensen.’ Maar Adinda had gezegd dat de mensen alles altijd voor zichzelf wilden. Met andere woorden: wat hij niet nam, zou hij nooit hebben. ‘Heel goed’, zei Tony, terwijl hij terugliep naar de boom. ‘Dan ga ik morgen de wereld veroveren.’

18


19


www.lannoo.com www.de-leukste-kinderboeken.com Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. © Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2023 Tekst: Bouke Billiet Illustraties: Marjolein Pottie Vormgeving: Studio Lannoo (Mieke Verloigne) ISBN 978 94 014 8974 4 D/2023/45/105 NUR 282, 283

Het papier in dit product komt uit verantwoord beheerde bossen, onafhankelijk gecertificeerd volgens de regels van de Forest Stewardship Council. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401489744 by Uitgeverij Lannoo - Issuu