hanan challouki
Imposter moeder
Over mijn moeder Yemma weet dat ze geboren is op een maandag in mei in 1962. Dat weet ze omdat haar moeder, mijn oma Allah y rahma (moge God haar genadig zijn – zo verwijzen we naar personen die overleden zijn), dat zo aan haar verteld heeft. Haar geboortedatum is nooit geregistreerd, wat niet uitzonderlijk is voor een vrouw van haar generatie die geboren werd op het platteland in Marokko. Bij de bevalling was niemand aanwezig, geen arts, geen vroedvrouw. Mijn grootmoeder is alleen bevallen van mijn moeder, het vierde kind van een gezin dat in totaal uit vijftien kinderen bestond. Vier van hen overleden kort na de geboorte of op latere leeftijd. Eind jaren 1960 migreerde mijn grootvader naar België om te werken, begin jaren 1970 verhuisde de rest van het gezin ook. Yemma was toen negen jaar oud en ging naar de lagere school in Berchem, Antwerpen. Dezelfde school waar ikzelf ook naartoe zou gaan. Op haar vijftiende trouwde ze met mijn vader, die als tiener ook met zijn vader naar België was gemigreerd. Ze kregen samen tien kinderen die opgroeiden met uiteenlopende persoonlijkheden en interesses. Mijn broers en zussen legden allemaal een totaal ander pad af. Wat we wel gemeen hebben, is dat we voornamelijk werden opgevoed door mijn moeder, die als huisvrouw al haar tijd wijdde aan haar kinderen. ‘Dat was mijn leven’, zegt ze vaak. En ondertussen lopen haar negentien kleinkinderen ook de deur plat… Haar persoonlijkheid weet iedereen die ik ken telkens opnieuw te verrassen. Ze is opgevoed in het Tmazight, spreekt platter Antwerps dan eender wie, leest graag Dag Allemaal, weet alles over elke BV, bakt bijna elke dag een cake (zonder suiker, beter voor de gezondheid) en vertoeft graag in de tuin onder de boom die er centraal staat. Ze heeft tien kinderen op de wereld
10
gezet en bakken ervaring over alles wat met moederschap te maken heeft. Sommige zogenaamde wijsheden heeft ze ongetwijfeld zelf verzonnen, andere heeft ze geërfd van haar cultuur. Ze geeft een eigen draai aan elk spreekwoord dat ze kent, heeft op alles een antwoord, en vaak nog een heel grappig antwoord ook. Je verlaat haar huis nooit zonder een bord eten en een anekdote die je thuis kunt navertellen. Yemma is er eentje uit de duizend.
11
deel 1 De zwangerschap
Een slimme meid krijgt haar kinderen op tijd Een kinderwens. Het klinkt als iets feeërieks, een moment waarop je een muntje in een fontein gooit en hoopt dat je wens werkelijkheid wordt. Het klinkt als een diep verlangen, iets waar je nachten van wakker ligt, omdat je zo graag wilt dat het gebeurt en omdat je gelooft dat het je wereld helemaal af zou maken. Als ik het zo zou interpreteren, heb ik eigenlijk nooit écht een kinderwens gehad. Het klinkt misschien vreemd om dit te schrijven als moeder (en uiteraard ben ik enorm blij met mijn zoontje), maar het gevoel dat anderen beschrijven als ze het over hun kinderwens hebben, is iets wat ik zelf nooit ervaren heb. Hoe ik het voor mijzelf zou omschrijven, is dat het mij wel ‘leuk’ leek om een kindje te krijgen. Klinkt al een pak minder romantisch, hè? Ik ontmoette Mohamed in oktober 2018, toen ik 26 jaar oud was en hij 25. We trouwden exact een jaar later, op 12 oktober 2019. Hij was een jaar jonger dan ik, maar leek al helemaal klaar voor het vaderschap. Hij was en is nog steeds een echt familiemens. Zijn droom (naast zijn leven delen met mij, uiteraard) was een eettafel met zes stoelen waar we met ons hele gezin gezellig zouden aanschuiven. Ik kan je al zeggen dat het aantal gewenste kinderen een pak gedaald is nadat we Mehdi kregen, maar papa worden, dat zat er bij hem altijd in. En ik geloof nog steeds dat hij mij ermee ‘besmet’ heeft. Toen ik alleen was, was die kinderwens er niet echt. Ik weet nog dat mijn zussen vaak tegen mij zeiden dat ze mij zich niet konden voorstellen als moeder. Dat ik toch meer een ‘carrièremens’ was. De perceptie dat beide rollen niet verenigbaar zijn, is iets waar ik nadien nog vaak mee geconfronteerd werd. Maar het kwam erop neer dat niemand het echt zag in mij, inclusief ikzelf. Tot ik dus Mohamed leerde kennen en we elkaar het jawoord gaven. Opeens werd het veel concreter, ging
14
het niet alleen over ik die een kind zou krijgen, maar ook over hoe we samen een heel nieuw leven op de wereld konden zetten. Iets van ons tweetjes, dat ons zou verbinden met elkaar en dat voor een heel nieuwe dimensie in onze relatie zou zorgen. Het abstracte plaatje van ‘een’ kind in mijn leven werd een illustratie van een kindje van wie ik de moeder en Mohamed de vader zou zijn. Het gezin dat we samen zouden vormen leek me mooi, iets waar ik wel enthousiast van werd. De kinderwens die ik zelf nooit echt had, werd in mijn huwelijk een gezinswens. En in dat kader leek een kind me wél leuk.
15
Zodra ik trouwde, merkte ik wel dat mensen bepaalde verwachtingen hadden. Zeker binnen de Marokkaanse gemeenschap is er weinig schroom om meteen na je huwelijk te vragen of je al aan kinderen denkt. Mijn zus S. had ooit in een interview met een gynaecoloog gelezen dat je als vrouw de helft van je eicellen kwijt bent tegen de tijd dat je 30 wordt. Het zinnetje uit dat interview dat ze telkens herhaalde was: ‘Een slimme meid krijgt haar kind op tijd.’ De boodschap is dat vrouwen biologisch geprogrammeerd zijn om voor een bepaalde leeftijd kinderen te krijgen en dat we het aan ons lichaam verplicht zijn om daar rekening mee te houden. Maar wat betekent dat nu concreet, ‘op tijd’? Ik ben geen arts en ga dus geen medische uitspraken doen, maar ik geloof wel dat ouder worden meer vereist dan fysiek een kind dragen en het op de wereld zetten. Dat is slechts het
16
begin. De constante zorg die een kind nodig heeft, de mentale weerbaarheid die je hiervoor moet bezitten, en simpelweg de wil om heel wat zaken naar de achtergrond te schuiven, is ook een kwestie van timing. Ik denk niet dat elke vrouw voor de leeftijd van 30 jaar klaar is om een kind te krijgen of er een wíl krijgen. We horen nu eenmaal niet allemaal dat tikkende geluid in ons achterhoofd. Van yemma kreeg ik een heel ander advies dan van mijn zus. Daar klonk het: ‘Niet meteen aan kindjes beginnen!’ Haar generatie had namelijk niet de luxe van een kinderwens. Kinderen krijgen was voor velen geen kwestie van verlangen, maar van een natuurlijk proces dat je niet kon tegenhouden. Het gebruik van anticonceptie was nog niet altijd en overal de gewoonte, en zeker binnen de Marokkaanse gemeenschap was kinderen krijgen iets dat de eerste generatie ‘gewoon deed’. Koppels trouwden en kregen kinderen. Als de eerste spruit er negen maanden na de trouwdag nog niet was, werd er meteen gepolst of ze alles wel goed deden. Kinderen krijgen was meer dan een verwachting, het was een gewoonte. Grote gezinnen zijn bij de eerste generatie dan ook eerder de regel dan de uitzondering – een regel die yemma mij alvast wilde afleren. ‘Kinderen zijn het mooiste wat er is. Maar je moet er niet meteen aan beginnen, zoals wij deden. De ene baby na de andere krijgen, altijd tussen de luiers zitten… Dat is het ook niet.’ Het was sowieso allesbehalve hoe ik mijn leven zag, maar het had ook duidelijk sporen nagelaten bij haar. Yemma heeft tien kinderen gekregen en nog heel wat meer zwangerschappen gehad. Ze heeft constant gezorgd voor baby’s en kleine kinderen, meer dan twintig jaar lang. De onbezorgde jaren die ik als twintiger heb gehad, heeft zij nooit gekend. ‘Op tijd kinderen krijgen’ betekende voor haar dus vooral: niet te snel en niet te veel.
17
Toen ik een jaar en enkele maanden getrouwd was, begon het steeds duidelijker te worden dat het tijd was. Wat ik nooit eerder had gevoeld, was nu wel aanwezig: de zin om aan een gezin te beginnen. Mohamed dacht er al langer over na, ongetwijfeld ook beïnvloed door zijn twee beste vrienden, die allebei aangekondigd hadden dat ze papa zouden worden. Ik weet nog dat we met z’n tweeën aan tafel zaten en dat hij blij verkondigde: ‘Mijn beste vriend wordt vader!’ En dat niet lang daarna volgde: ‘Hoe zit dat bij ons, denk jij er soms ook al over na?’ Ik heb toen heel hard gelachen, omdat het idee van een baby krijgen als wedstrijdje onder vrienden zo stereotiep mannelijk klonk. Maar ergens is het ook niet onlogisch. Je wordt ouder en merkt opeens dat iedereen om je heen een kindje verwacht of heeft. Nu lijkt het mij niet gezond om een baby te krijgen onder invloed van peer pressure, maar ik geloof wel dat het een invloed heeft. Je ziet doorgewinterde vrijgezellen die zich gesetteld hebben en boodschappen gaan doen met een kinderzitje in de winkelkar. Of vriendinnen die last minute etentjes annuleren omdat ze zich te misselijk voelen. Je staat opeens niet alleen meer stil bij je eigen klok, maar ook bij die van anderen. Je stelt in vraag of jullie nog in dezelfde tijdscapsule zitten of niet. We worden allemaal ouder, maar niet iedereen voelt de drang om zich aan leeftijdsgebonden verwachtingen te houden. Ik heb in mijn leven sowieso al heel wat dingen anders aangepakt. Ik ging na de universiteit meteen ondernemen, op 22-jarige leeftijd, nadat veel mensen mij hadden aangeraden om eerst wat ervaring op te doen. Ik was toen ook helemaal niet bezig met de liefde, op een leeftijd dat iedereen om mij heen serieuze (en heel wat minder serieuze) relaties aan begon te gaan. Ik was volgens sommigen te vroeg gestart met werken, volgens anderen te laat getrouwd. Toen ik dus begon na te denken over het krijgen van een kind,
18
heb ik zeker ook aan het biologische aspect gedacht. Bij mijn zus I. duurde het vijftien jaar voor haar kinderwens in vervulling ging. En bij haar was het echt een diepe wens. Jaren van hopen, bidden, heel wat medische behandelingen, geluksmomentjes en dan weer teleurstellingen. Wat als het bij mij ook zo lang zou duren? Was het dan geen risico om nog te wachten? Ondertussen zag ik in de media ook de vele artikelen over bekende Vlamingen die de draak staken met de biologie. ‘Natalia (41) bevallen van tweede kindje’, ‘Belle Perez (40) is mama geworden’. En ik las de gemengde reacties onder diezelfde artikelen, van ‘Mooi dat het toch nog is kunnen gebeuren!’ tot ‘Allez, wie krijgt er zo oud nog een kind, onverantwoord…’ Wanneer een vrouw een kind hoort te krijgen, is iets waarover iedereen een mening lijkt te hebben (wat wel vaker het geval is als het over vrouwenlichamen gaat, trouwens). Het is gemakkelijk om een biologische grens te kleven op het moederschap en de nuance is soms ver zoek. We vergeten weleens dat het hier niet alleen gaat over potentiële moeders, maar ook over vrouwen die bewust in het leven willen staan, zelf hun eigen planning willen maken, ook als de biologie niet mee wil. Of dat niet iedereen de luxe heeft om zelf een planning te maken, dat vrouwen zwanger worden wanneer ze dat het minst verwachten of willen. Of dat ze het juist wel willen, maar dat het allesbehalve vanzelfsprekend is. We denken dat we allemaal in dezelfde tijdscapsule leven, maar iedereen leeft in zijn eigen compartiment. Waar de ene vrouw niet kan wachten om moeder te worden voor haar dertigste, is de andere al acht jaar bezig met proberen op het moment van die dertigste verjaardag. De tijd gaat niet voor iedereen even snel. Ik was 28 toen Mohamed mij vroeg ‘of ik er soms al eens aan dacht’. Ik had er inderdaad al over nagedacht. Ik wist dat hij er klaar voor was en voelde dat er voor mij ook meer duidelijk was geworden. Die avond hadden we ‘the talk’ en hebben we heel
19
wat gelachen en gespeculeerd over hoe het zou zijn, zo’n kleintje erbij. Ik geloof nog steeds dat de timing perfect was voor ons, voor hoe we op dat moment in het leven stonden en hoe klaar we dachten dat we waren. Dat wil niet zeggen dat ik achteraf nooit gedacht heb: misschien had ik toch nog heel eventjes moeten wachten… Zeker niet na een paar slapeloze nachten waarin Mehdi ons het leven zuur leek te maken. Maar dat verandert niets aan het feit dat we voor mijn gevoel perfect op tijd waren.
20
Geniet maar van je leven nu het nog kan In de gesprekken die ik voor mijn zwangerschap had met ouders, waren er (eventjes heel kort door de bocht) twee type conversaties. Ik kwam soms moeders tegen die me verzekerden dat mijn leven alleen beter en mooier zou worden als ik een kind zou krijgen. Maar ik kwam nog veel vaker moeders tegen die mij leken te willen voorbereiden op het einde van een tijdperk, dat van de zorgeloze, ontspannen, goedlachse Hanan die graag op reis ging en er een uitgebreide sociale agenda op nahield. Dat zou voorgoed voorbij zijn. ‘Geniet maar van je leven nu het nog kan’ werd mij meermaals gezegd, vergezeld van een ietwat melancholische toon die zich vertaalde naar ‘want dat van mij is precies te snel voorbijgegaan’. Toegegeven, het boezemde mij wel wat angst in. Ik hoorde in mijn achterhoofd constant het lijstje met dingen die ik nooit meer zou kunnen doen op dezelfde manier:
• Spontaan en onvoorbereid de deur uitgaan, gewoon omdat het kan. • Uitslapen en zelfs daarna lang blijven liggen in bed. • Warme dranken drinken wanneer ze nog warm zijn. • Een verre reis plannen zonder zorgen. • …
Moeder worden leek vooral te betekenen dat je heel veel moest opofferen.
21
De ondernemer in mij vroeg zich een aantal keer hardop af wat ik ervoor terugkreeg. ‘Liefde. Een lach op je gezicht. Grote ogen die naar je staren op de mooiste manier die je je maar kunt inbeelden.’ Wat dat voor mij betekende op dat moment? Niks. Ik leek steeds meer te wennen aan het idee van een baby, maar soms bekroop mij het gevoel dat ik spijt zou hebben dat ik eraan begonnen was. Niet omwille van de baby, maar door alle aanpassingen die ik zou moeten doen aan een leven waar ik aan gehecht geraakt was. Voor ik het wist had ik deze opmerkingen helemaal geïnternaliseerd en begon ik mijn echtgenoot ook constant duidelijk te maken dat er wel héél veel zou veranderen voor ons. Bij leuke momenten met z’n tweetjes kreeg ik de neiging om dingen te zeggen als: ‘Kun je je inbeelden dat we dit nooit meer kunnen doen?’ of ‘Die reis naar New York, dat zit er niet direct in met een baby, hè?’ Ik geef toe dat het vooral dat laatste was waar ik over kon piekeren. Niet per se over New York, maar wel over het idee dat reizen niet zo gemakkelijk of niet zo leuk zou zijn met een kind. En laat dat nu net zijn waar ik echt van kan genieten. Alle zogenaamde opofferingen die ik zou moeten maken als moeder, daar zou ik wel iets op vinden. Maar dat het moeilijk zou worden om een reis te boeken, een luie strandvakantie of een avontuurlijke trip iets verder weg, dat was een luxe die ik niet meteen wilde opgeven. Ik weet ook wel dat mensen reizen met kinderen, maar in mijn omgeving is dat niet echt de norm. Als ze klein zijn, ga je niet op vakantie. Als ze wat ouder zijn, kun je ze bij oma en opa achterlaten en op reis vertrekken. Elke dag FaceTimen om te zien of alles oké is en of er nog niet te veel traantjes gevloeid zijn, hoort er dan ook bij. Dat klonk mij niet echt als muziek in de oren. Mijn man was daar veel meer ontspannen in. ‘Dat komt allemaal wel goed, we vinden wel een manier.’
22
In mijn hoofd was hij de naïeveling die geen idee had hoeveel er zou veranderen en was ik de realist die een veel accurater toekomstbeeld had. In zijn hoofd was ik ietwat angstig en durfde hij optimistisch te denken. Wie toen gelijk had, laat ik nog even in het midden. Ik moet hier wel een cruciale kanttekening bij maken. We voerden deze gesprekken tijdens de derde lockdown van de coronapandemie. De laatste reis die ik met mijn man gepland had, hadden we moeten annuleren door alle maatregelen. En als we ook nog een baby zouden krijgen, zou het waarschijnlijk nog heel lang duren voor we op een vliegtuig zouden stappen. Nee, Mehdi is geen coronababy, en we hebben hem ook niet gekregen uit ‘verveling’. Maar het was wel een feit dat er op dat moment niet veel te doen viel in ons land en dat grenzen oversteken ook niet zo eenvoudig (of zelfs toegelaten) was. Onze reisplannen stonden dus on hold en we hadden geen idee hoelang de situatie zou aanhouden. Terwijl ik constant hoorde dat ik moest ‘genieten nu het nog kan’, viel er dus bitter weinig te beleven. Maar ik wilde mij niet laten opjagen door die situatie en de lockdowns waren (zoals bij heel wat koppels) uiteindelijk de ultieme relatietest. Met de tijd voelde ik mijn angsten steeds meer wegebben. Ik geloofde niet dat ik niet meer van het leven zou kunnen genieten als ik moeder zou zijn, maar ik wilde zeker ook niet geloven dat alles altijd koek en ei zou zijn. De zwart-witverhalen die ik eerst te horen kreeg leken steeds grijzer te worden en mijn focus veranderde van ‘Wat kan ik niet meer doen met een baby?’ naar ‘Wat zouden we allemaal samen kunnen doen?’ Yemma maakte mij ondertussen duidelijk dat we er vooral niet alleen voor stonden. ‘Je hebt twee paar grootouders, vijf zussen, vier broers, vijf schoonzussen én een schoonbroer. Je zult altijd hulp en tijd vinden om leuke dingen te doen zonder kind.’ Het klopte, we waren en zijn nog steeds goed omringd. Maar
23
het belangrijkste dat mijn moeder toen zei, kwam in de vorm van een realitycheck: ‘Een baby heb je maar heel even, ze worden zo snel groot. In het begin kun je er niet veel mee doen en ja, op reis gaan is heel lastig. Maar voor je het weet, zijn ze zelf het leukste gezelschap.’ Dat kwam dan van de vrouw die haar hele leven omringd was door kinderen en zich nu minstens even goed vermaakt met de kleinkinderen. Ze was de ideale persoon om mij die boodschap mee te geven. We zijn trouwens nog wel op reis geweest met z’n tweetjes, naar Gran Canaria. Een week onder de Spaanse zon, zonder zorgen. Het was de laatste reis die we maakten voor we beslisten dat we klaar waren voor een kind.
24
Heerlijk toch, zo’n zwangerschap? Ik herinner mij het moment waarop ik voor het eerst het gevoel had dat ik misschien zwanger was. Ik had net een heel emotionele dag achter de rug. Dat gebeurt wel vaker, maar iets in mij zei me dat het te maken kon hebben met mijn hormonen. Het is natuurlijk zo dat de symptomen die de meeste vrouwen hebben voor ze hun maandstonden gaan krijgen vrij gelijkaardig zijn aan de symptomen van een zwangerschap, zeker in het begin. Ik durfde dus nog niet meteen conclusies te trekken. Maar de test die ik enkele uren later afnam bevestigde mijn gevoel: ik was zwanger. Ik vertelde het bijna meteen aan Mohamed, die dolblij was en niet kon wachten tot de eerste echo. Ikzelf voelde mij er nog een beetje vreemd bij en kon het niet goed vatten. Dat onnozele streepje op die zwangerschapstest was het begin van een leven dat in mij zou groeien. Ik was heel blij, maar ook een beetje angstig voor alles wat er nu op mij zou afkomen. Ik googelde de eerste zwangerschapssymptomen en het zag er niet echt uit als een feestje voor mijn lichaam. Maar we moesten erdoor, of beter gezegd: ik moest erdoor. Ik vrees dat ik zo iemand ben geworden die automatisch met haar ogen begint te rollen wanneer een koppel aankondigt dat ‘ze’ zwanger zijn… Als het over de symptomen ging, was ik een wandelend voorbeeld van alles wat ik online las. Ik kon het lijstje met zogenaamde ‘zwangerschapskwaaltjes’ volledig afvinken. Ik ben zestien weken lang elke dag misselijk geweest. De term ‘ochtendmisselijkheid’ was in mijn geval de grootste leugen ooit, want ik had er de hele dag last van. ’s Morgens, ’s middags, ’s avonds, tijdens het werk, bij een etentje met vriendinnen of net als ik lekker in de zetel aan mijn serie van dat moment begonnen was. Ik vond
25
het verschrikkelijk. Er zijn weinig dingen die ik zo erg vond aan zwanger zijn als de misselijkheid die nooit leek op te houden. Ik sprak erover met mijn gynaecologe en zij raadde me een pilletje aan. Ik nam het in, maar tevergeefs. Ik bleef overgeven en begon bijna te geloven dat dit het begin was van negen maanden misselijkheid, toen het opeens miraculeus stopte. Van de ene dag op de andere was het voorbij. Hetzelfde gold voor de golven van vermoeidheid. Het liefst was ik hele dagen in bed blijven liggen, maar af en toe moest er gewerkt worden. En ook dat ging bij momenten moeizaam. In het midden van een coronapandemie de ene na de andere Teams-meeting bijwonen, tussendoor een dutje doen en dan weer proberen om fris door te werken. Ik moet toegeven dat ik allesbehalve beantwoordde aan het beeld van de ideale, hardwerkende ondernemer. In het tweede trimester voelde ik mij dan weer top. Meer energie, minder klachten en ik
26
voelde mij ook nauwelijks zwanger. Nesteldrang nam het van mij over en ik had genoeg energie om heel mijn appartement een make-over te geven. Ik genoot van de eerste trapjes van de baby, die steeds groter werd en meer plaats begon in te nemen. Ik vond het geweldig en voelde me goed. Tegen het derde trimester was ik opnieuw uitgeput. De laatste drie maanden waggelde ik vooruit met voeten die steeds meer op gevulde waterballonnen begonnen te lijken. Ik had nergens energie voor en kon (zeker de laatste weken) niet wachten tot de bevalling. Ik herinner mij weinig anders van het eerste trimester dan de misselijkheid en de vermoeidheid. Als iemand mij in die eerste fase vroeg hoe het met de zwangerschap ging, vond ik het dan ook moeilijk om niet te zeggen: ‘Ik ben doodop en ik ben het beu om heel de dag boven mijn toiletpot te hangen.’ Maar moslims pakken het anders aan. Als iemand je vraagt hoe het gaat, antwoord je bijna standaard met: ‘Goed, alhamdoulilah’, wat ‘alle lof
27
aan God’ betekent. Het is een uiting van dankbaarheid, want wat er ook gebeurt in je leven, je hebt altijd wel iets om dankbaar voor te zijn. Dat is tijdens een zwangerschap natuurlijk niet anders. Je voelt je slecht, maar je bent dankbaar dat het kan. Dat je zwanger kunt worden, dat je lichaam gezond genoeg is om een baby te dragen, dat je je kinderwens kunt vervullen en nog oneindig veel andere zaken. Tenzij iemand mij specifiek vroeg of ik last had van symptomen, antwoordde ik dus met ‘alhamdoulilah’ en hield ik mijn klachten voor mijzelf (lees: mijn echtgenoot). Natuurlijk ben je tegen de ene persoon al wat opener dan tegen de andere. Ik kon de symptomen in alle kleuren en geuren beschrijven bij mijn zussen of moeder (sorry daarvoor), maar over
28
het algemeen merkte ik dat er weinig ruimte was om te zeggen dat ik zwanger zijn eigenlijk helemaal niet leuk vond. En dat merkte ik overal, los van religie of cultuur. Het is een taboe om te klagen en te zeuren, want dan krijg je reacties als: ‘Ja, jij wilde een kleine, dit hoort erbij’ of ‘Wat zeg jij nu, een zwangerschap is toch heerlijk?’ Wat nog erger is, is dat je plots overal mensen tegenkomt die een heerlijke zwangerschap hadden. Geen last van symptomen of hormonen, geen opgeblazen gevoel (of hoofd en voeten, in mijn geval) en met hun bolle buik zwevend op een wolkje. Om eerlijk te zijn vermeed ik zulke mensen het liefst tijdens mijn zwangerschap. Ik wilde kunnen klagen, bij voorkeur tegen anderen die minstens even hard of harder hadden afgezien dan ik. Ik zocht troost en wilde horen: ‘Het is oké, zwanger zijn heeft inderdaad heel veel kanten die allesbehalve leuk zijn.’ Maar het was verdacht moeilijk om mensen te vinden die dat durfden uit te spreken. We gaan er allemaal door en ik geloof echt niet dat iedereen zo’n zwevende zwangerschap doormaakt, maar erover praten is moeilijk. Yemma had geen enkele gemakkelijke zwangerschap. Ze had bij elk kind overal pijn: constante hoofdpijn, misselijkheid, rugpijn en pijn aan de heupen. Maar mijn moeder beschrijft haar tien zwangerschappen als mooie periodes. Eyes on the prize, dat was haar visie. Ze wilde de kinderen allemaal even graag en dat hield haar gemotiveerd. Mijn vader mocht wel niet in haar buurt komen en elke zwangerschap wilde ze zo ver mogelijk van hem verwijderd zijn. Dat lijkt me geen gezonde dynamiek, maar volgens mijn moeder is ze zeker niet de enige vrouw die haar man niet in de buurt wilde tijdens de zwangerschap. Daar zullen de hormonen ongetwijfeld wel voor iets tussen zitten. Volgens yemma is dat de reden dat negen van haar kinderen volledig op
29
mijn vader lijken. ‘Als je van iemand niets moet weten tijdens de zwangerschap, gaat je kind op die persoon lijken.’ De enige van ons gezin die niet op mijn vader lijkt, maar wel op mijn moeder, is mijn zus N. Puur toeval volgens mijn moeder. Dezelfde hormonen die mijn vader op afstand wilden houden, zorgden voor huilbuien en wekenlange stress zonder enige reden. En toch vond ze het (vooral in retrospectief wellicht) een mooie periode. Het lijden wordt ingeruild voor een blozende baby en die zorgt ervoor dat het hoe dan ook de moeite waard is geweest – iets dat ik zeker niet wil ontkennen. Maar hierbij, eens en voor altijd, om het taboe te doorbreken en omdat ik een eerlijk boek wil schrijven: ik vond zwanger zijn niet leuk. Ik vond de gedachte dat ik na negen maanden een baby zou hebben wel leuk, maar het zwanger zijn zelf allesbehalve. Dat betekent niet dat ik ondankbaar ben of dat ik alle vrouwen met een heerlijke zwangerschap als leugenaars wil bestempelen, maar wel dat ik mijn eigen ervaring over het algemeen niet aangenaam vond. Het minste dat we zouden kunnen doen, is vrouwen die dit delen geen slecht gevoel geven. Om ze het label van ‘slechte moeder’ op te kleven zijn er nadien nog genoeg opportuniteiten (dat zul je in dit boek wel ontdekken), maar gun een vrouw haar klaaguurtje wanneer ze dat nodig heeft. Willen we dat afspreken?
30