9789401489522

Page 1

GEDRAGSPROBLEMEN IN DE KLASIN HET VOORTGEZET ONDERWIJS WERKBOEK

Waarschuwing: dit werkboek is geen toverboek. Werken aan gedrag is altijd maatwerk, standaard oplossingen bestaan niet. Werken aan gedrag vergt behalve kennis, vaak een lange adem, relativeringsvermogen en bovenal zelfinzicht. Want geloof het of niet: het is vaak de docent die zijn gedrag moet veranderen.

GEDRAGSPROBLEMEN IN DE KLAS IN HET

VOORTGEZET ONDERWIJS

Werkboek voor de lerarenopleiding

Anton Horeweg

Vormgeving cover: StudioLannoo, Tielt

Vormgeving binnenwerk: StudioLannoo, Tielt

Foto omslag: © Shutterstock.com

© Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2015

Dit boek is een uitgave van Uitgeverij LannooCampus (Houten). LannooCampus maakt deel uit van Uitgeverij Lannoo nv.

Alle rechten voorbehouden. Behoudens de uitdrukkelijk bij de wet bepaalde uitzonderingen mag niets van deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt, door middel van druk, fotokopie, microfilm, of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

Uitgeverij LannooCampus

p/a Papiermolen 14-24

3994 DK Houten (Nederland)

Postbus 97

3990 DB Houten (Nederland)

www.lannoocampus.nl

D/2016/45/201– 978 94 014 3534 5 – nur 840/848
Inhoudsopgave 5 Inhoud Voorwoord 9 InleIdIng 11 waarom dIt werkboek? 11 Wie werkten mee aan dit werkboek? 13 Hoe kun je dit werkboek gebruiken? 14 Hoofdstuk 1 gedragsproblemen In de klas of Het Voorkomen daarVan 15 Onderwerpen 15 Doelen 15 Videosuggesties 16 Opdracht 18 Doelen 18 Videosuggesties 18 Opdrachten 19 Opdracht 19 Hoofdstuk 2 adHd - werkboekopdracHten 25 Onderwerpen 25 Videosuggesties 26 Opdrachten 26 Literatuursuggesties 28 Hoofdstuk 3 add - werkboekopdracHten 31 Onderwerpen 31 Doelen 31 Videosuggesties 32 Opdrachten 32 Literatuursuggesties 34 Hoofdstuk 4 ass - werkboekopdracHten 37 Onderwerpen 37 Doelen 37 Videosuggesties 38 Opdrachten
6 Gedragsproblemen in de klas Hoofdstuk 5 odd - werkboekopdracHten 43 Onderwerpen 43 Doelen 43 Videosuggesties 43 Opdrachten Hoofdstuk 6 problematIscHe geHecHtHeId - werkboekopdracHten 47 Onderwerpen 47 Doelen 47 Videosuggesties 48 Opdrachten Hoofdstuk 7 probleemgedrag met een bIjzondere oorzaak - werkboekopdracHten 51 Onderwerpen 51 Doelen 51 Videosuggesties 52 Opdrachten 53 Literatuursuggesties 56 Hoofdstuk 8 angststoornIssen en depressIe - werkboekopdracHten 59 Onderwerpen 59 Doelen 59 Videosuggesties 60 Opdrachten Hoofdstuk 9 faalangst - werkboekopdracHten 67 Onderwerpen 67 Doelen 67 Videosuggestie 68 Opdrachten ter voorbereiding op het college 68 Opdrachten in de les 69 Stageopdracht 69
Inhoudsopgave 7 Hoofdstuk 10 gIlles de la tourette - werkboekopdracHten 71 Onderwerpen 71 Doelen 71 Videosuggesties 71 Opdrachten Literatuursuggesties 73 Hoofdstuk 11 dcd - werkboekopdracHten 75 Onderwerpen 75 Doelen 75 Videosuggesties 75 Opdrachten 76 Literatuursuggesties 77 Hoofdstuk 12 nld - werkboekopdracHten 79 Onderwerpen 79 Doelen 79 Videosuggesties 79 Opdrachten 80 Hoofdstuk 13 HoogbegaafdHeId en probleemgedrag - werkboekopdracHten 83 Onderwerpen 83 Doelen 83 Videosuggesties 84 Opdrachten 84 Literatuursuggesties 85 Hoofdstuk 14 agressIe - werkboekopdracHten 87 Onderwerpen 87 Doelen 87 Opdrachten 90
8 Gedragsproblemen in de klas Hoofdstuk 15 pestgedrag - werkboekopdracHten 93 Onderwerpen 93 Doelen 93 Videosuggesties 94 Opdrachten 95 Literatuursuggesties 97 Hoofdstuk 16 straatcultuur - werkboekopdracHten 99 Onderwerpen 99 Doelen 99 Videosuggesties 100 Opdrachten 100 Literatuursuggesties 101 Hoofdstuk 17 executIeVe functIes - werkboekopdracHten 103 Onderwerpen 103 Doelen 103 Videosuggesties 104 Opdrachten 105 eIndopdracHt (door Harry sInke) 107 Groepsopdracht voor drie personen 107 Opdracht algemeen: Bumpy moment: samen leren van de praktijk ??? bIjlagen 109 Bijlage 1 ABC-schema 109 Bijlage 2 GGGG-schema 110 Bijlage 3 Ernst van probleemgedrag (criteria van Rutter, bewerkt) 112 Bijlage 4 Reflectiemodel van Korthagen 115 Bijlage 5 Tijdsteekproef 117 Bijlage 6 Kwadrantmodel 119 Bijlage 7 Herkaderen 120 Bijlage 8 Bumpy moment: samen leren van de praktijk 121 Bijlage 9 Hoogbegaafdheidskaartjes 123 Bijlage 10 Onderwijsbehoeften bepalen: De leerling heeft.. 124

Voorwoord

Aan de studenten van alle lerarenopleidingen

Voor je ligt een uniek boek. Niet omdat ik het geschreven heb, maar omdat er zo veel opleiders uit lerarenopleidingen in Nederland aan hebben meegewerkt. Wij allen zijn ervan overtuigd dat dit werkboek zal bijdragen aan jullie kennis en jullie vermogen om passend onderwijs vorm te geven. Aan jullie de taak om te zorgen dat alle leerlingen gebruik kunnen maken van hun recht op onderwijs.

Passend onderwijs begint namelijk bij jou, bij mij en bij elke leerkracht of docent in zijn of haar eigen klas.

Kinderen met ‘probleem’-gedrag, willen eigenlijk maar één ding: ze willen het ‘goed’ doen, maar hun beperking verhindert dat dit meteen lukt. Van hen is het geen onwil, het is onvermógen.

Voorwoord 9

Inleiding Waarom dit werkboek?

‘Leraren hebben behoefte aan meer kennis en vaardigheden’ Advies De school en leerlingen met gedragsproblemen, Onderwijsraad (2010).

Al in 1994 is door de United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization het Salamanca Statement opgesteld waarin verklaard wordt dat onderwijs bestemd is voor alle leerlingen, dus niet ‘most and some’, ongeacht een handicap, armoede, sociale klasse, ras, religie, taal- of culturele achtergrond, geslacht, enzovoorts. Dit verdrag is in 2007 door Nederland ondertekend.

De Nederlandse overheid heeft op 1 augustus 2014 de Wet Passend Onderwijs ingevoerd. De inhoud van deze wet is gebaseerd op het gedachtegoed van het Salamanca Statement, dat zich richt op het bevorderen van inclusief onderwijs en bekend is geworden onder de naam Inclusief Onderwijs. In een groot aantal landen worden aankomende leraren opgeleid om aan dit gedachtegoed vorm te geven. In Nederland wordt daar een voorzichtig begin mee gemaakt. Dit gedachtegoed heeft namelijk consequenties voor de onderwijspraktijk en voor de leraar zelf.

Voorkomen van gedragsproblemen en omgaan met gedrags- en ontwikkelingsstoornissen in de context van passend onderwijs staat op dit moment volop in de belangstelling. Het doel van passend onderwijs is om meer leerlingen in het reguliere onderwijs te houden. Het omgaan met leerlingen die (forse) gedragsproblemen of een gedrags- of ontwikkelingsstoornis hebben, zorgt op veel scholen echter nog voor de nodige problemen. Docenten zijn hierop vanuit hun opleiding nog niet altijd voldoende toegerust.

Hoewel veel scholen steeds beter hun weg vinden in deze problematiek, is het zinvol om het probleem ook bij de basis aan te pakken. De lerarenopleidingen dus. De lerarenopleidingen onderschrijven deze gedachte en werkten dan ook mee aan het tot stand komen van dit werkboek.

Onder leiding van professor Dolf van Veen werkten opleiders van Hogeschool Windesheim, Hogeschool Inholland, Driestar Educatief, Fontys Lerarenopleiding, Hogeschool Rotterdam, Hogeschool Leiden en Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) met mij aan dit werkboek. Wij allen waren het eens: toekomstige leraren moeten meer weten over (ernstige) gedragsproblemen en de preventie en aanpak ervan. Ook moeten zij een behoorlijke basiskennis hebben van de meest voorkomende gedrags- en ontwikkelingsstoornissen.

Inleiding | Waarom dit werkboek? 11

Kennis alleen is echter niet genoeg. Je moet die kennis kunnen toepassen, verwoorden, overdenken en delen met collega’s. Daarvoor is oefening nodig. Die oefeningen moeten sterk gericht zijn op de praktijk, want daar zit die leerling voor je neus. Daar moet je ermee omgaan en die leerling kunnen ondersteunen.

Het denken en handelen van de (toekomstige) leraar staat centraal bij preventie en aanpak van gedragsproblemen. Goed onderwijs en de relatie tussen leraar en leerling zijn de meest belangrijke factoren bij een effectieve preventie van gedragsproblemen. Leraren hebben echter lang niet altijd oog voor hun eigen aandeel in de gedragsproblemen van een leerling. Zij zijn geneigd de problemen toe te schrijven aan leerlingkenmerken en/of gezinsomstandigheden. Deze hardnekkige externe attributies bemoeilijken het oplossen van die problemen. Immers, de oorzaak wordt gezocht in zaken die zij als leraar moeilijk kunnen beïnvloeden. En hoewel een deel van de oorzaak daar zeker te vinden zal zijn, is er een groot gedeelte dat beter belicht moet worden: het denken en handelen van de (toekomstige) leraar. Wanneer de leraar over een beter inzicht en een passend handelingsrepertoire beschikt, blijken de negatieve gevoelens ten opzichte van leerlingen met ‘gedragsproblemen’ af te nemen en interacties met leerlingen positiever te verlopen.

In haar advies geeft de Onderwijsraad (2010) aan dat gedragsproblemen altijd in hun context bestudeerd en behandeld moeten worden. Gedrag heeft immers meer dan één oorzaak (multicausaliteit). In Gedragsproblemen in de klas in het voortgezet onderwijs kwam dit al naar voren.

Dit werkboek biedt een praktische basis om te leren reflecteren op de redenen voor het probleemgedrag. Het biedt ook oefeningen om te leren observeren en planmatig te werken aan gedrag, en draagt op die manier bij aan de preventie en aanpak van gedragsvraagstukken. Het hoeft geen betoog dat dit veelal ook het eigen docentgedrag is en niet slechts het gedrag van de leerling. Dit werkboek zorgt ervoor dat je de kennis over gedragsproblemen en gedrags- en ontwikkelingsstoornissen meer gaat integreren in je dagelijks handelen als (toekomstig) docent. Het werkboek biedt kennis, interventies en tools om:

> Je mindset te ontdekken en waar nodig te veranderen.

> Je kennis en handelingsbekwaamheid te vergroten met betrekking tot de preventie en aanpak van gedragsproblemen.

> Je te helpen gedrags- en ontwikkelingsstoornissen en hun gevolgen voor het functioneren van de leerling op school beter te begrijpen.

> Je te helpen de onderwijszorg zodanig in school in te richten dat alle leraren effectief ondersteund worden bij het omgaan met gedragsproblemen.

> Deze veranderingen schoolbreed te implementeren, te volgen en te behouden.

Ik wens je veel plezier, een toenemende wijsheid en een steeds groter wordende handelingsbekwaamheid als docent toe door het gebruik van dit werkboek.

12
Gedragsproblemen in de klas

Wie werkten mee aan dit werkboek?

Een groot aantal lerarenopleiders werkten eensgezind mee aan dit werkboek. Ook zij onderschrijven het belang van een groter handelingsrepertoire voor (toekomstige) leraren. Ik ben dan ook zeer blij met de toegevoegde expertise van:

Dolf van Veen (Hogeschool Windesheim, Zwolle; NCOJ Amsterdam)

Gerrit Beunk (Driestar Educatief, Gouda)

William Buys (Fontys Hogeschool, Tilburg )

Meity Feher (Fontys Hogeschool, Sittard)

Matty Hendriks (Hogeschool van Arnhem en Nijmegen)

Anke van ‘t Hof (Driestar Educatief, Gouda)

Lotte Lathouwers (Fontys Hogeschool, Sittard)

Heleen Lieve ( Hogeschool Rotterdam)

Lisette van der Pas (Hogeschool Rotterdam)

Ellen Posthumus (Hogeschool Inholland, Amsterdam)

Harry Sinke (Fontys Hogeschool, Tilburg)

Marije van den Steenhoven (Hogeschool Leiden)

Hanneke Theelen (Fontys Hogeschool, Sittard)

Alwin Truin (Hogeschool Windesheim, Zwolle)

Daarnaast heb ik voor hoofdstuk 7 nog overleg gehad met en suggesties gekregen van Leony Coppens (Lesgeven aan getraumatiseerde kinderen, 2016) en Iva Bicanic, onderzoeker en Hoofd Landelijk Psychotraumacentrum & Centrum Seksueel Geweld.

Mijn grote dank aan allen. Zonder hen had dit werkboek niet bestaan.

Inleiding | Waarom dit werkboek? 13
Anton Horeweg, Leerkracht, gedragsspecialist (M SEN)

Hoe kun je dit werkboek gebruiken?

Het werkboek is zo ingedeeld dat je per hoofdstuk informatie die in het (hand)boek Gedragsproblemen in de klas in het voortgezet onderwijs te vinden is, kunt doorlezen, waarna je je deze kennis eigen kunt maken via het werkboek. Je leert en integreert de gelezen informatie door middel van een scala van uiteenlopende opdrachten, die thuis, in de les en op stage kunnen worden gemaakt.

Het werkboek heeft voor alle hoofdstukken een vaste indeling:

> Onderwerpen van het hoofdstuk (hoofdstukken in volgorde van het studieboek)

> Doelen

> Videosuggesties (voorzien van QR-code)

> Opdrachten ter voorbereiding op het college

> Opdrachten in de les (groepsopdrachten, discussies, individuele opdrachten)

> Stageopdrachten

> Verrijkingsopdrachten (als keuze)

> Bijlagen (o.a. Criteria van Rutter, ABC-analyse, GGGG-Model). De bijlagen staan overigens ook online.

Het werkboek eindigt met een voorbeeld van een algemene hoofdstuk overstijgende stageopdracht, die als voorbeeld gebruikt kan worden voor andere hoofdstuk overstijgende opdrachten. Dit is met name interessant voor studenten die al verder in de opleiding zijn. Ook uitbreidingen in de richting van een afstudeeronderzoek zijn mogelijk.

Het werkboek en de bijbehorende online handleiding vormen een evoluerend systeem, dat wil zeggen dat de auteur en de medeontwikkelaars uitkijken naar aanvullingen, commentaren en toevoegingen waar studenten en/of docenten baat bij zouden kunnen hebben.

Al jullie bevindingen zien wij graag tegemoet!

gedragsproblemenindeklas@gmail.com

www.gedragsproblemenindeklas.nl

14
in
Gedragsproblemen
de klas

Hoofdstuk 1

Gedragsproblemen in de klas of het voorkomen daarvan

Lees ter voorbereiding Gedragsproblemen in de klas in het voortgezet onderwijs, hoofdstuk 1.

Onderwerpen

Preventie van probleemgedrag

> Probleemgedrag, wat is dat eigenlijk?

> Jouw pedagogische relatie met je leerlingen

> Manieren van kijken naar probleemgedrag

> Observatie-instrumenten

> Een gezamenlijke visie: waarom is dat nodig?

> Wanneer spreek je van stoornissen en wanneer van gedragsproblemen?

> ADHD, ADD, ASS, ODD en comorbiditeit in vogelvlucht

Doelen

> Je hebt een doordachte visie op het tot stand komen van pedagogisch contact met je leerlingen.

> Je bent je bewust van het feit dat het eerste contact voor de les bijdraagt aan het klassenklimaat en de pedagogische verhouding tussen jou en je leerlingen.

> Je bent in staat om te beargumenteren waarom je de leerlingen op een bepaalde manier begroet en binnenlaat in je les.

> Je begrijpt de waarde van een gezamenlijke visie op gedrag(sproblemen) en je kunt dit onder woorden brengen.

> Je kunt beredeneren waarom afspraken binnen het team nodig zijn in het kader van preventie.

Hoofdstuk 1 | Gedragsproblemen in de klas of het voorkomen daarvan 15

Videosuggesties

Orde houden: kleine problemen meteen aanpakken (3 min. 08 sec.):

https://www.leraar24.nl/video/1364/orde-houden-kleinemisstappen-aanpakken

Confronterend gesprek. Op een lijn met collega’s (2 min. 45 sec.):

https://www.leraar24.nl/video/482/confronterend-gesprek-opeen-lijn

ABC-analyse, wat heb je eraan? (3 min. 55 sec.):

https://youtu.be/ckFEZZoq2HM

Whodunnit (1 min. 54 sec.):

https://www.youtube.com watch?v=ubNF9QNEQLA

Orde of strafgeven; leraar24 (4 min 15):

https://www.leraar24.nl/video/1423/orde-straf-geven#tab=0

Schrijfstraf (7.50 min):

https://www.leraar24.nl/video/952#tab=0

Astrid Boon en Jan Ruigrok in gesprek over twee manieren van omgaan met ongewenst gedrag op school (22 min.):

https://www.leraar24.nl/video/1168/gesprek-ongewenst-gedragvan-pubers#tab=0

Hoe maak ik een goede groep deel 1 (7 min.20 sec.):

https://www.youtube.com/watch?v=uzzuy9paZXA

Hoe maak ik een goede groep deel 2 (5 min. 40 sec.):

https://youtu.be/3lgS1ZhUSWA

16 Gedragsproblemen in de klas

Opdrachten ter voorbereiding van het college

casus 1.1

Klas 3H staat voor het lokaal te wachten als de docent Engels aankomt. Hij opent de deur van het lokaal en zet zijn tas neer. De leerlingen komen achter hem aan naar binnen. De docent start het digibord op. De leerlingen gaan zitten. Ze zijn druk en roepen naar elkaar. Er vliegt een petje door de lucht. Sommige leerlingen lopen naar anderen toe en gaan daar staan praten. De docent schrijft wat op het bord. Daarna draait hij zich om en roept dat het stil moet zijn. Nog niet alle leerlingen hebben hun spullen op tafel, sommigen hebben hun jas nog aan of hun petje op. De docent maakt er een aantal opmerkingen over. Daarna pakt hij zijn boek en verzoekt iedereen bladzijde drieënvijftig voor zich te nemen.

1 Wat vind jij van deze binnenkomst? Denk aan wat je gelezen hebt over het bouwen aan een goed klassenklimaat. Beargumenteer je antwoord.

2 Wat vind jij? Moeten scholieren hun jas uit en petje af in je les? Is het goed dat de docent (die vindt dat jassen uit en petjes af moeten) hier opmerkingen over maakt?

3 Valt je iets op aan het begin van deze les? Denk daarbij wederom aan ‘Hoe maak je een goede groep?’.

4 Stel dat je bij deze docent een les bekijkt. Zijn er verbeterpunten die je zou aandragen? Zijn er ook punten waarvan jij zegt: dat zou ik (voortaan) ook zo doen?

casus 1.2

Klas 4 MV komt het lokaal binnen. Mevrouw X, docent geschiedenis, staat bij de deur. Ze begroet elke leerling met een hand. Sommige leerlingen kijken haar aan en zeggen gedag, anderen schudden zonder te kijken haar hand en lopen door onder het mompelen van iets onverstaanbaars. Bij sommige leerlingen zegt ze niet alleen gedag, maar maakt ze ook een kort praatje. Als iedereen zit, verwelkomt ze nog een keer alle leerlingen met goedemorgen jongens en meisjes, fijn dat jullie er allemaal zijn.

1 Vergelijk deze aanpak met de docent van 3H uit casus 1.1. Welke aanpak past het beste bij jou?

2 Een collega vindt de aanpak van mevrouw X overdreven, kinderachtig en meer passend bij het basisonderwijs. Bedenk argumenten voor én tegen deze manier en geef daarna aan wat het beste bij jouw eigen manier past.

Hoofdstuk 1 | Gedragsproblemen in de klas of het voorkomen daarvan 17

Opdracht in de les

> Inventariseer wat medestudenten hebben ingevuld bij bovenstaande opdrachten. Beargumenteer je standpunt naar anderen toe.

Stageopdrachten

> Bekijk bij minimaal twee vakdocenten hoe hun klassen binnenkomen. Je hoeft daarvoor niet in hun les te zijn, observatie vanaf de gang geeft een goed beeld. Welk overeenkomsten zie je met de beide cases? Wat sluit aan bij jouw eigen opvatting en wat niet? Is je opvatting gewijzigd na de cases, de discussie in de klas en de observatie op je leerschool? Waarom wel/niet?

> Omschrijf jouw (nieuwe?) visie in deze en geef duidelijke pedagogische argumenten voor je aanpak. Gebruik maximaal één A4’tje.

Tweede college

Doelen

> Je bent in staat te werken met een gedragsfunctieanalyse.

> Je kunt beredeneerd kiezen voor een observatiemethode.

> Je leert dat goed analyseren een belangrijke stap is naar een werkend handelingsplan en dus een oplossing.

> Je onderkent het nut van werken aan groepsvorming

> Je kent de ABC-analyse en kunt aangeven wat de zin ervan is.

> Je kunt een ABC-analyse in de praktijk uitvoeren.

> Je kunt uitleggen waarom het systematisch bekijken van gedrag zinvol is.

> Je kent tenminste drie instrumenten voor gedragsobservatie.

> Je hebt een standpunt bepaald in het omgaan met leerlingen die net niet doen wat jij graag wilt zien.

> Leren om van tevoren te bepalen hoe je op regelovertredend gedrag reageert, zodat straffen vanuit emotie minder voorkomt.

Videosuggesties

Zie het begin van dit hoofdstuk.

18
in de klas
Gedragsproblemen

Opdracht ter voorbereiding op het volgende college

Bekijk de video’s (zie Videosuggesties). Tijdens het college komen ze ter sprake. Lees ter voorbereiding Gedragsproblemen in de klas in het voortgezet onderwijs, paragraaf 1.3, p. 26-32 en paragraaf 1.4, p. 34-43. Bekijk ook de video ABC-analyse, wat heb je eraan (zie Videosuggesties).

Opdrachten in de les

casus 1.3

Klas 2HV blijkt een lastige klas voor docenten. Ze zijn luidruchtig en weinig gemotiveerd om te werken. De afdelingsleider besluit dat er maatregelen genomen moeten worden. Het is de vierde week van het schooljaar en zij wil voorkomen dat deze klas het hele jaar problemen blijft geven. Zij roept alle docenten bij elkaar.

1 Bedenk samen wat er eventueel aan maatregelen genomen kan worden. Bedenk dat deze maatregelen niet repressief en curatief moeten zijn, maar vooral preventief.

2 Er zijn ook enkele docenten die geen last hebben van de problemen die hierboven in casus 1.3 geschetst worden. Zij vinden dan ook dat zij niet op deze bijeenkomst hoeven te verschijnen. Ze hebben het druk genoeg. Wat is jullie mening hierover?

casus 1.4

2 HV zit klaar om de les te beginnen. De docent Frans kijkt de klas rond en ziet dat Marco zijn petje op heeft. Dat is niet toegestaan in deze les. De docent eist dan ook op gebiedende toon dat Marco zijn pet af doet: ‘Marco, doe je petje eens af. Je weet dat je dat niet op mag houden hier’. Marco roept terug dat er nergens staat dat je hier geen pet op mag. Hij heeft hem net en wil hem ophouden. De docent houdt vast aan zijn eis, Marco houdt vast aan zijn verzet. Het eind van het liedje is, dat Marco de les uitgestuurd wordt en er veel andere leerlingen zijn die zich ermee bemoeien. Van een rustig begin van de les is geen sprake meer.

1 De docent heeft gelijk. Regels die afgesproken zijn moet je handhaven. Consequent zijn is een van de belangrijkste zaken als je voor de klas staat. Of: de leerling heeft gelijk. Niemand heeft last van een petje. Wat is jouw mening hierover?

Hoofdstuk 1 | Gedragsproblemen in de klas of het voorkomen daarvan 19
Hoofdstuk 1 | Gedragsproblemen in de klas of het voorkomen daarvan 23
Aantekeningen

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.